Merkwaardigheden

Meer dwarsfluit

Thijs van Leer IntrospectionWaarom is de dwarsfluit in hemelsnaam het muurbloempje van de popmuziek? Ik heb daar nooit iets van begrepen. Oké, de Introspection-platen van Thijs van Leer en het populair-klassieke werk van Berdien Stenberg zullen niet gauw tot de spannendste onderdelen van jouw of mijn leven behoren. Maar dat zijn de foute uitzonderingen, en die kunnen nooit de reden zijn van een massaal misverstand.

standbeeld meisje dwarsfluitEen mogelijke verklaring is dat jongens liever gitaar leren spelen dan fluit en dat jongens nou eenmaal oververtegenwoordigd zijn in de popmuziek. Best plausibel, we leven nu eenmaal in een wereld waarin imago en sekse-identiteit niet onbelangrijk zijn. Maar anderzijds zouden we dat in tijden van gender-bending en nieuwe mannelijkheid inmiddels wel mogen loslaten.

Gentle GiantWant het is hartstikke zonde om die dwarsfluit op de plank te laten verstoffen. Er zijn geweldige voorbeelden, vooral uit de jaren 70. Progrockbands als Jethro Tull en Gentle Giant maakten een innovatieve mix van Europese folk en Amerikaanse bluesrock. Funkrockers uit de Amerikaanse zuiden als Little Feat, Sea Level en Dr. John – artiesten die toevallig ook de ondergewaardeerde koebel zo’n prominente plek gaven – lieten even fraaie kruisbestuivingen horen. Van Morrison maakte Veedon Fleece.

equalizerEn er zijn meer argumenten pro dwarsfluit. Een van de rottige eigenschappen van popmuziek is namelijk dat het weinig middenfrequenties bevat. Hoog en laag zijn oververtegenwoordigd. En vooral de schelle klank van al dat hoog vinden onze oren – of eigenlijk ons hersenen – niet prettig. Het geluid van de dwarsfluit zit juist wél lekker in dat midden. Veel fijner voor het brein.

bergtoppen 2Bovendien heeft de dwarsfluit waanzinnige kwaliteiten. Hij is in staat om je mee te nemen op een verre reis, naar een oerwoud, een heuvellandschap, een bergtop – in elk geval altijd een stukje boven de grond, naar een plek waar een zacht zomeravondbriesje waait. Een geweldige aanvulling op knallende drums, aardse basklanken en rauwe gitaarlicks.

So van Peter GabrielOndanks al die voordelen was het in de popmuziek na midden jaren 70 wel zo’n beetje gedaan met het holle zilverkleurige toverstafje. In het muzikale zwarte gat van de jaren 80 hoorde je nog weleens iets dat erop leek, bijvoorbeeld in Peter Gabriels Sledgehammer, maar dat bleek dan uiteindelijk weer uit een kastje komen. Wat een sof.

LizzoMaar gelukkig is er nu een klein lichtpuntje. Vanochtend las ik ergens op internet over inspirerende nieuwe soul-hiphopfenomeen Lizzo, die geregeld laat zien en horen dat ze taboes durft te doorbreken. De muzikaal geschoolde artieste schaamt zich net zomin voor haar forse achterwerk en als voor de keuze van haar favoriete muziekinstrument – integendeel, ze is er trots op. En terecht.

En jongens, als jullie nu toch steeds bang zijn voor het veronderstelde suffe en onmannelijke imago van de dwarsfluit, kijk dan even naar dit filmpje.

 

Succes een kwestie van geluk?

David BowieIn het Groot-Brittannië van de jaren 60 ploeterde ene David Jones zich zonder veel succes van de ene band-auditie naar de volgende. De leiding van een Brits radioprogramma zei over hem: ‘de zanger heeft geen enkel talent.’ Ze zullen zich later, toen David Bowie inmiddels een grote popster was, misschien nog wel eens op hun hoofd hebben gekrabd.

Het grappige van deze anekdote zit hem hierin dat we ons de artiest altijd moeilijk kunnen voorstellen in een andere gedaante dan waarin we hem of haar hebben leren kennen – gekleed in de mantel van succes. Onbewust denken we dat de artiest altijd dezelfde is geweest. En vaak kan dat beeld ook niet worden rechtgezet omdat oude (film)opnames doorgaans ontbreken – de artiest was immers nog niet bekend!

