2017

De mooiste begrafenisliedjes

hodie mihi cras tibi2Soms hoor ik een liedje dat zo mooi is dat de gedachte ‘dit zouden ze op m’n begrafenis mogen draaien’ bij me opkomt. Het zal met de leeftijd te maken hebben, maar ongetwijfeld ook met de kwaliteiten van de liedjes zelf.

Mieke TelkampLange tijd hadden begrafenissen in onze samenleving hun vaste vorm en rituelen, inmiddels zijn de mogelijkheden schier eindeloos. Ook qua muziek. Vroeger klonken er kerkliederen, klassieke muziek of ‘Waarheen, Waarvoor’ van Mieke Telkamp. Kortgeleden hoorde ik Lou Reed en Van Morrison tussen Antonio Vivaldi en Franz Schubert, en ik herinner me ook een plechtigheid waarbij Rammstein op het programma stond. We hebben iets te kiezen.

hoes-motherland-van-natalie-merchantMaar wat maakt een liedje dan begrafenis-waardig, en hoe zou mijn persoonlijke afscheidslijstje eruit zien? Leuk dat je het vraagt, maar die vragen zijn makkelijker te stellen dan te beantwoorden. Ik merk dat ik eerst bij mezelf naga welke nummers ik mijn ‘lijfliedjes’ zou kunnen noemen – Take Me To the River van Al Green, Motherland van Natalie Merchant, ‘Stranger to Stranger’ van Paul Simon. Een aardig begin, zou ik denken.

Frederic Chopin2Maar misschien moet ik toch iets meer om de aanwezigen bij het afscheid denken. Het is prettig als die ook een beetje leuke tijd hebben, met klanken die vertrouwd aanvoelen en troost geven. In dat geval zou ik meer voor instrumentaal moeten gaan, songteksten zijn soms net te expliciet. Een vioolsonate van Bach of Prelude in E klein van Chopin bijvoorbeeld. Altijd mooi. Maar nee, als popliefhebber voelt het als verraad wanneer je te veel voor instrumentaal gaat. Je laat dan een heel verkeerd beeld achter. Dat wil je niet.

hobotalk notes on sunsetHet hoeft ook niet, want in de poparchieven zijn voldoende kandidaten te vinden. Hier een paar waar iedereen zijn voordeel mee kan doen: I Shall Be Released (The Band), Who Knows Where The Time Goes (Fairport Convention), I’ll Take Care of You (Bobby “Blue” Bland) en Little Light (Hobotalk). Stuk voor stuk wonderschone liedjes, waarmee een mens verder kan. Die de tijd voor een ogenblik stilzetten, al te aardse gedachten in de ijskast stallen en het raadsel van het Grote Niets enigszins begrijpelijk maken. En waarmee ik bovenal nog even over mijn graf heen kan regeren.

I Was Made for Lovin' YouWant ik moet er niet aan denken dat mijn nabestaanden, die het allemaal moeten regelen, door alle emoties en stress straks de kluts kwijt zijn en dan in arren moede maar kiezen voor een ‘I Was Made For Loving You’ van Kiss of een ‘Sun of Jamaica’ van Goombay Dance Band. Niet doen, niet aan denken. Bij zulke nummers zie ik me mezelf al omdraaien in mijn graf.

Een Wereldster

omslag Roger Steffens Bob MarleyEen tijdje terug schreef ik hier op Goeie Nummers over reggaelegende Bob Marley als goedheiligman, omdat hij op 5 december 1975 zijn prachtplaat Live! uitbracht en me zo liet kennismaken met de reggae. Toch heb ik me sindsdien nooit echt in de beroemde Jamaicaanse zanger en bandleider verdiept. Vorige week kwam daar verandering in door een nieuwe biografie, eenvoudigweg getiteld Bob Marley, van de hand van de Amerikaanse reggae-expert Roger Steffens.

