Elvis Costello & The Imposters – A Boy Named If

Ik heb het gevoel dat ik over Neil Young en Joni Mitchell moet schrijven. Over hun boycot van Spotify vanwege de desinformatie over vaccins en corona die via sommige podcasts van het streamingplatform wordt verspreid. De actie van mijn twee oude muziekhelden is geloofwaardig, haalt de kranten en doet discussies oplaaien. Maar ik heb vandaag niet zo’n zin in discussies.

Liever richt ik me in deze eindeloos lijkende periode zonder livemuziek op de mooie dingen des levens. Zoals de nieuwe plaat van Elvis Costello & the Imposters: A Boy Named If. Een verrassend en ouderwets goeie plaat die doet denken aan Costello’s vroege werk uit de jaren 70. Dat laatste is ook niet zo vreemd, want begeleidingsband The Imposters bevat met drummer Pete Thompson en toetsenist Steve Nieve twee beeldbepalende Attractions van toen.

A Boy Named If is een echt Costello-album geworden, zijn 46e (!) als ik het goed heb. Met een speellengte van ruim 52 minuten en dertien catchy songs die zich na een paar draaibeurten prettig in je hoofd nestelen. Vanaf de Chuck Berry-achtige gitaarlick in het intro van openingstrack Farewell, OK zit het tempo er goed in. Het zeurende orgeltje van Steve Nieve, de tegendraadse gitaarriffs, Costello’s gepassioneerde zang, het roept zoete herinneringen op aan topplaten als This Year’s Model (1978) en Armed Forces (1979). Zo’n plaat die alle kanten opgaat terwijl er toch een eenheid in zit.

Costello, in 1954 geboren als Declan MacManus, is een artiest die ik altijd heb bewonderd vanwege zijn avontuurlijke muzikale geest. De grote stap van zijn rock-‘n-roll-achtige debuutplaat My Aim is True (1977) naar de twee bovengenoemde rijke albums was al indrukwekkend, daarna maakte de Brit sterke platen met onder meer de strijkers van het Brodsky Quartet, de klassieke sopraan Anne Sofie Otter, musicalcomponist Burt Bacharach, New Orleans-icoon Allen Toussaint, jazzgitarist Bill Frisell en funkband The Roots. Ga er maar aan staan.

Ook als schrijver liet Costello van zich horen. Zijn autobiografie Trouweloze Muziek & Verdwijnende Inkt (2015) is een boek vol mooie verhalen, heel losjes gestructureerd maar toch steeds goed te volgen. Een beetje zoals zijn albums. De lezer krijgt ook een interessant inkijkje in het persoonlijk leven van de artiest, zoals de moeizame relatie met zijn vader, ooit een gevierd crooner in ballroomorkesten.

Maar al die bewondering ten spijt – ik vind niet alle platen van Costello superfijn om naar te luisteren. Soms is hij mij te nadrukkelijk, te boos, te sentimenteel ook. Hij kan dan irritant onder m’n huid kruipen, als een soort Twitter-discussie. Maar gelukkig hoor je op A Boy Named If dat hij niet alleen een schat aan muzikale stijlen heeft opgezogen, maar ook als mens relaxter is geworden maar zonder zijn gedrevenheid te verliezen.

De tegendraadsheid is er nog wel, de stekeligheid ook (zie songtitels als Mistook Me For A Friend en The Man You Love To Hate), maar de angry young man van weleer is geen boze oude witte man geworden, eerder iemand die zich nog steeds gepassioneerd verwondert over het leven, de mensen en de wereld. En die nog steeds perfecte popsongs aflevert als Magnificent Hurt en het gevoelige Paint The Red Rose Blue. Check him out!

2 comments

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s