boeken

De schrijver en de zanger

George SaundersEen tijd geleden verwonderde ik me erover dat popartiesten in interviews veel vaker praten over hun lievelingsboeken dan schrijvers over hun favoriete popmuziek. Maar het kan verkeren. Eerst was het Zadie Smith die in haar essaybundel Feel Free verhaalde hoe ze als dertiger opeens van Joni Mitchell-hater in dikke fan veranderde. Daarna was het de beurt aan Man Booker Prize-winnaar George Saunders, die op internet een ‘epic conversation’ had met Wilco-frontman Jeff Tweedy.

Jeff Tweedy2Laten die twee nu net allebei hoog op mijn favorietenlijstjes staan. Saunders met zijn bekroonde roman Lincoln in the bardo, Tweedy onder meer met het Wilco-album Yankee Hotel Foxtrot, een moderne klassieker uit 2000. En die epische conversatie (bijna 60 minuten) tussen de schrijver en de muzikant stelt niet teleur. Saunders is geen gewone vragensteller, hij is een kunstenaar, iemand met een eigen visie, die op voet van gelijkheid en met nieuwsgierigheid het gesprek met Tweedy aangaat. Het resultaat is aanmerkelijk diepgravender dan het doorsnee rock-interview.

hoes born to run bruce springsteenCentraal staan de kunst en het leven. We horen Tweedy vertellen over zijn recente hoge productie (‘tussen je 45e en je 55e ben je het meest productief’, zei zijn onlangs overleden vader), over ambitie (wordt vaak verward met carrièredrang, maar gaat over iets goeds willen maken), albumpromotie (fijn om te doen, want de focus ligt op wat je hebt gemaakt, niet op jezelf). We horen ook het sterke maar vast waargebeurde verhaal hoe Tweedy zijn klasgenoten op de middelbare school probeerde wijs te maken dat hij de maker was van Springsteens Born To Run (‘voorstellingsvermogen helpt je bij het realiseren van dromen,’ weet de zanger – spits gevonden, Jeff).

Tweedy WarmerHet gesprek toont intieme inkijkjes in Tweedy’s leven en werk, zonder dat het voyeuristisch aanvoelt. Op een gegeven moment komt het gesprek op het gezinsleven, dat voor Tweedy (zo’n 25 jaar getrouwd, twee bijna volwassen zoons) een bron van vreugde vormt. En dan dringt zich de onvermijdelijke vraag op: een stabiel gezin, troostrijke liedjes, is dat wel rock-‘n-roll? Waar is de generatiekloof? Nou, nergens dus. ‘Normal people doing abnormal things’, dat is voor de Wilco-frontman de definitie van echte popmuziek.

troost handenVoor Saunders is troost een kernbegrip, zoals hij ook elders uitdraagt. De kunsten, zegt hij, hebben zich te lang en te veel gefocust op afbreken en afrekenen. Kunst moet vooral troost bieden – troost voor het besef dat alles in het leven eindig is. De schrijver noemt Tweedy ‘the ultimate consolation-poet’, iemand wiens liefdesliedjes empathisch zijn zonder zoetsappig te worden.

Yankee Hotel FoxtrotZo’n soort gesprek – een echte uitwisseling – kun je dus krijgen als een romanschrijver zich wél publiekelijk tot de popmuziek bekent. Geen standaardvragen en -antwoorden maar uitspraken om over na te denken. Pure winst. En voor wie geen tijd heeft om het hele interview tot zich te nemen – je kunt je natuurlijk ook gewoon laten troosten door de liedjes van Tweedy en zijn band. Zoals Love Is Everywhere (Beware). Of I Am Trying To Break Your Heart. Of Either Way.

Wanneer wordt popmuziek literatuur?

