Breedgeschouderd, gruizige stem, felle lichtblauwe ogen die wat van de wereld hebben gezien. Een kop die stormen heeft doorstaan. Zo zag ik Jon Dee Graham in 2001 voor het eerst, tijdens zijn optreden op Blue Highways, het jaarlijkse americanafestival dat tussen 2000 en 2011 plaatsvond in Muziekcentrum Vredenburg in Utrecht.
Ondersteund door drie begeleiders zong Graham over demonen, eenzaamheid, eeuwige onrust. Bijvoorbeeld in Way Down in the Hole. En over de liefde, dat ook. Met een tederheid die in tegenspraak leek met zijn stem en voorkomen. Een kwetsbare natuurkracht, die indruk kreeg ik destijds in de kleine zaal van Vredenburg.
Een jaar of zes later zag ik hem opnieuw. Een bezield optreden in de roemruchte Continental Club in zijn thuisstad Austin, Texas. Op een steenworp afstand van zijn huis. Het was het moment waarop ik me realiseerde dat de vele Amerikaanse artiesten die ik op Nederlandse podia had bewonderd zich bij ons altijd lichtelijk ontheemd moeten hebben gevoeld. En het was een buitenkans om Graham daar in zijn eigen habitat te aanschouwen.
Een van de liedjes die Graham in de Continental Club presenteerde, was een destijds nieuw nummer getiteld Burning Off the Cane. Over het ongrijpbare gevoel aan het eind van de zomer wanneer boeren voor de oogst het suikerriet in brand steken. Hij vertelde hoe het hem jaren had gekost om de sfeer van die dagen te vangen. Het lied zou terechtkomen op zijn album Swept Away (2008). Het tekent het perfectionisme van Graham als liedjesschrijver, zijn obsessie om in een paar goedgekozen woorden een heel verhaal te vertellen.
Graham begon als een soort punker, met The Skunks. Met rootsmuzikant Alejandro Escovedo vormde hij eind jaren 80 de band True Believers, die een kleine schare diehard fans opbouwde. Daarna werkte hij onder meer met John Hiatt en Patty Griffin en ontwikkelde hij in de jaren 90 zijn eigen mix van rock, blues en americana, met zijn karakteristieke, Tom Waits-achtige, stemgeluid.
Op 27 maart jl. overleed Graham, na een val, 67 jaar oud pas. Zijn laatste jaren stonden deels in het teken van gezondheidsproblemen. In 2023 zette hij die om in een vitaal album met de geweldige titel Only Dead For A Little While. Een sterke plaat met tien liedjes over leven, liefde en dood – liedjes waarin de singer-songwriter nergens omheen draait.
Jon Dee Graham raakte me. Zijn liedjes, zijn persoon. Hoe hij op het podium stond, hoe hij frank en vrij de zaal in keek. Zijn wrange humor, zijn gulheid ook. Het nummer 100 $ Bill begint met de zinnen ‘I broke a hundred dollar bill for two tickets on the bus to the hills. Well my boy stood up from his seat, he said, “I have never seen Christmas lights like these”’. Een van de sterkste en tederste vader-zoonliedjes die ik ken. Ik mis Jon Dee. Hij is bij ons.
















































Een tijd geleden zag ik in Parijs in Centre Pompidou enkele schilderijen van beroemde 20e-eeuwse meesters als Klee, Gris, Braque en Picasso. Opvallend, vooral toen ik erop ging letten: hoeveel muziekinstrumenten er op de doeken afgebeeld staan. En hoe vaak de schilders zelf schrijven over hun sterke drang om de dynamiek van muziek op het canvas te vangen. Er lijkt bijna afgunst in het spel te zijn!
Of het die kunstenaars gelukt is om op die tweedimensionale objecten evenveel beweging bij de kijker op te wekken als muziek teweeg kan brengen, zowel emotioneel als fysiek? Ik betwijfel het. Ritme, harmonie en melodie bestaan bij de gratie van tijd, en uit die dimensie is de schilderkunst nou juist verbannen. Hoe fraai en bijzonder het kunstwerk ook is, op Mondriaans Victory Boogie Woogie kun je niet dansen.
Maar dat wisten die schilders zelf ook wel. Waarschijnlijk probeerden ze het juist omdat ze wisten dat ze nooit zouden slagen. Ze wilden de hemel bestormen. En in de vergeefsheid van hun streven zit iets onbeschrijflijk moois. Iets heroïsch. En ongetwijfeld vertrouwden de kunstenaars erop dat ze zo in elk geval onbekende gebieden zouden ontdekken, oorden die ze anders nooit zouden hebben betreden.
Het leuke is, het kan ook andersom. Luister hoe Bob Dylan, niet toevallig ook schilder, zich in 1971 door de beeldende kunst liet inspireren. In
Om het cirkeltje rond te maken – ook veel schrijvers worden tot op het bot uitgedaagd door de muziek. Dichters als Guido Gezelle en Herman Gorter arrangeerden hun woorden tot het uiterste om musici en componisten te evenaren. Ze kwamen behoorlijk in de buurt,
En iedereen die over muziek wil schrijven, komt op een bepaald punt ook bij een kloof die onoverbrugbaar lijkt.
Begin dit jaar overleed popicoon
Wat dit betreft bezet de popwereld een speciale plek in de kunst en cultuur. Want kun je je voorstellen dat de dood van een beroemde schilder, schrijver, of zelfs een filmster zo’n grote schok teweegbrengt als bijvoorbeeld bij Bowie? Ik denk het niet. Misschien komen alleen sommige sporthelden in de buurt.
Wat geeft popsterren die speciale positie? Ik vermoed dat het is omdat popmuziek zich vanaf het begin heeft geassocieerd met het ideaal van jeugdigheid dat onze hele westerse samenleving zo beheerst. Die associatie is zelfs zo sterk, dat het soms lijkt of popsterren uitverkoren zijn om dat ideaal te belichamen. Dylans
Maar dit ideaal komt natuurlijk hard in aanvaring met de realiteit. Want een groot deel van de artiesten blijft lange tijd actief en wordt ondertussen wel gewoon elk jaar weer een jaartje ouder. En het publiek kan dat maar met moeite accepteren. We verlangen eigenlijk van sterren dat ze de natuurwetten trotseren. Dat ze meer op goden lijken dan op mensen.
Best hardvochtig eigenlijk, als je er even bij stilstaat. Als popliefhebbers verwachten we van popsterren dat ze ons de illusie geven eeuwig jong te zijn. Terwijl we zelf rustig doorgaan met het ontwikkelen van rimpels, buikjes en grijze haren. De artiesten rest zo slechts één geaccepteerde weg naar de uitgang: jong sterven. De ‘Club van 27’ (Brian Jones, Jimi Hendrix, Janis Joplin, Jim Morrison, Kurt Cobain, Amy Winehouse) waren inderdaad zo opofferingsgezind. Op hun 27e, precies op de drempel naar het begin van de ouderdom, verdwenen ze van het toneel. Zodat ze voor eeuwig jong bleven. Voor ons.