Maand: oktober 2014

Albumverjaardag – The Nightfly van Donald Fagen

Donald Fagen hoes The NightflyVandaag is het precies 32 jaar geleden dat Donald Fagens The Nightfly verscheen. Destijds, in 1982, waren de meningen over het eerste soloalbum van de zanger-toetsenist van Steely Dan nogal verdeeld. Die van mijzelf trouwens ook, herinner ik me: ‘mooi, maar veel te glad’ – in dat soort categorieën dacht ik als 19-jarige. Het album bleef in de schaduw hangen van erkende Steely Dan-klassiekers als Aja (1977) en Gaucho (1980). Ten onrechte. Want The Nightfly is zo’n plaat die elk jaar mooier wordt.

The Nightfly is een conceptalbum in de beste betekenis van dat beladen woord: een verzameling liedjes die één thema speels en van verschillende kanten benadert. In een krappe 39 minuten brengt Donald Fagen (Passaic, New Jersey, 1948) een hele verdwenen wereld tot leven: die van een Amerikaanse tiener die eind jaren ’50 gegrepen wordt door de (jazz)muziek, de beat-poets en het verlangen naar het spannende leven dat hem over een paar jaar te wachten staat. Ook de muziek op het album ademt helemaal de sfeer van die tijd, bijvoorbeeld het swingende Ruby Baby (een cover van Leiber en Stoller), het jazzy ‘Walk Between the Raindrops’ en ‘Maxine’, met zijn vijfstemmige zangpartijen. Ondertussen is de digitale productie van begin jaren ’80 strak en modern – anno 2014 klinkt de plaat nog steeds fris en lekker.

IgylogoI.G.Y. is het bekendste nummer. Dit International Geophysical Year is niet verzonnen; dit was een internationaal wetenschappelijk project uit 1957-1958 dat beoogde de wereld te verbeteren door middel van de techniek. Met de ontnuchterende kennis van de voorafgaande 25 jaar kijkt de zanger in dit nummer terug op dat naïeve optimisme. Maar niet cynisch. De volwassen Fagen veroordeelt zijn jeugdige alter ego niet. Dat het mooie van The Nightfly: nostalgie en ironie houden elkaar perfect in evenwicht.

Donald Fagen als jonge jongenHet is waarschijnlijk ook Donald Fagens meest persoonlijke album. Bij Steely Dan verschansten hij en zijn muzikale partner Walter Becker zich achter een façade van cryptische songteksten en schimmige antwoorden in interviews. In de liner notes van The Nightfly schrijft Fagen echter dat de liedjes een weergave zijn van ‘certain fantasies that might have been entertained by a young man growing up in the remote suburbs of a northeastern city during the late fifties and early sixties, i.e., one of my general height, weight and build’. Voor Fagens doen ongehoord expliciet.

Donald Fagen nuNa The Nightfly maakte Fagen nog drie soloalbums: Kamakiriad (1993), Morph the Cat (2006) en Sunken Condo’s (2012). Stuk voor stuk geweldige platen, luister/kijk maar eens naar Wheather in My Head. Maar toch, geen daarvan haalt het voor mij bij zijn eersteling. Soms lijkt het of de zanger zich na The Nightfly liever weer terugtrok in zijn comfort zone. Jammer, maar bij nader inzien volkomen logisch. Zo’n album maak je maar eens in je leven.

Meer weten? Lees dit boeiende Engelstalige artikel uit 2007 naar aanleiding van de jubileumeditie van The Nightfly.

Talking Heads: Ratio x Vrijheid = Emotie

David Byrne met boekAfgelopen weekend was David Byrne, de voormalige voorman van Talking Heads, in Nederland om zijn boek How Music Works te promoten. Byrne’s boek lijkt me zeer interessante kost, maar ik dacht toch vooral terug aan de grote bijdrage van deze New Yorkse artiest aan de popmuziek: de baanbrekende formule R x V = E (Ratio x Vrijheid = Emotie).

250px-Talking_Heads live 1978R: Om als popgroep geloofwaardig te zijn, moest je tot eind jaren ’70 vooral puur en primitief klinken. Talking Heads brak volledig met die traditie. Alles aan deze avantgarde-popgroep was bedacht. De ritmes waren staccato, machine-achtig. De optredens afstandelijk (nummers werden steevast aangekondigd met: ‘the name of de next song is …’). De zanger klonk als een soort robot. En dan die teksten. Die gingen niet over ‘jongen ontmoet meisje’, maar over gebouwen en voedsel. Over huizen en brand. Over de overheid en de hemel: ‘Heaven is a place where nothing ever happens.’

wolkenkrabbers New YorkV: David Byrne (1952) is een kunstenaar verdwaald in de popwereld. Naast zijn muziek houdt hij zich bezig met schrijven, film, ballet en beeldende kunst. Byrne stelt vragen in plaats van gewoon te doen. Pop-regels zijn er om te doorbreken. Met Talking Heads was hij zo vrij om de energie van de punk en de afro-funk te combineren met een koud, gestript wereldbeeld. Zijn nummers leggen een onderliggend patroon van onze samenleving bloot: de moderne westerse mens is een eenzame ziel, dolend tussen oppermachtige betonnen structuren die niets met hemzelf te maken hebben. Met de onmogelijke opdracht om er toch een thuis in te vinden. Love goes to building on fire.

