Check him out

Hereniging met de Belfast Cowboy

herfstweer bosMijn muziekvoorkeur beweegt mee met het weer, de seizoenen en met allerlei zaken die ik niet kan of wil benoemen. En natuurlijk is er ook de invloed van wat ik hoor of lees over nieuw werk van bekende of onbekende muziek en muzikanten.

Van Morrison Astral WeeksEen artiest die zo onlangs na lange tijd weer binnen gehoorsafstand kwam, is Van Morrison (Belfast, 1945). Vanaf mijn 13e was ik verslingerd aan zijn unieke mix van Keltische mystiek en Amerikaanse rythm & blues. Een toffe biologieleraar, tevens Van-fan, leende me een stuk of tien lp’s van de Belfast Cowboy, waaronder Astral Weeks, Moondance en Veedon Fleece, die ik natuurlijk meteen allemaal op cassette zette.

Van Morrison Poetic Champions ComposeZeker vijftien jaar ging het opperbest tussen mij en Van Morrison, maar ergens eind jaren 80 kwam de klad erin. De nieuwe albums van de Noord-Ierse zanger klonken me vlak en inwisselbaar in de oren. Bovendien vestigden de verhalen over zijn norse, nukkige gedrag ongewild mijn aandacht op de merkwaardige verongelijkte klaagzangen tussen de parels in zijn oeuvre. Zozeer dat Morrison de laatste decennia eerlijk gezegd voornamelijk op de zolder van mijn muziekgedachten vertoefde.

Van Morrison DuetsTot een paar weken geleden. Want Van the Man, net 70 geworden én in de Britse adelstand verheven, leverde dit jaar weer eens een puik album af: Duets. Re-Working The Catalogue. Hierop blaast hij samen met zangers als Gregory Porter, Joss Stone en Taj Mahal een aantal relatief onbekende nummers uit zijn eigen repertoire nieuw leven in.

mavis staplesHet concept klinkt niet al te opwindend, maar de nabijheid of concurrentie van de andere topartiesten lijkt een geweldige uitwerking op Sir Van te hebben gehad. Bezielder en verzorgder dan in lange tijd klinkt hij op Duets. Luister maar eens naar If I Ever Needed Someone, van His Band and the Street Choir uit 1970, hier met gospelster Mavis Staples.

266px-Van-Morrison in 2007En zo kwam het dat ik ook eens wat beter naar Morrisons werk uit die ‘zolderperiode’ ging luisteren. En ja, dan blijkt de man ook tussen 1990 en 2015 nog heel wat mooie dingen te hebben gemaakt. Zoals Born To Sing: No Plan B uit 2012. En het werd nog mooier toen ik las dat verschillende platen uit zijn hoogtijdagen, zoals Saint Dominic’s Preview en de onvergetelijke live-dubbelaar It’s Too Late To Stop Now onlangs eindelijk op cd zijn verschenen. Iedereen kan zich voorstellen hoe graag ik de gelukkige hereniging met de Belfast Cowboy wil delen. Check him out!

Het mooiste lied over vriendschap

May you never John MartynOntelbare liedjes zijn er gemaakt over de erotische of romantische liefde. En hoe weinig over de liefde die vriendschap heet. Uit het hoofd tel ik ze op de vingers van één hand: ‘Waiting on a friend’ (Stones), ‘Hello, Old Friend’ (Eric Clapton). ‘Old Friends’ (Simon & Garfunkel), ‘With a little help from my friends’ (Beatles) en ‘You’ve got a friend’ (Carole King). Oké, ik heb nog een vinger nodig – die is dan wel meteen bestemd voor het mooiste vriendschapslied dat ik ken: May You Never, van de Britse singer-songwriter John Martyn.

Het begint meteen al fantastisch. Vanuit het niets, ondersteund door een enkele akoestische gitaar, glijdt Martyns omfloerste stem het nummer in:

‘May you never lay your head down, without a hand to hold / May you never make your bed out in the cold / You’re just like great strong brother of mine / And you know that I love you true.’

