De mooiste vrouw-naar-man-cover

Naar aanleiding van de blog van vorige week, die afsloot met Aretha Franklins versie van Respect (Otis Redding), besloot ik daarna op zoek te gaan naar de mooiste genderwissel-cover van vrouw naar man. Voor alle duidelijkheid: dan gaat het dus over een zanger die een nummer zingt dat bekend werd in de uitvoering van een vrouwelijke artiest.

Met die zoektocht riep ik wel wat over mezelf af. Ten eerste bleken er helemaal niet zo heel veel vrouw-naar-man-covers te vinden te zijn. In elk geval veel minder dan andersom. Wetenschappelijke informatie heb ik niet gevonden, maar het is vast geen toeval dat er bijvoorbeeld op de Spotify-playlist Cover Girls (female covers of male songs) 1181 liedjes staan, en op Male Covers of Female Songs slechts 30. En wat zegt die scheve verhouding? Vermoedelijk veel over de ongelijke rolverdeling tussen mannen en vrouwen in onze popcultuur en onze samenleving in het algemeen. Dangerous territory. Piep-piep-piep. Mijnenveld.

Daarom ga ik maar snel over naar de mooiste onder de vrouw-naar-man-covers die er wel te vinden zijn. Via de uitgebreide cover-website SecondHandSongs, enkele andere internetbronnen en mijn eigen geheugen tref ik in de vorige eeuw vooral veel Britse acts aan: The Rolling Stones coveren Time Is On My Side (Irma Thomas), The Beatles Baby It’s You en Boys van The Shirelles. Bay City Rollers doen Be My Baby (The Ronettes), Graham Parker I’m Gonna Tear Your Playhouse Down (Ann Peebles) en Phil Collins You Can’t Hurry Love van The Supremes. Mick Jagger & David Bowie steken Dancing in the Street (Martha & the Vandellas) in een nieuw mannenjasje.

Opvallend vaak lijken deze Britse mannelijke artiesten nummers te kiezen van Amerikaanse zwarte zangeressen en meidengroepen. Alsof ze liedjes niet alleen van gender maar ook maar meteen van continent en kleur willen laten wisselen. Alsof een cover van Dusty Springfield of Marianne Faithful te gewoon zou zijn. Of ligt dat aan mijn selectie?

Deze eeuw lijkt het palet wat breder te worden. Op de lijst vrouw-naar-man-covers verschijnen nu ook pop-, rock- en folksongs. Iron & Wine covert Time after Time (Cindy Lauper), Matt Halber maakt een verrassende akoestische versie van I Wanna Dance With Somebody (Whitney Houston). Een hele reeks mannelijke artiesten covert het werk van singersongwriter Joni Mitchell: Counting Crows, Prince, James Blake, Sufjan Stevens, Ronan Keating en Rufus Wainwright, om er maar een paar te noemen.

Sommige male acts nemen niet een maar meerdere nummers van vrouwen op. The White Stripes spelen vooral eigen werk maar coveren ook Jolene van Dolly Parton en I Just Don’t Know What To Do With Myself van Dionne Warwick. Souljazzzanger José James neemt in 2015 zelfs een heel Billie Holiday-coveralbum op: Yesterday I Had the Blues. Ryan Adams volgt in hetzelfde jaar James’ voorbeeld met zijn eigen versie van Taylor Swifts bejubelde album 1989. Er is dus wel iets veranderd.

Maar wat is nou de mooiste vrouw-naar-man-cover? Mijn zoektocht bracht me ditmaal bij een regelrechte ontdekking: Maxwells versie uit 2001 van Kate Bush’ This Woman’s Work. De Amerikaanse soulzanger doet hetzelfde als zijn Britse collega’s in de vorige eeuw deden, maar dan vanaf de andere kant van de grote plas: hij laat het nummer van continent, kleur en gender wisselen. Hoewel: de ik-figuur in Bush’ nummer is een man die vreest voor het leven van zijn geliefde en hun ongeboren kind tijdens de bevalling.

De emoties zijn in Bush’ versie al zeer heftig. Maxwells versie doet daar zo mogelijk nog een schepje bovenop. Luister naar zijn rake falset, en naar het wonderschone moment dat hij, op het moment dat de totale vertwijfeling toeslaat, een couplet lang zijn gewone stem gebruikt. Kippenvel.

Ken jij andere mooie vrouw-naar-man-covers? Laat het weten bij de reactiemogelijkheid hieronder!

Ga naar de Goeie Nummers-playlist op Spotify om de genoemde originelen en covers te vergelijken.

Een moment van verwarring

In tegenstelling tot de klassieke muziek en de jazz kent de popmuziek geen sterke cover-traditie. Van popartiesten verwachten we dat ze vooral zelfgeschreven liedjes spelen in plaats van werk van anderen vertolken. Toch luisteren we ook allemaal graag naar covers. In sommige gevallen is de cover zelfs beroemder dan het origineel. Wat maakt zo’n nieuwe versie van een bekend nummer eigenlijk zo aantrekkelijk?

Mijn hypothese is dat dat komt door het effect van de eerste kennismaking. Want bij die kennismaking heeft de cover altijd iets extra’s ten opzichte van een nieuw nummer: een moment van verwarring, korter of langer, dat op een gegeven moment wordt opgelost. Als een prangende vraag die zich eerst opdringt en daarna gelukkig een antwoord krijgt. Verrassing en herkenning. (meer…)

Drie werelden worden één

Een goeie cover maken is een kunst. Dat realiseerde ik me deze week weer toen ik door een bevriende muziekliefhebber werd gewezen op een artikel in NRC over de verrassende cover-vaardigheden van popster Miley Cyrus, die onder meer Jolene, de evergreen van peettante Dolly Parton, van een fijn rauw randje voorziet.

