2022

De muziek van mijn broer

De voorgaande weken heb ik mezelf losjes verdiept in de ontwikkeling van mijn eigen muzieksmaak. Met het idee dat ik andere mensen hiermee zou kunnen inspireren om hetzelfde te doen. Ik vond het een interessante – en ook enigszins weemoedig stemmende – exercitie. Een trip down memory lane en tegelijk een poging om de soms zinloos lijkende toevalligheden van een leven (lees: mijn leven) betekenis te geven.

Ik schreef over de muzikale invloed van vrienden, van mijn vader, van mijn moeder. Over een andere influencer – waarschijnlijk de belangrijkste – mijn oudere broer Wim, schreef ik al eerder. Ik ga die blog van twee jaar geleden hier niet herhalen, maar ik grijp deze gelegenheid wel graag aan om een pijnlijke omissie goed te maken. Mijn broer bracht mij namelijk niet alleen in contact met Lou Reed, David Bowie, John Coltrane en JJ Cale, maar ook met een groep muzikanten die sindsdien voor altijd in mijn hart zitten: The Allman Brothers Band.

Ik ging als veertienjarige meteen voor de bijl voor deze diepe Southern Rockers met hun niet eerder vertoonde mix van blues, rock, jazz, country en gospel en fenomenaal gitaarwerk van Duane Allman en Dicky Betts. Hun album Idlewild South was mijn eerste kennismaking, daarna verzwolg ik hun titelloze debuutalbum en de onovertroffen live-dubbelaar At The Fillmore East. Of nee, het was eigenlijk andersom, die platen verzwolgen mij – en dat doen ze nog steeds.

Nu die omissie is goedgemaakt, wil ik inzoomen op het mysterie van die bijzondere smaak-impact van de oudere broer, die zo verschilt van die van bijvoorbeeld ouders en vrienden. Ik kan me niet voorstellen dat ik de enige ben met deze ervaring. Op internet vind ik inderdaad wel wat informatie over dit onderwerp, zoals een een klein polletje met 26 respondenten en Engelstalig wetenschappelijk artikel over de manier waarop muziek de relatie tussen ‘siblings’ mede vormgeeft, maar dit gaat over zussen te gaan.

Het blijkt niet gemakkelijk te zijn om degelijke onderzoeksgegevens of diepzinnige gedachten over deze belangrijke kwestie te vinden. Jammer, maar het voordeel is: zo kan ik zonder gewetensbezwaren mijn eigen gedachten de vrije loop laten.

Ouders beïnvloeden je muzieksmaak meestal op een heel algemene manier, is mijn stelling. Een voorkeur voor rustig of druk, dansbaar of niet. Niks heel specifieks. En dit gebeurt al heel vroeg in je leven, dus grotendeels onbewust. In je tienerjaren, als je je smaak bewust gaat ontwikkelen, komt de muziek vaak uit de hoek van vrienden en bekenden – en je grote broer.

Met vrienden ben je doorgaans enigszins in concurrentie – of je probeert je bij hen aan te sluiten door hun muzieksmaak over te nemen. Een wat ongemakkelijke positie waarin je maar al te zeer geneigd kunt zijn om jezelf te verliezen. Bij een oudere broer speelt dat allemaal niet. Je hoeft niet op hem te lijken, want je kiest hem niet uit en hij jou ook niet. Je hoeft ook niet echt met hem te concurreren want hij is toch veel ouder en dus al oneindig veel verder in het leven. Een oudere broer reikt je van alles aan maar geeft je tegelijkertijd de kans om echt je eigen muziekpad te kiezen. Daarom is hij – naast zoveel andere dingen – bovenal de ideale muziekgids.

Ik durf me nauwelijks voor te stellen waar ik als popfan zonder mijn oudere broer terecht zou zijn gekomen. Ergens in de muziekgoot waarschijnlijk, of anders in een oorverdovend stil universum zonder vreugde en troost. In elk geval diep ongelukkig. Dus heb je een oudere broer – check him out!

