Auteur: ChrisBernasco

Tekstschrijver van beroep. Op mijn blog Goeie Nummers deel ik mijn liefde voor en verwondering over de popmuziek.

Het koelste liedje

Welk popliedje kan ons het best verkoelen tijdens een hittegolf?

Wat kun je doen wanneer het kwik hoog oploopt, zoals nu, en de hitte als een zware deken op je drukt? Misschien kun je soelaas vinden in een ijsje of een koud biertje, of een luchtwerveling uit een ventilator. Maar mogelijk kan ook de popmuziek, net als in zoveel andere moeilijke situaties, hier iets betekenen. Welk liedje brengt de verkoeling waar we nu zo’n behoefte aan hebben?

Het eerste probleem waar ik tegenop loop: zodra ik denk aan koele liedjes, denk ik meteen aan hitte, en aan nummers die hitte oproepen. Fight the Power van Public Enemy uit 1989 is er zo een. De track is prominent aanwezig in de soundtrack van Do the Right Thing van Spike Lee, een film over loeiheet New York waarin de interraciale spanningen steeds hoger oplopen en waarbij je als kijker ook meteen zweetdruppeltjes op je voorhoofd krijgt.

Wat daarna opvalt als je een zee aan popliedjes doorzwemt: kou staat vrijwel altijd voor iets negatiefs. Ongevoeligheid, hardvochtigheid, liefdeloosheid. Denk aan Cold, Cold Heart (Hank Williams), Out in the Cold Again (Van Morrison), One World (John Martyn) en vele andere nummers. Bovendien staat koel (cool) bijna onveranderlijk voor hip of gaaf, iets wat we wel graag willen zijn maar waar we in dit geval even niets aan hebben.

Bij de zoektocht naar het koelste liedje kunnen we ons dan ook beter laten leiden door de aanbevelingen van deskundigen. Bijvoorbeeld deze eenvoudige RIVM-adviezen over wat te doen bij hitte: drink voldoende, houd uw woning koel en houd uzelf koel. Welke popliedjes zijn de equivalenten van deze verstandige maatregelen?

De eerste aanbeveling, voldoende drinken, klinkt veelbelovend. Daar kunnen we heel wat goeie nummers bij vinden. Maar als je verder leest blijken de RIVM-mensen te doelen op water, thee of koffie. ‘Matig het gebruik van alcohol’ staat er voor de duidelijkheid nog bij. Hmm, dat gaat hem in de popmuziek niet worden.

Dan de tweede, de woning of de omgeving koel houden. Welke liedjes toveren ons een ruimte voor ogen om de temperatuur van lijf en leden omlaag te brengen, ruimtes die fungeren als een figuurlijke ventilator of airco? Zou het helpen om ons te begeven in Kate Bush’ album 50 Words for Snow? 65 minuten verstilling, witte eindeloze vlaktes, sneeuwvlokken die op kale ijsvlaktes vallen. Heel mooi, maar voor mij werkt het niet, want ik ervaar vooral het contrast tussen mijn wereld en die van de muziek.

Dan de derde, onszelf koel houden. Blijf in de schaduw en beperk lichamelijke inspanning in de middag, zegt het RIVM. Iemand die zich die raad ter harte neemt is de Amerikaanse troubadour Malcolm Holcombe. Hij verruilde al jaren geleden Nashville, Tennessee voor de koelere heuvels van North-Carolina. In de openingsregels van The Shade klinkt dan ook: ‘I like the shade, where’s it’s cool and green, I keep out of the sun, cause I want the shade’. Een verfrissend geluid, maar Holcombes gruizige stem kan mij niet echt verkoelen.

Foreigners Cold As Ice dan. Luister naar de eerste regel van deze dikke hit uit 1977: de snerpende stem, de staccato piano, het klinkt alsof de band de hele wereld wil laten bevriezen. Toch is dit uiteindelijk meer een ijsbad à la Wim Hof in combinatie met een withete woede. Te veel voor onze huis-, tuin- en keukenhittestress.

Misschien zijn liedjes die gematigd koelen wel beter. Douchen met lauw water schijnt tijdens een hittegolf beter te zijn dan met ijskoud water. Zijn er liedjes die klinken als een lauwe douche maar uiteindelijk toch verfrissen? Het klinkt onaantrekkelijk en lijkt bijna onmogelijk. Toch denk ik dat ik zoiets gevonden heb: Steady State van Teenage Fanclub.

