De muziek van mijn moeder

In een van mijn oudste herinneringen ben ik dicht bij het volmaakte geluk. Ik lig als vijfjarige met een boek onder de tafel terwijl mijn moeder aan het strijken is en de radio aanstaat. Een beschermde plek om weg te dromen terwijl er af en toe klanken van buiten doordringen. Mijn moeder zet de radio harder bij een kunstig liedje van Jasperina de Jong dat volgens mij bij een reclame hoorde. We hadden er ook een plaatje van.

Mijn moeder werd geboren in 1932, in een net en eenvoudig Leeuwarders gezin waarin muziek een niet onbelangrijke plek innam. Naar verluidt kon mijn opa uit zijn hoofd hele aria’s fluiten, en zijzelf was op de kweekschool – de voorganger van de PABO –  een van de weinige studenten die een melodie meteen in muzieknoten kon omzetten (solvège). Maar sporten vond ze als hobby toch belangrijker dan muziek.

Begin jaren 70 scoorde orkestleider Waldo De Los Rios een grote hit met een pop-crossover van het beroemde thema van Mozarts 40e Symphonie. Mijn moeder was daar zo weg van dat ze de single kocht – in haar ogen waarschijnlijk een grote luxe – en het plaatje grijsdraaide. De reden voor haar enthousiasme: De Los Rios had van die fijne melodie iets dansbaars gemaakt.

Want mijn moeder danste graag. Quickstep, foxtrot, rumba – maar het waren niet meer dan een paar passen die ze deed als er een geschikt nummer op de radio werd gedraaid. Daarna ging ze snel weer verder met waar ze mee bezig was geweest: het huishouden, nakijkwerk voor school. Pas toen Chubby Checker in 1976 voor de tweede keer de hitparade besteeg met zijn single Let’s Twist Again, kregen ik (13), mijn broer (15) en mij zusje (11) een beeld van hoe ze ooit over de dansvloer had bewogen. En ze kreeg ons pubers daarin mee.

Muziek moest voor mijn moeder vooral de boel opvrolijken. Met droevige muziek hoefde je bij haar niet aan te komen, en ook niet met moeilijke. Toen ik bijvoorbeeld in de jaren 70 als puber te kampen kreeg met een fikse Neil Young-verslaving was ze daar niet blij mee, daar kan iedereen zich wel iets bij voorstellen, denk ik. Een stuk blijer was ze met de muziek van J.J. Cale waar mijn broer en ik mee aankwamen, zoals Call Me The Breeze en Mama Don’t Allow (!).

Op welke manier de muziek van mijn moeder mijn muzieksmaak heeft beïnvloed, vind ik lastig te zeggen. Mozarts Symphonie nr. 40 behoort in elk geval tot mijn favoriete muziekstukken (maar dan in de klassieke uitvoering). Mooie kleinkunst- en Nederpopliedjes zoals die van Spinvis, Maarten van Rozendaal en Yentl & De Boer staan ook hoog op mijn lijstje, net als de pure rock-‘n-roll en rockabilly van Buddy Holly, Elvis Presley en Chuck Berry. Op albums met veel trage, droevige nummers sla ik er graag een paar over. In al die dingen lijk ik veel op mijn moeder.

En ik zing graag, net als zij. Soms doen we dat nog. Kinderliedjes, dat gaat het beste. Dat zijn de liedjes die, nu ze in het verpleeghuis zit en haar geheugen steeds verder verdwijnt, nog verrassend goed zijn op te roepen. Op een grote paddenstoel, Zie ginds komt de stoomboot – het zijn geen grootse stukken. Het is wel muziek die heel ver teruggaat. De muziek die moeder en kind deelden. En die we nu, meer dan vijftig jaar later, nog steeds met elkaar kunnen delen.  

Albumverjaardag ◉ Wilco – Yankee Hotel Foxtrot

Als er één band is die aangemerkt kan worden als vaandeldrager van de alt-country, dan is het Wilco. En als er één album iconisch is in dat lastig te omschrijven genre, dan is het Yankee Hotel Foxtrot, deze week 20 jaar oud geworden. Een cultklassieker van de vroege 21e eeuw.

Voor de band zelf is de verjaardag aanleiding voor een speciale Yankee Hotel Foxtrot Anniversary Tour en een uitgebreide re-issue van het album. De fan heeft ruime keuze: een ‘gewone’ dubbel-lp of -cd of een super-de-luxe uitgave van maar liefst 8 cd’s of 11 lp’s, met allerhande outtakes en making-of’s. Of iets ertussenin. Daaruit kun je de status van dit album wel zo’n beetje aflezen.

En dat is best gek als je weet hoe Yankee Hotel Foxtrot ontstond. Het album was er bijna helemaal niet gekomen. Frontman Jeff Tweedy vocht in de studio bittere ruzies uit met medebandlid Jay Bennet over de koers en de sound van de band. Beide mannen kampten met een heftige verslavingen. En toen de opnames in 2001 eindelijk klaar waren, wees hun platenlabel Reprise het materiaal af omdat er geen single op zou staan.

Een jaar later verscheen het album alsnog, op het Nonesuch-label, en de muziekpers was laaiend enthousiast. Yankee Hotel Foxtrot geldt nog steeds als Wilco’s hoogtepunt, ook commercieel gezien, met ongeveer 600.000 verkochte exemplaren. Maar eind goed, al goed was het nou ook weer niet. Tweedy ontsloeg Bennet na de release, en Bennet zou in 2009 zelfmoord plegen zonder dat de twee elkaar ooit nog had gesproken. Ook die geschiedenis spookt rond bij de 20e verjaardag van het album.

Omstreeks de eeuwwisseling beleefde ik een soort tweede popjeugd waarin ik met hernieuwd fanatisme naar muziek ging luisteren. Vooral de alt-country trok me, als een echo van de obsessie die ik als 13-jarige koesterde voor The Band, Crosby, Stills, Nash & Young en aanverwanten. Hun opvolgers, de alt-countrybands, luisterden naar namen als The Gourds, Whiskeytown, Son Volt, The Drive-By Truckers en natuurlijk de band van Jeff Tweedy uit Chicago. Allemaal artiesten die de liefde voor de Amerikaanse muziektradities combineerden met een forse hekel aan hokjes. Folk, country, rock, psychedelica, punk, het kon allemaal, als het maar buiten het hokje was.

Je kon in die dagen in popmagazines als No Depression en Heaven geregeld lezen over Yankee Hotel Foxtrot. Niet alleen in 2002, ook daarna werd er nog vaak naar verwezen. Voor de critici stond het album op eenzame hoogte. Wilco’s Being There uit 1996 had me niet echt overtuigd, maar op een gegeven moment zag ik Yankee Hotel Foxtrot ergens voor een paar euro te koop liggen. Daar kon ik me geen buil aan vallen, dacht ik. Dat liep anders. De plaat blies me finaal omver.

Het eerste nummer, I Am Trying to Break Your Heart, overrompelde zoals weinig andere muziek heeft gedaan. Die titel alleen al – wat wil de zanger zeggen? Bijna 7 minuten troostrijke wanhoop volgt, ondersteund door zwalkende vervormde orgelpartijen en drumbreaks. Het hele album is zo onduidelijk als de pest. Het gaat alle kanten op. Zet het niet op de achtergrond op, laat je meevoeren. Onverwachte gitaarerupties, folkliedjes, echo’s van The Velvet Underground, dan weer een catchy nummer als Jesus, Etc. Een droom van een plaat, soms een nachtmerrie. Muziek die verwart en betovert.

