Opnieuw een tikje voor heavy metal

ErasmusEen tijdje geleden werd mijn aandacht getrokken door een artikel met de kop ‘Met muziek tijdens operatie minder pijnstillers nodig, maar heavy metal werkt niet’. Een Rotterdamse onderzoeksgroep van Erasmus MC had bewijs gevonden voor het stress-, pijn- en angstverminderende effect van muziek op operatiepatiënten. Goed nieuws, dacht ik, niet alleen omdat dit inzicht flinke gezondheidswinst kan opleveren, maar ook omdat het weer eens de bijzondere kracht van muziek bevestigt.

ChopinToch zit er natuurlijk ook een pijnlijke kant aan deze bevindingen. Onderzoeksleider Hans Jeekel stelt dat de heilzame effecten uitsluitend lijken op te treden bij muziek waarin voldoende harmonieën en pauzes zitten en waarvan het ritme aansluit bij het menselijk hartritme – en dat is bij heavy metal kennelijk niet het geval. Metallica en Iron Maiden leggen het af tegen The Beatles, ABBA en Chopin.

Iron Maiden hoesDit nieuws komt bovenop de al langer bestaande imagoproblemen van de metaalsector. Het brede publiek associeert heavy metal immers met dingen als herrie en geschreeuw, gewelddadigheid, slechte kledingsmaak, alcohol, duistere en deprimerende teksten, satanisme zelfs. En hoe immuun metalfans ook willen overkomen voor deze vooroordelen, in hun hart moet dit pijn doen.

Marilyn MansonDe zwaarste kritiek die heavy metal treft, is dat het zou aanzetten tot (zelf)haat en geweld. Nadat twee Amerikaanse tieners in Nevada in 1985 een gezamenlijke zelfmoordpoging deden, sleepten de ouders de metalband Judas Priest zelfs voor de rechter. Het nummer Better By You, Better Than Me zou de jongens tot hun daad hebben gebracht. De band werd vrijgesproken, maar in 1999 trof Marilyn Manson (links) hetzelfde verwijt toen twee metalheads dertien medeleerlingen van de Columbine High School doodschoten. Het zou me niets verbazen als veel metalartiesten sindsdien voor de zekerheid een jurist over hun schouder laten meekijken tijdens het songschrijven.

headbangenEn dan is er nog het headbangen: het heftig op de beat op en neer bewegen van het hoofd, onmisbaar voor de ware beleving. Headbangen blijkt niet goed te zijn voor de gezondheid. Het kan leiden tot ernstige aandoeningen, variërend van een whiplash tot rugklachten en zelfs beroertes. Sommige artiesten kunnen ervan meepraten, zoals Evanescence-gitarist Terry Balsamo (herseninfarct, 2005), Moloko-zangeres Roisin Murphy (oogletsel, 2007) en Megadeth-frontman Dave Mustaine (klachten aan nek en wervelkolom, 2011). Zanger-bassist Tom Araya van Slayer kreeg door het headbangen zoveel last dat hij in 2009 een zware rugoperatie moest ondergaan.

Tom ArayaToen ik de voorgaande zin opschreef, dacht ik een mooi bruggetje naar het begin van deze blogpost te hebben. Maar het tegendeel gebeurde: ik begon juist te twijfelen aan de waarde van het medische onderzoek. Want ik vroeg me af of metalman Araya tijdens zijn operatie wel echt baat zou hebben gehad bij The Beatles, ABBA en Chopin. Veel te soft toch? Een tegengedachte drong zich op: misschien werkt het metalgenre wel andersom. Met zijn onmenselijke volume, tempo, grafzang en kleding is het misschien juist bedoeld om pijn en angst te verstérken in plaats van te verminderen. Als een soort shocktherapie om de gewone, dagelijkse pijn van verveling en zinledigheid dragelijker te maken. Deze hypothese zou het Erasmus MC ook eens grondig moeten onderzoeken.

Nick Drake – Five Leaves Left

Five_Leaves_LeftEr zijn flink wat  klassieke albums die dit jaar hun gouden jubileum vieren. Een daarvan is Five Leaves Left, het debuutalbum van singer-songwriter Nick Drake. Destijds, in de zomer van 1969, bracht de verstilde folkpop van de melancholieke Brit (1948-1974) niet meer dan een kleine rimpeling in de vijver teweeg: een paar ongeïnspireerde recensies, lage verkoopaantallen. Ook de twee albums die Drake daarna maakte, Bryter Layter (1971) en Pink Moon (1972), deden weinig.

