Albumverjaardag

Albumverjaardag ◉ Wilco – Yankee Hotel Foxtrot

Als er één band is die aangemerkt kan worden als vaandeldrager van de alt-country, dan is het Wilco. En als er één album iconisch is in dat lastig te omschrijven genre, dan is het Yankee Hotel Foxtrot, deze week 20 jaar oud geworden. Een cultklassieker van de vroege 21e eeuw.

Voor de band zelf is de verjaardag aanleiding voor een speciale Yankee Hotel Foxtrot Anniversary Tour en een uitgebreide re-issue van het album. De fan heeft ruime keuze: een ‘gewone’ dubbel-lp of -cd of een super-de-luxe uitgave van maar liefst 8 cd’s of 11 lp’s, met allerhande outtakes en making-of’s. Of iets ertussenin. Daaruit kun je de status van dit album wel zo’n beetje aflezen.

En dat is best gek als je weet hoe Yankee Hotel Foxtrot ontstond. Het album was er bijna helemaal niet gekomen. Frontman Jeff Tweedy vocht in de studio bittere ruzies uit met medebandlid Jay Bennet over de koers en de sound van de band. Beide mannen kampten met een heftige verslavingen. En toen de opnames in 2001 eindelijk klaar waren, wees hun platenlabel Reprise het materiaal af omdat er geen single op zou staan.

Een jaar later verscheen het album alsnog, op het Nonesuch-label, en de muziekpers was laaiend enthousiast. Yankee Hotel Foxtrot geldt nog steeds als Wilco’s hoogtepunt, ook commercieel gezien, met ongeveer 600.000 verkochte exemplaren. Maar eind goed, al goed was het nou ook weer niet. Tweedy ontsloeg Bennet na de release, en Bennet zou in 2009 zelfmoord plegen zonder dat de twee elkaar ooit nog had gesproken. Ook die geschiedenis spookt rond bij de 20e verjaardag van het album.

Omstreeks de eeuwwisseling beleefde ik een soort tweede popjeugd waarin ik met hernieuwd fanatisme naar muziek ging luisteren. Vooral de alt-country trok me, als een echo van de obsessie die ik als 13-jarige koesterde voor The Band, Crosby, Stills, Nash & Young en aanverwanten. Hun opvolgers, de alt-countrybands, luisterden naar namen als The Gourds, Whiskeytown, Son Volt, The Drive-By Truckers en natuurlijk de band van Jeff Tweedy uit Chicago. Allemaal artiesten die de liefde voor de Amerikaanse muziektradities combineerden met een forse hekel aan hokjes. Folk, country, rock, psychedelica, punk, het kon allemaal, als het maar buiten het hokje was.

Je kon in die dagen in popmagazines als No Depression en Heaven geregeld lezen over Yankee Hotel Foxtrot. Niet alleen in 2002, ook daarna werd er nog vaak naar verwezen. Voor de critici stond het album op eenzame hoogte. Wilco’s Being There uit 1996 had me niet echt overtuigd, maar op een gegeven moment zag ik Yankee Hotel Foxtrot ergens voor een paar euro te koop liggen. Daar kon ik me geen buil aan vallen, dacht ik. Dat liep anders. De plaat blies me finaal omver.

Het eerste nummer, I Am Trying to Break Your Heart, overrompelde zoals weinig andere muziek heeft gedaan. Die titel alleen al – wat wil de zanger zeggen? Bijna 7 minuten troostrijke wanhoop volgt, ondersteund door zwalkende vervormde orgelpartijen en drumbreaks. Het hele album is zo onduidelijk als de pest. Het gaat alle kanten op. Zet het niet op de achtergrond op, laat je meevoeren. Onverwachte gitaarerupties, folkliedjes, echo’s van The Velvet Underground, dan weer een catchy nummer als Jesus, Etc. Een droom van een plaat, soms een nachtmerrie. Muziek die verwart en betovert.

Yankee Hotel Foxtrot staat na twee decennia nog steeds fier overeind in al zijn eigenzinnigheid. Maar een plaat wordt ook ouder. Sommige dingen veranderen. In 2006 rekende Q Magazine hem tot de beste 100 aller tijden. In 2012 stond hij in Rolling Stone’s Top 500 op de 493e plaats, in 2020 op nummer 225. Niet slecht voor een plaat die er bijna niet geweest was.

Albumverjaardag ◉ Nick Drake – Pink Moon

Op 30 oktober 1971 verscheen Nick Drake volgens afspraak voor de eerste van twee opnamesessies in de Londense Sound Techniques-studio. Elf basistracks zou hij daar op twee achtereenvolgende avonden opnemen. Behalve de singer-songwriter was alleen studiotechnicus John Wood aanwezig. Toen Wood hem na afloop van de tweede sessie vroeg welke arrangementen en overdubs hij erbij wilde hebben, antwoordde Drake: “Ik wil geen andere instrumenten erbij. Helemaal niets.” En zo zou Pink Moon – afgezien van de paar pianoklanken in het titelnummer – ook verschijnen. Zang en een akoestische gitaar, verder niets.