Yankee Hotel Foxtrot staat na twee decennia nog steeds fier overeind in al zijn eigenzinnigheid. Maar een plaat wordt ook ouder. Sommige dingen veranderen. In 2006 rekende Q Magazine hem tot de beste 100 aller tijden. In 2012 stond hij in Rolling Stone’s Top 500 op de 493e plaats, in 2020 op nummer 225. Niet slecht voor een plaat die er bijna niet geweest was.

De muziek van mijn vader

Deze weken ben ik op zoek naar de ontwikkeling van mijn eigen muzieksmaak. Wie beïnvloedden mijn luistergedrag? Wie zetten mij op het spoor van nieuwe artiesten? En hoe werkt dat door tot op de dag van vandaag? Naast de radio en muziekbladen zijn de belangrijkste influencers waarschijnlijk mijn vrienden geweest. Daar schreef ik vorige keer al over.

Maar je moet je familie zeker ook niet uitvlakken. Ouders, broers en zussen zijn door hun voortdurende aanwezigheid natuurlijk medebepalend voor je muzieksmaak, al gaat dat proces vaak onbewust. Zelfs voor je geboorte schijn je al muziekvoorkeuren te ontwikkelen omdat er geluid van buiten in de baarmoeder doordringt. In de kinderjaren daarna, voordat je je eigen muziek gaat kiezen, wordt je vaak blootgesteld aan de muziek van je ouders. Vandaag zoom ik in op de – volgens mij grotendeels onbedoelde – muzikale opvoeding die ik kreeg van mijn vader.

(meer…)

De muziek van je vrienden

life is better with friends

Hoe ontdek je nieuwe muziek? Hoe kom je op het spoor van interessante artiesten, liedjesschrijvers, of muziekgenres die je nog niet kent? Ik had het daar een tijdje geleden over via WhatsApp met een paar van mijn vrienden, allemaal popliefhebbers van dezelfde generatie, opgegroeid in de jaren 70 – dus allemaal met ruime ervaring en een goede muzieksmaak, zeg ik dan.

De antwoorden waren divers. Aanbevelingen van Spotify werden genoemd als wegwijzers naar nieuwe muziek, naast recensies in NRC en Volkskrant. Verder online popmedia zoals Heaven en Pitchfork maar ook YouTube en Facebookgroepen zoals Americana Liefhebbers. De conclusie uit de inventarisatie was dat er meer dan genoeg plekken zijn om nieuwe muziek te ontdekken en dat de tijd van slechts enkele belangrijke tipgevers – zoals muziekbladen en die goeie ouwe radio – voorgoed voorbij is.

(meer…)

Liefde op het eerste gehoor

Sommige artiesten dringen pas na lange tijd tot je hart door. Andere grijpen je meteen bij de kladden, meteen de eerste keer dat je ze hoorde. Je wordt van de sokken geblazen. Staat in vuur en vlam. Zoiets heb je nog nooit gehoord. Wat ís dit? Hoe kan dit er zijn? Is er nog meer van?

Vaak houdt de artiest levenslang een speciaal plekje in je hart, want iets van de eerste keer blijft altijd hangen. Bij mij tenminste wel. Als ik denk aan de keren dat dit fenomeen mij te pakken kreeg, komt als eerste Sultans of Swing van Dire Straits bij me op. Het was 1978 – ik was veertien, de meest ontvankelijke leeftijd voor muziek – toen het nummer van Mark Knopflers band de Nederlandse hitparade binnenkwam.

(meer…)

Het mooiste instrumentale tussenstuk

Een paar weken geleden passeerden op Goeie Nummers verschillende popnummers met bijzondere middle eights. Toen ging het over tussenstukken met zang – de meest voorkomende soort in de popmuziek – vandaag over hun instrumentale tegenhangers. Liedjes waarin de gezongen coupletten en refreinen worden afgewisseld met een gedeelte waarin de artiest van het gebaande pad afwijkt, met vaak een solo-instrument zoals gitaar of saxofoon in de hoofdrol.

Het instrumentale tussenstuk is vaak een waar kunststukje, meer nog dan de gezongen variant. Opvallende akkoordenreeksen, modulaties, tempowisselingen soms zelfs. Het verrassingseffect is groter – alsof je in de bus zit en de chauffeur opeens besluit van de vaste route af te wijken: een omweg met als doel de passagiers iets moois of uitzonderlijks te laten zien. En jij, overgeleverd aan de muziek zoals aan de chauffeur van de snelbus, moet gewoon mee.

(meer…)

Albumverjaardag ◉ Nick Drake – Pink Moon

Op 30 oktober 1971 verscheen Nick Drake volgens afspraak voor de eerste van twee opnamesessies in de Londense Sound Techniques-studio. Elf basistracks zou hij daar op twee achtereenvolgende avonden opnemen. Behalve de singer-songwriter was alleen studiotechnicus John Wood aanwezig. Toen Wood hem na afloop van de tweede sessie vroeg welke arrangementen en overdubs hij erbij wilde hebben, antwoordde Drake: “Ik wil geen andere instrumenten erbij. Helemaal niets.” En zo zou Pink Moon – afgezien van de paar pianoklanken in het titelnummer – ook verschijnen. Zang en een akoestische gitaar, verder niets.

Een paar jaar daarvoor had Drake zijn debuut gemaakt met Five Leaves Left (1969), kort daarna gevolgd door Bryter Layter (1970). Twee platen vol razendknappe melancholieke folksongs die op de een of andere manier allebei vrijwel onopgemerkt bleven, zowel bij recensenten als bij de muziekliefhebbers. Na deze teleurstelling viel de van nature introverte muzikant ten prooi aan depressies en trok hij zich terug bij zijn ouders op het platteland van Tanworth-in-Arden. Tot hij zich anderhalf jaar later onverwacht weer bij Wood meldde met nieuwe liedjes.

(meer…)

Het mooiste tussenstuk

Sommige muziekjournalisten noemen het de ‘middle eight’, acht maten in een popliedje die afwijken van de coupletten en refreinen, meestal na het tweede refrein. Ikzelf gebruik door gewenning altijd het minder elegante woord ‘tussenstuk’. Een vaak aangehaald voorbeeld is het stukje in We Can Work It Out (Beatles) dat begint met ‘life is very short and there’s no time’ (op 0.43) of het complexe middengedeelte van Good Vibrations (Beach Boys) dat eindigt met een langgerekt ‘aaaaahhhhh’.

Het tussenstuk is een element in popsongs dat mij steeds dierbaarder wordt, waarschijnlijk omdat het ook steeds schaarser wordt. Wie naar de huidige hitparade luistert, kan er lang en vergeefs naar zoeken. Maar ook in recent werk uit de alternatieve pophoek – ik noem een Big Thief, een Arcade Fire of een Beach House – tref je het kleinood nauwelijks nog aan. Zou het kunnen dat het tussenstuk op weg is naar de uitgang?

(meer…)

Popcitaten die zeggen ‘Zo zit het’

Sommige zinnetjes uit een popsong blijven altijd bij je. Voor mij bijvoorbeeld ‘I’ve just reached the place where the willow don’t bend,’ uit Bob Dylans Going, Going, Gone – ik schreef daar eerder al eens over. Sommige tekstregels uit popsongs worden in de loop der tijd gevleugelde citaten, tekstfragmenten die herhaald worden en soms ook een eigen leven gaan leiden, buiten het liedje om. Daarover ging het een paar weken geleden op Goeie Nummers.

Vandaag zoek ik specifiek naar apodictische popcitaten: tekstregels die een onomstotelijke waarheid verkondigen, liever gezegd, die een uitspraak doen met de overtuiging die deze onweerlegbaar is. Popregels met ambitie. Als ze echt goed zijn, geven ze ons het gevoel dat we een dieper inzicht in het leven krijgen.

