Maand: mei 2020

Word jij ook pop-mecenas?

De rijke Romeinse staatsman Gaius Cilnius Maecenas (70 – 8 v.C.) verwierf eeuwige roem als eerste sponsor en beschermer van de kunsten. Het systeem van financiële ondersteuning waardoor kunstenaars zich onbekommerd aan hun kunst kunnen wijden, draagt ook vandaag de dag nog steeds zijn naam: het mecenaat.

concertgebouworkestZou het mecenaat voor popmuzikanten een oplossing zijn nu hun inkomsten door de coronacrisis opdrogen? Ja, zeggen hoogleraar Mecenaatstudies Helleke van den Braber en De Staat-toetsenist Rocco Hueting in een recent gezamenlijk opiniestuk in de Volkskrant. Maar ze zien ook obstakels. Ze constateren dat het mecenaat in de gevestigde kunsten allang voorkomt in de vorm van geefkringen. Zo hebben Concertgebouworkest, Internationaal Theater Amsterdam (ITA) en Residentie Orkest vaste donateurs die overheidssubsidies en andere inkomstenbronnen aanvullen. In de popmuziek ontbreekt deze vorm van steun echter volledig, stellen ze, en dat komt door de cultuur van de popmuziek.

romantische kunstenaarIn de popcultuur wordt namelijk het aloude Romantische ideaal van de onafhankelijke, authentieke en onbaatzuchtige artiest volop in ere gehouden. Door artiesten, muziekindustrie én publiek. Een artiest die de hand ophoudt bij het publiek of bij rijke weldoeners verliest dus meteen zijn of haar (geloof)waardigheid. De auteurs pleiten dan ook voor een wederkerig popmecenaat, ‘gericht op uitwisseling en gebouwd op dat wat muzikanten en hun fans van oudsher bindt: een gedeelde identiteit en energie.’ Bij zo’n systeem zou een artiest of band de fans wel trots en zonder gêne kunnen betrekken.

Amanda PalmerBij deze opvattingen maakten ingezonden-brievenschrijvers diverse kanttekeningen: er bestaan al wel degelijk vormen van popmecenaat, werpen ze tegen. Zo heeft het Nederlandse platenlabel Excelsior al sinds 2011 honderden ‘supporters’ die met een maandelijks bedrag hun favoriete bands steunen. En artiesten als Kristin Hersh en Amanda Palmer werken al geruime tijd met een vorm van fan-steun. Bovendien is er al een hele rits albums met hulp van crowfunding tot stand gebracht.

Feijenoord 100 jaarEen belangrijker punt lijkt mij dat het bij de genoemde succesvoorbeelden Concertgebouworkest, ITA en Residentie Orkest niet gaat om individuele artiesten maar om plaatsgebonden en tijdloze instituten waarin acteurs, regisseurs, dirigenten en musici uiteindelijk passanten zijn. Enigszins vergelijkbaar met voetbalclubs die trouwe supporterslegioenen behouden terwijl spelers, coaches en bestuurders elkaar in hoog tempo aflossen. Zulke instituten zijn er in de popmuziek eenvoudigweg niet.

LowlandsOf zouden ‘poptempels’ als Paradiso, 013 en TivoliVredenburg zich tot zoiets kunnen ontwikkelen? Dan zouden ze volgens mij echt kleur moeten gaan bekennen in het soort muziek dat ze programmeren, en dat lijkt me vrijwel onmogelijk. Nee, dan geef ik festivals meer kans. Le Guess Who?, Lowlands, Transition, Into the Great Wide Open, Pinkpop, Best Kept Secret, Down The Rabbit Hole – deze terugkerende plaatsgebonden fenomenen kunnen bezoekers een herkenbaar levensgevoel én onvergetelijke ervaringen bieden.

entertainment industryMaar ik zie nog een ander obstakel, zowel bij individuele artiesten als bij festivals, en dat is fundamenteler. Van den Braber  en Hueting verklaren de afwezigheid van een mecenaat in de popmuziek uit heersende Romantische kunstidealen. Daarmee zien ze over het hoofd dat popmuziek meer dan de gevestigde Kunsten vanaf het begin nadrukkelijk deel uitmaakt van de massacultuur en de vermaaksindustrie, net als film en mode.

T-shirtsPopfans zijn kunstliefhebbers en entertainmentconsumenten tegelijk. Ze kiezen uit vele merken (artiesten) die producten en diensten waar ze op dat moment behoefte aan hebben – een album, concertticket, merchandise – en die ze zich kunnen veroorloven, waarbij de gunfactor (emotionele verbondenheid) een grote rol speelt. Deze manier van kiezen voelt veel vertrouwder dan de rol van popweldoener.

opinieonderzoekUiteindelijk is de hamvraag natuurlijk: wat werkt? Dit leent zich vast goed voor opinieonderzoek. Ik doe hier een kleine voorzet: onder welke voorwaarden en op welke manier zou jíj muziek of muzikanten op vaste basis financieel willen ondersteunen?

