The Kinks: godfathers van de Brexit?

The Kinks2Eind 1965 zit frontman Ray Davies van The Kinks met een groot probleem. Na een Amerikaanse tournee vol trammelant – ‘bad management, bad luck & bad behaviour’ zou de songschrijver het later noemen – mag de Britse band vier jaar lang niet meer optreden in de VS, in potentie hun grootste afzetmarkt, waar concurrenten Beatles, Rolling Stones en Who grote successen vieren.

Village GreenDavies, van nature een observator en commentator, zoekt de oplossing dicht bij huis. Hij draait Amerika de rug toe en richt de blik naar binnen, dat wil zeggen: op het eigen land. Deze nieuwe Kinks-koers wordt ingezet met de albums Face to Face (1966) en Something Else by The Kinks (1967) en culmineert in 1968 in het conceptalbum The Kinks Are The Village Green Preservation Society.

EngelsheidMet deze ‘ode aan een ongerept en onbedorven Engeland’ gaan The Kinks volledig tegen de tijdgeest in. Terwijl andere Britten – net als de rest van West-Europa – na WOII massaal naar het land van de onbegrensde mogelijkheden kijken, zingt Ray Davies op Village Green met weemoed over Engeland, over verdwijnende tradities als ‘strawberry jam, Tudor houses, antique tables and billiards’. De tegenstelling met hippies, flower power en anti-establishment-sentimenten kan niet groter zijn.

better in the ninetiesVanwege zijn excentriciteit verkoopt Village Green bij verschijning slecht, en ook in de volgende decennia, als The Kinks wel eindelijk succes hebben in de VS, blijft het een goeddeels vergeten album. Tot de jaren 90, een periode die cruciaal is voor de nalatenschap van The Kinks en voor de Britse popmuziek als geheel.

399px-Blur_(Logo)In reactie op de overmacht van ‘duistere’ Amerikaanse grungebands als Nirvana en Pearl Jam ontstaat midden jaren 90 in het Verenigd Koninkrijk een muziekstroming die nadrukkelijk teruggrijpt op de opgewekte catchy muziek van artiesten uit eigen land: Britpop. Een zelfbewuste stroming met bands als Blur, Pulp en Oasis voor wie de muziek van The Kinks, ‘the most quintessential English band’, de grote inspiratiebron is.

Vote Leave T-shirtDe Britpop-beweging is ook een uiting van de bredere opleving van het zelfvertrouwen in het Verenigd Koninkrijk, dat twintig jaar eerder nog de oplossing voor de eigen economische en maatschappelijke malaise had gezocht in toetreding tot de EEG, de voorloper van de EU. Historici claimen dat dit hernieuwde Britse zelfbewustzijn vanaf de jaren 90 aan de basis staat van de politieke leave-beweging, die zou uitmonden in het aanstaande vertrek van de Britten uit de EU.

The Kinks op BankjeWie door zijn oogharen naar deze ontwikkelingen kijkt, kan een rechte lijn ontwaren tussen The Kinks en de Brexiteers. In beide gevallen zien we een beweging naar het exclusief Britse, in reactie op het handelen van een te dominant geacht ander continent. Met zijn wending zaaide Ray Davies in 1965 de kiem voor een nationaal zelfbewustzijn dat via de Britpop uitkwam bij de Brexit. Of ga ik nu te kort door de bocht?

Ray Davies 2Volgens Ray Davies zelf waarschijnlijk wel. Hoewel de zanger publiekelijk geen standpunt voor of tegen Brexit inneemt, toont hij zich in interviews zeer bezorgd over de radicale stappen die zijn land nu zet. Bovendien moet ik toegeven dat Davies’ subtiele en vaak ironische liedjes weinig overeenkomsten vertonen met het zelfingenomen gebral van een Nigel Farage of Boris Johnson.

Americana Ray DaviesIk denk dat het Engels-zijn van Davies uiteindelijk weinig met chauvinisme te maken heeft. De Brit is geen demagoog en ook geen xenofoob, maar vooral een onverbeterlijke homo nostalgicus. Toen de zanger na een jarenlang verblijf in de VS een paar jaar geleden weer in Londen ging wonen, maakte hij prompt twee nieuwe albums, getiteld Americana en Our Country (Americana act II), gevuld met weemoedig-satirische liedjes over het uitgestrekte land aan de overkant van de plas.

Het zou me niets verbazen als Ray Davies – ook al is hij inmiddels 75 – straks na de Brexit weer met een plaat op de proppen komt, en ik durf zelfs te wedden over welk continent die dan zal gaan.