Nick_Drake_(1971) of 1969Na zijn vroegtijdige dood in 1974, aan een overdosis pillen, werd Drake postuum een cultartiest, gekoesterd in een kleine kring van gelijkgestemde romantisch-gekwelde zielen. Zelf leerde ik zijn muziek kennen via een bevriende muzikant, een fan die bijna even introvert en zwaarmoedig was als zijn idool. Maar in 2000 vond de muziek van de Britse zanger-gitarist opeens een groot publiek nadat Volkswagen de titeltrack van Pink Moon in een reclamefilmpje gebruikte om een van hun modellen te promoten. Het kan verkeren.

Sufjan StevensMaar hoe klinkt Five Leaves Left nu, vijftig jaar later, voor onze eenentwintigste-eeuwse oren? Heeft het album de tand des tijds doorstaan of is het een relikwie uit de sixties geworden? Of heeft Nick Drake inmiddels zoveel invloed gehad op andere artiesten – denk aan de rijk georkestreerde fluisterfolkpop van Belle and Sebastian en Sufjan Stevens – dat zijn originele werk inmiddels belegen is gaan klinken?

Way To BlueIk nam de proef op de som, en mijn conclusie is: Five Leaves Left is de jaren ongeschonden doorgekomen. Eigenlijk alles is bijzonder aan deze muziek. Nog steeds. De fraaie barokke orkestratie (Way To Blue). De ongebruikelijke akkoordenwisselingen (Time Has Told Me). Drake’s unieke finger-picking gitaartechniek die zoveel drive aan de ingetogen liedjes geeft (Cello Song).

Nick DrakeDaarbij: Drake’s liedjes verraden een schat aan invloeden en tradities – hij luisterde zowel naar Bob Dylan, Van Morrison en Muddy Waters als naar Johann Sebastian Bach, Miles Davis en John Coltrane. Voorbeeld: Fruit Tree. Maar uiteindelijk is Drake’s grootste geheim is dat hij liedjes maakte die niet naar jou toe komen, maar die jou naar zich toe trekken. Langzaam en onverbiddelijk. Liedjes waar je in wilt verdwijnen, met het idee dat je, als je dat wilt, nooit naar het heden hoeft terug te keren. Ga mee met River Man. Sluit af met Day Is Done.

Muziek als medicijn – Te lang single

pot met deksel tropenmuseumOp ieder potje past een dekseltje, wordt wel gezegd. De connotatie van het gezegde is weinig vleiend. De boodschap zal ook maar moeilijk doordringen tot alleenstaanden die al een tijd verlangen naar een betekenisvolle vaste relatie. Bij hen kan maar al te gemakkelijk de overtuiging postvatten dat ze op de een of andere manier niet geschikt zijn voor zo’n verbintenis. En dan wordt de drempel wel heel hoog – een vicieuze cirkel dus.

Aimee MannEr moeten ongeveer evenveel mannen als vrouwen zijn die aan deze aandoening lijden. Toch lijkt het erop dat mannelijke popartiesten nog steeds liever de stoere vrijgezel uithangen dan hun kwetsbaarheid te tonen. Het zijn vooral vrouwelijke artiesten die erover zingen. Denk aan Janis Ian (At Seventeen), The Supremes (You Can’t Hurry Love) of Linda Ronstadt (When Will I Be Loved?). De meest effectieve remedie komt ook weer van een vrouw, de Amerikaanse singer-songwriter Aimee Mann (1960) in dit geval, met haar nummer Save Me, geschreven voor de soundtrack van de veelbekroonde film Magnolia (1999) van regisseur Paul Thomas Anderson.

tourniquet2In dit lied is iemand aan het woord die zichzelf een ‘freak’ noemt, een eeuwige buitenstaander die denkt nooit van iemand te kunnen houden, maar er ondertussen met des te meer fanatisme naar verlangt. We ontmoeten haar op een bijzonder moment: ze ziet iemand die haar ondanks alle zelftwijfel hoop geeft (‘You look like a perfect fit for a girl in need of a tourniquet’), iemand die haar misschien wel door het draaipoortje kan meenemen naar het echte speelveld.

Prins_MuurbloempjeOok zonder dat je de film kent zie je al een scène voor je – Mann wordt niet voor niets geroemd om de filmische kwaliteit van haar songteksten – en je voelt ook: er staat meteen heel wat op het spel. Gered wil ze worden, dit muurbloempje, weg uit de rangen van de buitenstaanders. Voor minder doet ze het niet.

supermanEn dan draait het lied om, het wordt een soort magische peppil. Het kan, bezweert de zangeres: als een soort Peter Pan of Superman kan de liefde jou doorstralen met zijn toverkracht. De liefde is een wonder, maar ook een reële mogelijkheid. Zelfs voor een freak als ik. Er kan echt iemand langskomen die je helpt ontsnappen uit je  gevangenis. Roep om hulp. Redding is nabij.

 

Een halve eeuw feestjes bouwen

Dutch Mountains liggendEen tijdje geleden werden mijn romantische denkbeelden over de popmuziek flink door elkaar geschud door het boek Dutch Mountains van Peter Voskuil. De zeer informatieve turf laat zien dat het vaak niet de artiesten zijn die de koers van de popmuziek bepalen, maar de platenbazen en hun marketingmedewerkers – ik schreef daar al eens over.

