Maand: december 2014

Mijn eigen eindejaarslijstje

Kortgeleden besprak ik de eindejaarslijstjes van anderen. Op de valreep is het misschien leuk om te laten weten wat Goeie Nummers uit de oogst van het afgelopen jaar heeft geplukt.

Sowieso zat het jaar vol persoonlijke ontdekkingen, zoals de alt-country van Hiss Golden Messengers (Haw), de soul-folk van Michael Kiwanuka (Home Again), en de knetterlekkere salsa van Africando (Viva Africando). En met herontdekkingen, zoals Here, My Dear van Marvin Gaye en Street Legal van Bob Dylan – platen die bij nadere beluistering veel beter blijken dan gedacht. Maar die albums komen allemaal niet uit 2014, en bij eindejaarslijstjes moet je streng zijn.

Goeie Nummers is vooral van de korte baan. Daarom geen album-top 100, 50 of 10, maar een oude vertrouwde top 5. Voor trouwe lezers van dit blog kent het lijstje wellicht weinig verrassingen. Hoe dan ook, hier is-ie, in willekeurige volgorde:

old crow medicine show RemedyOld Crow Medicine Show Remedy. Met bands als deze haalt de traditionele Amerikaanse muziek met glans het eind van de 21e eeuw. Sterke tijdloze liedjes waar je vrolijk van wordt, met authentiek instrumentarium als banjo, fiddle, mondharmonica enzovoort.

Richard Thompson Acoustic ClassicsRichard Thompson – Acoustic Classics. 14 hoogtepunten uit zijn rijke repertoire, nu opnieuw opgenomen met alleen zang en gitaar. In deze spaarzame en gloedvolle uitvoeringen hoor je nog beter hoe vreselijk goed zijn liedjes zijn. Ik raak maar niet uitgeluisterd.

John Fullbright - SongsJohn Fullbright – Songs. Even sober opgenomen als de klassiekers van Richard Thompson. Zang, gitaar, piano. De jonge singer-songwriter zingt met zijn lome en soepele stem liedjes op het smalle koord tussen hoop en wanhoop. Luister naar Happy.

The BreezeEric Clapton & Friends – The Breeze. An Appreciation of JJ Cale. Een prachtig eerbetoon aan de in 2013 overleden meester. Een plaat die het voorbeeld soms net niet en soms net wél overtreft. Precies zoals Cale het gewild zou hebben, ben je geneigd te denken.

Sharon Van Etten - Are We ThereSharon Van Etten – Are We There. Normaal gesproken laat ik me niet zo snel meeslepen door zware woorden en gedragen klanken. Maar deze Amerikaanse singer-songwriter brengt haar zieleroerselen zo overtuigend dat relativeren volslagen onzinnig wordt.

Met de beste muziekwensen voor 2015!

Het mooiste kerstlied

Joni Mitchell BlueMijn favoriete kerstlied is een nummer dat eigenlijk geen kerstlied is. Hoop en saamhorigheid zijn er niet in te ontdekken. Maar River, van Joni Mitchells sterk autobiografische album Blue (1971), raakt wel een snaar diep vanbinnen.

It’s coming on Christmas / They’re cutting down trees / They’re putting up reindeer / And singing songs of joy and peace / Oh, I wish I had a river I could skate away on.

Joni MitchellDe zangeres is haar lief kwijt. Verdriet en zelfverwijt strijden om voorrang. Ontheemd voelt Mitchell zich ook. Ver weg van haar vaderland Canada, in het groene Californië met zijn merkwaardige muziekwereldje. De gezellige kerstrituelen maken dat alles nog ondraaglijker. Alleen een bevroren rivier lijkt een oplossing te kunnen bieden:

I wish I had a river so long / I would teach my feet to fly / Oh, I wish I had a river I could skate away on / I made my baby say goodbye.

Hoe persoonlijk ook, ‘River’ is herkenbaar voor iedereen die het gevoel van zweven op de ijzers kent. En vooral voor hen die zich oneindig ver verwijderd voelen van hun directe omgeving. Het lied steekt al die eenzame zielen een hart onder de riem door te zeggen: er is een uitweg. Als het gezelschap van mensen je niets te bieden heeft, is er altijd – in de werkelijkheid of in je hoofd – nog het lege landschap van sneeuw en ijs dat jou wel begrijpt. Het maakt ‘River’ tot een van de ontroerendste (kerst)liedjes die ik ken.

