Merkwaardigheden

Bedevaart naar het zebrapad

abbey roadTerwijl een politieagent het verkeer even tegenhield, schoot fotograaf Iain Macmillan snel zes plaatjes van vier mannen die een zebrapad overstaken. Gisteren was het precies vijftig jaren geleden dat deze shoot voor de iconische hoesfoto van de laatste echte Beatles-plaat plaatsvond, en fans waren dan ook van heinde en ver toegestroomd om dit jubileum op Abbey Road te vieren.

GracelandTalloze mensen hadden zich de afgelopen decennia al op het legendarische zebrapad laten vereeuwigen, en daarin lijkt Abbey Road op Elvis Presley’s Graceland of op het Parijse kerkhof Père Lachaise, waar mensen al sinds de jaren 70 samenkomen bij het graf van de jonggestorven  Jim Morrison. En op tal van andere plekken die door popfans worden aangedaan.

graf Jim Morrison pere lachaiseOoit was ik ook op Père Lachaise. Bij Morrisons graf trof ik naast lege bierbikjes en peuken alleen een paar knetterstonede Amerikanen met een slechtgestemde gitaar aan. Net als nu vroeg ik me af wat het eigenlijk is dat popliefhebbers naar dit soort plekken drijft – en ook of andere bezoekers er misschien stiekem net zo’n katterig gevoel aan overhielden als ik.

pelgrim krijgt drinkenVolgens verschillende onderzoekers zijn popfans als op Abbey Road in wezen op pelgrimstocht. Hun gedrag, hun rituelen en verwachtingspatronen verschillen niet essentieel van die van katholieke gelovigen die afgelopen eeuwen naar Rome of Santiago de Compostela trokken. De pelgrim – seculier of religieus, toen en nu – reist af naar een plek die verbonden is met iemand die boven ons gewone mensen is uitgestegen. Hij is op zoek naar een hogere waarheid, inspiratie, bezinning, genezing, naar boetedoening soms. En naar de ontmoeting met vreemden waarmee hij toch verbonden is, door de gezamenlijke verering van die persoon die de aardse beperkingen lijkt te ontstijgen.

Sun Studio 2Klinkt plausibel toch, deze verklaring? Want ook als modern seculier mens worstel je op zijn tijd met tekortkomingen, twijfels, misstappen, gevoelens van zinloosheid. En als moderne heiligen voldoen de larger-than-life popsterren als geen ander. Maar hoe zit het dan met de teleurstelling van mijn bedevaart naar Père Lachaise? Lag dat gewoon aan mijn nuchterheid, of verwachtte ik te veel, of was mijn bedevaart over te weinig doornige paden gegaan?

Why Dylan MattersIn zijn boek Why Dylan matters (2017) – waarover later meer – beschrijft classicus Richard F. Thomas een bezoek dat hij met een groep andere Dylan-vorsers brengt aan het ouderlijk huis van his Bobness in het stadje Hibbing, Minnesota. In de nabijheid van ‘het heilige der heiligen’ voelt Thomas bij zijn reisgenoten en bij zichzelf een combinatie van blijdschap en gêne. Hij vermoedt dat we bij zo’n bezoek als het ware een verloren vriend hopen terug te vinden, omdat we de muziek van de betreffende artiest al zo lang, in verschillende fasen van ons leven, bij ons dragen.

The DoorsThomas’ verhaal verklaart mogelijk waarom mijn bezoek aan het graf van Jim Morrison op zo’n deceptie uitdraaide. Hoe indrukwekkend en bijzonder de muziek van The Doors ook is – denk aan Riders on the Storm, Light My Fire, People Are Strange – ik heb er persoonlijk nooit een sterke emotionele band mee gehad. Ik ging naar Père Lachaise omdat ‘je er geweest moest zijn’. En natuurlijk geldt nog steeds dat alleen de oprecht gelovige bedevaartganger beloond wordt.

 

Zing Nederlands met me

Boudewijn de GrootLange tijd, ruwweg de hele sixties en seventies, was Engels de voertaal in de Nederlandse popmuziek. Wie erbij wilde horen, als artiest dan wel als luisteraar, gebruikte het Engels. Op een paar uitzonderingen na (Armand, Boudewijn de Groot, Peter Koelewijn) was de eigen taal taboe.

Doe Maar2Begin jaren 80 doorbrak Doe Maar het taboe, met bands als Het Klein Orkest, Het Goede Doel en Toontje Lager in hun gevolg. Het Nederlands bleek dus toch cool genoeg te zijn. En inmiddels lijkt de eigen taal geheel salonfähig geworden, van mainstream popartiesten en singer-songwriters tot regiorockers en de tegenwoordige alomtegenwoordige rappers.