(meer…)

Elvis Costello & The Imposters – A Boy Named If

Ik heb het gevoel dat ik over Neil Young en Joni Mitchell moet schrijven. Over hun boycot van Spotify vanwege de desinformatie over vaccins en corona die via sommige podcasts van het streamingplatform wordt verspreid. De actie van mijn twee oude muziekhelden is geloofwaardig, haalt de kranten en doet discussies oplaaien. Maar ik heb vandaag niet zo’n zin in discussies.

Liever richt ik me in deze eindeloos lijkende periode zonder livemuziek op de mooie dingen des levens. Zoals de nieuwe plaat van Elvis Costello & the Imposters: A Boy Named If. Een verrassend en ouderwets goeie plaat die doet denken aan Costello’s vroege werk uit de jaren 70. Dat laatste is ook niet zo vreemd, want begeleidingsband The Imposters bevat met drummer Pete Thompson en toetsenist Steve Nieve twee beeldbepalende Attractions van toen.

(meer…)

Het mooiste popcitaat

Onlangs vond ik in mijn inbox een e-mail van een bekende Nederlands politicus, leider van een duurzame progressieve partij, met als onderwerpregel ‘Alles moet veranderen, opdat alles hetzelfde blijft’. Hoewel het niet werd vermeld, moet deze uitspraak zijn ontleend aan De Tijgerkat (1958) van Giuseppe Tomasi di Lampedusa, een van mijn lievelingsboeken.

De Tijgerkat speelt rond 1860 op Sicilië en handelt over een adellijk Siciliaans geslacht dat voelt dat hun oude aristocratische levenswijze in de verdrukking komt. Pater familias Don Fabrizio besluit dat de familie moet meebewegen met de tijdgeest omdat ze anders alles zullen kwijtraken. ‘Alles moet veranderen, opdat alles hetzelfde blijft’ is de reddingsboei. Meer zeg ik er niet over – lees dat boek.

(meer…)

Zingen over eten

Wat weten we over onze favoriete popartiesten? Voor ons gevoel heel wat. In hun liedjes delen ze vaak hun intiemste zieleroerselen, diepste dalen, hoogste toppen. Maar hoe zit het met hun dagelijks leven – en het belangrijkste onderdeel daarvan: hun dagelijks voedsel?

Toen ik op zoek ging naar liedjes over eten leverde dat een aardige lijst op. Maar niet meteen een goed inzicht in het voedingspatroon van de artiesten of in wat dat eten in een liedje eigenlijk doet. Kijk naar nummers met titels als Peaches (Stranglers), Birthday Cake (Rihanna) of American Pie (Don McClean). Daarin staan de perziken, verjaardags- en andere taarten meestal toch voor iets heel anders – vul zelf maar in.

(meer…)

Mijn jaarlijstje

De Oogst, Vincent van Gogh

Vorige week filosofeerde ik hardop over de jaarlijstjes van diverse popmedia in binnen- en buitenland. Vandaag mijn eigen lijstje, waarbij aangetekend dat ik het afgelopen jaar hoogstens – en zeer ruw geschat – zo’n honderd nieuwe platen beluisterde. Voor mezelf is het desondanks de moeite waard om te zien wat me van zo’n jaar bijblijft – en hopelijk is de oogst ook interessant genoeg voor de lezers van Goeie Nummers.

Mijn Top 10 van 2021 valt duidelijk in twee delen uiteen: een vrouwelijke en een mannelijke kant. Wat dat over mezelf zegt, laat ik graag ongeanalyseerd. Feit is dat je daardoor eerder kunt spreken van twee Top 5-en dan één Top 10. Des te beter. Hiermee treed ik in de voetsporen van Rob Fleming, hoofdpersoon in Nick Hornby’s roman High Fidelity, een man die weet dat je het leven het best kunt becommentariëren – en proberen te bevatten – via een Top 5 van popalbums, -liedjes en -artiesten.

(meer…)

De lijstjes van 2021

We schrijven december en dus is het weer lijstjestijd: boeken, films en wat al niet. Ook lijstjes met de beste popmuziek van het afgelopen jaar. Ik vind het altijd een fijne tijd. Onder het genot van zachte kerstsferen, oliebollen en veel vrije tijd ontstaat er overzicht, wordt het kaf van het koren gescheiden én kom ik erachter wat ik allemaal jaar heb gemist.

Welke lijstjes las ik zoal? Eerst de buitenlanders: het Britse dagblad The Guardian, rootsmagazine No Depression en het Amerikaanse Pitchfork komen alle drie met een Album Top 50. Waarbij als eerste opvalt dat uit het No Depression-lijstje (op basis van een lezerspoll) slechts twee artiesten (The War on Drugs en Kacey Musgraves) terugkomen in de twee andere lijsten. Dat is wel heel weinig overlap.

(meer…)

Het tederste liefdesliedje

‘Ik haal levensvreugde uit liefdesliedjes met tedere teksten’. Aldus de 100-jarige Jos Wessels vorige week in een vraaggesprek met De Volkskrant, die dit jaar hetzelfde jubileum viert. Ballads van Frank Sinatra, Tony Bennett, Sarah Vaughan en Ella Fitzgerald, daar luistert Jos nog veel naar. Waarbij zijn herinneringen de klanken aanvullen die zijn gehoor niet meer zo precies kan onderscheiden.

Het zijn wijze woorden, waar ook mensen onder de honderd wat aan kunnen hebben. Want waarom zou je de beperkte tijd die je hier op aarde gegeven is besteden aan ruzie, chagrijn of ontevredenheid? ‘Try a little tenderness’ zong Otis Redding al in 1966, in 1998 nog in het Nederlands vertaald door Raymond van het Groenewoud als Een beetje tederheid. Daarom zoeken we vandaag naar het tederste liefdesliedje in de popmuziek. Waar zou dat te vinden zijn?

(meer…)

Het mooiste stormliedje

In de Oudheid telde een schrijver van epische gedichten pas mee als hij een storm op zee in zijn werk opnam, zo las ik onlangs op de archeologieblog Mainzer Beobachter. Met een goede storm op zee liet de klassieke schrijver zien dat hij zijn vak verstond – denk aan de Odyssee of de Aeneis. Zo strikt als toen zijn de huidige regels voor hun nazaten de popliedjesschrijvers niet, maar liedjes over stormen – al of niet met ‘storm’ in de titel – zijn in de popmuziek overvloedig aanwezig.

Sommige zijn overbekend: Riders on the Storm (The Doors), Like a Hurricane (Neil Young), Shelter from the Storm (Bob Dylan), Gimme Shelter (The Rolling Stones), Storms (Fleetwood Mac). Verder vind ik in mijn eigen pc-muziekverzameling alleen al ruim honderd van zulke nummers, en ook op internet vind je diverse lijstjes met stormliedjes, zoals deze.

(meer…)

Niet kunnen loslaten

Vorige week leerde ik een nieuw woord, in een NPR-artikel over het nieuwe album van Adele: melisme. Melisme is een muziekterm die staat voor het zingen van één lettergreep op een reeks verschillende noten. Of andersom, verschillende noten gebruiken om één lettergreep te laten klinken. Een notentros wordt het ook wel genoemd – mooi woord, je ziet het zo voor je. Luister ter illustratie naar het genoemde nummer van Adele, My Little Love, en let daarbij steeds op het laatste woord van een tekstregel.

