Maand: september 2014

Namedropping: ‘Sweet Home Alabama’ van Lynyrd Skynyrd

Lynyrd Skynyrd2Sweet Home Alabama’ van Lynyrd Skynyrd is met afstand het beroemdste namedropping-lied dat ik ken. Vanaf de start van de Top 2000 staat deze hit uit 1974 bijvoorbeeld elk jaar ergens tussen nummer 230 en 440 op de lijst. Belangrijker is dat er over dit lied al heel veel is gezegd en geschreven. Door de betrokken artiesten zelf, door journalisten, door fans. Zelfs door politici. Het eerste couplet zet de toon:

“Well I heard Mister Young sing about her [‘her’ verwijst hier naar de staat Alabama, CB] / Well, I heard ol’ Neil put her down / Well, I hope Neil Young will remember / A Southern man don’t need him around anyhow.”

Als de naam van een artiest in een liedjes voorkomt, is dat meestal op te vatten als een speels eerbetoon of als vette knipoog. Hier valt de naam van Neil Young – nota bene drie keer – op een wat minder vriendelijke manier. Waar ging dit over?

Neil Young 3Neil Young, woonachtig in de VS maar Canadees van geboorte, had begin jaren ’70 veel inwoners van de zuidelijke staten van de VS behoorlijk op de tenen getrapt met twee protestsongs: ‘Southern Man’ (van After the Goldrush) en ‘Alabama’ (van Harvest). Daarin nam hij de segregatie en het nog steeds sterke racisme in het Zuiden fel onder vuur. Een reactie kon bijna niet uitblijven. Lynyrd Skynyrd (spreek uit: ‘lĕh-‘nérd ‘skin-‘nérd), een uitgesproken Zuidelijke band, antwoordde dan ook in 1974 met een eigen nummer: ‘Sweet Home Alabama’.

Flag_of_Alabama_svg

Officiële vlag van Alabama

Volgens sommige media vormde dit loflied op de staat Alabama het begin van een ‘grote rockvete’ tussen Neil Young en Lynyrd Skynyrd. Wat daarvan waar is? Feit is dat voorman Ronnie van Zant en de andere bandleden Youngs muzikale aanklachten veel te generaliserend vonden. Niet elke Southern Man was tenslotte een racist. Maar feit is ook dat beide artiesten fans van elkaar waren en dat ze naderhand veel moeite deden om die zogenaamde vete te ontkrachten. Ronnie Van Zant, die een paar jaar later bij een vliegtuigongeluk zou omkomen, droeg tijdens optredens bijvoorbeeld vaak een T-shirt met Youngs beeltenis erop.

Namedropping was in dit geval dus niet zo onschuldig. Sterker nog, ‘Sweet Home Alabama’ maakte ook allerlei krachten buiten de muziek los. Concerten van Lynyrd Skynyrd werden een tijdlang goed bezocht door rechts-extreme blanken. Een uiterst conservatieve politicus van de rechterflank adopteerde het nummer als zijn lijflied. En in progressieve kringen kreeg de band het negatieve ‘redneck’stempel. Wat volgens de band was begonnen als een goedbedoelde grap met serieuze ondertoon ging uiteindelijk een totaal eigen leven leiden.

Drive By Truckers2‘Sweet Home Alabama’ leidde in 2001 zelfs tot een nieuw ‘antwoordnummer’, met namedropping en al, van The Drive-By Truckers. In ‘Ronnie and Neil’  doet deze Zuidelijke band een bezielde poging om waarheid en mythe over het Amerikaanse Zuiden – en over Neil en Ronnie –  te ontwarren. Het wachten is nu op iemand die de eerbiedwaardige traditie voortzet met een lied over Ronnie, Neil en The Drive-By Truckers.

Namedropping: ‘Sweet Soul Music’ van Arthur Conley

Arthur Conley hoesEen klein maar bijzonder hoekje in de popmuziek is gereserveerd voor nummers waarin andere popartiesten worden genoemd. Deze vorm van ‘namedropping’ kan mij vaak erg bekoren. In een liedje werkt het vaak goed, als een verrassende knipoog of als oprecht eerbetoon. Daarom ga ik in Goeie Nummers de komende tijd af en toe een ‘namedropping’-nummer onder de loep nemen. Als je een suggestie hebt – laat het me weten!

Een van de ultieme nummers in dit mini-genre – misschien ook een van de vroegste – is het opzwepende ‘Sweet Soul Music’ van Arthur Conley uit 1967. Je weet wel, van ‘Do you like good music? Yeah yeah. Sweet soul music? Yeah yeah.’ En van ‘spotlight on James Brown, spotlight on Wilson Picket’. En anders herinner je je de strakke blazersriff vast wel: tehhh-tetetete-tète tete… tehhh-tetetete- tète te.

packshot Een soulman in de AchterhoekIn het boekje Een Soulman in de Achterhoek gaat journalist John Schoorl in 2000 op bezoek bij Arthur Conley, die dan al twintig jaar min of meer anoniem op het Nederlandse platteland woont. De zanger, dan 54, doet Schoorl uit de doeken hoe de wereldhit destijds tot stand kwam. De basis was een nummer van zijn held Sam Cooke (1931-1964), ‘Yeah Man’. Conley herschreef het samen met zijn grote voorbeeld en leermeester Otis Redding tot ‘Sweet Soul Music’. Zoiets was toen niet ongebruikelijk, er zaten nog niet overal advocaten bovenop.

otis reddingOtis Redding was de grote ster van het legendarische Stax-label uit Memphis waarbij ook Carla Thomas, Eddie Floyd en Booker T. & The MG’s onder contract stonden. De reeks namen van zwarte soulsterren in het nummer – ook Sam & Dave en Lou Rawls kwamen voorbij – had alles te maken met de verhouding tussen Otis Redding en de platenbazen, vertelt Conley.