Steady State is afkomstig van het album Here uit 2016. De Schotse indieband neemt je mee op een fluisterboot op een kabbelende rivier. Laat je hand naast de boot in de stroom hangen, terwijl je wegdroomt. Het water verkoelt je, de overhangende bomen laten alleen vlokjes zonlicht door, de bladeren ritselen in een klein briesje. Je voelt geen hitte meer, alleen een koele steady state of mind. Doe verder niets. Dit lied is niet koud, zelfs niet koel, er gebeurt bijna niets. Het is de meest fantastische lauwe douche ever. Hier kan het RIVM een puntje aan zuigen.

De ultieme vakantieplaylist voor het hele gezin

Toen onze kinderen nog klein waren brandde ik ter voorbereiding van een buitenlandse vakantie vaak een paar cd’s met mp3’tjes met favoriete nummers van mijzelf en de Vrouw. Elke cd bevatte 50 tot 60 nummers, dus daar was iedereen in de auto onderweg een flinke tijd zoet mee. En het bijzondere is: het menselijk muziekgeheugen zorgt ervoor dat we al meezingend, -wiegend en -klappend mooie herinneringen verzamelen voor later, als elk van ons die liedjes weer eens terughoort.

Inmiddels zijn onze dochter en zoon respectievelijk 19 en 16. Ze gaan nog mee op vakantie, maar er wordt eerst onderhandeld over de duur en de bestemming. En over de muziekkeuze tijdens de lange rit. Gelukkig is er nu Spotify. Daarmee kun je gemakkelijk van tevoren een kilometerslange vakantieplaylist samenstellen die straks met hulp van Bluetooth of een kabeltje uit de speakers komt.

Maar hoe kom je tot de ultieme vakantieplaylist voor het hele gezin? Hoe zorg je voor muziekjes die de stemming in de auto op peil houden, met liefst voor elk wat wils? Als lijstjesliefhebber heb ik me met liefde over die vraag gebogen. Beginnend met de altijdgroene artiesten waarop de tijd maar geen vat krijgt. Aretha Franklin, Elton John, Stevie Wonder, Amy Winehouse. Niet al hun liedjes lenen zich voor de merkwaardige akoestische ruimte van de rijdende auto, maar klassiekers als Respect, Rocket Man, Isn’t She Lovely en Valerie gaan er bij deze vijftigers én tieners ongetwijfeld in.

In bijna dezelfde categorie zitten de nummers die de afgelopen jaren een tweede leven hebben gekregen. Ain’t No Mountain High Enough van Marvin Gaye & Tammi Terrel, dat kennen de kinderen van een tv-programma, ik geloof It Takes Two. Min of meer in dezelfde categorie: Bohemian Rhapsody (Queen) en Hotel California (The Eagles), koplopers in de jaarlijkse Top 2000 op Radio 2. En sinds kort Running Up That Hill (Kate Bush), dat verrassend genoeg weer helemaal hip is vanwege een of andere binge-serie. Daar gaat je generatiekloof.

Daarna denk ik aan onze vroegere vakanties met die mp3-cd’tjes. Aan de liedjes die we toen draaiden. Garland Jeffreys, die had destijds net een heerlijke nieuwe plaat uit, The King of in Between. Singer-songwriter Slaid Cleaves met Breakfast in Hell. Bruce Hornsby, The Way It Is. Ik voel opeens hoe lang dat alweer geleden is. In twee opzichten: die vakanties, én de tijd dat ik die nummers voor het eerst hoorde. Een vleugje weemoed speelt op.

Natuurlijk voeg ik ook onbekendere nummers toe die een groter publiek verdienen. Een beetje popblogger kan niet zonder een gezonde zendingsdrang, zeker als het gaat om adolescenten met hun peer-bubbels. Singer-songwriters als Freedy Johnson en Sandy Denny. Bijna vergeten soulmannen zoals Eddy Floyd (Knock On Wood) en Clarence Carter (Patches). Oude R&B-krakers van Fats Domino en Little Richard die je koste wat kost levend moet houden.

