Maand: juni 2014

You Can Call Me Al – Paul Simon

hoes single You Can Call Me Al‘You Can Call Me Al’. Hitsingle van Paul Simon uit 1986. Afkomstig van zijn succesalbum Graceland. Koddig videoclipje met Chevy Chase. En natuurlijk dat catchy riffje: Páá PaPa Pá, Páá PaPa Padá. Onlangs hoorde ik het nummer voorbijkomen op de radio, en ik vroeg me af of dit luchtige deuntje misschien een dubbele bodem bevat. Paul Simon (Newark, New Jersey, 1941) verstopt in zijn bedrieglijk opgewekte muziek immers wel vaker ingewikkelde of sombere hersenspinsels.

‘You Can Call Me Al’ geeft daarvoor inderdaad wel een paar aanwijzingen. In het eerstes couplet zien we een man die kennelijk in een midlife-crisis zit: ‘A man walks down the street / He says, Why am I soft in the middle now? / The rest of my life is so hard!’ Hij voelt zich eenzaam en verloren: ‘My nights are so long! / Where’s my wife and family? / What if I die here?’ Existentiële vragen zonder antwoord, maar het blijft verteerbaar door de nonchalante praat-zang en de absurde woordkeuze: ‘Don’t want to end up a cartoon, in a cartoon graveyard’.

Dan komt het  refrein: ‘If you’ll be my bodyguard, / I can be your long lost pal! / I can call you Betty, / And Betty, when you call me, / You can call me Al!’ Dit raadselachtige toneelstukje lijkt een oplossing te bieden. Maar wat betekenen die nieuwe namen, die lijfwacht en die verloren kameraad voor de problemen van de man?

Paul Simon (ca. 2010)Een tipje van de sluier wordt opgelicht door een anekdote uit Paul Simons persoonlijke leven. De zanger en zijn toenmalige echtgenote Peggy verschenen eens op een feestje waar de gastheer hen per abuis aanzag voor het echtpaar ‘Al’ en ‘Betty’. Simon tilt dit alledaagse voorval in ‘You Can Call Me Al’ naar een ander niveau: als de gast en de gastheer/vrouw afspreken hun bestaande naam en identiteit te vergeten, kunnen ze allebei nieuwe rollen aannemen. De verrassende deal geeft ruimte: we kunnen helemaal opnieuw beginnen, zonder de ballast van het verleden. Geen gekke oplossing voor iemand in een mid-life crisis.

In het derde couplet komt er nog iets anders bij. De man bevindt zich hier in een vreemd land, wellicht in de Derde Wereld. Hij is onthand omdat hij de taal niet spreekt, geen ruilmiddel tot zijn beschikking heeft. In deze onzekere situatie gaan de ogen van de man weer open. In die onbekende wereld, met zijn nieuwe beelden, klanken en geuren krijgen de dingen om hem heen plotseling weer betekenis. Hij ontwaart ‘angels in the architecture’. Sterker nog, deze nieuwe wereld brengt hem verlossing: ‘Amen, Hallejulah’.

Als je dan het refrein er weer bij betrekt, lijkt de zanger in dit ogenschijnlijk luchtige liedje zelfs een voorstel te doen voor een nieuwe verhouding tussen Noord en Zuid, rijk en arm, blank en zwart: de rijke landen beschermen de arme met hun macht en geld (bodyguard), en in ruil daarvoor wordt de ontheemde westerse blanke weer opgenomen in de mensengemeenschap (long lost pal). Dan kunnen ze allebei weer met een schone lei beginnen. Of zie ik er nu te veel in?

hoes GracelandDat is mogelijk, maar ik denk het niet. Paul Simon heeft de grote maatschappelijke en existentiële thema’s nooit geschuwd. Bovendien was hijzelf ten tijde van Graceland  het middelpunt van een felle controverse over de omgang met de apartheid in Zuid-Afrika. Nee, ik ben ervan overtuigd dat ‘You Can Call Me Al’ gewoon gaat over de menselijke existentie, wedergeboorte, verlossing en een nieuwe wereldorde. Páá PaPa Pá, Páá PaPa Padá.