Een paar jaar daarvoor had Drake zijn debuut gemaakt met Five Leaves Left (1969), kort daarna gevolgd door Bryter Layter (1970). Twee platen vol razendknappe melancholieke folksongs die op de een of andere manier allebei vrijwel onopgemerkt bleven, zowel bij recensenten als bij de muziekliefhebbers. Na deze teleurstelling viel de van nature introverte muzikant ten prooi aan depressies en trok hij zich terug bij zijn ouders op het platteland van Tanworth-in-Arden. Tot hij zich anderhalf jaar later onverwacht weer bij Wood meldde met nieuwe liedjes.

(meer…)

Albumverjaardag – Tigermilk van Belle and Sebastian

Een paar weken geleden zou ik iets gaan schrijven over een album dat zojuist een kwart eeuw oud was geworden: Tigermilk, het debuutalbum van Belle and Sebastian uit 1996. Dat stukje kwam er niet van, maar het onderwerp was in mijn ogen belangwekkend genoeg voor een herkansing. Niet omdat Tigermilk is opgenomen in Robert Dimery’s standaardwerk 1001 Albums You Must Hear Before You Die – al is zoiets wel een pré – en ook niet omdat de stijl van de Schotten zo’n groot stempel op de popmuziek heeft gezet. Waarom dan wel?

Ten eerste omdat het album een eenling is, een solitaire boom in een weiland, en de band een uniek rondreizend circus in het weidse poplandschap. De ontstaansgeschiedenis van het album ook al bijzonder. Op basis van een ingestuurde demo kregen singer-songwriter Stuart Murdoch en drummer Richard Colburn van het Glasgowse Stow College de kans om een heel album op te nemen. Ze raapten inderhaast een stel jonge muzikanten bij elkaar, doken de studio in en de rest is geschiedenis, in elk geval popgeschiedenis in de niche die de band sindsdien eigenhandig heeft gecreëerd.

(meer…)

Albumverjaardag – 50 jaar Blue

Deze week verschenen in verschillende media artikelen naar aanleiding van de 50ste verjaardag van Joni Mitchells iconische album Blue. Volgens muziekblogger Bob Lefsetz staat Blue, hoewel het bij verschijning geen groot verkoopsucces was, in het rijtje The White Album van The Beatles en Blonde on Blonde van Bob Dylan, maar is het coherenter dan het eerste en muzikaler dan het tweede. In The New York Times vertellen 25 artiesten over de impact van het album op hun eigen werk, waarbij ze onder meer wijzen op de humoristische kanten van Blue, dat toch bekendstaat als uiterst melancholiek.

Ik maakte eind jaren 70 kennis met Joni Mitchell via haar album Hejira. Pas daarna hoorde ik haar andere werk, van de folk van Clouds tot de jazz van Mingus. Voor mij is Blue Mitchells pièce the résistance. Het langgerekte woord uit de titeltrack – een van mijn favoriete kippenvelnummers – is wat ik het vaakst voor me uit neurie als ik in een nadenkende stemming ben. Blue is de plaat die ik mensen aanraad als ze de Canadese artieste willen leren kennen – of als ik vind dat ze dat zouden moeten doen.

(meer…)

Albumverjaardag: Fun Lovin’ Criminals – Come Find Yourself

De jaren 90 vormden interessante periode in de popmuziek. In elk geval ervoer ik destijds weer een welkom golfje van opwinding, na de duistere jaren 80 – ik schreef daar al eerder over, en later nog eens om dat weer te nuanceren. Maar in de jaren 90 kwam een hele reeks nieuwe artiesten op die oudere stijlen in de reageerbuis gooiden om er buitengewoon vernieuwende muziek van te maken: grunge, funkrock, rootsrock, souljazz en alternatieve country. Denk aan The Black Crowes, Nirvana, Living Color, Lenny Kravitz, G. Love & Special Sauce, plus americana-artiesten als Buddy Miller, Wilco, Steve Earle en nog veel meer.

Niet dat al het werk van deze acts me even sterk aansprak, maar ik voelde een echo van mijn tienerjaren, de periode die zoals bekend een onuitwisbaar stempel op onze muziekziel drukt. Een van de nineties-platen die veel indruk op me maakte, was Come Find Yourself, het debuutalbum van de Fun Lovin’ Criminals uit 1996. Morgen wordt-ie 25 jaar – alle reden dus voor een feestje en wat aandacht.

(meer…)

Albumverjaardag – John Hiatt: Crossing Muddy Waters

Aan begin van dit millennium zag het er niet al te zonnig uit voor John Hiatt. De Amerikaanse rootsmuzikant leek op een dood punt te zijn aangeland. Zijn meest recente album, Little Head, was zeer matig ontvangen door recensenten én het publiek. De mensen van platenlabel Capitol verloren hun vertrouwen in de commerciële mogelijkheden van de artiest. Maar vreemd genoeg was deze situatie voor Hiatt, die door vele collega’s, critici en hardcore fans wordt beschouwd als een van de grootste americana-songwriters, allesbehalve nieuw.