Daniel KahnemanDe anekdote is ook enigszins verontrustend, omdat het laat zien dat elke artiest een ontdekker nodig heeft om te kunnen doorbreken, en dat toeval daarbij een grote rol moet spelen. Psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman gaat in zijn boek Ons Feilbare Denken in op dit fenomeen. Hij stelt dat geluk een belangrijke rol speelt in elk succesverhaal: ‘Als je een kleine verandering in het verhaal aanbrengt, slaat een opmerkelijke prestatie heel vaak om in een middelmatig resultaat.’ Als dat waar is, is roem en erkenning dan wel verdiend? Of is het vooral gebaseerd op drijfzand?

inside llewyn davisIn 2013 brachten de befaamde cineasten Joel en Ethan Coen de film Inside Llewyn Davis uit. Daarin volgen we de sappelende Newyorkse folkmuzikant Llewyn Davis in 1961. Aan zang- en songschrijverskwaliteiten ontbreekt het hem niet, wel aan wat flexibiliteit, wat zelfdiscipline – en aan wat geluk. Gedreven door acute geldnood slaat Davis een achteraf lucratieve royaltydeal af en raken zijn muzikale carrièreperspectieven steeds verder uit beeld.

Coen brothersIn de slotscène kijken we met hem mee naar binnen door het raam van een kroeg. We zien de schaduw van een folkzanger op het podium, een opvolger van Llewyn – het silhouet vertoont grote gelijkenis met dat van Bob Dylan. Zo dun is de lijn tussen succes en falen in de muziekbusiness, lijken de Coen-broers te willen zeggen. Je moet net op het juiste moment op de juiste plek zijn en de juiste mensen tegen het lijf lopen.

Voor ons popliefhebbers, opkijkend naar het podium, is de invloed van het toeval vrijwel onzichtbaar. Voor de artiesten is dat natuurlijk heel anders. Bij een succesvolle artiest kan het leiden tot onzekerheid: is de erkenning die ik krijg wel terecht, word ik straks opeens afgeschreven?

dobbelstenenVoor de grote menigte artiesten die het (nog) niet hebben gemaakt, is het weer anders. De rol van het toeval kan hun juist troost of zelfs hoop bieden. Ze helpt hun om te denken: het ligt niet allemaal aan mij. En kijk naar David Bowie. Als je volhoudt, is er altijd een kans. En daar hebben ze gelijk in.

Begin van het einde van het sterrendom?

michael jacksonDe afgelopen weken stonden in het teken van Michael Jackson. In de media regeerde de King of Pop alsof hij nooit was weggeweest, zij het anders dan hij het zich waarschijnlijk voorgesteld zou hebben. In de documentaire Leaving Neverland, vorige week vrijdag uitgezonden op NPO, vertellen twee van Jacksons voormalige beschermelingen, Wade Robson en James Safechuck, in detail hoe ze als kinderen door de artiest seksueel werden misbruikt.

leaving neverlandOp muziekwebsites en in kranten verschenen voorbeschouwingen, Kijkwijzers en soms zelfs reacties van mensen die de film nog niet eens hadden gezien. Sommige fans namen hun held in bescherming en vielen Robson en Safechuck aan. Recensenten bleken na het zien van de documentaire vrijwel zonder uitzondering overtuigd van het waarheidsgehalte van hun verhaal.

horen zien en zwijgenEn natuurlijk kwam ook het zelfonderzoek op gang. De aantijgingen jegens Michael Jackson zijn niet nieuw. Voormalig Volkskrant-journalist Henrico Prins keek terug op de necrologie die hij in 2009 na Jacksons plotselinge dood schreef. Prins’ conclusie: er was destijds nog ruimte voor twijfel omdat de zanger nooit was veroordeeld, maar gelukkig heb ik die misbruikbeschuldigingen niet doodgezwegen.

mensen dansenVoorpaginacolumnist Sander Donkers stelde in diezelfde krant de vraag of er tussen nu en de jaren 90, toen hij en zijn generatiegenoten ondanks de geruchten nog zorgeloos op Jacksons muziek dansten, iets ingrijpend veranderd is: ‘Waren wij hypocriet, of accepteerden we makkelijker dat grote kunstenaars ook heel enge mensen kunnen zijn?’ Een antwoord vond hij niet. Misschien moet ik dan maar een poging doen.