 

Geuren en muziek als triggers van herinneringen

hejira foto van coverRuik ik kaneel en koffie, dan hoor ik een fractie van een seconde later Joni Mitchell zingen over ‘dreams and false alarms’. Hoor ik ‘Amelia’ van Joni’s beroemde album Hejira (1976), dan denk ik meteen aan een vriendin die ik in de loop der jaren uit het oog verloor. Geregeld ervaar ik hoe krachtig muziek en geuren allebei in een flits hele werelden kunnen terugroepen in het bewustzijn. Maar er zijn vast ook verschillen in de werking van klanken en aroma’s. Hoe zit dat eigenlijk? Ik neem mezelf maar eens als proefpersoon.

marcel proustIn Marcel Prousts romancyclus Op zoek naar de verloren tijd is het de geur en smaak van een madeleine, gedoopt in bloesemthee, die bij de hoofdpersoon de sluizen van de herinnering openzetten. In meer dan drieduizend bladzijden wekt de Franse schrijver (1871-1922) vervolgens een verdwenen wereld buitengewoon gedetailleerd en heel persoonlijk tot leven. Ik vraag me af of muziek hetzelfde vermogen heeft om zoveel gevoelens en details op te roepen.

Muziek lijkt weer sterker aan specifieke levensfases te plakken: bij het horen van een bepaald lied denk je vaak terug aan één bepaalde tijd. Zo ben ik bij ‘I Was Made For Loving You’ van Kiss en ook bij ‘Cheek to Cheek’ van Lowell George meteen weer 15 jaar en sta ik ongelukkig te zijn in een dampende campingdisco in het zuiden des lands. Waaruit overigens blijkt dat elk liedje, ongeacht de kwaliteit, kan dienstdoen om onbedoeld wat oude wonden open te halen.

soulfeest jaren zeventigWat muziek veel beter kan dan geur, is een collectief tijdsbeeld oproepen. Bij ‘Staying Alive’ wordt ik ongetwijfeld samen met heel veel generatiegenoten teruggevoerd naar klassenfeestjes met rijtjes suf dansende leeftijdsgenoten. Inclusief de bijbehorende permanentjes en soulbroeken. Instant herkenning. Ook zijn er nummers die je met een geliefde of in een vriendenclub intens hebt beleefd: ‘ons nummer’. Als je zo’n lied na lange tijd weer hoort, komt die oude verbondenheid even terug.

dampend kopje koffieBij geuren blijft het allemaal veel individueler. Geuren lijken via een onzichtbare weg verbinding te maken met een oud gevoel. Een gevoel dat helemaal van jou is, dat jij alleen kent. Moeilijk in woorden te vangen, moeilijk te delen met anderen. Ik associeer die geur-herinneringen ook altijd met een weldadige eenzaamheid. De tijd staat speciaal voor mij even stil.

De wetenschap heeft vast veel interessants te melden over de zintuigen, het geheugen en dit specifieke fenomeen. Discussiestof voor later. Voorlopig eindigt de wedstrijd Herinneringen Oproepen voor mij in een remise tussen geuren en muziek. Beiden zijn supersnel en krachtig, maar geur gaat dieper, muziek is weer socialer. Mee eens? Herken jij je in dit verhaal? Ik ben benieuwd naar jouw beleving.

Graham Parker & The Rumour in Paradiso – dubbelreünie

graham parker toen 2 ‘Hij is buitengewoon klein, draagt immer een zwarte zonnebril en heeft zich omringd met een aantal van Groot-Brittannië’s beste popmusici.’ Zo kondigde het VPRO-radioprogramma Amigos de Musica in 1978 een live-opname van Graham Parker & The Rumour aan. Waarna de Britse angry young man met zijn band losbarstte in een stomende versie van ‘Pourin’ It All Out’ – een van zijn klassiekers. De aankondiging en het nummer staan in mijn geheugen gegrift.

