Merkwaardigheden

Niet kunnen loslaten

Vorige week leerde ik een nieuw woord, in een NPR-artikel over het nieuwe album van Adele: melisme. Melisme is een muziekterm die staat voor het zingen van één lettergreep op een reeks verschillende noten. Of andersom, verschillende noten gebruiken om één lettergreep te laten klinken. Een notentros wordt het ook wel genoemd – mooi woord, je ziet het zo voor je. Luister ter illustratie naar het genoemde nummer van Adele, My Little Love, en let daarbij steeds op het laatste woord van een tekstregel.

De oorsprong van melismatisch zingen ligt waarschijnlijk in de religieuze muziek van de Oudheid. De christelijke, joodse en Arabische godsdiensten gebruiken de melodische wendingen in om de gelovigen in een hypnotische trance brengen. Maar ook in meer wereldse muziek als flamenco, fado, balkan en Ierse folk komen we de zangtechniek tegen.

Hoe anders is dat in de rock, pop, punk, blues of country. Nauwelijks notentrossen te vinden, merkte ik toen ik erop ging letten. In deze genres lijken noot en lettergreep bijna altijd één op één op elkaar gelijmd. Een beetje streng, alsof een lettergreep niet mag denken dat hij meer dan één noot verdient. Of andersom, alsof de noten het niet te gezellig mogen maken door samen op één syllabe te gaan hangen.

Toch zijn er wel uitzonderingen op die regel. Let bijvoorbeeld op wat bluesfolkartieste Bonnie Raitt doet in Dimming of the Day, waar ik het toevallig twee weken geleden over had. Of naar Southern Rocker Lowell George, de te jong overleden frontman van Little Feat. Ook hij jongleerde graag met lettergrepen, zoals te horen in On Your Way Down.

Maar de grote notentrosmeesters vinden we toch in de soul – een genre dat vast niet toevallig zijn oorsprong heeft in de kerk. Een paar voorbeelden: Stevie Wonders Don’t You Worry ‘Bout a Thing, Mariah Carey’s Visions of Love, Whitney Houstons versie van Dolly Partons I Will Always Love You. Vaak beginnen ze een liedje nog vrij sober, om aan het eind steeds meer uit te pakken.

Het woord lettergreep sluit wonderwel aan bij deze aanpak. De soulartiesten nemen een greep uit het aanbod van de kleinste taaleenheden die we hebben: de letter. Naar believen plukken ze een zo klein mogelijk trosje letters uit de lucht, samengehouden door een of meer medeklinkers met in het midden iets waar ze lekker hun adem doorheen kunnen sturen: een klinker. Want die klinkers, daar gaat het om, die geven hen de ruimte om te doen wat ze nodig achten.

De koningin van de notentros is voor mij Deniece Williams. De Amerikaanse soulzangeres veroverde in 1984 veler harten met haar vocale acrobatiek in Let’s Hear It for the Boy. Williams moet in de loop van haar leven een langdurige crush op de klinker hebben ontwikkeld. Luister hoe ze hem proeft, uitdaagt, verleidt, streelt en omhelst in Free. Het is bijna mystiek, ze ziet de kosmos weerspiegeld in het allerkleinste. Ze wil alle mogelijkheden ontdekken, hem oneerbiedig gezegd helemaal uitmelken. Ze kan hem bijna niet loslaten – en zo houdt ze ook ons in haar greep en worden we langzaam in trance gebracht. Melisme.

Zangstemmen en spinazie

Waarschijnlijk ben jij voor je favoriete popartiesten gevallen vanwege hun stem. Niet omdat hun gitaarsound zo fantastisch was, hun teksten, melodieën of akkoordenschema’s zo wonderbaarlijk. Voor mij werkt het in elk geval wel zo. Ik ben niet bestand tegen de strot van Sandy Denny, James Taylor, Sam Cooke of Gregory Porter. Al zouden ze Poesie Mauw of Op een Grote Paddenstoel zingen, ik ga voor de bijl.

Andersom zijn er artiesten met een stem die tegenstaat, dat kennen de meeste mensen ook wel. Zelf ben ik licht allergisch voor zangers en zangeressen met veel vibrato, zoals Chris DeBurgh en Ane Brun. Maar andere mensen, zo weet ik, krijgen de kriebels bij Bob Dylan, Neil Young, Randy Newman of Richard Thompson – om een paar niet helemaal willekeurige namen te noemen.

(meer…)

Hoe oud mag een popartiest worden?

