Sam Cooke

Het mooiste huwelijksaanzoek

aanzoek kikkersDe meest overtuigende manier om een huwelijksaanzoek te doen is niet op één knie, bloemen enzovoort, maar natuurlijk met muziek. Dat wisten onze voorouders al, ze hebben enkele eeuwen geleden niet voor niets de aubade uitgevonden: een lied waarin een man zijn aanbedene het hof maakt, liefst onder aan haar raam – ze deden toen nog amper aan genderneutraal – onder begeleiding van een lieflijk betokkeld snaarinstrument. Geef toe, welk hart zou daar niet van smelten?

jongen met luitAls je de schrijvers uit vervlogen tijden mag geloven, klonken deze muzikale aanzoeken van edelen en troubadours in de Middeleeuwen en de Renaissance geregeld op allelei openbare gelegenheden. Om de een of andere reden hoor je ze tegenwoordig nog maar zelden, en dat is jammer. Een mogelijke verklaring is dat aubades nu gewoon verstopt zitten in popliedjes.

Sam Cooke You send meVoor het fraaiste aanzoekliedje moeten we wel een stukje terug in de tijd, toen we de huwelijkse geloften nog wat letterlijker namen dan tegenwoordig. Naar 1957, om precies te zijn. In dat jaar steeg You Send Me van Sam Cooke naar de nummer 1-positie in de Amerikaanse Billboard R&B Charts.

Sam Cooke 2Sam Cooke (1931-1964), afkomstig uit een zwart domineesgezin met acht kinderen, begon zijn korte en stormachtige carrière als gospelzanger en switchte daarna naar pop en soul. Crooner Nat King Cole was zijn grote voorbeeld, maar de ruigere stijl van de soul trok hem ook. Als zanger was Cooke een natural. Hij had het allemaal: kracht, bereik, zuiverheid, souplesse, en desgewenst gaf hij zijn stem een rauw randje mee. En dat alles zonder dat het hem enige moeite leek te kosten.

Sam Cooke 4In You Send Me toont Cooke zijn zoetgevooisde, intieme benadering. We zien de twee geliefden meteen voor ons, ze zijn al vertrouwd met elkaar: ‘Darling, you send me, honest you do.’ De zanger bekent dan dat hij zijn gevoelens een tijdlang niet serieus durfde te nemen: ‘At first I thought it was infatuation.’ Die overwonnen bindingsangst maakt zijn liefdesverklaring des te geloofwaardiger: ‘Now I find myself wanting to marry you / and take you home.’ Zo simpel, zo direct, zo puur. Zo ouderwets bijna. En dan die onvergelijkbare stem van Cooke – je ziet bruid en bruidegom al bijna naar het altaar lopen.

Gregory PorterMaar voor wie nu nog aarzelt met haar jawoord, hier is een fraaie versie van Gregory Porter, die ‘You Send Me’ bijna een halve eeuw na dato opnieuw tot leven wekt. Niet ouderwets dus, maar tijdloos. En stukken overtuigender dan kaarslicht, ringen of rozen maar kunnen zijn.

Doe de dans

Little EvaSinds het allervroegste begin kent de popmuziek het kleine genre van de ‘doe-de-dansnummers’: liedjes die ‘Doe met mij mee!’ zeggen en in woord, beeld en muziek de daad bij het woord voegen. Denk aan Twisting the Night Away van Sam Cooke, Mess Around van Ray Charles, The Locomotion van Little Eva en zo voort.

Ray CharlesDeze aanstekelijke hartekreet is bij uitstek geschikt voor live-uitvoering en voor video. Vaak gaat het om rages en hypes, waarbij de artiest als een soort standwerker het nieuwste snufje voor zijn begerige publiek aanprijst en demonstreert. Even kinderlijk als onweerstaanbaar.

Carl Douglas 2Onder die doe-de-dansnummers bevinden zich ook verzonnen dansjes, die zojuist door de artiesten zelf zijn uitgevonden. Zo liet Carl Douglas begin jaren 70, meeliftend op het succes van de populaire tv-serie met David Carradine, in zijn ‘Kung Fu Fighting’ de Oosterse krijgskunst samensmelten met moderne disco. Hier  te zien in VPRO’s onvergetelijke Sjef van Oekel’s Discohoek.

Rufus Thomas Stax ProfilesEen van de meesters van het subgenre was soulzanger Rufus Thomas (1917-2001). Deze ‘Oldest Teenager in the World’ maakte in de jaren 60 en 70 zijn handelsmerk van die zelfverzonnen dansjes, meestal geïnspireerd op het dierenrijk. Voor het fameuze Stax-label uit Memphis scoorde hij hits als Walking the Dog, Can Your Monkey Do the Dog, Do the Funky Chicken (kijken!) en Do the Funky Penguin. Het hoeft niet altijd zo serieus.

leuke hoes Genesis I Can't DanceZoiets moet Roxy Music ook gedacht hebben. De Britse glamrockers hadden een patent op camp maar maakten ondertussen ook fraaie en zeer originele muziek. Hun tweede album For Your Pleasure (1973) opent met Do the Strand, dat de dansrages liefdevol persifleert maar de luisteraar laat gissen naar de exacte choreografie. Genesis geeft ook een leuke draai aan het genre met I Can’t Dance, waarin Phil Collins c.s. van de nood een deugd maken.

