Maand: januari 2015

Je hebt gewoon geen keus

220px-Neil_Diamond_2Vorige week schreef ik over guilty pleasures. Artiesten die niet cool zijn maar waaraan je je gewonnen moet geven. Je wilt het niet maar je moet wel. Je hebt gewoon geen keus. En om dan maar met de deur in huis te vallen: Neil Diamond is voor mij zo’n guilty pleasure , een artiest waar ik stiekem altijd al van hield – en vanaf vandaag dus in alle openheid.

Neil Diamond vroeger in rood pakIn mijn tienerjaren – de jaren ’70 – was de Amerikaanse singer-songwriter buitengewoon populair en in mijn vriendenkring tegelijkertijd volkomen fout. Die kitscherige sound. Dat wijd openvallende shirt en dat donkerbruine stemgeluid waarvoor vrouwelijke fans kennelijk in katzwijm vielen. Bah.

oude lp hoes Neil DiamondDe waarheid is dus dat ik Neil Diamond (Brooklyn, New York, 1941) al die tijd eigenlijk erg goed vond. Bovenop een paar simpele standaard akkoorden hebben zijn nummers bijvoorbeeld steevast een originele melodie die als nieuw klinkt. Ze hebben sfeer, drama. Een slecht nummer heeft hij nog nooit gemaakt. Razend knap.

220px-RickRubinSept09Met de legendarische producer Rick Rubin, de man die onder meer de carrière van Johnny Cash weer tot leven blies, nam Diamond het afgelopen decennium een paar sterke, sobere platen op: Three Chord Opera, 12 Songs en Home before dark. Zonder de overdadige orkestraties van vroeger is Diamonds klasse nog duidelijker. Bijvoorbeeld in ‘Save Me A Saturday Night’, ‘Delirious Love’ of ‘I’m On To You’ (alle drie van 12 Songs uit 2005). Luister maar.

hoesje Song Sung BlueIk was een jaar of 10 toen ik Diamonds ‘Song Sung Blue’ voor het eerst hoorde. Er zat zo’n huppel in die ook toen al allesbehalve cool was, maar ik vond het nummer meteen mooi. En nu, bij terugluisteren, hoor ik pas hoe magisch het is. ‘Song sung blue, everybody knows one’, ik hou ook erg van liedjes waarin onze universele menselijke aard bezongen wordt, de dingen waarin we elkaar herkennen. Zo, dan is die er ook maar meteen uit. Hier zijn de cruciale tekstregels, die ik onlangs voor het eerst bewust tot me nam:

Song sung blue / Everybody knows one / Song sung blue / Every garden grows one / Me and you are subject to the blues now and then / But when you take the blues and make a song / You sing them out again / Funny thing, but you can sing it with a cry in your voice / And before you know, start to feeling good / You simply got no choice

Guilty Pleasures

guilty pleasuresZe komen niet alleen in het echte leven voor, guilty pleasures. In de popmuziek net zo goed. Want zelfs in de ruige wereld van de rock & roll heb je taboes – en je hebt er ook een smaakpolitie: een soort consensus over wat Goede Muziek is en wat niet. Die bepaalt of een artiest cool is of niet. En zo kan het dus zomaar gebeuren dat je van Foute Muziek houdt. Je bent gecharmeerd van een artiest die totaal niet past bij je imago. Of, erger nog – bij je dierbare zelfbeeld. Muziek waar je echter, als je diep in je hart kijkt, stiekem gewoon van houdt.

private area public not allowedIn je jeugd is zo’n guilty pleasure een groter probleem dan later, dat staat wel vast. Op de middelbare school betekent hip of onhip zijn tenslotte zo’n beetje het verschil tussen hemel en hel, tussen bestaan of niet bestaan. Maar zijn we als volwassenen inmiddels geheel over die schaamte heen gegroeid? Droom lekker verder, zou ik zeggen. Zeker in kringen van serieuze popliefhebbers – of wat daarvoor moet doorgaan – zijn sommige artiesten en muzieksoorten behoorlijk taboe.

Dolly Parton 2Hoewel een geheel schaamteloze samenleving me geen pretje lijkt, ben ik voorstander van meer vrijheid ten opzichte van de muziekpolitie. Want schaamte leidt vaak tot schaamte over de schaamte, en zo verder. Niet fijn. Wat ik ook weet, is dat het heel bevrijdend kan voelen om toe te geven dat je bijvoorbeeld tot tranen toe geroerd wordt door ‘Jolene’ van Dolly Parton of ‘Stand By Your Man’ van Tammy Wynette. Zo, die is eruit. En het leuke is, dat je na zo’n uitspraak meestal best manmoedig de consequenties kunt dragen. Veel gemakkelijker dan je vooraf denkt.

politielogoDe komende tijd wil ik daarom in Goeie Nummers uit de kast komen met nog een paar van mijn popmuzikale guilty pleasures. Ik ben benieuwd naar reacties van lezers – en ook of mensen mijn voorbeeld durven volgen. Eén ding kan ik daarbij beloven – mijn eigen innerlijke smaakagent krijgt een paar weken verlof.