Bob Dylan 2We zitten in de week van de Nobelprijzen, voor wetenschap, vrede en literatuur. Drie jaar geleden ging ’s werelds meest prestigieuze literatuurprijs voor het eerst niet naar iemand die woorden op papier zet, maar naar iemand die ze zingt: Bob Dylan. Er ontstond meteen gemor want zonder zijn muziek, zo klonk het, zouden zijn woorden niet standhouden, en dus behoorde zijn werk niet tot de literatuur.

patti smihtDaarna was er nog meer gedoe. De eigenzinnige singer-songwriter reageerde pas na twee weken op de toekenning, ging niet zelf naar de uitreikingsceremonie maar vaardigde punkdichteres Patti Smith af, die in Stockholm vervolgens haperde tijdens het zingen van A Hard Rain’s Gonna Fall. En pas in juni 2017, vlak voor de deadline, volgde Dylans verplichte dankspeech aan het adres van het Nobelcomité, via een opgenomen videoboodschap. Alsof zijn reputatie van grillig rockfenomeen nog bevestiging nodig had. (meer…)

Beste Sandy,

Sandy Denny hoesIn je dagboeken schreef je brieven aan jezelf, en je liedjes klonken als flessenpost aan de wereld. Daarom voel ik me vrij genoeg om jou nu te schrijven, precies veertig jaar nadat je van ons wegging, op 21 april 1978. Hoewel jij me nog minder goed kent dan ik jou.

Sandy Denny2Ik stel me voor dat er ergens in de pophemel een rij postvakken staat waarin op onverklaarbare manier brieven vanuit onze wereld terechtkomen. In wisselende frequenties en hoeveelheden. Dat jullie met een schuin oog elkaars vakjes in de gaten houden en elkaar vervolgens halfhartig feliciteren met de oogst van de dag.

liege & liefWant zo verging het jou bij leven ook. Als Brits meisje uit de middenklasse werd je midden jaren 60 al gegrepen door de Londense folkscene. Dat was je leerschool. In je eentje met een gitaar op een podium. Een paar jaar later, op 21e, straalde je in Fairport Convention, groeide zelfs uit tot het boegbeeld van de Engelse folkrockband, beter gezegd tot hun sirene. Je stem herbergde het lief en leed van wel duizend jaar. Ik weet niet of je daar iets kunt horen, maar ik luister nu terug naar de traditional She Moves Through the Fair  en natuurlijk naar jouw eigen Who knows where the time goes. Kippenvel.

hoes SandyBewonderaars had je genoeg, ook met je band Fotheringay (1970-1971) maar je was even onzeker als overtuigd van je eigen klasse. Je solocarrière kwam nooit echt van de grond, ondanks liedjes als Late November. Met de kennis van nu: vanuit de folk of de folkrock doorbreken naar de pop was bijna onmogelijk. Aan de overkant van de plas deden collega’s dat wel: Bob Dylan, James Taylor, Joni Mitchell (mocht je je afvragen waar ze blijven, ze zijn nog hier). Maar niet in het Verenigd Koninkrijk, niet vanuit de Britse folk.

cover I've always kept a unicornIk las je biografie, I’ve Always Kept A Unicorn, die ruim vijfendertig jaar na je vertrek verscheen. Met daarin zo’n beetje heel je leven. Je vreugdes, je worstelingen. Opkomst en ondergang. Het verhaal stemt triest, om de druk die jou te veel werd en de verwijten die je jezelf maakte. En vanwege die stomme drugs en alcohol die jou alleen verder lieten afdrijven.

amy winehouse 3Richard Thompson, je muziekvriend, vond destijds in zijn nieuwe religie een manier om je vertrek te accepteren. Maar ik, niet gezegend met zo’n sterk geloof, kan dat niet. Ik moest denken aan Nick Drake, maar vooral aan Amy Winehouse. Misschien ben je haar al tegengekomen, ze is een paar jaar jonger nog dan jij. Ook zo’n ongelooflijk talent, zo’n geschenk voor alle stervelingen met oren. En net als bij Amy voel ik de drang om terug te reiken, door de tijd heen, en iets te doen. Iets. Ik weet, het is een futiele, kinderachtige gedachte. Maar toch.

Wat dacht je zelf, tegen het einde van je leven? Berustte je, zoals sommigen zeggen, of toch niet? Misschien is een antwoord te vinden in een van je mooiste maar ook droevigste liedjes, Solo:

Sandy DennyI could tell you that the grass is really greener
On the other side of the hill
But I can’t communicate with you
And I guess I never will

We’ve all, all gone solo
We all play solo
Ain’t life, life a solo?