De oorsprong van melismatisch zingen ligt waarschijnlijk in de religieuze muziek van de Oudheid. De christelijke, joodse en Arabische godsdiensten gebruiken de melodische wendingen in om de gelovigen in een hypnotische trance brengen. Maar ook in meer wereldse muziek als flamenco, fado, balkan en Ierse folk komen we de zangtechniek tegen.

(meer…)

Muziek als medicijn – Slapeloosheid

‘Denkend aan de dood kan ik niet slapen / En niet slapend denk ik aan de dood’ schreef J.C. Bloem in zijn klassieke gedicht Insomnia. Zo angstwekkend als Bloem het in 1951 verwoordde, hoeft het niet voor iedereen te zijn, maar slapeloosheid is wel een heel vervelende aandoening. De tijd sleept zich stervenslangzaam voort, piekergedachten drukken je steeds dieper in je matras en je vraagt je af hoe je de dag van morgen moet doorkomen.

De gevolgen van slaapgebrek liegen er ook niet om. Onderzoek toont aan dat het een negatieve invloed heeft op concentratie, informatieverwerking en coördinatie. Chronische slaapproblemen verhogen bovendien het risico op hartkwalen, hoge bloeddruk, beroerte, diabetes type 2 en depressie. En zelf wist je allang dat chagrijn en irritatie volgen op een slechte nachtrust. Genoeg redenen dus om er iets aan te doen.

(meer…)

Zangstemmen en spinazie

Waarschijnlijk ben jij voor je favoriete popartiesten gevallen vanwege hun stem. Niet omdat hun gitaarsound zo fantastisch was, hun teksten, melodieën of akkoordenschema’s zo wonderbaarlijk. Voor mij werkt het in elk geval wel zo. Ik ben niet bestand tegen de strot van Sandy Denny, James Taylor, Sam Cooke of Gregory Porter. Al zouden ze Poesie Mauw of Op een Grote Paddenstoel zingen, ik ga voor de bijl.

Andersom zijn er artiesten met een stem die tegenstaat, dat kennen de meeste mensen ook wel. Zelf ben ik licht allergisch voor zangers en zangeressen met veel vibrato, zoals Chris DeBurgh en Ane Brun. Maar andere mensen, zo weet ik, krijgen de kriebels bij Bob Dylan, Neil Young, Randy Newman of Richard Thompson – om een paar niet helemaal willekeurige namen te noemen.

(meer…)

Hoe oud mag een popartiest worden?

I hope I die before I get old’ zong Roger Daltrey van The Who anno 1965 (in My Generation). Mick Jagger zei ooit in een interview: ‘Ik ben liever dood dan dat ik op mijn vijfenveertigste nog Satisfaction zing.’ Blijkbaar was de vraag hoe oud een popartiest mocht worden vrij normaal. Jeugd en popmuziek waren nog onlosmakelijk met elkaar verbonden.

Maar jong sterven heeft als pop-ideaal inmiddels z’n langste tijd gehad. Waar de eerste leden van de Club van 27 (Jimi Hendrix, Jim Morrison, Janis Joplin) in zekere zin nog aan verwachtingen voldeden, riep de vroegtijdige dood van Kurt Cobain, Amy Winehouse en Avicii vooral gevoelens van afschuw en onmacht op. Bovendien kun je niet zeggen dat artiesten als Daltrey (inmiddels 76) en Jagger (78) zich echt aan hun woord hielden.

(meer…)

Het leven als bijzaak

Een paar weken geleden trof ik op de website van de Britse krant The Guardian een bericht aan dat mijn nieuwsgierigheid wekte: Paul McCartney komt in november met een tweedelig, 900 bladzijden tellend ‘zelfportret in 154 liedjes’. Door de uitgave, getiteld The Lyrics, kunnen we de beroemde Beatle beter leren kennen aan de hand van zijn toelichting op de liedjes die hij in zijn lange carrière schreef, zoals Blackbird, Live and Let Die, Hey Jude, Band on the Run and Yesterday. Voor het boek liet hij zich meermalen interviewen door de Noord-Ierse dichter en Pulitzer Prize-winnaar Paul Muldoon.

Het aantrekkelijke van deze vorm van levensbeschrijving is dat het werk van een kunstenaar centraal staat in plaats van zijn of haar leven. In de meeste popbiografieën wordt naar mijn smaak toch te veel gezocht naar de kleine of grote wederwaardigheden uit het leven van zo’n artiest om daarmee diens oeuvre te verklaren. Alsof kunst een soort kopie van de werkelijkheid is.

(meer…)

Het mooiste pop-anthem

Vandaag richt Goeie Nummers de schijnwerper op het pop-anthem, wat mij betreft een van de wonderlijkste verschijningen in de popmuziek, met vertegenwoordigers als You’ll Never Walk Alone (Gerry & The Pacemakers), The Final Countdown (Europe) en We Shall Overcome (Pete Seeger). Wonderlijk onder meer omdat zo’n nummer meestal niet als anthem geboren wordt, maar er gaandeweg eentje wordt.

Een andere bijzonderheid is dat een goede Nederlandse vertaling ontbreekt – afgezien van ‘volkslied’ voor ‘national anthem’. Als je ‘anthem’ opzoekt in het Van Dale Groot woordenboek Engels-Nederlands vind je alleen vertalingen als beurtzang, motet, koraal, lofzang en hymne, allemaal termen uit de kerkmuziek. De online Cambridge Dictionary daarentegen omschrijft een anthem een stuk breder: a song that has special importance for a particular group of people, an organization, or a country, often sung on a special occasion.

(meer…)

Het mooiste straatliedje

De popmuziek kent talloze liedjes over straten – en toevallig zijn het ook vaak goeie nummers. Denk aan Penny Lane (The Beatles), Baker Street (Gerry Rafferty) of Dead End Street (The Kinks). Deze week ga ik op zoek naar het fraaiste lied dat ooit over een straat is gemaakt, waarbij ik me beperk tot echt bestaande straten die op stadsplattegronden voorkomen en waar we in principe overheen zouden kunnen lopen, fietsen of rijden.

Dat betekent dat, hoe jammer ook, liedjes met willekeurige naamloze straten, bijvoorbeeld Winter Streets (Michael Talbot & The Wolfkings), Racing in the Street (Bruce Springsteen) of Dancing in the Street (Martha & the Vandellas) afvallen. Hetzelfde geldt voor nummers waarin de straat in feite een metafoor is voor een bepaald gevoel, zoals in Mercy Street (Peter Gabriel), Lonely Avenue (Ray Charles), Dirty Blvd. (Lou Reed) of Boogie Street (Leonard Cohen). We moeten helaas streng zijn.

(meer…)

Luidsprekers… over het laag & het geklaag

Gastblog door Robert Endert

Om goede muziek te waarderen doet het er niet toe of je deze via een transistorradiootje beluistert of via een peperdure ‘high-end’-installatie. Toch weet iedereen dat er verschil is. Waarin zit hem dat dan?

De aanwezigheid van natuurgetrouwe lage tonen blijkt een belangrijke factor te zijn voor de emotionele impact van muziek. Bastonen voel je niet alleen letterlijk, maar vooral ook figuurlijk. Wie is er nooit in trance geraakt op een lekkere lage beat?

(meer…)

Het mooiste breakup-album

De romankunst kent verschillende categorieën om boeken op inhoud of karakter in te delen: psychologische, historische en naturalistische romans, ideeën- en coming of age-romans en feelgoodromans, om er een paar te noemen. Hoe anders is dat in de popmuziek: in welke inhoudelijke categorieën kun je popalbums zoal indelen, afgezien dan van het muziekgenre, zoals rock, funk, country, indie enzovoort?

