Maand: mei 2018

Uit m’n bubbel – jazz

luchtbelAls je de tijdgeest mag geloven zijn weinig dingen slechter voor je gezondheid dan in je eigen bubbel blijven. De comfort zone is zogezegd het nieuwe roken. Daarom verliet ik een tijdje geleden mijn met alt.country en oude soul gevulde luchtbel voor een duik in de dance (EDM) – om daarna weer heel snel in m’n bubbel terug te keren. Ditmaal was de jazz aan de beurt.

New Orleans Jazz & Heritage FestivalEr zijn genoeg redenen om me in jazz te verdiepen. De allerbelangrijkste is wel dat het genre ontstond in de City of Sin, ook wel The Big Easy, The Crescent City of gewoon New Orleans genoemd, en wat daar aan funky en groovy klanken uit te voorschijn komt vind ik vaak simpelweg het einde. Bovendien staat jazz aan de basis van de rock-‘n-roll en dus van zo’n beetje alles dat de moeite waard is in het leven.

ErasmusbrugDe rock-‘n-roll en de jazz verloren elkaar gek genoeg al vrij vroeg en ook vrij langdurig uit het oog. De eerste werd almaar commerciëler, de tweede steeds ingewikkelder. Gelukkig zijn de twee tegenwoordig weer min of meer on speaking terms, zodat mij als bubbel-verlater diverse bruggetjes te beschikking staan. Ik heb het dan overigens niet over de folkjazz van Astral Weeks (Van Morrison) of Mingus (Joni Mitchell) en ook niet over de latin-jazz of salsa van Tito Puente en Eddie Palmieri. Hoe fantastisch ook, die muziek zit al in mijn bubbel: het gaat me nu om de instrumentale geïmproviseerde muziek die vanuit de jazz naar de popmuziek reikt.

399px-Miles_Davis_22Zoals veel van het werk van Miles Davis (1926-1991). De trompettist-componist was in de jaren 40 en 50 niet alleen Mr. Cool 3.0, maar in 1959 produceerde hij ook het uiterst toegankelijke Kind of Blue, het best verkochte jazzalbum uit de geschiedenis. Miles houdt me niet op het puntje van mijn stoel door de noten die hij speelt maar door wat hij weglaat.

John ScofieldIemand die in de jaren 80 met Miles speelde en tot op de dag van vandaag actief is op de podia en in de studio, is gitarist John Scofield (1951). Scofield kan heel veel op zijn instrument, maar hij hoeft het allemaal niet zo nodig te showen. Ik laat zijn melodieuze licks graag net zolang om mijn oren buitelen tot ik een grote dikke vette grijns op m’n gezicht heb.

Benjamin HermanIn eigen land is saxofonist-bandleider Benjamin Herman (1968) zo’n stijlvolle bruggenbouwer. De in Londen geboren Amsterdammer swingt en groeft al 25 jaar op eclectische wijze met zijn New Cool Collective, en ter ere van zijn vijftigste verjaardag kwam hij recentelijk met maar liefst drie gloednieuwe albums tegelijk. Met Project S produceert hij een soort loungemuziek waarbij je kunt relaxen zonder in slaap te vallen. Een beetje als yoga maar dan anders.

Eric VloeimansEric Vloeimans (1963) is ook niet vies van een potje genrevervaging. Zijn formatie Gatecrash klinkt een stuk aangenamer dan je op grond van de naam zou verwachten. Doe je ogen dicht bij de klanken van de klassiek geschoolde trompettist en hele films spelen zich op je innerlijke doek af. Bij jou misschien romcoms of thrillers, bij mij vooral roadmovies met louterende ontmoetingen.

Amersfoort JazzAl met al valt de boze buitenwereld van de jazz dus best  mee. Komend weekend blijf ik er nog even in vertoeven tijdens Amersfoort Jazz. Op het driedaagse festival is genoeg te vinden voor de popfan die wel eens wat anders wil. Check it out!

 

 

De mooiste beginzin

NescioBij een roman is de eerste zin van groot belang. Sommige zijn zelfs beroemd, zoals Nescio’s ‘Jongens waren we – maar aardige jongens.’ Maar in de popmuziek is de eerste regel misschien nog wel belangrijker. Een valse of zwakke start is nauwelijks goed te maken in de lange sprint die een popsong nu eenmaal is. De eerste zin moet de luisteraar meteen pakken, om hem niet meer los te laten. Ga er maar aan staan.