Een van de dingen die covers bijzonder maakt, is denk ik dat we daarbij getuige mogen zijn van de ene kunstenaar die reageert op het werk van een andere kunstenaar – en vaak ook op andere covers van datzelfde nummer. Het is een beetje alsof je toekijkt terwijl meester-jongleurs met onnavolgbare bewegingen een voorwerp naar elkaar overgooien dat ondertussen ook nog steeds van kleur of vorm verandert. Of zoiets. (meer…)

Goed slapen en goed opstaan

Twee wetenschappelijke nieuwtjes over muziek trokken deze week mijn aandacht. Nu heb ik een ambivalente houding ten aanzien van de muziekwetenschap: aan de ene kant wil ik steeds meer weten en aan de andere kant ben ik bang dat meer kennis juist afbreuk zal doen aan het wonder van de muziek. Een dilemma dat zich, net als de meeste andere dilemma’s in mijn leven trouwens, keer op keer zonder wezenlijke verandering voordoet.

Hoe dan ook, bij het zien van de kop ‘Onverstaanbare slaapliedjes zijn ook slaapverwekkend’ in populairwetenschappelijk magazine KIJK – ja, het bestaat nog – was mijn nieuwsgierigheid weer gewekt. De heersende opvatting over slaapliedjes is dat baby’s er rustig van worden omdat ze de bekende stem van hun vader of moeder horen. Onderzoekers van het Music Lab van de Harvard Universiteit hebben echter gevonden dat baby’s ook kalmer worden van opnames van slaapliedjes die door onbekenden worden gezongen. Met andere woorden, de liedjes zélf hebben slaapverwekkende eigenschappen. Jammer voor het zelfbeeld van ouders, fijn voor de status van muziek. (meer…)

De muziek uit je jeugd

Vorige week vroeg ik me wat onrustig af of ik met het langzaam breder worden van mijn muzieksmaak ook een deel van mijn identiteit aan het verliezen was. Daarna bedacht ik dat je de relatie tussen die twee ontwikkelingen natuurlijk ook heel anders kunt interpreteren: misschien zijn identiteit en muzieksmaak in de puberteit en adolescentiefase gewoon sterker aan elkaar verbonden dan later. Als tiener, zoekende naar mijn ware aard, kon ik de muziek goed gebruiken als de steunpilaar die ik nu, zo’n veertig jaar later, minder nodig heb.

Deze interpretatie biedt zeker enige geruststelling, maar roept ook de vraag op of de muziek voor mij dan tegelijkertijd niet sterk aan betekenis heeft ingeboet. Dat wat ooit een noodzakelijke levensbehoefte was en diepe impact op mijn gevoelsleven had, zou dan nu misschien meer een soort luxe in mijn bestaan zijn geworden, iets wat ik zonder veel problemen kan missen. Is dat ook zo? (meer…)

Wat je muzieksmaak over jou zegt

ABBA2Toen ik een tiener was, wist ik precies wat goed en niet goed was. In elk geval op het gebied van muziek. Alternatieve countryrock (Crosby, Stills, Nash & Young, The Band) was goed, Top 40 (ABBA, Michael Jackson) was fout. Folk, punk en new wave? Top. Disco, Franse chansons en het Nederlandse levenslied? Weg ermee. Houthakkershemden waren goed, gekke pakjes fout. Klassiek en jazz waren voor oude mensen, telden dus sowieso niet mee. Hoe heerlijk overzichtelijk was het leven.

schutting2Terugkijkend over meerdere decennia lijkt de ontwikkeling van mijn muzieksmaak het meest op het geleidelijk, één voor één, omvallen van hekken en schotten. Er gaat eigenlijk niets af, er komt alleen steeds meer bij. En dat proces gaat tot op de dag van vandaag door. Herkenbaar? (meer…)

Het nieuwe Spinvis-album

Op Goeie Nummers probeer ik de waan van de dag te mijden. Tijdloze muziek, tijdloze vragen over muziek, daarover moet het bij voorkeur gaan. Vandaag voert de actualiteit toch de boventoon, want vorige week – precies op mijn verjaardag, 2 oktober, dat kan geen toeval zijn – verscheen het nieuwe album van Spinvis: 7.6.9.6. Een mysterieuze woordloze titel die er natuurlijk om vraagt door Spinvis-exegeten te worden uitgeplozen.

In een interview las ik dat 7.6.9.6. vanwege de splendid isolation van corona wederom vooral huisvlijt was geworden, net als Spinvis’ baanbrekende debuutalbum uit 2002. Op dat titelloze debuut had Erik de Jong, zoals Spinvis voor de burgerlijke stand heet, vrijwel alles thuis in zijn eentje in elkaar geknutseld met behulp van echte instrumenten en allerlei elektronica. Ik was benieuwd of die werkwijze weer zo’n bijzonder album zou opleveren. (meer…)

Het mooiste herfstlied

Gezien de temperaturen van de afgelopen tijd is de herfst nu echt wel aangebroken. Een jaargetijde dat de gemoederen verdeelt. Sommige mensen bloeien op als de bladeren vallen, maar bij de meesten dreigt toch vooral neerslachtigheid en melancholie. En tegelijkertijd zijn maar weinig mensen ongevoelig voor de kleurenpracht van een herfstig loofbos. Voor popmuzikanten, een mensensoort die hypersensitief is voor gemoedsbewegingen, biedt het najaar dus een buitenkans. Welke artiest maakte er het mooiste lied over?