Het mooiste liedje voor onder de douche

Vanwege de toenemende droogte maakt waterbedrijf Vitens zich zorgen over afnemende drinkwatervoorraden. In een recente nieuwsbrief vragen ze hun klanten onder meer om korter te douchen. Van gemiddeld 8,4 naar maximaal 5 minuten – dat bespaart ruim 27 liter per douchebeurt.

Om korter te douchen geeft Vitens de tip om een favoriet muziekje van maximaal 5 minuten op te zetten vlak voordat je de eerste waterstralen over je heen laat kletteren – en eronderuit te stappen zodra de muziek stopt. Een slim advies nu steeds meer mensen met de huidige draadloze speakertjes elk gewenst liedje via streaming ook in de badkamer kunnen afspelen. Ik vroeg me af: wat zou in dit geval het ultieme doucheliedje zijn?

Je kunt het jezelf gemakkelijk maken door gewoon een lekker nummer uit te zoeken puur met het oog op maximaal douchegenot binnen de gegeven beperkingen. Denk aan krakers als Proud Mary in de uitvoering van Ike & Tina Turner (4:56), Kate Bush’ Running Up That Hill of Billie Eilish’ Happier Than Ever (beide 4:58). Of, als je van jezelf een paar seconden mag smokkelen, Smells Like Teen Spirit (Nirvana), Mr. Blue Sky (ELO) of Pusherman (Curtis Mayfield).

Maar artistiek en sportief gezien doe je het natuurlijk een stuk beter met een 5-minutenliedje dat een relatie heeft met water, reiniging of de mondiale crisis waarmee dit advies verbonden is. Het eerste nummer waar ik aan dacht: Songs that She Sang in the Shower van Jason Isbell. Een fraaie breakup-song van Isbells doorbraakalbum Southeastern uit 2013 waarin de zanger melancholisch zijn zonden overdenkt. Nadeel: je komt eerder bedrukt dan verkwikt onder de douche vandaan.

Dan misschien Shower the People van James Taylor. Een hoopvol nummer dan ons eraan herinnert dat we niet alleen op aarde zijn en dat liefde geven en liefde ontvangen bij elkaar horen. Dat kunnen we wel gebruiken bij het aanpakken van de klimaatcrisis. Maar: dit nummer klokt slechts 4:33, zodat je mogelijk net volledig bent ingezeept als je kraan moet uitdraaien. Hetzelfde probleem speelt bij Van Morrisons And It Stoned Me, (Moondance, 1970, 4:31), een nostalgische jeugdherinnering aan de kracht van de natuur, met de onvergetelijke regels: ‘O, the water, the water, let it run all over me.’

Het waarschijnlijk mooiste doucheliedje is afkomstig van een artiest waaraan ik op Goeie Nummers tot dusver belachelijk weinig aandacht heb besteed: zanger-gitarist en liedjesschrijver Buddy Miller. Een geweldige artiest met een groot hart die hopelijk snel weer eens op de Nederlandse podia te bewonderen is met zijn fenomenale gitaarspel.

Water speelt een terugkerende rol in de doorwrochte rootsliedjes die Buddy en zijn vrouw Julie sinds de jaren 90 over de wereld uitstrooien, getuige titels als Dirty Water, Fire and Water en het nummer waar het nu over gaat: Water When the Well Is Dry (Midnight and Lonesome, 2002). Een spirituele en opwekkende song over zoeken en vinden, worstelen en bovenkomen.

In het refrein vind je de kern: ‘I need a drink of something like water / I need a taste of love divine / Sometimes you just gotta do what you oughtta / Sometimes you bring up the water when the well is dry’. Alle elementen van een echt doucheliedje zitten erin: water, reiniging en de kracht om jezelf uit een crisis te bevrijden. Zet hem straks maar op als je het stof van vandaag van je af gaat spoelen. Met 4:52 blijf je nog mooi binnen de tijd ook.

Albumverjaardag – Paul Simon

Het titelloze debuutalbum van Paul Simon is niet wat het lijkt. Wie er nu, een halve eeuw na verschijning naar luistert, hoort misschien een goede maar typische jaren-70 singer-songwriterplaat met melodieuze liedjes en intelligente teksten. Voor de artiest zelf was het destijds vooral een duik in het diepe, en voor het poppubliek was het album in verschillende opzichten behoorlijk verrassend.

