Maand: september 2018

Ondergedompeld in R.E.M.

onderdompeling eendAls eigentijdse muziekluisteraar ben je vooral een zapper. Als het huidige liedje niet bevalt ga je naar het volgende, hoppend van de ene artiest naar de andere, door de genres heen. Een uitstekende manier om je beperkte luistertijd efficiënt te besteden – maar persoonlijk dompel ik me liever voor langere tijd onder in één soort muziek. Door naar een heel album (!) te luisteren of, liever nog, me een aantal dagen achter elkaar (!!) onder te dompelen in het oeuvre van een bepaalde groep of artiest – mits dat natuurlijk sterk en interessant genoeg is.

Van Morrison met lichte hoedVaak gaat het dan om een artiest die in de loop van de tijd uit mijn playlist was verdwenen en door een of andere aanleiding weer op mijn pad komt. Zo verdiepte ik me een tijdje geleden in Van Morrisons album Keep Me Singing (2016) – om vervolgens weer dagenlang door Ierland te dwalen met Van the Man en zijn vroege meesterwerken Astral Weeks, Moondance en Veedon Fleece.

r.e.m. kleurEn zo was ik de afgelopen week bijna steeds diep into R.E.M., nu naar aanleiding van een interview dat ik hield met de Utrechtse Nederamericanaband The Yearlings (hun album Skywriting komt uit in november, lekkere muziek hoor, hou ze in de gaten), voor wie R.E.M. een grote inspiratiebron is.

R.E.M. Losing My ReligionDe duik in de wereld van Michael Stipe c.s. leverde onverwachte indrukken op. De indieband uit Georgia fungeerde in de media vooral als onderwerp van een muziekpolitieke discussie (‘is R.E.M. niet te commercieel geworden?’) of als wegbereider voor bands als Nirvana en Pearl Jam. Maar wie anno 2018 gewoon naar ze gaat luisteren, wordt getroffen door de  ontzettend sterke liedjes en het tijdloze karakter van hun eigenzinnige mix van sixties folkrock en seventies/eighties new wave.

farfisa orgelNeem bijvoorbeeld Begin The Begin, zo’n melodieus punky nummer waarop R.E.M. het patent heeft, met een gepassioneerde tekst waaruit afkeer én liefde spreekt. Of Stand, met vette rock-‘n-rollriff van Buck en een lekker Farfisa-achtig orgeltje. Of Finest Worksong, – let op dat verrassende baswerk van Mike Mills op het eind. Of het tedere Imitation of Life, met weer zo’n vage tekst om in te verdwalen. Het etiket ‘nineties alternative rock’ blijkt totaal niet meer te passen – dit zijn moderne klassiekers. Met R.E.M. eiste de combinatie Melancholie + Kracht voorgoed zijn plek op in de rock-‘n-roll.

11076831_bcdc79d83c_z R.E.M. Pinkpop 1989Tijdens mijn duiktocht dacht ik terug aan R.E.M.’s optreden op Pinkpop 1989 – hoog in mijn persoonlijke Concert-Top 10 – waar frontman Stipe fungeerde als Sjamaan, Voorganger en Martelaar ineen. Halverwege de meeslepende set scheurde hij zijn shirt kapot, en waar zoiets bij andere acts aanstellerig zou overkomen, was het daar op het podium in Landgraaf volkomen geloofwaardig. Rock-‘n-roll doet ertoe, dat was het effect. En datzelfde gevoel had ik vandaag toen ik weer uit het water kwam en mijn veren uitschudde.

Streekmarketing

Texas T-shirt WhateverTexanen zijn buitengewoon trots op hun staat, zoals je op menig T-shirt kunt lezen. Don’t mess with Texas. I’d rather be a fencepost in Texas than a king in Tennessee. Dat soort teksten. Ze zijn trots op de omvang van hun staat (na Alaska de grootste van de VS), op hun ondernemerszin, op hun eigengereidheid. En op hun artiesten.

Janis JoplinNou kan The Lone Star State ook bogen op een imposant rijtje popgrootheden. Om te beginnen de rock-‘n-rollhelden in de pophemel: Buddy Holly, Roy Orbison en Janis Joplin; countrysterren George Jones en Waylon Jennings; bluesbroeders Stevie Ray Vaughan, T-Bone Walker, Lightin’ Hopkins en Albert Collins. En dan vergeet ik bijna de onvergetelijke folkies en drinkmaatjes Guy Clark en Townes van Zandt.