Chuck BerryMaar wat moeten we van de groei van de nederpop denken? Is het een vorm van emancipatie: hebben we ons die ‘vreemde’ cultuur – de Amerikaanse rock-‘n-roll die Europa in de jaren 50 en 60 stormenderhand veroverde – langzaam maar zeker steeds meer toegeëigend? Kiezen Nederlandse popartiesten en -luisteraars bewust steeds meer voor de taal die ze tot in alle haarvaten beheersen in plaats van een taal waarin ze altijd outsiders blijven?

spinvis 3Voor die opvatting is zeker iets te zeggen. Artiesten als Bløf, Daniël Lohues, Bennie Jolink, Huub van de Lubbe, Eefje de Visser en Spinvis benadrukken in interviews dat ze de eigen taal hebben gekozen om zich optimaal te kunnen uitdrukken en zich met hun publiek te kunnen verstaan. En voor de luisteraars zal ongeveer hetzelfde gelden, maar dan omgekeerd – al moet je de mensen niet de kost willen geven die zeggen ‘nooit naar teksten te luisteren’ of ‘het juist leuk te vinden een tekst zelf zoveel mogelijk in te vullen.’

Régis DebrayMaar er is ook andere visie mogelijk. De eigenzinnige Franse filosoof Régis Debray (1940) betoogt in zijn boek Civilisation uit 2017 dat wij Europeanen in de afgelopen eeuw allemaal min of meer Amerikanen zijn geworden. Wij leven aan de rand van hun rijk, zegt hij, waar ons net zoveel manoeuvreerruimte wordt gegund als de barbaren destijds in het Romeinse rijk kregen. En de techno-economische globalisering van de afgelopen eeuw, onder leiding van de VS, heeft tegelijk op alle continenten een groeiend verlangen naar eigenheid opgeroepen – zie de opkomst in Europa van tradities, talen en lokale identiteiten die teruggrijpen op het eigen verleden.

American Dream2Debrays visie is tamelijk zwart, maar het valt niet te ontkennen dat de ‘grote’ domeinen wetenschap, techniek, bedrijfsleven en commercie steeds meer globaliseren en verengelsen. En dat ook de rock-‘n-roll in dat plaatje past. De muziekstijl veroverde Europa met een taal die groot prestige droeg: de Amerikaanse droom van individuele vrijheid en welvaart.

NL vlagEn als je die gedachtegang volgt, kun je ook de huidige Nederlandstalige pop zien als gekrabbel in de marge, weerstand in de beperkte manoeuvreerruimte die ons aan de randen van het Amerikaanse rijk gegund wordt. De groei van de nederpop is dan onderdeel van de toenemende aandacht voor nationale symbolen als het Wilhelmus, de vlag en het nationaal cultureel erfgoed.

sponsDie bewering van Debray – of in elk geval wat ik hem in de mond leg – gaat wel heel ver. Popmuziek en Wilhelmus als twee loten aan dezelfde stam? Nee, dat kan niet. Popmuziek heeft ten eerste doorgaans weinig oog voor het nationale verleden. Bovendien heeft popmuziek juist altijd als een spons invloeden uit vele windstreken opgezogen. Nee, ik geloof eerder dat we door de huidige Nederlands- en Engelstalige popmuziek een en weer kunnen switchen tussen de eigen en de mondiale cultuur. Het is eerder een brug dan een afweermiddel.

Kenny BMaar het mooiste zou natuurlijk zijn als onze wereldberoemde Nederlandse dj’s (Martin Garrix, Tiësto, Armin van Buuren c.s.) hun prestige zouden gebruiken om het Nederlands ook buiten ons land verder te brengen. Onder het motto, vrij naar rapper-zanger Kenny B: ‘Zing Nederlands met me’. Wie weet wat daar nog uit voortkomt.

The Kinks: godfathers van de Brexit?

The Kinks2Eind 1965 zit frontman Ray Davies van The Kinks met een groot probleem. Na een Amerikaanse tournee vol trammelant – ‘bad management, bad luck & bad behaviour’ zou het later worden genoemd – mag de Britse band vier jaar lang niet meer optreden in de VS. Terwijl het land in potentie hun grootste afzetmarkt is, waar concurrenten Beatles, Rolling Stones en Who wel grote successen vieren.

Village GreenDavies, van nature een observator en commentator, zoekt de oplossing dicht bij huis. Hij draait Amerika de rug toe en richt de blik naar binnen, dat wil zeggen: op het eigen land. Deze nieuwe Kinks-koers wordt ingezet met de albums Face to Face (1966) en Something Else by The Kinks (1967) en culmineert in 1968 in het conceptalbum The Kinks Are The Village Green Preservation Society.