John MartynAlsof zijn lied zelf een wapen is om zijn broeders tegen alle onheil te beschermen. De tegendraadse troubadour (1948-2009) zorgt er tegelijk voor dat het lied niet klef wordt: hij weet dat vriendschap pas iets betekent als niet iedereen jouw vriend is (‘You never talk dirty behind my back and I know that there’s those that do’) en dat elk geluk in een oogwenk kan verkeren in zijn tegendeel:

‘May you never lose your temper, if you get in a bar-room fight / May you never lose your woman overnight.’

John Martyn elektrische gitaarJohn Martyn was een rusteloze ziel, die zijn vernieuwende folk mengde met uiteenlopende stijlen als dub, rock en jazz. Hij had ook een donkere melancholische inslag, worstelde met drugs en drank en had naar eigen zeggen moeite om ‘hoofd en hart’ in balans te houden. Misschien is het veelzeggend dat hij zijn vrienden in het refrein van ‘May You Never’ een opdracht meegeeft die, zoals bij levenslessen meestal het geval is, evenzeer aan de afzender zelf gericht lijkt:

‘Please won’t you please won’t you bear it in mind: / Love is a lesson to learn in our time / Please won’t you please won’t you bear it in mind for me.’

220px-JohnMartyn‘May You Never’ doet wat alle goede folksongs doen: mensen verbinden, over de eeuwen of andere grenzen heen. Zodat we toch iets mogen begrijpen van ons raadselachtige bestaan, en we ons begrepen en gekoesterd kunnen voelen. Dit nummer is daarmee ook een prachtig statement om, zoals ik onlangs mocht ervaren, tijdens een feest met vrienden live te laten weerklinken. Hou dat alsjeblieft in gedachten.

Waarop mogen we hopen?

Velvet MusicPakweg een jaar geleden viste ik uit de bak met koopjes bij Velvet Music – de enige overgebleven echte platenzaak in mijn woonplaats – een cd van Freedy Johnston: This Perfect World. Freedy Johnston, dat was toch die zanger van Can You Fly? Dat album had ik in de jaren ’90 aardig grijsgedraaid. In de tussentijd was de folkrocker flink weggezakt op m’n playlist, maar voor die paar euro ging het schijfje natuurlijk mee.

Freedy Johnston 1Zoals het soms gaat, kwam de plaat vrij snel en vrijwel onbeluisterd in het cd-rek terecht. Tot een toeval hem ruim een maand geleden weer in de speler deed belanden. En daar zit-ie nog steeds. Want This Perfect World is, net als Can You Fly, een verslavend album.

Raymond Carver

Raymond Carver

De liedjes van Freedy Johnston (eigenlijke naam: Fred Fatzer, Kansas, 1961) zijn immer melancholiek. Maar anders dan bij artiesten als Kurt Cobain, Tim Hardin of Neil Young (de oude Neil Young, toen hij nog jong was) krijg je nooit de indruk dat de singer-songwriter zelf depri is. Johnston past eerder in de Amerikaanse traditie van de short story. Net als auteurs Raymond Carver en Tobias Wolff kruipt hij in de huid van kleine krabbelaars, mensen die net iets te hoog reiken en vallen, buitenstaanders wier liefde versmaad wordt, voor wie de Amerikaanse droom niet goed uitpakt.

Freedy Johnston 2En Johnstons verschoppelingen ontkennen niets. Ze zijn zich volop bewust van hun misstappen. Ze twijfelen hoeveel hoop ze in hun situatie nog mogen koesteren. Maar het mooie is dat ze die hoop nooit helemaal laten varen. En dat ze zich hun waardigheid niet laten ontnemen. Integendeel, deze buitenstaanders vragen hun medemensen om steun, vergeving, een nieuwe kans of alleen maar een eerlijk oordeel. Zoals de hoofdpersoon in Bad Reputation, die ondanks zijn slechte naam en zeven jaar afwezigheid zijn jeugdliefde voor zich hoopt te winnen.

hoes This Perfect WorldHoewel de meesten van ons zich er niet steeds van bewust zijn, weten we echt wel dat ons leven een stuk slechter had kunnen uitpakken. En dat het dat met wat pech alsnog kan doen. Ook in Europa, dat de laatste decennia in veel opzichten meer op de ruige VS is gaan lijken. Freedy Johnston laat ons voelen hoe kostbaar en broos het weefsel is dat ons omgeeft. En dat mededogen en waardigheid onmisbaar zijn voor een leefbare wereld. Luister maar naar zijn This Perfect World. Of naar Tearing Down This Place. Check him out.