MOJO boekDe tweede klap die ik onlangs geheel vrijwillig incasseerde, kwam van de grote Nederlandse concertpromotor MOJO. MOJO bestaat dit jaar een halve eeuw, en om dat te vieren is er een boek (MOJO: van pionieren in de polder tot concertgigant) en een tentoonstelling (MOJO Backstage, tot 1 sept in Museum Prinsenhof Delft).

Joris LuyendijkHet boek, een behoorlijk onconventionele bedrijfsgeschiedenis, bevat 24 bijdragen van schrijvers, fotografen, artiesten en anderen (onder meer Anton Corbijn, Herman Brusselmans, Ronald Giphart, Christine Otten en Bert Wagendorp). Zeer uiteenlopende bijdragen, met die van de journalisten Joris Luyendijk en Sander Donkers als de meest verhelderende – en ook de meest ontnuchterende.

systeemplafondZo interviewt Luyendijk MOJO-medewerker Ferry, de medewerker die van elk concert alleen de eerste paar maten meekrijgt – daarna moet hij in de catacomben met de manager van de artiest om tafel om te steggelen over de ‘afrekening’ – wat meestal wordt afgerond als het optreden afgelopen is. En uit het verhaal van Donkers wordt duidelijk dat achter het losse anti-establishment-imago van MOJO een doodnormaal en zakelijk opererend bedrijf schuilgaat, met winst- en verliescijfers, een Amerikaanse eigenaar (Live Nation), functioneringsgesprekken en systeemplafonds.

mojo tentoonstelling low resDe MOJO-tentoonstelling in Delft wordt op het eerste gezicht vooral gekenmerkt door popnostalgie: levensgrote posters in de kenmerkende zwart-witte huisstijl, veel Rock-Mastodonten (Neil Young, Joe Jackson, U2, Iggy Pop, Zappa, Nirvana), oude concert-fragmenten (Bob Dylan, Pearl Jam, Queen), vergeelde concerttickets, setlists en krantenartikeltjes. Alles om je terug te brengen naar de tijd dat popmuziek nog echt popmuziek was, zeg maar.

concertagenda 1975 low resMaar ook hier is niet alles wat het lijkt. Want als je even de tijd neemt om via een koptelefoon te luisteren naar wat de mannen en een enkele vrouw van MOJO te vertellen hebben, dan valt op dat ze het steeds over het nú hebben, en niet over de jaren 70, 80 en 90. En dat is eigenlijk wel logisch ook. Want sinds de muziekindustrie steeds minder geld verdient met cd’s en platen, en streaming nog niet zo veel oplevert, worden liveoptredens financieel steeds belangrijker, net als festivals. En op beide terreinen is MOJO in Nederland koploper. Die mensen hebben dus helemaal geen tijd voor heimwee.

Fyre festivalBoek en tentoonstelling zijn met andere woorden keihard: het idee dat popmuziek gelijkstaat aan glitter, glamour, avontuur & lol kan definitief bij het grofvuil. Aan de andere kant: moeten we dat MOJO allemaal aanrekenen? Zijn zij de oorzaak van die kille verzakelijking? Natuurlijk niet. Zo’n bedrijf beweegt gewoon mee met grotere ontwikkelingen. En meestal hebben we daar als publiek ook gewoon baat bij – van slecht georganiseerde concerten wordt tenslotte niemand blij.

concertpubliekBovendien is MOJO wel even de initiator van een topestival als Lowlands en zijn ze ook gewoon behoorlijk goed in wat ze doen – daarom bestaan ze ook nog. Hun rol is om ervoor te zorgen dat ook wanneer de artiest zich verslaapt, of als zijn manager vijf minuten voor het optreden opeens een hoger percentage eist – dat wij als concertgangers dan niets van dat gedonder merken en die avond gewoon een te gek feestje kunnen hebben. En lekker kunnen blijven dromen.

 

Bedevaart naar het zebrapad

abbey roadTerwijl een politieagent het verkeer even tegenhield, schoot fotograaf Iain Macmillan snel zes plaatjes van vier mannen die een zebrapad overstaken. Gisteren was het precies vijftig jaren geleden dat deze shoot voor de iconische hoesfoto van de laatste echte Beatles-plaat plaatsvond, en fans waren dan ook van heinde en ver toegestroomd om dit jubileum op Abbey Road te vieren.