Dr. John

Dr. John roosHij was een legende, een beetje larger than life. In werkelijkheid heette hij Mac Rebennack – of eigenlijk Malcolm John Rebennack Jr. – maar hij tooide zich in de jaren 60 met de naam Dr. John, The Night Tripper, daarna afgekort tot Dr. John. Die aliassen passen perfect bij zijn geboortestad en woonplaats New Orleans. Want in de raadselachtige smeltkroes New Orleans, ook wel The Crescent City, The City of Sin, NOLA of N’Awlinz genoemd, is één naam nooit genoeg.

gumbo3Vorige week donderdag overleed Dr. John, 77 jaar oud, aan de gevolgen van een hartaanval. Ik zag hem in de loop der tijd twee keer optreden, de begaafde pianist met de gruizige, knauwende en toch verrassend lenige stem. Zijn muziek is moeilijk te definiëren, maar laat zich het beste vergelijken met gumbo, die typisch Louisiaanse stoofpot zonder vast recept waarin de meest uiteenlopende ingrediënten een plek kunnen krijgen.

Dr. John aan pianoDr. John was en beetje een musician’s musician: een artiest die bij collega’s in hoog aanzien staat maar geen bijster groot publiek heeft. Vreemd is dat niet, want voor Mac Rebennack was de muziek altijd belangrijker dan hijzelf. Bovendien is zijn stijl weliswaar samengesteld uit bekende genres (blues, boogie-woogie, jazz, rock en funk), maar die genres zijn in zijn gumbo tegelijk bijna onherkenbaar geworden.

in the right placeIn dat opzicht doet hij een beetje denken aan de betreurde JJ Cale, ook een eclectische muzikant die ondanks zijn impact op de popgeschiedenis bij zijn overlijden relatief weinig aandacht kreeg. In de necrologieën van de afgelopen week kwam vooral Dr. Johns muziek vanaf begin jaren 90, toen hij definitief was afgekickt van de heroïne, er mijns inziens wat bekaaid vanaf. Die platen zijn misschien niet allemaal zo sterk als die uit zijn hoogtijdagen (Gris-Gris (1968), Dr. John’s Gumbo (1972) en In the Right Place (1973), maar er zit wel veel moois tussen:

♦ The City that Care Forgot (2008): een gedreven album over de verwoesting van New Orleans door de orkaan Katrina. Bewijs: het groovende Time For A Change.

♦ Tribal (2010): fraai gearrangeerde en fantastisch gespeelde NO-stukken, zoals het funky Big Gap, geschreven door Allen Toussaint, die andere New Orleans-grootheid die ons niet zo lang geleden ontviel.

♦ Locked Down (2012): direct en fris geproduceerd door Dan Auerbach van The Black Keys. Laat je meevoeren door de voodoo-sfeer van de titeltrack.

hoes The very best of Dr. JohnBij sommige artiesten voel je een persoonlijke band (ook al wordt dat gevoel van verwantschap door zender en ontvanger totáál anders geuit), maar zoiets had ik bij de Dokter niet. Dr. John was bovenal de personificatie, de ambassadeur en de ongekroonde muziekkoning van New Orleans. Bovendien: muziek uit New Orleans gaat, net als funk, eigenlijk alleen over zichzelf. New Orleans is muziek, en New Orleans-muziek gaat alleen over New Orleans, of anders over New Orleans-muziek. Daar kom je niet tussen. Je kunt je er wel aan overgeven, en als je dat doet kan de beloning groot zijn: je ziel wordt geheeld en gereinigd.

R.I.P. Dr. John, The Nighttripper, Mac Rebennack of hoe ik je maar mag noemen.

 

 

Gewoon wat goeie(nieuwe)muziektips

Vandaag op Goeie Nummers geen diepzinnige bespiegelingen over de verbazingwekkende wereld van de popmuziek, maar gewoon een paar tips: goeie muziek – nieuw en oud – om te (her)ontdekken.

The DelinesThe Delines, afkomstig uit Portland, Oregon, maken een fraaie mix van country en soul. Tot nu toe brachten The Delines, met song- en romanschrijver Willy Vlautin op gitaar en achtergrondzang, twee sterke albums uit vol verhalen over tragische mensenlevens, sober gearrangeerd om alle ruimte te geven aan de unieke stem van frontvrouw Amy Boone. Luister naar Let’s Be Us Again, afkomstig van het recente Delines-album The Imperial. Wil je meer? Hier vind je een integraal optreden van een halfuurtje in de radiostudio van KEXP in Seattle.