Ik kan niet meer dan twee albumcategorieën bedenken die met enige regelmaat opduiken in de kolommen van popscribenten: het protestalbum en het breakup-album. Misschien komt dat doordat popalbums in tegenstelling tot romans vrijwel altijd bestaan uit een verzameling korte stukken – vaak een stuk of 10, 12 liedjes – die in sfeer en thematiek een bepaalde afwisseling moeten bieden. Protest- en breakup-albums zijn dan de uitzondering op de regel.

(meer…)

Het geluidje

Gastblog door Robert Magdelijns

transistorradio 2

De kwaliteit van je muziekinstallatie moet natuurlijk niet uitmaken; een Goed Nummer laat zich onder alle omstandigheden gelden. Of is dat toch te kort door de bocht?

Ik moest meteen aan het volgende verhaal denken toen Goeie Nummers-blogger Chris me vroeg om een gastcolumn te schrijven over het belang van goed geluid.
Hij ging ergens spelen met zijn band Divaz, en een Leidse Volkszanger (nee, niet Rubberen Robbie) zou daar ook optreden, gebruikmakend van hun zanginstallatie.
Voor het optreden meldde zich de manager van de zanger met de legendarische tekst:
‘Ik kom effe kijken naar het geluidje.’
Natuurlijk ook van belang voor een zanger die alleen een tape met de begeleidende muziek bij zich heeft.

(meer…)

Hoe belangrijk is goede geluidsapparatuur?

stereotoren

Bijna wekelijks doe ik hier op Goeie Nummers een voorstel over wat goeie muziek is. Ik schrijf bijvoorbeeld dat Rainy Night in Georgia (Tony Joe White) het mooiste regenliedje ever is, en The Moon is a Blind Eye (I Am Kloot) het mooiste maanliedje. Boude stellingen waar je als popliefhebber iets mee kunt. Maar waar ik het in al deze blogstukjes nooit over heb gehad, is de manier waarop al die goeie nummers onze oren bereiken. Ik denk daar zelden over na – en daarin sta ik niet alleen.

Er is in de popmuziek een grote en merkwaardige discrepantie tussen de makers aan de ene kant en de consumenten aan de andere kant. Muzikanten en opnametechnici sparen kosten noch moeite om een optimale sound te creëren voor de luisteraar, terwijl die de liedjes op zijn of haar beurt vaak achteloos afspeelt op een smartphone, draadloos speakertje of matige stereo-installatie. Een groot deel van het monnikenwerk van de artiest wordt zo tenietgedaan door vervorming, een geluidsbrij of wegvallende geluidsfrequenties. Zonde.

(meer…)

Geïnspireerd door je collega’s

Je kunt als bevriende muzikanten een tijdlang onbekommerd in een oefenruimte samenspelen, maar op een gegeven moment moet je er toch aan geloven: de band moet een naam hebben. Op internet zijn diverse tips te vinden voor het kiezen van een goede bandnaam, misschien wel omdat het altijd lastiger is om jezelf te definiëren dan een ander – en helemaal als je het ook nog onderling eens moet zien te worden. De Popschool Maastricht biedt daarvoor zelfs een online bandnaamgenerator aan.

Veel bands zoeken hun toevlucht in datgene wat de leden sowieso bindt: de muziek van hun gedeelde pophelden. Hiermee laten ze hun beoogde publiek in een notendop zien waar ze hun inspiratie vandaan halen en waar ze zelf voor staan: verleden en toekomst in één. Zo leidden The Rolling Stones hun naam af van het nummer Rollin’ Stone van bluesicoon Muddy Waters. Dat een rollende steen ook nog eens stond voor de ongebonden vrijbuiter paste toevallig ook prima bij hun gewenste imago.

(meer…)

Iconische drummers

Het theater van de popmuziek heeft wel wat religieuze trekjes. En dus zijn er ook iconen. Artiesten die boven de rest uitsteken, helden die in feite meer zijn dan zichzelf omdat ze een archetype vormen, een model neerzetten waaraan navolgers moeten voldoen of waaraan ze zich moeten meten.

Sommige artiesten – of eigenlijk hun managers of platenlabels – dragen zelf actief aan zo’n iconische status bij door zich te tooien met bijnamen als The King (Elvis Presley), The King of Pop (Michael Jackson) of The Queen of Soul (Aretha Franklin). In andere gevallen ontvangen ze dit soort eretitels door fans of journalisten, zoals God (Clapton) of His Bobness (Bob Dylan).

(meer…)

Zet die Frank Zappa-muziek af!

Toen in 1989 in Tsjecho-Slowakije de Fluwelen Revolutie plaatsvond, werd er opeens een verrassend licht op de popmuziek geworpen. Verschillende westerse artiesten bleken voor de mensen achter het IJzeren Gordijn een iconische status te hebben: hun muziek was voor veel dissidenten een bron van kracht geweest in hun lange moeizame strijd tegen het onderdrukkende communistische regime.

Lou Reed, bijvoorbeeld, was voor de inmiddels als president aangestelde Vaclav Havel een baken van hoop in bange dagen, al vanaf het moment dat de toneelschrijver twintig jaar eerder de hand had weten te leggen op de lp White Light/White Heat van The Velvet Underground. Het leidde in 1990 tot een veelbesproken ontmoeting tussen de twee zo ongelijksoortige beroemdheden.

(meer…)

Meer mondharmonica

Een buitenbeentje, dat is het. Klein, schel, onooglijk, bijna onzichtbaar op een podium. Niet heel veelvuldig ingezet in de popmuziek, maar er ook niet uit weg te denken. Vanaf het prille begin bezet de mondharmonica zijn eigen niche en blijkt daarin tegelijk behoorlijk veelzijdig – tenminste als je er even bij stilstaat.

Veel van de vroege bluesartiesten begeleidden zichzelf op de mondharmonica, lieten hem antwoord geven op hun gezongen klachten. Anderen, zoals Little Walter, James Cotton en Sonny Terry werden echte specialisten en haalden echt alles eruit wat erin zit. Een van de meest indrukwekkende bespelers is Sonny Boy Williamson (1912-1965), die hier door vernuftige hand- en ademtechniek van zijn bluesharp een swingend ritme-instrument maakt. Maar hij kon hem net zo gemakkelijk heerlijk laten jammeren.

(meer…)

3 Topvrouwen van eigen bodem

Vrouwelijke laborant aan het werk in het lab

Een paar weken geleden richtte ik mijn blik op het Nederlandse poplandschap, meer concreet op de recente releases van Anne Soldaat, Bertolf en Douwe Bob. Drie mannelijke soloartiesten van drie verschillende generaties die op de proppen kwamen met fraaie popplaten doordrenkt van de Amerikaanse muziektradities: country, rhythm-and-blues, folk, gospel en alles wat daartussenin zit.

Vandaag de focus op recente muziek van drie vrouwelijke popartiesten van eigen bodem. Want ook de platen van Sophie Janna, Eefje de Visser en Luwten verdienen meer aandacht dan ze door het lange vrijwel concertloze coronajaar hebben kunnen krijgen. Ik ben ook benieuwd om te zien hoe de vergelijking tussen deze drie mannen en drie vrouwen uitvalt: valt er op basis van deze kleine steekproef iets te zeggen over de verhoudingen in de vaderlandse popmuziek?

(meer…)

3 x toptraditie van eigen bodem

Als er op Goeie Nummers aandacht is voor muziek van landgenoten gaat het meestal om artiesten die in het Nederlands zingen, zoals Spinvis, Daniël Lohues of Eefje de Visser. Misschien is dat logisch omdat de in het Engels zingende landgenoten in mijn hoofd moeten concurreren met zowat de hele popwereld, maar toch zou het zonde zijn om deze artiesten over het hoofd te zien.

