Maand: september 2016

Schuiven met schuiven

david-carradine-in-kung-fuAls jongen verslond ik de avonturen van de Friese tweeling Hielke en Sietse Klinkhamer en hun trouwe boot De Kameleon. Ook de Arendsoog-serie ging er bij mij in als koek. Daarbij fungeerden de plotverwikkelingen voor mij steevast als één lange opmaat naar het moment van de waarheid: de race, de confrontatie, het duel – en de roes van de onvermijdelijke zege. Op dezelfde manier doorstond ik het eindeloze geslof door woestijnzand en diepe oosterse wijsheden van de tv-serie Kung Fu, met David Carradine. Ik keek voor de scènes waarin de Grasshopper eindelijk zijn vechtkunsten vertoonde.

geluidstechnicus-achter-mengtafelIets wat daarop lijkt ervaar ik ook bij het kijken naar popdocumentaires als Classic Albums en Soundbreaking. Na de introductie van gezaghebbende sprekende hoofden en hun loftuitingen ontmoet je ergens halverwege zo’n docu een alledaags uitziende man in een schemerige, bedompte ruimte met knopjes, lampjes en metertjes: de technicus in zijn geluidsstudio. Dan gebeurt het. De man neemt plaats achter het mengpaneel en schuift met een paar schuiven om een bepaald opnamespoor luider te zetten of helemaal te isoleren van de andere geluidssporen van een magisch en beroemd nummer.

toneelgordijnen-kitschHet is alsof er opeens een ondoordringbaar geacht gordijn wordt opengetrokken. Je mag een blik op het onbekende heiligdom daarachter werpen, op het toneel en de coulissen waarin die onwerelds mooie muziek is ontstaan. In de vaak overbekende nummers wordt iets onthuld dat je altijd hebt gehoord zonder het te horen. Of waarvan je dacht dat het iets anders was.

dvd-classic-albums-fleetwood-mac-rumoursZo ontdek je in de Classic Albums-aflevering over Rumours van Fleetwood Mac onder het intro en de coupletten van You Can Go Your Own Way een tegendraadse akoestische gitaarpartij die bijna ondenkbaar is. In de aflevering over Stevie Wonders Songs In The Key of Life hoor je hoe op het einde van Pastime Paradise rinkelende bellen en koorstemmen uit een compleet ander muziekstuk door de andere partijen heen zijn gemengd. En je leert dat het subtiele drumgeluid van I Shall Be Released op Music From Big Pink van The Band niet met stokken of brushes werd gespeeld, maar door al improviserend de vingers langs de onderkant van de snaredrum te halen.

mengpaneel-4Het wonder van zulke onthullingen is dat als het gordijn weer dichtgaat, nadat je de heilige rekwisieten en decors en al het andere van nabij hebt mogen ervaren, dat dan de betovering van die muziek intact blijkt te zijn gebleven. Je oude vertrouwde manier van luisteren neemt het gewoon weer over. Het schuiven met schuiven brengt eerder opluchting dan een overwinningsroes. Maar verslavend is het wel.

Coveren uit weemoed

bachWe zijn zo gewend geraakt aan popartiesten die hun eigen liedjes zingen, dat we bijna vergeten dat dat in de muziek allesbehalve gewoon is. In de klassieke muziek worden veel oude stukken steeds opnieuw uitgevoerd door steeds weer nieuwe musici, steeds net even anders. En in de jazz is het gemeengoed om standards van decennia geleden tot leven te wekken door ze al improviserend binnenstebuiten te keren of ondersteboven te houden.