Bruce HornsbyToetsenist-zanger Bruce Hornsby ken je vast nog van The Way It Is, zijn megahit uit 1986. Hornsby (1954) is sindsdien steeds actief gebleven, maar daar had ik niet heel veel van meegekregen. Zijn nieuwe album Absolute Zero is in elk geval zeer de moeite waard. De Amerikaan weeft als vanouds prachtige harmonieën door zijn relaxte Westcoast-sound maar schuwt ook het avontuur niet, onder andere door samenwerkingen met jazz-drummer Jack DeJohnette, zanger Justin Vernon (Bon Iver) en het klassieke sextet yMusic. Begin met het uptempo Voyager One, doe daarna Cast-Off en dan Meds (mijn persoonlijke favoriet). Of luister naar het hele album op Spotify. Bij elke draaibeurt beter.

330px-Cate_Le_Bon_in_2012Dat laatste geldt ook voor Cate Le Bon. De singer-songwriter uit Wales, bouwjaar 1983, produceerde sinds haar debuut in 2008 al vijf soloalbums en drie EP’s vol ongrijpbare popliedjes die enorm onvermijdelijk onder je huid kruipen. Le Bon schreef de nummers voor haar recente veelgeprezen album Reward in de eenzaamheid van een vakantiehuisje in het Engelse Lake District. Dat geeft al een idee, maar waar je haar muziek verder precies moet plaatsen? John Cale (ook Welsh) wordt als referentie genoemd, net als Roxy Music. Jeff Tweedy van alt-countryband Wilco is een bewonderaar. Zelf luistert ze graag naar artiesten als David Bowie, Kate Bush, Pharoah Sanders en Prince. Kun je daar wijs uit worden? Luister maar gewoon naar Daylight Matters. Of naar Home To You.

This Is NiecyTot slot een nummer om nooit te vergeten, uit 1976: Free van Deniece Williams, het goudkeeltje dat ons ook verblijdde met Let’s Hear It For the Boy en Too Much, Too Little, Too Late (met Johnny Matthis). Vanaf eind jaren 80 richtte Williams (1950) zich vooral op gospelmuziek en verdween ze min of meer uit de popwereld. Wat niets afdoet aan haar tijdloze klasse. En dan laat ze zich op Free ook nog eens begeleiden door de klasbakken van Earth, Wind & Fire. Die mellow funky groove, kom daar tegenwoordig nog maar eens om. Wil je de lange studioversie, of liever live, uit de Britse tv-show UK Gold? Maakt niet uit, het is allemaal goed.

Goed weekend!

 

 

Wat zegt een naam?

Romeo & JulietIn het beroemde toneelstuk van William Shakespeare stelt Juliet de retorische vraag What’s in a name? Ze wil ermee zeggen dat Romeo’s achternaam voor haar niet telt – het gaat om wie hij is. Met andere woorden: vergeet de naam, die betekent niets, dat is een toevalligheid, loze ballast, buitenkant. Wat er toe doet, dat is de binnenkant van de naamdrager, hoe die zijn of haar leven invult. Het klinkt als een uitspraak waar je niets tegenin kunt brengen – maar is het ook waar?

George BakerVoor popmuzikanten ligt het toch iets anders. Solo-artiesten kunnen natuurlijk wel gewoon ‘als zichzelf’ opereren, maar hun eigennaam is ook een merk: de artiestennaam moet lekker bekken, niet al te gewoon zijn, een tijdlang meegaan en ook de juiste uitstraling hebben. Als je Hans Bouwens heet, verwacht je dat mensen George Baker waarschijnlijk toch wat exotischer vinden, en als je bij de burgerlijke stand Stefani Joanne Angelina Germanotta heet, kort je dat misschien liever af tot Lady Gaga.

Elvis Costello2Er zijn ook artiesten die via hun pseudoniem hun inspiratiebronnen tonen. Bob Dylan, geboren als Robert Allen Zimmerman, ontleende zijn artiestennaam aan de door hem bewonderde Welshe dichter Dylan Thomas. Elvis Costello (Declan McManus) deed hetzelfde met Elvis Presley, en in ons eigen land vernoemde Jett Rebel (Jelte Steven Tuinstra) zich naar het nummer Rebel Rebel van rolmodel David Bowie. Zo’n naam zegt dus echt wel iets.

The Kinks2In tegenstelling tot solo-artiesten moeten bands sowieso een naam kiezen. Bovendien moeten de bandleden het onderling eens worden – ga er maar aan staan. Veel beginnende bandjes breken zich dan ook het hoofd over een geschikte naam. Zo gingen de Britse broers Davies en hun medemuzikanten door het leven als The Ray Davies Quartet, The Pete Quaife Quartet, The Ramrods, The Bo-Weevils en The Ravens voordat ze uiteindelijk The Kinks werden.

muddy waters2Om hun eigen merk te ‘laden’ vernoemen sommige bands zich naar een songtitel van hun favoriete artiest. Het Schotse Deacon Blue toonde zich schatplichtig aan Steely Dan (Deacon Blues), Radiohead aan Talking Heads (Radio Head) en The Sisters of Mercy aan Leonard Cohen (The Sisters of Mercy). De lijst van zulke ‘inspiratie-bandnamen’ is lang, met als beroemdste voorbeeld natuurlijk The Rolling Stones. De jonge Britten waren begin jaren 60 zo wild van de Amerikaanse blues dat ze Muddy Waters’ tekstregel ‘I’m a rollin’ stone’ (uit Mannish Boy) gewoon letterlijk namen.