EngelsheidMet deze ‘ode aan een ongerept en onbedorven Engeland’ gaan The Kinks volledig tegen de tijdgeest in. Terwijl andere Britten – net als de rest van West-Europa – na WOII massaal naar het land van de onbegrensde mogelijkheden kijken, zingt Ray Davies op Village Green met weemoed over Engeland, over verdwijnende tradities als ‘strawberry jam, Tudor houses, antique tables and billiards’. De tegenstelling met hippies, flower power en anti-establishment-sentimenten kan niet groter zijn.

better in the ninetiesVanwege zijn excentriciteit verkoopt Village Green bij verschijning slecht, en ook in de volgende decennia, als The Kinks wel eindelijk succes hebben in de VS, blijft het een goeddeels vergeten album. Tot de jaren 90, een periode die cruciaal is voor de nalatenschap van The Kinks en voor de Britse popmuziek als geheel.

399px-Blur_(Logo)In reactie op de overmacht van ‘duistere’ Amerikaanse grungebands als Nirvana en Pearl Jam ontstaat midden jaren 90 in het Verenigd Koninkrijk een muziekstroming die nadrukkelijk teruggrijpt op de opgewekte catchy muziek van artiesten uit eigen land: Britpop. Een zelfbewuste stroming met bands als Blur, Pulp en Oasis voor wie de muziek van The Kinks, ‘the most quintessential English band’, de grote inspiratiebron is.

Vote Leave T-shirtDe Britpop-beweging is ook een uiting van de bredere opleving van het zelfvertrouwen in het Verenigd Koninkrijk, dat twintig jaar eerder nog de oplossing voor de eigen economische en maatschappelijke malaise had gezocht in toetreding tot de EEG, de voorloper van de EU. Historici claimen dat dit hernieuwde Britse zelfbewustzijn vanaf de jaren 90 aan de basis staat van de politieke leave-beweging, die zou uitmonden in het aanstaande vertrek van de Britten uit de EU.

The Kinks op BankjeWie door zijn oogharen naar deze ontwikkelingen kijkt, kan een rechte lijn ontwaren tussen The Kinks en de Brexiteers. In beide gevallen zien we een beweging naar het exclusief Britse, in reactie op het handelen van een te dominant geacht ander continent. Met zijn wending zaaide Ray Davies in 1965 de kiem voor een nationaal zelfbewustzijn dat via de Britpop uitkwam bij de Brexit. Of ga ik nu te kort door de bocht?

Ray Davies 2Volgens Ray Davies zelf waarschijnlijk wel. Hoewel de zanger publiekelijk geen standpunt voor of tegen Brexit inneemt, toont hij zich in interviews zeer bezorgd over de radicale stappen die zijn land nu zet. Bovendien moet ik toegeven dat Davies’ subtiele en vaak ironische liedjes weinig overeenkomsten vertonen met het zelfingenomen gebral van een Nigel Farage of Boris Johnson.

Americana Ray DaviesIk denk dat het Engels-zijn van Davies uiteindelijk weinig met chauvinisme te maken heeft. De Brit is geen demagoog en ook geen xenofoob, maar vooral een onverbeterlijke homo nostalgicus. Toen de zanger na een jarenlang verblijf in de VS een paar jaar geleden weer in Londen ging wonen, maakte hij prompt twee nieuwe albums, getiteld Americana en Our Country (Americana act II), gevuld met weemoedig-satirische liedjes over het uitgestrekte land aan de overkant van de plas.

Het zou me niets verbazen als Ray Davies – ook al is hij inmiddels 75 – straks na de Brexit weer met een plaat op de proppen komt, en ik durf zelfs te wedden over welk continent die dan zal gaan.

Wat zegt een naam?

Romeo & JulietIn het beroemde toneelstuk van William Shakespeare stelt Juliet de retorische vraag What’s in a name? Ze wil ermee zeggen dat Romeo’s achternaam voor haar niet telt – het gaat om wie hij is. Met andere woorden: vergeet de naam, die betekent niets, dat is een toevalligheid, loze ballast, buitenkant. Wat er toe doet, dat is de binnenkant van de naamdrager, hoe die zijn of haar leven invult. Het klinkt als een uitspraak waar je niets tegenin kunt brengen – maar is het ook waar?

George BakerVoor popmuzikanten ligt het toch iets anders. Solo-artiesten kunnen natuurlijk wel gewoon ‘als zichzelf’ opereren, maar hun eigennaam is ook een merk: de artiestennaam moet lekker bekken, niet al te gewoon zijn, een tijdlang meegaan en ook de juiste uitstraling hebben. Als je Hans Bouwens heet, verwacht je dat mensen George Baker waarschijnlijk toch wat exotischer vinden, en als je bij de burgerlijke stand Stefani Joanne Angelina Germanotta heet, kort je dat misschien liever af tot Lady Gaga.

Elvis Costello2Er zijn ook artiesten die via hun pseudoniem hun inspiratiebronnen tonen. Bob Dylan, geboren als Robert Allen Zimmerman, ontleende zijn artiestennaam aan de door hem bewonderde Welshe dichter Dylan Thomas. Elvis Costello (Declan McManus) deed hetzelfde met Elvis Presley, en in ons eigen land vernoemde Jett Rebel (Jelte Steven Tuinstra) zich naar het nummer Rebel Rebel van rolmodel David Bowie. Zo’n naam zegt dus echt wel iets.

