blog

Bedevaart naar het zebrapad

abbey roadTerwijl een politieagent het verkeer even tegenhield, schoot fotograaf Iain Macmillan snel zes plaatjes van vier mannen die een zebrapad overstaken. Gisteren was het precies vijftig jaren geleden dat deze shoot voor de iconische hoesfoto van de laatste echte Beatles-plaat plaatsvond, en fans waren dan ook van heinde en ver toegestroomd om dit jubileum op Abbey Road te vieren.

GracelandTalloze mensen hadden zich de afgelopen decennia al op het legendarische zebrapad laten vereeuwigen, en daarin lijkt Abbey Road op Elvis Presley’s Graceland of op het Parijse kerkhof Père Lachaise, waar mensen al sinds de jaren 70 samenkomen bij het graf van de jonggestorven  Jim Morrison. En op tal van andere plekken die door popfans worden aangedaan.

graf Jim Morrison pere lachaiseOoit was ik ook op Père Lachaise. Bij Morrisons graf trof ik naast lege bierbikjes en peuken alleen een paar knetterstonede Amerikanen met een slechtgestemde gitaar aan. Net als nu vroeg ik me af wat het eigenlijk is dat popliefhebbers naar dit soort plekken drijft – en ook of andere bezoekers er misschien stiekem net zo’n katterig gevoel aan overhielden als ik.

pelgrim krijgt drinkenVolgens verschillende onderzoekers zijn popfans als op Abbey Road in wezen op pelgrimstocht. Hun gedrag, hun rituelen en verwachtingspatronen verschillen niet essentieel van die van katholieke gelovigen die afgelopen eeuwen naar Rome of Santiago de Compostela trokken. De pelgrim – seculier of religieus, toen en nu – reist af naar een plek die verbonden is met iemand die boven ons gewone mensen is uitgestegen. Hij is op zoek naar een hogere waarheid, inspiratie, bezinning, genezing, naar boetedoening soms. En naar de ontmoeting met vreemden waarmee hij toch verbonden is, door de gezamenlijke verering van die persoon die de aardse beperkingen lijkt te ontstijgen.

Sun Studio 2Klinkt plausibel toch, deze verklaring? Want ook als modern seculier mens worstel je op zijn tijd met tekortkomingen, twijfels, misstappen, gevoelens van zinloosheid. En als moderne heiligen voldoen de larger-than-life popsterren als geen ander. Maar hoe zit het dan met de teleurstelling van mijn bedevaart naar Père Lachaise? Lag dat gewoon aan mijn nuchterheid, of verwachtte ik te veel, of was mijn bedevaart over te weinig doornige paden gegaan?

Why Dylan MattersIn zijn boek Why Dylan matters (2017) – waarover later meer – beschrijft classicus Richard F. Thomas een bezoek dat hij met een groep andere Dylan-vorsers brengt aan het ouderlijk huis van his Bobness in het stadje Hibbing, Minnesota. In de nabijheid van ‘het heilige der heiligen’ voelt Thomas bij zijn reisgenoten en bij zichzelf een combinatie van blijdschap en gêne. Hij vermoedt dat we bij zo’n bezoek als het ware een verloren vriend hopen terug te vinden, omdat we de muziek van de betreffende artiest al zo lang, in verschillende fasen van ons leven, bij ons dragen.

The DoorsThomas’ verhaal verklaart mogelijk waarom mijn bezoek aan het graf van Jim Morrison op zo’n deceptie uitdraaide. Hoe indrukwekkend en bijzonder de muziek van The Doors ook is – denk aan Riders on the Storm, Light My Fire, People Are Strange – ik heb er persoonlijk nooit een sterke emotionele band mee gehad. Ik ging naar Père Lachaise omdat ‘je er geweest moest zijn’. En natuurlijk geldt nog steeds dat alleen de oprecht gelovige bedevaartganger beloond wordt.