I hope I die before I get old’ zong Roger Daltrey van The Who anno 1965 (in My Generation). Mick Jagger zei ooit in een interview: ‘Ik ben liever dood dan dat ik op mijn vijfenveertigste nog Satisfaction zing.’ Blijkbaar was de vraag hoe oud een popartiest mocht worden vrij normaal. Jeugd en popmuziek waren nog onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Maar jong sterven heeft als pop-ideaal inmiddels z’n langste tijd gehad. Waar de eerste leden van de Club van 27 (Jimi Hendrix, Jim Morrison, Janis Joplin) in zekere zin nog aan verwachtingen voldeden, riep de vroegtijdige dood van Kurt Cobain, Amy Winehouse en Avicii vooral gevoelens van afschuw en onmacht op. Bovendien kun je niet zeggen dat artiesten als Daltrey (inmiddels 76) en Jagger (78) zich echt aan hun woord hielden.

(meer…)

Geïnspireerd door je collega’s

Je kunt als bevriende muzikanten een tijdlang onbekommerd in een oefenruimte samenspelen, maar op een gegeven moment moet je er toch aan geloven: de band moet een naam hebben. Op internet zijn diverse tips te vinden voor het kiezen van een goede bandnaam, misschien wel omdat het altijd lastiger is om jezelf te definiëren dan een ander – en helemaal als je het ook nog onderling eens moet zien te worden. De Popschool Maastricht biedt daarvoor zelfs een online bandnaamgenerator aan.

Veel bands zoeken hun toevlucht in datgene wat de leden sowieso bindt: de muziek van hun gedeelde pophelden. Hiermee laten ze hun beoogde publiek in een notendop zien waar ze hun inspiratie vandaan halen en waar ze zelf voor staan: verleden en toekomst in één. Zo leidden The Rolling Stones hun naam af van het nummer Rollin’ Stone van bluesicoon Muddy Waters. Dat een rollende steen ook nog eens stond voor de ongebonden vrijbuiter paste toevallig ook prima bij hun gewenste imago.

(meer…)

Zet die Frank Zappa-muziek af!

Toen in 1989 in Tsjecho-Slowakije de Fluwelen Revolutie plaatsvond, werd er opeens een verrassend licht op de popmuziek geworpen. Verschillende westerse artiesten bleken voor de mensen achter het IJzeren Gordijn een iconische status te hebben: hun muziek was voor veel dissidenten een bron van kracht geweest in hun lange moeizame strijd tegen het onderdrukkende communistische regime.

Lou Reed, bijvoorbeeld, was voor de inmiddels als president aangestelde Vaclav Havel een baken van hoop in bange dagen, al vanaf het moment dat de toneelschrijver twintig jaar eerder de hand had weten te leggen op de lp White Light/White Heat van The Velvet Underground. Het leidde in 1990 tot een veelbesproken ontmoeting tussen de twee zo ongelijksoortige beroemdheden.

(meer…)

Meer mondharmonica

Een buitenbeentje, dat is het. Klein, schel, onooglijk, bijna onzichtbaar op een podium. Niet heel veelvuldig ingezet in de popmuziek, maar er ook niet uit weg te denken. Vanaf het prille begin bezet de mondharmonica zijn eigen niche en blijkt daarin tegelijk behoorlijk veelzijdig – tenminste als je er even bij stilstaat.

Veel van de vroege bluesartiesten begeleidden zichzelf op de mondharmonica, lieten hem antwoord geven op hun gezongen klachten. Anderen, zoals Little Walter, James Cotton en Sonny Terry werden echte specialisten en haalden echt alles eruit wat erin zit. Een van de meest indrukwekkende bespelers is Sonny Boy Williamson (1912-1965), die hier door vernuftige hand- en ademtechniek van zijn bluesharp een swingend ritme-instrument maakt. Maar hij kon hem net zo gemakkelijk heerlijk laten jammeren.

(meer…)

Ik ben hier HEEL onzeker over – Help!

artikel Volkskrant 18 dec 2018 kwetsbare vloggers

In de Volkskrant van een tijdje geleden stond een interessant artikel van journalist Haro Kraak over een recent fenomeen onder populaire vloggers of influencers: ze laten op YouTube en andere sociale media hun kwetsbare kant zien. Onzekerheid, worstelingen en depressies komen in de plaats van het perfecte plaatje van een succesvol bestaan dat tot dusver de norm was. ‘De toverwoorden van deze trend zijn kwetsbaarheid, eerlijkheid en openhartigheid,’ schrijft Kraak. ‘Die echtheid is wat de – veelal jonge – volgers het liefst willen zien.’

