2014

Muziek als medicijn: verkeerde prioriteiten

sproeiarm-vaatwasserSoms betrap ik me erop. Ik word boos op de verstopte sproeiarmen van de vaatwasser. Een uitspraak van een reaguurder blijft nazeuren in mijn hoofd. Ik vraag me af waarom ik zo weinig likes heb gekregen op mijn nieuwe profielfoto. Op zo’n moment heb je een reset-nummer nodig: een liedje dat je feilloos herinnert aan wat er werkelijk toe doet in het leven.

henny-vrienten-en-tochEen van zulke reset-nummers staat op het album En toch van nederpopicoon Henny Vrienten uit 2014. Het Gaat Niet Over heet het, hier in een live-versie uit het onvolprezen VPRO-programma Vrije Geluiden. De gelauwerde zanger-componist gaat meteen de diepte in:

‘Het gaat niet over cijfers / Het gaat niet over geld / Het gaat niet over bezit / Maar over wie voor jou het allermeeste telt’

henny-en-xander-vrientenEn hetzelfde geldt voor woede, haat, afgunst, aanzien en status, dingen die je af en toe kunnen doen vergeten waar het in wezen om gaat: degene die jou in je waarde laat, die je het liefste kust, die je ’s nachts troost. Vrienten, ondersteund door een fraai koortje van zijn jonge begeleidingsband met zijn zoon Xander, slaat de spijker op zijn kop. Want je weet wel wat echt belangrijk is, maar je vergeet het zo gemakkelijk!

henny-vrienten-met-basIn het refrein verschuift de betekenis van overgaan: ‘het gaat nooit over’. En als om je te verzoenen met het feit dat ook de antwoorden steeds opnieuw moeten worden gezocht, zingt Vrienten ‘waar het echt om gaat, dat zie jij later wel’.

James Taylor 2Ook de Amerikaanse singer-songwriter James Taylor weet hoe hij een luisteraar kan resetten. Zijn Shower The People uit 1976, een bescheiden hit in zijn vaderland, maakt waarschijnlijk zelfs onwrikbaar vastzittende emoties in de meest verstokte mensenhaters los:

‘You can play the game and you can act out the part,/ even though you know it wasn’t written for you / Oh, father and mother, sister and brother, if it feels nice, don’t think twice / just shower the people you love with love.’

wiel-van-postkoetsTaylor begrijpt je, met je vluchtgedrag en je ontkenningen en alles, maar uiteindelijk kun je dat toch beter loslaten, zegt hij. Geef maar toe hoe het op dit moment piept en kraakt bij jou, stop maar met de schijn ophouden voor de wereld. Stel je open voor je geliefden, dan gaat alles beter. Je zult het zien.

Ben je al gereset? Nee? Klik dan nog maar een keer op deze versie.

Het mooiste kerstlied

Joni Mitchell BlueMijn favoriete kerstlied is een nummer dat eigenlijk geen kerstlied is. Hoop en saamhorigheid zijn er niet in te ontdekken. Maar River, van Joni Mitchells sterk autobiografische album Blue (1971), raakt wel een snaar diep vanbinnen.

It’s coming on Christmas / They’re cutting down trees / They’re putting up reindeer / And singing songs of joy and peace / Oh, I wish I had a river I could skate away on.

Joni MitchellDe zangeres is haar lief kwijt. Verdriet en zelfverwijt strijden om voorrang. Ontheemd voelt Mitchell zich ook. Ver weg van haar vaderland Canada, in het groene Californië met zijn merkwaardige muziekwereldje. De gezellige kerstrituelen maken dat alles nog ondraaglijker. Alleen een bevroren rivier lijkt een oplossing te kunnen bieden:

I wish I had a river so long / I would teach my feet to fly / Oh, I wish I had a river I could skate away on / I made my baby say goodbye.

Hoe persoonlijk ook, ‘River’ is herkenbaar voor iedereen die het gevoel van zweven op de ijzers kent. En vooral voor hen die zich oneindig ver verwijderd voelen van hun directe omgeving. Het lied steekt al die eenzame zielen een hart onder de riem door te zeggen: er is een uitweg. Als het gezelschap van mensen je niets te bieden heeft, is er altijd – in de werkelijkheid of in je hoofd – nog het lege landschap van sneeuw en ijs dat jou wel begrijpt. Het maakt ‘River’ tot een van de ontroerendste (kerst)liedjes die ik ken.

Heb je ook een mooi kerstnummer dat je wilt delen? Wees welkom om dat hier te doen.

