2021

Het leven als bijzaak

Een paar weken geleden trof ik op de website van de Britse krant The Guardian een bericht aan dat mijn nieuwsgierigheid wekte: Paul McCartney komt in november met een tweedelig, 900 bladzijden tellend ‘zelfportret in 154 liedjes’. Door de uitgave, getiteld The Lyrics, kunnen we de beroemde Beatle beter leren kennen aan de hand van zijn toelichting op de liedjes die hij in zijn lange carrière schreef, zoals Blackbird, Live and Let Die, Hey Jude, Band on the Run and Yesterday. Voor het boek liet hij zich meermalen interviewen door de Noord-Ierse dichter en Pulitzer Prize-winnaar Paul Muldoon.

Het aantrekkelijke van deze vorm van levensbeschrijving is dat het werk van een kunstenaar centraal staat in plaats van zijn of haar leven. In de meeste popbiografieën wordt naar mijn smaak toch te veel gezocht naar de kleine of grote wederwaardigheden uit het leven van zo’n artiest om daarmee diens oeuvre te verklaren. Alsof kunst een soort kopie van de werkelijkheid is.

Bovendien is zo’n aanpak niet ongevaarlijk. Zo wierpen de bio’s van soulicoon Curtis Mayfield en folkzanger John Martyn voor mij een behoorlijke smet op mijn waardering voor de artiesten in kwestie en in het kielzog toch ook een beetje op hun werk. Een boek dat dicht bij de liedjes blijft, is dan toch iets minder riskant.

Mijn ideaal is een levensverhaal over een kunstenaar waarin de kunst, of het kunstenaarschap, de hoofdzaak is. De reden dat we over die persoon willen lezen – afgezien van de smeuïge details die we bij rocksterren meestal voldoende aantreffen – is tenslotte vanwege die bijzondere kunstwerken. Zonder de liedjes waren we ons niet eens bewust van zijn of haar bestaan. Je zou kunnen zeggen: vergeleken met de kunst is het leven bijzaak.

In het geval van McCartney vraag ik me overigens af of een liedjesschrijver altijd de beste persoon is om de betekenis van zijn of haar songs te duiden. Wij luisteraars hebben ook recht op onze eigen interpretaties aan hun liedjes. Bovendien: elk mens – zelfs een grootheid als Macca – heeft een aantal blinde vlekken: dingen die anderen wel kunnen zien maar de persoon zelf niet. Ik ben vooral benieuwd of Muldoon het 79-jarige popicoon tot nieuwe inzichten zal weten te verleiden, dus dat boek ga ik zeker lezen.

Vorige week, alsof een engel ermee speelt, viel mijn oog op de aankondiging van een biografie die in theorie aan al mijn eisen voldoet. Niet van een popartiest maar van een schrijver. Lodewijk Verduin (1994), essayist en neerlandicus, schreef een ‘oeuvre-biografie over mijn geliefde auteur Jeroen Brouwers, getiteld Eenzaamheid in eindeloos meervoud. Verduins boek is een onderzoek naar het ontstaan en de ontwikkeling van Brouwers’ schrijverschap. Een onderzoek, zo zegt de informatie van de uitgever, waaruit dan weer een psychologisch portret van de schrijver oprijst. Lijkt me een mooi voorbeeld voor een uitgeverij van popbio’s.

Het mooiste pop-anthem

Vandaag richt Goeie Nummers de schijnwerper op het pop-anthem, wat mij betreft een van de wonderlijkste verschijningen in de popmuziek, met vertegenwoordigers als You’ll Never Walk Alone (Gerry & The Pacemakers), The Final Countdown (Europe) en We Shall Overcome (Pete Seeger). Wonderlijk onder meer omdat zo’n nummer meestal niet als anthem geboren wordt, maar er gaandeweg eentje wordt.