Liefhebbers van de herfst kunnen hun hart ophalen aan deze funksoulkraker uit 1978: September van Earth, Wind & Fire. Tekstschrijver Maurice White lijkt de komst van het najaar als het begin van een heel fijn feestje te beschouwen. Als je het nummer opzet, is de kans daarop ook behoorlijk groot. Maar verder heeft de pro-herfstgroep niet al te veel keuze aan goeie nummers. (meer…)

Kippenvel – Ain’t It Enough

Kun je een overtuigend liedje schrijven over de ultieme vraag, die naar de zin van het leven? Het onderwerp is zo groot, zo eindeloos, zo ongrijpbaar. Het lijkt onbegonnen werk om het eeuwige mysterie te vangen in een popliedje van een paar minuten. Maar dat is dan toch buiten Old Crow Medicine Show gerekend.

De Amerikaanse rootsband uit Nashville, Tennessee, kwam voor het eerst op mijn net- en trommelvlies via de bekroonde documentaire Big Easy Express uit 2012. Daarin trekt de band samen met Edward Sharpe & The Magnetic Zeros en de Britse Mumford & Sons in een vintage trein van San Francisco naar New Orleans terwijl ze op podia, treinwagons en buiten in het veld lustig met elkaar rondhangen en musiceren. (meer…)

Bowie’s boeken

boek Bowie's boekenkastBoeken. Lijstjes. Popmuziek. Drie dingen waar ik geen genoeg van kan krijgen. En dus ging er een flinke shot dopamine door mijn brein toen ik onlangs het boek Bowie’s Boekenkast van John O’Connell onder ogen kreeg, met als ondertitel: De honderd boeken die het leven van David Bowie veranderden.

groot affiche David Bowie Is Groninger MuseumIn 2013 ging in het Londense Victoria & Albert Museum de expositie David Bowie Is van start, een carrière-overzicht met zo’n vijfhonderd voorwerpen uit Bowie’s persoonlijke archief, zoals kostuums, schilderijen en handgeschreven songteksten. Onderdeel van de expositie, die daarna met groot succes de wereld over zou gaan, was ook een lijst met de honderd boeken die Bowie naar eigen zeggen het meest hadden beïnvloed. (meer…)

Albumverjaardag – After the Goldrush

Neil Young’s After the Goldrush, deze week vijftig jaar oud, was een van de eerste lp’s die ik kocht, omstreeks 1977 denk ik. Mijn fascinatie begon met de hoes: de voorkant somber donkergrijs met goudkleurige letters, de zanger die met opgetrokken schouders door een onbestemde straat loopt, de achterkant een close-up van Young’s hippiespijkerbroek. Binnenin de uitklaphoes ligt de artiest ontspannen met gitaar op een sofa. Zoveel vrijheid en melancholie, onweerstaanbaar voor de tiener die ik was, opgroeiend in slaapstad Zoetermeer.

En dat was alleen nog maar de buitenkant van After the Goldrush. Van het vinyl stegen de prachtigste liedjes op, vol liefdespijn en eenzaamheid. In 1977 was After the Goldrush al een oude plaat. Mijn klasgenoten draaiden nieuwe lp’s van The Eagles, Fleetwood Mac, ELO en Supertramp. Dit was iets anders. Vanaf het begin van mijn luistercarrière was ik gericht op de muziek van voor mijn tijd: The Beatles, CSNY, The Band, Joni Mitchell, de soul van Stax en Motown. De rol van buitenstaander paste me destijds het beste. (meer…)

The Band – broederschap en plankenkoorts

Vorige week zag ik in de bioscoop de nieuwe documentaire Once Were Brothers, over de opkomst en ondergang van een van de meest invloedrijke en bijzondere bands uit de popgeschiedenis: The Band. Ik ging in één keer een heel stuk terug in de tijd.

Het verhaal van The Band in zevenmijlspassen: vier Canadezen en één Amerikaan begeleiden vanaf begin jaren 60 als The Hawks de ruige rockabilly-zanger Ronnie Hawkins. In 1966 rekruteert Bob Dylan het vijftal voor de roemruchte tournee door Europa en de VS waarop hij ‘elektrisch gaat’ en meer scheldwoorden dan applaus mag incasseren. (meer…)

Eerherstel voor de jaren 80

Een tijdje geleden heb ik me hier op Goeie Nummers – en ook in mijn boek Diepe groeven – enigszins laatdunkend uitgelaten over een tijdvak waaraan sommige popliefhebbers buitengewoon goede herinneringen blijken te koesteren: de jaren 80. Van verschillende kanten kreeg ik daar wat commentaar op – heel beschaafd hoor, bedreigingen zaten daar niet of nauwelijks bij – maar zoiets zet je toch aan het denken.

In eerste instantie was ik verwonderd over die reacties. Ze troffen me als hernieuwd bewijs van het wetenschappelijk vastgestelde feit dat muziek uit het ‘eigen’ tijdvak, dat wil zeggen de muziek die mensen ongeveer tussen hun 12e en 25e horen, altijd een bijzonder plekje in hun hart blijft innemen. Zelfs als het gaat om liedjes met de steriele synthesizerklanken en het overdreven galmende drum- en zanggeluid van de jaren 80, gespeeld door muzikanten met bizar groot en doorgeföhnd haar. (meer…)

Klanken van oorsprong

The Blue DiamondsAfgelopen maandagavond zag ik op NPO2 de documentaire Klanken van Oorsprong van Hetty Naaijkens-Retel Helmrich. Aan de hand van belangrijke hoofdrolspelers wordt hierin het verhaal verteld van de Indische Nederlanders die tussen 1946 en 1960 naar ons land kwamen en hier een muzikale carrière opbouwden. Van vroege rock-‘n-rollhelden als de Tielman Brothers en The Javelins tot The Blue Diamonds, Sandra Reemer en Doe Maar-toetsenist Ernst Jansz.

affiche docu Klanken van oorsprongIk zag de documentaire nu voor de tweede keer, de eerste keer was bij de bioscoop-release in 2018. In de zaal destijds vooral Indische Nederlanders, herinner ik me. Af en toe hoorde ik iemand zachtjes grinniken bij een smakelijke anekdote die de muzikanten, inmiddels flink op leeftijd, opdisten over hun gloriedagen. Soms werd het ook stil in de zaal, als lang verzwegen pijn naar boven kwam, bijvoorbeeld over het onbegrip waarop de Indische Nederlanders destijds in ons land stuitten. (meer…)

Waar zijn de rocksterren?