SpoonOok in de ondermaanse muziekwereld bevinden zich flink wat grote Texanen: Willie Nelson, Steve Earle, Joe Ely, Robert Earl Keen Jr., ZZ Top. Bij de jongere generatie de fijne indieband Spoon, afkomstig uit state capital Austin, elk voorjaar de thuishaven van het wereldvermaarde muziekfestival South by South-West (SXSW). En natuurlijk singer-songwriter Robert Ellis, wat mij betreft de revelatie van de afgelopen jaren.

Robert EllisEn wat opvalt: die trots is overduidelijk geen eenrichtingsverkeer. Texaanse artiesten beantwoorden de eer door hun wortels in talloze fraaie liedjes te bezingen. Texas Flood (Stevie Ray Vaughn) bijvoorbeeld, Texas 1947 (Guy Clark) of Houston (Robert Ellis), en de lijst laat zich zonder moeite uitbreiden.

LyleLovettDe waarschijnlijk meest Texaanse onder de Texaanse singer-songwriter is toch wel Lyle Lovett. Lovett (Houston, 1957), die in 1988 in ons land een bescheiden hit had met She’s No Lady, mengt gospel en blues met bluegrass, folk en country en grossiert als geen ander in liedjes die het Texaanse chauvinisme op geheel eigen wijze invullen.

Texas girl T-shirtIn het fraaie This Old Porch rouwt hij weemoedig over zijn studententijd in College Station (TX). In You’re Right (You’re Not From Texas) viert en bespot hij tegelijkertijd de bijna arrogante houding van zijn staatgenoten. In Girls from Texas, samen met collega Pat Green, stelt hij zich regelrecht op als ambassadeur voor het Texaanse vestigingsklimaat: ‘Minnesota gals sure fill up a sweater, but the girls from Texas are just a little bit better’. Knappe streekmarketeer die daar tegenop kan. Ik ben benieuwd wanneer de vaderlandse provincies en gemeentes singer-songwriters gaan inzetten als communicatietool.

 

 

 

 

Een tribute-band met impact

Her MajestyAfgelopen zaterdag was ik met mijn echtgenote in poppodium Fluor in Amersfoort, voor een optreden van Her Majesty, de Crosby, Stills, Nash & Young tribute-band van Hollandse bodem die al een paar jaar met veel succes langs de vaderlandse theaters en clubs toert. Het was een gedenkwaardige avond, in meerdere opzichten.

Deja VuMeestal ben ik niet zo te porren voor tribute-bands, en CSNY is mijn vroegste en kwetsbaarste popliefde, maar op internet zag ik het vocale en instrumentale vakmanschap van Her Majesty (zoals deze), alsmede haar overduidelijke liefde voor de muziek van het illustere Amerikaans-Brits-Canadese viertal. En live in Fluor, voor een publiek van vooral vijftigers en zestigers en een stuk of wat twintigers, maakte het vijftal die belofte vanaf de eerste minuut waar.

kortsluitingDe line-up van de band is dan ook perfect. Jelle Paulusma en Diederik Nomden (beiden ex-Daryll-Ann) klinken bedrieglijk echt als respectievelijk Neil Young en Stephen Stills, net als zanger-gitarist Bertolf Lentink en drummer Bauke Bakker, die elkaar afwisselden als Crosby en Nash. Maar – dat is het gekke met een tribute-band – ondertussen zijn ze het niet, en daarom treedt er af en toe een soort kortsluiting op tussen je ogen en je oren.

radiocassetterecorderZo’n tribute-band werkt als een tijdmachine. De reeks songs van Crosby, Stills, Nash en Young brachten me terug naar mijn wereld van vier decennia terug, naar mijn oude slaapkamertje, als dertienjarige zittend naast de radiocassetterecorder, vingers op de opnameknoppen om zoveel mogelijk van die opwindende exotische klanken vast te leggen. Ik weet niet of ik veel van de muziek begreep, maar de aantrekkingskracht, de belofte, van nummers als Déjà Vu, Helpless en Our House was ongelooflijk, dat weet ik nog wel. En afgelopen zaterdag was ik ruim anderhalf uur lang weer die dertienjarige.

protest VietnamHer Majesty liet me ook met nieuwe oren luisteren naar dat bekende werk, bijna een halve eeuw oud, dat me na al die jaren misschien wat al te vertrouwd was geworden. Het viel me nu plotseling op hoe politiek en spraakmakend de nummers van CSNY vaak waren: Almost Cut My Hair, Ohio, Chicago, Alabama, Woodstock, ze kwamen allemaal voorbij. En hoe de popmuziek, ondanks haar alomtegenwoordigheid in ons leven, inmiddels veel van haar maatschappelijk engagement en belang heeft verloren.

