Je bent veertien

Onlangs liep ik met een volgeladen winkelkarretje in de plaatselijke Plus-supermarkt, mijn ogen gericht op de schappen met vuilniszakken. Opeens hoorde ik, net boven het winkelgeroezemoes uit, de uit duizenden herkenbare klanken van On the Border van Al Stewart: ´The fishing boats go out across the evening water’. Dat exotische beeld mengde zich instant met jaren 70-behang, een langwerpige jongenskamer, een pick-up, het gevoel dat er een leven voor me lag waarin alles kon gebeuren, in Spanje of andere exotische plaatsen. De boodschappen waren even helemaal vergeten.

Ik moest terugdenken aan een mooi artikel in The Times waarop een vriend me een tijdje geleden attendeerde. De Britse popjournaliste Caitlin Moran (1975) beschrijft hierin hoe ze in een doe-het-zelfzaak plotseling volschiet bij het horen van Tracy Chapmans hit Fast Car uit 1988. Een Proustiaanse stroom herinneringen aan haar tienertijd welt op, vooral aan de vlucht-fantasieën van de getroebleerde puber die ze was. Verborgen achter haar mondkapje zingt ze de tekst nu met beverige stem mee.

Moran verklaart deze ervaring aan de hand van een recente wetenschappelijke studie. Onderzoekers van de Universiteit van Durham ontdekten dat we de sterkste emotionele binding hebben met de liedjes we als veertienjarige horen. Met die liedjes zijn we het meest vertrouwd, en ze hebben voor ons ook de sterkste autobiografische betekenis. Volgens de onderzoekers wijst dit erop dat herinneringen die de kern vormen van onze identiteit vaak onlosmakelijk verbonden zijn met muziek.

Met andere woorden, zegt Moran, we hebben bij onze eerste zoen/beha/alcoholische versnapering het gevoel alsof we in een film spelen en worden gadeslagen en speciaal worden toegezongen door de artiesten van dat moment. Bijvoorbeeld dat David Bowie speciaal voor ons zingt dat ‘we helden kunnen zijn, al is het maar voor één dag’. Of The Pointer Sisters dat ze door jouw zoen ‘in brand vliegen’. Misschien zou je op grond hiervan zelfs kunnen stellen dat ons ‘ware ik’ onze persoon op veertienjarige leeftijd is en dat het bestaat uit muziek.

Maar is het ook waar, dat van die veertien jaar? Is het waar dat de liedjes die je op die leeftijd hoort zich meer dan alle andere muziek diep in je hart, ziel en brein griffen, en op dat moment aan de kern van je persoonlijkheid worden vastgeklonken? De onderzoeksresultaten uit Durham zijn natuurlijk gemiddelden, maar het leek me leuk om mezelf eens als proefkonijn te gebruiken. Want hoe graag ik dat ook zou willen ontkennen, ik lijk waarschijnlijk verdacht veel op andere mensen.

Mijn vijftiende levensjaar vond plaats tussen oktober 1977 tot en met september 1978. Dat lijkt een eeuwigheid geleden, en dat is het ook. En toch ook weer niet. Want op Spotify vond ik een lijst met hits uit 1977. Eerste observatie: ja, daar stond-ie hoor, On the Border. Pront en pontificaal naast die andere Stewart-classic, Year Of The Cat. en in een lange rij met andere ongekende emotie-knallers: Isn’t It Time (The Baby’s), Solsbury Hill (Peter Gabriel), Heroes (David Bowie). In de lijst van 1978 gaat het rustig zo door: Baker Street (Gerry Rafferty), Wuthering Heights (Kate Bush), Because the Night (Patti Smith), enzovoort.

Toen ik die playlist opzette was 1977-1978 opeens niet meer zo lang geleden. Het is opeens nu. Ik ben opens weer veertien – de saaie vertrouwde straten van de slaapstad van destijds haarscherp voor mijn ogen, onbereikbare meisjes, fotokopieerapparaten, basketbalveldjes, zelfhaat, leraren met corduroy broeken, een vuilcontainer die in de hens staat, kaneelbrokken, een vorm van eenzaamheid die vanzelf zou verdwijnen.

Het zijn herinneringen die waarschijnlijk niemand behalve mij iets zeggen. De liedjes mogelijk wel, maar dan met heel andere beelden erbij. Wat wel duidelijk wordt: mijn persoonlijke ervaringen – en die van Caitlin Moran – lijken in elk geval de conclusie van de Universiteit van Durham voorzichtig te ondersteunen. Wil jij ook de proef op de som nemen? Op Spotify is voor zo’n beetje elk jaar wel een hitlijst. Tel gewoon veertien jaar bij je geboortejaar op en klik op de bijbehorende playlist. Hou wel rekening met een emotionele achtbaan.

7 comments

  1. En ik zat toch al in een emotionele achtbaan omdat ik na het overlijden van Jeroen van Merwijk, afgelopen woensdag, onmiddellijk weer op zoek ging naar online geluidsfragmenten van wat toen mijn favoriete luisterervaring was, het radioprogramma Rauhfaser, waarin Van Merwijk een radiocolumn had, De Hypochonder geheten. En ja dat was zo rond mijn veertiende, vijftiende jaar, elke woensdagavond aan radio gekluisterd.

      1. Samen met zijn broer Vincent, begreep ik. In de opvolger van Rauhfaser, Krachtvoer, had hij ook een column ‘Landgenoten’. Altijd een tirade tegen een of andere burgerlijke pietluttigheid, herinner ik me.

  2. Hoi Chris, Wat een ontzettend herkenbaar stukje zeg! Het klopt inderdaad. Heel, heel treffend geschreven en met zeer veel plezier gelezen.

  3. Ik moet zeggen dat ik dat niet speciafiek rond mn 14e heb, muzikaal loopt dat zo’n beetje van mn 5e tot mn 17e. Maar dat vroege kwam ook door mn oudere zus. Maar het klopt wel dat nummers op latere leeftijd ontdekt minder emotioneel binnenkomen als die van weleer

  4. Ha Chris, wat een mooie mijmering over ” 14 jaar “. Je hebt de sfeer heel goed getroffen. Ik zit alleen een beetje met de “hits” die voor mij relevant moeten zijn: uit 1958. Ik krijg er geen enkel beeld bij. Ik doe het dus maar met een onvergetelijke herinnering aan “Here comes de sun” van de Beatles, zoals die klonk op een camping in Marrakech eind jaren zestig. Wat je noemt: een goed nummer.
    Hartelijke groet, Bruno

Geef een reactie