 

Een Wereldster

omslag Roger Steffens Bob MarleyEen tijdje terug schreef ik hier op Goeie Nummers over reggaelegende Bob Marley als goedheiligman, omdat hij op 5 december 1975 zijn prachtplaat Live! uitbracht en me zo liet kennismaken met de reggae. Toch heb ik me sindsdien nooit echt in de beroemde Jamaicaanse zanger en bandleider verdiept. Vorige week kwam daar verandering in door een nieuwe biografie, eenvoudigweg getiteld Bob Marley, van de hand van de Amerikaanse reggae-expert Roger Steffens.

Wailer Marley en ToshSteffens wekt de wereld van de hoofdpersoon tot leven alsof je er zelf bij bent.  Hij laat Marleys levensverhaal grotendeels vertellen door een lange stoet vrienden, bandleden en andere betrokkenen, vanaf Marleys jongensjaren tot zijn vroegtijdige dood aan kanker in 1981. Zo krijgen we onder meer een levendig beeld van de jeugdige zanger in de Jamaicaanse hoofdstad Kingston, waar hij in de jaren 60 met muzikale kompanen Peter Tosh en Bunny Wailer eindeloos oefent op meerstemmige zangpartijen, geïnspireerd door de Amerikaanse popsoul van Curtis Mayfield en diens groep The Impressions.

kaart Caribisch gebiedNog interessanter wordt zo’n levensbeschrijving als die je de ogen opent voor iets wat je tot dusver over het hoofd hebt gezien. Het is misschien wat naïef, maar ik beschouwde Bob Marley en zijn Wailers onbewust altijd als een soort Amerikaanse artiesten. Jamaica lag in de Cariben, dus vanuit hier gezien dicht bij de VS. En ze zongen in het Engels – een ongebruikelijk Engels weliswaar, maar niet moeilijker te verstaan dan dat van Otis Redding of Bob Dylan.

Bob Marley 2 - kopieDoor Steffens boek besefte ik dat ik het al die tijd verkeerd zag. Marley was een artiest uit de Derde Wereld, niet uit Amerika. Het Jamaica van Marleys tijd was een voormalige Britse kolonie die pas in 1962 onafhankelijk werd. Een witte bovenlaag maakte er nog steeds de dienst uit. De zwarte bevolking was veelal straatarm. Jamaica deed dus in veel opzichten meer denken aan Zimbabwe of Zuid-Afrika dan aan de VS.

Bob Marley naast Che Guevara op muurAls aanhanger van het Rastafari-geloof was Marley ook sterk gericht op Afrika, met Ethiopië als het beloofde land waar zijn volk in vrede zou kunnen leven. Meer dan wie ook gaf hij een stem aan de onderdrukte zwarte bevolking in Afrika en de diaspora. En het Afro-Amerikaanse publiek dat Marley heel graag wilde bereiken haakte pas een stuk later aan, toen hij na zijn dood echt een Wereldster werd en sommigen hem zelfs als een profeet gingen beschouwen.

Tosh Marley WailerDoor deze biografie, die gelukkig niet meedoet aan die heiligenverering, ging ik ook opnieuw naar Marleys werk luisteren. Naar Rat Race. Naar Lively Up Yourself. Naar Concrete Jungle (uit 1973, nog met Tosh en Wailer). Onveranderd mooi en opwindend, en toch anders dan voorheen.

 

 

 

 

Fietsen naar de stad van de zonde

Leendert van der ValkWie de bakermat van de popmuziek wil bezoeken kan de legendarische Route 66 nemen: de snelweg van Memphis (rock-‘n-roll), door de Mississippi Delta (blues) naar de ‘City of Sin’ New Orleans (jazz). Vele muziekpelgrims legden deze tocht al af. De Nederlandse muziekjournalist Leendert van der Valk besloot het anders te doen. Samen met zijn vriendin Winnie ging hij – Hollandser kan bijna niet – op de fiets.