Wailer Marley en ToshSteffens wekt de wereld van de hoofdpersoon tot leven alsof je er zelf bij bent.  Hij laat Marleys levensverhaal grotendeels vertellen door een lange stoet vrienden, bandleden en andere betrokkenen, vanaf Marleys jongensjaren tot zijn vroegtijdige dood aan kanker in 1981. Zo krijgen we onder meer een levendig beeld van de jeugdige zanger in de Jamaicaanse hoofdstad Kingston, waar hij in de jaren 60 met muzikale kompanen Peter Tosh en Bunny Wailer eindeloos oefent op meerstemmige zangpartijen, geïnspireerd door de Amerikaanse popsoul van Curtis Mayfield en diens groep The Impressions.

kaart Caribisch gebiedNog interessanter wordt zo’n levensbeschrijving als die je de ogen opent voor iets wat je tot dusver over het hoofd hebt gezien. Het is misschien wat naïef, maar ik beschouwde Bob Marley en zijn Wailers onbewust altijd als een soort Amerikaanse artiesten. Jamaica lag in de Cariben, dus vanuit hier gezien dicht bij de VS. En ze zongen in het Engels – een ongebruikelijk Engels weliswaar, maar niet moeilijker te verstaan dan dat van Otis Redding of Bob Dylan.

Bob Marley 2 - kopieDoor Steffens boek besefte ik dat ik het al die tijd verkeerd zag. Marley was een artiest uit de Derde Wereld, niet uit Amerika. Het Jamaica van Marleys tijd was een voormalige Britse kolonie die pas in 1962 onafhankelijk werd. Een witte bovenlaag maakte er nog steeds de dienst uit. De zwarte bevolking was veelal straatarm. Jamaica deed dus in veel opzichten meer denken aan Zimbabwe of Zuid-Afrika dan aan de VS.

Bob Marley naast Che Guevara op muurAls aanhanger van het Rastafari-geloof was Marley ook sterk gericht op Afrika, met Ethiopië als het beloofde land waar zijn volk in vrede zou kunnen leven. Meer dan wie ook gaf hij een stem aan de onderdrukte zwarte bevolking in Afrika en de diaspora. En het Afro-Amerikaanse publiek dat Marley heel graag wilde bereiken haakte pas een stuk later aan, toen hij na zijn dood echt een Wereldster werd en sommigen hem zelfs als een profeet gingen beschouwen.

Tosh Marley WailerDoor deze biografie, die gelukkig niet meedoet aan die heiligenverering, ging ik ook opnieuw naar Marleys werk luisteren. Naar Rat Race. Naar Lively Up Yourself. Naar Concrete Jungle (uit 1973, nog met Tosh en Wailer). Onveranderd mooi en opwindend, en toch anders dan voorheen.

 

 

 

 

Het mooiste huwelijksaanzoek

aanzoek kikkersDe meest overtuigende manier om een huwelijksaanzoek te doen is niet op één knie, bloemen enzovoort, maar natuurlijk met muziek. Dat wisten onze voorouders al, ze hebben enkele eeuwen geleden niet voor niets de aubade uitgevonden: een lied waarin een man zijn aanbedene het hof maakt, liefst onder aan haar raam – ze deden toen nog amper aan genderneutraal – onder begeleiding van een lieflijk betokkeld snaarinstrument. Geef toe, welk hart zou daar niet van smelten?

jongen met luitAls je de schrijvers uit vervlogen tijden mag geloven, klonken deze muzikale aanzoeken van edelen en troubadours in de Middeleeuwen en de Renaissance geregeld op allelei openbare gelegenheden. Om de een of andere reden hoor je ze tegenwoordig nog maar zelden, en dat is jammer. Een mogelijke verklaring is dat aubades nu gewoon verstopt zitten in popliedjes.

Sam Cooke You send meVoor het fraaiste aanzoekliedje moeten we wel een stukje terug in de tijd, toen we de huwelijkse geloften nog wat letterlijker namen dan tegenwoordig. Naar 1957, om precies te zijn. In dat jaar steeg You Send Me van Sam Cooke naar de nummer 1-positie in de Amerikaanse Billboard R&B Charts.

Sam Cooke 2Sam Cooke (1931-1964), afkomstig uit een zwart domineesgezin met acht kinderen, begon zijn korte en stormachtige carrière als gospelzanger en switchte daarna naar pop en soul. Crooner Nat King Cole was zijn grote voorbeeld, maar de ruigere stijl van de soul trok hem ook. Als zanger was Cooke een natural. Hij had het allemaal: kracht, bereik, zuiverheid, souplesse, en desgewenst gaf hij zijn stem een rauw randje mee. En dat alles zonder dat het hem enige moeite leek te kosten.

