Maand: maart 2020

Hulp vragen

In reactie op de coronaperikelen schieten overal in Nederland en de rest van de wereld de hulpinitiatieven als paddenstoelen uit de grond. Dat is heel mooi om te zien, en tegelijkertijd valt op dat het aanbod tot nu toe de vraag ruimschoots overstijgt. Hoe zou dat komen? Zijn er echt zo weinig mensen die hulp kunnen gebruiken?

Volgens psychologen is de oorzaak van de mismatch waarschijnlijk een andere: hulp geven is vele malen gemakkelijker dan het vragen of hulp aannemen. Want hulp vragen wordt toch vaak als een nederlaag ervaren of levert het knagende gevoel op dat je een ander met jouw sores belast. Dat is zonde, te meer omdat het desastreus is om te lang te wachten, want dan wordt het steeds moeilijker om uit de shit te komen. Zouden er geen popliedjes zijn die mensen helpen om de moeilijke taak om hulp te vragen?

De eerste die me te binnen schiet, is Billy Swann. Hij had begin jaren 70 een dijk van een hit met I Can Help. Het lekker deinende nummer, met dat vrolijk zeurende orgeltje, laat mij voelen hoe heerlijk het moet zijn om degene te zijn die zijn diensten kan aanbieden. Knoop dit in je oren als je assistentie zoekt – je doet er iemand een ongelooflijk plezier mee als je zijn of haar hulp aanneemt.

hoes Help!Beatle John Lennon zag al vroeg in dat hij het in zijn eentje niet kon redden. In 1965 schreef hij Help!, misschien wel de eerste popsong over de fundamentele onzekerheid van de naoorlogse generatie. Een paar jaar later deed de Beatle het nog eens dunnetjes over met With A Little Help From My Friends. De boodschap: iedereen heeft soms een helpende hand nodig, je hoeft het niet allemaal altijd alleen te doen of te kunnen.

Dat je je niet altijd bescheiden hoeft op te stellen, liet Van Morrison in 1974 horen in Help Me, een cover van Sonny Boy Williamson. ‘Bring me my night shirt, put on your morning gown / If you don’t help me I’m gonna find me someone else’. Gebiedende wijs, ultimatums, dat werk. Het moet je liggen, maar de aanpak is best verfrissend.

Mick Hucknall van Simply Red hield in Money’s Too Tight To Mention (1985) eerst zijn hand op bij de bank, toen bij zijn broer en zijn vader. Overal nul op het rekest. Want dat hoort ook bij hulp vragen – accepteren dat je verzoek niet altijd wordt ingewilligd. Maar wat het nummer vooral toont, is hoe gewoon hulp vragen is.

De frontman van Simply Red verzon dit natuurlijk niet helemaal zelf, hij borduurde voort op Sam Cooke’s oer-hulpnummer A Change Is Gonna Come, hier in de onovertroffen versie van Aretha Franklin. De ik-figuur in deze soulklassieker is bijna aan het eind van haar Latijn. ‘Then I go to my brother, and I asked him Brother, could you help me please’ / he said Good Sister, I’d like to but I’m not able, / And when I looked around I was right back down on my bended knees.’ Ondanks de tegenslagen blijft de grondtoon optimistisch: ‘A change is gonna come’. Aan de trotse en waardige houding kun je je ook vasthouden. Goed weekend, pas goed op jezelf en elkaar!

Sociale afstand

Het buzz-woord van de afgelopen week was ongetwijfeld ‘social distancing’, het bewaren van gepaste sociale afstand. Er wordt veel heil van verwacht. Het coronavirus zelf, de informatiestroom en de maatregelen grijpen diep in ons leven in. Er is soms paniek of angst, maar vaker zien we nieuwe uitingen van saamhorigheid, al of niet digitaal. Zoals in Italië, waar buurtgenoten vanaf hun balkon met elkaar musiceren.