Gisteravond kwam het allemaal terug. Op het podium in Paradiso stonden Graham Parker & The Rumour. De band is dertig jaar na hits als ‘Hey Lord, Don’t Ask Me Questions’ singlehoes Hey Lord Don't Ask Me Questionsen ‘New York Shuffle’ weer herenigd. En het was gisteren een dubbelreünie, want ikzelf was in gezelschap van twee van de belangrijkste mensen uit mijn jeugd, mijn broer Wim en mijn oude vriend Robert, met wie ik overigens nog steeds muziek maak. Ruim vierendertig jaar geleden waren we in precies dezelfde samenstelling bij het eerste grote concert dat ik als 16-jarige mocht bijwonen, dat van – ja – Graham Parker & The Rumour, in het Congresgebouw in Den Haag.

graham parker nuBij zoveel overeenkomsten wordt de aandacht natuurlijk getrokken door de verschillen. Een daarvan is dat de mannen op het podium er inmiddels wel een heel stuk ouder uitzien. Sommige zijn zelfs bijna onherkenbaar. Maar zodra je dat constateert, vraag je je automatisch af of dat misschien ook voor jezelf geldt. En dan is het hek van de dam. Dan word je, net als bij een schoolreünie, bezocht door hardhandige vragen als: Heb ik mijn jeugddromen waargemaakt? Hoe steken mijn prestaties af bij die van de anderen? En als je niet oppast verandert een leuk uitje zomaar in een zwaar examen.

Gelukkig is daar dan de muziek. Muziek kan alles oplossen. Ze kan je meenemen, weg van al te moeilijke vragen, op een reis vol ontroering, opwinding en soul. En GP & the Rumour waren gisteravond uitstekend op die taak berekend. Je beleeft zo’n concert nooit zoals de allereerste keer, maar Pourin’ It All Out klonk nog even onstuimig en doorleefd als toen. Ook het latere werk werd bezield en krachtig gespeeld, zoals het verstilde You Can’t Be Too Strong. En dan herken je in de verweerde koppen van nu weer de jeugdige mannen die eronder verscholen zitten. Op het podium en in de zaal. Pfff.

Catherine Russell – Check her out

catherine russell 3“You better not knock on my door at night / Better keep your mouth shut good and tight / ‘Cause my man’s an undertaker / He’s got a coffin just your size.” Dat is nog eens een binnenkomer. Ik hoorde die zinnen voor het eerst in 2006 uit de mond van een voor mij totaal onbekende zangeres: Catherine Russell, op haar solodebuut Cat.

Daarvóór had Russell (1956) overigens al een respectabele staat van dienst opgebouwd als achtergrondzangeres bij onder meer Steely Dan, Paul Simon en David Bowie. Bovendien stamt ze uit zogeheten jazz-adel: vader Luis was bandleider bij Louis Armstrong, moeder Carline Ray was een bekend bassiste en zangeres.

Catherine Russell is zo’n type dat graaft in het verleden om het heden te verrijken. Op de vijf platen die ze tot dusver opnam, zingt ze bijna vergeten nummers uit de jaren ‘20 tot en met ‘50. Muziek die tussen de jazz en blues in hangt, van artiesten als Esther Phillips (‘What a Diff’rence a Day Makes’), Cleo Patra Brown (‘de vrouwelijke Fats Waller’) en Little Willie John (‘Need Your Love So Bad’, ‘Fever’). Nummers met een verhaal, en altijd met een fijne hook.

Aangestoken door Cat ging ik in 2012 naar het Bimhuis in Amsterdam om Russell in levenden lijve te zien optreden. Op hetcatherine russell podium bleek ze niet alleen de prima zangeres met de goedgekozen liedjes die ik van haar platen kende. Ze was een belevenis. Niet diva-achtig, maar gewoon als vrouw van vlees en bloed, gezegend met een geweldige stem.

