Maand: november 2017

De beste 200 sixties-albums

logo PitchforkDe scribenten van het invloedrijke Amerikaanse muziekblog Pitchfork hebben de reputatie nogal eigenzinnig zijn. Een tijdje geleden kregen ze het in hun hoofd om weer eens een nieuw lijstje samen te stellen. Ditmaal van de beste tweehonderd albums uit de jaren 60. Waarom? Omdat de sixties volgens de samenstellers ontegenzeggelijk de belangrijkste periode uit de popmuziek zijn. En omdat je om de zoveel tijd opnieuw naar zo’n periode moet kijken, om te zien of de canon wel echt de canon is. En omdat ze gewoon van lijstjes houden, waarschijnlijk.

kussensloop met 'banaan'Nou, het is inderdaad een eigenzinnige selectie geworden. Niet vanwege het ontbreken van klassieke albums als Revolver, Electric Ladyland, Pet Sounds, Velvet Underground & Nico of Live at the Apollo. Want die staan er allemaal gewoon in. Maar vooral omdat de keuzedames en -heren lak hebben gehad aan de bestaande grenzen tussen genres en niet bang zijn geweest om onbekende namen op te nemen.

jacques brelZo bevat de lijst onder meer vroege elektronische muziek van Harry Partch en Terry Riley en is de niet-Engelstalige wereld ook enigszins vertegenwoordigd: een behoorlijk aantal Zuid- en Middenamerikanen (Eddie Palmieri, Ray Barretto, Tom Zé, Caetano Veloso), en zelfs een paar Europeanen (Jacques Brel, Serge Gainsbourg).

John ColtraneMaar het meest in het oog springend: de Pitchfork-top 200 bevat een karrenvracht jazznamen. Van Mingus tot Cannonball Adderley, van Miles Davis tot John Contrane, van Eric Dolphy tot Ornette Coleman. Waarmee een duidelijk statement wordt afgegeven: we moeten pop en jazz zien als twee loten aan dezelfde stam. Twee genres die zich in de jaren 60 allebei nadrukkelijk afzetten tegen kitscherige musicals en de zoete populaire muziek van Bing Crosby en soortgenoten.

miles davisHet is een heel verleidelijk lijstje, dat ook nog eens vergezeld gaat van interessante videootjes en achtergrondinfo, bijvoorbeeld over Miles Davis’ obsessie met Prince of over nog onontdekte bootlegs van Bob Dylan. Volgens de makers sluit hun keuze aan bij de manier waarop mensen nu naar muziek luisteren: niet vanuit de eigen genre-bubbles van vroeger, maar nieuwsgierig en ongehinderd door tijd en plaats vanwege het streamen uit de onmetelijke muziekcatalogi boven ons in de Wolk.

I Love the 70sDe lijst maakte me ook nieuwsgierig naar Pitchforks top-200 voor de jaren 70, het decennium dat ik van mezelf ‘mijn tijd’ mag noemen. Wanneer zou dat komen? Tot die tijd moeten we het doen met deze vernieuwende selectie van oude muziek. Maar dat is geen straf. Check it out!

 

Moderne heiligen

Sinterklaas en Zwarte PietOm het volk te doordringen van de christelijke deugden liet de Kerk in de Middeleeuwen de levens van heiligen optekenen: mensen die bijzonder rechtschapen en gelovig hadden geleefd. Deze heiligenlevens of hagiografieën toonden de gelovigen onder meer de voorbeeldige Servaes van Maastricht (de eerste Nederlandse bisschop), de Spaanse mystica Theresia van Avila (1515-1582) en de bisschop van Myra aan wie we naast een voortslepende discussie ook de pepernoten en een paar onverwoestbare meezingers danken.

biografie van Nelson MandelaHeiligenlevens waren in de Middeleeuwen enorm populair. En in feite zijn ze dat nog steeds. Alleen heten ze tegenwoordig biografieën, en is het palet in de tussentijd wat breder geworden. De rechtschapen gelovigen hebben plaatsgemaakt voor iconen op allerlei gebied en van uiteenlopend kaliber. Nelson Mandela en Steve Jobs liggen in boekhandels lankmoedig naast grote stapels Thomas Dekker en Wim Kieft.