Eindejaarslijstjes

oliebollenWat is december toch een heerlijke maand. Niet alleen vanwege de feestelijkheden, de oliebollen en de drankjes, maar zeker ook vanwege de eindejaarslijstjes: de overzichten van de beste albums van het afgelopen jaar. Een immense muziekoogst teruggebracht tot iets hanteerbaars waarin kaf van koren is gescheiden. Heel prettig. De afgelopen weken heb ik al een flink aantal eindejaarslijstjes geturfd. Ik licht er drie uit.

de Volkskrant - logoDe Volkskrant gooide ditmaal alle genres (klassiek, jazz, pop, wereld) door elkaar in een lijst met de 50 beste albums van 2014, samengesteld in een overleg tussen alle recensenten. Ik was daar graag bij geweest, als een vlieg op de muur. Om te zien hoe dat communiceert, die klassiek geschoolden, jazz-cats en popjongens en -meisjes.

IMAG0428Popmagazine Heaven zette de individuele lijstjes van de recensenten net als vorige jaren zonder commentaar naast elkaar. Zo worden de liefhebbers van ‘kleine’ genres, zoals wereld en progrock, ook bediend. Jammer dat je daardoor als lezer niet tussen de regels door kunt speculeren over het wapengekletter op de redactie.

American Songwriter logoHet Engelstalige American Songwriter maakte een top 50 van louter Americana, mijn favoriete genre. Met fijne, puntige beschrijvingen van wat elk album zo bijzonder maakt.

Ik word altijd tamelijk opgewonden van die eindejaarslijstjes, waarschijnlijk omdat ze ook veel over mezelf zeggen. Hoeveel van de genoemde albums en artiesten ken ik? Niet onbelangrijk voor het ego van de popfanaat. Gelukkig: The War on Drugs en Old Crow Medicine Show waren me niet ontgaan. En John Fullbright had ik zelfs al hier in Goeie Nummers. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik blijkbaar ook allemachtig veel heb gemist. Herkenbaar?

Hiss Golden Messenger - latenessofdancersDe lijstjes geven ook altijd aanleiding tot wat prettige morele verontwaardiging. Waarom is Lucinda Williams’ Down Where the Spirit Meets the Bone nergens te bekennen? Wat doet Morning Phase van Beck zo belachelijk hoog? En hoe onbegrijpelijk is het dat Lateness of Dancers van Hiss Golden Messenger niet gewoon op 1 staat? Van die dingen.

Typhoon hoes Lobi Da BasiMaar het meest enerverende aan dit jaarlijkse achteromkijken is voor mij het vooruitzicht. Voorpret over onbekende, niet te missen muziek waaraan ik vast nog veel plezier ga beleven. Zoals: nieuwkomer Robert Ellis (25) die in alle drie de lijstjes voorkomt met The Lights From The Chemical Plant.  En Croz, het nieuwe solo-album van David Crosby (73) – zo hoog geëindigd in Heaven, toch maar eens beluisteren. En natuurlijk Lobi Da Basi van de Zwolse rapper Typhoon, waarvoor de Volkskrant superlatieven te kort kwam. 2015 begint fantastisch, met dank aan de eindejaarslijstjes van 2014…

Donderweg – als in een roadmovie door de rock & roll

DonderwegJaap Boots (Bergen, 1961) was jarenlang dj bij de VPRO-radio (o.m. Villa 65, Club3VOOR12, Shouting Boots), speelde in diverse bands en schreef over popmuziek voor Vrij Nederland en HP/De Tijd. Begin dit jaar nam hij afscheid bij de radio. Boots ‘paste niet meer in het zenderplaatje’ of zoiets. Gelukkig is er nu een boek.

Bruce 3In Donderweg – de zeer letterlijke vertaling van ‘Thunder Road’ van Bruce Springsteen – vertelt Boots aanstekelijk en vol vaart over zijn ervaringen in de wereld van de popmuziek – of rock & roll, zoals hij het zelf noemt. Over zijn ontmoetingen met artiesten, over zijn radio- en tv-werk en over de plaats van popmuziek in zijn eigen leven. Het knappe is: Boots is observator én fan tegelijk.

Donderweg heeft als ondertitel ‘Mijn leven in de fast lane van de popmuziek’. Ik vermoed hier enige ironie. Hoe dan ook, het boek staat vol prachtige anekdotes. Over helden die in werkelijkheid ook echt helden blijken te zijn, zoals Tom Waits en Iggy Pop. Over een overweldigend concert van metalband Slayer in de Leidse Groenoordhallen, waar Boots bijna ten onder gaat in een zee van bier, zweet, modder en decibellen. Over het pure entertainment van de Golden Earring waarin hij ondanks zichzelf wordt meegezogen. En nog veel meer.

djEen groot deel van de internationale alternatieve popscene komt in Donderweg voorbij. Tegelijk is het boek zeer herkenbaar Hollands, met een kelderdiscotheek, saaie duindorpen waar het altijd waait en inkijkjes in het medialand van Hilversum: de wereld van radiomakers, omroepbazen en zendercoördinators, waarin ‘de muziekpolitie’ het steeds meer voor het zeggen heeft.