John Hiatt (1952, Illinois) begon zijn muzikale carrière helemaal onderaan de ladder. Op18-jarige leeftijd verliet hij huis en haard om zijn geluk te beproeven in country-hoofdstad Nashville. Als lopende-band-liedjesschrijver produceerde hij daar voor 25 dollar per week in een paar jaar tijd in totaal zo’n 250 liedjes. Het zou tot midden jaren 70 duren voor hij zich los wist te maken van zijn rol in de coulissen. (meer…)

Albumverjaardag – Layla and Other Assorted Love Songs

1970 was een buitengewoon vruchtbaar jaar voor de popmuziek. Met onder meer Let It Be (The Beatles), Idlewild South (The Allman Brothers Band), Stage Fright (The Band), Déjà Vu (CSN&Y), Ladies of the Canyon (Joni Mitchell) en Moondance (Van Morrison). En dit rijtje jubileumalbums laat zich gemakkelijk uitbreiden. Bijvoorbeeld met Layla and Other Assorted Love Songs van Derek and the Dominos, dat komende maandag 9 november vijftig wordt.

Vanaf 1963 had Eric Clapton (Ripley, 1945) op stormachtige wijze carrière gemaakt in de bluesrockbands The Yardbirds en John Mayall & the Bluesbreakers en in de ‘supergroepen’ Cream (met Jack Bruce en Ginger Baker) en Blind Faith (met Steve Winwood). Claptons ster als sologitarist was op een gegeven moment zelfs zo hoog gerezen dat de slogan ‘Clapton is God’ door een fan op een muur werd gespoten en daarna een heel eigen leven ging leiden – tot ontsteltenis van de muzikant zelf. (meer…)

Albumverjaardag – After the Goldrush

Neil Young’s After the Goldrush, deze week vijftig jaar oud, was een van de eerste lp’s die ik kocht, omstreeks 1977 denk ik. Mijn fascinatie begon met de hoes: de voorkant somber donkergrijs met goudkleurige letters, de zanger die met opgetrokken schouders door een onbestemde straat loopt, de achterkant een close-up van Young’s hippiespijkerbroek. Binnenin de uitklaphoes ligt de artiest ontspannen met gitaar op een sofa. Zoveel vrijheid en melancholie, onweerstaanbaar voor de tiener die ik was, opgroeiend in slaapstad Zoetermeer.

En dat was alleen nog maar de buitenkant van After the Goldrush. Van het vinyl stegen de prachtigste liedjes op, vol liefdespijn en eenzaamheid. In 1977 was After the Goldrush al een oude plaat. Mijn klasgenoten draaiden nieuwe lp’s van The Eagles, Fleetwood Mac, ELO en Supertramp. Dit was iets anders. Vanaf het begin van mijn luistercarrière was ik gericht op de muziek van voor mijn tijd: The Beatles, CSNY, The Band, Joni Mitchell, de soul van Stax en Motown. De rol van buitenstaander paste me destijds het beste. (meer…)

The Band – broederschap en plankenkoorts

Vorige week zag ik in de bioscoop de nieuwe documentaire Once Were Brothers, over de opkomst en ondergang van een van de meest invloedrijke en bijzondere bands uit de popgeschiedenis: The Band. Ik ging in één keer een heel stuk terug in de tijd.

Het verhaal van The Band in zevenmijlspassen: vier Canadezen en één Amerikaan begeleiden vanaf begin jaren 60 als The Hawks de ruige rockabilly-zanger Ronnie Hawkins. In 1966 rekruteert Bob Dylan het vijftal voor de roemruchte tournee door Europa en de VS waarop hij ‘elektrisch gaat’ en meer scheldwoorden dan applaus mag incasseren. (meer…)

Albumverjaardag – Déjà Vu

 Goeie Nummers heeft de pretentie voorbij te gaan aan de waan van de dag. Daarom vandaag niets over virussen, epidemieën of vreemdelingenangst. Wel iets over de waan van de dag van toen. Afgelopen woensdag precies 50 jaar geleden kwam Déjà Vu van Crosby, Stills, Nash & Young uit. Een album dat, om in moderne termen te blijven, flink gehypet werd. Of was de euforie over Déjà Vu achteraf niet meer dan terecht?

Het enthousiasme rond CSN&Y had in elk geval een basis in de realiteit. De vier twintigers hadden in 1969 al een behoorlijke staat van dienst toen ze bij elkaar kwamen: David Crosby bij The Byrds, Graham Nash bij The Hollies, Stephen Stills en Neil Young bij Buffalo Springfield. En op de beste momenten vulden hun talenten en temperamenten elkaar ook fantastisch aan: de vier stemmen die wonderschoon samenvloeiden; het Britse popgevoel van Nash dat iets extra’s aan de Amerikaanse folk en rock gaf; de rauwe emotionaliteit van Canadees Young die net de nodige bite toevoegde. (meer…)

