Auteur: ChrisBernasco

Tekstschrijver van beroep. Op mijn blog Goeie Nummers deel ik mijn liefde voor en verwondering over de popmuziek.

Ik ben hier HEEL onzeker over – Help!

artikel Volkskrant 18 dec 2018 kwetsbare vloggers

In de Volkskrant van een tijdje geleden stond een interessant artikel van journalist Haro Kraak over een recent fenomeen onder populaire vloggers of influencers: ze laten op YouTube en andere sociale media hun kwetsbare kant zien. Onzekerheid, worstelingen en depressies komen in de plaats van het perfecte plaatje van een succesvol bestaan dat tot dusver de norm was. ‘De toverwoorden van deze trend zijn kwetsbaarheid, eerlijkheid en openhartigheid,’ schrijft Kraak. ‘Die echtheid is wat de – veelal jonge – volgers het liefst willen zien.’

omslag We zijn nog nooit zo romantisch geweest

Onlangs las ik het inzichtgevende boek We zijn nog nooit zo romantisch geweest (Lemniscaat, 2016) van filosoof en journalist Hans Kennepohl. Daarin gaat het ook over authenticiteit. De auteur laat zien hoe achttiende-eeuwse schrijvers als Rousseau en Goethe de ideeën van de Romantiek in het publieke debat brachten. De kern van die nieuwe ideeën: de mens is van nature goed, elk mens is uniek, emotie staat boven ratio, avontuurlijkheid boven het accepteren van de status quo. Authenticiteit (trouw zijn aan jezelf) geldt als de allerhoogste waarde.

hippiebus

Die romantische opvattingen, betoogt Kennepohl, zijn in de loop van de eeuwen steeds dominanter geworden. Vooral vanaf de sixties, als gevolg van de welvaartsgroei en de ontkerkelijking.

Door dit boek kreeg ik een heel nieuw beeld van mezelf. Ik bleek veel romantischer te zijn dan ik had gedacht. Oei. Dat maakte me in eerste instantie HEEL onzeker – maar ik zag meteen ook verbanden die me eerder ontgingen, in tv-reclames en maatschappelijke discussies – en ook in de popmuziek. Daar greep ik me dankbaar aan vast.

Beatles

The Beatles waren dé trendsetters van de sixties en maakten zelf ondertussen ook een stormachtige ontwikkeling door. Vertegenwoordigden de Fab Four misschien de groeiende invloed van de romantiek in de westerse samenleving? En werden ze tijdens hun bijna tienjarige bestaan ook steeds romantischer? Help – dit zijn grote vragen waarop ik helemaal geen antwoord heb. Toch maak ik hier graag een beginnetje.

hoes Help!

Vanaf 1962 veroverden The Beatles de wereld met hun inventieve en opgewekte liedjes. Een paar jaar later begonnen ze nadrukkelijk met hun muziekstijl te experimenteren. En met hun teksten. Nummer 1-hit Help! uit 1965 is daarvan het meest sprekende voorbeeld.

Waar liedjes als From Me to You en I Want to Hold Your Hand nog de gangbare cliché’s van de liefde opvoeren, kent Help! een radicaal andere toon:

‘When I was younger so much younger than today / I never needed anybody’s help in any way / But now these days are gone, I’m not so self assured / Now I find I’ve changed my mind and opened up the doors’

kurt cobain

Hier is iemand aan het woord die geen moeite doet om de schone schijn op te houden. Het door John Lennon geschreven en gezongen nummer toont existentiële angsten en doet dat onverbloemd. Zwakte wordt omgezet in sterkte. Lennons tenor is zowel krachtig als gekweld, een onweerstaanbare combinatie die later zou terugkomen bij verder zo uiteenlopende zangers als Kurt Cobain, Ray Lamontagne en Amy Winehouse.

logo Rolling Stone

In een interview met popmagazine Rolling Stone noemde Lennon in 1970 Help! een van zijn meest ‘echte’, niet ‘op bestelling’ geschreven Beatles-liedjes, en vanwege het eerlijke karakter ook een van zijn favoriete. Help! is authenticiteit in optima forma. De recente trend van openhartige kwetsbaarheid bij vloggers begon ruim een halve eeuw geleden bij de vier jongemannen uit Liverpool. En hoe origineel die ook waren – ze hadden het weer van Goethe en Rousseau.

