Maand: juli 2019

Het mooiste liedje over de maan

man op de maanVijftig jaar geleden, op 16 juli 1969, vertrok de Apollo 11 van de aarde, en vier dagen later stond er voor het eerst een mens op de maan. Die historische gebeurtenis wordt dezer dagen uitgebreid herdacht. Volkskrant-redacteur Olaf Tempelman werd zo verleid tot een fraaie beschouwing over de opvallende parallellen tussen de maanlanding en de al even grensverleggende progrock van begin jaren 70. Maar hoewel technisch gezien dus een stuk dichterbij dan daarvoor, bleef de maan in de popmuziek sindsdien toch voornamelijk fungeren als de vertrouwde en vooral onbereikbare metgezel die ze altijd was geweest.

The LauDie combinatie van vertrouwdheid en onbereikbaarheid blijkt songwriters eindeloos te inspireren. Van evergreens als Blue Moon en How High the Moon tot recenter werk van Norah Jones (Shoot the Moon) en Dawes (Moon in the Water). Nachtmens Thé Lau was eraan verknocht, getuige Scene-liedjes als Volle Maan, Maan en Kind van de Maan. Gitarist John Zorn maakte in 2017 zelfs een heel album geïnspireerd op de maanvisioenen van William Shakespeare (1564-1616).

maan 3Die onbereikbaarheid geeft songwriters uiteraard alle ruimte om eigenschappen aan onze bijplaneet toe te kennen. Romantiek, dat is het eerste waar je aan denkt: See What A Little Moonlight Can Do (Billie Holiday), Moondance (Van Morrison), Harvest Moon (Neil Young). Maar John Fogerty  van CCR schrijft de maan juist een kwade invloed toe (Bad Moon Rising), net als Sting (Moon Over Bourbon Street). En voor Paul Simon is ze kennelijk de ultieme inspiratiebron voor zijn kunst (Song About the Moon).

I am klootIn het zuiden en midden van de Verenigde Staten stelt men zich de maan voor als een alziend oog, wanneer we mogen afgaan op bijvoorbeeld JJ Cale (Cajun Moon), Bill Monroe (Blue Moon of Kentucky) en The Neville Brothers (Yellow Moon). En die oog-maan staat ook centraal in het allermooiste maanliedje dat ik de afgelopen jaren hoorde: The Moon Is A Blind Eye van de Britse indieband I Am Kloot (spreek uit: ai em kloet), afkomstig van hun vijfde studioalbum Sky At Night (2010).

maan 4In de eerste coupletten van The Moon Is A Blind Eye lijkt eerder de hele mensheid dan een enkel individu aan het woord: ‘We may illuminate the atmospheres / And still not know / Still not know who we are’. Met de dromerige getokkelde gitaar en de klaaglijke stem van zanger John Bramwell klinkt de woorden alsof ze rechtstreeks door de dampkring heen gericht zijn aan die koude onaangedane steenklomp daarboven.

John Bramwell I Am KlootMaar anders dan bij Cale of Monroe is de maan hier geen alziend oog, maar juist blind. Misschien moeten we hier denken aan de uitdrukking ‘to turn a blind eye’, wat zoveel betekent als ‘een oogje toeknijpen’. En verderop zingt Bramwell ‘to be loved, to be loved is to be divine’. Heel gemakkelijk maakt de songwriter het ons niet, maar ik begrijp het zo dat dit hemellichaam, zoveel ouder en wijzer dan wij, mild en vergevend is gestemd jegens ons aardbewoners.

Maan 1Het is ook niet zo belangrijk om de tekst precies te begrijpen. Ik laat me graag door de ruimte meevoeren op de klanken: pauken, orgel, gitaar, piano, een koor – alles zo ongehaast, bijna toevallig – en die troostrijke stem die zingt ‘And the moon is blind eye’.

Zing Nederlands met me

Boudewijn de GrootLange tijd, ruwweg de hele sixties en seventies, was Engels de voertaal in de Nederlandse popmuziek. Wie erbij wilde horen, als artiest dan wel als luisteraar, gebruikte het Engels. Op een paar uitzonderingen na (Armand, Boudewijn de Groot, Peter Koelewijn) was de eigen taal taboe.