BeatlesTot de jaren 60 was het ook in de popmuziek eerder regel dan uitzondering om stukken van anderen te zingen. Bing Crosby, Frank Sinatra, Elvis Presley, ze werkten allemaal zo. Maar in het decennium van Beatles, Stones en Beach Boys werd popmuziek langzaam serieus. Het werd kunst. En daar hoorde authenticiteit bij. Serieus te nemen artiesten schreven hun eigen liedjes. Wie alleen uitvoerend bezig was, kwam lager op de ladder te staan. En dat is best gek. Want artiesten die in staat zijn om de (verborgen) schoonheid van een liedje volledig naar boven te halen, zijn bijzonder waardevol – en behoorlijk schaars.

bonnie-raitt-3Joe Cocker is zo iemand. Hij trok onder meer ‘With A Little Help From My Friends’ (The Beatles) en ‘Ruby Lee’ (Bill Withers) overtuigend naar zich toe. Bonnie Raitt kan het ook. Met haar soepele, licht-hese alt maakte ze prachtige liedjes als ‘You Can’t Fail Me Now’ (Loudon Wainwright III) en Dimming of the Day (Richard Thompson) nog mooier dan ze al waren.

sweet-en-hoffsEen nummer coveren kan iets hebben van ‘dat kan ik ook’, of ‘dat kan ik beter’, maar het is tegelijk altijd een eerbetoon. Dat horen we ook bij het onverwachte koppel Matthew Sweet en Susanna Hoffs. De voormalige powerpop-prins en de ex-Bangle hebben het coveren zo’n beetje tot hun handelsmerk gemaakt. Op drie albums, getiteld Under the Covers Vol. 1, Vol. 2 en Vol. 3 (uit 2007, 2009 en 2013) laten ze hun niet geringe talenten los op hun favoriete nummers uit de jaren 60, 70 en 80.

hoes-under-the-covers-vol-2Het cover-duo kiest vooral voor melodieuze nummers met licht-gruizig, fraai gitaarwerk. Nummers van Dylan, Young, Beatles, Velvet Underground, Bowie, Fleetwood Mac, The Faces, R.E.M., Tom Petty en The Smiths. Vol. 3, gericht op het decennium waarin beide artiesten zelf hun carrière begonnen, bevat ook wat minder bekende tracks.

hoes-under-the-covers-vol-3Met hun afwijkende, maar fraai bij elkaar passende stemmen blijven Sweet en Hoffs dicht bij de oorspronkelijke versies. Ze zoomen in op wat die liedjes zo tijdloos en geliefd maakt. Luister maar eens naar hun live-versie van Neil Youngs Cinnamon Girl. Of naar Roxy Musics More Than This, waarbij de toetsen en galm van het origineel gelukkig wel wat zijn ingetoomd. Alles aan deze drie albums ademt oprechte liefde voor de liedjes – en weemoed om een tijdperk dat voorbij is. Ik ben benieuwd wanneer Vol. 4 uitkomt, en of ze deze lijn kunnen doortreken naar de jaren 90. Check ‘em out.

Kippenvel – ‘Motherland’ van Natalie Merchant

Where in the hell can you go / Far from the things that you know / Far from the sprawl of concrete that keeps / Crawling its way about 1,000 miles a day?

hoes Motherland van Natalie Merchant.pngMet deze lange, geladen vraag begint Motherland van Natalie Merchant (Jamestown, NY, 1963). In de volgende strofe komen daar nog ‘this wasteland’, ‘this terrible place’, ‘the bottomless, cavernous greed’ bij. Woorden vol weerzin jegens de (kapitalistische) maatschappij. En dat allemaal op de lieflijke klanken van een walsje, met akoestische gitaar, accordeon, banjo en andere traditionele folk-instrumenten.

nine eleven.png‘Motherland’ staat bol van dit soort tegenstellingen. Het gelijknamige album kwam uit in november 2001, twee maanden na 9/11. Hoewel de opnames al twee dagen voor de aanslagen op de Twin Towers waren afgerond, werd het door T-Bone Burnett geproduceerde album er onvermijdelijk mee geassocieerd. Daarvoor waren de politieke standpunten van de voormalige leadzangeres van 10,000 Maniacs ook te bekend. En leek de toon van haar muziek ook nadrukkelijk aan te sluiten bij alle emoties van die periode.