Intussen heb ik zo al meer dan 100 tracks op een rij gezet. Gaat lekker. Maar of ik zo tot een ultieme familievakantieplaylist kom? Natuurlijk niet. De nieuwe generatie moet zelf ook een stem in het kapittel hebben. Spotify geeft de fijne mogelijkheid om anderen uit te nodigen om samen aan een afspeellijst te werken. Co-creatie zogezegd. Het werkt. Binnen de kortste keren stromen er vele onbekende nummers binnen van Snelle, Nielson en Ronnie Flex, Nederlandse acts die nu hit op hit scoren. Naast de iets oudere wereldhits van Duncan Lawrence (Arcade), Luis Fonsi (Despacito) en Pharrell Williams (Happy). Het begint nu echt wat te worden. Nog even de volgorde finetunen… en dan op weg naar nieuwe vakantieherinneringen!

Als je de ultieme vakantieplaylist voor dit gezin wilt horen, hier staat-ie!

Suzanne Vega en de richting van de tijd

Afgelopen woensdag zag ik Suzanne Vega in het Utrechtse muziekpaleis TivoliVredenburg. Ik ben fan vanaf het uitkomen van haar titelloze debuutalbum in 1985. Nummers als Marlene on the Wall, Luka, Small Blue Thing, ik heb ze in mijn studententijd grijsgedraaid. En daarom was het concert van eergisteren deels een reis terug in de tijd.

Het werk van de Newyorkse singer-songwriter sloeg destijds in als een bom, als je dat tenminste van zulke intelligente, zacht gezongen liedjes kunt zeggen. In elk geval had ze meteen grote invloed op andere artiesten, zoals haar landgenotes Melissa Etheridge en Shawn Colvin en in ons land Nits-frontman Henk Hofstede. En hoewel ze altijd interessante muziek is blijven maken, zijn Vega’s hoogtijdagen beperkt tot de helft van de jaren 80, zodat ik afgelopen week opvallend veel mensen tegenkwam die nog nooit van haar hadden gehoord.

(meer…)

De muziek van mijn broer

De voorgaande weken heb ik mezelf losjes verdiept in de ontwikkeling van mijn eigen muzieksmaak. Met het idee dat ik andere mensen hiermee zou kunnen inspireren om hetzelfde te doen. Ik vond het een interessante – en ook enigszins weemoedig stemmende – exercitie. Een trip down memory lane en tegelijk een poging om de soms zinloos lijkende toevalligheden van een leven (lees: mijn leven) betekenis te geven.

Ik schreef over de muzikale invloed van vrienden, van mijn vader, van mijn moeder. Over een andere influencer – waarschijnlijk de belangrijkste – mijn oudere broer Wim, schreef ik al eerder. Ik ga die blog van twee jaar geleden hier niet herhalen, maar ik grijp deze gelegenheid wel graag aan om een pijnlijke omissie goed te maken. Mijn broer bracht mij namelijk niet alleen in contact met Lou Reed, David Bowie, John Coltrane en JJ Cale, maar ook met een groep muzikanten die sindsdien voor altijd in mijn hart zitten: The Allman Brothers Band.

(meer…)

Het mooiste liedje voor onder de douche

Vanwege de toenemende droogte maakt waterbedrijf Vitens zich zorgen over afnemende drinkwatervoorraden. In een recente nieuwsbrief vragen ze hun klanten onder meer om korter te douchen. Van gemiddeld 8,4 naar maximaal 5 minuten – dat bespaart ruim 27 liter per douchebeurt.

Om korter te douchen geeft Vitens de tip om een favoriet muziekje van maximaal 5 minuten op te zetten vlak voordat je de eerste waterstralen over je heen laat kletteren – en eronderuit te stappen zodra de muziek stopt. Een slim advies nu steeds meer mensen met de huidige draadloze speakertjes elk gewenst liedje via streaming ook in de badkamer kunnen afspelen. Ik vroeg me af: wat zou in dit geval het ultieme doucheliedje zijn?

(meer…)

Albumverjaardag ◉ Paul Simon

Het titelloze debuutalbum van Paul Simon is niet wat het lijkt. Wie er nu, een halve eeuw na verschijning naar luistert, hoort misschien een goede maar typische jaren-70 singer-songwriterplaat met melodieuze liedjes en intelligente teksten. Voor de artiest zelf was het destijds vooral een duik in het diepe, en voor het poppubliek was het album in verschillende opzichten behoorlijk verrassend.