Zijn er popliedjes die ons nu kunnen helpen? Het eerste antwoord is: een volmondig ja. We hoeven niet zoals in de 19e eeuw samen te komen om muziek te kunnen beleven – er staat ons een gigantische bibliotheek van liedjes ter beschikking die we op elk moment en op elke plek kunnen afspelen. Maar zijn er liedjes die specifiek raad of steun bieden bij social distancing? (meer…)

Albumverjaardag – Déjà Vu van CSN&Y

Goeie Nummers heeft de pretentie voorbij te gaan aan de waan van de dag. Daarom vandaag niets over virussen, epidemieën of vreemdelingenangst. Wel iets over de waan van de dag van toen. Afgelopen woensdag precies 50 jaar geleden kwam Déjà Vu van Crosby, Stills, Nash & Young uit. Een album dat, om in moderne termen te blijven, flink gehypet werd. Of was de euforie over Déjà Vu achteraf niet meer dan terecht?

Het enthousiasme rond CSN&Y had in elk geval een basis in de realiteit. De vier twintigers hadden in 1969 al een behoorlijke staat van dienst toen ze bij elkaar kwamen: David Crosby bij The Byrds, Graham Nash bij The Hollies, Stephen Stills en Neil Young bij Buffalo Springfield. En op de beste momenten vulden hun talenten en temperamenten elkaar ook fantastisch aan: de vier stemmen die wonderschoon samenvloeiden; het Britse popgevoel van Nash dat iets extra’s aan de Amerikaanse folk en rock gaf; de rauwe emotionaliteit van Canadees Young die net de nodige bite toevoegde.

Maar die diversiteit was ook de zwakte van CSN&Y. De ego’s waren zeker zo groot als de talenten. De verhalen over de onderlinge botsingen, aangewakkerd door chronisch cocaïnegebruik, zijn legendarisch. De boel klapte al snel. Er volgden nog wel hele en halve reünies, maar nooit haalde het viertal het oude niveau. Zo werd de band door de jaren heen steeds meer een mythe. Een mythe die je kunt samenvatten met de letters SRW: Supergroep, Rocksterren en Woodstock. Allemaal fenomenen die meer tijdgebonden bleken dan destijds werd gedacht.

Het begrip Supergroep kwam eind jaren 60 in zwang als aanduiding voor een band met artiesten die elders al naam hadden gemaakt, zoals Cream en Blind Faith. Het idee was dat zoveel opgestapeld poptalent een band moest opleveren die alle andere zou overtreffen. De term zou in de popjournalistiek nog lang worden gebruikt, maar steeds vaker tussen aanhalingstekens.

Het begrip Rockster werd in CSN&Y het best belichaamd door David Crosby, wiens levensstijl werd gekenmerkt door de aloude combinatie seks, drugs en rock-‘n-roll – op zijn 33e moest hij vanwege een geperforeerd neustussenschot al overstappen op het freebasen van coke. En de Woodstock-idealen van liefde en engagement? Ook die bleken niet bestand tegen de realiteit van mens en maatschappij. De vraag rijst: zijn Déjà Vu en CSN&Y niets meer een schim, is er niets van de magie overgebleven?

Allesbehalve. In de eerste plaats voor mijzelf. In 1976 – CSN&Y was inmiddels al uiteengevallen in solo- en duocarrières – zat ik in de eerste klas van de middelbare school. Niet de makkelijkste levensfase. Zoals veel pubers worstelde ik met mijn plek in de klas en in het grote geheel der dingen. Op dat moment verschenen Crosby, Stills, Nash & Young als reddende engelen, die mij onherroepelijk de fascinerende draaikolk van de popmuziek in trokken. Ik ben ze er nog steeds dankbaar voor.

Maar hun invloed gaat natuurlijk veel verder. CSN&Y hebben de meerstemmigheid, voorheen vooral iets voor ‘oubollige’ genres als barbershop en serieuze meezingkoren, de rock-‘n-roll in gebracht. Groepen als Eagles, Venice en Fleet Foxes doen er nog steeds hun voordeel mee. Ook hun eclectisch omgang met diverse Amerikaanse muziektradities en de combinatie van akoestische en elektrische nummers heeft navolging gekregen in acts als Wilco en Ryan Adams.