Joe Jackson - hoes Is She Really Going Out With HimMaar het mooiste zijn de persoonlijke stukken over ‘wat rock & roll met je doet’, zoals Boots het zelf zegt. Zo is Springsteen voor de opgroeiende Jaap als een begripvolle grote broer. En Joe Jacksons ‘Is She Really Going Out With Him?’ biedt hem in zijn puberjaren een waardige plek als toeschouwer. Later is er Nick Cave, die een speciale positie in Boots’ hart inneemt omdat diens From Her To Eternity het enige was dat hem als twintiger troost bood in een pijnlijk rouwproces.

roadmovieDonderweg leest als een trein. Of eigenlijk als een roadmovie. Een film waarin je samen met de hoofdfiguur in een grote oude auto door een weids rock & roll-landschap zoeft. Onderweg ontmoet je de meest wonderlijke figuren en neem je afslagen naar het onbekende. En kom je tot een paar frisse inzichten waarmee je verder kunt. Zo’n boek is Donderweg. Dus als je nog iets zoekt dat ze voor jou onder de kerstboom mogen leggen …

Donderweg affiche theatershowP.S. Jaap Boots maakte op basis van Donderweg ook een one-man-theatershow. Met plaatjes en live-muziek. Ik las lovende recensies. Zijn speellijst vind je hier.

 

De serieuze gevolgen van herhaling

de correspondentEen tijdje geleden tipte iemand me over een interessant artikel in de online kwaliteitskrant De Correspondent. Het stuk legt uit hoe het komt dat we slechte popsongs toch goed gaan vinden. Dat zit namelijk zo: onze hersenen belonen ons met een lekker gevoel wanneer we een liedje zonder al te veel moeite kunnen meeneuriën of -zingen. En dus waardeer je liedjes die je al vaak hebt gehoord meer dan onbekende. Wetenschappelijk bewezen, met van die hersenscans die ons inpeperen dat we gewoon de slaaf van ons brein zijn.

goombay dance band2Je kunt je natuurlijk afvragen of die herhalingstheorie wel zo wereldschokkend is. Platenmaatschappijen gaan al sinds jaar en dag uit van diezelfde volkswijsheid bij het ‘pluggen’ van hun liedjes bij radio-dj’s. Bovendien, als je even nadenkt – veel nummers zouden zonder die hersenspoeling toch nooit in de top van de hitparade kunnen belanden? Denk bijvoorbeeld aan ‘Sun of Jamaica’ van de Goombay Dance Band, of aan ‘I Was Made For Loving You’ van Kiss, om een ander veelzeggend voorbeeld te gebruiken.

hoofd met elektrodes eropWat ik wel schokkend vind, is dat die wetenschappers het omgekeerde fenomeen niet hebben onderzocht. Dat was veel zinvoller geweest. Ik bedoel het verschijnsel dat een goed nummer je kan gaan tegenstaan als je het te váák hoort. Dat je opeens een lichte weerzin voelt opkomen bij het horen van een liedje dat je toch zo mooi vindt – of vond. Gevolgd door de angst dat dat niet meer ongedaan kan worden gemaakt. En bij elke luisterbeurt erger zal worden. Ik ken het uit eigen ervaring, met een paar platen die ik nu niet meer draai.

alles van waarde is weerloosVolgens mij zouden onderzoekers dat overkill-effect tot op de bodem moeten doorgronden en daarna oplossingen  bedenken. Met of zonder hersenscans. Het gaat hierbij ten slotte om iets waardevols dat verloren dreigt te gaan. Om schoonheid die onbereikbaar wordt. Veel belangrijker dan het bekende trieste feit dat muzikale shit puur door herhaling in goud kan veranderen.

Hoeveel kleuren kun je de blues geven – Robert Cray

Cray - hoes Strong PersuaderDe wereld maakte in 1984 kennis met Robert Cray via de hitsingle ‘Right Next Door’. Het blues-popnummer bezorgde hem het imago van gladde maar sympathieke schuinsmarcheerder. En hoewel de overspelige liefde in zijn werk geregeld terugkomt, liet de zanger-gitarist in de tussenliggende dertig jaar zien meer in zijn mars te hebben dan alleen het bekende idioom van de blues.