Karl Ove KnausgardAls je tegenwoordig het woord rockster tegenkomt, lijkt het steeds te gaan over mensen buiten de popmuziek. Thomas Piketty wordt ‘rockster-econoom’ genoemd, schrijver Karl Ove Knausgård ‘literaire rockster’, de alternatief boerende Joel Salatin is de ‘rockster van de landbouw’, Suzanne Schulting ‘de popster in de Nederlandse shorttrackwereld’. Popartiesten zelf worden nauwelijks nog zo aangeduid, dus de vraag rijst: waar zijn de echte rocksterren gebleven?

Uncommon PeopleEen welsprekend antwoord op die vraag wordt geleverd door David Hepworth in zijn boek Uncommon People. The Rise and Fall of the Rock Stars (2017). Volgens de Britse muziekjournalist is de rockster te vergelijken met de cowboy. Ooit werkten er in Amerikaanse Westen echte koeienherders, inmiddels is de cowboy iets van vroeger, een archetype, een benaming voor bijvoorbeeld een ondernemer die zich niks aantrekt van de regels in zijn branche. (meer…)

Hoe belangrijk is de tekst?

Al vanaf mijn tienerjaren – de jaren 70 – speel ik als zanger-gitarist in amateurbandjes op kleine podia mijn zelfgeschreven popliedjes. Zonder grote ambities of verdiensten. Het is een pretentieloze bezigheid die tegelijkertijd heel belangrijk voor me is. Niet alleen vanwege ‘het sociale gebeuren eromheen’, maar ook omdat ik met die liedjes iets van mezelf kan uitdrukken, in een stijl die precies bij mij past – iets waar in mijn dagelijks werk niet zoveel ruimte voor is.

Zo’n tien jaar geleden besloot ik één ding te veranderen: ik schakelde van het Engels over op het Nederlands. Vanaf toen zong en schreef ik alleen nog in mijn moedertaal. En dat ene ding bleek een bijzonder verschil te maken. Het was alsof ik over een drempel stapte en in een onbekende wereld terechtkwam, misschien zelfs wel in een wereld die er daarvoor gewoon nog niet was. (meer…)

Een wijk vol popartiesten

muziekwijk AlmereBegin jaren 90 kreeg ook Almere-Stad zijn eigen muziekwijk. Een wijk voor zo’n twintigduizend inwoners, met straten die werden vernoemd naar beroemde componisten en musici. Daarbij bleef men, zoals een stad op nieuw land betaamt, niet in het verleden hangen. Usual suspects Bach, Mozart en Beethoven liggen hier broederlijk naast nieuwlichters als Schönberg en Andriessen, en jazzcats als Louis Armstrong en Duke Ellington worden geflankeerd door hun jongere verwanten: de popartiesten.

Wat zien we hier allemaal: parallel aan de Elvis Presleystraat lopen de Jimi Hendrix- en Bob Marleystraat. Alle drie kruisen ze de doorlopende Rolling Stonesstraat, waarop ook de Beatlesweg en de Supremes- en Golden Earringstraat uitkomen. Geinig popwijkje, ingebed tussen muzikale buurten met chansons, jazz, kleinkunst en klassiek. Ik ben benieuwd hoe het hier zou klinken als deze muziek allemaal tegelijkertijd op orkeststerkte zou worden afgespeeld. (meer…)

Het weekend kan beginnen

sterrenhemelDeze week op Goeie Nummers geen diepzinnige bespiegelingen over het wezen van de popmuziek of voorspellingen hoe het daarmee verder zal gaan. Wel even de spotlight op gewoon een paar associatief gekozen goeie nummers. Van oude bekenden en nieuwe sterren aan het firmament.

London BridgeOp vrijdagmiddag ben ik toe aan wat rustgevende of juist opwekkende tracks. Jij ook? En dan komt Westerman (voluit Will Westerman) goed van pas. De 28-jarige singer-songwriter uit Londen heeft net zijn eerste album Your Hero Is Not Dead uitgebracht. De Volkskrant noemt hem vanwege zijn troostrijke popliedjes ‘de juiste man op het juiste moment’. Dit is zijn single Confirmation uit 2018. (meer…)

Topsport op rijpere leeftijd

399px-Hans_VandenburgEen van de eerste Nederpopbands die ik als tiener in mijn hart sloot was Gruppo Sportivo, in 1978 goed voor hits als Hey Girl en Disco Really Made It. Maar ik had al een hele tijd niet meer aan de Haagse band van frontman Hans Vandenburg gedacht – tot ik eerder deze week mijn versie van de KINK Album Top 1000 ging samenstellen.