 

Het mooiste liedje over de maan

man op de maanVijftig jaar geleden, op 16 juli 1969, vertrok de Apollo 11 van de aarde, en vier dagen later stond er voor het eerst een mens op de maan. Die historische gebeurtenis wordt dezer dagen uitgebreid herdacht. Volkskrant-redacteur Olaf Tempelman werd zo verleid tot een fraaie beschouwing over de opvallende parallellen tussen de maanlanding en de al even grensverleggende progrock van begin jaren 70. Maar hoewel technisch gezien dus een stuk dichterbij dan daarvoor, bleef de maan in de popmuziek sindsdien toch voornamelijk fungeren als de vertrouwde en vooral onbereikbare metgezel die ze altijd was geweest.

The LauDie combinatie van vertrouwdheid en onbereikbaarheid blijkt songwriters eindeloos te inspireren. Van evergreens als Blue Moon en How High the Moon tot recenter werk van Norah Jones (Shoot the Moon) en Dawes (Moon in the Water). Nachtmens Thé Lau was eraan verknocht, getuige Scene-liedjes als Volle Maan, Maan en Kind van de Maan. Gitarist John Zorn maakte in 2017 zelfs een heel album geïnspireerd op de maanvisioenen van William Shakespeare (1564-1616).

maan 3Die onbereikbaarheid geeft songwriters uiteraard alle ruimte om eigenschappen aan onze bijplaneet toe te kennen. Romantiek, dat is het eerste waar je aan denkt: See What A Little Moonlight Can Do (Billie Holiday), Moondance (Van Morrison), Harvest Moon (Neil Young). Maar John Fogerty  van CCR schrijft de maan juist een kwade invloed toe (Bad Moon Rising), net als Sting (Moon Over Bourbon Street). En voor Paul Simon is ze kennelijk de ultieme inspiratiebron voor zijn kunst (Song About the Moon).

I am klootIn het zuiden en midden van de Verenigde Staten stelt men zich de maan voor als een alziend oog, wanneer we mogen afgaan op bijvoorbeeld JJ Cale (Cajun Moon), Bill Monroe (Blue Moon of Kentucky) en The Neville Brothers (Yellow Moon). En die oog-maan staat ook centraal in het allermooiste maanliedje dat ik de afgelopen jaren hoorde: The Moon Is A Blind Eye van de Britse indieband I Am Kloot (spreek uit: ai em kloet), afkomstig van hun vijfde studioalbum Sky At Night (2010).

maan 4In de eerste coupletten van The Moon Is A Blind Eye lijkt eerder de hele mensheid dan een enkel individu aan het woord: ‘We may illuminate the atmospheres / And still not know / Still not know who we are’. Met de dromerige getokkelde gitaar en de klaaglijke stem van zanger John Bramwell klinkt de woorden alsof ze rechtstreeks door de dampkring heen gericht zijn aan die koude onaangedane steenklomp daarboven.

John Bramwell I Am KlootMaar anders dan bij Cale of Monroe is de maan hier geen alziend oog, maar juist blind. Misschien moeten we hier denken aan de uitdrukking ‘to turn a blind eye’, wat zoveel betekent als ‘een oogje toeknijpen’. En verderop zingt Bramwell ‘to be loved, to be loved is to be divine’. Heel gemakkelijk maakt de songwriter het ons niet, maar ik begrijp het zo dat dit hemellichaam, zoveel ouder en wijzer dan wij, mild en vergevend is gestemd jegens ons aardbewoners.

Maan 1Het is ook niet zo belangrijk om de tekst precies te begrijpen. Ik laat me graag door de ruimte meevoeren op de klanken: pauken, orgel, gitaar, piano, een koor – alles zo ongehaast, bijna toevallig – en die troostrijke stem die zingt ‘And the moon is blind eye’.

Zing Nederlands met me

Boudewijn de GrootLange tijd, ruwweg de hele sixties en seventies, was Engels de voertaal in de Nederlandse popmuziek. Wie erbij wilde horen, als artiest dan wel als luisteraar, gebruikte het Engels. Op een paar uitzonderingen na (Armand, Boudewijn de Groot, Peter Koelewijn) was de eigen taal taboe.