Doe Maar2Begin jaren 80 doorbrak Doe Maar het taboe, met bands als Het Klein Orkest, Het Goede Doel en Toontje Lager in hun gevolg. Het Nederlands bleek dus toch cool genoeg te zijn. En inmiddels lijkt de eigen taal geheel salonfähig geworden, van mainstream popartiesten en singer-songwriters tot regiorockers en de tegenwoordige alomtegenwoordige rappers.

Chuck BerryMaar wat moeten we van de groei van de nederpop denken? Is het een vorm van emancipatie: hebben we ons die ‘vreemde’ cultuur – de Amerikaanse rock-‘n-roll die Europa in de jaren 50 en 60 stormenderhand veroverde – langzaam maar zeker steeds meer toegeëigend? Kiezen Nederlandse popartiesten en -luisteraars bewust steeds meer voor de taal die ze tot in alle haarvaten beheersen in plaats van een taal waarin ze altijd outsiders blijven?

spinvis 3Voor die opvatting is zeker iets te zeggen. Artiesten als Bløf, Daniël Lohues, Bennie Jolink, Huub van de Lubbe, Eefje de Visser en Spinvis benadrukken in interviews dat ze de eigen taal hebben gekozen om zich optimaal te kunnen uitdrukken en zich met hun publiek te kunnen verstaan. En voor de luisteraars zal ongeveer hetzelfde gelden, maar dan omgekeerd – al moet je de mensen niet de kost willen geven die zeggen ‘nooit naar teksten te luisteren’ of ‘het juist leuk te vinden een tekst zelf zoveel mogelijk in te vullen.’

Régis DebrayMaar er is ook andere visie mogelijk. De eigenzinnige Franse filosoof Régis Debray (1940) betoogt in zijn boek Civilisation uit 2017 dat wij Europeanen in de afgelopen eeuw allemaal min of meer Amerikanen zijn geworden. Wij leven aan de rand van hun rijk, zegt hij, waar ons net zoveel manoeuvreerruimte wordt gegund als de barbaren destijds in het Romeinse rijk kregen. En de techno-economische globalisering van de afgelopen eeuw, onder leiding van de VS, heeft tegelijk op alle continenten een groeiend verlangen naar eigenheid opgeroepen – zie de opkomst in Europa van tradities, talen en lokale identiteiten die teruggrijpen op het eigen verleden.

American Dream2Debrays visie is tamelijk zwart, maar het valt niet te ontkennen dat de ‘grote’ domeinen wetenschap, techniek, bedrijfsleven en commercie steeds meer globaliseren en verengelsen. En dat ook de rock-‘n-roll in dat plaatje past. De muziekstijl veroverde Europa met een taal die groot prestige droeg: de Amerikaanse droom van individuele vrijheid en welvaart.

NL vlagEn als je die gedachtegang volgt, kun je ook de huidige Nederlandstalige pop zien als gekrabbel in de marge, weerstand in de beperkte manoeuvreerruimte die ons aan de randen van het Amerikaanse rijk gegund wordt. De groei van de nederpop is dan onderdeel van de toenemende aandacht voor nationale symbolen als het Wilhelmus, de vlag en het nationaal cultureel erfgoed.

sponsDie bewering van Debray – of in elk geval wat ik hem in de mond leg – gaat wel heel ver. Popmuziek en Wilhelmus als twee loten aan dezelfde stam? Nee, dat kan niet. Popmuziek heeft ten eerste doorgaans weinig oog voor het nationale verleden. Bovendien heeft popmuziek juist altijd als een spons invloeden uit vele windstreken opgezogen. Nee, ik geloof eerder dat we door de huidige Nederlands- en Engelstalige popmuziek een en weer kunnen switchen tussen de eigen en de mondiale cultuur. Het is eerder een brug dan een afweermiddel.

Kenny BMaar het mooiste zou natuurlijk zijn als onze wereldberoemde Nederlandse dj’s (Martin Garrix, Tiësto, Armin van Buuren c.s.) hun prestige zouden gebruiken om het Nederlands ook buiten ons land verder te brengen. Onder het motto, vrij naar rapper-zanger Kenny B: ‘Zing Nederlands met me’. Wie weet wat daar nog uit voortkomt.

