Maand: mei 2014

Help Assen en Tilburg over de brug

WNew Orleans parasollen en muziekat je van ver haalt, is lekker. Lekkerder dan wat je al kent. Iets onbekends heeft kennelijk exotische toverkracht. Ook in de popmuziek. Want ook wij, muziekliefhebbers van de Lage Landen, vinden muziek van ver weg doorgaans aantrekkelijker dan Hollandse kost. Zeker als het uit de VS komt.

Ik doe daar zelf lustig aan mee, maar het is natuurlijk niet helemaal eerlijk. We lopen weg met een Amerikaan die Californië als het Beloofde Land ziet of met iemand die diepzinnige gedachten krijgt door een bezoek aan Graceland in Memphis, Tennessee. Maar waarom kan dat wel, terwijl een Nederlander die zingt over Assen of Tilburg kan rekenen op louter hoon of medelijden? Wat hebben Assen en Tilburg ons misdaan dat er geen gloedvol lied over ze wordt geschreven?

Ik heb er wel een verklaring voor. Wij popliefhebbers vinden de combinatie geloofwaardig en exotisch gewoon het fijnste. Een geloofwaardige illusie, waarachter een diepere waarheid schemert. In het Engels is daar een mooie uitdrukking voor: suspension of disbelief. Een liedje werkt wanneer je je ongeloof even kunt uitstellen, wanneer je je er zolang het duurt aan kunt overgeven. En daar wringt het met die Nederlandse steden – denk ik. Het loflied op Assen of Tilburg botst gewoon te snel met de realiteit. Door een bezoekje of herinnering aan een van die twee steden. Het lukt je niet om je ongeloof uit te stellen.

Maar er is meer. Om een stad als New Orleans zijn allerlei mythes heen gebouwd. Het is de bakermat van blues en jazz, smeltkroes van invloeden uit alle windstreken. The Big Easy ademt en wasemt muziek, zwarte magie en erotiek uit al z’n poriën. Maar ook in Assen en Tilburg en al die andere buitengewone Nederlandse provinciesteden zijn ongetwijfeld mysteries en onontdekte schoonheid te vinden. We hoeven die alleen maar naar boven te halen. Zo kunnen die Nederlandse steden een verdiende plek in onze verbeelding krijgen. Ik wil me daar hard voor gaan maken. De lezers van dit blog komen vast en zeker uit alle uithoeken van Nederland. Wie helpt me om die mythes rondom Nederlandse steden te verzamelen?

Het mooiste lied over verlies

In de afgelopen veertig jaar maakte hij tientallen albums. Beroemde collega-muzikanten, zoals Bonnie Raitt en R.E.M., namen zijn nummers op. Toch is Richard Thompson Richard Thompson(Londen, 1949) voor veel mensen nog steeds een onbekende. Moeilijk te bevatten. Hoewel, toen ik in 1980 met de Britse singer-songwriter kennismaakte, via het nachtelijke Rockpalast op de Duitse tv, had ik moeite om wakker te blijven. Ik zag een sombere, magere man met baardje die vooral lange en vreemde gitaarsolo’s produceerde. Pas in de jaren ’90 werd ik door hem gegrepen. Maar toen ook voorgoed. Hij is een van die bijzondere artiesten die constant is én steeds beter wordt.

Mooi verliezen

Richard Thompson is specialist in verlies, kun je zeggen. Onder de personen die hij in zijn liedjes opvoert vind je zelden opgewekte winnaars. Wel uitstekende verliezers. Andere artiesten hebben het vaak over stoere vrije jongens of ze vertellen een bekend verhaal over liefdesverdriet. Zo niet bij Thompson. Bij hem heeft verliezen veel gezichten.

Zo licht als een bijenvleugel

Een van zijn mooiste verliesliedjes is Beeswing (kijken op YouTube). De ik-figuur in deze folkballade van het album Mirror Blue uit 1994 denkt vol weemoed terug aan het beeldschone vrijgevochten meisje waarmee hij jaren geleden in de Summer of Love een relatie had. Haar vrijheidsdrang was sterker dan alles. ‘And you wouldn’t want me any other way,’ voegde ze hem toe voor ze hem verliet. Nu leeft ze op straat, zo heeft hij gehoord, verslaafd aan heroïne, in gezelschap van een wolfshond. Haar vroegere schoonheid is verdwenen door ‘hard weather and hard booze’. Hij heeft eerst een geruststellende verklaring: ‘I guess that’s just the price you pay for the changes you refuse’. Maar zijn eigen verlies, beseft hij dan, is minstens zo groot:

‘Oh she was a rare thing, fine as a bee’s wing / And I miss her more than ever words could say / If I could just taste all of her wildness now / If I could hold her in my arms today / Well I wouldn’t want her any other way’

Begeleid door een enkele fingerpicking-gitaar ziet de ik-figuur welk deel van hemzelf onvervuld is gebleven – en zal blijven. Bij Thompson wordt verliezen levenskunst. En mooi verliezen de hoogste deugd.

