Maand: januari 2019

Een spijkerjasje met een ziel

japanVoor Japanners heeft alles in de wereld een ziel – ook dieren, planten, stenen en andere stoffelijke zaken. In ons romantische Westen loopt er juist een diepe scheidslijn tussen de bezielde mensheid en – afgezien van huisdieren en paarden – de ‘zielloze’ rest. Ook in de popmuziek. Popliedjes gaan over mensen en hun verwikkelingen. Over liefde of het gebrek daaraan. En niet over dingen. Maar sommige artiesten lappen die regel aan hun laars en getuigen toch gewoon van hun onbetamelijke liefde voor stoffelijke zaken.

Neil Young bij zijn auto met zijn band The SquiresHet eerste liedje waarvan ik besefte – pas later, overigens – dat het over een ding ging, was Long May You Run van The Stills-Young Band. Een zonnig hitje uit 1976, ontsproten aan het brein van Neil Young (1945). De ‘you’ uit de titel bleek geen geliefde, vriend of vriendin, maar een auto: de Canadees brengt een eerbetoon aan zijn geliefde ‘Mort’, de Buick-lijkwagen waarmee hij begin jaren 60 met zijn eerste bandje door zijn vaderland toerde.

Fred Eaglesmith met hoedEen andere liedjesschrijver die zeker zoveel van spullen houdt als van mensen, is Fred Eaglesmith – toevallig of niet ook een Canadees. Eaglesmith is verzot op treinen, auto’s, motorfietsen en andere machines. Zoals te horen is in 18 Wheels. Zijn machineliefde belet hem overigens niet om ook mooie songs over ménsen maken, zoals deze ode aan zijn overleden vader.

The JacketMaar het mooiste ding-liedje staat wat mij betreft voorlopig op naam van country-artieste Ashley McBryde (1983). De Amerikaanse singer-songwriter, vorig jaar debuterend met het album Girl Going Nowhere, focust niet op een auto maar op kleding. (Inderdaad, deze voorbeelden suggereren dat traditionele man-vrouw-patronen ook in de rock-‘n-roll behoorlijk standvastig zijn.)

Willie Nelson in spijkerjackIn The Jacket gaat het, passend bij deze outlaw-artieste, om een spijkerjasje. Het jasje van een vader. Een gehavend kledingstuk, met een ontbrekende knoop en slijtplekken op de ellebogen. Wordt het niet eens tijd om het weg te doen, pa, zegt dochterlief. Kan niet, zegt vader. Zijn leven zit in dat jasje. Als het regende, hing hij het om de schouders van haar moeder. Liftend naar Boulder, naar Willie Nelson-concerten, een nacht in de cel – waar hij ook ging, in goede en slechte tijden, het spijkerjasje was erbij, zegt hij terwijl hij zijn dochter omhelst.

Ashley McBrideEn het verhaal van het jasje gaat verder. Al bijna op het eind van het lied houdt McBryde even in en zingt dan: ‘It ain’t much to look at, but he let me have it,’ en ze vervolgt: ‘So I could feel his arms around me in that old jeans jacket.’ Een bijzonder geschenk voor een dochter die de wijde wereld in trekt om haar eigen weg te zoeken. Een schild om de elementen, lelijke woorden en tegenslagen mee op te vangen.

leap of faithAls luisteraar kruip je in dit lied in de huid van de dochter, maar ik – als vader van een al behoorlijk zelfstandige vijftienjarige – kijk ook mee vanaf de andere kant. Ik begin me al voor te stellen hoe het is om mijn dochter los te laten. Niet gemakkelijk. Je zou ze toch het liefst voor altijd voor alle ellende en gevaar behoeden. De oplossing van deze vader is zo gek nog niet, en vereist maar een kleine leap of faith: dingen hebben van zichzelf dan misschien geen ziel, ze kunnen die wel verwérven.

De verzinsels van Bruce Springsteen

walter kerr theatre springsteenTussen oktober 2017 en december 2018 trad Bruce Springsteen in totaal 236 keer op in een theater aan Broadway in New York, met een mix van persoonlijke verhalen en akoestische liedjes. Op internet las ik opvallend wisselende reacties. Daar moest ik meer van weten. Gelukkig kon ik de registratie van de voorstelling deze week op Netflix met eigen ogen bekijken.