PsyMaar ook zonder ironie is het doe-de-dansnummer nog alleszins levensvatbaar. Denk maar aan megahits als de Lambada (1989) en de Macarena (1993) , en aan het recentere megasucces van Gangnam Style van Psy. Gelukkig maar, want weinig dingen op deze planeet leveren zoveel instant-vrolijkheid op. Laat ze maar doorkomen, die muzikale uppertjes!

Mis je hier nog goeie doe-de-dansnummers? Deel ze hier!

 

 

Namedropping: ‘Sweet Soul Music’ van Arthur Conley

Arthur Conley hoesEen klein maar bijzonder hoekje in de popmuziek is gereserveerd voor nummers waarin andere popartiesten worden genoemd. Deze vorm van ‘namedropping’ kan mij vaak erg bekoren. In een liedje werkt het vaak goed, als een verrassende knipoog of als oprecht eerbetoon. Daarom ga ik in Goeie Nummers de komende tijd af en toe een ‘namedropping’-nummer onder de loep nemen. Als je een suggestie hebt – laat het me weten!

Een van de ultieme nummers in dit mini-genre – misschien ook een van de vroegste – is het opzwepende ‘Sweet Soul Music’ van Arthur Conley uit 1967. Je weet wel, van ‘Do you like good music? Yeah yeah. Sweet soul music? Yeah yeah.’ En van ‘spotlight on James Brown, spotlight on Wilson Picket’. En anders herinner je je de strakke blazersriff vast wel: tehhh-tetetete-tète tete… tehhh-tetetete- tète te.

packshot Een soulman in de AchterhoekIn het boekje Een Soulman in de Achterhoek gaat journalist John Schoorl in 2000 op bezoek bij Arthur Conley, die dan al twintig jaar min of meer anoniem op het Nederlandse platteland woont. De zanger, dan 54, doet Schoorl uit de doeken hoe de wereldhit destijds tot stand kwam. De basis was een nummer van zijn held Sam Cooke (1931-1964), ‘Yeah Man’. Conley herschreef het samen met zijn grote voorbeeld en leermeester Otis Redding tot ‘Sweet Soul Music’. Zoiets was toen niet ongebruikelijk, er zaten nog niet overal advocaten bovenop.

otis reddingOtis Redding was de grote ster van het legendarische Stax-label uit Memphis waarbij ook Carla Thomas, Eddie Floyd en Booker T. & The MG’s onder contract stonden. De reeks namen van zwarte soulsterren in het nummer – ook Sam & Dave en Lou Rawls kwamen voorbij – had alles te maken met de verhouding tussen Otis Redding en de platenbazen, vertelt Conley.

Die opsomming was namelijk een soort promotiestunt voor de eigen muziekproductiemaatschappij die Redding wilde oprichten. The Big O. had er genoeg van afhankelijk te zijn van blanke platenbazen en muziekuitgevers die rijk werden over de ruggen van hardwerkende zwarte artiesten. Hij wilde zelf de controle hebben en een ‘brown-eyed people-entertainment-industry’ oprichten. Niet meer knecht zijn, maar eigen baas.

Martin Luther King met publiekDe single ‘Sweet Soul Music’, waarvan wereldwijd meer dan een miljoen exemplaren werden verkocht, is dus meer dan alleen een lekkere groove om op uit je dak te gaan. Het is een statement dat naadloos aansluit bij de Amerikaanse burgerrechtenbeweging van die tijd. Wat Martin Luther King deed met zijn toespraken, deed Conley met zijn buigzame stem. ‘Sweet Soul Music’ en ‘I have a dream’ liggen niet zo ver van elkaar.

packshot Sweet Soul MusicWie meer wil weten over de relatie tussen soul en zwarte burgerrechten, leze het boek Sweet Soul Music. Rhythm and Blues and the Southern Dream of Freedom (1986) van Peter Guralnick, met boeiende portretten van soulsterren als Solomon Burke, James Brown, Percy Sledge en Aretha Franklin.

En hoe het Arthur Conley verder verging? Na het tragische vliegtuigongeluk waarbij Otis Redding eind 1967 omkwam, kon hij zijn draai in de muziekbusiness niet goed meer vinden. Hij week uit naar Europa; eerst Brussel, toen Amsterdam en ten slotte Ruurlo (Gelderland). Hij overleed er in 2003 en werd begraven in het nabijgelegen Vorden.