Kink betere uitsnedeDaar in die lange KINK-groslijst trof ik de eerste twee, inmiddels klassiek geworden, Gruppo Sportivo-albums aan: 10 Mistakes en Back to 78. Platen om nooit te vergeten. Supermeezingbare liedjes die ook nog eens razendknap in elkaar zitten. Draai Beep Beep Love, Bernadette en Tokyo nog maar eens als het nodig is het geheugen op te frissen. (meer…)

Het mooiste lied voor vader

vaderdagOvermorgen is het Vaderdag. Daarom is Goeie Nummers deze week op zoek gegaan naar een passende popsong om af te spelen als je hem zondagochtend, zeg maar, ontbijt op bed brengt. En hoewel er flink wat goeie vader-nummers bestaan, bleek het geen eenvoudige opgave om een echt goed vaderdaglied te vinden.

loudon wainwright met een gitaarSinger-songwriter Loudon Wainwright III heeft waarschijnlijk meer dan welke artiest ook over gezinsrelaties geschreven, onder meer over zijn vader. Maar in liedjes als Older Than My Old Man Now en Surviving Twin slaat hij de spijker zo nauwkeurig op de kop dat de gezelligheid er enigszins onder lijdt. En wat ook niet echt stemmingsverhogend werkt – de zanger zingt over een vader die er niet meer is. (meer…)

Kippenvel – Banks of the Nile

Fotheringay2Vandaag op Goeie Nummers voor de verandering een liedje dat echt oud is, misschien wel twee eeuwen, maar dan in een versie van slechts een halve eeuw geleden: Banks of the Nile, van de Britse folkrockgroep Fotheringay.

Richard_Redgrave_-_The_Emigrants'_Last_Sight_of_HomeFotheringay behoorde tot de lichting Britse bands die zich eind jaren 60 afwendden van de Amerikaanse stadse popmuziek van die tijd. In plaats daarvan richtten bands als The Watersons, Pentangle en Fairport Convention zich op het eigen land. Ze zochten naar oude volksliederen die op het Britse en Ierse platteland van generatie op generatie werden doorgegeven, om daar vervolgens een eigenwijze moderne draai aan te geven. (meer…)

En toen was er een boek

screendump Goeie Nummers 1e blogpostOp 11 mei 2014 verscheen mijn eerste blogbericht hier op Goeie Nummers. ‘De mooiste country-duetten’ luidde de titel, geschreven naar aanleiding van het fraaie optreden van de Common Linnets (Ilse DeLange en Waylon) op het Eurovisie Songfestival. En nu, ruim zes jaar later, is er dan een boek: Diepe groeven. Een terugblik en vooruitblik in één.

In 2014 had ik geen idee of ik meer van die stukjes ging schrijven, maar ik wist wel dat het naar meer smaakte. Daarna kwam er dus ongeveer elke week een nieuw bericht op Goeie Nummers, meestal op vrijdagmiddag om 16.00 uur, want er werd gezegd dat het slim was om een vast tijdstip te kiezen.

maan 3En het meest bijzondere was: er dienden zich veel meer interessante onderwerpen aan dan ik had verwacht. Niet alleen mijn eigen favoriete artiesten en liedjes, maar ook intrigerende pop-verschijnselen waar ik meer van wilde weten. Zoals de bijzondere verhouding tussen fans en hun idolen. Of hoe liedjes oude herinneringen kunnen oproepen. De impact van de voortschrijdende technologie op onze muziekbeleving. Wat onze muziekvoorkeur zegt over onze identiteit. Welke mooie liedjes er zijn geschreven over de maan, en welke daarvan het allermooiste is. Nee, de onderwerpen raakten niet op, integendeel. (meer…)

Dylans cadans

VPRo-gids 23-29 mei 2020Afgelopen zondag 24 mei werd Bob Dylan 79 jaar. Een eerbiedwaardige leeftijd, zeker voor een popartiest, maar de aandacht voor deze verjaardag in de media leek eerder bij een jubileum te passen. De VPRO pakte uit, en ook Pitchfork en Star Tribune kwamen met lange stukken. De bijzondere status van Dylan intrigeert mij – zelf ook fan – al lang. Er zijn meer iconen in de popmuziek, waarom lijkt hij zo hoog boven de anderen op het ereschavot te staan?

sleutelIk schreef daar een paar jaar geleden al eens over op Goeie Nummers. Mijn conclusie was toen dat Dylans onafhankelijke persoonlijkheid de sleutelfactor voor zijn statuur is. Ik sta daar nog steeds achter, maar ik zou er inmiddels aan willen toevoegen dat Dylan, in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, ook muzikaal heel wat te bieden heeft. (meer…)

Word jij ook pop-mecenas?

De rijke Romeinse staatsman Gaius Cilnius Maecenas (70 – 8 v.C.) verwierf eeuwige roem als eerste sponsor en beschermer van de kunsten. Het systeem van financiële ondersteuning waardoor kunstenaars zich onbekommerd aan hun kunst kunnen wijden, draagt ook vandaag de dag nog steeds zijn naam: het mecenaat.

concertgebouworkestZou het mecenaat voor popmuzikanten een oplossing zijn nu hun inkomsten door de coronacrisis opdrogen? Ja, zeggen hoogleraar Mecenaatstudies Helleke van den Braber en De Staat-toetsenist Rocco Hueting in een recent gezamenlijk opiniestuk in de Volkskrant. Maar ze zien ook obstakels. Ze constateren dat het mecenaat in de gevestigde kunsten allang voorkomt in de vorm van geefkringen. Zo hebben Concertgebouworkest, Internationaal Theater Amsterdam (ITA) en Residentie Orkest vaste donateurs die overheidssubsidies en andere inkomstenbronnen aanvullen. In de popmuziek ontbreekt deze vorm van steun echter volledig, stellen ze, en dat komt door de cultuur van de popmuziek. (meer…)

Het raadsel Nick Lowe

Nick Lowe jongDe carrière van Nick Lowe is nauwelijks te bevatten. Eind jaren 70, begin 80 beleeft de Britse zanger-basgitarist successen als solo-artiest met inventieve maar weinig authentieke liedjes (I Love the Sound of Breaking Glass, Cruel To Be Kind). Terwijl zijn meesterwerken vanaf midden jaren 90 (The Impossible Bird, The Convincer) nooit meer dan een beperkte schare trouwe fans bereiken. Hoe kan dat? Is het een bewijs voor de stelling dat kwaliteit en commercieel succes gewoon niet kunnen samengaan?