Radio Regenboog

RegenboogHet zal een jaar of zes geleden zijn geweest dat mijn dochter – toen nog een kleuter – me opgewonden naar buiten riep. Ik moest naar iets komen kijken. In de tuin wees ze naar de prachtige kleurrijke boog in de verte. Samen keken we een tijdlang naar de regenboog, tot die langzaam oploste in het blauw. Daarna vroeg ze me hoe dat kwam, wie voor dat moois zorgde. In haar stem klonk verwondering en blijdschap over dat onverwachte geschenk. Mijn onbeholpen uitleg, waarin minstens zoveel ruimte was voor het toeval als voor wetmatigheden, was voor haar voldoende.

Voor mij heeft radio een gelijksoortige betekenis. Hij zorgt voor de mooiste onverwachte geschenken zonder dat ik goed begrijp hoe dat allemaal tot stand komt.

De werking van radio blijft voor mij mysterieus. Onzichtbare en onhoorbare trillingen van ver weg, verzonden door de lucht, brengen hier bij mij in huis een reeks geluiden voort. Het procédé is me meermaals uitgelegd, maar er blijft weiniPharrell Williamsg van hangen. Voor mij is het nog steeds een wonder dat die golven net op tijd weer samenkomen in een harmonieus geheel van stemmen, ritme en melodie.

Radio bezorgt je ook bijna nooit wat je verwacht. Want iemand die jij niet kent en ook niet ziet heeft bepaalde liedjes geselecteerd en in een bepaalde volgorde achter elkaar gezet. Behoorlijk onvoorspelbaar, net als de regenboog. Want dat is het gekke – als je de regenboog bewust gaat zoeken, wanneer zon en regen zich tegelijk aandienen – houdt hij zich bijna altijd schuil. Schoonheid laat zich pas kennen als je er niet op verdacht bent.

De belangrijkste overeenkomst is wel dat radio soms aan komt zetten met de mooiste cadeautjes. Iets waarvan je nauwelijks kunt geloven dat het echt voor jou is. Waarvan je ook niet begrijpt waarom nog niet op je verlanglijstje stond. Op mijn 14e waren dat bijvoorbeeld So Lonely van The Police en Sultans of Swing van de Dire Straits (luisteren via Spotify). Recenter gebeurde dat met Happy van Pharrell Williams (kijken op YouTube). Ergens bij een tankstation, terwijl ik gewoon bezig was met afrekenen, hoorde ik dat voor het eerst. Wat een cadeaus.

Die regenboogkwaliteit moet radio houden. Radio moet je verrassen. Met muziek waarop je niet hebt afgestemd. Waarop je niet verdacht bent.  Radio die niet precies geeft wat men denkt dat jij wilt. Ik roep alle radiozendercoördinatoren van Nederland dan ook op: vergeet je formats, je doelgroepenmarketing en je luistercijfers! Geef vrije geesten de ruimte om hun luisteraars te verbazen met hun eigen, hoogst-individuele voorkeuren! Laat hen tussen alle wetten van de markt plaats bieden aan het toeval! Geef ons Radio Regenboog!

 

Robert & Alison

alison & robertIn reactie op mijn vorige blog kreeg ik nogal wat vragen. Waarom ik Marvin Gaye & Tammi Terrel (‘Ain’t Nothing Like The Real Thing’) niet had genoemd. Of George Jones & Tammy Winette (‘Take Me’). Of Dolly Parton & Kenny Rogers (‘Islands In the Stream’). Ik snap dat wel, het zijn ook prachtige duo’s en duetten. Ik koos er echter voor om me te beperken tot de zogenaamde alt.country, waar ik The Common Linnets voor het gemak maar onder reken. En de bovengenoemde artiesten vielen daar helaas net even buiten.