Net zoals de breuk met zijn maat Art Garfunkel anderhalf jaar eerder was geweest. Weinig mensen begrepen waarom het tweetal op het hoogtepunt van hun succes, kort na hun meesterwerk Bridge over Troubled Water, uit elkaar ging. En net als bij The Beatles werd er door fans en journalisten volop gespeculeerd over de redenen.

(meer…)

De muziek van mijn moeder

In een van mijn oudste herinneringen ben ik dicht bij het volmaakte geluk. Ik lig als vijfjarige met een boek onder de tafel terwijl mijn moeder aan het strijken is en de radio aanstaat. Een beschermde plek om weg te dromen terwijl er af en toe klanken van buiten doordringen. Mijn moeder zet de radio harder bij een kunstig liedje van Jasperina de Jong dat volgens mij bij een reclame hoorde. We hadden er ook een plaatje van.

Mijn moeder werd geboren in 1932, in een net en eenvoudig Leeuwarders gezin waarin muziek een niet onbelangrijke plek innam. Naar verluidt kon mijn opa uit zijn hoofd hele aria’s fluiten, en zijzelf was op de kweekschool – de voorganger van de PABO –  een van de weinige studenten die een melodie meteen in muzieknoten kon omzetten (solvège). Maar sporten vond ze als hobby toch belangrijker dan muziek.

(meer…)

Wie is ‘ik’ in een poplied?

theo nijland

In een interview van een tijdje geleden licht zanger-pianist Theo Nijland zijn hilarische nummer Wat een leuk liedje (2008) toe. In dit leuke liedje reageert Nijland op de hem veelvuldig gestelde vraag waarom zijn liefdesliedjes meestal gericht zijn aan vrouwen terwijl hij zelf homo is. De impliciete stelling onder de vraag is dat Nijland daarmee eigenlijk ‘aan het liegen’ is en dat dat dus verkeerd is – een opvatting die de zanger duidelijk afwijst.

ik 2

Deze discussie vestigt ook de aandacht op een interessante vraag waar we misschien niet dagelijks bij stilstaan: wie zien wij als luisteraars voor ons bij de ‘ik’ in een liedje? Het antwoord dat als eerste bij je opkomt is waarschijnlijk: degene die het lied zingt. Natuurlijk. We nemen aan – meer of minder bewust – dat de ‘ik’ overeenkomt met de persoon van de zanger(es). Dat blijkt ook uit het feit dat we vaak even verwarring voelen als een artiest een nummer van een artiest van het andere geslacht covert.

James Blake

Zo word ik bij James Blake’s versie van Joni Mitchells A Case of You even bevangen door twijfel of de jonge Engelsman wel overtuigend in Mitchells ‘ik’ kan kruipen, ook vanwege de verwijzingen naar haar vaderland Canada. In Aretha Franklins versie van Otis Reddings Respect neemt de zangeres haar toevlucht tot een tekstaanpassing: om het jaren 60-nummer geloofwaardig te maken spreekt het ik-personage haar thuiskomende partner (kostwinner) aan in plaats van andersom .

ik

Maar is het echt zo eenvoudig – koppelen we de ‘ik’ inderdaad direct aan de zanger(es)? Of weten we diep in ons hart eigenlijk dat het maar fictie is? Of laten we het liever in het midden? Hmm – dingen die we elke dag gedachteloos doen zijn soms ingewikkelder dan ze lijken.

Bredero

In de vorig jaar verschenen biografie van Bredero, De hartenjager, presenteert literair-historicus René van Stipriaan de 17e-eeuwse dichter en toneelschrijver als een vroege voorloper van de 20e-eeuwse popliedjesschrijvers. Bredero pionierde door zijn naam in verschillende varianten te laten rondzingen in zijn teksten. Hij zaaide zo verwarring over hoe je de ‘ik’ in dat werk moest lezen: was het Bredero zelf, of was de ‘ik’ toch een personage – of was het een personage dat leek op de schrijver? Een popliedje gebeurt volgens Van Stipriaan hetzelfde. Het liedje is een korte ‘dagdroom’ van de artiest, wat het een ‘vleugje autobiografie’ geeft.