DuivelsmuziekWant alleen zo, over kleine weggetjes, dicht op het land, dacht Van der Valk, kun je echt in contact komen met het hete, lege en vaak zompige land in het zuiden van de VS dat de rock-‘n-roll, blues, jazz en rythm-and-blues voortbracht. Het resultaat van die soms hachelijke fietstocht is Duivelsmuziek: een zeer leesbaar en informatief boek voor wie zich (verder) wil verdiepen in de wortels van de hedendaagse popmuziek.

hoes They Call Me Muddy WatersIn Duivelsmuziek, dat de shortlist van de Bob den Uyl-prijs voor reisverhalen haalde, reis je mee in de slipstream van het Nederlandse tweetal: naar een gevangenis die functioneert als katoenplantage en radiostation. Naar Howlin’ Wolf en Muddy Waters, naar voodoofunk, gospel en Caribische straatjazz in New Orleans.

Robert Johnson met tekstIn een van de mooiste scènes, waarin hilariteit en huiver met elkaar wedijveren, begeven Leendert en Winnie zich rond middernacht te voet naar de crossroads: het kruispunt waar bluesicoon Robert Johnson volgens de legende rond 1930 zijn ziel aan de duivel verkocht in ruil voor zijn onnavolgbare gitaarspel. De duivel ontmoeten ze er niet, en de geest van Johnson evenmin. Maar Van der Valk grijpt het verhaal aan om duidelijk te maken welke rol het voodoo-geloof speelde in de oervormen van de popmuziek – voor mij een eye-opener.

hoes The very best of Dr. JohnDe duivel van Johnson, zo blijkt, was naar alle waarschijnlijkheid een omvorming van Papa Legba, een voodoo-god die vaak bemiddelt tussen mensen en andere goden. Voodoo wordt vaak versimpeld tot een griezelig bijgeloof met naalden en poppetjes. In werkelijkheid hielp het vanuit Afrika meegenomen geloof de slaven om in het verborgene, buiten het zicht van plantagehouders, de spirituele banden met het vaderland te behouden. Om dan uiteindelijk in een andere vorm in de blues en New Orleans jazzfunk terecht te komen: zie Hoochie Coochie Man van Muddy Waters of later in I Walk on Guilded Splinters van Dr. John.

VoudouHet beste nieuws is dat Van der Valk zijn journalistieke zoektocht naar voodoo – ditmaal vermoedelijk niet per fiets – heeft voortgezet vanaf New Orleans naar de Cariben, West-Afrika en verder, tot en met een oer-Hollandse gymzaal in Zaandam. Zijn boek Voudou, begeleid door een cd met salsa, jazz, kaseko, blues en funk, is net uit. Op VPRO’s Vrije Geluiden vind je ook een interview met Van der Valk en enkele video’s van zijn voodoo-reizen. Check it out.

Donderweg – als in een roadmovie door de rock & roll

DonderwegJaap Boots (Bergen, 1961) was jarenlang dj bij de VPRO-radio (o.m. Villa 65, Club3VOOR12, Shouting Boots), speelde in diverse bands en schreef over popmuziek voor Vrij Nederland en HP/De Tijd. Begin dit jaar nam hij afscheid bij de radio. Boots ‘paste niet meer in het zenderplaatje’ of zoiets. Gelukkig is er nu een boek.

Bruce 3In Donderweg – de zeer letterlijke vertaling van ‘Thunder Road’ van Bruce Springsteen – vertelt Boots aanstekelijk en vol vaart over zijn ervaringen in de wereld van de popmuziek – of rock & roll, zoals hij het zelf noemt. Over zijn ontmoetingen met artiesten, over zijn radio- en tv-werk en over de plaats van popmuziek in zijn eigen leven. Het knappe is: Boots is observator én fan tegelijk.

Donderweg heeft als ondertitel ‘Mijn leven in de fast lane van de popmuziek’. Ik vermoed hier enige ironie. Hoe dan ook, het boek staat vol prachtige anekdotes. Over helden die in werkelijkheid ook echt helden blijken te zijn, zoals Tom Waits en Iggy Pop. Over een overweldigend concert van metalband Slayer in de Leidse Groenoordhallen, waar Boots bijna ten onder gaat in een zee van bier, zweet, modder en decibellen. Over het pure entertainment van de Golden Earring waarin hij ondanks zichzelf wordt meegezogen. En nog veel meer.

djEen groot deel van de internationale alternatieve popscene komt in Donderweg voorbij. Tegelijk is het boek zeer herkenbaar Hollands, met een kelderdiscotheek, saaie duindorpen waar het altijd waait en inkijkjes in het medialand van Hilversum: de wereld van radiomakers, omroepbazen en zendercoördinators, waarin ‘de muziekpolitie’ het steeds meer voor het zeggen heeft.

