Maand: april 2015

Albumverjaardag – ‘Goodbye Jumbo’ van World Party

cd hoes Goodbye Jumbo van World PartyToeval of niet, Goodbye Jumbo, met zijn alarmerende titel, verscheen 25 jaar geleden op World Earth Day. De Britse singer-songwriter Karl Wallinger (Prestatyn, 1957), voormalig lid van The Waterboys, debuteerde met zijn World Party vier jaar eerder al met Private Revolution, met de tijdloze hit Ship of Fools. Maar in 1990 kwam alles bij elkaar op Goodbye Jumbo.

Karl Wallinger jongOndanks Wallingers serieuze boodschap klinkt Goodbye Jumbo vooral als zijn hobby. In de onweerstaanbare melodieën is de ‘lust for pop’ – vooral die van de jaren ’60 – het belangrijkste ingrediënt. De verwijzingen naar zijn voorbeelden zijn even talloos als speels. Neem het ‘ooh ooh’-koortje uit ‘Sympathy For The Devil’ (Stones) in Way Down Now of het Al Kooper-orgel van Blonde on Blonde (Dylan) in Take It Up. De Beatle-citaten uit ‘Mr. Postman’ in When The Rainbow Comes of de broeierige Sly Stone-funk in Ain’t Gonna Come Till I’m Ready. Je zou zo een popquiz van alle muzikale citaten kunnen maken.

Karl Wallinger middelMaar Goodbye Jumbo is gek genoeg niet retro. Wallinger smeedt het gevarieerde album vakkundig tot een eenheid, en de muziek is van begin tot eind doortrokken van zijn persoonlijke bezieling. Van zijn zin voor muziek, voor spiritualiteit, voor zijn medemensen, voor de wereld. Zelden kreeg ecologisch bewustzijn zoveel soul mee.

Karl Wallinger met gitaarNa Goodbye Jumbo werd World Party een gouden toekomst voorspeld. Het liep iets anders. Opvolgers Bang! (1993) en Dumbing Up (2000), losten de verwachtingen niet helemaal in, al bevatte Egyptology (1997) wel het prachtige ‘She’s the One’, waarmee Robbie Williams een nummer 1-hit had. Ernstiger was dat Wallinger in 2001 werd getroffen door een cerebraal aneurysma waarvan hij vijf jaar lang moest revalideren.

arkeologyIn 2012 verscheen Arkeology, een 5-cd-box met nummers die de cd net niet haalden, live-opnames, B-kantjes, demo’s en ‘doodles’. Ik moet dat album nog uitchecken, voorlopig blijf ik nog even stilstaan bij de meesterlijke afscheidsgroet aan onze planeetgenoot de olifant. Je kunt hier met me mee meedoen op Spotify.

De lokroep van de trein

albumhoes Midnight Train to GeorgiaPopsongs houden van treinen. Rock&Roll-teksten zijn vergeven van de ‘trains’, ‘stations’ en ‘railroads’ en alles wat daarbij hoort. Mijn muziekverzameling kent alleen al meer dan vijftig nummers met een trein in de titel: Midnight Train to Georgia (Gladys Knight & The Pips), ‘Mystery Train’ (Elvis Presley), ‘Stop This Train’ (John Mayer) en Desperado’s Waiting For A Train (Guy Clark) – om er een paar te noemen.

oude treinDie treinen in liedjes doen van alles. De ene keer brengen ze je dichter bij je geliefde, de andere keer pakken ze haar/hem juist van je af. ‘Freight trains’ zijn je tijdelijke thuis tijdens omzwervingen door land en leven. En dan is er nog de trein als metafoor voor een onbestemd verlangen, naar elders, naar beter, groter, echter. Zoals in de onvergetelijke regels van Paul Simon: ‘Everybody loves the sound of a train in the distance / Everybody thinks it’s true’ (‘Train In The Distance’).

trein interieur2Andersom houdt de trein ook heel veel van popsongs. Het is de perfecte plek om naar goeie nummers te luisteren. Het zachte suizen van de intercity. De onhoorbare geluiden buiten, achter de getinte ramen. Het landschap dat voorbij flitst terwijl jij zelf rustig in je wagon zit met je mp3 op je hoofd. Bovendien, de reis zelf is een tussentijd. Straks als je aankomt moet je weer van alles, maar nu kun je niet zoveel. Je hoeft ook niet zoveel. Medereizigers roepen alleen een vage, vrijblijvende interesse op. Een ideale cocon om je door de muziek te laten meevoeren naar verre streken. Zo reis je dubbel.

little feat - dixie chickenEn dan de laatste stap. Je zet ‘Riding Home’ van J.J. Cale op, met dat super-relaxte boemelritme. Of het hilarisch jagende ‘Freight Train’ van Fred Eaglesmith. Of gewoon Two Trains van Little Feat. Je reist nu driedubbel. De dag kan niet meer stuk. Heb jij ook een TopTreinNummer, of zelfs een TopTreinLijstje? Deel het op Goeie Nummers!

Ontdekkingen (1)

bronDit blog besteedt geregeld aandacht aan artiesten die ‘al wat langer meedraaien’, om het zo maar eens te zeggen. Maar het mooie is dat er uit de eeuwig lijkende bron van de popmuziek ook voortdurend nieuwe artiesten opwellen. En dat sommige daarvan meteen of na een paar luisterbeurten een onuitwisbare plek in je hart weten te veroveren. Hier twee artiesten die dit de afgelopen tijd bij mij deden.

