Een moment van verwarring

In tegenstelling tot de klassieke muziek en de jazz kent de popmuziek geen sterke cover-traditie. Van popartiesten verwachten we dat ze vooral zelfgeschreven liedjes spelen in plaats van werk van anderen vertolken. Toch luisteren we ook allemaal graag naar covers. In sommige gevallen is de cover zelfs beroemder dan het origineel. Wat maakt zo’n nieuwe versie van een bekend nummer eigenlijk zo aantrekkelijk?

Mijn hypothese is dat dat komt door het effect van de eerste kennismaking. Want bij die kennismaking heeft de cover altijd iets extra’s ten opzichte van een nieuw nummer: een moment van verwarring, korter of langer, dat op een gegeven moment wordt opgelost. Als een prangende vraag die zich eerst opdringt en daarna gelukkig een antwoord krijgt. Verrassing en herkenning.

Het verwarrende effect is het sterkst wanneer je als luisteraar geen voorkennis hebt, bijvoorbeeld als de liedtitel op de radio niet wordt aangekondigd. Je oren en je muziekgeheugen moeten aan het werk om iets te herkennen. En op het moment dat dat gebeurt, heb je ook een vreemde gewaarwording: je herkent iets dat niet is wat het is. Zo herkende ik vorige week Stevie Wonders Sir Duke en tegelijk was het niet Sir Duke, want het werd gespeeld door het Mandelring Quartett. Ongeveer zoals wanneer je na jaren een oude kennis tegenkomt en in zijn huidige gezicht afwisselend ook het gezicht van de zestienjarige schooljongen terugziet – een vroegere versie die door de huidige heen schemert.

Vaak duurt de cover-verwarring maar kort. Maar soms kost het meer tijd om de oerversie te vinden, bijvoorbeeld bij een instrumentale cover van een popsong waarbij je alleen de melodie en de akkoorden als oriëntatiepunten hebt. Luister maar eens naar deze klassieke versies van bekende popsongs – zonder eerst naar de titels onder de video te kijken – mogelijk moet je af en toe je hersenen langer pijnigen dan je lief is.

Het ontregelende effect kan zich ook voordoen wanneer sprake is van een genderwissel. Bij Leonard Cohens Chelsea Hotel #2 uit 1974 was ik gewend aan het mannelijke perspectief, met onder andere de opvallende zinsnede ‘you were giving me head on the unmade bed’. Het voelde dan ook eerst vreemd om Meshell Ngedeocello deze woorden te horen zingen in haar bezwerende versie uit 2011, totdat ook hier alles weer prachtig op z’n plaats valt.

Maar hoe sterk dit kennismakingseffect van covers ook kan zijn, het betekent natuurlijk niet dat elke cover automatisch het origineel overtreft. Dat zou ook al te gemakkelijk zijn, en onrechtvaardig ten opzichte van de songwriter. Zijn er niet ook andere factoren die covers zo aantrekkelijk maken? Of die verklaren waarom de ene cover zoveel sterker is dan de andere? Een vergelijking tussen een geslaagde en een minder geslaagde cover biedt misschien een aanwijzing.

Op haar album Jukebox (2008) covert de Amerikaanse singer-songwriter Cat Power onder meer Joni Mitchells nummer Blue uit 1971. Voor mij werkt deze versie helemaal niet omdat ik La Mitchells fraaie pianoakkoorden nergens kan terugvinden. Luka Blooms cover van LL Cool J’s I Need Love daarentegen werkt voor mij juist wel, omdat Bloom de oorspronkelijke rap intact laat terwijl de genrewissel van hiphop naar folk het nummer eerst grappig maakt en daarna verrast met de oorspronkelijke poëzie van het origineel.

Misschien bieden de beste covers precies de juiste spanning tussen herkenning en verrassing, tussen oud en nieuw. Of misschien komt het doordat zo’n topcover het kennismakingseffect het hele nummer door weet vol te houden, of in elk geval een aantal keren weet te herhalen. Dat is het koord waarop de cover-artiest danst. Een topprestatie, want je kunt er heel gemakkelijk vanaf vallen, en dan val je diep. Het maakt mijn bewondering voor deze ultieme genderwissel-cover nog groter.

Ga naar de Goeie Nummers-playlist op Spotify om de genoemde originelen en covers te vergelijken.

One comment

Geef een reactie