Zo, dat lucht op, ik heb alles weer op een rijtje. Ik kan er weer tegenaan!

3 x toptraditie van eigen bodem

Als er op Goeie Nummers aandacht is voor muziek van landgenoten gaat het meestal om artiesten die in het Nederlands zingen, zoals Spinvis, Daniël Lohues of Eefje de Visser. Misschien is dat logisch omdat de in het Engels zingende landgenoten in mijn hoofd moeten concurreren met zowat de hele popwereld, maar toch zou het zonde zijn om deze artiesten over het hoofd te zien.

Zeker als we kijken naar de sterke soloalbums die Douwe Bob, Bertolf en Anne Soldaat de afgelopen maanden uitbrachten. Drie gevestigde namen, van drie verschillende generaties, die bijna gebroederlijk alle drie komen met nieuwe muziek die zoveel traditie ademt dat je het misschien wel als retro kunt betitelen.

Douwe Bob (Douwe Bob Posthuma, 1992), in 2016 nog de Nederlandse inzending naar het Eurovisie Songfestival met Slow Down, bracht eerder vier platen uit met smaakvolle popliedjes die de invloed van countryrock verraden. Op zijn nieuwe album Born to Win, Born to Lose haalt hij die Amerikaanse muziektradities nog sterker naar voren, aangevuld met een fikse scheut soul en gospel. Wat vooral opvalt, naast de fraaie en persoonlijke liedjes, is Douwe Bobs ijzersterke zang – in dat opzicht staat hij voor mij in ons land op eenzame hoogte. Luister bijvoorbeeld naar Hold On. Ook leuk: in Amsterdam weet hij de plattelandsmuziek van de VS op overtuigende wijze in onze hoofdstad te laten landen.

Bertolf (Bertolf Lentink, 1980) maakte naam als zanger-multi-instrumentalist in talloze samenwerkingsverbanden en produceerde vanaf 2009 al verschillende soloalbums. Bertolf is zo iemand die zingt en speelt alsof het hem allemaal geen enkele moeite kost – en misschien is dat ook zo. Geweldige melodieën en arrangementen, prachtig gespeeld, maar de teksten overtuigden mij niet altijd, waardoor ik me niet helemaal aan zijn muziek kon overgeven. Op Happy In Hindsight, zijn achtste soloalbum, zijn muziek en tekst juist helemaal in evenwicht en word je aangenaam meegesleurd van de ene naar de andere stijl van eind jaren 60 en begin 70. Geniet van de heerlijke titeltrack of de vrolijk huppelende country van Don’t Look Up, Don’t Look Down.

Ook Anne Soldaat (1965) bracht zijn achtste solo-album uit: Facts & Fears. De voormalige zanger-gitarist van Daryll-Ann toerde de afgelopen jaren samen met Yorick van Norden langs theaters met covers van veronachtzaamde liedjes van ‘unsung heroes’ als Emitt Rhodes, Gene Clark en Biff Rose. Het coveren lijkt Soldaat geïnspireerd te hebben om ook in zijn eigen werk op Facts & Fears ruim te putten uit de stijlen van de jaren 60 en 70. De nummers zitten vol met verrassende wendingen en meezingbare melodietjes, en Soldaat geeft zijn gitaar steeds net dat beetje vervorming mee waardoor het lekker gaat rocken. Luister naar het Kinks-achtige You’re Hard to Find of het fraaie I Was Lost.