boek Cruel To Be KindIk ging op zoek naar het antwoord in Lowe’s recente biografie Cruel To Be Kind, van de hand van popjournalist Will Birch. Birch sprak vele mensen uit Lowe’s omgeving, alsmede de man zelf, en biedt zo een mooi inkijkje achter de schermen van de publieke persona die de Engelsman ons laat zien. Zodat we geleidelijk steeds dichter bij de kern van het enigma komen. (meer…)

Het mooiste lied voor moeder

moederdagkaartKomende zondag is het moederdag. Wie dat een commerciële nepfeestdag vindt kan nu meteen wegklikken. Maar doorlezen zou slimmer zijn, want mooie liedjes voor moeder kun je elke dag van het jaar draaien. Vandaag zoek ik naar liedjes waar je haar aanstaande zondag letterlijk en figuurlijk voor wakker kunt maken – nadat ze eerst natuurlijk lekker lang heeft uitgeslapen.

Jan Rot fezEr zijn niet superveel popsongs over moeder, valt me op. Met Stel dat het zou kunnen… maakte Jan Rot in paar jaar gelden weliswaar een van de allermooiste moederliedjes denkbaar, maar vandaag gaat het om liedjes voor levende moeders. Om diezelfde reden moet ook JJ Cale’s Blues for Mama helaas afvallen. (meer…)

Alsof je er toch bij bent – de beste livealbums

Zorgen popsector coronaHet wegvallen van popconcerten en festivals is een ramp. In de eerste plaats voor artiesten, organisatoren, zaaleigenaren en alle andere mensen die in de branche hun brood verdienen, zoals licht- en geluidstechnici en podiumbouwers. Maar ook veel popliefhebbers, waaronder ikzelf, hebben eronder te lijden.

concert met publiekWant voor elke rechtgeaarde popfan is het concert nog steeds dé plek voor de hoogste muziekbeleving en emotionele impact. Daar kan een plaatopname niet tegenop. Er is die onverklaarbare interactie tussen publiek en artiest, tussen een grote groep individuen die een ‘gemeenschappelijk hersencircuit’ kan ontwikkelen als van een zwerm spreeuwen die in een onnavolgbare flow samen door de scherpste bochten zwenkt. En een concert is nooit voorspelbaar. Elk moment telt, en jij bent erbij. (meer…)

De voordelen van een oudere broer

oudere broerEen grote broer hebben heeft veel voordelen, dat blijkt ook uit onderzoeken. Hij beschermt je tegen pestkoppen op het schoolplein. Hij maakt voor jou in het gezin de weg vrij op het gebied van uitgaan, drinken en aanverwante zaken. Volgens onderzoek uit 2015 helpt hij je zelfs bij het ontwikkelen van je inlevingsvermogen, altruïsme en gehoorzaamheid. Het gekke is dat in die studies iets heel belangrijks steeds wordt vergeten: een oudere broer leert je ook wat goede muziek is.

kaïn en abelIk kan het weten. In de zomer van 1976 was ik twaalf (‘bijna dertien’) en mijn broer Wim vijftien. Hij lag qua ontwikkeling op alle fronten meerdere lichtjaren op mij voor, daar kan iedereen zich wel iets bij voorstellen. En naast broederliefde was er natuurlijk ook lichte rivaliteit – denk aan Kaïn-Abel, Jakob-Esau, Noel-Liam – dus ik probeerde in de daaropvolgende puberjaren uit alle macht aan te haken en de afstand te overbruggen. Het voornaamste middel daarvoor was de popmuziek. (meer…)

Dank u, mijnheer Withers

Bill Withers jaren 70Gouden platen, awards, tribute-albums, een rits tijdloze liedjes die mensen troost en inspiratie blijven bieden – na de dood van een artiest wordt dat alles een paar dagen later in de krant teruggebracht tot maximaal vierhonderd woorden. Zelfs een imposant artiestenleven lijkt dan zo futiel, bijna zinloos – en het leven van ons gewone stervelingen en passant nog meer. Dat gevoel kreeg ik vorige week toen ik de necrologieën las van Bill Withers, die op 30 maart op 81-jarige leeftijd overleed.

Bill Withers met gitaar liveDe Volkskrant heeft het over de laatbloeier die ondanks een relatief korte carrière (1971-1985) wist uit te groeien tot een legende. The New York Times roemt de ‘onzelfzuchtigheid’ van zijn werk, een kwaliteit die in popmuziek zo zeldzaam is. NRC heeft het over een ‘soulman in trui die altijd de eenvoud zocht’. (meer…)

Alleen kunnen zijn

hugIn deze coronatijd moeten we vanwege de ‘intelligente lockdown’ heel wat moeilijke dingen leren: gepaste afstand houden, hulp vragen – en alleen zijn. Vooral voor alleenstaanden kan dat laatste zwaar zijn. Een hug, een schouderklopje, samen eten, drinken, smoezen of bingewatchen – een groot deel van de dingen die het leven normaal kleur geven zijn nu onmogelijk.

stilteIn de krant las ik gisteren een artikel dat betoogt dat we deze periode goed zouden kunnen gebruiken voor persoonlijke groei. We hebben nu een uitgelezen kans om te leren alleen te zijn. Want alleen in de stilte van het alleen-zijn, als je loskomt van de oordelen van anderen, kom je te weten wie je echt bent. Best interessant, vind ik, maar op dit moment even niet voor Goeie Nummers, want die heeft nu de taak om uit te zoeken wat het geluid van de popmuziek kan bijdragen aan ons leven in lockdown. (meer…)

Hulp vragen

In reactie op de coronaperikelen schieten overal in Nederland en de rest van de wereld de hulpinitiatieven als paddenstoelen uit de grond. Dat is heel mooi om te zien, en tegelijkertijd valt op dat het aanbod tot nu toe de vraag ruimschoots overstijgt. Hoe zou dat komen? Zijn er echt zo weinig mensen die hulp kunnen gebruiken?