omslag We zijn nog nooit zo romantisch geweest

Onlangs las ik het inzichtgevende boek We zijn nog nooit zo romantisch geweest (Lemniscaat, 2016) van filosoof en journalist Hans Kennepohl. Daarin gaat het ook over authenticiteit. De auteur laat zien hoe achttiende-eeuwse schrijvers als Rousseau en Goethe de ideeën van de Romantiek in het publieke debat brachten. De kern van die nieuwe ideeën: de mens is van nature goed, elk mens is uniek, emotie staat boven ratio, avontuurlijkheid boven het accepteren van de status quo. Authenticiteit (trouw zijn aan jezelf) geldt als de allerhoogste waarde.

hippiebus

Die romantische opvattingen, betoogt Kennepohl, zijn in de loop van de eeuwen steeds dominanter geworden. Vooral vanaf de sixties, als gevolg van de welvaartsgroei en de ontkerkelijking.

Door dit boek kreeg ik een heel nieuw beeld van mezelf. Ik bleek veel romantischer te zijn dan ik had gedacht. Oei. Dat maakte me in eerste instantie HEEL onzeker – maar ik zag meteen ook verbanden die me eerder ontgingen, in tv-reclames en maatschappelijke discussies – en ook in de popmuziek. Daar greep ik me dankbaar aan vast.

Beatles

The Beatles waren dé trendsetters van de sixties en maakten zelf ondertussen ook een stormachtige ontwikkeling door. Vertegenwoordigden de Fab Four misschien de groeiende invloed van de romantiek in de westerse samenleving? En werden ze tijdens hun bijna tienjarige bestaan ook steeds romantischer? Help – dit zijn grote vragen waarop ik helemaal geen antwoord heb. Toch maak ik hier graag een beginnetje.

hoes Help!

Vanaf 1962 veroverden The Beatles de wereld met hun inventieve en opgewekte liedjes. Een paar jaar later begonnen ze nadrukkelijk met hun muziekstijl te experimenteren. En met hun teksten. Nummer 1-hit Help! uit 1965 is daarvan het meest sprekende voorbeeld.

Waar liedjes als From Me to You en I Want to Hold Your Hand nog de gangbare cliché’s van de liefde opvoeren, kent Help! een radicaal andere toon:

‘When I was younger so much younger than today / I never needed anybody’s help in any way / But now these days are gone, I’m not so self assured / Now I find I’ve changed my mind and opened up the doors’

kurt cobain

Hier is iemand aan het woord die geen moeite doet om de schone schijn op te houden. Het door John Lennon geschreven en gezongen nummer toont existentiële angsten en doet dat onverbloemd. Zwakte wordt omgezet in sterkte. Lennons tenor is zowel krachtig als gekweld, een onweerstaanbare combinatie die later zou terugkomen bij verder zo uiteenlopende zangers als Kurt Cobain, Ray Lamontagne en Amy Winehouse.

logo Rolling Stone

In een interview met popmagazine Rolling Stone noemde Lennon in 1970 Help! een van zijn meest ‘echte’, niet ‘op bestelling’ geschreven Beatles-liedjes, en vanwege het eerlijke karakter ook een van zijn favoriete. Help! is authenticiteit in optima forma. De recente trend van openhartige kwetsbaarheid bij vloggers begon ruim een halve eeuw geleden bij de vier jongemannen uit Liverpool. En hoe origineel die ook waren – ze hadden het weer van Goethe en Rousseau.

Zo, dat lucht op, ik heb alles weer op een rijtje. Ik kan er weer tegenaan!

Popartiest of filosoof?

Hier op Goeie Nummers verbind ik de popmuziek graag af en toe met andere domeinen van het leven. Bijvoorbeeld door te doen alsof popmuziek een sportwedstrijd is, een medicijn, een wetenschapsdiscipline of zelfs een vorm van psychotherapie (en ik hou me aanbevolen voor tips op dit gebied).

Daarom was ik verrast toen ik gisteren in mijn mailbox een bericht aantrof met de kop ‘this is why philosophy should be more like popmusic’. Hier was iemand aan het woord met dezelfde voorliefde als ik, maar dan omgekeerd: zijn/haar eigen ‘vakgebied’, in dit geval de filosofie, vergelijken met de popmuziek.

(meer…)

Je kinderen opvoeden met goede muziek

muziek oudheid

Opvoeden is een fikse klus. Een hele industrie houdt zich ermee bezig en veel ouders zijn er ook maar druk mee. En een van de voornaamste onderdelen van de opvoeding, al sinds de oudheid, is de muziek.