Allereerst denk ik dat wij mensen altijd tot op zekere hoogte hypocriet zijn. Het zou hypocriet zijn om iets anders te beweren. We zien de werkelijkheid graag zoals we die willen zien. Dus als er ergens ook maar kléin beetje ruimte is voor twijfel, grijpen we dat graag aan om een ongemakkelijke waarheid te negeren en vast te houden aan wat we willen geloven. Zie het klimaatdebat.

kevin spaceyMaar in de afgelopen decennia is er veel aan het licht gekomen over de omvang en de impact van seksueel misbruik: in de kerk, de politiek, de media, het bedrijfsleven en de showbiz. Vele kopstukken vielen van hun voetstuk, al of niet in het kader van #MeToo: Dominique Strauss-Kahn, Jimmy Savile, Kevin Spacey, Harvey Weinstein, hier te lande Job Gosschalk en diverse dirigenten en toneeldocenten. Deels komt het door de opkomst van sociale media, die sterk uitnodigen tot (oor)delen, maar het zijn ook gewoon te veel verhalen – geloofwaardige, erg nare verhalen – om ze nog langer te kunnen negeren of bagatelliseren.

kind man gekrompenOf dat ook betekent dat de muziek van de gevallen sterren in de ban gaat? Vast niet. We laten ons onze geliefde muziek simpelweg niet afpakken, en zeker niet door een foute artiest, al is hij nog zo goed. Toch ben ik ervan overtuigd dat de macht en status van de politieke of kunstzinnige sterren, ook die in de rock-‘n-roll, daadwerkelijk is gekrompen. We vergeven ze niet zomaar alles meer. Of dit het begin van het einde van het sterrendom is? Vast niet, maar de ster wordt wel wat meer mens. Dat lijkt me een goede zaak.

 

 

 

 

Wie is ‘ik’ in een poplied?

theo nijlandIn een recent interview licht zanger-pianist Theo Nijland zijn hilarische nummer Wat een leuk liedje (2008) toe. In dit leuke liedje reageert Nijland op de hem veelvuldig gestelde vraag waarom zijn liefdesliedjes meestal gericht zijn aan vrouwen terwijl hij zelf homo is. De ondertoon van de vraag is dat Nijland daarmee eigenlijk ‘aan het liegen’ is en dat dat dus verkeerd is – een opvatting die de zanger duidelijk afwijst.

ik 2Deze discussie vestigt ook de aandacht op een interessante vraag waar we misschien niet dagelijks bij stilstaan: wie zien wij als luisteraars voor ons bij de ‘ik’ in een liedje? Het antwoord dat als eerste bij je opkomt is waarschijnlijk: degene die het lied zingt. Natuurlijk. We nemen aan – meer of minder bewust – dat de ‘ik’ overeenkomt met de persoon van de zanger(es). Dat blijkt ook uit het feit dat we vaak even verwarring voelen als een artiest een nummer van een artiest van het andere geslacht covert.

James BlakeZo word ik bij James Blake’s versie van Joni Mitchells A Case of You even bevangen door twijfel of de jonge Engelsman wel overtuigend in Mitchells ‘ik’ kan kruipen, ook vanwege de verwijzingen naar haar vaderland Canada. In Aretha Franklins versie van Otis Reddings Respect neemt de zangeres haar toevlucht tot een tekstaanpassing: om het jaren 60-nummer geloofwaardig te maken spreekt het ik-personage haar thuiskomende partner (kostwinner) aan in plaats van andersom .

ikMaar is het echt zo eenvoudig – koppelen we de ‘ik’  inderdaad direct aan de zanger(es)? Of weten we diep in ons hart eigenlijk dat het maar fictie is? Of laten we het maar liever in het midden? Hmm – dingen die we elke dag gedachteloos doen zijn soms ingewikkelder dan ze lijken.

BrederoIn de vorig jaar verschenen biografie van Bredero, De hartenjager, presenteert literair-historicus René van Stipriaan de 17e-eeuwse dichter en toneelschrijver als een vroege voorloper van de 20e-eeuwse popliedjesschrijvers. Bredero pionierde door zijn naam in verschillende varianten te laten rondzingen in zijn teksten. Hij zaaide zo verwarring over hoe je de ‘ik’ in dat werk moest lezen: was het Bredero zelf, of was de ‘ik’ toch een personage – of was het een personage dat leek op de schrijver? Een popliedje gebeurt volgens Van Stipriaan hetzelfde. Het liedje is een korte ‘dagdroom’ van de artiest, wat het een ‘vleugje autobiografie’ geeft.

YouEen vleugje biografie, dat vind ik mooi. En ik trek die redenering graag nog iets door: zoals alle dromen is zo’n dagdroom weliswaar van de dromer, maar bevindt hij zich ook buiten zijn geest. Een droom is letterlijk on-werkelijk. En dat geeft de luisteraar de kans om erin te stappen en zich een eindje te laten meevoeren. Met andere woorden: de ‘ik’ in een liedje is een beetje de artiest, een beetje een personage, maar uiteindelijk vooral: jij.