Duel tussen twee classic albums

duelDeze week stormt het in mijn hoofd. Twee klassieke popalbums, allebei een halve eeuw oud, strijden om mijn aandacht: Bridge Over Troubled Water van Simon & Garfunkel (26 januari 1970) en Moondance van Van Morrison, dat welgeteld één dag later uitkwam. Beiden maken aanspraak op de hoogste eer, willen dat ik partij kies. We laten ze netjes na elkaar pleiten, in volgorde van anciënniteit.

bridge over troubled waterBridge Over Troubled Water: de zwanenzang van Paul Simon en Art Garfunkel als duo balt hun werk van vijftien jaar samen. Twee stemmen die zo lang onafscheidelijk leken en samen evergreens als The Sound of Silence, Mrs. Robinson, Scarborough Fair en Homeward Bound tot grote hoogten zongen, nemen hier afscheid van elkaar en van ons. Op de toppen van hun kunnen, dat maakt het extra tragisch. Luister naar The Boxer en de tijdloze titeltrack, in 1971 grandioos gecoverd door soul- en gospelkoningin Aretha Franklin. (meer…)

Liege & Lief is 50 geworden

Fairport_Convention-Liege_&_Lief_(album_cover) (1)In 2006 werd Liege & Lief van Fairport Convention door de luisteraars van BBC Radio 2 uitgeroepen tot het meest invloedrijke Britse folkrockalbum aller tijden. Ook bij verschijning, in december 1969, kreeg het goede kritieken. En wie het album nu opzet, een halve eeuw later, wordt niet alleen getroffen door de tijdloze klasse maar ook door de manier waarop de groep – met onder meer gitarist Richard Thompson en zangeres Sandy Denny – zich het ‘klassieke erfgoed’ durfde toe te eigenen.

What We Did On Our HolidaysAlles lachte Fairport Convention in de eerste helft van 1969 toe. De Londense band, opgericht in 1967, had een nieuw, ambitieus platenlabel gevonden (Island Records) en met folkzangeres Denny voorzichtig een nieuwe koers ingezet. In januari was het album What We Did On Our Holidays uitgekomen, en de opnames voor opvolger Unhalfbricking waren in het voorjaar afgerond. (meer…)

Albumverjaardag: Tom Petty – Wildflowers

WildflowersExact 25 jaar geleden, op 1 november 1994, verscheen Wildflowers, het tiende studioalbum van Tom Petty (1950-2017), als we soloalbum Full Moon Fever (1989) en zijn Heartbreakers-platen samenvoegen. Voor Petty’s fans geldt Wildflowers als zijn beste – vlak voor Damn the Torpedoes – getuige een poll van rockmagazine Rolling Stone uit 2013. Waaraan verdient dit album die toppositie, en wat horen we als we er nu anno 2019 naar luisteren?

plakkaat Berliner MauerHet eerste dat opvalt is dat het lijkt alsof er veel meer tijd verstreken is dan die kwart eeuw. Zo is het tenminste voor mij. Het waren zulke andere tijden. Midden jaren 90, toen ik Wildflowers vaak op mijn walkman draaide als ik naar mijn werk forensde, zaten we volop in de liberalisering. De Muur was gevallen, de markt was heilig, er werd gezegd dat we ons aan het einde van de geschiedenis bevonden. In ons land, en de rest van de westerse wereld, hing een vreemde triomfalistische sfeer en ikzelf was niet zo lang daarvoor aan mijn werkzame bestaan begonnen, dus al met al liep ik nogal verweesd rond in de wereld. (meer…)

Nick Drake – Five Leaves Left

Five_Leaves_LeftEr zijn flink wat  klassieke albums die dit jaar hun gouden jubileum vieren. Een daarvan is Five Leaves Left, het debuutalbum van singer-songwriter Nick Drake. Destijds, in de zomer van 1969, bracht de verstilde folkpop van de melancholieke Brit (1948-1974) niet meer dan een kleine rimpeling in de vijver teweeg: een paar ongeïnspireerde recensies, lage verkoopaantallen. Ook de twee albums die Drake daarna maakte, Bryter Layter (1971) en Pink Moon (1972), deden weinig.

Nick_Drake_(1971) of 1969Na zijn vroegtijdige dood in 1974, aan een overdosis pillen, werd Drake postuum een cultartiest, gekoesterd in een kleine kring van gelijkgestemde romantisch-gekwelde zielen. Zelf leerde ik zijn muziek kennen via een bevriende muzikant, een fan die bijna even introvert en zwaarmoedig was als zijn idool. Maar in 2000 vond de muziek van de Britse zanger-gitarist opeens een groot publiek nadat Volkswagen de titeltrack van Pink Moon in een reclamefilmpje gebruikte om een van hun modellen te promoten. Het kan verkeren. (meer…)

Albumverjaardag – Music From Big Pink

Bob Dylan 2In het voorjaar van 1966 trok Bob Dylan zich terug in de landelijke omgeving van het kunstenaarsdorpje Woodstock, op een paar uur afstand van New York. Weg van de muziekbusiness en de persmuskieten, misschien ook weg van de herinneringen aan de wereldtournee van het afgelopen jaar, met publiek dat hem uitschold voor verrader omdat hij ‘elektrisch was gegaan’.