  • Via een platenlabel, zoals bij Excelsior Recordings?
  • Rechtstreeks aan de artiest als ondersteunende fan, zoals bij Kirstin Hersh en Amanda Palmer?
  • Als Vriend van een festival of een poptempel?
  • Alleen als een artiest of instelling in nood komt?
  • Anders?

geef je meningIkzelf neig het meest tot de derde optie, vooral als daar een paar leuke extra’s bij horen, zoals ticketvoorrang of -korting, een meet&greet, andere leuke dingen. Maar ik ben vooral benieuwd hoe jij als lezer van dit blog erover denkt. Laat het hieronder weten bij de reactiemogelijkheid!

P.S. Als je er nog niet uit bent maar toch iets wilt doen, teken dan de petitie Liefde voor Muziek. Daarmee vraag je de overheid om steun voor de geplaagde vaderlandse popsector. Broodnodig!

Het raadsel Nick Lowe

Nick Lowe jongDe carrière van Nick Lowe is nauwelijks te bevatten. Eind jaren 70, begin 80 beleeft de Britse zanger-basgitarist successen als solo-artiest met inventieve maar weinig authentieke liedjes (I Love the Sound of Breaking Glass, Cruel To Be Kind). Terwijl zijn meesterwerken vanaf midden jaren 90 (The Impossible Bird, The Convincer) nooit meer dan een beperkte schare trouwe fans bereiken. Hoe kan dat? Is het een bewijs voor de stelling dat kwaliteit en commercieel succes gewoon niet kunnen samengaan?

boek Cruel To Be KindIk ging op zoek naar het antwoord in Lowe’s recente biografie Cruel To Be Kind, van de hand van popjournalist Will Birch. Birch sprak vele mensen uit Lowe’s omgeving, alsmede de man zelf, en biedt zo een mooi inkijkje achter de schermen van de publieke persona die de Engelsman ons laat zien. Zodat we geleidelijk steeds dichter bij de kern van het enigma komen.

howlin' wind van graham parkerWe lezen hoe Lowe eind jaren 70 de wonder boy wordt van de Britse punk en pubrock. Alles wat hij aanraakt verandert in goud. Hij produceert de belangrijke eerste platen van Elvis Costello, Graham Parker & the Rumour, Ian Dury & The Blockheads en The Damned, schrijft hits voor andere artiesten en speelt zalen plat met de energieke rockabilly van Rockpile. Hij verwerft zelfs halfserieuze bijnamen als Jesus of Cool, Saint Nick en Basher.

Hiatt_FamilyMaar halverwege de jaren 80 is het wel op. Platenlabels weten niet meer wat ze met hem aan moeten. Het botert steeds minder met manager Jake Riviera. De drank krijgt Lowe steeds meer in zijn greep. Zijn huwelijk met countryzangeres Carlene Carter loopt op de klippen. En dan, in 1987, komt de ommekeer. Singer-songwriter John Hiatt belt vanuit LA of Lowe bas wil spelen op de plaat die hij met gitarist Ry Cooder en drummer Jim Keltner wil opnemen. Lowe vliegt dezelfde avond nog naar LA, en vier dagen later zijn de opnames voor Bring The Family klaar. De plaat, met onder meer prijsnummer Have A Little Faith In Me, zou een rootsklassieker worden.

nick lowe impossible birdDoor Bring the Family herleeft Lowes belangstelling voor de traditionele Amerikaanse muziek. Vanaf dat moment laat hij de muziekmodes voor wat ze zijn en ontwikkelt een geheel eigen stijl waarin country, soul, rock-‘n-roll en calypso samengaan met een croonende stijl van zingen en oer-Britse woordkunst. The Impossible Bird uit 1994 is de eerste proeve van Lowe’s hervonden elan – werklust is niet zijn fort – in de decennia daarna gevolgd door vijf andere studioalbums die vooral bij critici hoge ogen gooien.

Iirony dialn het laatste hoofdstuk van Cruel To Be Kind gaat Birch eindelijk in op het raadsel van Lowe’s beperkte succes, al geeft hij daarvoor het woord aan anderen. Volgens de een is Nick Lowe wat te erudiet en te intelligent voor het grote publiek, dat nou eenmaal gesteld op eenvoud. Volgens een ander staat Lowe’s ironie brede populariteit in de weg. Zijn muziek heeft vaak het karakter van een pastiche – een liefdevolle overdrijving van de stijl van een bepaalde artiest – en luisteraars krijgen dan gemakkelijk het gevoel dat hij op subtiele wijze de spot drijft met hun eigen muzieksmaak.

Nick Lowe met Ry CooderDie verklaringen klinken best plausibel, maar toch blijf ik met mijn vraag zitten. Lowe’s teksten zijn inderdaad vaak voor meerdere uitleg vatbaar, maar door de jaren heen is zijn werk juist steeds directer, serieuzer en persoonlijker geworden. De persoon en de artiest Nick Lowe zijn steeds meer op elkaar gaan lijken. Dan is het dus onlogisch dat zijn latere liedjes minder liefhebbers vinden dan zijn vroegere.

nick lowe dig my moodZou het kunnen dat ironie de afgelopen decennia steeds meer uit de gratie is geraakt bij het pop-publiek? Ik hoop dat ik ernaast zit. Luister naar The Man That I’ve Become. Of naar I Trained Her to Love Me. Wat een fijne liedjes, die je een glimlach bezorgen en tegelijk je wenkbrauwen doet fronsen. Populair of niet, Nick Lowe is de man die in ruim veertig jaar van Jesus of Cool een ‘elegant statesman of rock’ werd, een bijzondere prestatie  – check him out.