Heb je ook een mooi kerstnummer dat je wilt delen? Wees welkom om dat hier te doen.

Eindejaarslijstjes

oliebollenWat is december toch een heerlijke maand. Niet alleen vanwege de feestelijkheden, de oliebollen en de drankjes, maar zeker ook vanwege de eindejaarslijstjes: de overzichten van de beste albums van het afgelopen jaar. Een immense muziekoogst teruggebracht tot iets hanteerbaars waarin kaf van koren is gescheiden. Heel prettig. De afgelopen weken heb ik al een flink aantal eindejaarslijstjes geturfd. Ik licht er drie uit.

de Volkskrant - logoDe Volkskrant gooide ditmaal alle genres (klassiek, jazz, pop, wereld) door elkaar in een lijst met de 50 beste albums van 2014, samengesteld in een overleg tussen alle recensenten. Ik was daar graag bij geweest, als een vlieg op de muur. Om te zien hoe dat communiceert, die klassiek geschoolden, jazz-cats en popjongens en -meisjes.

IMAG0428Popmagazine Heaven zette de individuele lijstjes van de recensenten net als vorige jaren zonder commentaar naast elkaar. Zo worden de liefhebbers van ‘kleine’ genres, zoals wereld en progrock, ook bediend. Jammer dat je daardoor als lezer niet tussen de regels door kunt speculeren over het wapengekletter op de redactie.

American Songwriter logoHet Engelstalige American Songwriter maakte een top 50 van louter Americana, mijn favoriete genre. Met fijne, puntige beschrijvingen van wat elk album zo bijzonder maakt.

Ik word altijd tamelijk opgewonden van die eindejaarslijstjes, waarschijnlijk omdat ze ook veel over mezelf zeggen. Hoeveel van de genoemde albums en artiesten ken ik? Niet onbelangrijk voor het ego van de popfanaat. Gelukkig: The War on Drugs en Old Crow Medicine Show waren me niet ontgaan. En John Fullbright had ik zelfs al hier in Goeie Nummers. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik blijkbaar ook allemachtig veel heb gemist. Herkenbaar?

Hiss Golden Messenger - latenessofdancersDe lijstjes geven ook altijd aanleiding tot wat prettige morele verontwaardiging. Waarom is Lucinda Williams’ Down Where the Spirit Meets the Bone nergens te bekennen? Wat doet Morning Phase van Beck zo belachelijk hoog? En hoe onbegrijpelijk is het dat Lateness of Dancers van Hiss Golden Messenger niet gewoon op 1 staat? Van die dingen.

Typhoon hoes Lobi Da BasiMaar het meest enerverende aan dit jaarlijkse achteromkijken is voor mij het vooruitzicht. Voorpret over onbekende, niet te missen muziek waaraan ik vast nog veel plezier ga beleven. Zoals: nieuwkomer Robert Ellis (25) die in alle drie de lijstjes voorkomt met The Lights From The Chemical Plant.  En Croz, het nieuwe solo-album van David Crosby (73) – zo hoog geëindigd in Heaven, toch maar eens beluisteren. En natuurlijk Lobi Da Basi van de Zwolse rapper Typhoon, waarvoor de Volkskrant superlatieven te kort kwam. 2015 begint fantastisch, met dank aan de eindejaarslijstjes van 2014…

Donderweg – als in een roadmovie door de rock & roll

DonderwegJaap Boots (Bergen, 1961) was jarenlang dj bij de VPRO-radio (o.m. Villa 65, Club3VOOR12, Shouting Boots), speelde in diverse bands en schreef over popmuziek voor Vrij Nederland en HP/De Tijd. Begin dit jaar nam hij afscheid bij de radio. Boots ‘paste niet meer in het zenderplaatje’ of zoiets. Gelukkig is er nu een boek.