330px-The_Big_Pink_(crop)In het najaar voegden The Hawks, Dylans uit Canada afkomstige begeleidingsband, zich bij hem. Gitarist Robbie Robertson huurde met zijn vrouw Dominique een eigen woning; bassist Rick Danko, pianist Richard Manuel en organist Garth Hudson betrokken samen voor 125 dollar per maand een groot vrijstaand huis in West Saugerties dat in de volksmond ‘Big Pink’ werd genoemd.

hoes The Basement TapesHet grote huis herbergde onder meer een ruime kelder, en die veranderde dus al snel in een repetitieruimte annex opnamestudio. En in die sfeer van ongekende vrijheid en afzondering ontstond iets wat je wel een nieuw muziekgenre kunt noemen. Dylan en de vier Canadezen – plus de uit Arkansas afkomstige drummer Levon Helm, die zich met zijn oude Hawks-maten had herenigd – putten diep uit de rijke folk-, country-, blues- en gospeltradities van hun land. En maakten daar vervolgens gloednieuwe en bezielde rock-‘n-roll van. De  nummers die ze spelenderwijs opnamen zouden in 1975 officieel verschijnen als The Basement Tapes.

hoes Music From Big PinkMaar de eerste versie van The Basement Tapes kwam al uit op 1 juli 1968: Music From Big Pink van The Band, zoals The Hawks zich inmiddels waren gaan noemen. Vandaag precies een halve eeuw geleden. Het album bevat drie (deels) door Dylan geschreven nummers uit de keldersessies, maar is toch op en top The Band, met de stemmen en composities van Helm, Manuel, Danko en Robertson en klassiekers als The Weight en Chest Fever.

Greil MarcusMusic From Big Pink sloeg in als een bom, in de VS en daarbuiten. De muziek bood iets waar de rockwereld op dat moment naar snakte, aldus de bekende Amerikaanse criticus Greil Marcus. Het album opende een vergeten wereld, een oer-Amerika dat in de voorgaande decennia onzichtbaar was geworden, maar onder de radar was blijven bestaan: the Old Weird America. Dylan en The Band groeven die ondergrondse stroming op en wekten haar tot leven.

330px-The_Band_-2005710053-En wat bijzonder was, hun muziek was dan wel doordesemd van de traditie, maar allesbehalve nostalgisch. De wereld van boeren, gokkers, zwervers en eenzame oude vrijsters die ze bezongen was in de eerste plaats hard, angstig en onzeker. Omstandigheden die ook Amerikaanse stedelingen in de tweede helft van de 20e eeuw bekend voorkwamen – en blijkbaar ook die in Europa.

latte macchiatoDe betekenis van The Band en Music From Big Pink is moeilijk te overschatten. Hun stijl – ongepolijst, authentiek en tijdloos – ging lijnrecht in tegen de gladde en vluchtige oppervlakkigheid van veel andere popmuziek. The Band was daarmee de belangrijkste inspiratiebron van de latere alt.country- of americana-stroming, met bands als Wilco, Los Lobos, Old Crow Medicine Show, The Gourds en The Drive-By-Truckers. Sterker nog, er loopt een bijna rechte lijn van het bebaarde vijftal naar de hipstergeneratie van nu, al werd er in die tijd nog weinig latte macchiato maar des te meer alcohol gedronken.

downloadBig Pink is de plaat waarmee dat allemaal begon. Hij zou gevolgd worden door The Band’s titelloze tweede album, met evergreens als The Night They Drove Old Dixie Down, Upon Cripple Creek en When You Awake. En nog veel meer moois. Reden om Music From Big Pink vandaag maar weer eens op te zetten en te denken aan het moment dat heden en verleden elkaar weer ontmoetten. In de popmuziek.

Albumverjaardag – Songs for Beginners

hoes Songs for Beginners van Graham Nash47 is geen jubileumgetal, maar de verjaardag van Songs for Beginners, dat verscheen op 28 mei 1971mag wat mij betreft elke keer gevierd worden. De bescheidenheid die uit de titel sprak maakte de critici mogelijk blind voor de pure klasse van Graham Nash’ solodebuut, maar terugkijkend en -luisterend moet je constateren dat het in al zijn eenvoud en directheid gewoon een meesterwerk is. Een uniek breakupalbum ook.

The HolliesNash, geboren in 1942 in Noord-Engeland, maakte eerst furore in de popgroep The Hollies. In 1969 stak hij over naar de VS. Daar hoopte hij zich bij nieuwe vlam Joni Mitchell te voegen en nieuwe muzikale wegen in te slaan, aangestoken door de sfeer van vrijheid en creativiteit die  aan de Amerikaanse westkust heerste.