Zangeres zonder NaamAl met al zit Juliet er dus behoorlijk naast als het over de popwereld gaat: de naam is allesbehalve onbelangrijk. Maar we moeten het ook niet overdrijven. Want de woordbetekenis van de band- of artiestennaam, de betekenis die zich bij eerste kennismaking aan je opdringt, verdwijnt op den duur steeds meer naar de achtergrond. Net zolang tot de naam synoniem is geworden met de bijbehorende muziek en muzikanten.

Doe Maar2Ga maar na: het woordkoppel Doe Maar is nauwelijks nog herkenbaar als veelgebruikte idiomatische uitdrukking – het staat in de eerste plaats voor De Band die de Nederlandstalige Popmuziek Volwassen Maakte. De eerste indruk van The Beatles, een wat flauwe woordspeling, werd al snel volledig overvleugeld door hun fenomenale nummers en hun frisse optreden. Deze transformatie was Romeo en Juliet helaas niet gegeven; hun naam bleef aan hen kleven, met alle ellende van dien. Voorzichtige conclusie: in de popmuziek heerst meer rechtvaardigheid dan in de liefde.

Wat is voor jou de gaafste bandnaam ooit – en waarom? Laat het weten bij reageer-optie hieronder!

Wie trekt er aan de touwtjes?

roze bril pianoBen ik te lang te naïef geweest? Heb ik altijd door een roze bril naar de popmuziek gekeken? Vanaf mijn jeugd zag ik de popmuziek namelijk als de uiting van een bijzondere zielsverwantschap tussen artiesten en hun publiek, die door onzichtbare muziekdraden met elkaar verbonden waren. Ik was er ook van overtuigd dat het puur de creativiteit van geniale artiesten was die de koers van de popgeschiedenis uitzette.

Dutch Mountains low resTot voor kort dus. Want ik las een boek dat mij een veel ‘genuanceerdere’ kijk op de zaak gaf: Dutch Mountains, van Peter Voskuil. Met de ondertitel van deze fraai geïllustreerde turf (730 blz.), ‘Het ultieme standaardwerk over de Nederlandse platenindustrie’, is geen woord te veel gezegd, want het relaas beslaat zo’n beetje de hele twintigste eeuw, tot het moment dat de muziekbusiness begin deze eeuw door internet ingrijpend veranderde.

Doe Maar2Dutch Mountains gaat natuurlijk over de pieken en dalen in de carrières van artiesten als Rob de Nijs, The Golden Earring, De Zangeres Zonder Naam, Doe Maar, Marco Borsato, Bløf en vele anderen, gelardeerd met fraaie anekdotes. Maar je komt vooral veel te weten over de werking van de platenbusiness: contracten, pluggers, radio-formats, dj’s, studiobazen, distributiedeals, importconstructies, licenties, imagocampagnes en nog veel meer. Een doorwrochte blik achter de schermen dus.

ouderwetse radioEn daarmee werden mij tamelijk wreed de ogen geopend: alle muziek waar we in Nederland vanaf de jaren 60 naar hebben geluisterd, blijkt voor een aanzienlijk deel te zijn bepaald door platenbonzen en marketeers, en niet door artiesten. Wat er op de radio gedraaid werd, wat aandacht kreeg in de media, wat er überhaupt wel en niet op de markt verscheen, hoeveel we ervoor moesten betalen, welk imago een artiest had – de industrie zat erachter. Artistieke kwaliteit speelde bij dit alles echt geen doorslaggevende rol – de verwachte rendementen wel.

orchestral manoeuvres in the darkHet boek laat zelfs zien welke impact grote economische bewegingen op de muziek kunnen hebben. Zo blijkt de artistieke stilstand in de jaren 80-pop – je weet wel, die fatale combi van synthesizers, galmende drumcomputers en vals pathos – samen te hangen met de sterke concentratie van marktpartijen in de muziekindustrie in dat tijdvak. Belangrijk, zo’n verklaring – want af en toe heb je iets nodig dat het onbegrijpelijke begrijpelijk maakt.