Net zoals de breuk met zijn maat Art Garfunkel anderhalf jaar eerder was geweest. Weinig mensen begrepen waarom het tweetal op het hoogtepunt van hun succes, kort na hun meesterwerk Bridge over Troubled Water, uit elkaar ging. En net als bij The Beatles werd er door fans en journalisten volop gespeculeerd over de redenen.

Volgens biograaf Robert Hilburn (Paul Simon. The Life, 2018) was het einde van Simon & Garfunkel onafwendbaar. De chemie, de balans en het vertrouwen tussen de twee jeugdvrienden was weg. Beiden hadden de behoefte om nieuwe paden in te slaan. Garfunkel ambieerde een filmcarrière en speelde onder andere met Jack Nicolson in Carnal Knowledge van regisseur Mike Nichols. Liedjesschrijver Simon wilde de vrijheid om andere muzikale wegen te verkennen.

Simon was weliswaar degene die de breuk in 1970 had geforceerd, maar hij voelde zich allesbehalve zelfverzekerd in de nieuwe situatie. Voor het eerst zou hij het moeten doen zonder de hulp van Arts stem, die zijn liedjes altijd iets extra’s had gegeven en waaraan de fans verknocht waren. En naar zijn idee had de platenmaatschappij geen vertrouwen in hem en zag men Art eerder als de grote ster van het tweetal. Een serieus writers block was het resultaat.

Maar net zoals later in zijn carrière was het muziek uit verre streken die Simon op gang hielp. Jimmy Cliffs ska-hit Vietnam uit 1969 was een dansbaar liedje met een zware tekst, over een moeder die bericht krijgt dat haar zoon is gesneuveld. Geïnspireerd door onder andere dit nummer reisde Simon met producer Roy Halee naar Kingston, Jamaica, om met de muzikanten van Toots & the Maytals een ska-track op te nemen.

Ter plekke in de studio vertelden de muzikanten hem dat ze in Jamaica inmiddels helemaal geen ska meer speelden, maar reggae. “Oké, speel dan maar reggae” luidde Simons reactie. En net zoals hij in de jaren 80 zou doen voor Graceland en The Rhythm of the Saints zong hij in de studio eerst betekenisloze zinnetjes over de muziek heen, om er pas later een echte tekst op te maken. Het resultaat is een van de eerste reggaenummers van een Westerse popartiest en een zeldzaam opwekkende classic in Simons oeuvre: Mother and Child Reunion, de eerste track op Paul Simon.

De rest van de liedjes volgde daarna snel, zoals Me and Julio Down by the Schoolyard, dat zou uitgroeien tot een van Simons populairste nummers, en het verhalende Duncan, dat doet denken aan The Boxer. Tijdens de opnames werkte Simon gerenommeerde muzikanten van buiten de wereld van pop en folk, zoals bassist Ron Carter en violist Stephane Grappelli (jazz), percussionist Airto Moreira en gitarist Stefan Grossman (blues). Het zelfvertrouwen van de Newyorker groeide.

Na de release in 1972 werd het album meteen positief onthaald door de twee meest invloedrijke Amerikaanse recensenten van die tijd, Jon Landau (latere manager van Bruce Springsteen) en ‘pop-paus’ Robert Christgau. Ook de platenmaatschappij was tevreden met één miljoen verkochte exemplaren en drie singles in de hitparade. Het was voor iedereen duidelijk: Simon had zich bewezen als soloartiest.

Hoe moeten we het debuutalbum van Paul Simon zien, met de kennis van nu? Naar mijn idee niet als zijn grootste werk – daarbij denk ik eerder aan Still Crazy All These Years (1975) of de onderschatte albums The Rhythm of the Saints (1990) en Surprise (2006) –  maar wel als een moedige duik in het diepe voor de perfectionistische en ambitieuze Newyorker. En als een fraaie blauwdruk voor zijn latere werk, waarin pop, jazz en wereldmuziek een bijzondere fusie met elkaar aangaan in liedjes die even persoonlijk als politiek zijn. Paul Simon staat voor zijn maker.

