Maand: februari 2015

Muziek als alimentatie – ‘Here, My Dear’ van Marvin Gaye

Geen guilty pleasures 1Voorlopig even geen guilty pleasures in Goeie Nummers, maar een eerlijk verhaal, zonder schaamte. Dat geldt zeker ook voor ‘Here My Dear’, een album met een wel heel bijzondere ontstaansgeschiedenis.

hoes Here, My DearWat was het geval? Soulzanger Marvin Gaye (1939-1984) stond van het begin van de jaren ’60 onder contract bij het bekende Motown-label van Berry Gordy. In 1963 trouwde hij met Anna Gordy (1922-2014), de zus van zijn baas. Het tumultueuze huwelijk strandde definitief in 1975. Na veel juridisch gesteggel werd overeengekomen dat Marvin nog één album voor Motown zou maken, waarvan de opbrengst voor een groot deel naar Anna zou gaan.

Marvin en Anna 1Het dubbelalbum, met de uitdagende titel Here, My Dear, riep bij verschijning in 1978 gemengde reacties op. Niet zo gek ook. Na zo’n voorgeschiedenis van ruzie en bittere compromissen verwachtte niemand een top-werkstuk. Waarom zou Gaye zijn best doen voor zo’n alimentatie-plaat, waarvan de opbrengsten vooral zijn ex en ex-zwager ten goede kwamen?

John Martyn hoes Grace & DangerInmiddels kunnen we met wat meer afstand luisteren. En dan blijkt Here, My Dear een ongewoon sterk break-upalbum. Fleetwood Mac maakte Rumours, John Martyn Grace and Danger, Bob Dylan Blood On The Tracks, Richard & Linda Thompson Shoot Out The Lights – stuk voor stuk intense platen waarbij het bloed en de tranen van stukgelopen huwelijken bijna uit de groeven lopen. Maar nergens gaat het er zo onverbloemd aan toe als op Here My Dear.

Marving Gaye 1Aan de songtitels ‘When did you stop loving me, when did I stop loving you’, ‘Anger’ and ‘I Met A Little Girl’ en ‘You Can Leave, But It’s Gonna Cost You’ kun je dat al aflezen. We hadden in die tijd nog geen reality-tv, anders zou men Here, My Dear reality-muziek hebben genoemd. Anna Gordy was in eerste instantie niet blij met al die openhartigheid en overwoog zelfs een rechtszaak. Het duurde een tijd voor ze – net als rest van de muziekwereld, trouwens – de klasse van het album kon inzien. Haar ex bleek uiteindelijk toch een monument voor hun huwelijk te hebben opgericht.

Marving Gaye in colbertjeWant al die openhartige bekentenissen, (zelf)verwijten en klachten worden verklankt in Gaye’s onnavolgbare stijl, met zijn meerstemmige achtergrondzang, geavanceerde akkoordenwisselingen en soepele grooves. De getroebleerde zanger gaf alles wat hij had. Want Marvin Gaye had niet alleen een van de mooiste stemmen uit de popgeschiedenis, hij was ook een rasartiest die gewoon geen slechte plaat kon afleveren.

Foute muziek die goed wordt – ABBA

guilty pleasuresWat een guilty pleasure is in de popmuziek staat niet voor altijd vast. Kijk bijvoorbeeld naar de ‘werdegang’ van Mark Knopfler en zijn Dire Straits: aanvankelijk door recensenten de hemel in geprezen, daarna heel rap in het bakje Fout.

ABBA 1Dat het ook andersom kan, zie je bijvoorbeeld in Nederland met André Hazes en – in een iets ander genre – André van Duin. Wereldwijd wordt dit fenomeen het mooist gedemonstreerd door ABBA. In mijn jeugd (de jaren ‘70) gold de Zweedse echtparenpopgroep als Flink Fout: rete-commerciële burgerkitsch. Ze wonnen nota bene het Eurovisiesongfestival (met Waterloo), dat zei eigenlijk al genoeg. Met die gekke pakjes. Bovendien hielden foute mensen altijd van ABBA. En dat die mensen fout waren, bleek wel uit het feit dat ze van ABBA hielden.

ABBA 3Maar het kan verkeren. Vanaf begin jaren ’90 kreeg de band van Agnetha, Björn, Benny en Anni-Frid, al bijna tien jaar officieus opgeheven, postume erkenning. Nu ook bij de serieuze popfans. Zo zeer zelfs dat je vanaf eind vorige eeuw, zoals de Amerikaanse muziekcriticus Chuck Klosterman schreef, ‘veel tegendraadser was als je ABBA haatte dan als je van ze hield’. Hoe is die comeback te verklaren?