Sam Cooke 4In You Send Me toont Cooke zijn zoetgevooisde, intieme benadering. We zien de twee geliefden meteen voor ons, ze zijn al vertrouwd met elkaar: ‘Darling, you send me, honest you do.’ De zanger bekent dan dat hij zijn gevoelens een tijdlang niet serieus durfde te nemen: ‘At first I thought it was infatuation.’ Die overwonnen bindingsangst maakt zijn liefdesverklaring des te geloofwaardiger: ‘Now I find myself wanting to marry you / and take you home.’ Zo simpel, zo direct, zo puur. Zo ouderwets bijna. En dan die onvergelijkbare stem van Cooke – je ziet bruid en bruidegom al bijna naar het altaar lopen.

Gregory PorterMaar voor wie nu nog aarzelt met haar jawoord, hier is een fraaie versie van Gregory Porter, die ‘You Send Me’ bijna een halve eeuw na dato opnieuw tot leven wekt. Niet ouderwets dus, maar tijdloos. En stukken overtuigender dan kaarslicht, ringen of rozen maar kunnen zijn.

Popmuziek is…

snoepgoedTroost. Verstrooiing. Verslavend snoepgoed. Baltsgedrag. Maskerade. Fun. Diepe ernst. Intens verdriet. Een pad naar binnen.

Arbeidsvitaminen. Een basbonk bij de buren. Brug of splijtzwam tussen ouders en tieners. Behang tijdens het winkelen. Een cocon in het ov. Vakantieherinneringen.

stadion met publiekHet amateurbandje in de kroeg. Ambitieuze jonge honden op een poppodium. Een superster in een stadion. Een intieme act in het theater. Eendagsvliegen, dwaalgasten en groenblijvers.

Heaven exemplaarVoer voor bladen. Mode. Hype. Studieobject. Speeltuin. Wilde Westen. Een business met 13 miljard euro omzet. Exportproduct. Een arena met gladiatoren. Ploeteren. Show. Glamour. Roem. Extase.

Uitlaatklep. Samenbinder. Vergetelheid. Afrodisiacum. Liturgie. Roes. Spreekbuis voor de onderdrukten. Lifestyle. Clubtenue.

borstroffel gorillaEen mix-tape om een hart te stelen. Een borstroffel. Lijstjes. Discussiestof. Roependen in de woestijn. Projectiescherm voor dromen. Poëzie.

sjamaanOpgroeicoach. Een tijdmachine terug naar je jeugd. Balsem voor de ziel. Vriend. Dokter. Sjamaan.

 

Pop Muzik in studio twee vrouwenPop Muzik

Het belangrijkste onder de onbelangrijke dingen in het leven. In elk geval voor mij.

Best veel eigenlijk.

Het mooiste kerstlied #3

John Mayer 3Voor een goed kerstliedje hoeven er geen kerstwoorden in de titel of het refrein te staan. Een enkele verwijzing in een hoekje van een vers volstaat. Dat bewijst John Mayer in Waiting On The World To Change.

hoes Continuum van John MayerDe Amerikaanse zanger-gitarist brak in 2006 door met het album Continuum, dat paradoxaal genoeg aansloeg bij jonge (vrouwelijke) fans én bij collega-muzikanten. ‘Waiting On The World To Change’, van datzelfde album, lijkt zelf ook behoorlijk tegenstrijdig: een vette groove, een lekker meezingbaar refrein, maar qua tekst op het eerste gezicht allesbehalve opwekkend.

John Mayer, geboren in 1977, begint het nummer met een klacht. Hij en zijn generatiegenoten worden alsmaar verkeerd begrepen:

They say we stand for nothing / and there’s no way we ever could / Now we see everything that’s going wrong / With the world and those who lead it / We just feel like we don’t have the means / To rise above and beat it.

ribbonEven verderop spiegelt hij ons voor dat alles beter zal gaan als zijn generatie eenmaal het heft in handen krijgt. Toen ik het voor het eerst hoorde, wist ik niet van ik ervan moest denken. Dat werd nog sterker bij het derde couplet, waarin Mayer ook de kerstperiode erbij haalt:

Now if we had the power / To bring our neighbors home from war / They would have never missed a Christmas / No more ribbons on their door

John Mayer 2Mayers ‘oplossing’, die hij ons in het refrein steeds voorhoudt, is om te wachten tot de wereld verandert, onder het circulaire motto: ‘we kunnen niets doen, dus doen we maar niets’. Dat klinkt behoorlijk defensief, als een excuus, zo je wilt.