Zeker als we kijken naar de sterke soloalbums die Douwe Bob, Bertolf en Anne Soldaat de afgelopen maanden uitbrachten. Drie gevestigde namen, van drie verschillende generaties, die bijna gebroederlijk alle drie komen met nieuwe muziek die zoveel traditie ademt dat je het misschien wel als retro kunt betitelen.

(meer…)

Popartiest of filosoof?

Hier op Goeie Nummers verbind ik de popmuziek graag af en toe met andere domeinen van het leven. Bijvoorbeeld door te doen alsof popmuziek een sportwedstrijd is, een medicijn, een wetenschapsdiscipline of zelfs een vorm van psychotherapie (en ik hou me aanbevolen voor tips op dit gebied).

Daarom was ik verrast toen ik gisteren in mijn mailbox een bericht aantrof met de kop ‘this is why philosophy should be more like popmusic’. Hier was iemand aan het woord met dezelfde voorliefde als ik, maar dan omgekeerd: zijn/haar eigen ‘vakgebied’, in dit geval de filosofie, vergelijken met de popmuziek.

(meer…)

Albumverjaardag – Tigermilk van Belle and Sebastian

Een paar weken geleden zou ik iets gaan schrijven over een album dat zojuist een kwart eeuw oud was geworden: Tigermilk, het debuutalbum van Belle and Sebastian uit 1996. Dat stukje kwam er niet van, maar het onderwerp was in mijn ogen belangwekkend genoeg voor een herkansing. Niet omdat Tigermilk is opgenomen in Robert Dimery’s standaardwerk 1001 Albums You Must Hear Before You Die – al is zoiets wel een pré – en ook niet omdat de stijl van de Schotten zo’n groot stempel op de popmuziek heeft gezet. Waarom dan wel?

Ten eerste omdat het album een eenling is, een solitaire boom in een weiland, en de band een uniek rondreizend circus in het weidse poplandschap. De ontstaansgeschiedenis van het album ook al bijzonder. Op basis van een ingestuurde demo kregen singer-songwriter Stuart Murdoch en drummer Richard Colburn van het Glasgowse Stow College de kans om een heel album op te nemen. Ze raapten inderhaast een stel jonge muzikanten bij elkaar, doken de studio in en de rest is geschiedenis, in elk geval popgeschiedenis in de niche die de band sindsdien eigenhandig heeft gecreëerd.

(meer…)

Albumverjaardag – 50 jaar Blue

Deze week verschenen in verschillende media artikelen naar aanleiding van de 50ste verjaardag van Joni Mitchells iconische album Blue. Volgens muziekblogger Bob Lefsetz staat Blue, hoewel het bij verschijning geen groot verkoopsucces was, in het rijtje The White Album van The Beatles en Blonde on Blonde van Bob Dylan, maar is het coherenter dan het eerste en muzikaler dan het tweede. In The New York Times vertellen 25 artiesten over de impact van het album op hun eigen werk, waarbij ze onder meer wijzen op de humoristische kanten van Blue, dat toch bekendstaat als uiterst melancholiek.

Ik maakte eind jaren 70 kennis met Joni Mitchell via haar album Hejira. Pas daarna hoorde ik haar andere werk, van de folk van Clouds tot de jazz van Mingus. Voor mij is Blue Mitchells pièce the résistance. Het langgerekte woord uit de titeltrack – een van mijn favoriete kippenvelnummers – is wat ik het vaakst voor me uit neurie als ik in een nadenkende stemming ben. Blue is de plaat die ik mensen aanraad als ze de Canadese artieste willen leren kennen – of als ik vind dat ze dat zouden moeten doen.

(meer…)

Bob Dylan: tussen hemel en aarde

De popliefhebber die de afgelopen week niets over Bob Dylan heeft gehoord of gelezen, heeft vermoedelijk onder een steen gelegen. Ter ere van de 80e verjaardag van de Bard uit Minnesota pakte de Volkskrant uit met een fotospread met mooie overpeinzing van Gijsbert Kamer als een uitgebreid bijschrift. Edward Docx van de Britse krant The Guardian dook de diepte in, op zoek naar het raadsel van ‘s mans blijvende aantrekkingskracht. Muziekblog Stereogum liet 80 (of eigenlijk 83) artiesten hun favoriete Dylan-track kiezen en toelichten. Tim Knol en Nico Dijkshoorn vertelden over hun Dylan-liefde bij Op1 en speelden een fraaie ingekorte versie van prachtlied Not Dark Yet.

De VPRO was al een jaar eerder begonnen met deze jubileumverjaardag. Vanaf eind mei 2020 produceerden Chris Kijne en Lars Hulshof elke twee weken een BOBcast, een podcast waarin ze met uiteenlopende Dylan-kenners spraken. Afgelopen vrijdag was de afsluitende aflevering, met onder meer singer-songwriter Lucky Fonz III (‘90% van het Dylan-fan-zijn is speculatie’) en journalist Iris Koppe (‘Dylan is voor mij een verruiming van de geest en een moreel kompas’).

(meer…)

Hoe interessant is het Eurovisie Songfestival?

Al zolang ik me kan herinneren is het Eurovisie Songfestival omstreden, vooral bij mensen met een meer dan gemiddelde liefde voor de popmuziek. In hun ogen is de liedjeswedstrijd tussen landen oppervlakkig, clichématig, puur gericht op de buitenkant, en dan ook nog eens doordrongen van politiek gekonkel of politiek correct stemgedrag. Zeer oninteressant dus.

Begin jaren 90 beleefde het kwakkelende Europese liedjesfestijn een verrassende wederopstanding. Nou ja, helemaal verbazingwekkend was het niet. In die jaren werd een groot deel van de Oost-Europese landen één voor één met de West-Europese verenigd in de NAVO en de EU. En hoe konden de banden beter worden aangehaald dan met muziek, de meest symbolische en verenigende kunstvorm die er bestaat?

(meer…)

Smeltkroes, Stoofpot en Spons

De lof van New Orleans als muziekstad moet geregeld opnieuw bezongen worden. Bijvoorbeeld hier op Goeie Nummers. Want als er één stad aanspraak kan maken op de titel Bakermat van de Rock-‘n-Roll dan is het The Big Easy, zoals de stad in Louisiana ook wel wordt genoemd. In deze ‘noordelijkste stad van de Cariben’ (weer een ander alias) kwamen invloeden uit Cuba, Sicilië, Frankrijk en Afrika in de eerste helft van de 20e eeuw samen in een culturele en muzikale smeltkroes waaruit de jazz en de oervorm van de rock-‘n-roll ontstonden, waaruit vervolgens zo’n beetje alles in de popmuziek voortkwam.

New Orleans baarde grootheden als Louis Armstrong, Jelly Roll Morton, Fats Domino en Little Richard. Hun opvolgers hadden namen als Allen Toussaint, Dr. John, The Meters en The Neville Brothers. Zij demonstreerden dat NOLA (alias nr 4) ook een spons was voor nieuwe stijlen, met name funk. Ze voegden die ingrediënten aan de bestaande mix toe om er een typisch-Zuidelijke New Orleans-stoofpot mee te brouwen, waarin alle smaken onnavolgbaar door elkaar heen lopen en elkaar versterken.