Waarom hebben sommige artiesten vooral mannen of juist vrouwen als fans?

GendertekensAls je geregeld naar een popconcert gaat, moet het je zijn opgevallen: de man-vrouwverhouding in het publiek is soms wel heel scheef. Hoe komt dat, waarom hebben sommige acts vooral mannelijke of vooral vrouwelijke fans? Over deze prangende gender-kwestie breek ik me al lange tijd vergeefs het hoofd. En vandaag roep ik je hulp in.

Jon Bon JoviIk heb wel een paar voorzichtige hypotheses. De eerste, meest voor de hand liggende: uiterlijk. Een opvallend knappe mannelijke act – denk aan Justin Bieber, John Mayer, Jon Bon Jovi– trekt vaak veel vrouwelijke fans. Andersom bestaat het publiek van Taylor Swift, Katy Perry, Beyoncé of Mariah Carey volgens mijn – beperkte – observaties echter niet vooral uit mannen. Soul/R&B-zangeressen Lauryn Hill en Erykah Badu schijnen wel een grote mannelijke fanbase te hebben. Ik heb geen idee waarom.

marianne faithfullDe tweede: sexyness. Toch net iets anders dan een knap uiterlijk. Hoe verklaar je anders dat lelijke apen als Mick Jagger en Keith Richards altijd al zo goed hebben gelegen bij de dames? En dat doorleefde types als Marianne Faithful en Lucinda Williams ook nu nog zoveel heren op de been krijgen? Met deze hypothese word ik al iets warmer, geloof ik.

Larry CarltonNummer drie: muziekgenre. Daar zijn ook concrete aanwijzingen voor. Zo schijnt R&B vooral  vrouwelijke fans te trekken, en blues(rock) juist overwegend mannen – bewijs voor dat laatste persoonlijk waargenomen op het festival Ribs & Blues in Raalte. Ook vrijwel exclusief voor mannen: ‘muzikantenmuziek’ met vernuftige akkoordenreeksen en virtuoze solo’s (Steely Dan, Richard Thompson, Larry Carlton). Het publiek bij deze optredens heeft het overigens te druk met de kunst van de gitaargoden afkijken om de vrouwen te missen.

Tori AmosLast but not least: de teksten. Iets in de toon of in de onderwerpen die de artiest kiest, maakt dat mannen of vrouwen er bijna exclusief op aanslaan. Zo heb ik het vermoeden – flinke slag om de arm – dat sommige vrouwelijke singer-songwriters vooral voor seksegenoten zingen (Tori Amos, Alanis Morisette, Sinéad O’Connor), omdat zij in hun liedjes nadrukkelijker dan anderen de positie van vrouwen vertegenwoordigen.

David BowieHet is duidelijk: ik speculeer, zoek, twijfel, spreek mezelf tegen en zit vol met vooroordelen. En ik mis harde gegevens. Ik kom er niet uit. Zelfs gender-bender David Bowie, een artiest met een behoorlijk evenwichtige fanbase, helpt me met zijn Boys Keep Swinging niet uit de brand.

Heb jíj een idee waarom sommige acts zo’n sekse-scheve fanbase hebben – laat het weten bij de reactiemogelijkheid hieronder! Met de wisdom of the crowds komen we misschien steeds dichter bij een definitieve verklaring. Alvast veel dank voor je hulp!

De verzinsels van Bruce Springsteen

walter kerr theatre springsteenTussen oktober 2017 en december 2018 trad Bruce Springsteen in totaal 236 keer op in een theater aan Broadway in New York, met een mix van persoonlijke verhalen en akoestische liedjes. Op internet las ik opvallend wisselende reacties. Daar moest ik meer van weten. Gelukkig kon ik de registratie van de voorstelling deze week op Netflix met eigen ogen bekijken.

srpingsteen akoestisch nog een keerHet bleek een boeiend schouwspel. Springsteen houdt er duidelijk van zijn publiek op speelse wijze te prikkelen. Ik heb nooit een gewone baan gehad, bekent hij meteen aan de fans, met een grijns op zijn gezicht. Nooit in een fabriek aan de lopende band gestaan. Nooit vijf dagen per week van 9 tot 5 gewerkt. Ik ben belachelijk succesvol geworden met liedjes over ervaringen die ik zelf nooit heb gehad. Ik heb het allemaal verzonnen. Niet slecht, hè?