Met die krachtige, veelzijdige stem gaf Russell elk nummer precies wat het nodig had. De ene keer uitdagend en sensueel, dan weer smekend, smalend, grappig, ontroerend of ontwapenend  – en ook nog eens alsof het allemaal vanzelf gaat. Soms kon je een speld horen vallen, op andere momenten klonken lachsalvo’s op. Een zaal vol mensen aan het touwtje van Russells stem.

Check her out op YouTube. Bijvoorbeeld het melancholieke Sad Lover’s Blues, het dubbelzinnige Kitchen Man of het funky Luci. Catherine Russell is een buitengewone zangeres. Iemand die je serieus neemt als ze je waarschuwt voor haar man en de doodskist die speciaal voor jou klaarstaat.

Albumverjaardag – Bad Love (1999) van Randy Newman

Vandaag, 1 juni 2014, wordt Bad Love 220px-Bad_love15 jaar. Kort na verschijnen luisterde ik vaak op mijn walkman naar dit album van Randy Newman, in de trein op weg naar kantoor. Maar ja, samen met de cassettebandjes verdween Bad Love geleidelijk naar de achtergrond. Totdat collega en muziekliefhebber Bob Hartog, tevens leadzanger van LaagLicht, me er een paar jaar geleden gelukkig aan herinnerde.

Randy Newman (Los Angeles, 1943) trad in de jaren ’70 toe tot de eregalerij der singer-songwriters met prachtplaten als 12 Songs, Sail Away en Good Old Boys. Daarna werkte hij vooral achter te schermen als componist van filmmuziek. Met Bad Love keerde de Amerikaanse zanger-pianist in 1999 terug in de schijnwerpers. Scherper dan ooit. Niets en niemand ontziend. Ook zichzelf niet.

In de pijnlijk-hilarische rocker I’m Dead (But I Don’t Know It) gaat het bijvoorbeeld over ouder wordende rocksterren: ‘Everything I write sounds the same / Each record that I’m making / Is like a record that I’ve made /  Just not as good’. Gek genoeg klinkt zelfspot bij Newman nooit koket. Ik vermoed dat hij in z’n hart vreest dat het pop-cliché van de artiest-op-z’n-retour daadwerkelijk voor hemzelf opgaat.

In de aangrijpende ballade I Miss You bedankt Newman in zijn ex-vrouw, vele jaren na hun scheiding, voor de goede tijden en verontschuldigt hij zich voor zijn fouten.  ‘And it’s a little bit late / Twenty years or so […] But I’d sell my soul and your souls for a song.’ Hij vond het liedjesschrijven kennelijk altijd belangrijker dan al het andere. Het refrein lijkt op papier afgezaagd, maar de zinnen ‘I miss you / And I still love you so’ gaan door merg en been, door Newmans ongepolijste voordracht bovenop een prachtige melancholieke melodie.

In het topnummer The World Isn’t Fair wordt Karl Marx, aartsvader van het communisme, door Newman rondgeleid in het hedendaagse Karl Marxkapitalistische Amerika. Hoogtepunt is als hij Marx meeneemt naar de ouderavond van de basisschool van de kinderen uit zijn recente tweede huwelijk. ‘Karl, you never have seen such a glorious sight / As these beautiful women arrayed for the night / Just like countesses, empresses, movie stars and queens.’ De knappe jonge moeders worden veelal vergezeld door ‘men much like me / Froggish men, unpleasant to see / Were you to kiss one, Karl / Nary a prince would there be.’ Deze rijke kikkers hebben een aanzienlijke voorsprong bij de partnerkeuze – het is oneerlijk verdeeld in de wereld. Newman is tevreden en schaamt zich daarvoor, maar beseft met pijn in het hart dat hij niets dan compassie te bieden heeft.

En zo is er veel meer moois op Bad Love. De plaat is – misschien door zijn ervaring als filmcomponist in de jaren ’80 en ‘90 – muzikaal nog rijker en gevarieerder dan Newmans eerdere werk. De teksten zijn persoonlijker en schuren daardoor nog meer. Bad Love laat je lachen terwijl het pijn doet en doet je pijn terwijl je lacht. Dat is wel een felicitatie waard!