Bruce 3In Donderweg – de zeer letterlijke vertaling van ‘Thunder Road’ van Bruce Springsteen – vertelt Boots aanstekelijk en vol vaart over zijn ervaringen in de wereld van de popmuziek – of rock & roll, zoals hij het zelf noemt. Over zijn ontmoetingen met artiesten, over zijn radio- en tv-werk en over de plaats van popmuziek in zijn eigen leven. Het knappe is: Boots is observator én fan tegelijk.

Donderweg heeft als ondertitel ‘Mijn leven in de fast lane van de popmuziek’. Ik vermoed hier enige ironie. Hoe dan ook, het boek staat vol prachtige anekdotes. Over helden die in werkelijkheid ook echt helden blijken te zijn, zoals Tom Waits en Iggy Pop. Over een overweldigend concert van metalband Slayer in de Leidse Groenoordhallen, waar Boots bijna ten onder gaat in een zee van bier, zweet, modder en decibellen. Over het pure entertainment van de Golden Earring waarin hij ondanks zichzelf wordt meegezogen. En nog veel meer.

djEen groot deel van de internationale alternatieve popscene komt in Donderweg voorbij. Tegelijk is het boek zeer herkenbaar Hollands, met een kelderdiscotheek, saaie duindorpen waar het altijd waait en inkijkjes in het medialand van Hilversum: de wereld van radiomakers, omroepbazen en zendercoördinators, waarin ‘de muziekpolitie’ het steeds meer voor het zeggen heeft.

Joe Jackson - hoes Is She Really Going Out With HimMaar het mooiste zijn de persoonlijke stukken over ‘wat rock & roll met je doet’, zoals Boots het zelf zegt. Zo is Springsteen voor de opgroeiende Jaap als een begripvolle grote broer. En Joe Jacksons ‘Is She Really Going Out With Him?’ biedt hem in zijn puberjaren een waardige plek als toeschouwer. Later is er Nick Cave, die een speciale positie in Boots’ hart inneemt omdat diens From Her To Eternity het enige was dat hem als twintiger troost bood in een pijnlijk rouwproces.

roadmovieDonderweg leest als een trein. Of eigenlijk als een roadmovie. Een film waarin je samen met de hoofdfiguur in een grote oude auto door een weids rock & roll-landschap zoeft. Onderweg ontmoet je de meest wonderlijke figuren en neem je afslagen naar het onbekende. En kom je tot een paar frisse inzichten waarmee je verder kunt. Zo’n boek is Donderweg. Dus als je nog iets zoekt dat ze voor jou onder de kerstboom mogen leggen …

Donderweg affiche theatershowP.S. Jaap Boots maakte op basis van Donderweg ook een one-man-theatershow. Met plaatjes en live-muziek. Ik las lovende recensies. Zijn speellijst vind je hier.

 

De Funky Drummer – over loon en werken

soulfeest jaren zeventigBegin dit jaar ontdekten muziekwetenschappers het geheim van de ‘groove’: dat ongrijpbare kenmerk van bepaalde nummers waardoor je gewoon niet stil kunt blijven zitten en wel móet gaan dansen. Die groove, vooral waargenomen in de soul en funk uit de jaren ’70 en ’80, blijkt het gevolg van de optimale combinatie van voorspelbaarheid en onvoorspelbaarheid. Een regelmatige beat met precies voldoende onregelmatige noten, net vóór of net na de tel. Dat vindt ons brein fijn, vanaf onze geboorte al.

single Funky DrummerEn de ultieme groove, daar zijn geleerden en ervaringsdeskundigen het wel zo’n beetje over eens, is te vinden in het nummer ‘Funky Drummer’ van James Brown uit 1970. Het drumpatroon is niet voor niets honderden keren met veel succes hergebruikt in pop- en rapnummers. Van Public Enemy en Run DMC tot Madonna en Prince. Maar het nummer met de onverslijtbare groove heeft ook een keerzijde, leerde ik onlangs.

affiche Mr DynamiteIn de nieuwe muziekdocumentaire Mr. Dynamite. The Rise of James Brown, komt ook de Funky Drummer zélf in beeld. Eerst als jongeman van begin twintig, strak in het pak, fenomenaal drummend op het podium achter showman James Brown (1933-2006). Daarna als trotse man van een jaar of 70, op rustige toon verhalend over lang vervlogen tijden op tournee met ‘the hardest working man in showbusiness’. Zijn naam: Clyde Stubblefield.