Volgens psychologen is de oorzaak van de mismatch waarschijnlijk een andere: hulp geven is vele malen gemakkelijker dan het vragen of hulp aannemen. Want hulp vragen wordt toch vaak als een nederlaag ervaren of levert het knagende gevoel op dat je een ander met jouw sores belast. Dat is zonde, te meer omdat het desastreus is om te lang te wachten, want dan wordt het steeds moeilijker om uit de shit te komen. Zouden er geen popliedjes zijn die mensen helpen om de moeilijke taak om hulp te vragen? (meer…)

Sociale afstand

Het buzz-woord van de afgelopen week was ongetwijfeld ‘social distancing’, het bewaren van gepaste sociale afstand. Er wordt veel heil van verwacht. Het coronavirus zelf, de informatiestroom en de maatregelen grijpen diep in ons leven in. Er is soms paniek of angst, maar vaker zien we nieuwe uitingen van saamhorigheid, al of niet digitaal. Zoals in Italië, waar buurtgenoten vanaf hun balkon met elkaar musiceren.

Zijn er popliedjes die ons nu kunnen helpen? Het eerste antwoord is: een volmondig ja. We hoeven niet zoals in de 19e eeuw samen te komen om muziek te kunnen beleven – er staat ons een gigantische bibliotheek van liedjes ter beschikking die we op elk moment en op elke plek kunnen afspelen. Maar zijn er liedjes die specifiek raad of steun bieden bij social distancing? (meer…)

Albumverjaardag – Déjà Vu

 Goeie Nummers heeft de pretentie voorbij te gaan aan de waan van de dag. Daarom vandaag niets over virussen, epidemieën of vreemdelingenangst. Wel iets over de waan van de dag van toen. Afgelopen woensdag precies 50 jaar geleden kwam Déjà Vu van Crosby, Stills, Nash & Young uit. Een album dat, om in moderne termen te blijven, flink gehypet werd. Of was de euforie over Déjà Vu achteraf niet meer dan terecht?

Het enthousiasme rond CSN&Y had in elk geval een basis in de realiteit. De vier twintigers hadden in 1969 al een behoorlijke staat van dienst toen ze bij elkaar kwamen: David Crosby bij The Byrds, Graham Nash bij The Hollies, Stephen Stills en Neil Young bij Buffalo Springfield. En op de beste momenten vulden hun talenten en temperamenten elkaar ook fantastisch aan: de vier stemmen die wonderschoon samenvloeiden; het Britse popgevoel van Nash dat iets extra’s aan de Amerikaanse folk en rock gaf; de rauwe emotionaliteit van Canadees Young die net de nodige bite toevoegde. (meer…)

Het mooiste wandelliedje

 

Wandelen is hot. Filosofen als Aristoteles, Rousseau en Nietzsche zweerden er al bij, en ze krijgen nu postuum bijval van de wetenschap. De gunstige effecten van wandelen blijken enorm: je wordt er fitter, slanker en rustiger van, je mentale veerkracht, geheugen en denkkracht verbeteren met sprongen, kortom wandelaars leven langer en gelukkiger.

Het andere goede nieuws, in elk geval voor mij, is dat de relatie tussen wandelen en muziek behoorlijk innig is. Muziek kan parkinsonpatiënten weer in beweging brengen. Blaaskapellen hebben een maat nodig om op te marcheren en wandelsporters in de jaren 50 zongen monter van ‘De paden op, de lanen in’ om het tempo erin te houden. En in de jazz heb je natuurlijk de walking bass. (meer…)

Gerechtigheid

Af en toe ontwaakt in mij een koene ridder die onversaagd en onbaatzuchtig opkomt voor de verdrukten der aarde. Meestal gaat het dan om ondergewaardeerde artiesten of platen. Daarbij bevind ik mij als 21e-eeuwse Robin Hood in goed gezelschap: in de popjournalistiek zijn zulke rechtvaardigheidscampagnes een genre op zichzelf geworden.

Zo heb je om te beginnen het fenomeen van het Vergeten Meesterwerk: een plaat dat om onbegrijpelijke redenen uit beeld is geraakt. Denk aan Tunnel of Love van Bruce Springsteen of Who Are You van The Who – doen ze een belletje rinkelen? Daarnaast zijn er de Icoon-Rehabilitatie-acties: een artiest die ooit door de hele popwereld werd omarmd maar daarna zo werd verguisd dat dit beeld inmiddels weer rechtgezet moet worden. Denk Sting, Mark Knopfler of Phil Collins. (meer…)

Het mooiste Valentijnslied

Aan het eind van de Middeleeuwen begonnen we de sterfdatum van een 3e- of 4e-eeuwse bisschop, de heilige Valentinus, te koppelen aan de liefde. Anno 2020 spelen winkeliers en online retailers volop in op deze oude christelijke traditie. En of je het nou leuk vindt of niet, popmuzikanten blazen ook op dit gebied hun partijtje mee. Logisch, de halve popmuziek draait tenslotte om de liefde. Maar hoe vind je te midden van al die liefdesliedjes het mooiste Valentijnslied?