(meer…)

Meer tamboerijn

Er zijn instrumenten in de popmuziek die nooit de erkenning krijgen die ze verdienen. De triangel. De koebel. En ook de tamboerijn hoort daarbij: een muziekinstrument dat waarschijnlijk vooral wordt geassocieerd met saaie muzieklessen op de basisschool en vage gospelkoortjes op straat. Ten onrechte. De tamboerijn is een onmisbaar radertje in de machinerie van de popmuziek dat tegelijkertijd nauwelijks opvalt. Hoe kan dat?

Eerst dat onopvallende. Misschien zit hem dat deels in het uiterlijk. De kleine platte trommel met losse mini-bekkens, officieel ‘schelringen’ genoemd, heeft niets van het sierlijke van de gitaar of het imposante van een drumstel, piano of orgel. De tamboerijn (in Oudnederlands: ‘beltrom’) heeft wel een lange geschiedenis in de volksmuziek, maar daar heb je qua uitstraling weinig aan in de rock-‘n-roll.

(meer…)

Met welke popster deel jij je verjaardag?

Wist je dat je in een groep van twintig mensen een kans van 41,1% hebt dat er minstens twee mensen dezelfde verjaardag hebben? En in een groep van dertig mensen zelfs 70,1%? Meer dan je dacht waarschijnlijk. Dit geinige weetje haalde ik uit de column van Ionica Smeets in de Volkskrant van afgelopen zaterdag. Altijd leuk voor op feestjes als we die ooit weer gaan hebben, en ik moest ook denken aan een dik boek over ‘de geheime taal van verjaardagen’ dat ik lang geleden onder ogen kreeg.

The Secret Language of Birthdays beschrijft 366 persoonlijkheidsprofielen op basis van een mix van astrologie, numerologie, intuïtie en tarot. Ik geloof natuurlijk totaal niet in die dingen, maar natuurlijk toch meteen naar mijn eigen geboortedag: 2 oktober. En daar viel mijn oog, tussen enkele zeer herkenbare inzichten over de sterke en zwakke kanten van mijn karakter, op een lijstje beroemdheden met dezelfde geboortedag.

(meer…)

Kunnen mensen elkaar veranderen?

Vorig jaar las ik de roman Normal People van de Ierse schrijver Sally Rooney (1991). De roman vertelt het verhaal van twee jonge mensen van rond de twintig, Marianne en Connell, die een aantal jaren en enkele tragische misverstanden nodig hebben om de ballast van hun jeugd achter zich te laten en erachter te komen dat ze toch echt voor elkaar bestemd zijn.

Zo samengevat is het een weinig opzienbarend verhaal, maar de kracht van Normal People, verschenen in 2018, zit in de meeslepende wijze waarop de groeipijnen van en de interactie tussen de twee hoofdpersonen worden weergegeven. En ook in de subtiele manier waarop het boek de lezer laat nadenken over de invloed die mensen op elkaar kunnen uitoefenen. Aan het eind van het boek stelt auteur Rooney bij monde van Marianne dat ‘mensen elkaar echt kunnen veranderen’. Op het eerste gezicht een vreemde bewering, want we weten immers allemaal dat je een ander mens niet kunt veranderen, en dat je zoiets ook niet zou moeten willen. Toch?

(meer…)

3 x Engeland

Toen ze nog bij de EU hoorden konden we ze vaak wel schieten, die eigenwijze Britten. Toen ze aan de Brexit gingen doen nog meer. Maar nu ze zich in overdrachtelijke zin zeker 200 mijl van ons verwijderd hebben, beginnen we die excentrieke eilanders toch wel een beetje te missen. Het is misschien ook daarom dat ik de laatste weken behoorlijk verslingerd ben geraakt aan drie vrij recente acts uit het VK: Snowpoet, Sault en Arlo Parks.

Snowpoet laat zich moeilijk in een hokje stoppen. De pers maakt wel vergelijkingen met Björk, maar wat mij betreft is de IJslandse zangeres een stuk minder aards dan dit Londense duo. Hun recente album Wait For Me bevat folkachtige popsongs met sterke melodische hooks, ingebed in subtiele elektronica. Er zit iets mysterieus in, iets dat sluimert maar ook kan opflakkeren en misschien zelfs uitbarsten. Grootste troef van Snowpoet is zangeres Lauren Kinsella, die afwisselend intiem, ontwapenend, afstandelijk en groots klinkt. Ze houdt je als luisteraar als het ware aan een touwtje, zodat je aandacht steeds opnieuw naar haar toe wordt getrokken. Luister bijvoorbeeld naar Roots.

(meer…)

Het mooiste vogellied

Het is de tijd waarin we elke ochtend weer vogels horen, als aankondiging van de lente. Gisteren liep ik in een bos, mijn oren gespitst op het geluid van onder meer vinken en spechten, en ik moest denken aan alle bijzondere en vreemde vogels in de popmuziek. Aan bands genoemd naar vogelsoorten, zoals The Eagles, The Black Crows, Old Crow Medicine Show, The Byrds en Noel Gallagher’s High Flying Birds, om er een paar te noemen. En aan de liedjes die aan onze gevederde vrienden zijn gewijd.

Net zoals dichters van oudsher veel vogels in hun werk opvoeren, moeten de overeenkomsten tussen deze twee zingende diersoorten ook voor veel liedschrijvers te groot zijn om te negeren. Mannetjesvogels zingen onder meer om hun territorium af te bakenen en vrouwtjes te lokken. Ik ben vast niet de enige die hierin iets van het type rockzanger herkent. In elk geval zijn er flink wat vogelliedjes in de rock-‘n-roll te spotten – en er zitten hele mooie tussen.

(meer…)

Geluk of mensenrecht?

In de Volkskrant van afgelopen woensdag stond een opvallend nieuwsbericht over een ‘zangrel’: voorvechters van vrouwenrechten in Afghanistan waren in opstand gekomen tegen een aangekondigd verbod op zingen in het openbaar voor meisjes boven de twaalf jaar. Onder de hashtag #IAmMySong gingen al snel vele filmpjes van zingende meisjes rond op de sociale media.

Het bericht trof me. Hoe zou het zijn wanneer de machthebbers mij vanwege mijn sekse zouden verbieden om in het openbaar te zingen. Moeilijk om me zoiets voor te stellen, omdat zingen in onze westerse samenleving niet geassocieerd wordt met zonde en ook omdat algemene beperkingen voor mannen hier ondenkbaar zijn.

(meer…)

Het mooiste lied over de wind

De meteorologie en de popmuziek zijn vrienden voor het leven. Tenminste, dat valt af te afleiden uit de frequentie waarin verschijnselen als storm, sneeuw, kou, hitte, regen en zonneschijn in liedjes voorkomen. Maar toen ik naar aanleiding van het weer van de afgelopen dagen op zoek ging naar de mooiste popsong over de wind, had ik toch niet verwacht dat de oogst zo groot zou zijn – en zo rijk.

Wind blijkt als popthema nog populairder dan regen: de harde schijf van mijn de pc roept al meer dan honderd titels op. En dan heb ik de liedjes waarin het stormt nog buiten beschouwing gelaten. En wat een sterke liedjes zijn het ook vaak. Alsof de wind de liedjesschrijvers extra inspiratie heeft ingeblazen.

(meer…)

Je bent veertien

Onlangs liep ik met een volgeladen winkelkarretje in de plaatselijke Plus-supermarkt, mijn ogen gericht op de schappen met vuilniszakken. Opeens hoorde ik, net boven het winkelgeroezemoes uit, de uit duizenden herkenbare klanken van On the Border van Al Stewart: ´The fishing boats go out across the evening water’. Dat exotische beeld mengde zich instant met jaren 70-behang, een langwerpige jongenskamer, een pick-up, het gevoel dat er een leven voor me lag waarin alles kon gebeuren, in Spanje of andere exotische plaatsen. De boodschappen waren even helemaal vergeten.