GracelandTalloze mensen hadden zich de afgelopen decennia al op het legendarische zebrapad laten vereeuwigen, en daarin lijkt Abbey Road op Elvis Presley’s Graceland of op het Parijse kerkhof Père Lachaise, waar mensen al sinds de jaren 70 samenkomen bij het graf van de jonggestorven  Jim Morrison. En op tal van andere plekken die door popfans worden aangedaan.

graf Jim Morrison pere lachaiseOoit was ik ook op Père Lachaise. Bij Morrisons graf trof ik naast lege bierbikjes en peuken alleen een paar knetterstonede Amerikanen met een slechtgestemde gitaar aan. Net als nu vroeg ik me af wat het eigenlijk is dat popliefhebbers naar dit soort plekken drijft – en ook of andere bezoekers er misschien stiekem net zo’n katterig gevoel aan overhielden als ik.

pelgrim krijgt drinkenVolgens verschillende onderzoekers zijn popfans als op Abbey Road in wezen op pelgrimstocht. Hun gedrag, hun rituelen en verwachtingspatronen verschillen niet essentieel van die van katholieke gelovigen die afgelopen eeuwen naar Rome of Santiago de Compostela trokken. De pelgrim – seculier of religieus, toen en nu – reist af naar een plek die verbonden is met iemand die boven ons gewone mensen is uitgestegen. Hij is op zoek naar een hogere waarheid, inspiratie, bezinning, genezing, naar boetedoening soms. En naar de ontmoeting met vreemden waarmee hij toch verbonden is, door de gezamenlijke verering van die persoon die de aardse beperkingen lijkt te ontstijgen.

Sun Studio 2Klinkt plausibel toch, deze verklaring? Want ook als modern seculier mens worstel je op zijn tijd met tekortkomingen, twijfels, misstappen, gevoelens van zinloosheid. En als moderne heiligen voldoen de larger-than-life popsterren als geen ander. Maar hoe zit het dan met de teleurstelling van mijn bedevaart naar Père Lachaise? Lag dat gewoon aan mijn nuchterheid, of verwachtte ik te veel, of was mijn bedevaart over te weinig doornige paden gegaan?

Why Dylan MattersIn zijn boek Why Dylan matters (2017) – waarover later meer – beschrijft classicus Richard F. Thomas een bezoek dat hij met een groep andere Dylan-vorsers brengt aan het ouderlijk huis van his Bobness in het stadje Hibbing, Minnesota. In de nabijheid van ‘het heilige der heiligen’ voelt Thomas bij zijn reisgenoten en bij zichzelf een combinatie van blijdschap en gêne. Hij vermoedt dat we bij zo’n bezoek als het ware een verloren vriend hopen terug te vinden, omdat we de muziek van de betreffende artiest al zo lang, in verschillende fasen van ons leven, bij ons dragen.

The DoorsThomas’ verhaal verklaart mogelijk waarom mijn bezoek aan het graf van Jim Morrison op zo’n deceptie uitdraaide. Hoe indrukwekkend en bijzonder de muziek van The Doors ook is – denk aan Riders on the Storm, Light My Fire, People Are Strange – ik heb er persoonlijk nooit een sterke emotionele band mee gehad. Ik ging naar Père Lachaise omdat ‘je er geweest moest zijn’. En natuurlijk geldt nog steeds dat alleen de oprecht gelovige bedevaartganger beloond wordt.

 

Het mooiste liedje over de maan

man op de maanVijftig jaar geleden, op 16 juli 1969, vertrok de Apollo 11 van de aarde, en vier dagen later stond er voor het eerst een mens op de maan. Die historische gebeurtenis wordt dezer dagen uitgebreid herdacht. Volkskrant-redacteur Olaf Tempelman werd zo verleid tot een fraaie beschouwing over de opvallende parallellen tussen de maanlanding en de al even grensverleggende progrock van begin jaren 70. Maar hoewel technisch gezien dus een stuk dichterbij dan daarvoor, bleef de maan in de popmuziek sindsdien toch voornamelijk fungeren als de vertrouwde en vooral onbereikbare metgezel die ze altijd was geweest.

The LauDie combinatie van vertrouwdheid en onbereikbaarheid blijkt songwriters eindeloos te inspireren. Van evergreens als Blue Moon en How High the Moon tot recenter werk van Norah Jones (Shoot the Moon) en Dawes (Moon in the Water). Nachtmens Thé Lau was eraan verknocht, getuige Scene-liedjes als Volle Maan, Maan en Kind van de Maan. Gitarist John Zorn maakte in 2017 zelfs een heel album geïnspireerd op de maanvisioenen van William Shakespeare (1564-1616).

maan 3Die onbereikbaarheid geeft songwriters uiteraard alle ruimte om eigenschappen aan onze bijplaneet toe te kennen. Romantiek, dat is het eerste waar je aan denkt: See What A Little Moonlight Can Do (Billie Holiday), Moondance (Van Morrison), Harvest Moon (Neil Young). Maar John Fogerty  van CCR schrijft de maan juist een kwade invloed toe (Bad Moon Rising), net als Sting (Moon Over Bourbon Street). En voor Paul Simon is ze kennelijk de ultieme inspiratiebron voor zijn kunst (Song About the Moon).