Betekent het iets dat deze Nederlandse artiesten alle drie voor een ‘retro’-aanpak kiezen? Doen ze mee aan wat popjournalist Simon Reynolds afkeurend ‘onze verslaving aan de popgeschiedenis’ heeft genoemd? Ik weet het niet. Het is waar dat geen van drieën echt iets nieuws aan de genres toevoegt, maar of dat erg is? Het levert in elk geval zeer genietbare muziek op waar het spelplezier vanaf spat – iets waar we in dit lange coronajaar inmiddels wel naar snakken. Bovendien geven zowel Douwe Bob als Bertolf en Anne Soldaat zich in hun teksten op een subtiele manier bloot. Retro? Ik zou zeggen: de mannen geven hun eigen unieke kleur aan de traditie.

Meer goeie nummers van deze artiesten horen? Op de Spotify-playlist van Goeie Nummers vind je de genoemde liedjes plus nog een paar extra.

Popartiest of filosoof?

Hier op Goeie Nummers verbind ik de popmuziek graag af en toe met andere domeinen van het leven. Bijvoorbeeld door te doen alsof popmuziek een sportwedstrijd is, een medicijn, een wetenschapsdiscipline of zelfs een vorm van psychotherapie (en ik hou me aanbevolen voor tips op dit gebied).

Daarom was ik verrast toen ik gisteren in mijn mailbox een bericht aantrof met de kop ‘this is why philosophy should be more like popmusic’. Hier was iemand aan het woord met dezelfde voorliefde als ik, maar dan omgekeerd: zijn/haar eigen ‘vakgebied’, in dit geval de filosofie, vergelijken met de popmuziek.

De mail was afkomstig van The School of Life, de internationale organisatie die ‘mensen helpt om meer voldoening uit het leven te halen met behulp van inzichten uit de filosofie, psychologie en kunsten’. Volgens de afzender heeft de rock-‘n-roll zich vanaf de jaren 50 ontwikkeld van een frivool medium met weinig inhoud tot ‘s werelds belangrijkste medium voor het uitdrukken van ideeën. Om te overleven in het huidige tijdperk zou de oude ‘stoffige’ filosofie net zo aansprekend, toegankelijk en vooral opwindend moeten zijn als de popmuziek.

Ik hou er wel van als mensen zo soepeltjes een eeuw en een paar millennia aan elkaar knopen. Maar ik was ook verrast. Niet omdat de filosofen van The School of Life kennelijk jaloers zijn op de populariteit van de popmuziek – dat zie je bij schrijvers, politici en wetenschappers ook – maar wel omdat ze haar zoveel ideeënrijkdom en maatschappelijke impact toeschrijven.

Heeft de popmuziek inderdaad zo’n grote intellectuele rijkdom als The School of Life suggereert? Ontwikkelen popartiesten inzichten en ideeën die kunnen tippen aan de diepe inzichten van Plato, Wittgenstein, Arendt, Nussbaum en hun collega’s? Dat lijkt me toch iets te veel eer. De gemiddelde popartiest lijkt me, gelet op zijn of haar output, geen al te diepe denker.

Maar ik zou me ook kunnen vergissen. Zie ik popmuzikanten over het hoofd die misschien de uitzondering op de regel vormen? Zijn er wel degelijk artiesten die ons, net als filosofen, scherper doen waarnemen, liedjesschrijvers die de raadselen van het bestaan voor ons weten te duiden of die ons leren nieuwe vragen aan de wereld te stellen?

De eerste die dan bij me opkomt is John Lennon, die nummers schreef als Help!, Working Class Hero en Imagine. Ook de satire van Randy Newman, de introspectie van Joni Mitchell en de literatuur van Bob Dylan hebben filosofische trekken – zij lijken alle drie dieper door te dringen in de werkelijkheid. Maar de meest filosofische onder de popartiesten is voor mij toch de man die de wereld in 1963 in verstomming naar zichzelf liet luisteren met The Sound of Silence: Paul Simon.