Maar Robert Plant & Alison Krauss dan, hoe had ik die kunnen vergeten? Dat weet ik eigenlijk ook niet. Ook dit duo maakte slechts één album samen. Maar wat voor een. Even buitengewoon als onvergetelijk. De  Britse veteraan Plant (1948), bekend als pure rockzanger van Led Zeppelin werd gekoppeld aan zangeres-violiste Krauss (1971), het nachtegaaltje van de Amerikaanse bluegrass. De beauty en de beast.

Dit onwaarschijnlijke stel leverde in 2007 de prachtplaat Raising Sands af, met de gelauwerde producer T-Bone Burnett, die ook verantwoordelijk was voor de soundtrack van de film Oh Brother, Where Art Thou. Raising Sand bevat louter covers: country, folk en rock. De begeleiding van drums en gitaren is heel spaarzaam, maar ook diep en mysterieus. Tegen die achtergrond zingen Robert & Alison hun zwaarmoedige liedjes over liefdesverdriet en onvervuld verlangen. Wondermooie liedjes die klinken of ze al eeuwen bestaan.

Raising Sands bevat onder meer twee fantastische nummers geschreven door Gene Clark (1944-1991), voormalig zanger-gitarist in The Byrds. (Over Clark later nog eens meer, daar is nu geen ruimte voor.) Luister maar naar ‘Polly Come Home’ of naar ‘Through The Morning, Through The Night’ – en huiver. Of kijk naar dit filmpje, met een live-uitvoering van het goeie nummer Killing The Blues. De krachtige tenor van Plant gaat subtiel de strijd aan met de zuivere, engelachtige stem van Krauss. En niemand wint. Of ja, toch wel. De muziek, die wint.

De mooiste country-duetten

Ilse%20en%20Waylon2_0

Gisteravond beleefde ik, samen met waarschijnlijk driekwart Nederland, een bijzondere avond. Met dank aan Ilse en Waylon. Bij mij had dat niet alleen met vaderlandsliefde te maken, maar ook met de herinneringen die het prachtige duet van The Common Linnets opriep. Dit Nederlandse duo staat in een lange countrytraditie van Amerikaanse mannen- en vrouwenstemmen die elkaar wonderschoon aanvullen.

hoes Comes A Time van Neil YoungNeil & Nicolette
Neil Young & Nicolette Larson, dat was het duo waar ik het eerst aan moest denken. Wie luistert naar Comes A Time, de countryplaat waarmee Young in 1978 vriend en vijand verraste, hoort dat hun stemmen gewoon voor elkaar gemaakt zijn. Bijvoorbeeld in het bekende titelnummer of in het afsluitende ‘Four Strong Winds’. De nasale, zoekende stem van Young tegen de zuivere, onopgesmukte van Larson. Comes A Time was meteen de zwanenzang van de samenwerking. Young en Larson hadden een relatie, die al snel stukliep. Misschien maakt dat de melancholieke liedjes achteraf nog kostbaarder.

cd BegoniasCaitlin & Thad
Van recenter datum zijn . Ik zag ze één keer live, een jaar of acht geleden tijdens het Blue Highways-festival in Utrecht. De kleine, dikkige Thad en de lange, nimfachtige Caitlin. Zijn soepele tenor cirkelde heel dicht om haar lichte alt heen. Meestal zong zij de hoogste partij, soms hij. Naast hun fraaie eigen nummers speelden ze een cover waar ik totaal kippenvel van kreeg: ‘Warm & Tender Love’, de grote countrysoulhit van Percy Sledge uit 1966. Cary en Cockrell waren geen stel, maar het is of de duvel ermee speelt – ook zij maakten samen maar één plaat: Begonias (2005).

Gram Parsons Emmylou Harris2Gram & Emmylou
En dan is daar natuurlijk nog het iconische paar uit de alt.country: Gram Parsons & Emmylou Harris. De eerste twee soloalbums van Parsons, GP (1973) en Grievous Angel (postuum, 1974) bevatten hun onvergetelijke duetten. Zijn wat ruwe, dominante stem, omgeven door haar frêle en onnavolgbare melodieën. Door de vroegtijdige dood van Parsons moeten we het met deze twee, inmiddels klassieke, albums doen. Zojuist luisterde ik ‘Love Hurts’ nog eens terug. Ook doen.

samen maar toch alleenSpannend
Wat is het toch aan die tweestemmige man-vrouw-samenzang in de country dat mensen er wereldwijd zo door geraakt worden? Ik denk dat die stemmen zeggen: we zijn samen, maar niet één. We willen het wel, maar het gaat niet. Dicht bij elkaar, toch apart. Het blijft spannend. Te spannend om lang te blijven duren.