Je moet je in elk geval niet laten leiden door songtitels. Zowel David Bowie (op Brand New Day uit 2013) als James Taylor (op Never Die Young uit 1988) maakte een nummer met de titel Valentine’s Day – en beide gaan over moord en doodslag! Misschien kunnen we beter eerst even teruggaan naar de bron, de legende van Sint-Valentijn. (meer…)

Albumverjaardag – Layla and Other Assorted Love Songs

1970 was een buitengewoon vruchtbaar jaar voor de popmuziek. Met onder meer Let It Be (The Beatles), Idlewild South (The Allman Brothers Band), Stage Fright (The Band), Déjà Vu (CSN&Y), Ladies of the Canyon (Joni Mitchell) en Moondance (Van Morrison). En dit rijtje jubileumalbums laat zich gemakkelijk uitbreiden. Bijvoorbeeld met Layla and Other Assorted Love Songs van Derek and the Dominos, dat komende maandag 9 november vijftig wordt.

Vanaf 1963 had Eric Clapton (Ripley, 1945) op stormachtige wijze carrière gemaakt in de bluesrockbands The Yardbirds en John Mayall & the Bluesbreakers en in de ‘supergroepen’ Cream (met Jack Bruce en Ginger Baker) en Blind Faith (met Steve Winwood). Claptons ster als sologitarist was op een gegeven moment zelfs zo hoog gerezen dat de slogan ‘Clapton is God’ door een fan op een muur werd gespoten en daarna een heel eigen leven ging leiden – tot ontsteltenis van de muzikant zelf.

In 1969, pas 25 maar met al een half rockleven achter de rug, was het kennelijk tijd voor de Britse gitarist om even uit de spotlights te stappen. Hij deed wat sessiewerk en maakte deel uit van de begeleidingsband van het Amerikaanse echtpaar Delaney en Bonnie Bramlett. Daar, in de luwte, kreeg hij de kans zichzelf opnieuw uit te vinden – van gitaargod tot complete singer-songwriter-gitarist.

Begin 1970 verscheen Claptons eerste, titelloze soloalbum, waarvoor hij de meeste nummers samen met Delaney Bramlett had geschreven. De plaat werd niet slecht werd ontvangen, maar kon ook niet helemaal overtuigen. En op persoonlijk vlak ging de muzikant ondertussen door een diep dal. Niet alleen had hij een forse alcohol- en drugsverslaving ontwikkeld, hij was ook hopeloos verliefd geworden – ‘obsessief’ zou hij zelf later zeggen – op Patty Boyd, de vrouw van zijn beste vriend George Harrison.

In deze toestand zette Clapton in de loop van dat jaar een nieuwe band op met drie muzikanten uit Bramletts begeleidingsband: drummer Jim Gordon, bassist Carl Radle en toetsenist-zanger Bobby Whitlock, die samen met Clapton verantwoordelijk was voor een groot deel van de liedjes. Aanvankelijk werd als bandnaam geopteerd voor Eric Clapton & Friends, maar omdat de muzikant nog steeds low profile wilde blijven werd uiteindelijk gekozen voor Derek and the Dominos.

Op 23 augustus toog het viertal naar de Criteria Studios in Miami, Florida, om het opgebouwde repertoire vast te leggen. Na een paar onproductieve dagen bezocht Clapton op 26 augustus een concert van The Allman Brothers Band in de buurt, met slide-gitarist Duane Allman. De twee muzikanten sloten meteen vriendschap en Allman sloot als een soort vijfde bandlid aan in de studio. De rest is geschiedenis.

Zoals wel vaker leerde ik ook deze plaat kennen via de collectie en de aanprijzingen van mijn oudere broer. Het zal omstreeks 1977 geweest zijn. Layla and Other Assorted Love Songs was toen zo’n plaat ‘die je moest hebben’, vooral vanwege de virtuoze dubbele gitaarpartijen. Maar in de achterliggende periode had ik hem niet heel vaak gedraaid. Ik was benieuwd wat ik zou horen als ik er nu, zoveel jaren later, naar zou luisteren.

Het eerste wat me opviel: dit is eigenlijk een Southern Rock-plaat, geen pure rock en blues. Dat had ik eerder nooit zo gehoord. Clapton liet niet eerder zo duidelijk gospel en country doorklinken in zijn werk. Het tweede: wat een zeldzaam rauwe en openhartige teksten. Obsessief inderdaad. Zoiets hoor je niet vaak. We beleven als luisteraars het hele spectrum van de onbeantwoorde liefde mee: klagen, dreigen, dromen, twijfelen, wanhopen en smeken en nog veel meer. Claptons gewonde hart ligt opengesneden op tafel – wij staan erbij en kijken ernaar.

Gelukkig is er de muziek om de ellende draaglijk te maken. Why does love got to be so sad? heeft een opzwepend gospelritme dat de titel weerspreekt. Bell Bottom Blues slingert heen en weer tussen melodische liefdesbetuigingen en dissonante verwijten. Even is er ruimte voor verstilling en contemplatie tussen al het emotioneel tumult: I Am Yours. En dan Layla natuurlijk: de versmade minnaar doet een ultieme poging het hart van zijn aanbedene te veroveren, ditmaal met een gitaarlick die in het geheugen van talloze popliefhebber gegrift zal staan.

Het belangrijkste is misschien nog wel dat Layla and Other Assorted Love Songs inderdaad een plaat van een band is, geen soloalbum. Gordon en Carl Radle vormen een solide fundament waarop de rest kan bouwen. Bobby Whitlocks toetsen en bezielde vocalen tillen die van Clapton naar een hoger plan. De slide van Duane Allman doet hetzelfde met het gitaarwerk van zijn Britse collega. Dit is een band zoals een band bedoeld is.

We horen hier vier muzikanten die hun vriend gebroederlijk door het dal slepen. Zodat hij er uiteindelijk glorieus uit tevoorschijn komt. Want Layla and Other Assorted Love Songs was het album waarmee Clapton definitief doordrong tot de eregalerij van de popmuziek. En als deze plaat iets bewijst, dan is het dat je het in moeilijke tijden van je vrienden moet hebben. Achteraf was de eerste bandnaam dus toch de beste.