CSNYIn een recent BBC-interview verhaalt Nash hoe een taxi hem vanaf het vliegveld naar het huis aan Lookout Mountain Avenue in Los Angeles bracht – het huis dat hij later met CSNY zou vereeuwigen in Our House op hun klassieker Déjà Vu. De Brit verwachtte daar alleen Mitchell aan te treffen, maar David Crosby (ex-The Byrds) en Stephen Stills (ex-Buffalo Springfield) waren er ook, experimenterend met wat nieuwe zelfgeschreven liedjes. Toen de drie mannen hun stemmen een kwartier later magisch lieten samenvloeien was zijn teleurstelling snel vervlogen. De rest is popgeschiedenis.

1974_joni_mitchellHet huis in Laurel Canyon was een idylle: twee jonge getalenteerde mensen die onder de Californische zon musiceerden, elkaar liefhadden en vrienden ontvingen. En het kon dus ook niet blijven duren. In juni 1970 verbrak Mitchell de relatie, Nash achterlatend met een gebroken hart. Zij zou over hem zingen in nummers als ‘My Old Man’ en ‘River’ van haar klassieker Blue. Nash maakte Songs for Beginners.

hoes dubbelelpee Crosby Nash low res bijgesnedenHet was een van de eerste albums die ik als puber kocht, de helft van een dubbelelpee – de andere helft was David Crosby’s solodebuut If I Could Only Remember Your Name. Totaal contrasterende platen: Crosby’s uitgesponnen acid-folkstukken tegenover de elf kraakheldere ambachtelijke popsongs van Nash. Er zaten heel wat weken zakgeld in die dubbelaar, maar hij was het waard.

CSNY2Het bijzondere van Songs for Beginners: het is een breakup- en doorstartplaat ineen. Je voelt Nash’ diepe pijn, maar ook de veerkracht van een working class Brit die zichzelf uit het moeras omhoog trekt: Someone is gonna take my heart, Noone is gonna break my heart again, zingt hij in het intrieste én glorieuze I Used To Be A King, met bovenaardse pedal steel van Jerry Garcia (Grateful Dead). En op de dag dat de relatie met Mitchell definitief stukliep schreef hij het ontwapenende Simple Man, en speelde het diezelfde avond nog live met CSNY.

hoes Military MadnessNash weet zich op het album omringd door fantastische muzikanten die zich volledig inleven in zijn songs. Dat moet ook hebben geholpen. Luister naar het hartverscheurende Sleep Song. Of naar Military Madness, de nog immer actuele protestsong die zo heerlijk meebrult. En verwonder je erover dat uit zulke ellende zoiets moois kan ontstaan.

 

Albumverjaardag – The Kick Inside

The Kick InsideDat laat ik me geen tweede keer gebeuren, dacht ik vorige week toen ik de verjaardag van Little Feat’s topalbum Dixie Chicken (45) was vergeten. Daarom vandaag alvast de hartelijke felicitaties voor Kate Bush’ debuutelpee The Kick Inside (wordt morgen 40).

Kate Bush Wuthering HeightsEn wat een debuut was het, op 17 februari 1978. Te midden van het geweld van punk en new wave en de doordreunende disco van die jaren keek de wereld verwonderd naar dit nieuwe fenomeen dat, 19 lentes jong, met ‘Wuthering Heights’ de eerste door een vrouw geschreven en gezongen nummer 1-hit in Groot-Brittannië scoorde.

moorsEen onwaarschijnlijke hit ook: die geëxalteerde romantiek, die hoog boven de royale orkestratie uittorenende stem met deftige Britse dictie – je waande je op de nevelige Engelse moors, bezocht door geesten uit het verleden. Gothic van voordat dat woord überhaupt in de popmuziek voorkwam. Zelfs als je muzieksmaak zich beperkte tot Amerikaanse countryrockers in houthakkershemden (zoals bij mij) kon je je moeilijk aan de magie van het nummer onttrekken. Bovendien, het oog wil ook wat, en dat werd door Bush eveneens uitstekend bediend, bijvoorbeeld via Avro’s Toppop.

UMG_Kate-Bush_lo-212x300Onlangs werd mijn oog opnieuw naar de zangeres getrokken, nu op de cover van de geheel aan haar gewijde Uncut-uitgave Kate Bush – The Ultimate Music Guide. De hoofdmoot van dit dikke glossy tijdschrift bestaat uit chronologisch gerangschikte interviews en recensies die door de jaren heen in de muziekbladen verschenen. Een interessante formule – waarin onder meer ook Stevie Wonder, Prince, David Bowie, Joni Mitchell zijn opgenomen – omdat je zo de carrière van de artiest volgt met de argeloze blik van destijds, toen niemand nog kon zeggen hoe het verder zou gaan.

The Dreaming Kate BushEn zo, achterwaarts door haar werk reizend, kreeg ik een steeds completer beeld van Bush’ ontwikkeling. Het valt op hoe extravagant mensen The Kick Inside bij verschijning  vonden – terwijl dat nog maar het begin was. De jonge singer-songwriter zocht steeds eigenzinniger haar eigen grenzen en die van de popmuziek op met albums als The Dreaming (1982), Hounds of Love (1985, mijn persoonlijke favoriet) en The Sensual World (1989). Artrock, artpop, progrock, baroque rock, experimental pop – al deze etiketten volstonden niet om haar liedjes vol soundcollages, middeleeuwse instrumenten, moderne elektronica, vervormde stemmen en gesproken woord definitief te duiden.

wasmachineDat geldt ook voor Bush’ filmische en literaire teksten, die bol staan van verwondering en sensualiteit. Op haar album Aerial, dat na twaalf jaar radiostilte in 2005 verscheen, bezingt ze zelfs de vreugden van het moederschap (een pop-doodzonde) en die van de wasmachine.