StonehengeNa afloop van het concert kwam van achter uit de zaal een jonge vrouw, twenty-something, glimlachend naar mijn echtgenote toe. Ze wilde ons graag laten weten hoe zij en haar gezelschap van ons tweeën hadden genoten, van de manier waarop wij het optreden hadden beleefd. Best grappig. Ik stelde me voor dat ze ons enthousiasme had opgemerkt, misschien ook onze vervoering of onze verbondenheid, onze reis door de tijd. Maar zo word je wel ruw teruggebracht naar het heden. Dat kan een tribute-band als Her Majesty dus ook teweegbrengen.

 

 

Wat bezielde Bob Dylan?

Planet WavesEen tijdje geleden schreef ik hier op Goeie Nummers over Bob Dylans wonderschone ‘meegroeiliedje’ Going, Going, Gone: zo’n bijzonder nummer dat in elke levensfase een nieuwe betekenis voor je blijkt te krijgen.

Dylan Live at BudokanIk kreeg dan ook een schok toen ik het nummer, dat oorspronkelijk verscheen op Planet Waves (1974) onlangs op Dylans live-album At Budokan (1979) beluisterde. Niet dat het slecht klonk, integendeel, de begeleidingsband is super, de man zelf is zo goed bij stem als hij maar zijn kan. Het probleem was de tekst: afgezien van het korte refrein bleek die compleet veranderd te zijn!

slaperigheidBij de eerste regel al: ‘I’ve just reached the place where I can’t stay awake.’ Where I can’t stay awake? Dat moest een foutje zijn, het is natuurlijk ‘where the willow don’t bend’. Maar nee, die eerste afwijking was nog maar het begin. ‘There’s not much more to be said, it’s the top of the end’ was nu ‘I got to leave you baby, before my heart will break’. En zo verder.

Bob Dylan jaren 90Mijn eerste reactie was: wat een waanzin, hoe durft-ie, wat heeft hem in hemelsnaam bezield? Maar daarna moest ik die vraag van mezelf toch letterlijk maken: wat kan Dylan ertoe gebracht hebben om het lied zo ingrijpend te wijzigen? Was het gewoon nog niet af? Of  was de tekst te persoonlijk voor de artiest die zich zo graag in nevelen hult?

Fort Worth bordVan Dylan zelf hoeven we het antwoord niet te verwachten, dat is bekend. Een zoektocht op internet leidde echter naar een interessante blogpost van de Britse Dylan-vorser Tony Attwood. Wat bleek? Er bestaat nóg een versie van Going, Going, Gone, een live-opname uit Fort Worth (Texas) uit 1976, met wéér een alternatieve tekst. Het eerste couplet van de Fort Worth-versie is nog zoals het origineel, maar in het tweede couplet is ‘I’m closin’ the book on the pages and the tekst, and I don’t really care what happens next’ veranderd in ‘I’m in love with you baby but you got to understand that you want to be free, so let go of my hand.’ En ook de rest van de tekst wijkt op veel plekken af van de andere twee versies.

Dylan en SaraVolgens veel Dylan-volgers gaat Going, Going, Gone over de teloorgang van zijn eerste huwelijk, met Sara Lownds. Hebben de tekstuele aanpassingen misschien te maken met het feit dat Dylan na verloop van tijd anders ging kijken naar deze ingrijpende episode? Of was het lied van meet af aan bedoeld om zijn beweegredenen vooral tegenover Sara te verduidelijken? Met Sara, van het album Desire zou hij in 1976 tenslotte nog een ultieme maar vergeefse poging doen om haar terug te winnen (het koppel scheidde in 1977). Hoe het ook zij, er was kennelijk iets waar Dylan nog niet mee klaar was, en Going, Going, Gone was zo belangrijk dat hij er steeds aan bleef werken.

met elkaar meegroeienBlogger Attwood geeft de voorkeur aan de Fort Worth-versie. Best opmerkelijk, zeker als je puur muzikaal oordeelt. Maar liedjes zijn nu eenmaal niet alleen dingen waarover je kunt speculeren, je kunt er net zo goed over van mening verschillen. Ook met de artiest zelf. Want voor Dylan groeide Going, Going, Gone dus niet, zoals bij mij, vanzelf met hem mee. Dat is de meest intrigerende les om hieruit te trekken. Dylan moest het lied telkens aanpassen om het mee te kunnen nemen op zijn eigen reis. Een verschil tussen artiest en luisteraar om even bij stil te staan.