YouEen vleugje biografie, dat vind ik mooi. En ik trek die redenering graag nog iets door: zoals alle dromen is zo’n dagdroom weliswaar van de dromer, maar bevindt hij zich ook buiten zijn geest. Een droom is letterlijk on-werkelijk. En dat geeft de luisteraar de kans om erin te stappen en zich een eindje te laten meevoeren. Met andere woorden: de ‘ik’ in een liedje is een beetje de artiest, een beetje een personage, maar uiteindelijk vooral degene die luistert: jij.

Albumverjaardag ◉ Wilco – Yankee Hotel Foxtrot

Als er één band is die aangemerkt kan worden als vaandeldrager van de alt-country, dan is het Wilco. En als er één album iconisch is in dat lastig te omschrijven genre, dan is het Yankee Hotel Foxtrot, deze week 20 jaar oud geworden. Een cultklassieker van de vroege 21e eeuw.

Voor de band zelf is de verjaardag aanleiding voor een speciale Yankee Hotel Foxtrot Anniversary Tour en een uitgebreide re-issue van het album. De fan heeft ruime keuze: een ‘gewone’ dubbel-lp of -cd of een super-de-luxe uitgave van maar liefst 8 cd’s of 11 lp’s, met allerhande outtakes en making-of’s. Of iets ertussenin. Daaruit kun je de status van dit album wel zo’n beetje aflezen.

(meer…)

De muziek van mijn vader

Deze weken ben ik op zoek naar de ontwikkeling van mijn eigen muzieksmaak. Wie beïnvloedden mijn luistergedrag? Wie zetten mij op het spoor van nieuwe artiesten? En hoe werkt dat door tot op de dag van vandaag? Naast de radio en muziekbladen zijn de belangrijkste influencers waarschijnlijk mijn vrienden geweest. Daar schreef ik vorige keer al over.

Maar je moet je familie zeker ook niet uitvlakken. Ouders, broers en zussen zijn door hun voortdurende aanwezigheid natuurlijk medebepalend voor je muzieksmaak, al gaat dat proces vaak onbewust. Zelfs voor je geboorte schijn je al muziekvoorkeuren te ontwikkelen omdat er geluid van buiten in de baarmoeder doordringt. In de kinderjaren daarna, voordat je je eigen muziek gaat kiezen, wordt je vaak blootgesteld aan de muziek van je ouders. Vandaag zoom ik in op de – volgens mij grotendeels onbedoelde – muzikale opvoeding die ik kreeg van mijn vader.

(meer…)

De muziek van je vrienden

life is better with friends

Hoe ontdek je nieuwe muziek? Hoe kom je op het spoor van interessante artiesten, liedjesschrijvers, of muziekgenres die je nog niet kent? Ik had het daar een tijdje geleden over via WhatsApp met een paar van mijn vrienden, allemaal popliefhebbers van dezelfde generatie, opgegroeid in de jaren 70 – dus allemaal met ruime ervaring en een goede muzieksmaak, zeg ik dan.

De antwoorden waren divers. Aanbevelingen van Spotify werden genoemd als wegwijzers naar nieuwe muziek, naast recensies in NRC en Volkskrant. Verder online popmedia zoals Heaven en Pitchfork maar ook YouTube en Facebookgroepen zoals Americana Liefhebbers. De conclusie uit de inventarisatie: er zijn meer dan genoeg plekken om nieuwe muziek te ontdekken. En de tijd van slechts enkele belangrijke tipgevers – zoals muziekbladen en die goeie ouwe radio – is voorgoed voorbij.

(meer…)

Liefde op het eerste gehoor

Sommige artiesten dringen pas na lange tijd tot je hart door. Andere grijpen je meteen bij de kladden, meteen de eerste keer dat je ze hoorde. Je wordt van de sokken geblazen. Staat in vuur en vlam. Zoiets heb je nog nooit gehoord. Wat ís dit? Hoe kan dit er zijn? Is er nog meer van?

Vaak houdt de artiest levenslang een speciaal plekje in je hart, want iets van de eerste keer blijft altijd hangen. Bij mij tenminste wel. Als ik denk aan de keren dat dit fenomeen mij te pakken kreeg, komt als eerste Sultans of Swing van Dire Straits bij me op. Het was 1978 – ik was veertien, de meest ontvankelijke leeftijd voor muziek – toen het nummer van Mark Knopflers band de Nederlandse hitparade binnenkwam.