Die opsomming was namelijk een soort promotiestunt voor de eigen muziekproductiemaatschappij die Redding wilde oprichten. The Big O. had er genoeg van afhankelijk te zijn van blanke platenbazen en muziekuitgevers die rijk werden over de ruggen van hardwerkende zwarte artiesten. Hij wilde zelf de controle hebben en een ‘brown-eyed people-entertainment-industry’ oprichten. Niet meer knecht zijn, maar eigen baas.

Martin Luther King met publiekDe single ‘Sweet Soul Music’, waarvan wereldwijd meer dan een miljoen exemplaren werden verkocht, is dus meer dan alleen een lekkere groove om op uit je dak te gaan. Het is een statement dat naadloos aansluit bij de Amerikaanse burgerrechtenbeweging van die tijd. Wat Martin Luther King deed met zijn toespraken, deed Conley met zijn buigzame stem. ‘Sweet Soul Music’ en ‘I have a dream’ liggen niet zo ver van elkaar.

packshot Sweet Soul MusicWie meer wil weten over de relatie tussen soul en zwarte burgerrechten, leze het boek Sweet Soul Music. Rhythm and Blues and the Southern Dream of Freedom (1986) van Peter Guralnick, met boeiende portretten van soulsterren als Solomon Burke, James Brown, Percy Sledge en Aretha Franklin.

En hoe het Arthur Conley verder verging? Na het tragische vliegtuigongeluk waarbij Otis Redding eind 1967 omkwam, kon hij zijn draai in de muziekbusiness niet goed meer vinden. Hij week uit naar Europa; eerst Brussel, toen Amsterdam en ten slotte Ruurlo (Gelderland). Hij overleed er in 2003 en werd begraven in het nabijgelegen Vorden.

 

John Fullbright – nieuwe Americana-held uit Oklahoma

Onbewust denk ik vaak dat alles al gezongen of bezongen is. Dat het onmogelijk is nog iets betekenisvols toe te voegen aan alle mooie liedjes die al bestaan. Gelukkig blijkt af en toe dat dat niet zo is. Zoals onlangs, toen ik op mijn mp3-speler een nieuw album aanklikte van een onbekende Amerikaanse singer-songwriter: John Fullbright.

Wat goed is, komt snel. De debuut-cd van deze 26-jarige artiest uit Oklahoma, From the Ground Up (2012), werd meteen genomineerd voor een Grammy in de categorie Americana. Begin dit jaar kwam zijn tweede uit, simpelweg getiteld Songs. Beide platen staan vol persoonlijke liedjes, muzikaal uiteenlopend van folk, blues, gospel tot country. Prachtige melodieën, met eenvoudige begeleiding van gitaar, piano, bas, drums. Af en toe een viool, orgel, mondharmonica of slidegitaar om het af te maken.

Wat maakt Fullbright zo bijzonder? Allereerst zijn liedjes. Die klinken zo natuurlijk, het is net of ze altijd al bestaan hebben. Je snapt niet waarom ze er nog niet waren. Volgens hemzelf gaan zijn liedjes vooral over hoop; als ik ernaar luister hoor ik minstens evenveel vertwijfeling. God komt vaak om de hoek kijken, maar de duivel is ook nooit ver weg. Luister/kijk maar eens naar ‘Satan and St. Paul’.

Eugene O'Neill

Eugene O’Neill

Fullbright klinkt zo zuidelijk als muziek uit de zuidelijke staten van de VS maar kan klinken. Hij doet me denken aan wat ik me herinner van het werk van de Amerikaanse toneelschrijver Eugene O’Neill (1888-1953). Diens personages gaan veelal door eigen toedoen onafwendbaar op hun noodlot af. Ze willen het niet, maar door krachten sterker dan zijzelf (drankzucht, twijfel, het menselijk onvermogen) moeten ze wel ten onder gaan. En ze weten het, en ze vechten ertegen. Die strijd, daar staan de liedjes van Fullbright bol van.

john fullbright achter de pianoEn dan is er nog zijn stem. Niet alleen zuiver en fijn om naar te luisteren. Maar ook, op z’n zesentwintigste, zo doorleefd dat je een ziel van minstens honderd jaar vermoedt. Een stem die vol overtuiging kan smeken, grommen, treuren, smachten, zeuren en verachten.

Klinkt dit interessant? Volgende week treedt John Fullbright op in Nederland, onder andere in Utrecht (Tivoli-Vredenburg, 10 sept) en Rotterdam (LantarenVenster, 11 sept). Check him out, zou ik zeggen.