Sandie ShawMaar al met al, dat is duidelijk, keerde ik beroofd van enkele illusies terug uit de Dutch Mountains. Sadder and wiser. Maar hé, een echte fan kan wel een beetje waarheid aan. Verbeelding is tenslotte belangrijker dan feiten. Ik denk dat het in werkelijkheid heel anders zit, namelijk dat niet de popliefhebbers, maar de platenbazen naïef waren. Zij dachten wel dat ze aan de touwtjes trokken, maar in feite waren zij de poppetjes, die via onzichtbare draadjes werden aangestuurd door de artiesten én de fans – met als doel die bijzondere band tussen hen tot stand te brengen. En dat hebben die platenbazen dan ook keurig gedaan.

Een plek voor god in de rock-‘n-roll

god scrabbleDe ene god is de andere niet. Zeker in de popmuziek. In soul en zwarte gospelmuziek wordt hij volop aangeroepen, in de rest van de popmuziek schittert hij door afwezigheid of leidt hij een bestaan in de marge. De modale popliefhebber en -journalist lijkt knap selectief in zijn acceptatie van het religieuze element in de muziek.

Stevie Wonder middenGa maar eens bij jezelf na: stoort het je wanneer Stevie Wonder, Al Green of Mavis Staples het opperwezen om bijstand smeekt? Wanneer genade, een gebed of verlossing de hoofdrol opeisen in de nummers van Aretha Franklin, Marvin Gaye of Prince? Ik denk het niet. Deze omgang met god bevindt zich in het hart de popmuziek, wordt heel normaal gevonden.

slow train comingHoe anders is dat bij blanke popartiesten die getuigen van hun geloof. Ze zijn verbannen naar een klein hoekje van de popwereld met het opschrift ‘reli-pop’, waarin ze optreden voor eigen kring op gelegenheden als het Flevo Festival (tegenwoordig Graceland Festival). Een hoekje waar de meeste popliefhebbers met een grote boog omheen lopen. Of denk terug aan de hoon waarmee Bob Dylan in 1979 werd overladen na verschijning van zijn gospelalbum Slow Train Coming.

blauwe ogenWaarom we de ene god zo anders benaderen dan de andere, kan ik niet zo gauw zeggen. Het lijkt in elk geval onlogisch dat het om puur muzikale redenen gaat. Eerder, zo schijnt het me toe, komt het voort uit een ongeschreven regel die bepaalt dat we de ene god gastvrijer moeten ontvangen dan de andere, hoewel ze in naam naar een en dezelfde metafysische kracht verwijzen. Gelukkig word ik in die opvatting gesteund door de uitzonderingen op die regel: blauwogige artiesten die het religieuze en het wereldse in hun werk op een volkomen vanzelfsprekende manier laten samensmelten.

Van Morrison met veel schaduwBij oudgediende Van Morrison werden de vaste rhythm-and-bluesonderwerpen al heel vroeg afgewisseld met religieuze thema’s. Denk aan nummers als It Stoned Me en Into The Mystic van prachtalbum Moondance uit 1972. En aan zijn latere albums Saint Dominic’s Preview, Into The Music en Common One, die voor een groot deel in het teken staan van een mystiek verlangen.

hiss golden messengerEen andere, jongere artiest past ook goed in het rijtje uitzonderingen: Hiss Golden Messenger, nom de plume van de Amerikaanse singer-songwriter M.C. Taylor. In de liedjes van Hiss Golden Messenger is het godsbesef nadrukkelijk en tegelijk ongrijpbaar aanwezig. Op Haw (2013) en Bad Debt (2014) spreken de songtitels boekdelen (Devotion, The Serpent Is Kind (Compared To Man), No Lord is Free, Oh Little Light), maar de teksten zelf zijn nooit eenduidig – de worsteling lijkt voor Taylor minstens zo urgent als het geloof zelf.

hallelujah anyhowOp zijn sterke album Heart Like a Levee (2016) zijn de teksten wereldser, maar zijn het de muzikale gospelinvloeden die zijn folk- en countrynummers naar een hogere intensiteit brengen. Taylors voorlaatste werkstuk, Hallelujah Anyhow (2017), wordt door de critici bijvoorbeeld getypeerd met de woorden ‘liefde wint het van duisternis’. Ergens tussen vrees en hoop, tussen geloof en twijfel, daar waar het onderscheid tussen etnische groepen geen rol speelt, daar demonstreert Hiss Golden Messenger zijn aanhankelijkheid aan het hogere. Check him out.

Kippenvel – (Your Love Keeps Lifting Me) Higher and Higher

hoesje Jackie_Wilson_(Your_Love)Afgelopen zondag zong gospeldiva Michelle David voor koning, koningin en vaderland tijdens het 5-meiconcert in Amsterdam een soulnummer waarvan het hooggeëerde gezelschap behoorlijk leek te genieten. Ikzelf, thuis op de bank voor de tv, vroeg me vooral af hoe het kon dat ik dat onweerstaanbare nummer al zo lang niet meer had gedraaid: (Your Love Keeps Lifting Me) Higher and Higher van Jackie Wilson uit 1967.