Doe Maar2Begin jaren 80 doorbrak Doe Maar het taboe, met bands als Het Klein Orkest, Het Goede Doel en Toontje Lager in hun gevolg. Het Nederlands bleek dus toch cool genoeg te zijn. En inmiddels lijkt de eigen taal geheel salonfähig geworden, van mainstream popartiesten en singer-songwriters tot regiorockers en de tegenwoordige alomtegenwoordige rappers.

Chuck BerryMaar wat moeten we van de groei van de nederpop denken? Is het een vorm van emancipatie: hebben we ons die ‘vreemde’ cultuur – de Amerikaanse rock-‘n-roll die Europa in de jaren 50 en 60 stormenderhand veroverde – langzaam maar zeker steeds meer toegeëigend? Kiezen Nederlandse popartiesten en -luisteraars bewust steeds meer voor de taal die ze tot in alle haarvaten beheersen in plaats van een taal waarin ze altijd outsiders blijven?

spinvis 3Voor die opvatting is zeker iets te zeggen. Artiesten als Bløf, Daniël Lohues, Bennie Jolink, Huub van de Lubbe, Eefje de Visser en Spinvis benadrukken in interviews dat ze de eigen taal hebben gekozen om zich optimaal te kunnen uitdrukken en zich met hun publiek te kunnen verstaan. En voor de luisteraars zal ongeveer hetzelfde gelden, maar dan omgekeerd – al moet je de mensen niet de kost willen geven die zeggen ‘nooit naar teksten te luisteren’ of ‘het juist leuk te vinden een tekst zelf zoveel mogelijk in te vullen.’

Régis DebrayMaar er is ook andere visie mogelijk. De eigenzinnige Franse filosoof Régis Debray (1940) betoogt in zijn boek Civilisation uit 2017 dat wij Europeanen in de afgelopen eeuw allemaal min of meer Amerikanen zijn geworden. Wij leven aan de rand van hun rijk, zegt hij, waar ons net zoveel manoeuvreerruimte wordt gegund als de barbaren destijds in het Romeinse rijk kregen. En de techno-economische globalisering van de afgelopen eeuw, onder leiding van de VS, heeft tegelijk op alle continenten een groeiend verlangen naar eigenheid opgeroepen – zie de opkomst in Europa van tradities, talen en lokale identiteiten die teruggrijpen op het eigen verleden.

American Dream2Debrays visie is tamelijk zwart, maar het valt niet te ontkennen dat de ‘grote’ domeinen wetenschap, techniek, bedrijfsleven en commercie steeds meer globaliseren en verengelsen. En dat ook de rock-‘n-roll in dat plaatje past. De muziekstijl veroverde Europa met een taal die groot prestige droeg: de Amerikaanse droom van individuele vrijheid en welvaart.

NL vlagEn als je die gedachtegang volgt, kun je ook de huidige Nederlandstalige pop zien als gekrabbel in de marge, weerstand in de beperkte manoeuvreerruimte die ons aan de randen van het Amerikaanse rijk gegund wordt. De groei van de nederpop is dan onderdeel van de toenemende aandacht voor nationale symbolen als het Wilhelmus, de vlag en het nationaal cultureel erfgoed.

sponsDie bewering van Debray – of in elk geval wat ik hem in de mond leg – gaat wel heel ver. Popmuziek en Wilhelmus als twee loten aan dezelfde stam? Nee, dat kan niet. Popmuziek heeft ten eerste doorgaans weinig oog voor het nationale verleden. Bovendien heeft popmuziek juist altijd als een spons invloeden uit vele windstreken opgezogen. Nee, ik geloof eerder dat we door de huidige Nederlands- en Engelstalige popmuziek een en weer kunnen switchen tussen de eigen en de mondiale cultuur. Het is eerder een brug dan een afweermiddel.