Maar goed beschouwd is die houding niet voorbehouden aan de generatie van Mayer. Iedereen wordt dagelijks via de media geconfronteerd met maatschappelijke misstanden en met toekomstvoorspelling die niet rooskleurig zijn. En geef toe, ongeacht tot welke generatie je behoort, een afwachtende houding is best begrijpelijk en verleidelijk.

John Mayer closeMaar het knappe is: in het eerste refrein kun je Mayers woorden nog opvatten als een serieus gemeend pleidooi, als rechtvaardiging. Maar bij het derde of vierde refrein gaat dat niet meer. Je wordt een beetje ziek van die herkenbare maar o zo futiele uitweg die je wordt geboden. Het lied vertelt je dat het tijd is om die onzin achter je te laten – en gewoon te doen wat je kunt om de wereld een beetje beter te maken. Zo heeft de zanger ‘Waiting On The World To Change’ natuurlijk ook bedoeld. Een fijne Kerstgedachte en goed voornemen in één. Dank je, John.

Ik wens je een fantastisch en actief 2018 toe!

 

Guilty Pleasure – Chris Rea

399px-Chris_Rea._personal_pictureDe donkere dagen voor Kerst lenen zich goed voor bekentenissen, en na vorige week heb ik de smaak te pakken. Vandaag zet ik mijn biecht voort met Chris Rea. Ja, Chris Rea. Hoewel weinig vooruitstrevend, verrassend of vernieuwend, kan niemand ontkennen dat zijn muziek gewoon erg lekker is – en daar gaat het bij guilty pleasures toch om. Bovendien kan de Brit momenteel wel wat extra steun gebruiken, nadat hij onlangs op het podium in Oxford onwel werd en zijn tournee moest afbreken.

hoes Josephine van Chris ReaIn de jaren 70 en vooral 80 vierde Chris Rea (Middlesborough, VK, 1951) triomfen met hits als Fool (If You Think It’s Over), Josephine en de kerstklassieker Driving home for Christmas. Lekker hoor. Daarna verdween de man met het aangename schuurpapieren stemgeluid grotendeels uit de hitlijsten, maar bleef hij wel platen uitbrengen – ruim vijfentwintig, verzamelaars niet meegerekend – en ook optreden, zelfs nadat er in 2001 alvleesklierkanker bij hem werd geconstateerd.

hoes Wired to the MoonMijn belangrijkste kennismaking met Chris Rea is het album Wired to the Moon uit 1984, een plaat vol lekkere nummers, waaronder de bescheiden hit ‘I Can Hear Your Heartbeat’. Voor mij springt The Ace of Hearts eruit. Een liefdesliedje dat de spanning tweeënhalve minuut vasthoudt, tot de drums en de bas echt gaan meedoen. Ooit had ik een cassette met een live-uitvoering waarin Rea’s band die dynamiek nog wat uitvergrootte. Lekker hoor.

Chris ReaBij mij leeft het idee dat Chris Rea zo’n muzikaal zondagskind is dat alles komt aanwaaien. Zo iemand die in drie dagen gitaar leert spelen, in twee dagen piano en op zaterdag en zondag liedjesschrijven. Voor een hit pakt hij een bierviltje, voor een bluesnummer zijn bottleneck, en een bossanovaatje componeert hij even tussen de reclame en het journaal.

sprezzaturaRea doet in werkelijkheid waarschijnlijk gewoon alsóf het hem zo gemakkelijk afgaat. Dat is zijn geheim. Sprezzatura noemen de Italianen dat. Jíj hoeft je nergens zorgen over te maken, híj zorgt dat het goedkomt. Het is die schijn van moeiteloosheid die maakt dat zijn muziek zo lekker klinkt.

Chris Rea 2Kerstmis is niet alleen een goede tijd voor bekentenissen en vergeving, ook voor weemoed. Ik zet Wired to the Moon nog eens op, schenk mezelf een glas wijn in. Als je daar ook zin hebt, doe dan mee en klink met me op de gezondheid van Chris Rea.

Luisteren met voorkennis

Death Cab for CutieEen tijdje geleden had ik het hier op Goeie Nummers over de geneugten van het Pure Luisteren. Zomaar random iets uit je digitale muziekverzameling kiezen, zonder voorkennis over de artiest, en dan gewoon de oren de kost geven: wat hoor ik, welke beelden komen naar boven? Een interessante ervaring, waarvoor ik de band Death Cab for Cutie als proefkonijn gebruikte.