All the best, mate – Ian Dury

Ian Dury cd hoes S&D&R&RMet zijn Blockheads maakte hij twee zeer succesvolle albums: New Boots and Panties (1978) en Do It Yourself (1979). Van zijn hitsingles zijn ‘Sex & Drugs & Rock & Roll’, ‘Hit Me With Your Rhythm Stick’ en ‘Reasons To Be Cheerful (Part 3)’ de bekendste. Vandaag precies 15 jaar geleden overleed pubrocker extraordinaire Ian Dury, op 57-jarige leeftijd. Een goede aanleiding voor Goeie Nummers om zijn werk weer even in de schijnwerpers te zetten.

Ian Dury 1978De Brit Ian Dury  (Upminster, 1942) kwam op als een komeet in de woelige punkjaren. Met de punk had hij eigenlijk alleen de anti-establishment-attitude gemeen. Dury studeerde aan de kunstacademie en werkte als illustrator voordat hij het muziekpodium opzocht.

ian dury 3Zingen kon hij eigenlijk niet. Lopen alleen met moeite, als gevolg van polio. Performen kon hij wel. Teksten schrijven ook. En wat hij ook had: een formidabele band (The Blockheads) en een dito toetsenist/bandleider: Chaz Jankel. Dury en Jankel  vormden een tijdlang een onweerstaanbare eenheid opgebouwd uit twee ongelijke delen.

Chaz Jankel

Chaz Jankel

De getrainde musicus Jankel (Stanmore, VK, 1952) brouwde uit funk, jazz, vaudeville, reggae en rock een lekker klinkende mix waarop de weerbarstige (woord)kunstenaar Dury zijn talenten kon botvieren. De combinatie van gelikte muziek en plat-Londense spitsvondigheden en dubbelzinnigheden werkt wonderwel en klinkt op de een of andere manier Engelser dan de Kinks en de Beatles bij elkaar.

Ian Dury 5Dury zocht graag de grenzen van het fatsoen op. Zinnen als ‘I had a love-affair with Nina/ In the back of my Cortina/ A seasoned-up hyena/ Could not have been more obscener’ uit ‘Billericay Dickie’ kom je in de popmuziek niet vaak tegen. Maar hij kon ook subtiel uit de hoek komen, zoals in het weemoedige portret van zijn vader, een laagopgeleide maar trotse chauffeur waarmee de zanger na jaren het contact herstelt: ‘Seven years went out the window / We met as one to one / Died before we’d done much talking / Relations had begun / All the while we thought about each other / All the best mate, from your son.’

Parkpop Den HaagDury’s platen in de jaren ’80 misten het sprankelende van de eerste twee. Ik verloor hem uit het oog – en een beetje uit het hart. Een keer, het moet in ’84 zijn geweest, zag ik hem optreden tijdens Parkpop in Den Haag. Daarvan herinner ik me alleen het loeiharde, diepe basgeluid dat mijn middenrif bijkans uit zijn voegen deed trillen. En dat de Spasticus Artisticus een uur te laat opkwam, naar verluidt vanwege plankenkoorts.

hoes mr love pantsDes te prettiger was mijn recente ontdekking van Mr. Love Pants, een onverwacht sterk album uit 1998, twee jaar voor Dury’s vroegtijdige dood. De chemie tussen Dury en Jankel werkt op deze plaat als vanouds en resulteert in hele reeks goeie nummers. Ik zou zeggen: check it out! Of pak New Boots and Panties of Do It Yourself er nog een keer bij.