Een andere bijzonderheid is dat een goede Nederlandse vertaling ontbreekt – afgezien van ‘volkslied’ voor ‘national anthem’. Als je ‘anthem’ opzoekt in het Van Dale Groot woordenboek Engels-Nederlands vind je alleen vertalingen als beurtzang, motet, koraal, lofzang en hymne, allemaal termen uit de kerkmuziek. De online Cambridge Dictionary daarentegen omschrijft een anthem een stuk breder: a song that has special importance for a particular group of people, an organization, or a country, often sung on a special occasion.

(meer…)

Het mooiste straatliedje

De popmuziek kent talloze liedjes over straten – en toevallig zijn het ook vaak goeie nummers. Denk aan Penny Lane (The Beatles), Baker Street (Gerry Rafferty) of Dead End Street (The Kinks). Deze week ga ik op zoek naar het fraaiste lied dat ooit over een straat is gemaakt, waarbij ik me beperk tot echt bestaande straten die op stadsplattegronden voorkomen en waar we in principe overheen zouden kunnen lopen, fietsen of rijden.

Dat betekent dat, hoe jammer ook, liedjes met willekeurige naamloze straten, bijvoorbeeld Winter Streets (Michael Talbot & The Wolfkings), Racing in the Street (Bruce Springsteen) of Dancing in the Street (Martha & the Vandellas) afvallen. Hetzelfde geldt voor nummers waarin de straat in feite een metafoor is voor een bepaald gevoel, zoals in Mercy Street (Peter Gabriel), Lonely Avenue (Ray Charles), Dirty Blvd. (Lou Reed) of Boogie Street (Leonard Cohen). We moeten helaas streng zijn.

(meer…)

Luidsprekers… over het laag & het geklaag

Gastblog door Robert Endert

Om goede muziek te waarderen doet het er niet toe of je deze via een transistorradiootje beluistert of via een peperdure ‘high-end’-installatie. Toch weet iedereen dat er verschil is. Waarin zit hem dat dan?

De aanwezigheid van natuurgetrouwe lage tonen blijkt een belangrijke factor te zijn voor de emotionele impact van muziek. Bastonen voel je niet alleen letterlijk, maar vooral ook figuurlijk. Wie is er nooit in trance geraakt op een lekkere lage beat?

(meer…)

Het mooiste breakup-album

De romankunst kent verschillende categorieën om boeken op inhoud of karakter in te delen: psychologische, historische en naturalistische romans, ideeën- en coming of age-romans en feelgoodromans, om er een paar te noemen. Hoe anders is dat in de popmuziek: in welke inhoudelijke categorieën kun je popalbums zoal indelen, afgezien dan van het muziekgenre, zoals rock, funk, country, indie enzovoort?

Ik kan niet meer dan twee albumcategorieën bedenken die met enige regelmaat opduiken in de kolommen van popscribenten: het protestalbum en het breakup-album. Misschien komt dat doordat popalbums in tegenstelling tot romans vrijwel altijd bestaan uit een verzameling korte stukken – vaak een stuk of 10, 12 liedjes – die in sfeer en thematiek een bepaalde afwisseling moeten bieden. Protest- en breakup-albums zijn dan de uitzondering op de regel.

(meer…)

Het geluidje

Gastblog door Robert Magdelijns

transistorradio 2

De kwaliteit van je muziekinstallatie moet natuurlijk niet uitmaken; een Goed Nummer laat zich onder alle omstandigheden gelden. Of is dat toch te kort door de bocht?

Ik moest meteen aan het volgende verhaal denken toen Goeie Nummers-blogger Chris me vroeg om een gastcolumn te schrijven over het belang van goed geluid.
Hij ging ergens spelen met zijn band Divaz, en een Leidse Volkszanger (nee, niet Rubberen Robbie) zou daar ook optreden, gebruikmakend van hun zanginstallatie.
Voor het optreden meldde zich de manager van de zanger met de legendarische tekst:
‘Ik kom effe kijken naar het geluidje.’
Natuurlijk ook van belang voor een zanger die alleen een tape met de begeleidende muziek bij zich heeft.