Death Cab for Cutie2Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan: ik begon me daarna natuurlijk te verdiepen in dat bandje. En het bleek een behoorlijk intrigerend gezelschap te zijn. Want hoe komen de indierockers uit het noordwesten van de VS bijvoorbeeld aan die merkwaardige naam? Waarom klinkt elk van de acht albums die de band sinds 1997 maakte zo anders dan het voorgaande? En waar halen ze de inspiratie voor hun bijzondere songs en teksten vandaan?

 

Chris WallaOp die naam komen we nog terug – eerst over die sound. De eerste zeven albums van Death Cab For Cutie, door de volgers meestal verkort tot Death Cab of DCFC, zijn geproduceerd door gitarist Chris Walla en klinken allemaal behoorlijk verschillend. Een constante is de zuivere en lichte stem van frontman Ben Gibbard (Washington, 1976) en de manier waarop harmonieuze zang-, gitaar- en pianopartijen contrasteren met de bijna ruw gemonteerde drums en subtiele noise-effecten. DCFC’s laatste album, Kintsugi, werd geproduceerd door Rick Cosey (Muse, Interpol, Rage Against The Machine) en dat hoor je terug in het strakkere geluid. Ook weer heel anders dan daarvoor.

KintsugiVerhaal Meer een band van albums dan van losse liedjes, zeggen ze zelf. Bij elke plaat starten de mannen met zo’n dertig ruwe songs van Gibbard, waaruit ze samen geleidelijk een verhaal destilleren. Zo is Kintsugi genoemd naar een Japanse methode om gebroken keramiek te repareren: in plaats van de scherven onzichtbaar aan elkaar te lijmen wordt er goud aan de lijm toegevoegd om het voorwerp een compleet nieuw leven te geven. Wat voor Gibbard een mooie metafoor was voor hoe hij zijn gestrande huwelijk probeerde om te zetten in elf elegante liedjes.

Teenage Fanclub BandwagonesqueInspiratie Dit jaar coverde Ben Gibbard solo het hele album Bandwagonesque, waarmee Teenage Fanclub in 1991 doorbrak. De Schotse band, hoog op mijn favorietenlijstje, is kennelijk een van zijn inspiratiebronnen. Net als een aantal andere namen die rond de band cirkelen, zoals die van Big Star, Freedy Johnston en Sun Kil Moon. En zo vallen allerlei puzzelstukjes op hun plaats. Luister maar eens naar het betoverende Transatlanticism, of naar I Will Possess Your Heart met zijn gedurfd lange intro van meer dan vierenhalve minuut.

Neil InnesTot slot dan die naam. ‘Death Cab for Cutie’ is een nummer van de Britse artrockgroep Bonzo Dog Doo-Dah Band, bekend geworden door de Beatles-film Magical Mystery Tour uit 1967. Songschrijver Neil Innes – die daarna onder meer met Monty Python werkte – ontleende die songtitel weer aan een Amerikaans pulp-fiction crime magazine. Zo is het cirkeltje mooi rond, maar hoe dit absurdistische doowop-achtige nummer zich verhoudt tot de muziek van Death Cab For Cutie is voor mij vooralsnog een raadsel. En dat is eigenlijk ook wel zo leuk. Check ‘em out.

De beste 200 sixties-albums

logo PitchforkDe scribenten van het invloedrijke Amerikaanse muziekblog Pitchfork hebben de reputatie nogal eigenzinnig zijn. Een tijdje geleden kregen ze het in hun hoofd om weer eens een nieuw lijstje samen te stellen. Ditmaal van de beste tweehonderd albums uit de jaren 60. Waarom? Omdat de sixties volgens de samenstellers ontegenzeggelijk de belangrijkste periode uit de popmuziek zijn. En omdat je om de zoveel tijd opnieuw naar zo’n periode moet kijken, om te zien of de canon wel echt de canon is. En omdat ze gewoon van lijstjes houden, waarschijnlijk.

kussensloop met 'banaan'Nou, het is inderdaad een eigenzinnige selectie geworden. Niet vanwege het ontbreken van klassieke albums als Revolver, Electric Ladyland, Pet Sounds, Velvet Underground & Nico of Live at the Apollo. Want die staan er allemaal gewoon in. Maar vooral omdat de keuzedames en -heren lak hebben gehad aan de bestaande grenzen tussen genres en niet bang zijn geweest om onbekende namen op te nemen.

jacques brelZo bevat de lijst onder meer vroege elektronische muziek van Harry Partch en Terry Riley en is de niet-Engelstalige wereld ook enigszins vertegenwoordigd: een behoorlijk aantal Zuid- en Middenamerikanen (Eddie Palmieri, Ray Barretto, Tom Zé, Caetano Veloso), en zelfs een paar Europeanen (Jacques Brel, Serge Gainsbourg).