Muziek als alimentatie – ‘Here, My Dear’ van Marvin Gaye

Geen guilty pleasures 1Voorlopig even geen guilty pleasures in Goeie Nummers, maar een eerlijk verhaal, zonder schaamte. Dat geldt zeker ook voor ‘Here My Dear’, een album met een wel heel bijzondere ontstaansgeschiedenis.

hoes Here, My DearWat was het geval? Soulzanger Marvin Gaye (1939-1984) stond van het begin van de jaren ’60 onder contract bij het bekende Motown-label van Berry Gordy. In 1963 trouwde hij met Anna Gordy (1922-2014), de zus van zijn baas. Het tumultueuze huwelijk strandde definitief in 1975. Na veel juridisch gesteggel werd overeengekomen dat Marvin nog één album voor Motown zou maken, waarvan de opbrengst voor een groot deel naar Anna zou gaan.

Marvin en Anna 1Het dubbelalbum, met de uitdagende titel Here, My Dear, riep bij verschijning in 1978 gemengde reacties op. Niet zo gek ook. Na zo’n voorgeschiedenis van ruzie en bittere compromissen verwachtte niemand een top-werkstuk. Waarom zou Gaye zijn best doen voor zo’n alimentatie-plaat, waarvan de opbrengsten vooral zijn ex en ex-zwager ten goede kwamen?

John Martyn hoes Grace & DangerInmiddels kunnen we met wat meer afstand luisteren. En dan blijkt Here, My Dear een ongewoon sterk break-upalbum. Fleetwood Mac maakte Rumours, John Martyn Grace and Danger, Bob Dylan Blood On The Tracks, Richard & Linda Thompson Shoot Out The Lights – stuk voor stuk intense platen waarbij het bloed en de tranen van stukgelopen huwelijken bijna uit de groeven lopen. Maar nergens gaat het er zo onverbloemd aan toe als op Here My Dear.

Marving Gaye 1Aan de songtitels ‘When did you stop loving me, when did I stop loving you’, ‘Anger’ and ‘I Met A Little Girl’ en ‘You Can Leave, But It’s Gonna Cost You’ kun je dat al aflezen. We hadden in die tijd nog geen reality-tv, anders zou men Here, My Dear reality-muziek hebben genoemd. Anna Gordy was in eerste instantie niet blij met al die openhartigheid en overwoog zelfs een rechtszaak. Het duurde een tijd voor ze – net als rest van de muziekwereld, trouwens – de klasse van het album kon inzien. Haar ex bleek uiteindelijk toch een monument voor hun huwelijk te hebben opgericht.

Marving Gaye in colbertjeWant al die openhartige bekentenissen, (zelf)verwijten en klachten worden verklankt in Gaye’s onnavolgbare stijl, met zijn meerstemmige achtergrondzang, geavanceerde akkoordenwisselingen en soepele grooves. De getroebleerde zanger gaf alles wat hij had. Want Marvin Gaye had niet alleen een van de mooiste stemmen uit de popgeschiedenis, hij was ook een rasartiest die gewoon geen slechte plaat kon afleveren.

JJ Cale – 17e-eeuwer in de Americana

Joost van den VondelTijdens mijn studie Nederlands maakte ik schoorvoetend kennis met de literatuur van de 17e eeuw. Het leek me nogal stoffig. Wat bleek? Als je er eenmaal mee bezig was, vond je in de gedichten en toneelstukken van Bredero, Huygens en de grote Vondel alles wat literatuur zo boeiend kan maken: drama, humor, prachtige taal en ontroering.

Een andere eye-opener was dat deze schrijvers uit de Renaissance vooral bezig waren met imiteren. Copyright bestond nog niet; originaliteit was geen belangrijk criterium voor kunstenaars. Dat nabootsen van beroemde klassieke voorbeelden begon met het kennen en opvolgen van de voorschriften van de verschillende literaire genres: translatio (vertalen) en imitatio (creatief bewerken). De schrijver moest eerst leren een tragedie, komedie of epos volgens de regelen der kunst op te zetten. De laatste en moeilijkste stap was de aemulatio: het overtreffen van de grote voorbeelden.