Kenny BMaar het mooiste zou natuurlijk zijn als onze wereldberoemde Nederlandse dj’s (Martin Garrix, Tiësto, Armin van Buuren c.s.) hun prestige zouden gebruiken om het Nederlands ook buiten ons land verder te brengen. Onder het motto, vrij naar rapper-zanger Kenny B: ‘Zing Nederlands met me’. Wie weet wat daar nog uit voortkomt.

Een rockfilm die rockt

Bohemian RhapsodyHet is niet zo dat de rockfilm onlangs is uitgevonden, maar popliefhebbers kunnen tegenwoordig in de bioscoop wel hun hart ophalen. Bohemian Rhapsody (biopic Freddie Mercury/Queen) was de filmhit van vorig jaar, en daarnaast verschenen onder meer de documentaire Devil’s Pie (over soulfenomeen D’Angelo), de speelfilms A Star is Born (de 3e remake), Wild Rose (feelgood over Schotse country-zangeres), Yesterday (rom-com rondom Beatles-songs) en Rocketman (biopic Elton John).

sitting ducks speelgoedMaar nemen deze rockfilms ons als popliefhebbers en filmkijkers serieus, voegen ze echt iets toe aan onze beleving van de muziek of ons inzicht in de artiesten? Of zien de makers ons vooral als sitting ducks – meelijwekkende figuren die ongeacht de kwaliteit toch wel op de rolprent afkomen, verslaafd als we zijn aan onze popidolen en onze popnostalgie?

rocketmanOp zoek naar een antwoord ging ik naar Rocketman, de biografische speelfilm over zanger-pianist Elton John. Eerste probleem: ik ben geen echte Elton John-fan. Tweede probleem: de biopic is een buitengewoon lastig genre. Want als de film waarheidsgetrouw is, is hij vaak ook saai; maar als de regisseur wat vrijheid neemt, staan woedende fans en kritische popcritici meteen bij hem op de stoep. Gelukkig – spoiler alert – weet Rocketman-regisseur Detcher Fletcher al die klippen te omzeilen, sterker nog, hij vliegt er gewoon overheen.

Elton John hoesRocketman voert de kijker in een wervelend tempo mee door het leven van Reginald Dwight, zoals Elton John eigenlijk heet, vanaf diens vijfde tot pak ‘em beet zijn 35e levensjaar. De focus ligt op de jaren 1967-1980, de periode waarin de bebrilde artiest klassiekers als ‘Goodbye Yellow Brick Road’, ‘Sorry Seems To Be The Hardest Word’ en ‘Your Song’ produceert – en dat is fijn, want zo wordt het zwakkere songmateriaal van daarna vermeden. Het zijn ook de jaren waarin Elton John opkomt, bijna ten onder gaat en uiteindelijk weer opkrabbelt – zodat de film ook een meer universeel menselijk thema vertelt.

Elton John3Want Rocketman gaat dan wel over beroemde popartiest, de film is in de eerste plaats een ode aan de menselijke veerkracht. Het verhaal van Elton John/Reggie Dwight laat zien dat het mogelijk is om je te ontworstelen aan de erfenis van een kille, liefdeloze jeugd en aan de destructieve patronen die je kunt ontwikkelen om met die erfenis om te gaan. Dat is geen originele moraal, maar de film overtuigt op alle fronten, onder meer door de onorthodoxe, soms bijna surrealistische scènes, waarin natuurwetten worden getart.

bernie taupin en elton johnDe film is ook een ode aan de vriendschap. In dit geval een vriendschap die ontstond uit noodzaak. De 21-jarige Elton John had een geweldig talent voor melodie en harmonie – maar niet voor teksten. Bernie Taupin was een 17-jarige toondove boerenzoon met een creatieve pen die gek was op popmuziek. Een kleine krantenadvertentie was het begin van een samenwerking die beiden de kans zou geven om ver boven zichzelf uit te stijgen.

vriendschapKijkend naar de film krijg je het idee dat de liedteksten Elton John door Bernie Taupin werkelijk op het lijf werden geschreven. De nuchtere tekstschrijver kroop in de huid van zijn flamboyante en getroebleerde vriend, gaf hem zo indirect misschien ook wel wat goede raad mee. De vriendschap tussen de twee kent een paar fikse dalen, maar blijft ondertussen glansrijk overeind, alsof de film wil zeggen dat muziek de sterkste verbinding tussen mensen vormt. Dat is wat mij betreft een mooi en bevredigend inzicht.