(meer…)

Hoe belangrijk is goede geluidsapparatuur?

stereotoren

Bijna wekelijks doe ik hier op Goeie Nummers een voorstel over wat goeie muziek is. Ik schrijf bijvoorbeeld dat Rainy Night in Georgia (Tony Joe White) het mooiste regenliedje ever is, en The Moon is a Blind Eye (I Am Kloot) het mooiste maanliedje. Boude stellingen waar je als popliefhebber iets mee kunt. Maar waar ik het in al deze blogstukjes nooit over heb gehad, is de manier waarop al die goeie nummers onze oren bereiken. Ik denk daar zelden over na – en daarin sta ik niet alleen.

Er is in de popmuziek een grote en merkwaardige discrepantie tussen de makers aan de ene kant en de consumenten aan de andere kant. Muzikanten en opnametechnici sparen kosten noch moeite om een optimale sound te creëren voor de luisteraar, terwijl die de liedjes op zijn of haar beurt vaak achteloos afspeelt op een smartphone, draadloos speakertje of matige stereo-installatie. Een groot deel van het monnikenwerk van de artiest wordt zo tenietgedaan door vervorming, een geluidsbrij of wegvallende geluidsfrequenties. Zonde.

(meer…)

Geïnspireerd door je collega’s

Je kunt als bevriende muzikanten een tijdlang onbekommerd in een oefenruimte samenspelen, maar op een gegeven moment moet je er toch aan geloven: de band moet een naam hebben. Op internet zijn diverse tips te vinden voor het kiezen van een goede bandnaam, misschien wel omdat het altijd lastiger is om jezelf te definiëren dan een ander – en helemaal als je het ook nog onderling eens moet zien te worden. De Popschool Maastricht biedt daarvoor zelfs een online bandnaamgenerator aan.

Veel bands zoeken hun toevlucht in datgene wat de leden sowieso bindt: de muziek van hun gedeelde pophelden. Hiermee laten ze hun beoogde publiek in een notendop zien waar ze hun inspiratie vandaan halen en waar ze zelf voor staan: verleden en toekomst in één. Zo leidden The Rolling Stones hun naam af van het nummer Rollin’ Stone van bluesicoon Muddy Waters. Dat een rollende steen ook nog eens stond voor de ongebonden vrijbuiter paste toevallig ook prima bij hun gewenste imago.

(meer…)

Iconische drummers

Het theater van de popmuziek heeft wel wat religieuze trekjes. En dus zijn er ook iconen. Artiesten die boven de rest uitsteken, helden die in feite meer zijn dan zichzelf omdat ze een archetype vormen, een model neerzetten waaraan navolgers moeten voldoen of waaraan ze zich moeten meten.

Sommige artiesten – of eigenlijk hun managers of platenlabels – dragen zelf actief aan zo’n iconische status bij door zich te tooien met bijnamen als The King (Elvis Presley), The King of Pop (Michael Jackson) of The Queen of Soul (Aretha Franklin). In andere gevallen ontvangen ze dit soort eretitels door fans of journalisten, zoals God (Clapton) of His Bobness (Bob Dylan).

(meer…)

Zet die Frank Zappa-muziek af!

Toen in 1989 in Tsjecho-Slowakije de Fluwelen Revolutie plaatsvond, werd er opeens een verrassend licht op de popmuziek geworpen. Verschillende westerse artiesten bleken voor de mensen achter het IJzeren Gordijn een iconische status te hebben: hun muziek was voor veel dissidenten een bron van kracht geweest in hun lange moeizame strijd tegen het onderdrukkende communistische regime.

Lou Reed, bijvoorbeeld, was voor de inmiddels als president aangestelde Vaclav Havel een baken van hoop in bange dagen, al vanaf het moment dat de toneelschrijver twintig jaar eerder de hand had weten te leggen op de lp White Light/White Heat van The Velvet Underground. Het leidde in 1990 tot een veelbesproken ontmoeting tussen de twee zo ongelijksoortige beroemdheden.

(meer…)