Een rockfilm die rockt

Bohemian RhapsodyHet is niet zo dat de rockfilm onlangs is uitgevonden, maar popliefhebbers kunnen tegenwoordig in de bioscoop wel hun hart ophalen. Bohemian Rhapsody (biopic Freddie Mercury/Queen) was de filmhit van vorig jaar, en daarnaast verschenen onder meer de documentaire Devil’s Pie (over soulfenomeen D’Angelo), de speelfilms A Star is Born (de 3e remake), Wild Rose (feelgood over Schotse country-zangeres), Yesterday (rom-com rondom Beatles-songs) en Rocketman (biopic Elton John).

sitting ducks speelgoedMaar nemen deze rockfilms ons als popliefhebbers en filmkijkers serieus, voegen ze echt iets toe aan onze beleving van de muziek of ons inzicht in de artiesten? Of zien de makers ons vooral als sitting ducks – meelijwekkende figuren die ongeacht de kwaliteit toch wel op de rolprent afkomen, verslaafd als we zijn aan onze popidolen en onze popnostalgie?

rocketmanOp zoek naar een antwoord ging ik naar Rocketman, de biografische speelfilm over zanger-pianist Elton John. Eerste probleem: ik ben geen echte Elton John-fan. Tweede probleem: de biopic is een buitengewoon lastig genre. Want als de film waarheidsgetrouw is, is hij vaak ook saai; maar als de regisseur wat vrijheid neemt, staan woedende fans en kritische popcritici meteen bij hem op de stoep. Gelukkig – spoiler alert – weet Rocketman-regisseur Detcher Fletcher al die klippen te omzeilen, sterker nog, hij vliegt er gewoon overheen.

Elton John hoesRocketman voert de kijker in een wervelend tempo mee door het leven van Reginald Dwight, zoals Elton John eigenlijk heet, vanaf diens vijfde tot pak ‘em beet zijn 35e levensjaar. De focus ligt op de jaren 1967-1980, de periode waarin de bebrilde artiest klassiekers als ‘Goodbye Yellow Brick Road’, ‘Sorry Seems To Be The Hardest Word’ en ‘Your Song’ produceert – en dat is fijn, want zo wordt het zwakkere songmateriaal van daarna vermeden. Het zijn ook de jaren waarin Elton John opkomt, bijna ten onder gaat en uiteindelijk weer opkrabbelt – zodat de film ook een meer universeel menselijk thema vertelt.

Elton John3Want Rocketman gaat dan wel over beroemde popartiest, de film is in de eerste plaats een ode aan de menselijke veerkracht. Het verhaal van Elton John/Reggie Dwight laat zien dat het mogelijk is om je te ontworstelen aan de erfenis van een kille, liefdeloze jeugd en aan de destructieve patronen die je kunt ontwikkelen om met die erfenis om te gaan. Dat is geen originele moraal, maar de film overtuigt op alle fronten, onder meer door de onorthodoxe, soms bijna surrealistische scènes, waarin natuurwetten worden getart.

bernie taupin en elton johnDe film is ook een ode aan de vriendschap. In dit geval een vriendschap die ontstond uit noodzaak. De 21-jarige Elton John had een geweldig talent voor melodie en harmonie – maar niet voor teksten. Bernie Taupin was een 17-jarige toondove boerenzoon met een creatieve pen die gek was op popmuziek. Een kleine krantenadvertentie was het begin van een samenwerking die beiden de kans zou geven om ver boven zichzelf uit te stijgen.

vriendschapKijkend naar de film krijg je het idee dat de liedteksten Elton John door Bernie Taupin werkelijk op het lijf werden geschreven. De nuchtere tekstschrijver kroop in de huid van zijn flamboyante en getroebleerde vriend, gaf hem zo indirect misschien ook wel wat goede raad mee. De vriendschap tussen de twee kent een paar fikse dalen, maar blijft ondertussen glansrijk overeind, alsof de film wil zeggen dat muziek de sterkste verbinding tussen mensen vormt. Dat is wat mij betreft een mooi en bevredigend inzicht.

Elton John2Toen ik de bioscoop weer uit kwam, had ik gelachen, gewalgd, gezucht, me diep verwonderd en ook een paar tranen weggepinkt. Ik snapte wat meer van de mens en de artiest Elton John en was doordrongen van een paar waardevolle levenslessen. Nog steeds geen echte fan, wel een iets ander mens. Dat doet een rockfilm die rockt.