A Change Is Gonna Come

Het mooiste pop-anthem

Vandaag richt Goeie Nummers de schijnwerper op het pop-anthem, wat mij betreft een van de wonderlijkste verschijningen in de popmuziek, met vertegenwoordigers als You’ll Never Walk Alone (Gerry & The Pacemakers), The Final Countdown (Europe) en We Shall Overcome (Pete Seeger). Wonderlijk onder meer omdat zo’n nummer meestal niet als anthem geboren wordt, maar er gaandeweg eentje wordt.

Een andere bijzonderheid is dat een goede Nederlandse vertaling ontbreekt – afgezien van ‘volkslied’ voor ‘national anthem’. Als je ‘anthem’ opzoekt in het Van Dale Groot woordenboek Engels-Nederlands vind je alleen vertalingen als beurtzang, motet, koraal, lofzang en hymne, allemaal termen uit de kerkmuziek. De online Cambridge Dictionary daarentegen omschrijft een anthem een stuk breder: a song that has special importance for a particular group of people, an organization, or a country, often sung on a special occasion.

Ik voel de neiging om te speculeren over waarom wij Nederlanders de betekenis van hymne niet op dezelfde manier uitbreiden als men in het Angelsaksisch taalgebied heeft gedaan. Zou het zijn dat we daarvoor te calvinistisch zijn, of juist te veel van God los? Hoe het ook zij, ook hier in de Lage Landen zijn we niet vies van massaal meezingen met een rockband bij sportwedstrijden en (stadion)concerten. Denk aan Born in the USA van Bruce Springsteen, Rockin’ In the Free World van Neil Young of We Are The Champions en We Will Rock You van Queen.

Maar er zijn ook anthems die niet zozeer uitnodigen tot samenzang danwel meebrullen, maar die wel door specifieke groepen worden omarmd als verbindend lied met speciale betekenis voor speciale gelegenheden. John Lennons Imagine verenigt pacifisten, Respect (Aretha Franklin) vrouwen, I Will Survive (Gloria Gaynor) de LGBT-community, Redemption Song (Bob Marley) Afrikanen wereldwijd, My Generation (The Who) Britse jongeren geboren tussen 1945-55, Woodstock (CSN&Y) de gelijknamige Amerikaanse generatie. Maar wat is nu het mooiste pop-anthem?

Voor mij is dat een lied dat niet zo heel ver van zijn oorsprong verwijderd is, een lied dat lof zingt, hoop geeft en zich naar boven richt. Dicht bij de kerk dus, ook in de muzikale stijl: A Change Is Gonna Come van Sam Cooke, een wereldse gospelsong uit 1964. Het lied roept vanaf de eerste regel strijd en onderdrukking op: ‘I was born by the river, in a little tent / and just like the river I’ve been running ever since.’ In het derde couplet gaat Cooke specifiek in op de rassenscheiding in de VS: ‘I go to the movie and I go downtown / Somebody keep tellin’ me “don’t hang around”.’

Uiteindelijk overwint de hoop, dat maakt A Change Is Gonna Come tot een echt anthem: ‘It’s been a long a long time comin’, but I know a change is gon’ come / Oh, yes it will.’ Het lied is bijna zestig jaar oud, maar nog steeds actueel. Voor veel Amerikaanse artiesten geldt het coveren van dit nummer ook als een ultieme uitdaging: je moet veel klasse hebben om dit te durven – en het er ook nog eens goed vanaf te brengen. Voor mij staat de originele versie, met Sam Cooke’s hoogreikende tenor, nog steeds bovenaan.

Wie wint: cover of origineel?

Twee weken geleden schreef ik over een fraaie uitvoering van A Woman’s Work van Kate Bush (door soulzanger Maxwell). Op sociale media merkte iemand toen op dat ‘het origineel uiteraard toch het mooist was’. Die reactie maakte me bewust van iets cruciaals dat ik de afgelopen weken in mijn zoektocht naar de aantrekkingskracht van covers over het hoofd had gezien: rivaliteit.