John ColtraneMaar het meest in het oog springend: de Pitchfork-top 200 bevat een karrenvracht jazznamen. Van Mingus tot Cannonball Adderley, van Miles Davis tot John Contrane, van Eric Dolphy tot Ornette Coleman. Waarmee een duidelijk statement wordt afgegeven: we moeten pop en jazz zien als twee loten aan dezelfde stam. Twee genres die zich in de jaren 60 allebei nadrukkelijk afzetten tegen kitscherige musicals en de zoete populaire muziek van Bing Crosby en soortgenoten.

miles davisHet is een heel verleidelijk lijstje, dat ook nog eens vergezeld gaat van interessante videootjes en achtergrondinfo, bijvoorbeeld over Miles Davis’ obsessie met Prince of over nog onontdekte bootlegs van Bob Dylan. Volgens de makers sluit hun keuze aan bij de manier waarop mensen nu naar muziek luisteren: niet vanuit de eigen genre-bubbles van vroeger, maar nieuwsgierig en ongehinderd door tijd en plaats vanwege het streamen uit de onmetelijke muziekcatalogi boven ons in de Wolk.

I Love the 70sDe lijst maakte me ook nieuwsgierig naar Pitchforks top-200 voor de jaren 70, het decennium dat ik van mezelf ‘mijn tijd’ mag noemen. Wanneer zou dat komen? Tot die tijd moeten we het doen met deze vernieuwende selectie van oude muziek. Maar dat is geen straf. Check it out!

 

Heiligenlevens

Sinterklaas en Zwarte PietOm het volk te doordringen van de christelijke deugden liet de Kerk in de Middeleeuwen de levens van heiligen optekenen: mensen die bijzonder rechtschapen en gelovig hadden geleefd. Deze heiligenlevens of hagiografieën toonden de gelovigen onder meer de voorbeeldige Servaes van Maastricht (de eerste Nederlandse bisschop), de Spaanse mystica Theresia van Avila (1515-1582) en de bisschop van Myra aan wie we naast een voortslepende discussie ook de pepernoten en een paar onverwoestbare meezingers danken.

biografie van Nelson MandelaHeiligenlevens waren in de Middeleeuwen enorm populair. En in feite zijn ze dat nog steeds. Alleen heten ze tegenwoordig biografieën, en is het palet in de tussentijd wat breder geworden. De rechtschapen gelovigen hebben plaatsgemaakt voor iconen op allerlei gebied en van uiteenlopend kaliber. Nelson Mandela en Steve Jobs liggen in boekhandels lankmoedig naast grote stapels Thomas Dekker en Wim Kieft.

Biografie van Prince.pngPopsterren doen natuurlijk mee aan deze hausse. Herman Brood, David Bowie, Amy Winehouse, Prince, Lou Reed, Johnny Cash, Nina Simone, ze kregen de afgelopen jaren allemaal een biografie. Nog levende artiesten als Neil Young, Anthony Kiedis, Barry Hay en Jan Smit eveneens. Iconen van de jaren 60 en 70 Keith Richards, Willie Nelson, Elvis Costello en Bruce Springsteen groeven zich zelfs autobio.

boek I Will Survive van Gloria GaynorEr zijn wel een paar verschillen tussen de oude en de nieuwe heiligenlevens. Waar middeleeuwse rolmodellen uitblonken in vroomheid, soberheid en compassie, leven de helden van nu – in elk geval die in de sport en de rock-‘n-roll – doorgaans juist niet als heiligen. De deugden die uit hun biografieën naar voren springen zijn eerder onmatigheid (ooit een van de zeven hoofdzonden), individualiteit en vitaliteit: alles uit het leven halen wat erin zit. Gloria Gaynor – in dit gezelschap prima vertegenwoordigd met bio I Will Survive – geeft met haar lijflied als geen ander uiting aan die levenshouding.

