Month: september 2020

Kippenvel – Ain’t It Enough

Kun je een overtuigend liedje schrijven over de ultieme vraag, die naar de zin van het leven? Het onderwerp is zo groot, zo eindeloos, zo ongrijpbaar. Het lijkt onbegonnen werk om het eeuwige mysterie te vangen in een popliedje van een paar minuten. Maar dat is dan toch buiten Old Crow Medicine Show gerekend.

De Amerikaanse rootsband uit Nashville, Tennessee, kwam voor het eerst op mijn net- en trommelvlies via de bekroonde documentaire Big Easy Express uit 2012. Daarin trekt de band samen met Edward Sharpe & The Magnetic Zeros en de Britse Mumford & Sons in een vintage trein van San Francisco naar New Orleans terwijl ze op podia, treinwagons en buiten in het veld lustig met elkaar rondhangen en musiceren.

Die vrije geest tref je ook aan op de zes studioalbums die Old Crow Medicine Show sinds de oprichting in 1998 afleverde en die zonder uitzondering getuigen van evenveel liefde voor oude folk en country als van muzikaal vakmanschap. Zoals op het ijzersterke Carry Me Back uit 2012, dat uitgelaten bluegrassnummers afwisselt met diepzinnige juweeltjes. Zoals Ain’t It Enough.

De eerste maten van Ain’t It Enough zetten een fraai decor neer: een ouderwets walsje, met melancholiek jankende mondharmonica en daaronder gitaren, banjo, dobro. Alsof de klanken je oren bereiken terwijl jij op een zoele zomeravond op een veranda zit. Ook de eerste zinnen nemen je mee naar verre streken: een rivier, een oceaan, een zandkasteel dat instort, een schip dat op de klippen loopt. Een beetje raadselachtig, dat wel.

Als je verder luistert, blijkt het luchtige walsje bedrieglijk. Het gaat hier over zware onderwerpen: vergankelijkheid, nietigheid, sterfelijkheid. Er is maar één ding dat tot het einde standhoudt, zingt OCMS-frontman Ketch Secor: de liefde. En is dat dan niet genoeg? vraagt hij zich retorisch af. Natuurlijk, zeg je dan, als het je zo wordt gevraagd.

In het refrein wordt het plaatje groter. Het gaat niet alleen om de liefde, maar ook om medemenselijkheid, saamhorigheid, deel uitmaken van het grote geheel, hoe miniem jouw aandeel misschien ook mag lijken. De boodschap van liefde en vrede is allesbehalve origineel, maar toch werkt het, net zoals in genre-technisch totaal andere nummers als Iedereen Is Van De Wereld (The Scene) of Hemel Valt (Typhoon).

Misschien werkt het hier omdat de muziek zo puur is, met die goudeerlijke stemmen en traditionele instrumenten. Of omdat je een band hoort die samenspeelt alsof het vrienden zijn die in hun stamkroeg toevallig een lied aanheffen. Misschien komt het ook doordat de band geraffineerd een paar verrassinkjes inbouwt om het sentiment dat op de loer ligt te dempen, zoals een extra maat tussen de coupletten en een poppy bridge na het tweede refrein.

Maar ik vermoed dat Ain’t It Enough vooral overtuigd omdat het lied jou vertelt dat het leven gewoon niet zinloos kan zijn, omdat het leven niets anders is dan een wals die we met elkaar dansen, onder een en dezelfde sterrenhemel, in één onontkoombaar ritme, verenigd in een omarming en een refrein dat antwoord geeft op het eeuwige raadsel. Voor zolang als Ain’t It Enough duurt, zolang als jij meedanst of meezingt, geeft het lied jou antwoord op de ultieme vraag – en misschien ook nog wel even daarna. Kippenvel.

Bowie’s boeken

boek Bowie's boekenkastBoeken. Lijstjes. Popmuziek. Drie dingen waar ik geen genoeg van kan krijgen. En dus ging er een flinke shot dopamine door mijn brein toen ik onlangs het boek Bowie’s Boekenkast van John O’Connell onder ogen kreeg, met als ondertitel: De honderd boeken die het leven van David Bowie veranderden.

groot affiche David Bowie Is Groninger MuseumIn 2013 ging in het Londense Victoria & Albert Museum de expositie David Bowie Is van start, een carrière-overzicht met zo’n vijfhonderd voorwerpen uit Bowie’s persoonlijke archief, zoals kostuums, schilderijen en handgeschreven songteksten. Onderdeel van de expositie, die daarna met groot succes de wereld over zou gaan, was ook een lijst met de honderd boeken die Bowie naar eigen zeggen het meest hadden beïnvloed. (meer…)

Albumverjaardag – After the Goldrush

Neil Young’s After the Goldrush, deze week vijftig jaar oud, was een van de eerste lp’s die ik kocht, omstreeks 1977 denk ik. Mijn fascinatie begon met de hoes: de voorkant somber donkergrijs met goudkleurige letters, de zanger die met opgetrokken schouders door een onbestemde straat loopt, de achterkant een close-up van Young’s hippiespijkerbroek. Binnenin de uitklaphoes ligt de artiest ontspannen met gitaar op een sofa. Zoveel vrijheid en melancholie, onweerstaanbaar voor de tiener die ik was, opgroeiend in slaapstad Zoetermeer.

En dat was alleen nog maar de buitenkant van After the Goldrush. Van het vinyl stegen de prachtigste liedjes op, vol liefdespijn en eenzaamheid. In 1977 was After the Goldrush al een oude plaat. Mijn klasgenoten draaiden nieuwe lp’s van The Eagles, Fleetwood Mac, ELO en Supertramp. Dit was iets anders. Vanaf het begin van mijn luistercarrière was ik gericht op de muziek van voor mijn tijd: The Beatles, CSNY, The Band, Joni Mitchell, de soul van Stax en Motown. De rol van buitenstaander paste me destijds het beste. (meer…)