Ik moest terugdenken aan een mooi artikel in The Times waarop een vriend me een tijdje geleden attendeerde. De Britse popjournaliste Caitlin Moran (1975) beschrijft hierin hoe ze in een doe-het-zelfzaak plotseling volschiet bij het horen van Tracy Chapmans hit Fast Car uit 1988. Een Proustiaanse stroom herinneringen aan haar tienertijd welt op, vooral aan de vlucht-fantasieën van de getroebleerde puber die ze was. Verborgen achter haar mondkapje zingt ze de tekst nu met beverige stem mee.

(meer…)

Albumverjaardag: Fun Lovin’ Criminals – Come Find Yourself

De jaren 90 vormden interessante periode in de popmuziek. In elk geval ervoer ik destijds weer een welkom golfje van opwinding, na de duistere jaren 80 – ik schreef daar al eerder over, en later nog eens om dat weer te nuanceren. Maar in de jaren 90 kwam een hele reeks nieuwe artiesten op die oudere stijlen in de reageerbuis gooiden om er buitengewoon vernieuwende muziek van te maken: grunge, funkrock, rootsrock, souljazz en alternatieve country. Denk aan The Black Crowes, Nirvana, Living Color, Lenny Kravitz, G. Love & Special Sauce, plus americana-artiesten als Buddy Miller, Wilco, Steve Earle en nog veel meer.

Niet dat al het werk van deze acts me even sterk aansprak, maar ik voelde een echo van mijn tienerjaren, de periode die zoals bekend een onuitwisbaar stempel op onze muziekziel drukt. Een van de nineties-platen die veel indruk op me maakte, was Come Find Yourself, het debuutalbum van de Fun Lovin’ Criminals uit 1996. Morgen wordt-ie 25 jaar – alle reden dus voor een feestje en wat aandacht.

(meer…)

Kwetsbaarheid

minister-Bruno-Bruins-3197062647-1612514718584

Foto: Phil Nijhuis

 

Op 18 maart 2020 zakte minister van Medische zorg Bruno Bruins in de Tweede Kamer voor het oog van de camera’s in elkaar tijdens het beantwoorden van kritische vragen van het parlement. Een dag later trad hij af vanwege oververmoeidheid. Hij was in zekere zin het eerste bekende slachtoffer van de corona-epidemie.

Nu, bijna een jaar later, kijk ik naar een foto van Bruins tijdens een persconferentie over het coronavirus. De foto moet niet lang voor zijn afscheid zijn genomen. Hier stond de minister nog rechter, maar het is moeilijk om naar deze foto te kijken zonder de kennis over het vervolg erbij te gebruiken.

(meer…)

Jekyll en Hyde in de popmuziek

Wil ik dit wel weten? Die vraag stelde ik mezelf deze zomer toen Akwasi ophef veroorzaakte met zijn uitspraak over Zwarte Piet tijdens de Black Lives Matter-demonstratie op de Dam. En onlangs opnieuw bij het nieuws dat de rapper-activist EO-journalisten onheus had bejegend. Het gevolg van dit soort informatie is namelijk dat je de muziek van Akwasi bijna zou vergeten. En dat zou jammer zijn, bijvoorbeeld vanwege zijn vorig jaar verschenen album Sankofa, een lekkere positieve hiphopplaat met Afrikaanse invloeden (prijsnummer Je Bent Nodig, samen met Typhoon & Fresku).

Het is niet de eerste keer dat ik worstel met de discrepantie die tussen een artiest en zijn muziek aan de ene kant en ‘de mens achter die artiest’ aan de andere kant. Zo maakte soulster James Brown opwindende feelgood muziek, terwijl de man Brown voor zijn omgeving vaak een tiran was. De artiest John Lennon zong over vrede op aarde, de mens Lennon gedroeg zich privé vaak minder harmonieus. Het meest recente voorbeeld in dit illustere rijtje: Van Morrison. De Belfast Cowboy smelt in zijn werk mystiek, folk en soul op onnavolgbare wijze samen, maar dreigde onlangs de Noord-Ierse regering met een rechtszaak tegen de coronamaatregelen, die volgens hem zijn gebaseerd op ‘pseudo-wetenschap’.

(meer…)

Wie is ‘ik’ in een poplied?

theo nijland

In een interview van een tijdje geleden licht zanger-pianist Theo Nijland zijn hilarische nummer Wat een leuk liedje (2008) toe. In dit leuke liedje reageert Nijland op de hem veelvuldig gestelde vraag waarom zijn liefdesliedjes meestal gericht zijn aan vrouwen terwijl hij zelf homo is. De impliciete stelling onder de vraag is dat Nijland daarmee eigenlijk ‘aan het liegen’ is en dat dat dus verkeerd is – een opvatting die de zanger duidelijk afwijst.

ik 2

Deze discussie vestigt ook de aandacht op een interessante vraag waar we misschien niet dagelijks bij stilstaan: wie zien wij als luisteraars voor ons bij de ‘ik’ in een liedje? Het antwoord dat als eerste bij je opkomt is waarschijnlijk: degene die het lied zingt. Natuurlijk. We nemen aan – meer of minder bewust – dat de ‘ik’ overeenkomt met de persoon van de zanger(es). Dat blijkt ook uit het feit dat we vaak even verwarring voelen als een artiest een nummer van een artiest van het andere geslacht covert.

James Blake

Zo word ik bij James Blake’s versie van Joni Mitchells A Case of You even bevangen door twijfel of de jonge Engelsman wel overtuigend in Mitchells ‘ik’ kan kruipen, ook vanwege de verwijzingen naar haar vaderland Canada. In Aretha Franklins versie van Otis Reddings Respect neemt de zangeres haar toevlucht tot een tekstaanpassing: om het jaren 60-nummer geloofwaardig te maken spreekt het ik-personage haar thuiskomende partner (kostwinner) aan in plaats van andersom .

ik

Maar is het echt zo eenvoudig – koppelen we de ‘ik’ inderdaad direct aan de zanger(es)? Of weten we diep in ons hart eigenlijk dat het maar fictie is? Of laten we het liever in het midden? Hmm – dingen die we elke dag gedachteloos doen zijn soms ingewikkelder dan ze lijken.

Bredero

In de vorig jaar verschenen biografie van Bredero, De hartenjager, presenteert literair-historicus René van Stipriaan de 17e-eeuwse dichter en toneelschrijver als een vroege voorloper van de 20e-eeuwse popliedjesschrijvers. Bredero pionierde door zijn naam in verschillende varianten te laten rondzingen in zijn teksten. Hij zaaide zo verwarring over hoe je de ‘ik’ in dat werk moest lezen: was het Bredero zelf, of was de ‘ik’ toch een personage – of was het een personage dat leek op de schrijver? Een popliedje gebeurt volgens Van Stipriaan hetzelfde. Het liedje is een korte ‘dagdroom’ van de artiest, wat het een ‘vleugje autobiografie’ geeft.

YouEen vleugje biografie, dat vind ik mooi. En ik trek die redenering graag nog iets door: zoals alle dromen is zo’n dagdroom weliswaar van de dromer, maar bevindt hij zich ook buiten zijn geest. Een droom is letterlijk on-werkelijk. En dat geeft de luisteraar de kans om erin te stappen en zich een eindje te laten meevoeren. Met andere woorden: de ‘ik’ in een liedje is een beetje de artiest, een beetje een personage, maar uiteindelijk vooral degene die luistert: jij.