Month: oktober 2021

Het leven als bijzaak

Een paar weken geleden trof ik op de website van de Britse krant The Guardian een bericht aan dat mijn nieuwsgierigheid wekte: Paul McCartney komt in november met een tweedelig, 900 bladzijden tellend ‘zelfportret in 154 liedjes’. Door de uitgave, getiteld The Lyrics, kunnen we de beroemde Beatle beter leren kennen aan de hand van zijn toelichting op de liedjes die hij in zijn lange carrière schreef, zoals Blackbird, Live and Let Die, Hey Jude, Band on the Run and Yesterday. Voor het boek liet hij zich meermalen interviewen door de Noord-Ierse dichter en Pulitzer Prize-winnaar Paul Muldoon.

Het aantrekkelijke van deze vorm van levensbeschrijving is dat het werk van een kunstenaar centraal staat in plaats van zijn of haar leven. In de meeste popbiografieën wordt naar mijn smaak toch te veel gezocht naar de kleine of grote wederwaardigheden uit het leven van zo’n artiest om daarmee diens oeuvre te verklaren. Alsof kunst een soort kopie van de werkelijkheid is.

Bovendien is zo’n aanpak niet ongevaarlijk. Zo wierpen de bio’s van soulicoon Curtis Mayfield en folkzanger John Martyn voor mij een behoorlijke smet op mijn waardering voor de artiesten in kwestie en in het kielzog toch ook een beetje op hun werk. Een boek dat dicht bij de liedjes blijft, is dan toch iets minder riskant.

Mijn ideaal is een levensverhaal over een kunstenaar waarin de kunst, of het kunstenaarschap, de hoofdzaak is. De reden dat we over die persoon willen lezen – afgezien van de smeuïge details die we bij rocksterren meestal voldoende aantreffen – is tenslotte vanwege die bijzondere kunstwerken. Zonder de liedjes waren we ons niet eens bewust van zijn of haar bestaan. Je zou kunnen zeggen: vergeleken met de kunst is het leven bijzaak.

In het geval van McCartney vraag ik me overigens af of een liedjesschrijver altijd de beste persoon is om de betekenis van zijn of haar songs te duiden. Wij luisteraars hebben ook recht op onze eigen interpretaties aan hun liedjes. Bovendien: elk mens – zelfs een grootheid als Macca – heeft een aantal blinde vlekken: dingen die anderen wel kunnen zien maar de persoon zelf niet. Ik ben vooral benieuwd of Muldoon het 79-jarige popicoon tot nieuwe inzichten zal weten te verleiden, dus dat boek ga ik zeker lezen.

Vorige week, alsof een engel ermee speelt, viel mijn oog op de aankondiging van een biografie die in theorie aan al mijn eisen voldoet. Niet van een popartiest maar van een schrijver. Lodewijk Verduin (1994), essayist en neerlandicus, schreef een ‘oeuvre-biografie over mijn geliefde auteur Jeroen Brouwers, getiteld Eenzaamheid in eindeloos meervoud. Verduins boek is een onderzoek naar het ontstaan en de ontwikkeling van Brouwers’ schrijverschap. Een onderzoek, zo zegt de informatie van de uitgever, waaruit dan weer een psychologisch portret van de schrijver oprijst. Lijkt me een mooi voorbeeld voor een uitgeverij van popbio’s.

Het mooiste pop-anthem

Vandaag richt Goeie Nummers de schijnwerper op het pop-anthem, wat mij betreft een van de wonderlijkste verschijningen in de popmuziek, met vertegenwoordigers als You’ll Never Walk Alone (Gerry & The Pacemakers), The Final Countdown (Europe) en We Shall Overcome (Pete Seeger). Wonderlijk onder meer omdat zo’n nummer meestal niet als anthem geboren wordt, maar er gaandeweg eentje wordt.

Een andere bijzonderheid is dat een goede Nederlandse vertaling ontbreekt – afgezien van ‘volkslied’ voor ‘national anthem’. Als je ‘anthem’ opzoekt in het Van Dale Groot woordenboek Engels-Nederlands vind je alleen vertalingen als beurtzang, motet, koraal, lofzang en hymne, allemaal termen uit de kerkmuziek. De online Cambridge Dictionary daarentegen omschrijft een anthem een stuk breder: a song that has special importance for a particular group of people, an organization, or a country, often sung on a special occasion.

(meer…)

Het mooiste straatliedje

De popmuziek kent talloze liedjes over straten – en toevallig zijn het ook vaak goeie nummers. Denk aan Penny Lane (The Beatles), Baker Street (Gerry Rafferty) of Dead End Street (The Kinks). Deze week ga ik op zoek naar het fraaiste lied dat ooit over een straat is gemaakt, waarbij ik me beperk tot echt bestaande straten die op stadsplattegronden voorkomen en waar we in principe overheen zouden kunnen lopen, fietsen of rijden.

Dat betekent dat, hoe jammer ook, liedjes met willekeurige naamloze straten, bijvoorbeeld Winter Streets (Michael Talbot & The Wolfkings), Racing in the Street (Bruce Springsteen) of Dancing in the Street (Martha & the Vandellas) afvallen. Hetzelfde geldt voor nummers waarin de straat in feite een metafoor is voor een bepaald gevoel, zoals in Mercy Street (Peter Gabriel), Lonely Avenue (Ray Charles), Dirty Blvd. (Lou Reed) of Boogie Street (Leonard Cohen). We moeten helaas streng zijn.

(meer…)

Luidsprekers… over het laag & het geklaag

Gastblog door Robert Endert

Om goede muziek te waarderen doet het er niet toe of je deze via een transistorradiootje beluistert of via een peperdure ‘high-end’-installatie. Toch weet iedereen dat er verschil is. Waarin zit hem dat dan?

De aanwezigheid van natuurgetrouwe lage tonen blijkt een belangrijke factor te zijn voor de emotionele impact van muziek. Bastonen voel je niet alleen letterlijk, maar vooral ook figuurlijk. Wie is er nooit in trance geraakt op een lekkere lage beat?

(meer…)