bruce springsteen 1Het publiek lacht er wat aarzelend om. Springsteen schopt hiermee dan ook tegen een (vaak onuitgesproken) regel in de popmuziek: dat de liedjes die we horen ‘echt’ zijn. Dat de bezongen gebeurtenissen en emoties uit het leven van de artiest gegrepen zijn. Dat de zanger(es) alles precies zo heeft meegemaakt, precies zo heeft gevoeld – en nog steeds zo voelt. Alsof we bang zijn dat we er anders geen geloof aan mogen hechten.

waargebeurdIk heb het idee dat dit dogma – dat waargebeurd ‘echter’ is dan verzonnen – steeds verder om zich heen grijpt. Terwijl er drie misvattingen aan ten grondslag liggen. De eerste: dat we de werkelijkheid in absolute zin kunnen kennen. Ten tweede: dat een goed verhaal of lied een getrouwe weergave is van die werkelijkheid. En als derde: dat mensen alleen in staat zijn over iets te vertellen dat ze zelf aan den lijve hebben ondervonden.

bruce springsteen 2Ik denk dat een goed lied iets heel anders is. Geen getrouwe weergave van eigen ervaringen, maar een constructie. Iets dat gemaakt is door een liedjesschrijver die zich zó in iemand en in een situatie heeft verplaatst dat hij jou als luisteraar verleidt om helemaal in de huid van die persoon te kruipen, je er een voorstelling bij te maken, er als het ware zelf bij te zijn. Daarvoor kan de artiest misschien uit eigen herinneringen putten, maar het hoeft helemaal niet. Dat blijkt alleen al uit het succes van Springsteens liedjes over ploeterende arbeiders en hun geplaagde levens.

wende snijdersIk vind dat besef ook hoopgevend. Ik wil daar graag in geloven. Het betekent dat het mogelijk is om ons in een ander te verplaatsen, dat we in staat zijn om niet-beleefde ervaringen te ervaren, via muziek, literatuur en andere kunstvormen. En dat die kunstvormen ons naar emoties kunnen leiden waar we anders moeilijk bij kunnen komen. De artiest is de toegang naar de eigen emoties van het publiek, zoals Wende Snijders het onlangs mooi verwoordde.

bruce springsteen met steve

Het zijn de woorden, de melodie, het ritme – en het samenspel daartussen – én natuurlijk de manier waarop het gebracht wordt, die maken of iets ‘echt’ is of niet. Niet het feit dat de artiest de bezongen situatie zelf van nabij heeft meegemaakt. Iets is echt als jij het als luisteraar kunt voelen.

Nog meer woorden of bewijzen nodig? Vast niet. Laten we maar gewoon gaan luisteren. Naar het echte bewijs: het ware verzinsel van The River.

 

 

 

Het heilzame wisselbad van de Top 2000

ouderwetse radioDe Top 2000 van Radio 2 begon in 1999 als een geinig idee: een lijst met tweeduizend liedjes om het nieuwe millennium mee in te luiden. Het werd een daverend succes. Concurrenten als Radio Veronica en Q Music lieten zich inspireren tot gelijksoortige lijsten, maar de eerste is nog altijd de grootste.

top 2000De ‘lijst der lijsten’ is inmiddels een Instituut geworden, een spektakel dat een steeds breder publiek aan zich lijkt te binden. Aan promotie doen de makers nauwelijks nog iets, de stemmers, luisteraars en adverteerders komen toch wel, net als de bezoekers van het Top 2000 café in Hilversum. Maar waar komt dat succes eigenlijk vandaan?

gezin rond kerstboomMisschien komt het gewoon door de grootte en de statuur van de lijst – geen tijdelijke Top 40 of Top 100, maar een flinke lijst met de Allerbeste Liedjes Aller Tijden. En hij komt jaarlijks terug, in de donkere kerstperiode waarin veel mensen thuis samen naar de radio kunnen luisteren. Al die dingen komen gewoon mooi bij elkaar. Maar ik denk niet dat dat een volledige verklaring is van het succes.

michael jacksonOok hier in huis is dit jaar vanaf eerste kerstdag al geregeld afgestemd op de Top 2000. En het viel me op hoe sterk de interesse van mijn kinderen (12 en 15) wisselt: bij veel nummers kijken ze wat misnoegd om zich heen met een blik van ‘wat is dit voor nummer, dit zegt me echt niks’. Bij recente hits (Rihanna, Bruno Mars) en sommige klassiekers (Michael Jackson, James Brown) veren ze juist enthousiast op. En bij mezelf neem ik ook zoiets waar, maar dan meestal bij andere liedjes.