The Kinks2In tegenstelling tot solo-artiesten moeten bands sowieso een naam kiezen. Bovendien moeten de bandleden het onderling eens worden – ga er maar aan staan. Veel beginnende bandjes breken zich dan ook het hoofd over een geschikte naam. Zo gingen de Britse broers Davies en hun medemuzikanten door het leven als The Ray Davies Quartet, The Pete Quaife Quartet, The Ramrods, The Bo-Weevils en The Ravens voordat ze uiteindelijk The Kinks werden.

muddy waters2Om hun eigen merk te ‘laden’ vernoemen sommige bands zich naar een songtitel van hun favoriete artiest. Het Schotse Deacon Blue toonde zich schatplichtig aan Steely Dan (Deacon Blues), Radiohead aan Talking Heads (Radio Head) en The Sisters of Mercy aan Leonard Cohen (The Sisters of Mercy). De lijst van zulke ‘inspiratie-bandnamen’ is lang, met als beroemdste voorbeeld natuurlijk The Rolling Stones. De jonge Britten waren begin jaren 60 zo wild van de Amerikaanse blues dat ze Muddy Waters’ tekstregel ‘I’m a rollin’ stone’ (uit Mannish Boy) gewoon letterlijk namen.

Zangeres zonder NaamAl met al zit Juliet er dus behoorlijk naast als het over de popwereld gaat: de naam is allesbehalve onbelangrijk. Maar we moeten het ook niet overdrijven. Want de woordbetekenis van de band- of artiestennaam, de betekenis die zich bij eerste kennismaking aan je opdringt, verdwijnt op den duur steeds meer naar de achtergrond. Net zolang tot de naam synoniem is geworden met de bijbehorende muziek en muzikanten.

Doe Maar2Ga maar na: het woordkoppel Doe Maar is nauwelijks nog herkenbaar als veelgebruikte idiomatische uitdrukking – het staat in de eerste plaats voor De Band die de Nederlandstalige Popmuziek Volwassen Maakte. De eerste indruk van The Beatles, een wat flauwe woordspeling, werd al snel volledig overvleugeld door hun fenomenale nummers en hun frisse optreden. Deze transformatie was Romeo en Juliet helaas niet gegeven; hun naam bleef aan hen kleven, met alle ellende van dien. Voorzichtige conclusie: in de popmuziek heerst meer rechtvaardigheid dan in de liefde.

Wat is voor jou de gaafste bandnaam ooit – en waarom? Laat het weten bij reageer-optie hieronder!

Wie trekt er aan de touwtjes?

roze bril pianoBen ik te lang te naïef geweest? Heb ik altijd door een roze bril naar de popmuziek gekeken? Vanaf mijn jeugd zag ik de popmuziek namelijk als de uiting van een bijzondere zielsverwantschap tussen artiesten en hun publiek, die door onzichtbare muziekdraden met elkaar verbonden waren. Ik was er ook van overtuigd dat het puur de creativiteit van geniale artiesten was die de koers van de popgeschiedenis uitzette.

Dutch Mountains low resTot voor kort dus. Want ik las een boek dat mij een veel ‘genuanceerdere’ kijk op de zaak gaf: Dutch Mountains, van Peter Voskuil. Met de ondertitel van deze fraai geïllustreerde turf (730 blz.), ‘Het ultieme standaardwerk over de Nederlandse platenindustrie’, is geen woord te veel gezegd, want het relaas beslaat zo’n beetje de hele twintigste eeuw, tot het moment dat de muziekbusiness begin deze eeuw door internet ingrijpend veranderde.

Doe Maar2Dutch Mountains gaat natuurlijk over de pieken en dalen in de carrières van artiesten als Rob de Nijs, The Golden Earring, De Zangeres Zonder Naam, Doe Maar, Marco Borsato, Bløf en vele anderen, gelardeerd met fraaie anekdotes. Maar je komt vooral veel te weten over de werking van de platenbusiness: contracten, pluggers, radio-formats, dj’s, studiobazen, distributiedeals, importconstructies, licenties, imagocampagnes en nog veel meer. Een doorwrochte blik achter de schermen dus.

ouderwetse radioEn daarmee werden mij tamelijk wreed de ogen geopend: alle muziek waar we in Nederland vanaf de jaren 60 naar hebben geluisterd, blijkt voor een aanzienlijk deel te zijn bepaald door platenbonzen en marketeers, en niet door artiesten. Wat er op de radio gedraaid werd, wat aandacht kreeg in de media, wat er überhaupt wel en niet op de markt verscheen, hoeveel we ervoor moesten betalen, welk imago een artiest had – de industrie zat erachter. Artistieke kwaliteit speelde bij dit alles echt geen doorslaggevende rol – de verwachte rendementen wel.

orchestral manoeuvres in the darkHet boek laat zelfs zien welke impact grote economische bewegingen op de muziek kunnen hebben. Zo blijkt de artistieke stilstand in de jaren 80-pop – je weet wel, die fatale combi van synthesizers, galmende drumcomputers en vals pathos – samen te hangen met de sterke concentratie van marktpartijen in de muziekindustrie in dat tijdvak. Belangrijk, zo’n verklaring – want af en toe heb je iets nodig dat het onbegrijpelijke begrijpelijk maakt.