JJ CaleDe vorig jaar overleden JJ Cale doet in veel dingen denken aan die 17e-eeuwers. De bescheiden singer-songwriter uit Tulsa, Oklahoma kende de regels van de traditionele Amerikaanse muziekgenres als zijn broekzak, van country en rockabilly tot jazz en blues. Dat hoor je terug in het gemak, de loomheid, de losjes samenhangende ritmes, in de ruimte die zijn muziek altijd ademt.

stoofpotjeMaar Cale deed meer dan alleen de roots-genres volgen. Hij brouwde zijn eigen unieke stoofpotje, waarin hij de bekende stijlen door elkaar klutst terwijl ze toch herkenbaar blijven. Een vuurtje eronder en sudderen maar – dat is aemulatio à la JJ Cale. Zijn voorbeelden overtreft hij door op het juiste moment van de regels af te wijken, zoals in Crazy Mama, een blues die verrast door zijn melodieuze overgang. Of in Anyway The Wind Blows, waarin je blijft wachten op een wending die nooit komt.

The BreezeBij zijn overlijden vorige zomer was er vrij weinig aandacht in de media. Ten onrechte. Cale heeft de loop der popgeschiedenis toch aardig heeft bijgebogen. Misschien was die relatieve stilte voor Eric Clapton en een paar muzikale vrienden reden om onlangs een fijne tribute-cd te lanceren: The Breeze. An Appreciation of JJ Cale.

Eric ClaptonEric Clapton, Mark Knopfler, John Mayer, Tom Petty en een paar andere cracks kozen uit Cale’s rijke repertoire zestien goeie nummers en zetten die met veel liefde en respect opnieuw op de plaat. Met het mooiste respect dat je kunt bedenken. Sommige liedjes imiteren de meester zo sterk dat ze nauwelijks van het origineel zijn te onderscheiden, inclusief Cale’s kenmerkende mompelzang. Bij andere liedjes reiken ze vergeefs naar zijn niveau, als om hun nederigheid tegenover het grote voorbeeld te tonen. Maar een enkel nummer is juist net iets strakker, een solo wat puntiger, een groove iets dieper. Clapton & Friends beseften ook dat je de meester pas echt eert door hem hier en daar te overtreffen.

John Fullbright – nieuwe Americana-held uit Oklahoma

Onbewust denk ik vaak dat alles al gezongen of bezongen is. Dat het onmogelijk is nog iets betekenisvols toe te voegen aan alle mooie liedjes die al bestaan. Gelukkig blijkt af en toe dat dat niet zo is. Zoals onlangs, toen ik op mijn mp3-speler een nieuw album aanklikte van een onbekende Amerikaanse singer-songwriter: John Fullbright.

Wat goed is, komt snel. De debuut-cd van deze 26-jarige artiest uit Oklahoma, From the Ground Up (2012), werd meteen genomineerd voor een Grammy in de categorie Americana. Begin dit jaar kwam zijn tweede uit, simpelweg getiteld Songs. Beide platen staan vol persoonlijke liedjes, muzikaal uiteenlopend van folk, blues, gospel tot country. Prachtige melodieën, met eenvoudige begeleiding van gitaar, piano, bas, drums. Af en toe een viool, orgel, mondharmonica of slidegitaar om het af te maken.

Wat maakt Fullbright zo bijzonder? Allereerst zijn liedjes. Die klinken zo natuurlijk, het is net of ze altijd al bestaan hebben. Je snapt niet waarom ze er nog niet waren. Volgens hemzelf gaan zijn liedjes vooral over hoop; als ik ernaar luister hoor ik minstens evenveel vertwijfeling. God komt vaak om de hoek kijken, maar de duivel is ook nooit ver weg. Luister/kijk maar eens naar ‘Satan and St. Paul’.

Eugene O'Neill

Eugene O’Neill

Fullbright klinkt zo zuidelijk als muziek uit de zuidelijke staten van de VS maar kan klinken. Hij doet me denken aan wat ik me herinner van het werk van de Amerikaanse toneelschrijver Eugene O’Neill (1888-1953). Diens personages gaan veelal door eigen toedoen onafwendbaar op hun noodlot af. Ze willen het niet, maar door krachten sterker dan zijzelf (drankzucht, twijfel, het menselijk onvermogen) moeten ze wel ten onder gaan. En ze weten het, en ze vechten ertegen. Die strijd, daar staan de liedjes van Fullbright bol van.

john fullbright achter de pianoEn dan is er nog zijn stem. Niet alleen zuiver en fijn om naar te luisteren. Maar ook, op z’n zesentwintigste, zo doorleefd dat je een ziel van minstens honderd jaar vermoedt. Een stem die vol overtuiging kan smeken, grommen, treuren, smachten, zeuren en verachten.