The_Kick_Inside_(alternative_cover).jpgMet deze bijzondere kwaliteiten neemt Kate Bush een volledig eigen plek binnen de rock-‘n-roll in. En die kwaliteiten zijn op The Kick Inside in de kiem al aanwezig. Luister nog maar eens naar The Man With the Child in His Eyes, ook zo’n klassieker. Naar Moving. Naar The Saxophone Song. Ach, naar het hele album eigenlijk. Hoe mooi, hoe pril. Het is weer even 1978.

 

Sorry – vergeten!

forgotten birthdayVorige week ging Goeie Nummers over verschillende muzikale spijtbetuigingen. Vandaag moet ik zelf door het stof. Een verjaardag vergeten, twee weken geleden al. Mijn gebruikelijke excuus ‘dat ik gewoon geen hoofd heb om dat soort dingen te onthouden’ bleek ditmaal onvoldoende. Bij deze zeg ik dus sorry, sorry en probeer ik het goed te maken met Aandacht.

Dixie Chicken van Little FeatDe verjaardag van Dixie Chicken, daar ging het om. Topplaat van de Amerikaanse southern rock-topband Little Feat, verschenen op 25 januari 1973. Louter topummers, in een originele mix van blues, rock, country, ragtime, New Orleans-funk en jazz. 45 jaar is ze inmiddels, onze Southern Belle. Wat ouder geworden natuurlijk, maar nog altijd beeldschoon.

Little Feat 2De tweede bezetting van Little Feat, van 1972 tot 1979, is zo’n typisch geval van ‘het geheel is meer dan de som der delen’. Een cult-band, zonder hits, maar wel bewonderd door publiek, critici en vooral collega-muzikanten. Een acquired taste ook, vanwege hun uitwaaierende stijl: frontman Lowell George, met uniek melodieus-bluesy stemgeluid en dito slidegitaar; de ervaren sessie-gitarist Paul Barrère; het veelzijdige toetsenbeest Bill Payne; de driekoppige ritmesectie die vette grooves neerlegt ‘zonder die te spelen’. Het bezielde samenspel van het sextet geldt sindsdien als een soort heilige graal voor veel andere popmuzikanten, van Robert Plant en Phish tot Sheryl Crow en de Tedeshi Trucks Band.

Lowell GeorgeIn 1979 sloeg het noodlot toe. De zwaarlijvige en zwaargebruikende George bezweek op 34-jarige leeftijd aan een hartaanval. Little Feat stortte in elkaar, en pas jaren later durfden de andere leden de band nieuw leven in te blazen, zoals Bill Payne destijds aan popjournalist Geert Henderickx toevertrouwde. Vanaf die tijd zou de band nog verschillende goeie platen en tournees maken zonder hun voormalige frontman echter helemaal te kunnen doen vergeten.

Little FeatDixie Chicken is het derde en wat mij betreft meest consistente studio-album uit Little Feat’s toptijd. Geen zwakke plekken te vinden, vanaf de meezingbare titeltrack tot het afsluitende instrumentaaltje ‘Lafayette Railroad’. Speciale vermelding voor de dwarsfluit in het bluesy Juliette, een geweldig werkende combinatie die gek genoeg weinig school heeft gemaakt in de rock-‘n-roll.

Bonnie Raitt en Emmylou HarrisLittle Feat was ook een ijzersterke podium-act, met zoveel muzikale bagage dat er volop ruimte was voor improvisatie. Luister naar de live-versies van vier topstukken van het verjarende album: Dixie Chicken, met Bonnie Raitt en Emmylou Harris als achtergrondkoortje (!), Fat Man in the Bathtub, de Allen Toussaint-cover On Your Way Down en het heerlijk funkende Two Trains.

Conclusie: 45 is het nieuwe 25.

 

 

 

 

 

 

 

 

Bob Marley als goedheiligman

Bob Marley Live!Op 5 december 1975, vandaag precies 42 jaar geleden, gaven Robert Nesta “Bob” Marley (1945-1981) en zijn Wailers de wereld het mooiste cadeau denkbaar: het album Live! In mijn geval overigens niet echt een presentje: het was de eerste elpee die ik als veertienjarige kocht. Na lang wikken en wegen en twee keer luisteren bij de platenzaak, want zo’n elpee was een rib uit je lijf.