Van MorrisonMijn eerste kennismaking met de Amerikaanse soulzanger Jackie Wilson (1934-1984) dateert uit 1976, en dat ging via via, met Van Morrisons fraaie ode Jackie Wilson Said. Maar daarmee was Wilson alleen nog maar een naam. Later hoorde ik de man zelf, met Lonely Teardrops en vooral met Reet Petite, dat in Nederland in 1987 een tweede leven kreeg. Wie Wilsons werk beluistert, weet dat hij nog veel meer moois gemaakt heeft, maar bovenaan staat voor mij nog immer Higher and Higher.

James JamersonVanaf het groovende intro – louter drums, percussie, bas – zit je er meteen in. Dat is ook niet zo gek, want Wilson laat zich hier ondersteunen door The Funk Brothers, van 1959 tot 1972 de vaste Motown-huisband met in de gelederen onder meer de fenomenale bassist James Jamerson. (Om je een idee te geven, The Funk Brothers waren verantwoordelijk voor de onder- en achtergrond van I Heard It Through The Grapevine (Marvin Gaye), Papa Was A Rolling Stone (The Temptations), You Can’t Hurry Love (The Supremes) en ga zo maar door.)

Jackie Wilson kleurOp de solide basis van zijn begeleiders kon Wilson zich uitleven met zijn veelzijdige stem. Volgens de overlevering vertolkte hij het nummer in de studio in Chicago aanvankelijk als een gevoelige soulballad. Producer Carl Davis vond dat niks en gaf de zanger in duidelijke termen te verstaan dat hij er meer pit in moest gooien. De versie die Wilson meteen daarna op de band vastlegde, is wat we vandaag de dag nog steeds horen. Met dank aan mijnheer Davis dus.

Maurice WhiteDe producer maakte in de studio meer gelukkige keuzes. Zo haalde hij Maurice White erbij (de latere bandleider van Earth, Wind & Fire), waarschijnlijk voor de percussiepartijen, en lardeerde hij de strakke basistrack op de juiste momenten met smaakvolle blazers- en strijkers en een lekker meezingbare blazerssolo.

The AndantesMaar Davis’ allerbeste keuze was waarschijnlijk het achtergrondkoortje, grotendeels bestaande uit The Andantes, ook een vaste waarde bij Motown. Want het drietal zorgt samen met Wilson in de refreinen voor de momenten waarop alles samenkomt. Tussen de leadzang door zingen de sirenen ‘Your love keeps lifting me, love keeps keep lifting me, lifting me higher and higher, higher!!!!!’ Steeds een woordje minder, met z’n drieën precies voor of juist na de tel – en stuwen Wilson daarmee tot nog grotere hoogten. Kippenvel.

luchtballon 2Zet hem gewoon nog een keer op, want je hebt nog niet genoeg gehad, je wilt door, je wilt hoger vooral. Weg van de grond, verlost van de zwaartekracht. Zo vaak als je wilt, tot je totaal bevrijd bent. Higher and Higher!!!!!!!!

 

 

Blues bij de frappuccino

BluesVan alle popgenres heeft de blues tot dusver misschien wel de meest merkwaardige weg afgelegd. En niet altijd de meest glorieuze. Niet alleen vanwege de ellende waar het in bluessongs vaak over gaat, maar vooral vanwege de beperkte maatschappelijke erkenning.

Mississippi-deltaDe blues is de muziek van de nazaten van de slaven in de Mississippi-delta, op het platteland van het diepe zuiden van de VS, ergens begin 20e eeuw. Een nederig begin. Bluesmuzikanten speelden eenvoudige liedjes op primitieve instrumenten in armoedige kroegen voor een weinig draagkrachtig zwart publiek. De muziek vermengt elementen van spirituals, worksongs en zogenoemde field hollers, met duidelijke Afrikaanse wortels, de teksten bevatten vaak bedekte toespelingen gericht tegen de blanke overheersers.

Robert JohnsonVoor jonge zwarte mannen en vrouwen bood een carrière als bluesartiest een kans om te ontsnappen aan het uitzichtloze bestaan van katoenplukker, al was het geen vetpot, zoals het levensverhaal van de legendarische bluesman Robert Johnson laat zien. Pas met de elektrische uptempo variant, de Chicago-blues, komt er vanaf de jaren 40 meer succes. Maar uiteindelijk gaat de blues toch vooral de popgeschiedenis in als de onmisbare vonk waarmee halverwege de jaren 50 de rock-‘n-roll wordt aangestoken: de muziekstijl waarop vele (blanke) performers (Elvis Presley, Jerry Lee Lewis, Little Richard) en hun opvolgers zullen binnenlopen, de blues als een soort empty-nest ouder achterlatend.

