Paradiso

Concertetiquette 1 – Door de muziek heen ouwehoeren

poppubliek en handen in de luchtWanneer het begonnen is, kan ik niet aanwijzen. Het moet heel geleidelijk zijn gegaan in de afgelopen twintig, vijfentwintig jaar. Ik doel op het geklets, gewauwel, geouwehoer – hoe moet je het noemen -, om je heen tijdens live optredens. Heel irritant. Als concertganger probeer je je over te geven aan de muziek, de artiest legt zijn ziel bloot op het podium – en een groepje mensen naast jou kiest ervoor om op vol volume – ja, je moet wel over dat lawaai van die muziek heen komen –  iets te ‘delen’ over de nieuwste coole app of een belachelijke collega op kantoor. Je herkent dit vast wel.

04_FM09_cover_LRIk vraag me af waar dat irritante gedrag vandaan komt. In Filosofie Magazine las ik enige tijd geleden een interessante verklaring. Politiek filosoof Ivana Ivkovic betoogt dat in onze samenleving de waarden uit het privédomein, zoals eerlijkheid en spontaniteit, ook maatgevend zijn geworden in het openbare leven. We verwachten dat de straat tegenwoordig net zo comfortabel is als onze huiskamer – en we moeten dus overal kunnen doen alsof we thuis zijn. Waarmee de sfeer in de bus, trein of bioscoop voor anderen juist onbehaaglijk kan worden. Waarna de overheid weer kan proberen daar wat aan te doen via stiltecoupés, controlerende ambtenaren en bordjes met regels.

koptelefoon op bij concertAls concertganger wil je natuurlijk geen stiltecontroleurs of bordjes met ‘stiltegebied’. Maar wat doe je dan als een kwebbelkous jouw muziekgenot blijft verstoren? Negeren is een optie, maar dat is soms gewoon ondoenlijk. Een korte blik in de richting van het bierkransje ketst doorgaans af. De figuren aanspreken kan ook, maar je weet nooit hoe dat zal worden opgevat. Koptelefoon opzetten heeft andere nadelen.

stilte niet zingenEr zijn ook elegantere methoden. Waarvoor dan wel de artiest nodig is. Die kan de kletser isoleren door op heel laag volume te spelen. Hoe zachter de muziek, hoe meer een prater de onbewuste code doorbreekt dat die plek is bedoeld om naar muziek te luisteren.

Luka Bloom 3Een andere fraaie oplossing hoorde ik eens van een vriend die in de jaren ‘90 een solo-optreden van de Ierse folkzanger Luka Bloom in Paradiso bijwoonde. Bij aanvang van het concert in de hoofdstedelijke poptempel was Bloom bezig met de soundcheck. Zoals gebruikelijk vroeg hij aan het publiek of hij overal in de zaal goed te horen was. ‘Yes? Great. Can you also hear me back there at the bar? Okay. ‘Cause I can you hear you very well, too.’ Waarmee ook maar eens is aangetoond dat je een goeie diss ook buiten de rap kunt vinden.

Graham Parker & The Rumour in Paradiso – dubbelreünie

graham parker toen 2 ‘Hij is buitengewoon klein, draagt immer een zwarte zonnebril en heeft zich omringd met een aantal van Groot-Brittannië’s beste popmusici.’ Zo kondigde het VPRO-radioprogramma Amigos de Musica in 1978 een live-opname van Graham Parker & The Rumour aan. Waarna de Britse angry young man met zijn band losbarstte in een stomende versie van ‘Pourin’ It All Out’ – een van zijn klassiekers. De aankondiging en het nummer staan in mijn geheugen gegrift.

Gisteravond kwam het allemaal terug. Op het podium in Paradiso stonden Graham Parker & The Rumour. De band is dertig jaar na hits als ‘Hey Lord, Don’t Ask Me Questions’ singlehoes Hey Lord Don't Ask Me Questionsen ‘New York Shuffle’ weer herenigd. En het was gisteren een dubbelreünie, want ikzelf was in gezelschap van twee van de belangrijkste mensen uit mijn jeugd, mijn broer Wim en mijn oude vriend Robert, met wie ik overigens nog steeds muziek maak. Ruim vierendertig jaar geleden waren we in precies dezelfde samenstelling bij het eerste grote concert dat ik als 16-jarige mocht bijwonen, dat van – ja – Graham Parker & The Rumour, in het Congresgebouw in Den Haag.

graham parker nuBij zoveel overeenkomsten wordt de aandacht natuurlijk getrokken door de verschillen. Een daarvan is dat de mannen op het podium er inmiddels wel een heel stuk ouder uitzien. Sommige zijn zelfs bijna onherkenbaar. Maar zodra je dat constateert, vraag je je automatisch af of dat misschien ook voor jezelf geldt. En dan is het hek van de dam. Dan word je, net als bij een schoolreünie, bezocht door hardhandige vragen als: Heb ik mijn jeugddromen waargemaakt? Hoe steken mijn prestaties af bij die van de anderen? En als je niet oppast verandert een leuk uitje zomaar in een zwaar examen.

Gelukkig is daar dan de muziek. Muziek kan alles oplossen. Ze kan je meenemen, weg van al te moeilijke vragen, op een reis vol ontroering, opwinding en soul. En GP & the Rumour waren gisteravond uitstekend op die taak berekend. Je beleeft zo’n concert nooit zoals de allereerste keer, maar Pourin’ It All Out klonk nog even onstuimig en doorleefd als toen. Ook het latere werk werd bezield en krachtig gespeeld, zoals het verstilde You Can’t Be Too Strong. En dan herken je in de verweerde koppen van nu weer de jeugdige mannen die eronder verscholen zitten. Op het podium en in de zaal. Pfff.