Theresia van AvilaEn toch. Theresia van Avila leed aan ernstige ziektes voordat ze haar geroemde klooster kon stichten. Benedictus van Nursia, algemeen beschouwd als de vader van het Europese kloosterleven, moest veel weerstand overwinnen voor zijn visie werd aanvaard. Lees Born to Run van Springsteen of Trouweloze muziek en verdwijnende inkt van Costello en de parallellen dringen zich op. Deze oude en nieuwe verhalen laten ons zien hoe je door wilskracht en geloof gelouterd uit de narigheid tevoorschijn kunt komen.

BijbelDe hoogste deugd voor rocksterren lijkt te zijn ‘jezelf opnieuw uitvinden’. Op de achterflap van rockbiografieën is deze zinsnede buitengewoon populair. Het laat zien dat ook in onze moderne samenleving de wedergeboorte nog steeds geldt als het allerhoogste wat een mens kan bereiken. Net als destijds, tweeduizend jaar geleden, in wat wel de eerste hagiografie wordt genoemd. We kunnen er een voorbeeld aan nemen. Het leven is er kort genoeg voor.

Dansen over architectuur

IMAG2130.jpgEen tijdje geleden zag ik in Parijs in Centre Pompidou enkele schilderijen van beroemde 20e-eeuwse meesters als Klee, Gris, Braque en Picasso. Opvallend, vooral toen ik erop ging letten: hoeveel muziekinstrumenten er op de doeken afgebeeld staan. En hoe vaak de titels en de toelichtende teksten bij de kunstwerken, van de hand van de kunstenaars zelf, getuigen van hun sterke drang om de dynamiek van muziek op het canvas te vangen. Er lijkt bijna afgunst in het spel te zijn.

stukje Victory Boogie Woogie met toeschouwerOf het die schilders gelukt is om op die tweedimensionale rechthoekige objecten evenveel beweging, zowel emotioneel als fysiek, bij de kijker op te wekken als muziek teweeg kan brengen? Ik betwijfel het. Ritme, harmonie en melodie bestaan bij de gratie van tijd, en uit die dimensie is de schilderkunst nou juist verbannen. Hoe fraai en bijzonder het kunstwerk ook is, op Mondriaans Victory Boogie Woogie kun je niet dansen.

SisyphusMaar dat wisten die schilders zelf ook wel. Waarschijnlijk probeerden ze het juist omdat ze wisten dat ze nooit zouden slagen. Ze wilden de hemel bestormen. En in de vergeefsheid van hun streven zit iets onbeschrijflijk moois, iets heroïsch ook. Bovendien vertrouwden de kunstenaars erop dat ze zo onbekende gebieden zouden ontdekken, oorden die ze anders nooit zouden hebben betreden.

hoes New Morning van Bob DylanHet leuke is, het kan ook andersom. Luister hoe Bob Dylan, niet toevallig ook schilder, zich in 1971 door de beeldende kunst liet inspireren. In When I Paint My Masterpiece horen we een dichter-zanger die zich tussen de klassieke kunst van de Oude Wereld een eigen plek probeert te verwerven. Dylan zou de tekst van dit lied talloze malen veranderen – alsof hij wilde zeggen dat meesterwerken pas meesterwerken zijn als je er eeuwig aan blijft schaven.

266px-Guido_GezelleOm het cirkeltje rond te maken – ook veel schrijvers worden tot op het bot uitgedaagd door de muziek. Dichters als Guido Gezelle en Herman Gorter arrangeerden hun woorden tot het uiterste om musici en componisten te evenaren. Ze kwamen behoorlijk in de buurt, denk ik.

Dancing about architecture stripEn iedereen die over muziek wil schrijven, komt op een bepaald punt ook bij een kloof die onoverbrugbaar lijkt. ‘Schrijven over muziek is als dansen over architectuur’ zou de Amerikaanse acteur Martin Mull in de jaren 70 gezegd hebben. Maar als je een voorbeeld neemt aan schilders als Braque en Mondriaan, wordt die veelgeciteerde uitspraak eerder een uitdaging dan een ontmoediging. Ik vind dat een mooie opdracht: schrijven over muziek alsof je danst over architectuur. Om dichter bij het mysterie te komen zonder het ooit te kunnen ontrafelen.