(meer…)

Het mooiste instrumentale tussenstuk

Een paar weken geleden passeerden op Goeie Nummers verschillende popnummers met bijzondere middle eights. Toen ging het over tussenstukken met zang – de meest voorkomende soort in de popmuziek – vandaag over hun instrumentale tegenhangers. Liedjes waarin de gezongen coupletten en refreinen worden afgewisseld met een gedeelte waarin de artiest van het gebaande pad afwijkt, met vaak een solo-instrument zoals gitaar of saxofoon in de hoofdrol.

Het instrumentale tussenstuk is vaak een waar kunststukje, meer nog dan de gezongen variant. Opvallende akkoordenreeksen, modulaties, tempowisselingen soms zelfs. Het verrassingseffect is groter – alsof je in de bus zit en de chauffeur opeens besluit van de vaste route af te wijken: een omweg met als doel de passagiers iets moois of uitzonderlijks te laten zien. En jij, overgeleverd aan de muziek zoals aan de chauffeur van de snelbus, moet gewoon mee.

(meer…)

Albumverjaardag ◉ Nick Drake – Pink Moon

Op 30 oktober 1971 verscheen Nick Drake volgens afspraak voor de eerste van twee opnamesessies in de Londense Sound Techniques-studio. Elf basistracks zou hij daar op twee achtereenvolgende avonden opnemen. Behalve de singer-songwriter was alleen studiotechnicus John Wood aanwezig. Toen Wood hem na afloop van de tweede sessie vroeg welke arrangementen en overdubs hij erbij wilde hebben, antwoordde Drake: “Ik wil geen andere instrumenten erbij. Helemaal niets.” En zo zou Pink Moon – afgezien van de paar pianoklanken in het titelnummer – ook verschijnen. Zang en een akoestische gitaar, verder niets.

Een paar jaar daarvoor had Drake zijn debuut gemaakt met Five Leaves Left (1969), kort daarna gevolgd door Bryter Layter (1970). Twee platen vol razendknappe melancholieke folksongs die op de een of andere manier allebei vrijwel onopgemerkt bleven, zowel bij recensenten als bij de muziekliefhebbers. Na deze teleurstelling viel de van nature introverte muzikant ten prooi aan depressies en trok hij zich terug bij zijn ouders op het platteland van Tanworth-in-Arden. Tot hij zich anderhalf jaar later onverwacht weer bij Wood meldde met nieuwe liedjes.

(meer…)

Het mooiste tussenstuk

Sommige muziekjournalisten noemen het de ‘middle eight’, acht maten in een popliedje die afwijken van de coupletten en refreinen, meestal na het tweede refrein. Ikzelf gebruik door gewenning altijd het minder elegante woord ‘tussenstuk’. Een vaak aangehaald voorbeeld is het stukje in We Can Work It Out (Beatles) dat begint met ‘life is very short and there’s no time’ (op 0.43) of het complexe middengedeelte van Good Vibrations (Beach Boys) dat eindigt met een langgerekt ‘aaaaahhhhh’.

Het tussenstuk is een element in popsongs dat mij steeds dierbaarder wordt, waarschijnlijk omdat het ook steeds schaarser wordt. Wie naar de huidige hitparade luistert, kan er lang en vergeefs naar zoeken. Maar ook in recent werk uit de alternatieve pophoek – ik noem een Big Thief, een Arcade Fire of een Beach House – tref je het kleinood nauwelijks nog aan. Zou het kunnen dat het tussenstuk op weg is naar de uitgang?

(meer…)

Popcitaten die zeggen ‘Zo zit het’

Sommige zinnetjes uit een popsong blijven altijd bij je. Voor mij bijvoorbeeld ‘I’ve just reached the place where the willow don’t bend,’ uit Bob Dylans Going, Going, Gone – ik schreef daar eerder al eens over. Sommige tekstregels uit popsongs worden in de loop der tijd gevleugelde citaten, tekstfragmenten die herhaald worden en soms ook een eigen leven gaan leiden, buiten het liedje om. Daarover ging het een paar weken geleden op Goeie Nummers.