Clyde Stubblefield met stokkenAls hem wordt gevraagd naar ‘Funky Drummer’, betrekt Stubblefields gezicht even. ‘How I hate that song’, ontsnapt hem voordat hij kleurrijk uit de doeken doet hoe het befaamde nummer tot stand kwam. Hoe slavendrijver Brown zijn backingband midden in de nacht – iedereen was bekaf na het zoveelste optreden – meesleepte naar de studio om een nieuwe track op te nemen. De rudimentaire tekst werd ter plekke verzonnen, een titel ontbrak nog. Maar James Brown was kennelijk tevreden met het slagwerk. En schreef het nummer als ‘Funky Drummer’ op zijn naam.

James Brown 3

Het misnoegen van Stubblefield is niet moeilijk te begrijpen: zoals alle sessiemuzikanten in die tijd ontving hij geen royalties over de nummers waarop hij meespeelde. Ook van de honderden keren dat zijn drumpartij werd hergebruikt door andere artiesten zag hij geen cent terug. Er is in de muziekbusiness inmiddels wel wat veranderd. Hoewel sampling nog steeds een juridisch grijs gebied is, krijgen meespelende muzikanten sinds een jaar of twintig ook een vergoeding – net als liedjesschrijvers – wanneer hun nummers op de radio worden gedraaid.

Voor Clyde Stubblefield kwam die regeling in elk geval te laat. In de documentaire maakt hij er verder geen woorden aan vuil. Er is blijkbaar eerder al genoeg over gezegd. Maar of hij er nu vrede mee heeft? Het feit dat hij een soloplaat maakte onder de titel The Revenge of the Funky Drummer zegt waarschijnlijk genoeg.

De serieuze gevolgen van herhaling

de correspondentEen tijdje geleden tipte iemand me over een interessant artikel in de online kwaliteitskrant De Correspondent. Het stuk legt uit hoe het komt dat we slechte popsongs toch goed gaan vinden. Dat zit namelijk zo: onze hersenen belonen ons met een lekker gevoel wanneer we een liedje zonder al te veel moeite kunnen meeneuriën of -zingen. En dus waardeer je liedjes die je al vaak hebt gehoord meer dan onbekende. Wetenschappelijk bewezen, met van die hersenscans die ons inpeperen dat we gewoon de slaaf van ons brein zijn.

goombay dance band2Je kunt je natuurlijk afvragen of die herhalingstheorie wel zo wereldschokkend is. Platenmaatschappijen gaan al sinds jaar en dag uit van diezelfde volkswijsheid bij het ‘pluggen’ van hun liedjes bij radio-dj’s. Bovendien, als je even nadenkt – veel nummers zouden zonder die hersenspoeling toch nooit in de top van de hitparade kunnen belanden? Denk bijvoorbeeld aan ‘Sun of Jamaica’ van de Goombay Dance Band, of aan ‘I Was Made For Loving You’ van Kiss, om een ander veelzeggend voorbeeld te gebruiken.

hoofd met elektrodes eropWat ik wel schokkend vind, is dat die wetenschappers het omgekeerde fenomeen niet hebben onderzocht. Dat was veel zinvoller geweest. Ik bedoel het verschijnsel dat een goed nummer je kan gaan tegenstaan als je het te váák hoort. Dat je opeens een lichte weerzin voelt opkomen bij het horen van een liedje dat je toch zo mooi vindt – of vond. Gevolgd door de angst dat dat niet meer ongedaan kan worden gemaakt. En bij elke luisterbeurt erger zal worden. Ik ken het uit eigen ervaring, met een paar platen die ik nu niet meer draai.

alles van waarde is weerloosVolgens mij zouden onderzoekers dat overkill-effect tot op de bodem moeten doorgronden en daarna oplossingen  bedenken. Met of zonder hersenscans. Het gaat hierbij ten slotte om iets waardevols dat verloren dreigt te gaan. Om schoonheid die onbereikbaar wordt. Veel belangrijker dan het bekende trieste feit dat muzikale shit puur door herhaling in goud kan veranderen.