Plato

De Griekse wijsgeer Plato (ca. 427-347 v.C.) zag muziek als de belangrijkste stimulans voor de geest. Wanneer muziek centraal staat in de opvoeding van een jongeman, zo stelde de Griekse denker (hij had het niet over vrouwelijke leerlingen), dan zal hij zich ontwikkelen tot een filosofisch denker. Dat was dus goed.

Schopenhauer postzegel

Ook latere filosofen kenden de muziek een belangrijke plaats toe in de opvoeding, zoals Arthur Schopenhauer (1788-1860) en Friedrich Nietzsche (1844-1900). Voor Schopenhauer stond muziek rechtstreeks in contact met ‘het geheim van de wereld’. Nietzsche vond muziek belangrijk omdat het ‘onze gedachten naar boven kan leiden, zodat het ons verheft.’

erik-scherder

De huidige hersenwetenschap geeft Plato, Schopenhauer en Nietzsche een steuntje in de rug. Hoogleraar neuropsychologie Erik Scherder van de VU stelt op basis van onderzoek dat muziek maken buitengewoon gunstig is voor de ontwikkeling van het brein – en pleit daarom hartstochtelijk voor de terugkeer van goed muziekonderwijs op school.

Buddy Holly

Als ouder zie ik als rol voor mezelf vooral: de kinderen een goede muzieksmaak bijbrengen. Ik ben daar dus al vroeg mee begonnen. Toen onze oudste nog in de buik zat, draaide ik Buddy Holly, Ray Charles, Bob Dylan, Aretha Franklin en The Beatles totdat het mijn vrouw op de zenuwen begon te werken. De jaren daarna danste ik met mijn dochter op I Wish en Superstition van Stevie Wonder – en oké, ook weleens op Kusjesdag en MaMaSé! van K3.

The Rhythm of the Saints

Met de jongste pakte ik het wat subtieler aan. Terwijl we samen een spelletje of puzzel deden, zette ik zonder er speciaal de aandacht op te vestigen Paul Simons The Rhythm of the Saints of Eric Claptons JJ Cale-tribute The Breeze op. Priming noemen ze dat geloof ik in de beïnvloedingswetenschap. Bij het aankweken van een goede muzieksmaak mag je geen middel onbeproefd laten.

Ariana Grande

Inmiddels zijn de kinderen 18 en 15. Ze luisteren op hun ‘oortjes’ naar de popsterren van nu: Ariana Grande, Billie Eilish en Bruno Mars. Naar Nederlandstalige rappers als Ronnie Flex, Famke Louise en Boef. Naar andere artiesten die bij mij het ene oor in en het andere oor uit gaan. Veel succes lijk ik dus niet gehad te hebben. Of is dat maar schijn?

surprise Abbey Road

De afgelopen tijd zet mijn zoon geregeld uit vrije wil Michael Jacksons Greatest Hits op, en vraagt hij om The Breeze als we weer eens een puzzel gaan leggen. En samen zingen broer en zus uit volle borst mee met Let’s Get It On en It Takes Two van Marvin Gaye. Klap op de vuurpijl was de Abbey Road Sinterklaas-surprise die dochterlief vorig jaar voor me had gemaakt – zie hiernaast. Mag ik stiekem hopen dat mijn muzikale opvoeding uiteindelijk toch vruchten heeft afgeworpen?

Bob Dylan: tussen hemel en aarde

De popliefhebber die de afgelopen week niets over Bob Dylan heeft gehoord of gelezen, heeft vermoedelijk onder een steen gelegen. Ter ere van de 80e verjaardag van de Bard uit Minnesota pakte de Volkskrant uit met een fotospread met mooie overpeinzing van Gijsbert Kamer als een uitgebreid bijschrift. Edward Docx van de Britse krant The Guardian dook de diepte in, op zoek naar het raadsel van ‘s mans blijvende aantrekkingskracht. Muziekblog Stereogum liet 80 (of eigenlijk 83) artiesten hun favoriete Dylan-track kiezen en toelichten. Tim Knol en Nico Dijkshoorn vertelden over hun Dylan-liefde bij Op1 en speelden een fraaie ingekorte versie van prachtlied Not Dark Yet.

De VPRO was al een jaar eerder begonnen met deze jubileumverjaardag. Vanaf eind mei 2020 produceerden Chris Kijne en Lars Hulshof elke twee weken een BOBcast, een podcast waarin ze met uiteenlopende Dylan-kenners spraken. Afgelopen vrijdag was de afsluitende aflevering, met onder meer singer-songwriter Lucky Fonz III (‘90% van het Dylan-fan-zijn is speculatie’) en journalist Iris Koppe (‘Dylan is voor mij een verruiming van de geest en een moreel kompas’).

(meer…)