I am klootIn het zuiden en midden van de Verenigde Staten stelt men zich de maan voor als een alziend oog, wanneer we mogen afgaan op bijvoorbeeld JJ Cale (Cajun Moon), Bill Monroe (Blue Moon of Kentucky) en The Neville Brothers (Yellow Moon). En die oog-maan staat ook centraal in het allermooiste maanliedje dat ik de afgelopen jaren hoorde: The Moon Is A Blind Eye van de Britse indieband I Am Kloot (spreek uit: ai em kloet), afkomstig van hun vijfde studioalbum Sky At Night (2010).

maan 4In de eerste coupletten van The Moon Is A Blind Eye lijkt eerder de hele mensheid dan een enkel individu aan het woord: ‘We may illuminate the atmospheres / And still not know / Still not know who we are’. Met de dromerige getokkelde gitaar en de klaaglijke stem van zanger John Bramwell klinkt de woorden alsof ze rechtstreeks door de dampkring heen gericht zijn aan die koude onaangedane steenklomp daarboven.

John Bramwell I Am KlootMaar anders dan bij Cale of Monroe is de maan hier geen alziend oog, maar juist blind. Misschien moeten we hier denken aan de uitdrukking ‘to turn a blind eye’, wat zoveel betekent als ‘een oogje toeknijpen’. En verderop zingt Bramwell ‘to be loved, to be loved is to be divine’. Heel gemakkelijk maakt de songwriter het ons niet, maar ik begrijp het zo dat dit hemellichaam, zoveel ouder en wijzer dan wij, mild en vergevend is gestemd jegens ons aardbewoners.

Maan 1Het is ook niet zo belangrijk om de tekst precies te begrijpen. Ik laat me graag door de ruimte meevoeren op de klanken: pauken, orgel, gitaar, piano, een koor – alles zo ongehaast, bijna toevallig – en die troostrijke stem die zingt ‘And the moon is blind eye’.

Zing Nederlands met me

Boudewijn de GrootLange tijd, ruwweg de hele sixties en seventies, was Engels de voertaal in de Nederlandse popmuziek. Wie erbij wilde horen, als artiest dan wel als luisteraar, gebruikte het Engels. Op een paar uitzonderingen na (Armand, Boudewijn de Groot, Peter Koelewijn) was de eigen taal taboe.

Doe Maar2Begin jaren 80 doorbrak Doe Maar het taboe, met bands als Het Klein Orkest, Het Goede Doel en Toontje Lager in hun gevolg. Het Nederlands bleek dus toch cool genoeg te zijn. En inmiddels lijkt de eigen taal geheel salonfähig geworden, van mainstream popartiesten en singer-songwriters tot regiorockers en de tegenwoordige alomtegenwoordige rappers.

Chuck BerryMaar wat moeten we van de groei van de nederpop denken? Is het een vorm van emancipatie: hebben we ons die ‘vreemde’ cultuur – de Amerikaanse rock-‘n-roll die Europa in de jaren 50 en 60 stormenderhand veroverde – langzaam maar zeker steeds meer toegeëigend? Kiezen Nederlandse popartiesten en -luisteraars bewust steeds meer voor de taal die ze tot in alle haarvaten beheersen in plaats van een taal waarin ze altijd outsiders blijven?

spinvis 3Voor die opvatting is zeker iets te zeggen. Artiesten als Bløf, Daniël Lohues, Bennie Jolink, Huub van de Lubbe, Eefje de Visser en Spinvis benadrukken in interviews dat ze de eigen taal hebben gekozen om zich optimaal te kunnen uitdrukken en zich met hun publiek te kunnen verstaan. En voor de luisteraars zal ongeveer hetzelfde gelden, maar dan omgekeerd – al moet je de mensen niet de kost willen geven die zeggen ‘nooit naar teksten te luisteren’ of ‘het juist leuk te vinden een tekst zelf zoveel mogelijk in te vullen.’

Régis DebrayMaar er is ook andere visie mogelijk. De eigenzinnige Franse filosoof Régis Debray (1940) betoogt in zijn boek Civilisation uit 2017 dat wij Europeanen in de afgelopen eeuw allemaal min of meer Amerikanen zijn geworden. Wij leven aan de rand van hun rijk, zegt hij, waar ons net zoveel manoeuvreerruimte wordt gegund als de barbaren destijds in het Romeinse rijk kregen. En de techno-economische globalisering van de afgelopen eeuw, onder leiding van de VS, heeft tegelijk op alle continenten een groeiend verlangen naar eigenheid opgeroepen – zie de opkomst in Europa van tradities, talen en lokale identiteiten die teruggrijpen op het eigen verleden.

