popconcerten

MOJO: een halve eeuw feestjes bouwen

Dutch Mountains liggendEen tijdje geleden werden mijn romantische denkbeelden over de popmuziek flink door elkaar geschud door het boek Dutch Mountains van Peter Voskuil. De zeer informatieve turf laat zien dat het vaak niet de artiesten zijn die de koers van de popmuziek bepalen, maar de platenbazen en hun marketingmedewerkers – ik schreef daar al eens over.

MOJO boekDe tweede klap die ik onlangs geheel vrijwillig incasseerde, kwam van de grote Nederlandse concertpromotor MOJO. MOJO bestaat dit jaar een halve eeuw, en om dat te vieren is er een boek (MOJO: van pionieren in de polder tot concertgigant) en een tentoonstelling (MOJO Backstage, tot 1 sept in Museum Prinsenhof Delft). (meer…)

Concertetiquette 1 – Door de muziek heen ouwehoeren

poppubliek en handen in de luchtWanneer het begonnen is, kan ik niet aanwijzen. Het moet heel geleidelijk zijn gegaan in de afgelopen twintig, vijfentwintig jaar. Ik doel op het geklets, gewauwel, geouwehoer – hoe moet je het noemen -, om je heen tijdens live optredens. Heel irritant. Als concertganger probeer je je over te geven aan de muziek, de artiest legt zijn ziel bloot op het podium – en een groepje mensen naast jou kiest ervoor om op vol volume – ja, je moet wel over dat lawaai van die muziek heen komen –  iets te ‘delen’ over de nieuwste coole app of een belachelijke collega op kantoor. Je herkent dit vast wel.

04_FM09_cover_LRIk vraag me af waar dat irritante gedrag vandaan komt. In Filosofie Magazine las ik enige tijd geleden een interessante verklaring. Politiek filosoof Ivana Ivkovic betoogt dat in onze samenleving de waarden uit het privédomein, zoals eerlijkheid en spontaniteit, ook maatgevend zijn geworden in het openbare leven. We verwachten dat de straat tegenwoordig net zo comfortabel is als onze huiskamer – en we moeten dus overal kunnen doen alsof we thuis zijn. Waarmee de sfeer in de bus, trein of bioscoop voor anderen juist onbehaaglijk kan worden. Waarna de overheid weer kan proberen daar wat aan te doen via stiltecoupés, controlerende ambtenaren en bordjes met regels.

koptelefoon op bij concertAls concertganger wil je natuurlijk geen stiltecontroleurs of bordjes met ‘stiltegebied’. Maar wat doe je dan als een kwebbelkous jouw muziekgenot blijft verstoren? Negeren is een optie, maar dat is soms gewoon ondoenlijk. Een korte blik in de richting van het bierkransje ketst doorgaans af. De figuren aanspreken kan ook, maar je weet nooit hoe dat zal worden opgevat. Koptelefoon opzetten heeft andere nadelen.

stilte niet zingenEr zijn ook elegantere methoden. Waarvoor dan wel de artiest nodig is. Die kan de kletser isoleren door op heel laag volume te spelen. Hoe zachter de muziek, hoe meer een prater de onbewuste code doorbreekt dat die plek is bedoeld om naar muziek te luisteren.

Luka Bloom 3Een andere fraaie oplossing hoorde ik eens van een vriend die in de jaren ‘90 een solo-optreden van de Ierse folkzanger Luka Bloom in Paradiso bijwoonde. Bij aanvang van het concert in de hoofdstedelijke poptempel was Bloom bezig met de soundcheck. Zoals gebruikelijk vroeg hij aan het publiek of hij overal in de zaal goed te horen was. ‘Yes? Great. Can you also hear me back there at the bar? Okay. ‘Cause I can you hear you very well, too.’ Waarmee ook maar eens is aangetoond dat je een goeie diss ook buiten de rap kunt vinden.