NederlandEen cruciaal element van de Top 2000 is dat hij Nederlands en ‘democratisch’ is. Allerlei luisteraars hebben meegestemd: mannen en vrouwen, uit alle streken van het land; jong, oud, hoog- en laagopgeleid, sandalen of kekke laarsjes, steil haar of krul. Je zou de lijst min of meer een staalkaart van de Nederlandse popsmaak kunnen noemen. Het is alsof je samen met je landgenoten uit talloze ingrediënten iets heel moois of superlekkers hebt proberen te maken. En daarom voel je je ook afwisselend in de steek gelaten en gesteund, of liever gezegd – je verdwaalt en komt weer thuis.

KissVerdwalen doe je in de onnavolgbare belevingswereld van sommige andere popliefhebbers. Je vraagt je af hoe iemand geroerd of enthousiast kan raken door een lied dat jou totaal niets doet. Wat zijn dat voor mensen die I Was Made For Loving You van Kiss naar plek 312 hebben gestemd? Heb je daar überhaupt wel iets mee gemeen, of zijn jullie gedoemd om altijd aliens voor elkaar te blijven?

Crowded HouseZo’n vervreemdend moment wordt steevast gevolgd door een aangename golf van herkenning. Don’t Dream It’s Over van Crowded House (nr. 783), As van Stevie Wonder (nr. 1970): hè hè, er zijn mensen die mij begrijpen (ook al staat die laatste beláchelijk laag). JJ Cale’s After Midnight (nr. 1294), Sam Cooke’s A Change Is Gonna Come (nr. 1300): je blijkt toch nog zielsverwanten te hebben. Je komt weer thuis.

vuurpijlenElke samenleving heeft rituelen nodig. Onze samenleving is er in de loop der tijd verschillende kwijtgeraakt. Maar soms ontstaan er nieuwe. Zoals de Top 2000. Zeven dagen lang wisselen teleurstelling en vreugde elkaar af. We ontmoeten vreemde kostgangers en zielsverwanten. We verdwalen en komen weer thuis. En ondanks de verschillen luisteren we allemaal, in groten getale ook – en dat is best verbindend. De lijst der lijsten is voor een groot deel van het land een heilzaam wisselbad. Een nieuw ritueel dat in elk geval een stuk gezonder en muzikaler is dan rotjes, vuurpijlen en gillende keukenmeiden.

Gelukkig Nieuwjaar!

 

Ik ben hier HEEL onzeker over – Help!

artikel Volkskrant 18 dec 2018 kwetsbare vloggersIn de Volkskrant van afgelopen dinsdag buigt journalist Haro Kraak zich in een mooi artikel over een recent fenomeen onder populaire vloggers of influencers: ze laten op YouTube en andere sociale media hun kwetsbare kant zien. Onzekerheid, worstelingen en depressies komen in de plaats van het perfecte plaatje van een succesvol bestaan dat tot dusver de norm was. ‘De toverwoorden van deze trend zijn kwetsbaarheid, eerlijkheid en openhartigheid,’ schrijft Kraak. ‘Die echtheid is wat de – veelal jonge – volgers het liefst willen zien.’

omslag We zijn nog nooit zo romantisch geweestOnlangs las ik het oogopenende boek We zijn nog nooit zo romantisch geweest (Lemniscaat, 2016) van filosoof en journalist Hans Kennepohl. Daarin gaat het ook al over authenticiteit. De auteur laat zien hoe achttiende-eeuwse schrijvers als Rousseau en Goethe de ideeën van de Romantiek in het publieke debat brachten. De kern van die nieuwe ideeën: de mens is van nature goed, elk mens is uniek, emotie staat boven ratio, avontuurlijkheid boven het accepteren van de status quo. Authenticiteit (trouw zijn aan jezelf) geldt als de allerhoogste waarde.

hippiebusDie romantische opvattingen, betoogt Kennepohl, zijn in de loop van de eeuwen steeds dominanter geworden. Vooral vanaf de sixties, als gevolg van de welvaartsgroei en de ontkerkelijking.

Door dit boek kreeg ik een heel nieuw beeld van mezelf. Ik bleek veel romantischer te zijn dan ik had gedacht. Oei. Dat maakte me in eerste instantie HEEL onzeker – maar ik zag meteen ook verbanden die me eerder ontgingen, in tv-reclames en maatschappelijke discussies – en ook in de popmuziek. Daar greep ik me dankbaar aan vast.

BeatlesThe Beatles waren dé trendsetters van de sixties en maakten zelf ondertussen ook een stormachtige ontwikkeling door. Vertegenwoordigden de Fab Four misschien de groeiende invloed van de romantiek in de westerse samenleving? En werden ze tijdens hun bijna tienjarige bestaan ook steeds romantischer? Help – dit zijn grote vragen waarop ik helemaal geen antwoord heb. Toch maak ik hier graag een beginnetje.

hoes Help!Vanaf 1962 veroverden The Beatles de wereld met hun inventieve en opgewekte liedjes. Een paar jaar later begonnen ze nadrukkelijk met hun muziekstijl te experimenteren. En met hun teksten. Nummer 1-hit Help! uit 1965 is daarvan het meest sprekende voorbeeld.