American Dream2Debrays visie is tamelijk zwart, maar het valt niet te ontkennen dat de ‘grote’ domeinen wetenschap, techniek, bedrijfsleven en commercie steeds meer globaliseren en verengelsen. En dat ook de rock-‘n-roll in dat plaatje past. De muziekstijl veroverde Europa met een taal die groot prestige droeg: de Amerikaanse droom van individuele vrijheid en welvaart.

NL vlagEn als je die gedachtegang volgt, kun je ook de huidige Nederlandstalige pop zien als gekrabbel in de marge, weerstand in de beperkte manoeuvreerruimte die ons aan de randen van het Amerikaanse rijk gegund wordt. De groei van de nederpop is dan onderdeel van de toenemende aandacht voor nationale symbolen als het Wilhelmus, de vlag en het nationaal cultureel erfgoed.

sponsDie bewering van Debray – of in elk geval wat ik hem in de mond leg – gaat wel heel ver. Popmuziek en Wilhelmus als twee loten aan dezelfde stam? Nee, dat kan niet. Popmuziek heeft ten eerste doorgaans weinig oog voor het nationale verleden. Bovendien heeft popmuziek juist altijd als een spons invloeden uit vele windstreken opgezogen. Nee, ik geloof eerder dat we door de huidige Nederlands- en Engelstalige popmuziek een en weer kunnen switchen tussen de eigen en de mondiale cultuur. Het is eerder een brug dan een afweermiddel.

Kenny BMaar het mooiste zou natuurlijk zijn als onze wereldberoemde Nederlandse dj’s (Martin Garrix, Tiësto, Armin van Buuren c.s.) hun prestige zouden gebruiken om het Nederlands ook buiten ons land verder te brengen. Onder het motto, vrij naar rapper-zanger Kenny B: ‘Zing Nederlands met me’. Wie weet wat daar nog uit voortkomt.

Een rockfilm die rockt

Bohemian RhapsodyHet is niet zo dat de rockfilm onlangs is uitgevonden, maar popliefhebbers kunnen tegenwoordig in de bioscoop wel hun hart ophalen. Bohemian Rhapsody (biopic Freddie Mercury/Queen) was de filmhit van vorig jaar, en daarnaast verschenen onder meer de documentaire Devil’s Pie (over soulfenomeen D’Angelo), de speelfilms A Star is Born (de 3e remake), Wild Rose (feelgood over Schotse country-zangeres), Yesterday (rom-com rondom Beatles-songs) en Rocketman (biopic Elton John).

sitting ducks speelgoedMaar nemen deze rockfilms ons als popliefhebbers en filmkijkers serieus, voegen ze echt iets toe aan onze beleving van de muziek of ons inzicht in de artiesten? Of zien de makers ons vooral als sitting ducks – meelijwekkende figuren die ongeacht de kwaliteit toch wel op de rolprent afkomen, verslaafd als we zijn aan onze popidolen en onze popnostalgie?

rocketmanOp zoek naar een antwoord ging ik naar Rocketman, de biografische speelfilm over zanger-pianist Elton John. Eerste probleem: ik ben geen echte Elton John-fan. Tweede probleem: de biopic is een buitengewoon lastig genre. Want als de film waarheidsgetrouw is, is hij vaak ook saai; maar als de regisseur wat vrijheid neemt, staan woedende fans en kritische popcritici meteen bij hem op de stoep. Gelukkig – spoiler alert – weet Rocketman-regisseur Detcher Fletcher al die klippen te omzeilen, sterker nog, hij vliegt er gewoon overheen.

Elton John hoesRocketman voert de kijker in een wervelend tempo mee door het leven van Reginald Dwight, zoals Elton John eigenlijk heet, vanaf diens vijfde tot pak ‘em beet zijn 35e levensjaar. De focus ligt op de jaren 1967-1980, de periode waarin de bebrilde artiest klassiekers als ‘Goodbye Yellow Brick Road’, ‘Sorry Seems To Be The Hardest Word’ en ‘Your Song’ produceert – en dat is fijn, want zo wordt het zwakkere songmateriaal van daarna vermeden. Het zijn ook de jaren waarin Elton John opkomt, bijna ten onder gaat en uiteindelijk weer opkrabbelt – zodat de film ook een meer universeel menselijk thema vertelt.