Bono en The EdgeIn elk geval waren daar wat ambassadeurs met straatgeloofwaardigheid voor nodig. Eerst was daar U2, die Björn and Benny tijdens een concert in Stockholm in 1992 lieten meespelen op hun versie van ‘Dancing Queen’. Twee jaar later verschenen er twee spraakmakende Australische cultfilms waar de bewondering voor het Zweedse fenomeen vanaf spatte: The Adventures of Priscilla, Queen of the Desert en Muriel’s Wedding.

ABBA bij Mamma Mia!Toen was het hek van de dam. Diverse, sterk uiteenlopende acts omarmden ABBA door covers op te nemen, zoals Evan Dando van The Lemonheads (‘Knowing Me, Knowing You’), Sinéad O’Connor (‘Chiquitita’) en Dionne Warwick (‘SOS’). Vanaf 1999 toerde de musical Mamma Mia!, gebaseerd op de muziek van ABBA, jarenlang de wereld rond – later kwam er nog een succesvolle filmversie. Om het af te maken – in 2009 werd de groep opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame.

hoes The VisitorsWat bij die erkenning ook meespeelde: de teksten van ABBA werden op hun laatste platen steeds persoonlijker. Zo geven de huwelijksproblemen van de vier groepsleden de opgewekte muziek van hun zwanenzang The Visitors een diepere, melancholieke laag. Net zoals hun liedjes onder de oppervlakte volzitten met muzikale vondsten die niet onderdoen voor die van Beatles of Beach Boys. De conclusie lijkt onontkoombaar: ABBA is altijd flink goed geweest, niet fout. Misschien geldt dat ook wel voor de mensen die in de jaren ’70 van ABBA hielden.

Wat deed Mark Knopfler verkeerd?

dire straitsMark Knopfler, voorman van Dire Straits, had eind jaren ‘70 een vliegende start. Het eerste album en de single ‘Sultans of Swing’ maakten hem meteen tot de lieveling van publiek en critici. Knopflers sfeervolle liedjes en zijn uit duizenden herkenbare gitaarstijl waren een verademing tussen de punkers en symfonische rockers van die tijd. Hij werd vergeleken met JJ Cale en Bob Dylan. Het kan slechter.

Mark Knopfler 2Maar slechts een paar jaar later is het beeld 180 graden gedraaid. Dire Straits zijn weliswaar heel populair, maar voor poprecensenten zijn ze onmiskenbaar in de categorie Fout beland. De groepsnaam is synoniem met Uitverkoop van Idealen en met ‘muziek voor volwassenen’ (Adult Rock), een van de ergste dingen die je in Popland toegevoegd kunt krijgen. Serieuze popliefhebbers begonnen hun platen van de Britse band achter een kastdeurtje te zetten.

logo PhilipsHoe kon dat zo komen? Tja, Knopfler c.s. hadden natuurlijk hun open rootsy geluid ingeruild voor een wat pompeuzere rocksound dichtgesmeerd met toetsen. En ja, ze lieten hun wereldtournee sponsoren door een multinational (Philips). En ze transformeerden wel erg snel van cult- tot stadionband, dat ook nog eens. Maar was dat voldoende om zo verguisd te worden?

hoes debuutcd Dire StraitsNee, natuurlijk niet. Maar ik denk dat Knopfler (Glasgow, 1949) er in feite om vroeg. Ik bedoel letterlijk. Luister maar naar de debuutplaat van Dire Straits. In Sultans of Swing liet Knopfler duidelijk merken meer op te hebben met muzikale ambachtelijkheid dan met het gangbare modebewustzijn in de popmuziek: ‘And a crowd of young boys, they’re foolin’ around in the corner / Drunk and dressed in their best brown baggies and their platform soles /  They don’t give a damn about any trumpet playin’ band / It ain’t what they call rock and roll.’

hoesje In The GalleryEn in het nummer In The Gallery doet de Britse singer-songwriter er nog een schepje bovenop met zijn verhaal over Harry, een traditioneel werkende beeldhouwer die miskend wordt door de kunstcritici en galeriehouders: ‘It was in his blood and in his bones / Ignored by all the trendy boys in London and in Leeds / He might as well have been making toys or strings of beads / He could not be in the gallery.’ Pas na zijn dood krijgt Harry de verdiende erkenning: ‘And now all the vultures are coming down from the tree / So he’s going to be in the gallery.’