Bob Marley met gitaar liveMaar man, wat een plaat. Ook nu nog. Het uitroepteken in de titel is niet overdreven: het is één brok leven en opwinding wat tot je komt vanuit The Lyceum Ballroom in Londen, waar Live! op 18 juli 1975 werd opgenomen. Die aankondiging van de spreekstalmeester alleen al: ‘All the way from Trenchtown, Jamaica: Bob Marley & the Wailers. Come on!’ En als de band dan Trenchtown Rock inzet, ben je verkocht. Marley trakteert je meteen op een van de fraaiste statements uit de rock-‘n-rollgeschiedenis : ‘One good thing about music, when it hits you feel no pain’. Je haalt me de woorden uit de mond.

rastafari-vlagNiet dat alle tracks op Live! zo opgewekt zijn. Het Jamaicaanse Rastafari-geloof dat Marley met zijn muziek uitdroeg – een levensbeschouwing die deels teruggaat op het boek Openbaringen uit de Bijbel – staat voor een groot deel in het teken van lijden. Dat hoor je in tracks als Burnin’ And Lootin’ en ‘No Woman, No Cry’. Maar altijd is er die unieke reggae-beat die alle zorgen als bij toverslag wegneemt – in elk geval voor zolang de muziek duurt.

t-shirt Get Up, Stand UpEn het gaat in de reggae natuurlijk niet alleen over pijn, maar ook en vooral over solidariteit en liefde, over verzet en verlossing. Zoals in Lively Up Yourself, aan de eind van de eerste plaathelft. En even verderop in Get Up, Stand Up (mijn persoonlijke Marley-favoriet). Fraaie protestsongs, die anders dan bij die andere Bob ook nog eens waanzinnig dansbaar zijn. En uitermate geschikt om een menigte mee op te zwepen.

Bob Marley 2 - kopieLive! was mijn kennismaking met Bob Marley. Sindsdien ben ik verslingerd aan de muziek van de man die tot een legende zou uitgroeien. In zijn korte leven bracht hij maar liefst vijftien albums uit, solo of samen met The Wailers. De meeste daarvan, zoals Rastaman Vibration, Kaya en Survivor, zijn sowieso topplaten. Maar Live! heeft een speciaal plekje in mijn hart. Geweldig dat er zulke onverwoestbare sinterklaascadeaus bestaan.

 

Albumverjaardag: ‘Court & Spark’ van Joni Mitchell

vuurwerkHet jaar is nauwelijks begonnen, de lucht hangt nog vol kruitdampen en oliebollenwalm. Men wrijft zich in de ogen, verwenst de champagne en vraagt zich af hoe lang de goede voornemens goed zullen blijven. Dit moet ook ongeveer de situatie zijn geweest toen Court & Spark van Joni Mitchell op 1 januari 1974 op de wereld werd gezet.

big-yellow-taxiDe Canadese singer-songwriter was eind jaren 60 neergestreken aan de westkust van de VS. Met haar intrigerende melodieën en persoonlijke teksten maakte ze in het flowerpowertijdperk snel furore, scoorde zelfs hitsingles als ‘You Turn Me On, I’m a Radio’ en Big Yellow Taxi, Mitchells bekende milieuprotestsong.

1974_joni_mitchellTussen 1968 en 1972 produceerde Mitchell (1943) elk jaar een album, met toenemend commercieel en artistiek succes. In 1973 besluit ze het aantal optredens echter drastisch terug te brengen en besteedt ze een groot deel van haar tijd in de studio. Wat ze daar allemaal doet wordt aan de startstreep van 1974 duidelijk.

hoes-court-sparkOp Court & Spark is Mitchells vertrouwde sobere folksound van zang, akoestische gitaar en piano verrijkt met drums, bas en elektrische gitaar, aangevuld met blazers, percussie, fluiten en strijkers. Gerenommeerde sessiemuzikanten als Larry Carlton en Joe Sample verlenen hun diensten, en het meest opvallend zijn de jazzinvloeden die de muziek doordesemen.

trein-door-landschapElk liedje op dit album lijkt je mee te nemen op een grillige trip met onbekende bestemming. Met verbazing lees je op de hoes dat de nummers meestal maar zo’n drie minuten duren. Als een vakantie van twee weken die voor je gevoel een half jaar heeft geduurd. Luister maar eens naar de titeltrack.

single-help-meNet als Blue van drie jaar eerder bevat Court & Spark bijna louter hoogtepunten, maar de toon is lichter, met onder meer het poppy ‘Help Me’ en het jazzy ‘Raised On Robbery’, beide op single uitgebracht. Het absolute prijsnummer is voor mij Down To You, zo melancholiek en troostrijk als je het in de popmuziek maar kunt vinden.

330px-joni_mitchell_1975Van alle jazzfolkplaten die Mitchell zou maken, is Court & Spark me het dierbaarst, mogelijk omdat de spanning tussen de strenge ambachtelijkheid van folk- en popsongs en de muzikale vrijheid van de jazz hier maximaal is. Het is daarmee ook een gedurfde plaat. Joni Mitchell stond met haar ene been nog in de popwereld met zijn strakke regels, met het andere stapte ze zelfbewust de vrijheid in. De releasedatum moet symbolisch bedoeld zijn. Moge Court & Spark nu, 43 jaar later, een inspiratie zijn voor ons in 2017.