srpingsteen akoestisch nog een keerHet bleek een boeiend schouwspel. Springsteen houdt er duidelijk van zijn publiek op speelse wijze te prikkelen. Ik heb nooit een gewone baan gehad, bekent hij meteen aan de fans, met een grijns op zijn gezicht. Nooit in een fabriek aan de lopende band gestaan. Nooit vijf dagen per week van 9 tot 5 gewerkt. Ik ben belachelijk succesvol geworden met liedjes over ervaringen die ik zelf nooit heb gehad. Ik heb het allemaal verzonnen. Niet slecht, hè?

bruce springsteen 1Het publiek lacht er wat aarzelend om. Springsteen schopt hiermee dan ook tegen een (vaak onuitgesproken) regel in de popmuziek: dat de liedjes die we horen ‘echt’ zijn. Dat de bezongen gebeurtenissen en emoties uit het leven van de artiest gegrepen zijn. Dat de zanger(es) alles precies zo heeft meegemaakt, precies zo heeft gevoeld – en nog steeds zo voelt. Alsof we bang zijn dat we er anders geen geloof aan mogen hechten.

waargebeurdIk heb het idee dat dit dogma – dat waargebeurd ‘echter’ is dan verzonnen – steeds verder om zich heen grijpt. Terwijl er drie misvattingen aan ten grondslag liggen. De eerste: dat we de werkelijkheid in absolute zin kunnen kennen. Ten tweede: dat een goed verhaal of lied een getrouwe weergave is van die werkelijkheid. En als derde: dat mensen alleen in staat zijn over iets te vertellen dat ze zelf aan den lijve hebben ondervonden.

bruce springsteen 2Ik denk dat een goed lied iets heel anders is. Geen getrouwe weergave van eigen ervaringen, maar een constructie. Iets dat gemaakt is door een liedjesschrijver die zich zó in iemand en in een situatie heeft verplaatst dat hij jou als luisteraar verleidt om helemaal in de huid van die persoon te kruipen, je er een voorstelling bij te maken, er als het ware zelf bij te zijn. Daarvoor kan de artiest misschien uit eigen herinneringen putten, maar het hoeft helemaal niet. Dat blijkt alleen al uit het succes van Springsteens liedjes over ploeterende arbeiders en hun geplaagde levens.

wende snijdersIk vind dat besef ook hoopgevend. Ik wil daar graag in geloven. Het betekent dat het mogelijk is om ons in een ander te verplaatsen, dat we in staat zijn om niet-beleefde ervaringen te ervaren, via muziek, literatuur en andere kunstvormen. En dat die kunstvormen ons naar emoties kunnen leiden waar we anders moeilijk bij kunnen komen. De artiest is de toegang naar de eigen emoties van het publiek, zoals Wende Snijders het onlangs mooi verwoordde.

bruce springsteen met steve

Het zijn de woorden, de melodie, het ritme – en het samenspel daartussen – én natuurlijk de manier waarop het gebracht wordt, die maken of iets ‘echt’ is of niet. Niet het feit dat de artiest de bezongen situatie zelf van nabij heeft meegemaakt. Iets is echt als jij het als luisteraar kunt voelen.

Nog meer woorden of bewijzen nodig? Vast niet. Laten we maar gewoon gaan luisteren. Naar het echte bewijs: het ware verzinsel van The River.

 

 

 

Guilty pleasure – Gilbert O’Sullivan

Gilbert O'SullivanIn het kader van de Guilty Pleasures – muziek die we heimelijk en ondanks de smaakpolitie mooi vinden – kwam ik  eerder al uit de kast met Neil Diamond, ABBA, Randy Crawford en Chris Rea. Gilbert O’Sullivan past mooi in dat rijtje.

Gilbert O'Sullivan met pet aan pianoIn het begin van mijn popliefhebbersbestaan, begin jaren 70, was O’Sullivan nauwelijks van AVRO’s Toppop en uit de Top 40 weg te slaan: een slungelig type achter een piano, ouderwets gekleed, aanvankelijk altijd met een pet op het hoofd. Hij zong fijne liedjes die zich vast in je hoofd nestelden, zoals Clair, Get Down, Matrimony en Alone Again (Naturally).