Elton John3Want Rocketman gaat dan wel over beroemde popartiest, de film is in de eerste plaats een ode aan de menselijke veerkracht. Het verhaal van Elton John/Reggie Dwight laat zien dat het mogelijk is om je te ontworstelen aan de erfenis van een kille, liefdeloze jeugd en aan de destructieve patronen die je kunt ontwikkelen om met die erfenis om te gaan. Dat is geen originele moraal, maar de film overtuigt op alle fronten, onder meer door de onorthodoxe, soms bijna surrealistische scènes, waarin natuurwetten worden getart.

bernie taupin en elton johnDe film is ook een ode aan de vriendschap. In dit geval een vriendschap die ontstond uit noodzaak. De 21-jarige Elton John had een geweldig talent voor melodie en harmonie – maar niet voor teksten. Bernie Taupin was een 17-jarige toondove boerenzoon met een creatieve pen die gek was op popmuziek. Een kleine krantenadvertentie was het begin van een samenwerking die beiden de kans zou geven om ver boven zichzelf uit te stijgen.

vriendschapKijkend naar de film krijg je het idee dat de liedteksten Elton John door Bernie Taupin werkelijk op het lijf werden geschreven. De nuchtere tekstschrijver kroop in de huid van zijn flamboyante en getroebleerde vriend, gaf hem zo indirect misschien ook wel wat goede raad mee. De vriendschap tussen de twee kent een paar fikse dalen, maar blijft ondertussen glansrijk overeind, alsof de film wil zeggen dat muziek de sterkste verbinding tussen mensen vormt. Dat is wat mij betreft een mooi en bevredigend inzicht.

Elton John2Toen ik de bioscoop weer uit kwam, had ik gelachen, gewalgd, gezucht, me diep verwonderd en ook een paar tranen weggepinkt. Ik snapte wat meer van de mens en de artiest Elton John en was doordrongen van een paar waardevolle levenslessen. Nog steeds geen echte fan, wel een iets ander mens. Dat doet een rockfilm die rockt.

Kippenvel – Body and Soul

hoes Compositions van Anita BakerVanaf midden jaren 80 was de Amerikaanse soulzangeres Anita Baker the next big thing, de vrouw die de soul zou doen herleven. Ze won zes Grammy’s, was bij een breed publiek geliefd én bij popscribenten gewaardeerd om haar soepele stem, smaakvolle jazzy soulsongs, en iets wat je niet anders kunt aanduiden dan met het woord klasse. Slechts een paar jaar later was ze een oningeloste belofte geworden, een artiest die voor de een te glad en commercieel was en voor de ander te moeilijk of gewoon niet nieuw genoeg meer.

Anita Baker body & soulBizar. In mijn platenkast staan vier van haar cd’s: The Songstress (1983), Rapture (1986), Compositions (1990) en Rhythm of Love (1994). Vol met ijzersterke, fraai gespeelde en gezongen songs, die in vergelijking met de R&B van tegenwoordig verbazingwekkend puur klinken. Op Rhythm of Love, destijds door recensenten veelal als ‘te weinig avontuurlijk’ bestempeld, staat ook kippenvelnummer Body and Soul.

musicologyEen musicoloog zou de betovering van deze soulslijper mogelijk verklaren uit de klassieke opbouw met coupletten, bruggen en refreinen, met zelfs een apart tussenstuk na het tweede refrein – als een perfecte popsong. Of uit de subtiele modulaties van majeur naar mineur en weer terug. Of uit het lome ritme, met onder de oppervlakte snelle jazzy triolen die je met je oren niet hoort maar met je hersenstam toch voelt.

hoes I Never Loved A ManMaar dat is allemaal technische shit. Wij gewone luisteraars hebben niet alleen ratio, maar ook een hart, een lichaam en een ziel. En Anita Baker geeft elk onderdeel in Body and Soul wat het nodig heeft. Het nummer begint klassiek, volgens de wetten van de eeuwenoude minnelyriek (‘What have you done to me, I can not eat, I can not sleep’), en naar de beste soultradities: ingehouden dus, met een bluesy melodie die doet denken aan Aretha Franklins I Never Loved A Man uit 1967, hoe verschillend de stemmen van de twee vrouwen ook zijn.

Q&AVanaf dat rustige begin neemt de zangeres ons langzaam mee op haar liefdestrip. Steeds doet ze er een kléin schepje bovenop, en haar zelfvertrouwen groeit met elke maat. In het refrein, gesteund door een heerlijk vraag-en-antwoordkoortje, is alle onzekerheid verdwenen en eist ze haar minnaar rechtstreeks op: ‘Just love me body and soul’.

hoes Rhythm of Love van Anita BakerMaar dan zijn we er nog niet – luister naar dat ‘stronger and stronger’ in het tussenstuk, daar zit iets dierlijks in – Baker brengt ons nog verder, tot aan het einde, de laatste langgerekte uithaal, vol overgave, gevolgd door een innig tevreden ‘yes’. Body and soul. Op de single eindigt het nummer hier. Op de albumversie is er na dit moment nog een lang ontspannen instrumentaal uitro om bij te komen. Yes.

north sea jazzEen paar jaar geleden zag ik op tv een interview met twee aanstormende jazztalenten die tot mijn verrassing T-shirts met Bakers naam en beeltenis droegen. De zangeres was dan wel uit de spotlights verdwenen, maar kennelijk nog niet vergeten. Wat heet. Ze blijkt dezer dagen bezig te zijn aan wat ze haar afscheidstournee noemt. Op vrijdag 12 juli staat Anita Baker in Rotterdam op North Sea Jazz. Check her out.