Cray cd hoes in kleurenWant de blues is wel uniek in zijn aardsheid, kracht en intensiteit, maar het wordt ook gauw meer van hetzelfde. Dat vond Robert Cray (Georgia, VS, 1953) ook. Daarom verkent hij op elk van zijn achttien albums hoeveel kleuren je de blues kunt geven zonder de grondtoon te verliezen. Dat doet hij door al zijn muziek – ook soul, rock, pop, ballads – te zingen en spelen met de intonatie en intensiteit die kenmerkend is voor de blues, terwijl de liedjes zelf vaak sterk afwijken van het vaste stramien van drie akkoorden en 12 maten. Cray

Cray’s teksten beperken zich niet tot het vaste blues-thema van hartzeer in relaties. Hij zingt ook over zulke uiteenlopende onderwerpen als belastingen, de problemen die ontstaan als je de jackpot wint, kind-ouderrelaties en de impact van oorlog. Puristen verwijten hem wel dat zijn blues te glad en te weinig doorleefd is. Pure onzin wat mij betreft. Cray’s bijdrage is juist dat hij het oude genre levend en wel de 21e eeuw in heeft gebracht voordat het voorgoed in de vergetelheid zou wegsukkelen.

Cray blauw shirtMaar bij Robert Cray moet je wel goed luisteren. De diamantjes openbaren zich soms pas na meermaals luisteren, als zijn puntige gitaarlicks zich onuitwisbaar in je hoofd blijken te hebben genesteld. Bijvoorbeeld in het meeslepende These Things (Midnight Stroll, 1990), met zijn krachtige soulzang en stuiterende tremolo gitaarsolo. Of in ‘Passing By’ (Shame & A Sin, 1993), waarin jeugdige bravoure heeft plaatsgemaakt voor een openhartige overdenking over hoe je een huwelijk goed kunt houden.

DSC_0504Live weet Cray op zijn beste momenten tot diep in je ziel door te dringen, zoals ik tweemaal heb ervaren. Omdat elke noot, uit zijn strot of zijn gitaar, dan bij hem uit het diepst van ziel komt. Komende zaterdag 18 oktober staat Cray met zijn band op het Ramblin’ Roots-festival in Utrecht. Ik zou zeggen: grijp je kans en check him out!

Graham Parker & The Rumour in Paradiso – dubbelreünie

graham parker toen 2 ‘Hij is buitengewoon klein, draagt immer een zwarte zonnebril en heeft zich omringd met een aantal van Groot-Brittannië’s beste popmusici.’ Zo kondigde het VPRO-radioprogramma Amigos de Musica in 1978 een live-opname van Graham Parker & The Rumour aan. Waarna de Britse angry young man met zijn band losbarstte in een stomende versie van ‘Pourin’ It All Out’ – een van zijn klassiekers. De aankondiging en het nummer staan in mijn geheugen gegrift.

Gisteravond kwam het allemaal terug. Op het podium in Paradiso stonden Graham Parker & The Rumour. De band is dertig jaar na hits als ‘Hey Lord, Don’t Ask Me Questions’ singlehoes Hey Lord Don't Ask Me Questionsen ‘New York Shuffle’ weer herenigd. En het was gisteren een dubbelreunie, want ikzelf was in gezelschap van twee van de belangrijkste mensen uit mijn jeugd, mijn broer Wim en mijn oude vriend Robert, met wie ik overigens nog steeds muziek maak. Ruim vierendertig jaar geleden waren we in precies dezelfde samenstelling bij het eerste grote concert dat ik als 16-jarige mocht bijwonen. Van – ja – Graham Parker & The Rumour.

graham parker nuBij zoveel overeenkomsten wordt de aandacht natuurlijk getrokken door de verschillen. Een daarvan is dat de mannen op het podium er inmiddels wel een heel stuk ouder uitzien. Sommige zijn zelfs bijna onherkenbaar. Maar zodra je dat constateert, vraag je je automatisch af of dat misschien ook voor jezelf geldt. En dan is het hek van de dam. Dan word je, net als bij een schoolreünie, bezocht door hardhandige vragen als: Heb ik mijn jeugddromen waargemaakt? Hoe steken mijn prestaties af bij die van de anderen? En als je niet oppast verandert een leuk uitje zomaar in een zwaar examen.

Gelukkig is daar dan de muziek. De muziek die alles kan oplossen. Die je kan meenemen, weg van al te moeilijke vragen, op een reis vol ontroering, opwinding en soul.  En GP & the Rumour waren gisteravond uitstekend op die taak berekend. Je beleeft zo’n concert nooit zoals de allereerste keer, maar Pourin’ It All Out klonk nog even onstuimig en doorleefd als toen. Ook het latere werk werd bezield en krachtig gespeeld, zoals het verstilde You Can’t Be Too Strong. En dan herken je in de verweerde koppen van nu weer de jeugdige mannen die eronder verscholen zitten. Op het podium en in de zaal. Pfff.