robot met trompet rechtsE: De verstandelijke Talking Heads-muziek weet toch vaak sterke emoties op te roepen. Waar hem dat in zit? Misschien in de hartstocht die onder de verkrampte klanken doorklinkt, de drive van de ritmes. Luister nog maar eens naar Slippery People. Maar uiteindelijk, denk ik, schuilt de kracht toch vooral in de herkenbaarheid. Herkenbaarheid? Ja. Iets van onszelf herkennen we in die verlaten figuur die te midden van een woud van wolkenkrabbers woeste kreten uitstoot. De muziek van Talking Heads roept mededogen op met de eenzame robot in onszelf.

JJ Cale – 17e-eeuwer in de Americana

Joost van den VondelTijdens mijn studie Nederlands maakte ik schoorvoetend kennis met de literatuur van de 17e eeuw. Het leek me nogal stoffig. Wat bleek? Als je er eenmaal mee bezig was, vond je in de gedichten en toneelstukken van Bredero, Huygens en de grote Vondel alles wat literatuur zo boeiend kan maken: drama, humor, prachtige taal en ontroering.

Een andere eye-opener was dat deze schrijvers uit de Renaissance vooral bezig waren met imiteren. Copyright bestond nog niet; originaliteit was geen belangrijk criterium voor kunstenaars. Dat nabootsen van beroemde klassieke voorbeelden begon met het kennen en opvolgen van de voorschriften van de verschillende literaire genres: translatio (vertalen) en imitatio (creatief bewerken). De schrijver moest eerst leren een tragedie, komedie of epos volgens de regelen der kunst op te zetten. De laatste en moeilijkste stap was de aemulatio: het overtreffen van de grote voorbeelden.

JJ CaleDe vorig jaar overleden JJ Cale doet in veel dingen denken aan die 17e-eeuwers. De bescheiden singer-songwriter uit Tulsa, Oklahoma kende de regels van de traditionele Amerikaanse muziekgenres als zijn broekzak, van country en rockabilly tot jazz en blues. Dat hoor je terug in het gemak, de loomheid, de losjes samenhangende ritmes, in de ruimte die zijn muziek altijd ademt.

stoofpotjeMaar Cale deed meer dan alleen de roots-genres volgen. Hij brouwde zijn eigen unieke stoofpotje, waarin hij de bekende stijlen door elkaar klutst terwijl ze toch herkenbaar blijven. Een vuurtje eronder en sudderen maar – dat is aemulatio à la JJ Cale. Zijn voorbeelden overtreft hij door op het juiste moment van de regels af te wijken, zoals in Crazy Mama, een blues die verrast door zijn melodieuze overgang. Of in Anyway The Wind Blows, waarin je blijft wachten op een wending die nooit komt.

The BreezeBij zijn overlijden vorige zomer was er vrij weinig aandacht in de media. Ten onrechte. Cale heeft de loop der popgeschiedenis toch aardig heeft bijgebogen. Misschien was die relatieve stilte voor Eric Clapton en een paar muzikale vrienden reden om onlangs een fijne tribute-cd te lanceren: The Breeze. An Appreciation of JJ Cale.

Eric ClaptonEric Clapton, Mark Knopfler, John Mayer, Tom Petty en een paar andere cracks kozen uit Cale’s rijke repertoire zestien goeie nummers en zetten die met veel liefde en respect opnieuw op de plaat. Met het mooiste respect dat je kunt bedenken. Sommige liedjes imiteren de meester zo sterk dat ze nauwelijks van het origineel zijn te onderscheiden, inclusief Cale’s kenmerkende mompelzang. Bij andere liedjes reiken ze vergeefs naar zijn niveau, als om hun nederigheid tegenover het grote voorbeeld te tonen. Maar een enkel nummer is juist net iets strakker, een solo wat puntiger, een groove iets dieper. Clapton & Friends beseften ook dat je de meester pas echt eert door hem hier en daar te overtreffen.

Hoeveel kleuren kun je de blues geven – Robert Cray

Cray - hoes Strong PersuaderDe wereld maakte in 1984 kennis met Robert Cray via de hitsingle ‘Right Next Door’. Het blues-popnummer bezorgde hem het imago van gladde maar sympathieke schuinsmarcheerder. En hoewel de overspelige liefde in zijn werk geregeld terugkomt, liet de zanger-gitarist in de tussenliggende dertig jaar zien meer in zijn mars te hebben dan alleen het bekende idioom van de blues.