De muziek van mijn moeder

In een van mijn oudste herinneringen ben ik dicht bij het volmaakte geluk. Ik lig als vijfjarige met een boek onder de tafel terwijl mijn moeder aan het strijken is en de radio aanstaat. Een beschermde plek om weg te dromen terwijl er af en toe klanken van buiten doordringen. Mijn moeder zet de radio harder bij een kunstig liedje van Jasperina de Jong dat volgens mij bij een reclame hoorde. We hadden er ook een plaatje van.

Mijn moeder werd geboren in 1932, in een net en eenvoudig Leeuwarders gezin waarin muziek een niet onbelangrijke plek innam. Naar verluidt kon mijn opa uit zijn hoofd hele aria’s fluiten, en zijzelf was op de kweekschool – de voorganger van de PABO –  een van de weinige studenten die een melodie meteen in muzieknoten kon omzetten (solvège). Maar sporten vond ze als hobby toch belangrijker dan muziek.

(meer…)

Albumverjaardag ◉ Wilco – Yankee Hotel Foxtrot

Als er één band is die aangemerkt kan worden als vaandeldrager van de alt-country, dan is het Wilco. En als er één album iconisch is in dat lastig te omschrijven genre, dan is het Yankee Hotel Foxtrot, deze week 20 jaar oud geworden. Een cultklassieker van de vroege 21e eeuw.

Voor de band zelf is de verjaardag aanleiding voor een speciale Yankee Hotel Foxtrot Anniversary Tour en een uitgebreide re-issue van het album. De fan heeft ruime keuze: een ‘gewone’ dubbel-lp of -cd of een super-de-luxe uitgave van maar liefst 8 cd’s of 11 lp’s, met allerhande outtakes en making-of’s. Of iets ertussenin. Daaruit kun je de status van dit album wel zo’n beetje aflezen.

(meer…)

De muziek van je vrienden

life is better with friends

Hoe ontdek je nieuwe muziek? Hoe kom je op het spoor van interessante artiesten, liedjesschrijvers, of muziekgenres die je nog niet kent? Ik had het daar een tijdje geleden over via WhatsApp met een paar van mijn vrienden, allemaal popliefhebbers van dezelfde generatie, opgegroeid in de jaren 70 – dus allemaal met ruime ervaring en een goede muzieksmaak, zeg ik dan.

De antwoorden waren divers. Aanbevelingen van Spotify werden genoemd als wegwijzers naar nieuwe muziek, naast recensies in NRC en Volkskrant. Verder online popmedia zoals Heaven en Pitchfork maar ook YouTube en Facebookgroepen zoals Americana Liefhebbers. De conclusie uit de inventarisatie: er zijn meer dan genoeg plekken om nieuwe muziek te ontdekken. En de tijd van slechts enkele belangrijke tipgevers – zoals muziekbladen en die goeie ouwe radio – is voorgoed voorbij.

(meer…)

Liefde op het eerste gehoor

Sommige artiesten dringen pas na lange tijd tot je hart door. Andere grijpen je meteen bij de kladden, meteen de eerste keer dat je ze hoorde. Je wordt van de sokken geblazen. Staat in vuur en vlam. Zoiets heb je nog nooit gehoord. Wat ís dit? Hoe kan dit er zijn? Is er nog meer van?

Vaak houdt de artiest levenslang een speciaal plekje in je hart, want iets van de eerste keer blijft altijd hangen. Bij mij tenminste wel. Als ik denk aan de keren dat dit fenomeen mij te pakken kreeg, komt als eerste Sultans of Swing van Dire Straits bij me op. Het was 1978 – ik was veertien, de meest ontvankelijke leeftijd voor muziek – toen het nummer van Mark Knopflers band de Nederlandse hitparade binnenkwam.