Biografie van Prince.pngPopsterren doen natuurlijk mee aan deze hausse. Herman Brood, David Bowie, Amy Winehouse, Prince, Lou Reed, Johnny Cash, Nina Simone, ze kregen de afgelopen jaren allemaal een biografie. Nog levende artiesten als Neil Young, Anthony Kiedis, Barry Hay en Jan Smit eveneens. Iconen van de jaren 60 en 70 Keith Richards, Willie Nelson, Elvis Costello en Bruce Springsteen groeven zich zelfs autobio.

boek I Will Survive van Gloria GaynorEr zijn wel een paar verschillen tussen de oude en de nieuwe heiligenlevens. Waar middeleeuwse rolmodellen uitblonken in vroomheid, soberheid en compassie, leven de helden van nu – in elk geval die in de sport en de rock-‘n-roll – doorgaans juist niet als heiligen. De deugden die uit hun biografieën naar voren springen zijn eerder onmatigheid (ooit een van de zeven hoofdzonden), individualiteit en vitaliteit: alles uit het leven halen wat erin zit. Gloria Gaynor – in dit gezelschap prima vertegenwoordigd met bio I Will Survive – geeft met haar lijflied als geen ander uiting aan die levenshouding.

Theresia van AvilaEn toch. Theresia van Avila leed aan ernstige ziektes voordat ze haar geroemde klooster kon stichten. Benedictus van Nursia, algemeen beschouwd als de vader van het Europese kloosterleven, moest veel weerstand overwinnen voor zijn visie werd aanvaard. Lees Born to Run van Springsteen of Trouweloze muziek en verdwijnende inkt van Costello en de parallellen dringen zich op. Deze oude en nieuwe verhalen laten ons zien hoe je door wilskracht en geloof gelouterd uit de narigheid tevoorschijn kunt komen.

BijbelDe hoogste deugd voor rocksterren lijkt te zijn ‘jezelf opnieuw uitvinden’. Op de achterflap van rockbiografieën is deze zinsnede buitengewoon populair. Het laat zien dat ook in onze moderne samenleving de wedergeboorte nog steeds geldt als het allerhoogste wat een mens kan bereiken. Net als destijds, tweeduizend jaar geleden, in wat wel de eerste hagiografie wordt genoemd. We kunnen er een voorbeeld aan nemen. Het leven is er kort genoeg voor.

De hitparade van nu

radio 538Als je tegenwoordig naar liedjes uit de hitparade luistert – wat mij als vader van twee tieners regelmatig overkomt – krijg je een paar behoorlijke verrassingen voorgeschoteld, zeker als je al drie of vier decennia popmuziek in de achterzak hebt. Die verrassingen zijn evenwel niet altijd aangenaam.

Pussycat - MississippiWant hoe is het mogelijk dat het single-aanbod zo ontzettend eenvormig is geworden? Wat is er in hemelsnaam gebeurd? In de vorige eeuw stonden schlager, instrumentaaltje, pop, disco, hardrock, levenslied en wat dies meer zij nog gebroederlijk naast elkaar in de Top 40: de Stones en Queen naast Corry & The Rekels en Pussycat, Sister Sledge en UB40 tussen Cat Stevens en Normaal. En nu?

The Bangles Eternal FlameAnno 2017 lijken er welgeteld twee genres overgebleven: pop en rap. Met niets ertussenin. En bijna alles up- of mid-tempo; naar een echte ballad – zoiets als Eternal Flame (The Bangles) of One Day I’ll Fly Away (Randy Crawford) – zul je vergeefs zoeken. Om het maar niet te hebben over die vermaledijde autotune, die alle stemmen tot eenheidsworst reduceert.

BubbelbadGelukkig is het niet louter kommer en kwel in de hitparade van nu. Er zijn ook prettige verrassingen. Allereerst: het geluid. Want die plaatjes zijn wel vaak fán-tás-tisch geproduceerd. Lekker vol en toch ademend. Met vette grooves die je hart sneller doen pompen. Stemmen die je sensueel omhelzen. Oké, het is gelikt, maar het voelt als een bubbelbad waar je niet uit wilt komen. Voorbeeld: Feel it Still van Portugal. The Man.