330px-nataliemerchant-2010De zangeres droeg het album op aan de slachtoffers van 9/11 en vertelde later hoe die gebeurtenis en de nasleep ervan de betekenis van het titelnummer voor haarzelf hadden veranderd: van een aanvankelijk wat escapistische oproep werd het een indringend, meer hoopvol pleidooi voor onschuld: ‘To be faceless, nameless, innocent, blameless, free’.

natalie_merchant_03-08-2016Bijna lijzig gezongen, met duidelijke zwarte gospel-ondertonen, kruipt ‘Motherland’ ongelooflijk dicht onder de huid. De coupletten zuigen je naar het troebele duister, het wiegelied-achtig refrein brengt je terug naar het licht, naar de geborgenheid van de kindertijd:

Motherland, cradle me, close my eyes / Lullaby me to sleep / Keep me safe, lie with me / Stay beside me, don’t go

boek-het-raadsel-van-de-muziek-andre-m-polsHet is een raadselachtig lied ook. Want wie is de ‘jij’ die de zangeres toezingt? Is dat de ‘five and dime queen’, ‘the shot gun bride’? En wat is de relatie tussen haar en de ‘ik’ van het refrein en het tussenstuk? Geen idee. Het maakt blijkbaar ook niet zoveel uit, ik krijg elke keer weer kippenvel als ik het hoor. Zoals veel echt goeie nummers laat ‘Motherland’ zich niet helemaal begrijpen. Muziek werkt op mysterieuze wijze.

 

Albumverjaardag – Good Old Boys van Randy Newman

hoes-good-old-boys-van-randy-newmanAfgezien van een uitstapje naar het Nederlandse Oosten verbleef Goeie Nummers deze zomer vooral in het Amerikaanse Zuiden. Ook vandaag nog even, met de 42e verjaardag van Randy Newmans Good Old Boys uit 1974.

New Orleans parasollen en muziekRandy Newman (1943), de grootste satiricus onder de popartiesten, neemt op zijn vierde studioalbum zijn landgenoten in de zuidelijke staten onder de loep. Onverwacht misschien voor een jood uit Los Angeles – een beetje alsof bij ons een atheïstische Amsterdammer opeens zijn pijlen zou richten op het volksdeel beneden de rivieren -, maar niet echt vreemd als je bedenkt dat Newmans moeder afkomstig was uit New Orleans en hijzelf er een deel van zijn jeugd doorbracht.

lester_maddox_georgia_governorStekeliger dan op Good Old Boys zul je het in de popmuziek niet gauw tegenkomen. In Rednecks, de openingstrack, krijgen zuid en noord er even ongenadig van langs. Newman schreef het nummer in reactie op een talkshow waarin de racistische gouverneur van Georgia, Lester Maddox, door het noordelijke studiopubliek al werd veroordeeld nog voor hij een woord had gesproken.

bord-birminghamDaarna komt het bekende ‘Birmingham’ (‘the greatest city in Alabam’’). Ook dat nummer is ongemakkelijk, omdat je niet precies weet wat je aan moet met deze oerdegelijke naïeve burgerman die zo trots is op zijn woonplaats, in die jaren toch de plek waar veel blanken de segregatie met bruut geweld in stand proberen te houden. En in ‘Louisiana 1927’ klinkt woede over de manier waarop de politieke elite met de historische watersnood in de zuidelijke staat omging – het lied werd niet voor niets veel gespeeld nadat orkaan Katrina in 2005 had huisgehouden in en om New Orleans.

toy-storyEn zo gaat het verder op dit donkere en absurdistisch-humoristische album. Newman, vanaf de jaren 80 ook succesvol als filmcomponist, dient ons het zuurs echter vakkundig met veel zoets toe. Hij zoekt de uithoeken van ragtime, pop, country en ballroommuziek op en voorziet zijn rauwe teksten van prachtige arrangementen.