B.B. KingTot de zogeheten British Invasion begin jaren 60. Bijna vergeten bluesmannen als Muddy Waters, B.B. King en Buddy Guy worden herontdekt door bands als The Rolling Stones, Them en Cream, en krijgen een tijdlang goede optredens in behoorlijk grote zalen in Europa. Maar het ‘eigen’ zwarte publiek is inmiddels alweer een stuk verder. Dat luistert naar de nieuwe soulartiesten Marvin Gaye, Stevie Wonder, Otis Redding en Aretha Franklin.

deep purpleEn zo zal het verder gaan. Terwijl de hardrock van Uriah Heep, The Free, AC/DC en Deep Purple – in feite een opgevoerde versie van de blues – stadions vult en het zwarte publiek overstapt van soul naar disco, r&b en hiphop, komt de blues op de kleinste podia terecht, met vooral blanke hoogopgeleide Europeanen en Amerikanen als toehoorders.

ron sexsmithEn in koffietentjes. Dat wrijft singer-songwriter Ron Sexsmith ons onder de neus in Jazz At The Bookstore (Time Being, 2006). De Canadese songsmid, vooral specialist in liefdesliedjes, windt zich hier op over de manier waarop blues en jazz tegenwoordig worden gebruikt als decor voor vrijblijvend stedelijk hedonisme: terwijl de clientèle slokjes neemt van koffievarianten met onuitspreekbare namen, is Leadbelly nog net hoorbaar boven het geluid van de koffiemolen.

koffieapparaatJa, het is vreemd gelopen met de blues. Van subversief geluid uit de onderste lagen van de samenleving in de loop van een eeuw naar achtergrondruis bij het sociale verkeer van de hoogopgeleide stedeling. Maar je kunt het ook anders zien. Want als er één houding is die bluessongs uitdragen, dan is dat de onwil om je door het leven te laten knechten. En zo’n boodschap moet onderhuids heel welkom zijn bij die hedendaagse stadsbewoners met hun relatiekeuzestress, tijdelijke arbeidscontracten, moordende concurrentie en de sociale dwang om alles uit het leven te halen.

Lightnin' HopkinsKan het toeval zijn dat zanger-gitarist Lightnin’ Hopkins meer dan een halve eeuw geleden al een hit scoorde met Coffee House Blues?

 

Meer dwarsfluit

Thijs van Leer IntrospectionWaarom is de dwarsfluit in hemelsnaam het muurbloempje van de popmuziek? Ik heb daar nooit iets van begrepen. Oké, de Introspection-platen van Thijs van Leer en het populair-klassieke werk van Berdien Stenberg zullen niet gauw tot de spannendste onderdelen van jouw of mijn leven behoren. Maar dat zijn de foute uitzonderingen, en die kunnen nooit de reden zijn van een massaal misverstand.

standbeeld meisje dwarsfluitEen mogelijke verklaring is dat jongens liever gitaar leren spelen dan fluit en dat jongens nou eenmaal oververtegenwoordigd zijn in de popmuziek. Best plausibel, we leven nu eenmaal in een wereld waarin imago en sekse-identiteit niet onbelangrijk zijn. Maar anderzijds zouden we dat in tijden van gender-bending en nieuwe mannelijkheid inmiddels wel mogen loslaten.

Gentle GiantWant het is hartstikke zonde om die dwarsfluit op de plank te laten verstoffen. Er zijn geweldige voorbeelden, vooral uit de jaren 70. Progrockbands als Jethro Tull en Gentle Giant maakten een innovatieve mix van Europese folk en Amerikaanse bluesrock. Funkrockers uit de Amerikaanse zuiden als Little Feat, Sea Level en Dr. John – artiesten die toevallig ook de ondergewaardeerde koebel zo’n prominente plek gaven – lieten even fraaie kruisbestuivingen horen. Van Morrison maakte Veedon Fleece.

equalizerEn er zijn meer argumenten pro dwarsfluit. Een van de rottige eigenschappen van popmuziek is namelijk dat het weinig middenfrequenties bevat. Hoog en laag zijn oververtegenwoordigd. En vooral de schelle klank van al dat hoog vinden onze oren – of eigenlijk ons hersenen – niet prettig. Het geluid van de dwarsfluit zit juist wél lekker in dat midden. Veel fijner voor het brein.

bergtoppen 2Bovendien heeft de dwarsfluit waanzinnige kwaliteiten. Hij is in staat om je mee te nemen op een verre reis, naar een oerwoud, een heuvellandschap, een bergtop – in elk geval altijd een stukje boven de grond, naar een plek waar een zacht zomeravondbriesje waait. Een geweldige aanvulling op knallende drums, aardse basklanken en rauwe gitaarlicks.