Sandie ShawMaar al met al, dat is duidelijk, keerde ik beroofd van enkele illusies terug uit de Dutch Mountains. Sadder and wiser. Maar hé, een echte fan kan wel een beetje waarheid aan. Verbeelding is tenslotte belangrijker dan feiten. Ik denk dat het in werkelijkheid heel anders zit, namelijk dat niet de popliefhebbers, maar de platenbazen naïef waren. Zij dachten wel dat ze aan de touwtjes trokken, maar in feite waren zij de poppetjes, die via onzichtbare draadjes werden aangestuurd door de artiesten én de fans – met als doel die bijzondere band tussen hen tot stand te brengen. En dat hebben die platenbazen dan ook keurig gedaan.

Een plek voor god in de rock-‘n-roll

god scrabbleDe ene god is de andere niet. Zeker in de popmuziek. In soul en zwarte gospelmuziek wordt hij volop aangeroepen, in de rest van de popmuziek schittert hij door afwezigheid of leidt hij een bestaan in de marge. De modale popliefhebber en -journalist lijkt knap selectief in zijn acceptatie van het religieuze element in de muziek.

Stevie Wonder middenGa maar eens bij jezelf na: stoort het je wanneer Stevie Wonder, Al Green of Mavis Staples het opperwezen om bijstand smeekt? Wanneer genade, een gebed of verlossing de hoofdrol opeisen in de nummers van Aretha Franklin, Marvin Gaye of Prince? Ik denk het niet. Deze omgang met god bevindt zich in het hart de popmuziek, wordt heel normaal gevonden.

slow train comingHoe anders is dat bij blanke popartiesten die getuigen van hun geloof. Ze zijn verbannen naar een klein hoekje van de popwereld met het opschrift ‘reli-pop’, waarin ze optreden voor eigen kring op gelegenheden als het Flevo Festival (tegenwoordig Graceland Festival). Een hoekje waar de meeste popliefhebbers met een grote boog omheen lopen. Of denk terug aan de hoon waarmee Bob Dylan in 1979 werd overladen na verschijning van zijn gospelalbum Slow Train Coming.

blauwe ogenWaarom we de ene god zo anders benaderen dan de andere, kan ik niet zo gauw zeggen. Het lijkt in elk geval onlogisch dat het om puur muzikale redenen gaat. Eerder, zo schijnt het me toe, komt het voort uit een ongeschreven regel die bepaalt dat we de ene god gastvrijer moeten ontvangen dan de andere, hoewel ze in naam naar een en dezelfde metafysische kracht verwijzen. Gelukkig word ik in die opvatting gesteund door de uitzonderingen op die regel: blauwogige artiesten die het religieuze en het wereldse in hun werk op een volkomen vanzelfsprekende manier laten samensmelten.

Van Morrison met veel schaduwBij oudgediende Van Morrison werden de vaste rhythm-and-bluesonderwerpen al heel vroeg afgewisseld met religieuze thema’s. Denk aan nummers als It Stoned Me en Into The Mystic van prachtalbum Moondance uit 1972. En aan zijn latere albums Saint Dominic’s Preview, Into The Music en Common One, die voor een groot deel in het teken staan van een mystiek verlangen.

hiss golden messengerEen andere, jongere artiest past ook goed in het rijtje uitzonderingen: Hiss Golden Messenger, nom de plume van de Amerikaanse singer-songwriter M.C. Taylor. In de liedjes van Hiss Golden Messenger is het godsbesef nadrukkelijk en tegelijk ongrijpbaar aanwezig. Op Haw (2013) en Bad Debt (2014) spreken de songtitels boekdelen (Devotion, The Serpent Is Kind (Compared To Man), No Lord is Free, Oh Little Light), maar de teksten zelf zijn nooit eenduidig – de worsteling lijkt voor Taylor minstens zo urgent als het geloof zelf.

hallelujah anyhowOp zijn sterke album Heart Like a Levee (2016) zijn de teksten wereldser, maar zijn het de muzikale gospelinvloeden die zijn folk- en countrynummers naar een hogere intensiteit brengen. Taylors voorlaatste werkstuk, Hallelujah Anyhow (2017), wordt door de critici bijvoorbeeld getypeerd met de woorden ‘liefde wint het van duisternis’. Ergens tussen vrees en hoop, tussen geloof en twijfel, daar waar het onderscheid tussen etnische groepen geen rol speelt, daar demonstreert Hiss Golden Messenger zijn aanhankelijkheid aan het hogere. Check him out.