Joe Jackson - hoes Is She Really Going Out With HimMaar het mooiste zijn de persoonlijke stukken over ‘wat rock & roll met je doet’, zoals Boots het zelf zegt. Zo is Springsteen voor de opgroeiende Jaap als een begripvolle grote broer. En Joe Jacksons ‘Is She Really Going Out With Him?’ biedt hem in zijn puberjaren een waardige plek als toeschouwer. Later is er Nick Cave, die een speciale positie in Boots’ hart inneemt omdat diens From Her To Eternity het enige was dat hem als twintiger troost bood in een pijnlijk rouwproces.

roadmovieDonderweg leest als een trein. Of eigenlijk als een roadmovie. Een film waarin je samen met de hoofdfiguur in een grote oude auto door een weids rock & roll-landschap zoeft. Onderweg ontmoet je de meest wonderlijke figuren en neem je afslagen naar het onbekende. En kom je tot een paar frisse inzichten waarmee je verder kunt. Zo’n boek is Donderweg. Dus als je nog iets zoekt dat ze voor jou onder de kerstboom mogen leggen …

Donderweg affiche theatershowP.S. Jaap Boots maakte op basis van Donderweg ook een one-man-theatershow. Met plaatjes en live-muziek. Ik las lovende recensies. Zijn speellijst vind je hier.

 

Talking Heads: Ratio x Vrijheid = Emotie

David Byrne met boekAfgelopen weekend was David Byrne, de voormalige voorman van Talking Heads, in Nederland om zijn boek How Music Works te promoten. Byrne’s boek lijkt me zeer interessante kost, maar ik dacht toch vooral terug aan de grote bijdrage van deze New Yorkse artiest aan de popmuziek: de baanbrekende formule R x V = E (Ratio x Vrijheid = Emotie).

250px-Talking_Heads live 1978R: Om als popgroep geloofwaardig te zijn, moest je tot eind jaren ’70 vooral puur en primitief klinken. Talking Heads brak volledig met die traditie. Alles aan deze avantgarde-popgroep was bedacht. De ritmes waren staccato, machine-achtig. De optredens afstandelijk (nummers werden steevast aangekondigd met: ‘the name of de next song is …’). De zanger klonk als een soort robot. En dan die teksten. Die gingen niet over ‘jongen ontmoet meisje’, maar over gebouwen en voedsel. Over huizen en brand. Over de overheid en de hemel: ‘Heaven is a place where nothing ever happens.’

wolkenkrabbers New YorkV: David Byrne (1952) is een kunstenaar verdwaald in de popwereld. Naast zijn muziek houdt hij zich bezig met schrijven, film, ballet en beeldende kunst. Byrne stelt vragen in plaats van gewoon te doen. Pop-regels zijn er om te doorbreken. Met Talking Heads was hij zo vrij om de energie van de punk en de afro-funk te combineren met een koud, gestript wereldbeeld. Zijn nummers leggen een onderliggend patroon van onze samenleving bloot: de moderne westerse mens is een eenzame ziel, dolend tussen oppermachtige betonnen structuren die niets met hemzelf te maken hebben. Met de onmogelijke opdracht om er toch een thuis in te vinden. Love goes to building on fire.

robot met trompet rechtsE: De verstandelijke Talking Heads-muziek weet toch vaak sterke emoties op te roepen. Waar hem dat in zit? Misschien in de hartstocht die onder de verkrampte klanken doorklinkt, de drive van de ritmes. Luister nog maar eens naar Slippery People. Maar uiteindelijk, denk ik, schuilt de kracht toch vooral in de herkenbaarheid. Herkenbaarheid? Ja. Iets van onszelf herkennen we in die verlaten figuur die te midden van een woud van wolkenkrabbers woeste kreten uitstoot. De muziek van Talking Heads roept mededogen op met de eenzame robot in onszelf.