Simon (Newark, NJ, 1941) getuigt in zijn liedjes van een niet-aflatende wil om het leven te onderzoeken. Hoewel de toon vaak licht is, schuwt hij existentiële vragen niet. In American Tune (Here Goes Rhymin’ Simon, 1973) plaatst hij de ontheemdheid van zijn goddeloze generatie op de troostrijke koormelodie van Bach uit de Matthäus-Passion. You Can Call Me Al (Graceland, 1986) zet hij de vaak geïroniseerde midlifecrisis zonder schroom in de spotlights. In I Don’t Believe (Surprise, 2006) klopt de sterfelijkheid aan de deur.

Ook als het gaat om aforismen, iets waar je toch vaak een filosoof herkent, staat de Newyorker zijn mannetje. Arthur Schopenhauer had ‘De meest zekere manier om niet heel ongelukkig te worden is niet te verlangen heel gelukkig te worden.’ Paul Simon komt met ‘Everybody loves the sound of a train in the distance, everybody thinks it’s true’ (Train in the Distance). Nietzsche: ‘Dat wat mij niet doodt, maakt mij sterker’. Simon: ‘Nor is it strange that after changes upon changes, we are more or less the same’ (The Boxer).

Perfectionistisch als hij is, produceerde Simon in zijn lange loopbaan slechts vijftien soloalbums. Daarop tref je meer pakkende one-liners aan dan in het oeuvre van pak ‘em beet honderd van zijn collega’s bij elkaar. Zoals ‘The more I get to thinking, the less I tend to laugh’ (Oh, Marion), ‘losing love is like a window in your heart, everybody sees you’re blown apart’ (Graceland), zinnetjes die raken en blijven plakken.

Dat laatste komt natuurlijk ook door dat belangrijke verschil tussen de rock-‘n-roll en de filosofie: de muziek, het medium dat zich zo moeilijk laat begrijpen en waarop zoveel filosofen zich dan ook al eeuwenlang hebben stukgebeten. Een popartiest heeft het voordeel dat hij zijn wijsheden kan verpakken in aansprekende, toegankelijke en opwindende liedjes. Misschien zit hier wel een mooie tip in voor The School of Life.

Over songwriters en spindoctors

Rinus MichelsMetaforen zijn geinige dingen. Door twee verschillende begrippen aan elkaar gelijk te stellen ken je aan het eerste begrip de eigenschappen van het tweede toe. Als je bijvoorbeeld net als Rinus Michels zegt dat voetbal oorlog is, ken je het populaire balspel automatisch eigenschappen toe als gewelddadig, doelgericht en meedogenloos – en worden andere eigenschappen van de sport, zoals schoonheid, plezier en sportiviteit, buiten beeld geplaatst. Een metafoor is een toverstokje.

Metaphors We Live ByVorige week linkte Goeie Nummers naar een mooi artikel van de Nijmeegse onderzoeker Lucas Seuren over het inventieve spel met metaforen in Bette Midlers klassieker ‘The Rose’ uit 1979. Seuren beschouwt het lied als een fraaie illustratie van de theorie van de Amerikaanse wetenschappers George Lakoff en Mark Johnson. Die lieten in hun boek Metaphors We Live By (1980) zien hoezeer onze dagelijkse taal, meestal zonder dat we het beseffen, voor een groot deel uit metaforen bestaat. En ook hoezeer we veel belangrijke abstracte zaken – zoals een gesprek, een carrière, maar ook de liefde – op een bepaalde manier begrijpen door de (onbewust) gekozen metaforen.