Ed SheeranEn wat ook leuk is: de catchy tunes met meezingbare refreinen blijken allesbehalve uitgestorven. Move over, Beatles. De oorwurmen van nu komen van DJ Snake & Justin Bieber (Let Me Love You), Jessie J (Price Tag) of Ed Sheeran (Shape of You) en hun soortgenoten. Probeer er eens eentje, en je zult de rest van de dag muzikaal gezelschap hebben.

Charlie PuthMaar het allermooiste: je hoort dat de sterren van nu de pophistorie vaak diep en met veel liefde hebben opgezogen. Pharrell Williams (‘Happy’, ‘Blurred Lines’) kent zijn Motown-klassiekers. Bruno Mars (‘Uptown Funk’) lijkt de stem en de moves Michael Jackson en James Brown in zijn vezels te hebben opgeslagen. Charlie Puth (How Long) moet als kind in de ketel met toverklanken van Stevie Wonder en The Bee Gees zijn gevallen.

graffitti Fuck ItStuk voor stuk weten deze jonge artiesten die oerbronnen te verwerken in lekkere hedendaagse tracks, die ook voor rijpere popliefhebbers prima te verteren zijn. En dat is best prettig, weet ik uit ervaring.

Dansen over architectuur

IMAG2130.jpgEen tijdje geleden zag ik in Parijs in Centre Pompidou enkele schilderijen van beroemde 20e-eeuwse meesters als Klee, Gris, Braque en Picasso. Opvallend, vooral toen ik erop ging letten: hoeveel muziekinstrumenten er op de doeken afgebeeld staan. En hoe vaak de titels en de toelichtende teksten bij de kunstwerken, van de hand van de kunstenaars zelf, getuigen van hun sterke drang om de dynamiek van muziek op het canvas te vangen. Er lijkt bijna afgunst in het spel te zijn.

stukje Victory Boogie Woogie met toeschouwerOf het die schilders gelukt is om op die tweedimensionale rechthoekige objecten evenveel beweging, zowel emotioneel als fysiek, bij de kijker op te wekken als muziek teweeg kan brengen? Ik betwijfel het. Ritme, harmonie en melodie bestaan bij de gratie van tijd, en uit die dimensie is de schilderkunst nou juist verbannen. Hoe fraai en bijzonder het kunstwerk ook is, op Mondriaans Victory Boogie Woogie kun je niet dansen.

SisyphusMaar dat wisten die schilders zelf ook wel. Waarschijnlijk probeerden ze het juist omdat ze wisten dat ze nooit zouden slagen. Ze wilden de hemel bestormen. En in de vergeefsheid van hun streven zit iets onbeschrijflijk moois, iets heroïsch ook. Bovendien vertrouwden de kunstenaars erop dat ze zo onbekende gebieden zouden ontdekken, oorden die ze anders nooit zouden hebben betreden.

hoes New Morning van Bob DylanHet leuke is, het kan ook andersom. Luister hoe Bob Dylan, niet toevallig ook schilder, zich in 1971 door de beeldende kunst liet inspireren. In When I Paint My Masterpiece horen we een dichter-zanger die zich tussen de klassieke kunst van de Oude Wereld een eigen plek probeert te verwerven. Dylan zou de tekst van dit lied talloze malen veranderen – alsof hij wilde zeggen dat meesterwerken pas meesterwerken zijn als je er eeuwig aan blijft schaven.

266px-Guido_GezelleOm het cirkeltje rond te maken – ook veel schrijvers worden tot op het bot uitgedaagd door de muziek. Dichters als Guido Gezelle en Herman Gorter arrangeerden hun woorden tot het uiterste om musici en componisten te evenaren. Ze kwamen behoorlijk in de buurt, denk ik.

Dancing about architecture stripEn iedereen die over muziek wil schrijven, komt op een bepaald punt ook bij een kloof die onoverbrugbaar lijkt. ‘Schrijven over muziek is als dansen over architectuur’ zou de Amerikaanse acteur Martin Mull in de jaren 70 gezegd hebben. Maar als je een voorbeeld neemt aan schilders als Braque en Mondriaan, wordt die veelgeciteerde uitspraak eerder een uitdaging dan een ontmoediging. Ik vind dat een mooie opdracht: schrijven over muziek alsof je danst over architectuur. Om dichter bij het mysterie te komen zonder het ooit te kunnen ontrafelen.