(meer…)

Het mooiste instrumentale tussenstuk

Een paar weken geleden passeerden op Goeie Nummers verschillende popnummers met bijzondere middle eights. Toen ging het over tussenstukken met zang – de meest voorkomende soort in de popmuziek – vandaag over hun instrumentale tegenhangers. Liedjes waarin de gezongen coupletten en refreinen worden afgewisseld met een gedeelte waarin de artiest van het gebaande pad afwijkt, met vaak een solo-instrument zoals gitaar of saxofoon in de hoofdrol.

Het instrumentale tussenstuk is vaak een waar kunststukje, meer nog dan de gezongen variant. Opvallende akkoordenreeksen, modulaties, tempowisselingen soms zelfs. Het verrassingseffect is groter – alsof je in de bus zit en de chauffeur opeens besluit van de vaste route af te wijken: een omweg met als doel de passagiers iets moois of uitzonderlijks te laten zien. En jij, overgeleverd aan de muziek zoals aan de chauffeur van de snelbus, moet gewoon mee.

(meer…)

Albumverjaardag ◉ Nick Drake – Pink Moon

Op 30 oktober 1971 verscheen Nick Drake volgens afspraak voor de eerste van twee opnamesessies in de Londense Sound Techniques-studio. Elf basistracks zou hij daar op twee achtereenvolgende avonden opnemen. Behalve de singer-songwriter was alleen studiotechnicus John Wood aanwezig. Toen Wood hem na afloop van de tweede sessie vroeg welke arrangementen en overdubs hij erbij wilde hebben, antwoordde Drake: “Ik wil geen andere instrumenten erbij. Helemaal niets.” En zo zou Pink Moon – afgezien van de paar pianoklanken in het titelnummer – ook verschijnen. Zang en een akoestische gitaar, verder niets.

Een paar jaar daarvoor had Drake zijn debuut gemaakt met Five Leaves Left (1969), kort daarna gevolgd door Bryter Layter (1970). Twee platen vol razendknappe melancholieke folksongs die op de een of andere manier allebei vrijwel onopgemerkt bleven, zowel bij recensenten als bij de muziekliefhebbers. Na deze teleurstelling viel de van nature introverte muzikant ten prooi aan depressies en trok hij zich terug bij zijn ouders op het platteland van Tanworth-in-Arden. Tot hij zich anderhalf jaar later onverwacht weer bij Wood meldde met nieuwe liedjes.

(meer…)

Elvis Costello & The Imposters – A Boy Named If

Ik heb het gevoel dat ik over Neil Young en Joni Mitchell moet schrijven. Over hun boycot van Spotify vanwege de desinformatie over vaccins en corona die via sommige podcasts van het streamingplatform wordt verspreid. De actie van mijn twee oude muziekhelden is geloofwaardig, haalt de kranten en doet discussies oplaaien. Maar ik heb vandaag niet zo’n zin in discussies.

Liever richt ik me in deze eindeloos lijkende periode zonder livemuziek op de mooie dingen des levens. Zoals de nieuwe plaat van Elvis Costello & the Imposters: A Boy Named If. Een verrassend en ouderwets goeie plaat die doet denken aan Costello’s vroege werk uit de jaren 70. Dat laatste is ook niet zo vreemd, want begeleidingsband The Imposters bevat met drummer Pete Thompson en toetsenist Steve Nieve twee beeldbepalende Attractions van toen.

(meer…)

Zingen over eten

Wat weten we over onze favoriete popartiesten? Voor ons gevoel heel wat. In hun liedjes delen ze vaak hun intiemste zieleroerselen, diepste dalen, hoogste toppen. Maar hoe zit het met hun dagelijks leven – en het belangrijkste onderdeel daarvan: hun dagelijks voedsel?

Toen ik op zoek ging naar liedjes over eten leverde dat een aardige lijst op. Maar niet meteen een goed inzicht in het voedingspatroon van de artiesten of in wat dat eten in een liedje eigenlijk doet. Kijk naar nummers met titels als Peaches (Stranglers), Birthday Cake (Rihanna) of American Pie (Don McClean). Daarin staan de perziken, verjaardags- en andere taarten meestal toch voor iets heel anders – vul zelf maar in.

(meer…)