Klinkt dit interessant? Volgende week treedt John Fullbright op in Nederland, onder andere in Utrecht (Tivoli-Vredenburg, 10 sept) en Rotterdam (LantarenVenster, 11 sept). Check him out, zou ik zeggen.

Loudon Wainwright III – de bevrijdende lach

humor en popmuziekPopmuziek en humor vormen geen gemakkelijk koppel. Humor in een liedje wordt gauw onderbroekenlol: nummers die de draak steken met officiële gelegenheden zoals Kerstmis en zo. En in de top van de jaarlijkse Top 2000 staan dan ook altijd superserieuze liedjes: Bohemian Rhapsody, Stairway to Heaven, Child in Time, Hotel California. Kunnen popmuziek en humor misschien beter elk hun eigen weg gaan?

Loudon Wainwright III met gitaarVolgens mij niet. Want er zijn humoristische popliedjes die van tijdloze en ongekende klasse zijn. Bijvoorbeeld van Randy Newman, over wie ik eerder al eens schreef. Of van Loudon Wainwright III, een andere grote Amerikaanse singer-songwriter. Wainwright (North-Carolina, 1946, tevens ex van folkzangeres Kate McGarrigle (1946-2010) en vader van artiesten Rufus en Martha) produceerde tot dusver meer dan twintig studioalbums vol openhartige liedjes.

cd Here Come the Choppers van LWIIIHij zingt onder meer over allerlei maatschappelijke onderwerpen, zoals internetpiraterij, de kredietcrisis of de obsessie van zijn landgenoten met militaire politieoperaties. In het hilarische ‘My biggest fan’ (Here Come the Choppers, 2005) portretteert Wainwright bijvoorbeeld een fan die qua onvolwassenheid, bezitterigheid en betweterigheid hopelijk het ergste in zijn soort vertegenwoordigt. Het nummer eindigt ermee dat deze oudere jongere Loudon doodleuk meedeelt dat hij weliswaar diens grootste fan is, maar dat zijn idool uiteraard Bob Dylan en Neil Young (‘Bob and Neil’) nog boven zich moet dulden!

DSC_0464Meestal haalt Wainwright zijn inspiratie van dichterbij: ouders, (ex-)partners en kinderen. Over de relatie met zijn kinderen schreef Wainwright diverse hartverscheurende liedjes, bijvoorbeeld Hitting You, dat pijnlijke herinneringen ophaalt aan de klap die hij eens aan tienerdochter Martha uitdeelde. Of A Father and a Son, waarin hij zijn moeizame relatie met Rufus vergelijkt met die tussen hemzelf en zijn vader (beide nummers van het sterke History uit 1992).

Loudon Wainwright III ca. 2005Een ander, heel ontroerend nummer is Five Years Old (Fame and Wealth, 1983), waarin hij als gescheiden vader de kleine Martha uitlegt waarom hij niet bij haar verjaardag kan zijn: ‘If you got some roses on your birthday / They’re from me / I won’t forget the day that you were born / Five years ago / We were happy and excited and we loved you so / You’re growing up so quickly / Now, I feel a little sad / That’s to be expected, after all I am your dad.’

Loudon Wainwright III liveHet klinkt allemaal best zwaar, maar het werkt gelukkig anders. Want Loudon Wainwright III pakt één voorval uit de werkelijkheid waar hij vervolgens diep in prikt, tot hij iets aantreft dat even absurd als waar is. En dat voelt dan als luisteraar weliswaar even niet fijn, maar daarna lach je, omdat het zo herkenbaar is en zo bevrijdend om het zo raak benoemd te horen. Ga hem zien als hij in het land is, want live – in zijn eentje met gitaar – is Wainwright helemaal een louterende ervaring.