The Kinks: godfathers van de Brexit?

The Kinks2Eind 1965 zit frontman Ray Davies van The Kinks met een groot probleem. Na een Amerikaanse tournee vol trammelant – ‘bad management, bad luck & bad behaviour’ zou het later worden genoemd – mag de Britse band vier jaar lang niet meer optreden in de VS. Terwijl het land in potentie hun grootste afzetmarkt is, waar concurrenten Beatles, Rolling Stones en Who wel grote successen vieren.

Village GreenDavies, van nature een observator en commentator, zoekt de oplossing dicht bij huis. Hij draait Amerika de rug toe en richt de blik naar binnen, dat wil zeggen: op het eigen land. Deze nieuwe Kinks-koers wordt ingezet met de albums Face to Face (1966) en Something Else by The Kinks (1967) en culmineert in 1968 in het conceptalbum The Kinks Are The Village Green Preservation Society.

EngelsheidMet deze ‘ode aan een ongerept en onbedorven Engeland’ gaan The Kinks volledig tegen de tijdgeest in. Terwijl andere Britten – net als de rest van West-Europa – na WOII massaal naar het land van de onbegrensde mogelijkheden kijken, zingt Ray Davies op Village Green met weemoed over Engeland, over verdwijnende tradities als ‘strawberry jam, Tudor houses, antique tables and billiards’. De tegenstelling met hippies, flower power en anti-establishment-sentimenten kan niet groter zijn.

better in the ninetiesVanwege zijn excentriciteit verkoopt Village Green bij verschijning slecht, en ook in de volgende decennia, als The Kinks wel eindelijk succes hebben in de VS, blijft het een goeddeels vergeten album. Tot de jaren 90, een periode die cruciaal is voor de nalatenschap van The Kinks en voor de Britse popmuziek als geheel.

399px-Blur_(Logo)In reactie op de overmacht van ‘duistere’ Amerikaanse grungebands als Nirvana en Pearl Jam ontstaat midden jaren 90 in het Verenigd Koninkrijk een muziekstroming die nadrukkelijk teruggrijpt op de opgewekte catchy muziek van artiesten uit eigen land: Britpop. Een zelfbewuste stroming met bands als Blur, Pulp en Oasis voor wie de muziek van The Kinks, ‘the most quintessential English band’, de grote inspiratiebron is.

Vote Leave T-shirtDe Britpop-beweging is ook een uiting van de bredere opleving van het zelfvertrouwen in het Verenigd Koninkrijk, dat twintig jaar eerder nog de oplossing voor de eigen economische en maatschappelijke malaise had gezocht in toetreding tot de EEG, de voorloper van de EU. Historici claimen dat dit hernieuwde Britse zelfbewustzijn vanaf de jaren 90 aan de basis staat van de politieke leave-beweging, die zou uitmonden in het aanstaande vertrek van de Britten uit de EU.

The Kinks op BankjeWie door zijn oogharen naar deze ontwikkelingen kijkt, kan een rechte lijn ontwaren tussen The Kinks en de Brexiteers. In beide gevallen zien we een beweging naar het exclusief Britse, in reactie op het handelen van een te dominant geacht ander continent. Met zijn wending zaaide Ray Davies in 1965 de kiem voor een nationaal zelfbewustzijn dat via de Britpop uitkwam bij de Brexit. Of ga ik nu te kort door de bocht?

Ray Davies 2Volgens Ray Davies zelf waarschijnlijk wel. Hoewel de zanger publiekelijk geen standpunt voor of tegen Brexit inneemt, toont hij zich in interviews zeer bezorgd over de radicale stappen die zijn land nu zet. Bovendien moet ik toegeven dat Davies’ subtiele en vaak ironische liedjes weinig overeenkomsten vertonen met het zelfingenomen gebral van een Nigel Farage of Boris Johnson.

Americana Ray DaviesIk denk dat het Engels-zijn van Davies uiteindelijk weinig met chauvinisme te maken heeft. De Brit is geen demagoog en ook geen xenofoob, maar vooral een onverbeterlijke homo nostalgicus. Toen de zanger na een jarenlang verblijf in de VS een paar jaar geleden weer in Londen ging wonen, maakte hij prompt twee nieuwe albums, getiteld Americana en Our Country (Americana act II), gevuld met weemoedig-satirische liedjes over het uitgestrekte land aan de overkant van de plas.

Het zou me niets verbazen als Ray Davies – ook al is hij inmiddels 75 – straks na de Brexit weer met een plaat op de proppen komt, en ik durf zelfs te wedden over welk continent die dan zal gaan.