Albumverjaardag – ‘Live at Massey Hall’ van Neil Young

Neil Young 3Als iemand de soundtrack van mijn tienerjaren bepaalde, was het wel Neil Young. Zoals wel meer pubers was ik tamelijk ontvankelijk voor gevoelens van eenzaamheid en neerslachtigheid – én voor manieren om daaraan te ontkomen. De Canadese singer-songwriter bood mij zo’n ontsnappingsroute. Met zijn hoge, klaaglijke stem drukte hij op de een of andere manier precies uit wat ik voelde. En gedeelde smart is tenslotte halve smart.

Neil Young hoes Live at Massey HallOp 19 januari 1971, vandaag op de kop af 44 jaar geleden, gaf Neil Young (1945) een soloconcert voor een enthousiast publiek in zijn geboortestad Toronto. Zijn toenmalige manager David Briggs vond de opnames zo goed dat hij voorstelde ze meteen als live-plaat uit te brengen. Maar de eigenzinnige Young concentreerde zich liever op zijn nieuwe studio-album Harvest. Het zou tot 2007 duren voordat Live at Massey Hall eindelijk officieel uitkwam.

Neil Young - hoes After the GoldrushIn 1971 heeft Young, op zijn 26e, al heel wat op zijn naam staan als hij begint aan een solotournee door Noord-Amerika: Buffalo Springfield, Crosby, Stills, Nash & Young en drie goed onthaalde soloalbums (zijn titelloze debuutalbum, Everybody Knows This Is Nowhere en After the Goldrush). Maar waar zijn studioalbums uit die tijd vaak uitgebreide arrangementen hebben, is Young op Live in Massey Hall volledig op zichzelf aangewezen: een zanger alleen, zichzelf begeleidend op akoestische gitaar of piano. Unplugged uit de tijd dat die term nog niet bestond.

Neil Young 2En Young is in de concertzaal in Toronto geweldig in vorm. Tussen de nummers door vertelt hij anekdotes, stemt z’n gitaar bij, maakt grapjes die bij het thuispubliek in goede aarde vallen. Zijn zang is krachtig en vast, z’n gitaarspel trefzeker. En dan die liedjes. In deze pure vorm valt eens te meer op hoe goed ze zijn. Er zitten nummers tussen die op dat moment voor Youngs publiek gloednieuw zijn, maar die zouden uitgroeien tot klassiekers in zijn oeuvre, zoals ‘Heart of Gold’ en ‘Old Man’.

Neil Young 4Young doet in Massey Hall waarin hij een meester is: spelen op de emotie, in de beste betekenis van de uitdrukking. Elke stembuiging, elk woord komt aan. Al luisterend kom je steeds een stapje dichter bij het verdriet – en bij de troost. Langzaam laat je je zakken in dat weldadige bad vol melancholie. Alles spoelt van je af.

Het is prachtig dat Live at Massey Hall uiteindelijk toch uit Youngs archieven is gehaald om de wereld ervan te laten genieten. Voor mij had dat wel een paar decennia eerder mogen gebeuren.

Kippenvel – ‘Iedereen is van de wereld’ van The Scene

The SceneHet was ergens begin jaren ’90, tijdens Parkpop in Den Haag. De middagzon brandde aan de hemel. Op het podium in het Zuiderpark stond The Scene. Thé Lau en zijn band, altijd al een vette live-act, zetten in het Zuiderpark een set neer waar de vonken vanaf spatten. Hoogtepunt: ‘Iedereen is van de wereld’.

‘Dit is voor de misfits die je / her en der alleen ziet staan. / Die onder straatlantaarns eten / en drinken bij de volle maan.’

Parkpop Den HaagIedereen is van de wereld kwam uit in 1991, werd nooit een grote hit maar groeide in de loop der tijd wel uit tot een Nederlandse popklassieker. Een lied dat je in vervoering brengt, dat verbroedert. Het is zo’n typisch The Scene-nummer, stoer en gevoelig, met zijn korte zinnen en repeterende gitaarriffs. Het knappe van het nummer is dat het de solidariteit tussen alle mensen predikt zonder te vermanen. Je wordt persoonlijk aangesproken als luisteraar, als onderdeel van het publiek. Live werkt dat helemaal geweldig.