Elton John2Toen ik de bioscoop weer uit kwam, had ik gelachen, gewalgd, gezucht, me diep verwonderd en ook een paar tranen weggepinkt. Ik snapte wat meer van de mens en de artiest Elton John en was doordrongen van een paar waardevolle levenslessen. Nog steeds geen echte fan, wel een iets ander mens. Dat doet een rockfilm die rockt.

Kippenvel – Body and Soul

hoes Compositions van Anita BakerVanaf midden jaren 80 was de Amerikaanse soulzangeres Anita Baker the next big thing, de vrouw die de soul zou doen herleven. Ze won zes Grammy’s, was bij een breed publiek geliefd én bij popscribenten gewaardeerd om haar soepele stem, smaakvolle jazzy soulsongs, en iets wat je niet anders kunt aanduiden dan met het woord klasse. Slechts een paar jaar later was ze een oningeloste belofte geworden, een artiest die voor de een te glad en commercieel was en voor de ander te moeilijk of gewoon niet nieuw genoeg meer.

Anita Baker body & soulBizar. In mijn platenkast staan vier van haar cd’s: The Songstress (1983), Rapture (1986), Compositions (1990) en Rhythm of Love (1994). Vol met ijzersterke, fraai gespeelde en gezongen songs, die in vergelijking met de R&B van tegenwoordig verbazingwekkend puur klinken. Op Rhythm of Love, destijds door recensenten veelal als ‘te weinig avontuurlijk’ bestempeld, staat ook kippenvelnummer Body and Soul.

musicologyEen musicoloog zou de betovering van deze soulslijper mogelijk verklaren uit de klassieke opbouw met coupletten, bruggen en refreinen, met zelfs een apart tussenstuk na het tweede refrein – als een perfecte popsong. Of uit de subtiele modulaties van majeur naar mineur en weer terug. Of uit het lome ritme, met onder de oppervlakte snelle jazzy triolen die je met je oren niet hoort maar met je hersenstam toch voelt.

hoes I Never Loved A ManMaar dat is allemaal technische shit. Wij gewone luisteraars hebben niet alleen ratio, maar ook een hart, een lichaam en een ziel. En Anita Baker geeft elk onderdeel in Body and Soul wat het nodig heeft. Het nummer begint klassiek, volgens de wetten van de eeuwenoude minnelyriek (‘What have you done to me, I can not eat, I can not sleep’), en naar de beste soultradities: ingehouden dus, met een bluesy melodie die doet denken aan Aretha Franklins I Never Loved A Man uit 1967, hoe verschillend de stemmen van de twee vrouwen ook zijn.

Q&AVanaf dat rustige begin neemt de zangeres ons langzaam mee op haar liefdestrip. Steeds doet ze er een kléin schepje bovenop, en haar zelfvertrouwen groeit met elke maat. In het refrein, gesteund door een heerlijk vraag-en-antwoordkoortje, is alle onzekerheid verdwenen en eist ze haar minnaar rechtstreeks op: ‘Just love me body and soul’.

hoes Rhythm of Love van Anita BakerMaar dan zijn we er nog niet – luister naar dat ‘stronger and stronger’ in het tussenstuk, daar zit iets dierlijks in – Baker brengt ons nog verder, tot aan het einde, de laatste langgerekte uithaal, vol overgave, gevolgd door een innig tevreden ‘yes’. Body and soul. Op de single eindigt het nummer hier. Op de albumversie is er na dit moment nog een lang ontspannen instrumentaal uitro om bij te komen. Yes.

north sea jazzEen paar jaar geleden zag ik op tv een interview met twee aanstormende jazztalenten die tot mijn verrassing T-shirts met Bakers naam en beeltenis droegen. De zangeres was dan wel uit de spotlights verdwenen, maar kennelijk nog niet vergeten. Wat heet. Ze blijkt dezer dagen bezig te zijn aan wat ze haar afscheidstournee noemt. Op vrijdag 12 juli staat Anita Baker in Rotterdam op North Sea Jazz. Check her out.