In de nieuwsmedia is het al eeuwenlang een gouden wet: niets trekt zoveel aandacht als rivalen die strijden om de prooi, de overwinning, de prijs, de eer. Denk aan Art en Keessie, Beatles & Stones, Trump en Biden. Rivalry sells. Zo gaat het ook bij covers. Mensen willen weten: welke van de twee is de beste? Wie gaat er met de grootste eer strijken, ‘van wie’ zal het nummer uiteindelijk blijken te zijn? (meer…)

Hulp vragen

In reactie op de coronaperikelen schieten overal in Nederland en de rest van de wereld de hulpinitiatieven als paddenstoelen uit de grond. Dat is heel mooi om te zien, en tegelijkertijd valt op dat het aanbod tot nu toe de vraag ruimschoots overstijgt. Hoe zou dat komen? Zijn er echt zo weinig mensen die hulp kunnen gebruiken?

Volgens psychologen is de oorzaak van de mismatch waarschijnlijk een andere: hulp geven is vele malen gemakkelijker dan het vragen of hulp aannemen. Want hulp vragen wordt toch vaak als een nederlaag ervaren of levert het knagende gevoel op dat je een ander met jouw sores belast. Dat is zonde, te meer omdat het desastreus is om te lang te wachten, want dan wordt het steeds moeilijker om uit de shit te komen. Zouden er geen popliedjes zijn die mensen helpen om de moeilijke taak om hulp te vragen? (meer…)

Muziek als medicijn: geldgebrek

blutEr is geen enkel liedje dat je van je geldzorgen af kan helpen – tenzij jij degene bent die er een hit mee scoort. Maar een goed liedje op het goede moment is wel een effectief antigif tegen de gevoelens van hulpeloosheid, zelfverwijt, woede en schaamte die je kunnen belagen als de finale afgrond dreigt. Gewoon door herkenning en erkenning te bieden. Of afleiding.

mick-hucknallHeel bekend, en heel duidelijk in zijn boodschap, is Money’s Too Tight To Mention van Simply Red uit 1985. Hoewel zanger Mick Hucknall, een supporter van Labour, rept van ‘reagonomics’ (naar de toenmalige Amerikaanse president Ronald Reagan) sluit het soulfulle nummer vooral naadloos aan bij het Groot-Brittannië onder Margaret Thatcher, waarin de werkloosheid hoog opliep en de arbeidersklasse een behoorlijke veer moest laten.

sam-cookeIn een reeks scenes die doet denken aan Sam Cooke’s klassieker A Change Is Gonna Come vraagt de berooide hoofdfiguur in ‘Money’s Too Tight To Mention’ eerst de bank om bijstand, dan de uitkeringsinstantie, dan zijn broer en ten slotte zijn vader. Allemaal vergeefs. Over alles kan hij het hebben, niet over geld. Money’s too tight to mention.

Wat het lied laat zien: iedereen kampt met dit probleem. Trek het je niet persoonlijk aan. Bij zoveel narigheid en pech hoef je er niet ook nog een schuldgevoel bij te krijgen. Een goede les. Nog steeds.

fountains-of-wayne-traffic-and-weatherEen heel andere uitweg uit de financiële malaise komt van de Amerikaanse band Fountains of Wayne. In Strapped For Cash (van Traffic and Weather uit 2007) is luchtigheid de remedie. Als in een zwarte komedie zie je hoe de onfortuinlijke schuldenaar zich steeds verder in de nesten werkt: smoesjes, de goktafel, nog meer schulden enzovoort. Je vraagt je in gemoede af hoe hij zich daar ooit nog uit kan wurmen.

wc-raampjeEdoch, terwijl het ritme onbekommerd doordendert weet de zanger de moed erin te houden, zelfs als de zwaargebouwde vrienden van zijn schuldeiser al door het raam naar binnen klimmen. ‘Take a seat, I’ll be back in a flash,’ zegt hij nog. Tegen de achtergrond van rondzwervende synthesizers zie je hem als een Houdini via het wc-raampje ontkomen terwijl de verbouwereerde kleerkasten elkaar verwijtend aankijken.

bop-shoo-wopJe slaakt een zucht van verlichting. Ondanks alles blijkt het mogelijk om jezelf op miraculeuze wijze uit de penarie te bevrijden. ‘Bop shoo wop, bop bop shoo wop’. Minstens een nummer lang.