Gilbert O'Sullivan4 met pianoIn de tweede helft van de jaren 70 werden O’Sullivans fijnzinnige klanken verdreven door het geweld van punk en new wave. Hij verdween snel van het poptoneel en kwam – in elk geval bij mij – buiten gehoorsafstand terecht. Maar onder de radar bleven zijn liedjes natuurlijk bestaan, dat is het mooie van muziek. En een paar weken geleden tijdens de Top 2000 hoorde ik het mooi-melancholieke Nothing Rhymed weer – gelukkig ook door anderen nog niet vergeten.

hoes Clair Gilbert O SullivanToen ik daarna een verzamelalbum van O’Sullivan ging beluisteren, met deels onbekende liedjes, was ik verbaasd. Net als bijvoorbeeld bij The Beatles klinkt zijn werk van veertig jaar geleden namelijk nog steeds uitermate fris. Hoe kan dat? Oké, er is natuurlijk het aangenaam-nasale stemgeluid, dat enigszins doet denken aan Graham Nash, en de smaakvolle productie met blazers en strijkers – maar er moet meer aan de hand zijn.

piano1Zijn stijl doet denken aan Harry Nilsson, The Carpenters, Billy Joel, Ben Folds, Elton John, dat soort artiesten. Mensen die hun muziek niet, zoals veel andere popartiesten, op de gitaar componeren maar op de piano, waarop je gelijktijdig verschillende melodieën kunt spelen. Ook bij hen hoor je het soort verrassende akkoordenwisselingen en melodieën die O’Sullivans liedjes kenmerken – en die je weinig aantreft bij de gitarist-liedjesschrijvers.

Gilbert O'Sullivan nuEen zoektocht op het web bracht daarna aan het licht dat O’Sullivan nog steeds actief is in de muziek. Zo maakte hij vorig jaar nog een album met de bekende producer Ethan Johns, kortweg getiteld Gilbert O’Sullivan. Op dat nieuwe album, te vinden op Spotify, hoor je al zijn kwaliteiten gewoon terug. Allang niet hip meer, en in popland inmiddels bijna zo zeldzaam als een neushoorn in Afrika. Zonde, want de huidige hitparade staat vol liedjes die ritmisch prima in orde zijn, maar qua melodie is het huilen met de pet op. De hitparade kan best een injectie O’Sullivan gebruiken.

De waan van de muziek

top 2000 nog eensVorige week ging Goeie Nummers over het heilzame proces van verdwalen, thuiskomen en verbinden dat de NPO Radio 2 Top 2000 jaarlijks bij luisteraars oproept. En ik bleek nog niet klaar met dat onderwerp. Zo werd ik op de laatste dag van de Top 2000 getroffen door een citaat van een mede-luisteraar die de lijst ‘een fotoboek van mijn leven’ noemde, vanwege de herinneringen die liedjes kunnen oproepen.

zweven luchtballonWant die kant zit óók aan de ‘lijst der lijsten’: het intro van een liedje is vaak al genoeg om je in een fractie van een seconde terug te voeren naar een episode uit je leven. Plotseling ben je terug op een  bepaalde plek, een situatie, en voel je weer wat je toen voelde. Wonderlijk. En door de niet-chronologische volgorde van de Top 2000 gaat dat met tussenpozen: je zweeft over muziek heen waar je niet veel mee hebt, om weer te landen op liedjes die voor jou geladen zijn met betekenis.

zundappBij Karma Chameleon van de Culture Club uit 1983 – mijn derde studiejaar – zat ik ineens weer samen met m’n huisgenoten naar MTV te kijken op de enige tv die we rijk zijn – bier, chips, gezelligheid en pasverworven vrijheid allemaal bij de hand. In The Year 2525 van Zager & Evans uit 1969: ik ben terug in Goor (Twente), waar de grote broer van een vriendje dit nummer afspeelt en vervolgens I Put A Spell On You van CCR. Dat was niet spannend maar gewoon eng – maar die broer had dan ook al een Zündapp. En zo ging het verder, met paardensprongen door mijn persoonlijke verleden.

zwartepietAfgelopen weekend wees Volkskrant-redacteur Arie Elshout in de column The Big Picture op nog een ander aspect van de Top 2000. Elshout had last van eindejaarsblues, schreef hij, en van het duidingsvermoeidheidssyndroom (DVS): geen enkele opgewonden analyse van maatschappelijke problemen meer kunnen verdragen. Hij vroeg zich vertwijfeld af of zijn beroepsgroep de dingen niet groter maakt dan ze zijn. Zijn remedie voor de laatste dagen van het jaar: de radio afstemmen op de Top 2000 – en daarna weer fris het nieuwe jaar in.

hangmatWant zo is het ook: alle ingewikkelde kwesties waarmee je in de media of daarbuiten wordt geconfronteerd, lossen op zodra je in de cocon van de ‘lijst der lijsten’ stapt. Je droomt weg, discussieert over dingen die niet van wezenlijk belang zijn (is Bohemian Rhapsody echt het beste nummer ooit?) of je verheugt je op het moment dat jouw favoriete nummer aan de beurt is. Je denkt even nergens meer aan. De waan van de muziek is een perfecte manier om even te ontsnappen aan de waan van de dag.