Maand: april 2016

Een rokerige nachtclub in de jaren ’30

ML&TLBHJe stapt over de drempel van een nachtclub in de jaren dertig. Achter in het etablissement, door de rookslierten heen, ontwaar je op het krappe podium een swingende ragtime-band. Al snel raak je in de ban van de stoere, sexy zangeres achter de microfoon. Dit is ongeveer wat je overkomt als je luistert naar Meschiya Lake & The Little Big Horns.

Meschiya Lake live.jpgEen paar jaar geleden hoorde en zag ik de neo-traditionele band uit New Orleans voor het eerst, op het festival Take Root in Groningen. Met een retestrakke tuba in plaats van de contrabas of basgitaar brachten de vijf mannen en een vrouw het oude jazz-, ragtime- en bluesmateriaal volkomen overtuigend naar de 21e eeuw. Zangeres Meschiyah (spreek uit: Mà-sjie-ja) Lake maakte zowel indruk door haar verschijning als haar stem. Met haar rijkelijk getatoeëerde armen en torso past ze helemaal in het beeld van de vrouw die haar carrière begon als vuurspuwer en glaseter in een circus.

meschiyalakeandthelittle2De band debuteerde in 2012 met Lucky Devil, een jaar later gevolgd door Foolers Gold. Na deze twee albums volgde een uitgebreide tournee over de wereld, en nu is er een nieuw album, Bad Kids Club: misschien een tikkeltje moderner en gevarieerder dan de voorgangers, maar verder is er weinig veranderd. En dat is maar goed ook.

ML&TLBH picknickLekker smerig klinkt Lake’s stem in Brand New Funk. Weemoedig als Billie Holliday in Hey Marry Wanna en Woman Seeking Man. Uitdagend in het aloude ‘Lectric Chair Blues van Blind Lemon Jefferson. En de trombones, saxofoons, klarinetten en trompetten buitelen ouderwets als jonge honden over elkaar heen.

ML&TLBH tuba.pngDe drie albums zijn, vooral als je je versterker een beetje opendraait, heerlijke opwarmers voor de plek waar mevrouw Lake & De Kleine Grote Hoorns volledig tot hun recht komen: op het podium. En dat komt goed uit. Tussen 5 en 13 mei kun je op diverse plekken in ons land, bijvoorbeeld in TivoliVredenburg en Paradiso, een tijdreis maken naar een rokerige jazzclub in The Big Easy. Check ‘em out.

Moeten we per se in het Engels funken?

Freddy BreckHoewel er genoeg aanleiding voor is, vandaag niets over de dood of de vergankelijkheid van popartiesten. Wel iets over funk. De eerste aanleiding daarvoor is het gegeven – want dat weet iedereen – dat je schlagers in het Duits hoort te zingen, flamenco in het Spaans en fado in het Portugees. En dat popsongs, hoe graag we het misschien ook anders zouden zien, nauwelijks buiten het Engels kunnen. Tenminste, dat is het gangbare beeld. Maar klopt dat wel helemaal? Niet elk popgenre is qua taal immers even kieskeurig als het andere.

Doe Maar2Om ons voor het gemak tot het Nederlands te beperken: rootspop laat zich best goed in onze moerstaal zingen – zie Daniël Lohues en Rowwen Hèze. Reggae idem dito – zie Doe Maar.  En in de rap heb je  alle poëtische en retorische middelen van je eigen taal natuurlijk nodig om de (on)gelovigen van je boodschap te overtuigen.

Maar in pure pop komt het vaak wat geforceerd over. Niet onlogisch, want het genre hangt aan elkaar van de lekkere Engelse cliché’s (walking/talking, tonight/hold me tight, need you/want you/love you enzovoort) die zich helaas lastig in fijn rijmende verzen laten vertalen.

rock francaisRock is ook een moeilijke. Met zijn zware cadans lijkt het ongeschikt voor talen die, zoals het Nederlands, van nature veel onbeklemtoonde laatste lettergrepen kennen. Maar als dit de enige verklaring zou zijn, werd er in de concertzalen en stadions wereldwijd inmiddels allang in het Frans gerockt. Dus wat is dan de verklaring voor de taal-eenkennigheid van sommige genres?

It ain't nothin' but the bluesWaarschijnlijk zit het vooral in onze hang naar authenticiteit. De blues is een goed voorbeeld. Deze überauthentieke stijl kent een beperkt aantal onderwerpen en wordt ook heden ten dage overal nog steeds in het Engels gezongen, en wel in de afro-Amerikaanse variant van begin vorige eeuw, inclusief de apostrofjes (doin’, goin’) en de keuze voor ‘ain’t’ waar men gewoon ‘isn’t’ bedoelt.

Kasper van KootenHoe erg is het dat nou helemaal? In feite totaal niet, maar toch het is het leuk als iemand zulke regels aan zijn laars lapt. Zo iemand is acteur-muzikant-theatermaker Kasper van Kooten, onder meer bekend van de tv-serie All Stars. Met zijn kompanen van De Fonk funkt hij namelijk tegen de funkwetten in gewoon in onze moerstaal. Op de zojuist verschenen EP Net op tijd groovet het gezelschap zich soepel en heerlijk dubbelzinnig door een herkenbaar Hollands moeras van lust, verlangen en verleiding. Overbekende funk-thema’s in feite, maar ze klinken hier authentiek (!) en niet geïmporteerd, en Van Kooten c.s. laten oeronderwerpen als Aliens gelukkig achterwege.

De FonkHieruit blijkt: het Nederlands – mits in goede handen – en de funk zijn een prima koppel. We hoeven helemaal niet in het Engels te funken. Met gewoon wat minder ontzag voor de traditie kun je je zo’n genre blijkbaar overtuigend toe-eigenen. Respect voor het disrespect van De Fonk. Check ‘em out!