Blues bij de frappuccino

BluesVan alle popgenres heeft de blues tot dusver misschien wel de meest merkwaardige weg afgelegd. En niet altijd de meest glorieuze. Niet alleen vanwege de ellende waar het in bluessongs vaak over gaat, maar vooral vanwege de beperkte maatschappelijke erkenning.

Mississippi-deltaDe blues is de muziek van de nazaten van de slaven in de Mississippi-delta, op het platteland van het diepe zuiden van de VS, ergens begin 20e eeuw. Een nederig begin. Bluesmuzikanten speelden eenvoudige liedjes op primitieve instrumenten in armoedige kroegen voor een weinig draagkrachtig zwart publiek. De muziek vermengt elementen van spirituals, worksongs en zogenoemde field hollers, met duidelijke Afrikaanse wortels, de teksten bevatten vaak bedekte toespelingen gericht tegen de blanke overheersers.

Robert JohnsonVoor jonge zwarte mannen en vrouwen bood een carrière als bluesartiest een kans om te ontsnappen aan het uitzichtloze bestaan van katoenplukker, al was het geen vetpot, zoals het levensverhaal van de legendarische bluesman Robert Johnson laat zien. Pas met de elektrische uptempo variant, de Chicago-blues, komt er vanaf de jaren 40 meer succes. Maar uiteindelijk gaat de blues toch vooral de popgeschiedenis in als de onmisbare vonk waarmee halverwege de jaren 50 de rock-‘n-roll wordt aangestoken: de muziekstijl waarop vele (blanke) performers (Elvis Presley, Jerry Lee Lewis, Little Richard) en hun opvolgers zullen binnenlopen, de blues als een soort empty-nest ouder achterlatend.

B.B. KingTot de zogeheten British Invasion begin jaren 60. Bijna vergeten bluesmannen als Muddy Waters, B.B. King en Buddy Guy worden herontdekt door bands als The Rolling Stones, Them en Cream, en krijgen een tijdlang goede optredens in behoorlijk grote zalen in Europa. Maar het ‘eigen’ zwarte publiek is inmiddels alweer een stuk verder. Dat luistert naar de nieuwe soulartiesten Marvin Gaye, Stevie Wonder, Otis Redding en Aretha Franklin.

deep purpleEn zo zal het verder gaan. Terwijl de hardrock van Uriah Heep, The Free, AC/DC en Deep Purple – in feite een opgevoerde versie van de blues – stadions vult en het zwarte publiek overstapt van soul naar disco, r&b en hiphop, komt de blues op de kleinste podia terecht, met vooral blanke hoogopgeleide Europeanen en Amerikanen als toehoorders.

ron sexsmithEn in koffietentjes. Dat wrijft singer-songwriter Ron Sexsmith ons onder de neus in Jazz At The Bookstore (Time Being, 2006). De Canadese songsmid, vooral specialist in liefdesliedjes, windt zich hier op over de manier waarop blues en jazz tegenwoordig worden gebruikt als decor voor vrijblijvend stedelijk hedonisme: terwijl de clientèle slokjes neemt van koffievarianten met onuitspreekbare namen, is Leadbelly nog net hoorbaar boven het geluid van de koffiemolen.

koffieapparaatJa, het is vreemd gelopen met de blues. Van subversief geluid uit de onderste lagen van de samenleving in de loop van een eeuw naar achtergrondruis bij het sociale verkeer van de hoogopgeleide stedeling. Maar je kunt het ook anders zien. Want als er één houding is die bluessongs uitdragen, dan is dat de onwil om je door het leven te laten knechten. En zo’n boodschap moet onderhuids heel welkom zijn bij die hedendaagse stadsbewoners met hun relatiekeuzestress, tijdelijke arbeidscontracten, moordende concurrentie en de sociale dwang om alles uit het leven te halen.

Lightnin' HopkinsKan het toeval zijn dat zanger-gitarist Lightnin’ Hopkins meer dan een halve eeuw geleden al een hit scoorde met Coffee House Blues?

 

Meer dwarsfluit

Thijs van Leer IntrospectionWaarom is de dwarsfluit in hemelsnaam het muurbloempje van de popmuziek? Ik heb daar nooit iets van begrepen. Oké, de Introspection-platen van Thijs van Leer en het populair-klassieke werk van Berdien Stenberg zullen niet gauw tot de spannendste onderdelen van jouw of mijn leven behoren. Maar dat zijn de foute uitzonderingen, en die kunnen nooit de reden zijn van een massaal misverstand.

standbeeld meisje dwarsfluitEen mogelijke verklaring is dat jongens liever gitaar leren spelen dan fluit en dat jongens nou eenmaal oververtegenwoordigd zijn in de popmuziek. Best plausibel, we leven nu eenmaal in een wereld waarin imago en sekse-identiteit niet onbelangrijk zijn. Maar anderzijds zouden we dat in tijden van gender-bending en nieuwe mannelijkheid inmiddels wel mogen loslaten.