Vandaag zoek ik specifiek naar apodictische popcitaten: tekstregels die een onomstotelijke waarheid verkondigen, liever gezegd, die een uitspraak doen met de overtuiging die deze onweerlegbaar is. Popregels met ambitie. Als ze echt goed zijn, geven ze ons het gevoel dat we een dieper inzicht in het leven krijgen.

(meer…)

Elvis Costello & The Imposters – A Boy Named If

Ik heb het gevoel dat ik over Neil Young en Joni Mitchell moet schrijven. Over hun boycot van Spotify vanwege de desinformatie over vaccins en corona die via sommige podcasts van het streamingplatform wordt verspreid. De actie van mijn twee oude muziekhelden is geloofwaardig, haalt de kranten en doet discussies oplaaien. Maar ik heb vandaag niet zo’n zin in discussies.

Liever richt ik me in deze eindeloos lijkende periode zonder livemuziek op de mooie dingen des levens. Zoals de nieuwe plaat van Elvis Costello & the Imposters: A Boy Named If. Een verrassend en ouderwets goeie plaat die doet denken aan Costello’s vroege werk uit de jaren 70. Dat laatste is ook niet zo vreemd, want begeleidingsband The Imposters bevat met drummer Pete Thompson en toetsenist Steve Nieve twee beeldbepalende Attractions van toen.

(meer…)

Het mooiste popcitaat

Onlangs vond ik in mijn inbox een e-mail van een bekende Nederlands politicus, leider van een duurzame progressieve partij, met als onderwerpregel ‘Alles moet veranderen, opdat alles hetzelfde blijft’. Hoewel het niet werd vermeld, moet deze uitspraak zijn ontleend aan De Tijgerkat (1958) van Giuseppe Tomasi di Lampedusa, een van mijn lievelingsboeken.

De Tijgerkat speelt rond 1860 op Sicilië en handelt over een adellijk Siciliaans geslacht dat voelt dat hun oude aristocratische levenswijze in de verdrukking komt. Pater familias Don Fabrizio besluit dat de familie moet meebewegen met de tijdgeest omdat ze anders alles zullen kwijtraken. ‘Alles moet veranderen, opdat alles hetzelfde blijft’ is de reddingsboei. Meer zeg ik er niet over – lees dat boek.

(meer…)

Zingen over eten

Wat weten we over onze favoriete popartiesten? Voor ons gevoel heel wat. In hun liedjes delen ze vaak hun intiemste zieleroerselen, diepste dalen, hoogste toppen. Maar hoe zit het met hun dagelijks leven – en het belangrijkste onderdeel daarvan: hun dagelijks voedsel?

Toen ik op zoek ging naar liedjes over eten leverde dat een aardige lijst op. Maar niet meteen een goed inzicht in het voedingspatroon van de artiesten of in wat dat eten in een liedje eigenlijk doet. Kijk naar nummers met titels als Peaches (Stranglers), Birthday Cake (Rihanna) of American Pie (Don McClean). Daarin staan de perziken, verjaardags- en andere taarten meestal toch voor iets heel anders – vul zelf maar in.

(meer…)

Mijn jaarlijstje

De Oogst, Vincent van Gogh

Vorige week filosofeerde ik hardop over de jaarlijstjes van diverse popmedia in binnen- en buitenland. Vandaag mijn eigen lijstje, waarbij aangetekend dat ik het afgelopen jaar hoogstens – en zeer ruw geschat – zo’n honderd nieuwe platen beluisterde. Voor mezelf is het desondanks de moeite waard om te zien wat me van zo’n jaar bijblijft – en hopelijk is de oogst ook interessant genoeg voor de lezers van Goeie Nummers.

Mijn Top 10 van 2021 valt duidelijk in twee delen uiteen: een vrouwelijke en een mannelijke kant. Wat dat over mezelf zegt, laat ik graag ongeanalyseerd. Feit is dat je daardoor eerder kunt spreken van twee Top 5-en dan één Top 10. Des te beter. Hiermee treed ik in de voetsporen van Rob Fleming, hoofdpersoon in Nick Hornby’s roman High Fidelity, een man die weet dat je het leven het best kunt becommentariëren – en proberen te bevatten – via een Top 5 van popalbums, -liedjes en -artiesten.

(meer…)