randy-newman-jong-in-studio-met-orkestBovenal bevat Good Old Boys de mooiste liefdesliedjes die ooit op één album bij elkaar stonden: Marie, A Wedding in Cherokee County en Guilty. Liedjes waarin schuldbesef, medelijden, vergeving en oprechte liefde verwikkeld lijken in een strijd op leven en dood. De personages – afsplitsingen van de zanger, vul ik gemakshalve even in – weten hoezeer ze tekortschieten, maar durven toch voor zichzelf te pleiten. En doen dat op zo’n ontwapende manier dat je ze gewoon wil geloven – en vergeven.

randy-newman-closeHet karakter van dit album hangt ongetwijfeld samen met de persoonlijkheid van de schrijver, maar vooral ook met de onderhuidse woede die volgens velen sinds jaar en dag in het Amerikaanse Zuiden onder de oppervlakte sluimert. De manier waarop het persoonlijke en het politieke hier samenvallen, maakt Good Old Boys tot een van de meest interessante platen uit de popgeschiedenis.

Het web is af

Pieter Steinz2Deze week staat Goeie Nummers in mineur, vanwege het overlijden van schrijver Pieter Steinz. Hoewel het nieuws afgelopen dinsdag niet als een verrassing kwam – Steinz was in 2013 gediagnosticeerd met de onbehandelbare ziekte ALS -, werd ik er toch door getroffen. Hetzelfde bouwjaar (1963), ook als jongetje voorgoed de literatuur ingezogen door Het Sleutelkruid van Paul Biegel, en een groot popliefhebber bovendien.

Made in EuropeBovenal was en is Steinz voor dit blog een immense inspiratiebron. De voormalige ‘chef boeken’ van NRC Handelsblad paarde een grote belezenheid aan een frisse, open geest. Grenzen tussen ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur waren er om te doorbreken; zijn boek Made in Europe (2014) behandelt net zo gemakkelijk Kuifje en Lego als Ovidius’ Metamorphoses en James Joyce’ Ulysses. En uit zijn zeer leesbare artikelen over boeken, films, beeldende kunst en muziek spreekt vooral bewondering en enthousiasme, naast de wens om andere mensen daarin te laten delen.

J.C. BloemDe culturele omnivoor, zoals NRC hem in zijn necrologie noemt, had daarbij een bijzonder vermogen om onverwachte dwarsverbanden tussen uiteenlopende werelden te zien. Zo schonk Steinz ons de prachtige vergelijking tussen de Zutphense dichter J.C. Bloem en de oude bluesmannen uit de Mississippidelta. En die tussen literair personage Oblomov en ‘Sunny Afternoon’ van The Kinks. In zijn blog Lezen met ALS verbond hij dit soort observaties ook nog eens op even ontroerende als geestige wijze met zijn eigen situatie.

Luisteren etcetera jaren 70Steinz was verknocht aan lijstjes, schema’s en overzichten. Dingen die orde scheppen in de onmetelijkheid van onze cultuuruitingen en de chaos van het leven. Dat deed hij bijvoorbeeld, samen met Bertram Mourits, in Luisteren &cetera. Het web van de popmuziek in de jaren zeventig (2011). De auteurs beschrijven daarin 25 bepalende albums van dat decennium, en leiden de lezer daarbij uiterst informatief en met veel geestdrift naar verwante artiesten, albums en liedjes. Een even aanstekelijk deel over de jaren 80 en 90 volgde, een deel over de jaren 50 en 60 verschijnt binnenkort, waarmee een fraai web is geconstrueerd van een halve eeuw popmuziek.

Paul Simon GracelandEn dan. Wat kan ik nog zeggen. Een liedje om af te sluiten dan maar. Vanaf het begin van dit blog heb ik me tenslotte voorgenomen om – als het maar even mogelijk is – elke post op een optimistische noot te laten eindigen. De door Steinz bewonderde Nick Cave met Death Is Not the End? Toch maar niet. Een andere van zijn favorieten past toch beter: Paul Simons Graceland, met de onuitwisbare regels ‘I have reason to believe / We all will be received / In Graceland’.