Gentle GiantWant het is hartstikke zonde om die dwarsfluit op de plank te laten verstoffen. Er zijn geweldige voorbeelden, vooral uit de jaren 70. Progrockbands als Jethro Tull en Gentle Giant maakten een innovatieve mix van Europese folk en Amerikaanse bluesrock. Funkrockers uit de Amerikaanse zuiden als Little Feat, Sea Level en Dr. John – artiesten die toevallig ook de ondergewaardeerde koebel zo’n prominente plek gaven – lieten even fraaie kruisbestuivingen horen. Van Morrison maakte Veedon Fleece.

equalizerEn er zijn meer argumenten pro dwarsfluit. Een van de rottige eigenschappen van popmuziek is namelijk dat het weinig middenfrequenties bevat. Hoog en laag zijn oververtegenwoordigd. En vooral de schelle klank van al dat hoog vinden onze oren – of eigenlijk ons hersenen – niet prettig. Het geluid van de dwarsfluit zit juist wél lekker in dat midden. Veel fijner voor het brein.

bergtoppen 2Bovendien heeft de dwarsfluit waanzinnige kwaliteiten. Hij is in staat om je mee te nemen op een verre reis, naar een oerwoud, een heuvellandschap, een bergtop – in elk geval altijd een stukje boven de grond, naar een plek waar een zacht zomeravondbriesje waait. Een geweldige aanvulling op knallende drums, aardse basklanken en rauwe gitaarlicks.

So van Peter GabrielOndanks al die voordelen was het in de popmuziek na midden jaren 70 wel zo’n beetje gedaan met het holle zilverkleurige toverstafje. In het muzikale zwarte gat van de jaren 80 hoorde je nog weleens iets dat erop leek, bijvoorbeeld in Peter Gabriels Sledgehammer, maar dat bleek dan uiteindelijk weer uit een kastje komen. Wat een sof.

LizzoMaar gelukkig is er nu een klein lichtpuntje. Vanochtend las ik ergens op internet over inspirerende nieuwe soul-hiphopfenomeen Lizzo, die geregeld laat zien en horen dat ze taboes durft te doorbreken. De muzikaal geschoolde artieste schaamt zich net zomin voor haar forse achterwerk en als voor de keuze van haar favoriete muziekinstrument – integendeel, ze is er trots op. En terecht.

En jongens, als jullie nu toch steeds bang zijn voor het veronderstelde suffe en onmannelijke imago van de dwarsfluit, kijk dan even naar dit filmpje.

 

Succes een kwestie van geluk?

David BowieIn het Groot-Brittannië van de jaren 60 ploeterde ene David Jones zich zonder veel succes van de ene band-auditie naar de volgende. De leiding van een Brits radioprogramma zei over hem: ‘de zanger heeft geen enkel talent.’ Ze zullen zich later, toen David Bowie inmiddels een grote popster was, misschien nog wel eens op hun hoofd hebben gekrabd.

Het grappige van deze anekdote zit hem hierin dat we ons de artiest altijd moeilijk kunnen voorstellen in een andere gedaante dan waarin we hem of haar hebben leren kennen – gekleed in de mantel van succes. Onbewust denken we dat de artiest altijd dezelfde is geweest. En vaak kan dat beeld ook niet worden rechtgezet omdat oude (film)opnames doorgaans ontbreken – de artiest was immers nog niet bekend!

Daniel KahnemanDe anekdote is ook enigszins verontrustend, omdat het laat zien dat elke artiest een ontdekker nodig heeft om te kunnen doorbreken, en dat toeval daarbij een grote rol moet spelen. Psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman gaat in zijn boek Ons Feilbare Denken in op dit fenomeen. Hij stelt dat geluk een belangrijke rol speelt in elk succesverhaal: ‘Als je een kleine verandering in het verhaal aanbrengt, slaat een opmerkelijke prestatie heel vaak om in een middelmatig resultaat.’ Als dat waar is, is roem en erkenning dan wel verdiend? Of is het vooral gebaseerd op drijfzand?

inside llewyn davisIn 2013 brachten de befaamde cineasten Joel en Ethan Coen de film Inside Llewyn Davis uit. Daarin volgen we de sappelende Newyorkse folkmuzikant Llewyn Davis in 1961. Aan zang- en songschrijverskwaliteiten ontbreekt het hem niet, wel aan wat flexibiliteit, wat zelfdiscipline – en aan wat geluk. Gedreven door acute geldnood slaat Davis een achteraf lucratieve royaltydeal af en raken zijn muzikale carrièreperspectieven steeds verder uit beeld.