Cray cd hoes in kleurenWant de blues is wel uniek in zijn aardsheid, kracht en intensiteit, maar het wordt ook gauw meer van hetzelfde. Dat vond Robert Cray (Georgia, VS, 1953) ook. Daarom verkent hij op elk van zijn achttien albums hoeveel kleuren je de blues kunt geven zonder de grondtoon te verliezen. Dat doet hij door al zijn muziek – ook soul, rock, pop, ballads – te zingen en spelen met de intonatie en intensiteit die kenmerkend is voor de blues, terwijl de liedjes zelf vaak sterk afwijken van het vaste stramien van drie akkoorden en 12 maten. Cray

Cray’s teksten beperken zich niet tot het vaste blues-thema van hartzeer in relaties. Hij zingt ook over zulke uiteenlopende onderwerpen als belastingen, de problemen die ontstaan als je de jackpot wint, kind-ouderrelaties en de impact van oorlog. Puristen verwijten hem wel dat zijn blues te glad en te weinig doorleefd is. Pure onzin wat mij betreft. Cray’s bijdrage is juist dat hij het oude genre levend en wel de 21e eeuw in heeft gebracht voordat het voorgoed in de vergetelheid zou wegsukkelen.

Cray blauw shirtMaar bij Robert Cray moet je wel goed luisteren. De diamantjes openbaren zich soms pas na meermaals luisteren, als zijn puntige gitaarlicks zich onuitwisbaar in je hoofd blijken te hebben genesteld. Bijvoorbeeld in het meeslepende These Things (Midnight Stroll, 1990), met zijn krachtige soulzang en stuiterende tremolo gitaarsolo. Of in ‘Passing By’ (Shame & A Sin, 1993), waarin jeugdige bravoure heeft plaatsgemaakt voor een openhartige overdenking over hoe je een huwelijk goed kunt houden.

DSC_0504Live weet Cray op zijn beste momenten tot diep in je ziel door te dringen, zoals ik tweemaal heb ervaren. Omdat elke noot, uit zijn strot of zijn gitaar, dan bij hem uit het diepst van ziel komt. Komende zaterdag 18 oktober staat Cray met zijn band op het Ramblin’ Roots-festival in Utrecht. Ik zou zeggen: grijp je kans en check him out!

Concertetiquette 1 – Door de muziek heen ouwehoeren

poppubliek en handen in de luchtWanneer het begonnen is, kan ik niet aanwijzen. Het moet heel geleidelijk zijn gegaan in de afgelopen twintig, vijfentwintig jaar. Ik doel op het geklets, gewauwel, geouwehoer – hoe moet je het noemen -, om je heen tijdens live optredens. Heel irritant. Als concertganger probeer je je over te geven aan de muziek, de artiest legt zijn ziel bloot op het podium – en een groepje mensen naast jou kiest ervoor om op vol volume – ja, je moet wel over dat lawaai van die muziek heen komen –  iets te ‘delen’ over de nieuwste coole app of een belachelijke collega op kantoor. Je herkent dit vast wel.

04_FM09_cover_LRIk vraag me af waar dat irritante gedrag vandaan komt. In Filosofie Magazine las ik enige tijd geleden een interessante verklaring. Politiek filosoof Ivana Ivkovic betoogt dat in onze samenleving de waarden uit het privédomein, zoals eerlijkheid en spontaniteit, ook maatgevend zijn geworden in het openbare leven. We verwachten dat de straat tegenwoordig net zo comfortabel is als onze huiskamer – en we moeten dus overal kunnen doen alsof we thuis zijn. Waarmee de sfeer in de bus, trein of bioscoop voor anderen juist onbehaaglijk kan worden. Waarna de overheid weer kan proberen daar wat aan te doen via stiltecoupés, controlerende ambtenaren en bordjes met regels.

koptelefoon op bij concertAls concertganger wil je natuurlijk geen stiltecontroleurs of bordjes met ‘stiltegebied’. Maar wat doe je dan als een kwebbelkous jouw muziekgenot blijft verstoren? Negeren is een optie, maar dat is soms gewoon ondoenlijk. Een korte blik in de richting van het bierkransje ketst doorgaans af. De figuren aanspreken kan ook, maar je weet nooit hoe dat zal worden opgevat. Koptelefoon opzetten heeft andere nadelen.

stilte niet zingenEr zijn ook elegantere methoden. Waarvoor dan wel de artiest nodig is. Die kan de kletser isoleren door op heel laag volume te spelen. Hoe zachter de muziek, hoe meer een prater de onbewuste code doorbreekt dat die plek is bedoeld om naar muziek te luisteren.

Luka Bloom 3Een andere fraaie oplossing hoorde ik eens van een vriend die in de jaren ‘90 een solo-optreden van de Ierse folkzanger Luka Bloom in Paradiso bijwoonde. Bij aanvang van het concert in de hoofdstedelijke poptempel was Bloom bezig met de soundcheck. Zoals gebruikelijk vroeg hij aan het publiek of hij overal in de zaal goed te horen was. ‘Yes? Great. Can you also hear me back there at the bar? Okay. ‘Cause I can you hear you very well, too.’ Waarmee ook maar eens is aangetoond dat je een goeie diss ook buiten de rap kunt vinden.