Een buslading geloof

Lou_Reed_(5900407225)Begin 2014 viel mijn oog een 5cd-box van Lou Reed (1942-2013). Nog geen 18 euro. In die box niet alleen Reeds titelloze solodebuut uit 1972, maar ook Transformer, Berlin, Sally Can’t Dance en Coney Island Baby. De zanger was nog maar een paar maanden dood, ik voelde me een lijkenpikker, maar dit buitenkansje liet ik me niet ontgaan.

Lou_Reed-Conspiracy_of_Hope-by_Steven_TooleEn het mooie van zo’n aankoop – bruggetje – is dat een artiest zo opnieuw onder je aandacht komt. Bij beluistering van die cd’s (met onder meer  ‘Walk on the Wild Side’, ‘Perfect Day’, ‘Men of Good Fortune’) realiseerde ik me opeens hoe uniek de Amerikaanse rockdichter is. Wie klinkt er nou als Reed – toen, nu? Met die mengeling van mededogen en sarcasme, die geen tegenspraak duldende praatzang en die gitaarriffs die zo 100% rock & roll zijn?

hoes New York van Lou ReedZo maakte ik ook weer kennis met Reeds album New York uit 1989. Destijds vond ik dat goeie muziek altijd veel akkoorden moest hebben, dus liet ik deze plaat ondanks de lovende kritieken links liggen. Ten onrechte. Want Reed betoont zich op New York wederom een meester van de zwarte stadsromantiek. En waar Berlin (1973) vol zit met drama en tragiek, is dit album uiterst kaal en vol boosheid. Maar even indringend.

Lou_Reed_1977New York kun je zien als één lange aanklacht tegen de Amerikaanse samenleving van eind jaren ’80. Veel nummers lezen als een vlammend en welsprekend betoog tegen de wapenlobby, politici, sensatiemedia, tegen hypocrisie, onrecht en racisme – zowel van wit als zwart – en nog zo het een en ander. Maar 14 nummers lang kolkende woede werkt niet, dat weet de voormalige frontman van de Velvet Underground ook wel. In het jazzy ‘Beginning of a Great Adventure’ vraagt hij zich dan ook ironisch af of het misschien zou helpen als hij een groot gezin stichtte: ‘Why stop at one, I might have ten, a regular TV brood / I’d breed a little liberal army in the woods.’ Ook dit legertje heeft kennelijk vooral de taak om tegenwicht te bieden aan de slechteriken.

leegstaand gebouw new yorkHet sterkst is Reed op dreef als hij zich verplaatst in de verschoppelingen, zoals in het soulvolle Dirty Blvd., waarin de mishandelde jongen Pedro niets anders rest dan te dromen van de dag dat hij de ‘Dirty Boulevard’ ooit achter zich kan laten. Of wanneer Reed zich met een soort doodsverachting een uitweg uit het nihilisme baant, zoals in Busload of Faith: ‘You can’t depend on your family / You can’t depend on your friends / […] / You can’t depend on God / You can only depend on one thing / You need a busload of faith to get by, watch, baby / Busload of faith to get by.’

busEen buslading geloof, dat is het enige wat Lou Reed tegenover alle ontluistering kan stellen. Is dat genoeg? Als die boodschap met zoveel overtuiging wordt gezongen, en op zo’n heerlijke, Sweet Jane-achtige riff – ja, dan ga je het nog geloven ook.

Een oude ziel in een jong lichaam

Robert Ellis 2Af en toe is er weer zo’n nieuwe artiest die je helemaal van je sokken blaast. Die alles lijkt te hebben: muzikaliteit, stem, liedjes, persoonlijkheid. In dit geval heet hij Robert Ellis. Als singer-songwriter timmert de Texaan sinds 2005 aan de weg, en twee jaar geleden maakt hij grote indruk met zijn derde solo-album The Lights from the Chemical Plant.

Robert Ellis - cd hoesRobert Ellis (Houston, Texas, 1988) lijkt een oude ziel in een jong lichaam. Vader is priester, hijzelf atheïst. Een autobiografisch feit dat lijkt te duiden op rebellie, een worsteling, een eigen plek die bevochten is op de traditie. En zo klinkt zijn muziek ook. Alsof hij een hele geschiedenis aan country en folk in zich lijkt te hebben opgezogen om die vervolgens als nieuw weer uit te spugen.

Lucinda WilliamsNou ja, spugen. Zijn stem, hoewel knauwend en met een drawl waaraan Lucinda Williams een puntje zou kunnen zuigen, is fijn om naar te luisteren en zijn liedjes liggen lekker in het gehoor. Maar daar kun je je gemakkelijk op verkijken. Luister maar eens naar Pride, daar wordt iemand eens flink de waarheid gezegd (‘Honey, you’re full-grown / but you act just like a kid inside a grown-up body’). Of naar Only Lies  (‘Just because a thing’s convenient, that doesn’t make it true / Only lies will see you through’).

440px-Robert_Ellis_(guitarist)Ellis’ muziek zou je als ‘roots’ kunnen aanduiden maar vertoont ook duidelijke jazz- en popinvloeden. Of eigenlijk is het andersom. Zo lijft hij Paul Simons klassieker Still Crazy After All These Years, de enige cover op Chemical Plant, gewoon maar eventjes in bij de country: de sax vervangen door een gitaar, de Fender Rhodes door een pedal steel. Alsof het niets is. Maar even intens en fraai als het origineel.

Robert Ellis1Wat valt er verder over deze Texaanse singer-songwriter te vertellen? Zoals bij veel goeie muziek het geval is, maken de liedjes Robert Ellis vooral stil. Ze laten je luisteren. Ik zeg alleen nog: check him out.