Waar liedjes als From Me to You en I Want to Hold Your Hand nog de gangbare cliché’s van de liefde opvoeren, kent Help! een radicaal andere toon:

‘When I was younger so much younger than today / I never needed anybody’s help in any way / But now these days are gone, I’m not so self assured / Now I find I’ve changed my mind and opened up the doors’

kurt cobainHier is iemand aan het woord die geen moeite doet om de schone schijn op te houden. Het door John Lennon geschreven en gezongen nummer toont existentiële angsten en doet dat onverbloemd. Zwakte wordt omgezet in sterkte. Lennons tenor is zowel krachtig als gekweld, een onweerstaanbare combinatie die later zou terugkomen bij verder zo uiteenlopende zangers als Kurt Cobain, Ray Lamontagne en Amy Winehouse.

logo Rolling StoneIn een interview met popmagazine Rolling Stone noemde Lennon in 1970 Help! een van zijn meest ‘echte’, niet ‘op bestelling’ geschreven Beatles-liedjes, en vanwege het eerlijke karakter ook een van zijn favoriete. Help! is authenticiteit in optima forma. De recente trend van openhartige kwetsbaarheid bij vloggers begon ruim een halve eeuw geleden bij de vier jongemannen uit Liverpool. En hoe origineel die ook waren  – ze hadden het weer van Goethe en Rousseau.

Zo, dat lucht op, ik heb alles weer op een rijtje. Ik kan er weer tegenaan!

Je kinderen opvoeden met goede muziek

muziek oudheidOpvoeden is een fikse klus. Een hele industrie houdt zich ermee bezig en veel ouders zijn er ook maar druk mee. En een van de voornaamste onderdelen van de opvoeding, al sinds de oudheid, is de muziek.

PlatoDe Griekse wijsgeer Plato (ca. 427-347 v.C.) zag muziek als de belangrijkste stimulans voor de geest. Wanneer muziek centraal staat in de opvoeding van een jongeman, zo stelde de Griekse denker (hij had het niet over vrouwelijke leerlingen), dan zal hij zich ontwikkelen tot een filosofisch denker. Dat was dus goed.

Schopenhauer postzegelOok latere filosofen kenden de muziek een belangrijke plaats toe in de opvoeding, zoals Arthur Schopenhauer (1788-1860) en Friedrich Nietzsche (1844-1900). Voor Schopenhauer stond muziek rechtstreeks in contact met ‘het geheim van de wereld’. Nietzsche vond muziek belangrijk omdat het ‘onze gedachten naar boven kan leiden, zodat het ons verheft.’

erik-scherderDe huidige hersenwetenschap geeft Plato, Schopenhauer en Nietzsche een steuntje in de rug. Hoogleraar neuropsychologie Erik Scherder van de VU stelt op basis van onderzoek dat muziek maken buitengewoon gunstig is voor de ontwikkeling van het brein – en pleit daarom hartstochtelijk voor de terugkeer van goed muziekonderwijs op school.

Buddy HollyAls ouder zie ik als rol voor mezelf vooral: de kinderen een goede muzieksmaak bijbrengen. Ik ben daar dus al vroeg mee begonnen. Toen onze oudste nog in de buik zat, draaide ik Buddy Holly, Ray Charles, Bob Dylan, Aretha Franklin en The Beatles totdat het mijn vrouw op de zenuwen begon te werken. De jaren daarna danste ik met mijn dochter op I Wish en Superstition van Stevie Wonder – en oké, ook weleens op Kusjesdag en MaMaSé! van K3.

The Rhythm of the SaintsMet de jongste pakte ik het wat subtieler aan. Terwijl we samen een spelletje of puzzel deden, zette ik zonder er speciaal de aandacht op te vestigen Paul Simons The Rhythm of the Saints of Eric Claptons JJ Cale-tribute The Breeze op. Priming noemen ze dat geloof ik in de beïnvloedingswetenschap. Bij het aankweken van een goede muzieksmaak mag je geen middel onbeproefd laten.