The Kinks: godfathers van de Brexit?

The Kinks2Eind 1965 zit frontman Ray Davies van The Kinks met een groot probleem. Na een Amerikaanse tournee vol trammelant – ‘bad management, bad luck & bad behaviour’ zou het later worden genoemd – mag de Britse band vier jaar lang niet meer optreden in de VS. Terwijl het land in potentie hun grootste afzetmarkt is, waar concurrenten Beatles, Rolling Stones en Who wel grote successen vieren.

Village GreenDavies, van nature een observator en commentator, zoekt de oplossing dicht bij huis. Hij draait Amerika de rug toe en richt de blik naar binnen, dat wil zeggen: op het eigen land. Deze nieuwe Kinks-koers wordt ingezet met de albums Face to Face (1966) en Something Else by The Kinks (1967) en culmineert in 1968 in het conceptalbum The Kinks Are The Village Green Preservation Society.

EngelsheidMet deze ‘ode aan een ongerept en onbedorven Engeland’ gaan The Kinks volledig tegen de tijdgeest in. Terwijl andere Britten – net als de rest van West-Europa – na WOII massaal naar het land van de onbegrensde mogelijkheden kijken, zingt Ray Davies op Village Green met weemoed over Engeland, over verdwijnende tradities als ‘strawberry jam, Tudor houses, antique tables and billiards’. De tegenstelling met hippies, flower power en anti-establishment-sentimenten kan niet groter zijn.

better in the ninetiesVanwege zijn excentriciteit verkoopt Village Green bij verschijning slecht, en ook in de volgende decennia, als The Kinks wel eindelijk succes hebben in de VS, blijft het een goeddeels vergeten album. Tot de jaren 90, een periode die cruciaal is voor de nalatenschap van The Kinks en voor de Britse popmuziek als geheel.

399px-Blur_(Logo)In reactie op de overmacht van ‘duistere’ Amerikaanse grungebands als Nirvana en Pearl Jam ontstaat midden jaren 90 in het Verenigd Koninkrijk een muziekstroming die nadrukkelijk teruggrijpt op de opgewekte catchy muziek van artiesten uit eigen land: Britpop. Een zelfbewuste stroming met bands als Blur, Pulp en Oasis voor wie de muziek van The Kinks, ‘the most quintessential English band’, de grote inspiratiebron is.

Vote Leave T-shirtDe Britpop-beweging is ook een uiting van de bredere opleving van het zelfvertrouwen in het Verenigd Koninkrijk, dat twintig jaar eerder nog de oplossing voor de eigen economische en maatschappelijke malaise had gezocht in toetreding tot de EEG, de voorloper van de EU. Historici claimen dat dit hernieuwde Britse zelfbewustzijn vanaf de jaren 90 aan de basis staat van de politieke leave-beweging, die zou uitmonden in het aanstaande vertrek van de Britten uit de EU.

The Kinks op BankjeWie door zijn oogharen naar deze ontwikkelingen kijkt, kan een rechte lijn ontwaren tussen The Kinks en de Brexiteers. In beide gevallen zien we een beweging naar het exclusief Britse, in reactie op het handelen van een te dominant geacht ander continent. Met zijn wending zaaide Ray Davies in 1965 de kiem voor een nationaal zelfbewustzijn dat via de Britpop uitkwam bij de Brexit. Of ga ik nu te kort door de bocht?

Ray Davies 2Volgens Ray Davies zelf waarschijnlijk wel. Hoewel de zanger publiekelijk geen standpunt voor of tegen Brexit inneemt, toont hij zich in interviews zeer bezorgd over de radicale stappen die zijn land nu zet. Bovendien moet ik toegeven dat Davies’ subtiele en vaak ironische liedjes weinig overeenkomsten vertonen met het zelfingenomen gebral van een Nigel Farage of Boris Johnson.