Framing Hans de BruijnMaar met dat linkje van vorige week was ik nog niet van het onderwerp af. Het bleef me achtervolgen, en ik werd getroffen door een opvallende parallel met mijn dagelijks werk in copywriting en communicatie. Want volgens veel communicatie- en retorica-deskundigen worden maatschappelijke discussies tegenwoordig in grote mate gekenmerkt door ‘framing’, in feite niets meer of minder dan een vorm van handig metaforen-gebruik.

parodieposter VVDPolitici en andere opiniemakers laten je door een slim gekozen kader (frame) naar een bepaald onderwerp kijken, met als uiteindelijk doel om hun eigen oplossing geaccepteerd te krijgen. Ze presenteren bijvoorbeeld de hypotheekrenteaftrek als ‘lastenverlichting’, die de burger helpt ontsnappen aan staatsdwang (rechts) – of juist als ‘villasubsidie’, die de rijken ten onrechte bevoordeelt (links). De onderliggende – niet uitgesproken – metafoor in het eerste frame is: de staat is een machtshongerige machine, in het tweede is de staat een rechtvaardige ouder.

Amanda McBroomAls je gewapend met deze kennis nog eens naar The Rose luistert, ontwaar je een framing war in optima forma. Niet over de hypotheekrenteaftrek, maar over de liefde. Songwriter Amanda McBroom breekt een lans voor haar eigen frame ten koste van andere frames. Ze zegt: sommige mensen stellen liefde voor als een rivier, anderen als een scheermes of als een honger – maar mijn frame, de roos, is het beste: liefde moet je voorstellen als natuurlijk, groeiend, heerlijk geurend, in staat om de winter onder de grond te overleven en in de lente te ontkiemen.

399px-Jack_de_Vries_2009_(1)Volgens de beste redenaarswetten maakt McBroom gebruik van de ‘drieslag’ van foute oplossingen om met de vierde haar gelijk te halen (wie deze week filmfragmenten met Martin Luther King zag, zal de vorm herkennen). En dat haar eigen oplossing klinkt precies op het moment dat de melodie weer thuiskomt in het beginakkoord, zal ook geen toeval zijn. Dit is geen dichtkunst meer, dit is je reinste retorica. En knap overtuigend. Een goede dichter is een beetje een spindoctor. Of moet elke goede spindoctor een beetje een dichter zijn?

Ken jij andere nummers met een fraaie liefdesmetafoor? Deel ze hier op Goeie Nummers!

 

Albumverjaardag – Tigermilk van Belle and Sebastian

Een paar weken geleden zou ik iets gaan schrijven over een album dat zojuist een kwart eeuw oud was geworden: Tigermilk, het debuutalbum van Belle and Sebastian uit 1996. Dat stukje kwam er niet van, maar het onderwerp was in mijn ogen belangwekkend genoeg voor een herkansing. Niet omdat Tigermilk is opgenomen in Robert Dimery’s standaardwerk 1001 Albums You Must Hear Before You Die – al is zoiets wel een pré – en ook niet omdat de stijl van de Schotten zo’n groot stempel op de popmuziek heeft gezet. Waarom dan wel?

Ten eerste omdat het album een eenling is, een solitaire boom in een weiland, en de band een uniek rondreizend circus in het weidse poplandschap. De ontstaansgeschiedenis van het album ook al bijzonder. Op basis van een ingestuurde demo kregen singer-songwriter Stuart Murdoch en drummer Richard Colburn van het Glasgowse Stow College de kans om een heel album op te nemen. Ze raapten inderhaast een stel jonge muzikanten bij elkaar, doken de studio in en de rest is geschiedenis, in elk geval popgeschiedenis in de niche die de band sindsdien eigenhandig heeft gecreëerd.

(meer…)

50 jaar Blue

Deze week verschenen in verschillende media artikelen naar aanleiding van de 50ste verjaardag van Joni Mitchells iconische album Blue. Volgens muziekblogger Bob Lefsetz staat Blue, hoewel het bij verschijning geen groot verkoopsucces was, in het rijtje The White Album van The Beatles en Blonde on Blonde van Bob Dylan, maar dan coherenter dan de eerste en muzikaler dan de tweede. In The New York Times vertellen 25 artiesten over de impact van het album op hun eigen werk en wijzen ze vaak op de humoristische kanten van het meesterwerk dat toch bekendstaat als uiterst melancholiek.