So van Peter GabrielOndanks al die voordelen was het in de popmuziek na midden jaren 70 wel zo’n beetje gedaan met het holle zilverkleurige toverstafje. In het muzikale zwarte gat van de jaren 80 hoorde je nog weleens iets dat erop leek, bijvoorbeeld in Peter Gabriels Sledgehammer, maar dat bleek dan uiteindelijk weer uit een kastje komen. Wat een sof.

LizzoMaar gelukkig is er nu een klein lichtpuntje. Vanochtend las ik ergens op internet over inspirerende nieuwe soul-hiphopfenomeen Lizzo, die geregeld laat zien en horen dat ze taboes durft te doorbreken. De muzikaal geschoolde artieste schaamt zich net zomin voor haar forse achterwerk en als voor de keuze van haar favoriete muziekinstrument – integendeel, ze is er trots op. En terecht.

En jongens, als jullie nu toch steeds bang zijn voor het veronderstelde suffe en onmannelijke imago van de dwarsfluit, kijk dan even naar dit filmpje.

 

Succes een kwestie van geluk?

David BowieIn het Groot-Brittannië van de jaren 60 ploeterde ene David Jones zich zonder veel succes van de ene band-auditie naar de volgende. De leiding van een Brits radioprogramma zei over hem: ‘de zanger heeft geen enkel talent.’ Ze zullen zich later, toen David Bowie inmiddels een grote popster was, misschien nog wel eens op hun hoofd hebben gekrabd.

Het grappige van deze anekdote zit hem hierin dat we ons de artiest altijd moeilijk kunnen voorstellen in een andere gedaante dan waarin we hem of haar hebben leren kennen – gekleed in de mantel van succes. Onbewust denken we dat de artiest altijd dezelfde is geweest. En vaak kan dat beeld ook niet worden rechtgezet omdat oude (film)opnames doorgaans ontbreken – de artiest was immers nog niet bekend!

Daniel KahnemanDe anekdote is ook enigszins verontrustend, omdat het laat zien dat elke artiest een ontdekker nodig heeft om te kunnen doorbreken, en dat toeval daarbij een grote rol moet spelen. Psycholoog en Nobelprijswinnaar Daniel Kahneman gaat in zijn boek Ons Feilbare Denken in op dit fenomeen. Hij stelt dat geluk een belangrijke rol speelt in elk succesverhaal: ‘Als je een kleine verandering in het verhaal aanbrengt, slaat een opmerkelijke prestatie heel vaak om in een middelmatig resultaat.’ Als dat waar is, is roem en erkenning dan wel verdiend? Of is het vooral gebaseerd op drijfzand?

inside llewyn davisIn 2013 brachten de befaamde cineasten Joel en Ethan Coen de film Inside Llewyn Davis uit. Daarin volgen we de sappelende Newyorkse folkmuzikant Llewyn Davis in 1961. Aan zang- en songschrijverskwaliteiten ontbreekt het hem niet, wel aan wat flexibiliteit, wat zelfdiscipline – en aan wat geluk. Gedreven door acute geldnood slaat Davis een achteraf lucratieve royaltydeal af en raken zijn muzikale carrièreperspectieven steeds verder uit beeld.

Coen brothersIn de slotscène kijken we met hem mee naar binnen door het raam van een kroeg. We zien de schaduw van een folkzanger op het podium, een opvolger van Llewyn – het silhouet vertoont grote gelijkenis met dat van Bob Dylan. Zo dun is de lijn tussen succes en falen in de muziekbusiness, lijken de Coen-broers te willen zeggen. Je moet net op het juiste moment op de juiste plek zijn en de juiste mensen tegen het lijf lopen.

Voor ons popliefhebbers, opkijkend naar het podium, is de invloed van het toeval vrijwel onzichtbaar. Voor de artiesten is dat natuurlijk heel anders. Bij een succesvolle artiest kan het leiden tot onzekerheid: is de erkenning die ik krijg wel terecht, word ik straks opeens afgeschreven?

dobbelstenenVoor de grote menigte artiesten die het (nog) niet hebben gemaakt, is het weer anders. De rol van het toeval kan hun juist troost of zelfs hoop bieden. Ze helpt hun om te denken: het ligt niet allemaal aan mij. En kijk naar David Bowie. Als je volhoudt, is er altijd een kans. En daar hebben ze gelijk in.