Coen brothersIn de slotscène kijken we met hem mee naar binnen door het raam van een kroeg. We zien de schaduw van een folkzanger op het podium, een opvolger van Llewyn – het silhouet vertoont grote gelijkenis met dat van Bob Dylan. Zo dun is de lijn tussen succes en falen in de muziekbusiness, lijken de Coen-broers te willen zeggen. Je moet net op het juiste moment op de juiste plek zijn en de juiste mensen tegen het lijf lopen.

Voor ons popliefhebbers, opkijkend naar het podium, is de invloed van het toeval vrijwel onzichtbaar. Voor de artiesten is dat natuurlijk heel anders. Bij een succesvolle artiest kan het leiden tot onzekerheid: is de erkenning die ik krijg wel terecht, word ik straks opeens afgeschreven?

dobbelstenenVoor de grote menigte artiesten die het (nog) niet hebben gemaakt, is het weer anders. De rol van het toeval kan hun juist troost of zelfs hoop bieden. Ze helpt hun om te denken: het ligt niet allemaal aan mij. En kijk naar David Bowie. Als je volhoudt, is er altijd een kans. En daar hebben ze gelijk in.

Begin van het einde van het sterrendom?

michael jacksonDe afgelopen weken stonden in het teken van Michael Jackson. In de media regeerde de King of Pop alsof hij nooit was weggeweest, zij het anders dan hij het zich waarschijnlijk voorgesteld zou hebben. In de documentaire Leaving Neverland, vorige week vrijdag uitgezonden op NPO, vertellen twee van Jacksons voormalige beschermelingen, Wade Robson en James Safechuck, in detail hoe ze als kinderen door de artiest seksueel werden misbruikt.

leaving neverlandOp muziekwebsites en in kranten verschenen voorbeschouwingen, Kijkwijzers en soms zelfs reacties van mensen die de film nog niet eens hadden gezien. Sommige fans namen hun held in bescherming en vielen Robson en Safechuck aan. Recensenten bleken na het zien van de documentaire vrijwel zonder uitzondering overtuigd van het waarheidsgehalte van hun verhaal.

horen zien en zwijgenEn natuurlijk kwam ook het zelfonderzoek op gang. De aantijgingen jegens Michael Jackson zijn niet nieuw. Voormalig Volkskrant-journalist Henrico Prins keek terug op de necrologie die hij in 2009 na Jacksons plotselinge dood schreef. Prins’ conclusie: er was destijds nog ruimte voor twijfel omdat de zanger nooit was veroordeeld, maar gelukkig heb ik die misbruikbeschuldigingen niet doodgezwegen.

mensen dansenVoorpaginacolumnist Sander Donkers stelde in diezelfde krant de vraag of er tussen nu en de jaren 90, toen hij en zijn generatiegenoten ondanks de geruchten nog zorgeloos op Jacksons muziek dansten, iets ingrijpend veranderd is: ‘Waren wij hypocriet, of accepteerden we makkelijker dat grote kunstenaars ook heel enge mensen kunnen zijn?’ Een antwoord vond hij niet. Misschien moet ik dan maar een poging doen.

Allereerst denk ik dat wij mensen altijd tot op zekere hoogte hypocriet zijn. Het zou hypocriet zijn om iets anders te beweren. We zien de werkelijkheid graag zoals we die willen zien. Dus als er ergens ook maar kléin beetje ruimte is voor twijfel, grijpen we dat graag aan om een ongemakkelijke waarheid te negeren en vast te houden aan wat we willen geloven. Zie het klimaatdebat.

kevin spaceyMaar in de afgelopen decennia is er veel aan het licht gekomen over de omvang en de impact van seksueel misbruik: in de kerk, de politiek, de media, het bedrijfsleven en de showbiz. Vele kopstukken vielen van hun voetstuk, al of niet in het kader van #MeToo: Dominique Strauss-Kahn, Jimmy Savile, Kevin Spacey, Harvey Weinstein, hier te lande Job Gosschalk en diverse dirigenten en toneeldocenten. Deels komt het door de opkomst van sociale media, die sterk uitnodigen tot (oor)delen, maar het zijn ook gewoon te veel verhalen – geloofwaardige, erg nare verhalen – om ze nog langer te kunnen negeren of bagatelliseren.

kind man gekrompenOf dat ook betekent dat de muziek van de gevallen sterren in de ban gaat? Vast niet. We laten ons onze geliefde muziek simpelweg niet afpakken, en zeker niet door een foute artiest, al is hij nog zo goed. Toch ben ik ervan overtuigd dat de macht en status van de politieke of kunstzinnige sterren, ook die in de rock-‘n-roll, daadwerkelijk is gekrompen. We vergeven ze niet zomaar alles meer. Of dit het begin van het einde van het sterrendom is? Vast niet, maar de ster wordt wel wat meer mens. Dat lijkt me een goede zaak.