‘Rood zwart wit geel, jong oud, man of vrouw / In het donker kan ik jou niet zien, / maar deze is van ons aan jou. / En ik hef het glas op jouw gezondheid / want jij staat niet alleen’

The Lau‘Iedereen is van de wereld’ roept mededogen op, verschillen worden onbelangrijk. Het lied stelt simpelweg dat er plaats is voor elk individu, ook voor de verschoppelingen. Maar vooral voor jou: jij hoort er ook bij – net als ieder ander. ‘Iedereen is van de wereld en de wereld is van iedereen’.

menigte in zuiderparkIets magisch gebeurde zo’n twintig jaar geleden met die swingende, meezingende menigte in het Zuiderpark waar ik deel van uitmaakte. Een groep losse individuen veranderde tijdens het opzwepende nummer in één grote brok solidariteit. Het was zo’n moment dat je niet meer vergeet. Kippenvel.

En iets van dat gevoel, van die verbroedering, namen we mee van dat veld in Den Haag. Een kostbaar bezit in tijden dat verschillen tussen groepen te veel nadruk dreigen te krijgen.

Kun je schrijven over muziek?

boekschap met muziekboekenDat lijkt misschien een gekke vraag voor een blog over muziek. Maar ik doel niet op de tekst of de ontstaansgeschiedenis van nummers, maar op de muziek zelf, de klanken van stemmen en instrumenten. Hoe schrijf je daar op zo’n manier over dat iemand anders zich bij de woorden het bedoelde geluid kan voorstellen?

Er wordt wel gezegd dat muziek begint waar de taal ophoudt. Als dat waar is, hoe kun je dan toch een zinnige poging wagen om erover te schrijven? Er zijn wel een paar opties, denk ik, hoe onvolmaakt ook:

Tori Amos miles davis Kind of BlueReferenties en genre-aanduidingen. Je kunt bijvoorbeeld komen met: ‘Ze is de Nederlandse Elvis Presley’, ‘hun muziek zit ergens tussen Mumford & Sons, Miles Davis en Tori Amos’, of ‘hij is een Johnny Cash on speed’. Dat soort intrigerende verwijzingen. Of je hebt het over jengel-pop, krautrock, indie, hardcore, alt.country, emo, garagerock, roots. Maar als je al niet confuus wordt van deze kretologie, die verwijzingen en genres blijven toch afgeleiden. Ze doen de individuele artiest altijd tekort. Je ziet hem of haar via etiketten, via een reeks vervormende spiegels. De muziek zelf blijft buiten beeld.

bijvoeglijke naamwoordenBijvoeglijke naamwoorden. De taal stelt ons daarvan een behoorlijk aantal ter beschikking: bonkende drums, zompige beat, loodzware riffs, scheurende gitaren, pompende bas, spaarzame productie, gruizige zang, ruisende synthesizers, warme bariton. En ga zo nog maar even door. Maar wat betekenen ze? Vaak verworden de meest succesvolle van deze uitdrukkingen tot nietszeggende clichés.

Er is nog een betere mogelijkheid – maar dat is dan ook wel de moeilijkste:

266px-Guido_GezelleDe dichtkunst. De poëzie, afkomstig uit de liedkunst, kan voor ons uiteindelijk ook de brug terug naar de muziek vormen. Want goede gedichten laten taal zingen. Of swingen. Lees bijvoorbeeld hardop Herman Gorter (Meiof Paul van Ostaijen (‘Marc groet ’s morgens de dingen’). De muzikaalste van alle dichters is wellicht Guido Gezelle. Het werk van de Vlaamse dichter-priester (1830-1899) werd niet voor niets al vaak op muziek gezet. Gezelle kon het meest verstilde landschap met zijn taal tot leven weken. En in het gedicht ’t Schrijverke wist hij zelfs de bewegingen van een waterkever in klank en ritme te vangen. Hier de eerste regels:

“O Krinklende winklende waterding / met ‘t zwarte kabotseken aan, / wat zien ik toch geren uw kopke flink / al schrijven op ‘t waterke gaan! / Gij leeft en gij roert en gij loopt zo snel, / al zie ‘k u noch arrem noch been; / gij wendt en gij weet uwen weg zo wel, / al zie ‘k u geen ooge, geen één. / Wat waart, of wat zijt, of wat zult gij zijn? / Verklaar het en zeg het mij, toe! / Wat zijt gij toch, blinkende knopke fijn, / dat nimmer van schrijven zijt moe?”

I rest my case.