Het mooiste lied voor moeder

moederdagkaartKomende zondag is het moederdag. Wie dat een commerciële nepfeestdag vindt kan nu meteen wegklikken. Maar doorlezen zou slimmer zijn, want mooie liedjes voor moeder kun je elke dag van het jaar draaien. Vandaag zoek ik naar liedjes waar je haar aanstaande zondag letterlijk en figuurlijk voor wakker kunt maken – nadat ze eerst natuurlijk lekker lang heeft uitgeslapen.

Jan Rot fezEr zijn niet superveel popsongs over moeder, valt me op. Met Stel dat het zou kunnen… maakte Jan Rot in paar jaar gelden weliswaar een van de allermooiste moederliedjes denkbaar, maar vandaag gaat het om liedjes voor levende moeders. Om diezelfde reden moet ook JJ Cale’s Blues for Mama helaas afvallen. (meer…)

Alsof je er toch bij bent – de beste livealbums

Zorgen popsector coronaHet wegvallen van popconcerten en festivals is een ramp. In de eerste plaats voor artiesten, organisatoren, zaaleigenaren en alle andere mensen die in de branche hun brood verdienen, zoals licht- en geluidstechnici en podiumbouwers. Maar ook veel popliefhebbers, waaronder ikzelf, hebben eronder te lijden.

concert met publiekWant voor elke rechtgeaarde popfan is het concert nog steeds dé plek voor de hoogste muziekbeleving en emotionele impact. Daar kan een plaatopname niet tegenop. Er is die onverklaarbare interactie tussen publiek en artiest, tussen een grote groep individuen die een ‘gemeenschappelijk hersencircuit’ kan ontwikkelen als van een zwerm spreeuwen die in een onnavolgbare flow samen door de scherpste bochten zwenkt. En een concert is nooit voorspelbaar. Elk moment telt, en jij bent erbij.

Nick Hornby High FidelityMaar nu dus even niet. Een vriend van me vertelde dat hij de opwinding van een popconcert nu toch echt begon te missen. Hij kwam met een oplossing: livealbums luisteren. Een surrogaatoplossing weliswaar, net als die andere next best things waar we in coronatijden mee doodgegooid worden, maar wel een aardige surrogaatoplossing. Naar analogie van de figuur Rob Fleming uit het boek High Fidelity van Nick Hornby kwam hij met deze persoonlijke Top 5:

  1. The Band – The Last Waltz
  2. Wilco – Kicking Television: Live in Chicago
  3. Little Feat – Waiting for Columbus
  4. Jimi Hendrix – Band of Gypsys
  5. Bob Marley and the Wailers – Babylon by Bus

Zo, de toon was gezet. Je kunt altijd over smaak twisten, maar dit waren liveplaten die stuk voor stuk barsten van energie, spelplezier en muzikaal vakmanschap. Die precies doen wat studioalbums nooit kunnen: de spanning van het moment en de magische vibe van de zaal vangen. Alsof je erbij bent.

enthousiast concertpubliekIk kon uiteraard niet achterblijven. En ik merkte dat het opstellen van zo’n lijstje nog niet zo makkelijk is. Lang niet alle livealbums zijn top. De muziek kan fantastisch hebben geklonken voor wie in de euforische massa opging, maar in je uppie thuis luister je naar de lp of cd met je verwende oren in de koele oordeel-stand. En dan vallen sommige concertregistraties helaas door de mand.

Curtis Mayfield live at Ronnie Scott'sAnderzijds is er ook een luxeprobleem: er zijn te veel goede kandidaten. Een Top 5 is altijd een pijnlijk proces van schrappen. Dus ik wikte, ik woog, ik dubde. En moest onder meer Rory Gallaghers Irish Tour te laten vallen. Net als Curtis Mayfields People Get Ready (Live at Ronnie Scott’s London). Het zij zo. Uiteindelijk kwam ik tot dit ranglijstje:

    1. Bob Marley and the Wailers – Live!
    2. Van Morrison – It’s Too Late to Stop Now
    3. The Allman Brothers Band – At Fillmore East
    4. James Taylor – One Man Band
    5. James Brown – Live At The Apollo

Bob Marley Live!

Ik ga mijn ultieme livealbum Top 5 verder niet toelichten. Er staan linkjes onder naar Spotify. Mijn advies: zet de muziek aan, ga zitten, drankje erbij, doe je ogen dicht en waan je in New York, Pittsfield (MA), Santa Monica of Londen. Of ga in je hoofd naar elke andere favoriete locatie. En deel vooral jouw eigen livealbum Top 5 hieronder bij Reageren – ik ben benieuwd!