Ik maakte eind jaren 70 kennis met Joni Mitchell via haar album Hejira. Pas daarna hoorde ik haar andere werk, van de folk van Clouds tot de jazz van Mingus. Voor mij is Blue Mitchells pièce the résistance. Het langgerekte woord uit de titeltrack – een van mijn favoriete kippenvelnummers – is wat ik het vaakst voor me uit neurie als ik in een nadenkende stemming ben. Blue is de plaat die ik mensen aanraad als ze de Canadese artieste willen leren kennen – of als ik vind dat ze dat zouden moeten doen.

(meer…)

Je kinderen opvoeden met goede muziek

muziek oudheid

Opvoeden is een fikse klus. Een hele industrie houdt zich ermee bezig en veel ouders zijn er ook maar druk mee. En een van de voornaamste onderdelen van de opvoeding, al sinds de oudheid, is de muziek.

Plato

De Griekse wijsgeer Plato (ca. 427-347 v.C.) zag muziek als de belangrijkste stimulans voor de geest. Wanneer muziek centraal staat in de opvoeding van een jongeman, zo stelde de Griekse denker (hij had het niet over vrouwelijke leerlingen), dan zal hij zich ontwikkelen tot een filosofisch denker. Dat was dus goed.

Schopenhauer postzegel

Ook latere filosofen kenden de muziek een belangrijke plaats toe in de opvoeding, zoals Arthur Schopenhauer (1788-1860) en Friedrich Nietzsche (1844-1900). Voor Schopenhauer stond muziek rechtstreeks in contact met ‘het geheim van de wereld’. Nietzsche vond muziek belangrijk omdat het ‘onze gedachten naar boven kan leiden, zodat het ons verheft.’

erik-scherder

De huidige hersenwetenschap geeft Plato, Schopenhauer en Nietzsche een steuntje in de rug. Hoogleraar neuropsychologie Erik Scherder van de VU stelt op basis van onderzoek dat muziek maken buitengewoon gunstig is voor de ontwikkeling van het brein – en pleit daarom hartstochtelijk voor de terugkeer van goed muziekonderwijs op school.

Buddy Holly

Als ouder zie ik als rol voor mezelf vooral: de kinderen een goede muzieksmaak bijbrengen. Ik ben daar dus al vroeg mee begonnen. Toen onze oudste nog in de buik zat, draaide ik Buddy Holly, Ray Charles, Bob Dylan, Aretha Franklin en The Beatles totdat het mijn vrouw op de zenuwen begon te werken. De jaren daarna danste ik met mijn dochter op I Wish en Superstition van Stevie Wonder – en oké, ook weleens op Kusjesdag en MaMaSé! van K3.

The Rhythm of the Saints

Met de jongste pakte ik het wat subtieler aan. Terwijl we samen een spelletje of puzzel deden, zette ik zonder er speciaal de aandacht op te vestigen Paul Simons The Rhythm of the Saints of Eric Claptons JJ Cale-tribute The Breeze op. Priming noemen ze dat geloof ik in de beïnvloedingswetenschap. Bij het aankweken van een goede muzieksmaak mag je geen middel onbeproefd laten.

Ariana Grande

Inmiddels zijn de kinderen 18 en 15. Ze luisteren op hun ‘oortjes’ naar de popsterren van nu: Ariana Grande, Billie Eilish en Bruno Mars. Naar Nederlandstalige rappers als Ronnie Flex, Famke Louise en Boef. Naar andere artiesten die bij mij het ene oor in en het andere oor uit gaan. Veel succes lijk ik dus niet gehad te hebben. Of is dat maar schijn?

surprise Abbey Road

De afgelopen tijd zet mijn zoon geregeld uit vrije wil Michael Jacksons Greatest Hits op, en vraagt hij om The Breeze als we weer eens een puzzel gaan leggen. En samen zingen broer en zus uit volle borst mee met Let’s Get It On en It Takes Two van Marvin Gaye. Klap op de vuurpijl was de Abbey Road Sinterklaas-surprise die dochterlief vorig jaar voor me had gemaakt – zie hiernaast. Mag ik stiekem hopen dat mijn muzikale opvoeding uiteindelijk toch vruchten heeft afgeworpen?

