Kun je schrijven over muziek?

boekschap met muziekboekenDat lijkt misschien een gekke vraag voor een blog over muziek. Maar ik doel niet op de tekst of de ontstaansgeschiedenis van nummers, maar op de muziek zelf, de klanken van stemmen en instrumenten. Hoe schrijf je daar op zo’n manier over dat iemand anders zich bij de woorden het bedoelde geluid kan voorstellen?

Er wordt wel gezegd dat muziek begint waar de taal ophoudt. Als dat waar is, hoe kun je dan toch een zinnige poging wagen om erover te schrijven? Er zijn wel een paar opties, denk ik, hoe onvolmaakt ook:

Tori Amos miles davis Kind of BlueReferenties en genre-aanduidingen. Je kunt bijvoorbeeld komen met: ‘Ze is de Nederlandse Elvis Presley’, ‘hun muziek zit ergens tussen Mumford & Sons, Miles Davis en Tori Amos’, of ‘hij is een Johnny Cash on speed’. Dat soort intrigerende verwijzingen. Of je hebt het over jengel-pop, krautrock, indie, hardcore, alt.country, emo, garagerock, roots. Maar als je al niet confuus wordt van deze kretologie, die verwijzingen en genres blijven toch afgeleiden. Ze doen de individuele artiest altijd tekort. Je ziet hem of haar via etiketten, via een reeks vervormende spiegels. De muziek zelf blijft buiten beeld.

bijvoeglijke naamwoordenBijvoeglijke naamwoorden. De taal stelt ons daarvan een behoorlijk aantal ter beschikking: bonkende drums, zompige beat, loodzware riffs, scheurende gitaren, pompende bas, spaarzame productie, gruizige zang, ruisende synthesizers, warme bariton. En ga zo nog maar even door. Maar wat betekenen ze? Vaak verworden de meest succesvolle van deze uitdrukkingen tot nietszeggende clichés.

Er is nog een betere mogelijkheid – maar dat is dan ook wel de moeilijkste:

266px-Guido_GezelleDe dichtkunst. De poëzie, afkomstig uit de liedkunst, kan voor ons uiteindelijk ook de brug terug naar de muziek vormen. Want goede gedichten laten taal zingen. Of swingen. Lees bijvoorbeeld hardop Herman Gorter (Meiof Paul van Ostaijen (‘Marc groet ’s morgens de dingen’). De muzikaalste van alle dichters is wellicht Guido Gezelle. Het werk van de Vlaamse dichter-priester (1830-1899) werd niet voor niets al vaak op muziek gezet. Gezelle kon het meest verstilde landschap met zijn taal tot leven wekken. En in het gedicht ’t Schrijverke wist hij zelfs de bewegingen van een waterkever in klank en ritme te vangen. Hier de eerste regels:

“O Krinklende winklende waterding / met ‘t zwarte kabotseken aan, / wat zien ik toch geren uw kopke flink / al schrijven op ‘t waterke gaan! / Gij leeft en gij roert en gij loopt zo snel, / al zie ‘k u noch arrem noch been; / gij wendt en gij weet uwen weg zo wel, / al zie ‘k u geen ooge, geen één. / Wat waart, of wat zijt, of wat zult gij zijn? / Verklaar het en zeg het mij, toe! / Wat zijt gij toch, blinkende knopke fijn, / dat nimmer van schrijven zijt moe?”

I rest my case.

4 comments

  1. Interessante vraag. Misschien schiet taal wel per definitie tekort bij het omschrijven van gevoelens. En muziek is natuurlijk één en al gevoel. Ernaar luisteren is dan ook het beste wat je kunt doen. Maar jouw blogs erover lezen is ook heel leuk!

    Like

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s