Maar het belangrijkste ervaar je als je Déjà Vu gewoon weer eens opzet. Spannende, rijke muziek, dat is het. Nog steeds. Tijdloos. Mijn persoonlijke smaak bleek in de afgelopen 45 jaar een beetje veranderd. Mijn favorieten nu zijn nummers die ik destijds te gekunsteld vond: Country Girl en de jazzy titeltrack. Maar mijn topnummer is in al zijn eenvoud gewoon het topnummer gebleven dat het altijd al was: 4 + 20.

Het mooiste wandelliedje

Wandelen is hot. Filosofen als Aristoteles, Rousseau en Nietzsche zweerden er al bij, en ze krijgen nu postuum bijval van de wetenschap. De gunstige effecten van wandelen blijken enorm: je wordt er fitter, slanker en rustiger van, je mentale veerkracht, geheugen en denkkracht verbeteren met sprongen, kortom wandelaars leven langer en gelukkiger.

Het andere goede nieuws, in elk geval voor mij, is dat de relatie tussen wandelen en muziek behoorlijk innig is. Muziek kan parkinsonpatiënten weer in beweging brengen. Blaaskapellen hebben een maat nodig om op te marcheren en wandelsporters in de jaren 50 zongen monter van ‘De paden op, de lanen in’ om het tempo erin te houden. En in de jazz heb je natuurlijk de walking bass.

Maar wat heeft de popmuziek met wandelen, bestaan er ook echte popwandelliedjes in de pop? vroeg ik me af. En ja, dat bleek inderdaad het geval. De muziekverzameling op mijn pc leverde al meer dan tweehonderd nummers met wandel-titels op. Ik ging in die lijst op zoek naar het mooiste wandelliedje.

Wat me als eerste opviel: een aantal van mijn topfavoriete artiesten bleken echte wandel-adepten. In sommige gevallen, zoals bij Fats Domino, was dat best verrassend, bij anderen – John Hiatt, James Taylor, Richard Thompson en Neil Finn (Crowded House) – iets minder.

Veel sterke nummers onder die walking songs, maar wat was nou de mooiste? Voor mij: Walking Song van Kate & Anna McGarrigle, en dan niet alleen vanwege de titel. Het lied, geschreven en gezongen door Kate McGarrigle (1946-2010) en afkomstig van Dancer With Bruised Knees uit 1977, is een wonder van songschrijfkunst en lijkt op geen enkel ander nummer dat ik ken.

Voor een wandelnummer is het tempo van Walking Song behoorlijk traag. Hier wordt niet gemarcheerd of een blokje om gelopen – dit is een lange, lange zwerftocht, zonder haast. Twee mensen wandelen door de stad, op het platteland, door bossen, over bergpaden, in de winter, in de zomer, terwijl ze zichzelf steeds meer blootgeven en elkaar steeds beter leren kennen.

En jij loopt mee. Je gaat van de boom waarin ze hun initialen kerven naar de besneeuwde boerderijen in Canada en Spaanse villa’s in Mexico. Walking Song is een roadmovie met de benenwagen, barstensvol leven. Het gaat over de wereld om ons heen én over de persoonlijke geschiedenissen die we met ons meedragen. Over architectonische bezienswaardigheden én over honger, dorst en seks. Het Hoge en het Lage. Eeuwige liefde en sportschoenen.

En bovenal gaat het over conversatie. Lopen en praten zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden – is het daarom dat die twee woorden in het Engels zo mooi rijmen? Walking Song is ook een bezwering: zolang we blijven lopen en met elkaar blijven praten zal ook de liefde voortduren. ‘This song like this walk I find hard to end,’ zingt Kate dan ook. Maar het lied kan niet eindeloos doorgaan, dat beseft ze, daarom sluit ze af met de mooiste liefdesverklaring ooit:

‘Be my lover or be my friend / In sneakers or boots or regulation shoes / Walking beside you I’ll never get the walking blues.’

Balsem voor de ziel. 

Ken jij een ander mooi wandelliedje? Deel het hieronder!