Bob Dylan eind of midden jaren 60Bob Dylan is een meester van de openingsregel. Krachtig en intiem in Going, Going, Gone: ‘I’ve just reached the place where the willow don’t bend’ (zie twee weken geleden). Openhartig in ‘I hate myself for loving you, and the weakness that it shows’ (Dirge). Intrigerend in All Along The Watchtower: ‘There must be someway out of here, said the joker to the thief.’ Hoe verschillend ook, His Bobness brengt zijn luisteraars steeds midden in zijn verhaal (een situatie, plaats, gebeurtenis, sfeer) en in het hoofd van een personage. En hij maakt je nieuwsgierig naar wat gaat komen.

Joni Mitchell HejiraZijn collega Joni Mitchell bekende later hoe ze destijds, in de jaren 60, van haar sokken werd geblazen door Dylans ongehoord snerende beginzin ‘You got a lotta nerve to say you are my friend’ (Positively 4th Street). Maar La Mitchell ontwikkelde zelf ook bijzondere openingszetten voor haar sterk autobiografische songs. ‘Just before our love got lost, you said “I am as constant as a northern star” (A Case Of You) bijvoorbeeld. Of ‘Help me, I think I’m falling, in love again’ (Help me). Een van haar mooiste liedjes, Song for Sharon (van Hejira uit 1976), opent met ‘I went to Staten Island, Sharon, to buy myself a mandolin.’

ferry naar Staten IslandEen gewoon zinnetje, van iemand die een recente gebeurtenis uit haar eigen leven aan een vriendin vertelt. Maar we zien al heel veel: de virtuele brief, die de afstand in tijd en plaats tussen de zangeres en haar vriendin moet overbruggen en die tegelijk een tegenstelling tussen de twee vrouwen creëert. En ondertussen reizen we ook al mee met de muzikante naar een reëel bestaande plek (Staten Island), voor een vrij prozaïsche bezigheid (een muziekinstrument kopen).

bruidsjurk 2Deze concrete, uit het leven gegrepen trip van de zangeres zet echter een reeks associaties en overdenkingen in gang die het concrete en particuliere ruimschoots overstijgen – over ontheemd zijn, de droom van de romantische liefde, de existentiële keuzes die een moderne vrouw moet maken, de prijs die daarvoor betaald moet worden. Het volgt allemaal uit die eerste zin, heel natuurlijk, alsof het vanzelf gaat. Fantastisch.

Heb je ook zo’n bijzondere beginzin die je wilt delen? Zet hem bij de reacties hieronder!

 

Het mooiste lied over broer en zus

c'est quoi la fraterniteDe afgelopen weken ging het hier op Goeie Nummers vaak over broers en zussen, met name over hoe het is als die samen in een popgroep zitten. Niet alleen pais en vree, zo bleek. Broers gaan vaak niet heel gebroederlijk met elkaar om en ook bij zussen is het niet altijd je dat.

history van Loudon Wainwright IIIAls mensen het hebben over de relatie tussen broer en zus klinkt er vaak een ander geluid: minder rivaliteit, meer harmonie, karakters die elkaar aanvullen. Of niet? Op zijn album History uit 1992 heeft de Amerikaanse singer-songwriter Loudon Wainwright III het thema van de broer-zus-relatie gevangen in een liedje van tijdloze klasse: The Picture.

foto van inlay History 'the picture' low resOp de piano van de zanger staat een oude zwart-witfoto van hemzelf en zijn zusje: herfstbladeren op de grond, twee kinderen, 6 en 5 jaar oud, die aan tafel zitten te kleuren. Het meisje kijkt naar haar grote broer om te zien hoe ze het moet doen. Een vertederend tafereel waarin hun hele kinderwereld lijkt te zijn samengevat. Herkenbaar ook. Wainwright is vast niet de enige met zo’n fotolijstje op de piano of in de kast.

Loudon Wainwright III liveMaar dan duikt de zanger – die bekendstaat om zijn wrange humor – naar de laag ónder de idylle. In een paar zinnen krijgen we een paar ongemakkelijke waarheden voor de kiezen: een broer houdt van zijn zusje omdat hij haar lekker kan koeioneren, zegt hij, en hij beschermt haar vooral omdat zij hem steeds blijft bewonderen, ook op de momenten dat hij aan zichzelf twijfelt.

mansplaining 2Het is een flinke tik die Wainwright hier aan zichzelf en zijn medebroeders uitdeelt, maar heeft hij ook gelijk? Nou ja, toch wel een beetje, denk ik (en als broer van een twee jaar jonger zusje kan ik het weten). In het laatste couplet plaatst hij hun relatie in de bredere context. De zanger herinnert zijn zusje eerst aan hun overleden vader, die hun had kunnen vertellen welke auto er precies op de foto afgebeeld staat, en hij vervolgt:

But dad is dead and we grow old / It’s true that time flies by / And in forty years the world has changed / As well as you and I

klokVan de idylle is weinig meer over. De tijd is het allerwreedste monster. De achterliggende jaren hebben niet alleen de buitenwereld veranderd, maar ook broer en zus zelf. Hun kinderparadijs is verdwenen. De zanger lijdt daaronder, dat voel je. En wij lijden met hem mee, want we herkennen het gevoel. En toch is het lied ontroerend en prachtig en op de een of andere manier troostend. De idylle is ook een gedeelde herinnering die niemand broer en zus kan afnemen.

 

 

 

Een meegroeilied

Planet WavesEen liedje, eenmaal vastgelegd en ter wereld gebracht, blijft steeds hetzelfde. Maar jijzelf verandert wel. Er zijn liedjes die na verloop van tijd hun bekoring verliezen, andere hebben de bijzondere eigenschap dat ze met je mee lijken te groeien. Dat je er elke keer weer iets nieuws in hoort. Bob Dylans ‘Going, Going, Gone’ van Planet Waves (1974) is voor mij zo’n meegroeinummer. Het raakte mij als tiener al en dat doet het nu, zo’n vier decennia later, nog steeds. Maar telkens op een andere manier.

The BandIn 1978 viste ik als middelbare scholier bij de lokale platenboer een afgeprijsd exemplaar van Planet Waves uit de bakken. Met zo’n knipje (cut-out) erin. Ik kocht hem vooral omdat The Band erop meespeelde, ik was toen nog niet zo’n Dylan-fan. Het Canadees-Amerikaanse vijftal had Dylan al in 1966 begeleid tijdens de roemruchte toernee waarop hij ‘elektrisch ging’, en hun unieke samenspel maakt Planet Waves tot een echte bandplaat.

Bob Dylan 2Het album opent voor Dylans doen uitermate vrolijk met het up-tempo ‘On A Night Like This’. Als die klanken zijn weggestorven volgt een slepend, bijna onheilspellend intro. Als de ochtend na een wild dansfeest. Robbie Robertsons gitaarlicks klinken alsof ze door een samengeknepen strot naar buiten worden geperst. Going, Going, Gone is serious business.

treurwilg‘I’ve just reached the place where the willow don’t bend.’ Het beeld dat oprijst uit die eerste regel, een van de mooiste uit de popmuziek, raakt me elke keer weer, en steeds blijft het haken aan iets anders in mijn leven. Als tiener zag ik een desolaat landschap, een boom die niet verder wil buigen voor de wind, een eenzame reiziger die weg wil uit een verstikkende situatie. En ik liet me meevoeren op de klanken.

richelLater, toen ik als twintiger vastzat in een onmogelijke liefde, resoneerde vooral de diepere laag: de onmacht en de zoektocht naar een uitweg. Dylans stem klinkt in dit lied misschien wel indringender en persoonlijker dan ooit, hij zingt alsof zijn leven ervan afhangt. En misschien was dat ook zo; veel popcritici wezen op de zinsnede ‘I’ve been livin’ on the edge / Now, I’ve just got to go before I get to the ledge’.

touw in de knoopHet lied toonde mij toen hoe je je uit een kluwen van destructieve krachten – van buiten, maar ook van binnen – kunt bevrijden. Het leek tegen me te zeggen: ‘ergens in jou zit een harde, onaantastbare kern waar niemand aan kan komen, jouw levensdrift die niemand je kan afpakken.’ Dylans refrein gaf me een zetje: ik ga, ja ik ga, ik ben weg. Dank je, Bob.

Bob DylanJaren later, toen ik in een zware periode te lang achtereen uit mijn reservoir van troost en medeleven had geput, dook die beginregel opnieuw in mijn hoofd op. Hij hielp me om te erkennen dat ik aan het eind van een pad was aanbeland, dat ik een afslag moest pakken. Bijzonder dat een lied zo lang met je meegaat en steeds weer betekenisvol kan zijn.

happy singer‘Going, Going, Gone’ mag dan vooral een lied voor donkere tijden zijn, er moeten vast ook meegroeiliedjes met een totaal ander karakter te vinden zijn. Misschien zelfs echte happy songs die samen met jou volwassen en oud willen worden. Heb je een mooi voorbeeld, deel het hier op Goeie Nummers!