Bob Dylan: tussen hemel en aarde

De popliefhebber die de afgelopen week niets over Bob Dylan heeft gehoord of gelezen, heeft vermoedelijk onder een steen gelegen. Ter ere van de 80e verjaardag van de Bard uit Minnesota pakte de Volkskrant uit met een fotospread met mooie overpeinzing van Gijsbert Kamer als een uitgebreid bijschrift. Edward Docx van de Britse krant The Guardian dook de diepte in, op zoek naar het raadsel van ‘s mans blijvende aantrekkingskracht. Muziekblog Stereogum liet 80 (of eigenlijk 83) artiesten hun favoriete Dylan-track kiezen en toelichten. Tim Knol en Nico Dijkshoorn vertelden over hun Dylan-liefde bij Op1 en speelden een fraaie ingekorte versie van prachtlied Not Dark Yet.

De VPRO was al een jaar eerder begonnen met deze jubileumverjaardag. Vanaf eind mei 2020 produceerden Chris Kijne en Lars Hulshof elke twee weken een BOBcast, een podcast waarin ze met uiteenlopende Dylan-kenners spraken. Afgelopen vrijdag was de afsluitende aflevering, met onder meer singer-songwriter Lucky Fonz III (‘90% van het Dylan-fan-zijn is speculatie’) en journalist Iris Koppe (‘Dylan is voor mij een verruiming van de geest en een moreel kompas’).

(meer…)

Hoe interessant is het Eurovisie Songfestival?

Al zolang ik me kan herinneren is het Eurovisie Songfestival omstreden, vooral bij mensen met een meer dan gemiddelde liefde voor de popmuziek. In hun ogen is de liedjeswedstrijd tussen landen oppervlakkig, clichématig, puur gericht op de buitenkant, en dan ook nog eens doordrongen van politiek gekonkel of politiek correct stemgedrag. Zeer oninteressant dus.

Begin jaren 90 beleefde het kwakkelende Europese liedjesfestijn een verrassende wederopstanding. Nou ja, helemaal verbazingwekkend was het niet. In die jaren werd een groot deel van de Oost-Europese landen één voor één met de West-Europese verenigd in de NAVO en de EU. En hoe konden de banden beter worden aangehaald dan met muziek, de meest symbolische en verenigende kunstvorm die er bestaat?

(meer…)

Smeltkroes, Stoofpot en Spons

De lof van New Orleans als muziekstad moet geregeld opnieuw bezongen worden. Bijvoorbeeld hier op Goeie Nummers. Want als er één stad aanspraak kan maken op de titel Bakermat van de Rock-‘n-Roll dan is het The Big Easy, zoals de stad in Louisiana ook wel wordt genoemd. In deze ‘noordelijkste stad van de Cariben’ (weer een ander alias) kwamen invloeden uit Cuba, Sicilië, Frankrijk en Afrika in de eerste helft van de 20e eeuw samen in een culturele en muzikale smeltkroes waaruit de jazz en de oervorm van de rock-‘n-roll ontstonden, waaruit vervolgens zo’n beetje alles in de popmuziek voortkwam.

New Orleans baarde grootheden als Louis Armstrong, Jelly Roll Morton, Fats Domino en Little Richard. Hun opvolgers hadden namen als Allen Toussaint, Dr. John, The Meters en The Neville Brothers. Zij demonstreerden dat NOLA (alias nr 4) ook een spons was voor nieuwe stijlen, met name funk. Ze voegden die ingrediënten aan de bestaande mix toe om er een typisch-Zuidelijke New Orleans-stoofpot mee te brouwen, waarin alle smaken onnavolgbaar door elkaar heen lopen en elkaar versterken.

(meer…)