Typhoon hoes Lobi Da BasiRapmuziek is mij meestal te monotoon. Maar Typhoon – artiestennaam van Glenn de Randamie (1984) – gooide vorig jaar met zijn album Lobi Da Basi zulke hoge ogen op de eindejaarslijstjes dat ik toch maar eens ging luisteren. En de lof was niet overdreven. Bijgestaan door topmuzikanten als jazz-saxofonist Benjamin Herman laat de Zwolse rapper-zanger op deze plaat rap-grooves fraai samengaan met lekkere latin- en caribische klanken. En dan die teksten. Associatief en ontwapenend baant Typhoon zich een weg door het oerwoud van het moderne leven: filosofisch, grappig, intiem, geëngageerd, strijdbaar – alles kan. En alles is er ook. En waar collega-rappers vooral boosheid of bravoure etaleren, zegt Typhoon ronduit dat Liefde De Baas is. Dat maakt het extra fijn. Leukste zin: ‘En als we toch nog voor de vorm bij elkaar zijn, kan ik dan ook nog voor de vorm aan je zitten, of hoe zit dat?’ (‘Surfen’)

Britt Daniel van Spoon 2Het eerste album van Spoon kwam al uit in 1996. Mijn kennismaking met het Amerikaanse vijftal dateert pas van vorig jaar. De indie-band uit Austin combineert een soort punk-energie met een ongelooflijke muzikaliteit. De staccato klanken en ingehouden gekte laten ruimtes die je als luisteraar automatisch met allerlei melodietjes gaat opvullen. Vergelijkingen met Crowded House, Talking Heads en The Pixies dringen zich op. Waarover Spoon-voorman Britt Daniel het in zijn liedjes heeft, is me tot nu toe geheel ontgaan. Maar er lijkt in de nummers altijd meer aan de hand te zijn dan je denkt – je weet alleen niet wat. Voor mij het kenmerk van buitengewone klasse. Hun songtitels doen daarbij ook volop hun werk, bijvoorbeeld  ‘Don’t Make Me A Target’, ‘Knock Knock Knock’, They Want My Soul en ‘Who Makes Your Money?’.

Iedereen moet af en toe terug naar de bron. Jij toch ook? Aan deze twee intrigerende geluiden, eentje uit eigen land en eentje van over de plas, heb ik me in elk geval flink gelaafd. Misschien zijn zij ook net wat jíj nodig hebt. Check ‘em out, zou ik zeggen.

Put some stank on it!

logo NPO radio 6Het is hoog tijd om iets te nuanceren. Een tijdje terug wees Goeie Nummers op de treffende gelijkenis tussen Funk en Hermetische Poëzie: dezelfde voor buitenstaanders bijna ontoegankelijke wereld, die vooral eindeloos naar zichzelf lijkt te verwijzen. Onlangs kwam ik erachter dat funk nog wel iets meer is dan dat. Want op de site van NPO Radio6 kun je een mooi verhaal vinden over de etymologie van ‘funk’.

New OrleansHet f-woord blijkt afgeleid van het Latijnse ‘fumigare’ (roken) en werd al in 1620 als ‘funk’ in het Engels opgenomen. Bijna drie eeuwen later snakt men in jazz-bakermat New Orleans naar meer smerigheid en nadruk in de muziek. Met de kreet ‘Put some stank on it’ worden muzikanten tijdens jamsessies rond 1900 opgezweept om niet te netjes te spelen en de grenzen van het welvoeglijke op te zoeken. Volgens sommigen weerspiegelt de kreet trouwens ook de atmosfeer in de jazzcafés van The Big Easy. Uiteindelijk wint het woord ‘funk’ het van ‘stank’, waarschijnlijk ongeveer zoals ‘gaaf’ bij ons ‘mieters’ heeft overvleugeld.

Earl_PalmerNa de Tweede Wereldoorlog krijgt muzikale smeltkroes New Orleans een nieuwe impuls met sterren als Fats Domino en Little Richard. Drummer Earl Palmer (1924-2008) speelt mee op veel van hun r&b-klassiekers, zoals I’m Walkin’ en Tutti Frutti. Volgens de overlevering is Palmer de eerste die het woord ‘funky’ gebruikt om zijn collega-muzikanten ertoe aan te zetten een nummer dansbaarder en meer syncopisch te spelen. De basisvorm van de dansbare funk zoals wij die nu kennen is daarmee geboren. Met nog steeds dat randje smerigheid dat Echte Funk kenmerkt.

Remco CampertDe parallel met een ander fenomeen uit de jaren ’50 dringt zich op. Want dat zijn in Nederland ook goede jaren voor de Hermetische Poëzie. Het zijn De Vijftigers (o.a. Lucebert, Remco Campert) die, vaak door jazz geïnspireerd, de gereguleerde wereld van de dichtkunst in dat decennium ‘openbraken’. Hun werk deelt de subversiviteit met de funk. Maar ik moet mijn eerdere conclusie dus wel nuanceren. Funk is Smerige Hermetische Poëzie of, zo je wilt, Hermetisch Stinkende Poëzie.