Ariana GrandeInmiddels zijn de kinderen 15 en 12. Ze luisteren op hun telefoontjes naar de popsterren van nu: Ariana Grande, Katy Perry en Bruno Mars. Naar Nederlandstalige rappers als Ronnie Flex, Famke Louise en Boef. Naar andere artiesten die bij mij het ene oor in en het andere oor uit gaan. Veel succes lijk ik dus niet gehad te hebben. Of is dat maar schijn?

surprise Abbey RoadDe afgelopen tijd zet mijn zoon geregeld uit vrije wil Michael Jacksons Greatest Hits op, en vraagt hij om The Breeze als we weer eens een puzzel gaan leggen. En samen zingen broer en zus uit volle borst mee met Let’s Get It On en It Takes Two van Marvin Gaye. Klap op de vuurpijl was de Abbey Road Sinterklaas-surprise die dochterlief dit jaar voor me had gemaakt – zie hiernaast. Mag ik stiekem hopen dat mijn muzikale opvoeding uiteindelijk toch vruchten heeft afgeworpen?

 

Waarom rijmen popliedjes?

protestantse kerkHoe belangrijk is rijm in de popmuziek? Belangrijker dan je misschien zou denken. Recent onderzoek naar muziek binnen de protestantse kerk levert hier nieuw bewijs voor. In een binnenkort in Psychomusicology: Music, Mind, and Brain te verschijnen artikel toont de Utrechtse onderzoeker Yke Schotanus aan dat rijmende psalmen populairder waren dan andere, vooral als ze vergezeld gingen van een aantrekkelijke melodie.

hersenenHet leuke van deze conclusies is dat ze niet alleen betrekking hebben op de protestante kerk, psalmen en achterliggende eeuwen, maar net zo goed op de hedendaagse muziekwereld en ons 21e-eeuwse popliefhebbers. De hersenen van mensen, ongeacht hun geloof of muziekvoorkeur, werken immers allemaal vrijwel hetzelfde en zijn in de afgelopen eeuwen ook niet veranderd.

Processing fluencyMaar waarom is rijm in liedjes nou zo populair? Dat verschijnsel wordt verklaard door het relatief nieuwe begrip ‘verwerkingsgemak’ (processing fluency) uit de cognitieve psychologie. Hoe gemakkelijker onze hersenen een bepaald stukje informatie (tekst, muziek) kunnen verwerken, hoe fijner we dat vinden. We onthouden het beter en kunnen het gemakkelijk voor iemand anders herhalen. In huis-tuin-en-keukentaal: een zinnetje dat rijmt vinden we gewoon lekker.

Chuck BerryWaarschijnlijk heeft niemand dit zo goed begrepen als de vorig jaar overleden rock-’n-rollpionier Chuck Berry. Hij bedacht niet alleen vele klassiek geworden gitaarlicks, de duckwalk, de ‘coffee-coloured Cadillac’ en de ‘brown-eyed handsome man’, maar was bovenal een RijmMeester. Neem het openingscouplet van Johnny B. Goode, een dijk van een hit in 1958:

‘Deep down in Louisiana close to New Orleans
Way back up in the woods among the evergreens
There stood a log cabin made of earth and wood
Where lived a country boy named Johnny B Goode
Who never ever learned to read or write so well
But he could play the guitar just like ringin a bell’

Chuck Berry2Meer bewijzen voor Berry’s rijmende meesterschap nodig? Luister dan naar deze hitcollectie. Maar er is nóg een reden waarom rijm zo belangrijk is. Een onderzoek van de Amerikaanse sociale wetenschappers Matthew McGlone en Jessica Tofighbakhsh uit 2000 laat zien dat we uitspraken die we gemakkelijk verwerken ook als juister en waarheidsgetrouwer beschouwen.

Easy = TrueZe vroegen onderzoeksgroepen hoe waar ze twee verschillende gezegdes vonden: What sobriety conceals, alcohol reveals (Een dronken mond spreekt ’s hartens grond) en What sobriety conceals, alcohol unmasks. Wat denk je? De eerste zin werd als veel geloofwaardiger beschouwd dan de tweede. Met andere woorden: als je je liedje laat rijmen scoort het niet alleen beter, je inhoud is nog overtuigender ook. De kans dat je woorden werkelijkheid worden, neemt dus aanzienlijk toe.

Chuck Berry 2Een dergelijk effect zal Chuck Berry (onbewust) in gedachten hebben gehad toen hij zijn Thirty Days (1955) schreef, waarin een geliefde dringend wordt verzocht terug  naar huis te komen. Hier het slotcouplet:

‘If I don’t get no satisfaction from the judge
I’m gonna take it to the FBI and voice my grudge
If they don’t give me no consolation
I’m gonna take it to the United Nations
I’m gonna see that you be back home in thirty days’