Wie zo zijn visitekaartje afgeeft komt vroeg of laat in aanraking met de smaakpolitie, dat wist Knopfler ook wel. Hij vond het misschien ook helemaal niet erg.

Met Emmylou Harris in Ahoy, Rotterdam, 2006

Dit alles hoeft gelukkig niemand ervan te weerhouden om – stiekem of niet – van Knopflers muziek te blijven genieten. Bijvoorbeeld van zijn bijzondere samenwerking met de Amerikaanse countrygitaarveteraan Chet Atkins (Neck and Neck, 1990), of zijn fraaie duetten met Emmylou Harris op All The Roadrunning uit 2006.

hoes PrivateeringOf van zijn soloplaten natuurlijk, zoals Sailing to Philadelphia (2000), Get Lucky (2009) of Privateering (2012): sfeer- en smaakvolle folk, blues en country, met het subtiele gitaarwerk, de donkere praatzang en de beeldende teksten zoals we die al kennen van dat allereerste Dire Straits-album. Gewoon goeie, vakkundige nummers – categorie Fout of niet.

Van je luisteraar een voyeur maken – ‘Benji’ van Sun Kil Moon

Mark Kozelek 1Deze week in Goeie Nummers even geen bekentenissen over guilty pleasures, maar een blik op een artiest die muziekpolitiek gezien behoorlijk correct is. Wel iemand met liedjes vol ‘incorrecte’ bekentenissen en een moeilijk karakter: Sun Kil Moon, nom de plume van de Amerikaanse singer-songwriter Mark Kozelek.

Mark Kozelek 3Kozelek (1967), in de jaren ’90 voorman van de door critici bejubelde Red House Painters, is vanaf de eeuwwisseling vooral actief als solo-artiest. Productief, veelzijdig en eigengereid. Een man die de confrontatie niet schuwt. Zozeer zelfs dat de NRC hem vorig jaar omschreef als ‘iemand met wie je geen ruzie wilt krijgen, maar dat binnen de kortste keren wel krijgt.’

Benji hoesDan maar liever de aandacht op zijn muziek. Als Sun Kil Moon bracht Kozelek sinds 2003 acht albums uit. Benji, zijn meeste recente, gooide terecht hoge ogen in de jaarlijstjes van 2014. Niet dat de folkrock-liedjes allemaal zo licht verteerbaar zijn. Integendeel, de zanger hanteert vaak een soort spreektaal die de cadans van de muziek lijkt te negeren, en in zijn teksten wedijveren somberheid, wrange humor en ongemakkelijke openhartigheid met elkaar. Toch word je, misschien juist door die schijnbare nonchalance, vanaf het eerste nummer meegezogen.

Mark Kozelek 4Tegen een achtergrond van melodieuze gitaarpartijen die soms doen denken aan Joni Mitchell’s Hejira ( 1976) vertelt Kozelek indringende verhalen. In een soort stream of consciousness, recht uit het (eigen) leven. Bijvoorbeeld over zijn achternichtje dat op haar 35e op bizarre manier om het leven komt, nota bene net zoals haar grootvader eerder: ‘Carissa burned to death last night in a freak accident fire / In her yard in Bruster her daughter came home from a party and found her / Same way as my uncle who was her grandfather / An aerosol can blew up in the trash, goddamn, what were the odds? (Carissa).

Of onverbloemd over zijn eerste seksuele ervaringen: ‘She reached down my pants and discovered I was bald. And when I touched her down there she was blossoming and soft. And the next day at school she ignored me in the halls’ (Dogs). Wat minder in your face, maar in zijn kwetsbaarheid even confronterend, zingt Kozelek over de relatie met zijn moeder in I Can’t Live Without My Mother’s Love. Dit moest er kennelijk allemaal uit, en ondertussen ben je als luisteraar een soort voyeur geworden.

hoes Still Crazy After All These YearsDe wereld van Mark Kozelek is een rafelig en onherbergzaam universum waarin het noodlot regeert. Maar er moet een wet zijn die bepaalt dat liedteksten ruim baan mogen geven aan heel veel pessimisme en troosteloosheid, als het allemaal  maar op mooie muziek staat. Paul Simon haalde in 1975 zo’n kunststukje uit op Still Crazy After All These Years. Mark Kozelek doet het op Benji op een minder gestileerde, maar net zo bijzondere manier – check him out.