Americana Ray DaviesIk denk dat het Engels-zijn van Davies uiteindelijk weinig met chauvinisme te maken heeft. De Brit is geen demagoog en ook geen xenofoob, maar vooral een onverbeterlijke homo nostalgicus. Toen de zanger na een jarenlang verblijf in de VS een paar jaar geleden weer in Londen ging wonen, maakte hij prompt twee nieuwe albums, getiteld Americana en Our Country (Americana act II), gevuld met weemoedig-satirische liedjes over het uitgestrekte land aan de overkant van de plas.

Het zou me niets verbazen als Ray Davies – ook al is hij inmiddels 75 – straks na de Brexit weer met een plaat op de proppen komt, en ik durf zelfs te wedden over welk continent die dan zal gaan.

Dr. John

Dr. John roosHij was een legende, een beetje larger than life. In werkelijkheid heette hij Mac Rebennack – of eigenlijk Malcolm John Rebennack Jr. – maar hij tooide zich in de jaren 60 met de naam Dr. John, The Night Tripper, daarna afgekort tot Dr. John. Die aliassen passen perfect bij zijn geboortestad en woonplaats New Orleans. Want in de raadselachtige smeltkroes New Orleans, ook wel The Crescent City, The City of Sin, NOLA of N’Awlinz genoemd, is één naam nooit genoeg.

gumbo3Vorige week donderdag overleed Dr. John, 77 jaar oud, aan de gevolgen van een hartaanval. Ik zag hem in de loop der tijd twee keer optreden, de begaafde pianist met de gruizige, knauwende en toch verrassend lenige stem. Zijn muziek is moeilijk te definiëren, maar laat zich het beste vergelijken met gumbo, die typisch Louisiaanse stoofpot zonder vast recept waarin de meest uiteenlopende ingrediënten een plek kunnen krijgen.

Dr. John aan pianoDr. John was en beetje een musician’s musician: een artiest die bij collega’s in hoog aanzien staat maar geen bijster groot publiek heeft. Vreemd is dat niet, want voor Mac Rebennack was de muziek altijd belangrijker dan hijzelf. Bovendien is zijn stijl weliswaar samengesteld uit bekende genres (blues, boogie-woogie, jazz, rock en funk), maar die genres zijn in zijn gumbo tegelijk bijna onherkenbaar geworden.

in the right placeIn dat opzicht doet hij een beetje denken aan de betreurde JJ Cale, ook een eclectische muzikant die ondanks zijn impact op de popgeschiedenis bij zijn overlijden relatief weinig aandacht kreeg. In de necrologieën van de afgelopen week kwam vooral Dr. Johns muziek vanaf begin jaren 90, toen hij definitief was afgekickt van de heroïne, er mijns inziens wat bekaaid vanaf. Die platen zijn misschien niet allemaal zo sterk als die uit zijn hoogtijdagen (Gris-Gris (1968), Dr. John’s Gumbo (1972) en In the Right Place (1973), maar er zit wel veel moois tussen:

♦ The City that Care Forgot (2008): een gedreven album over de verwoesting van New Orleans door de orkaan Katrina. Bewijs: het groovende Time For A Change.

♦ Tribal (2010): fraai gearrangeerde en fantastisch gespeelde NO-stukken, zoals het funky Big Gap, geschreven door Allen Toussaint, die andere New Orleans-grootheid die ons niet zo lang geleden ontviel.

♦ Locked Down (2012): direct en fris geproduceerd door Dan Auerbach van The Black Keys. Laat je meevoeren door de voodoo-sfeer van de titeltrack.

hoes The very best of Dr. JohnBij sommige artiesten voel je een persoonlijke band (ook al wordt dat gevoel van verwantschap door zender en ontvanger totáál anders geuit), maar zoiets had ik bij de Dokter niet. Dr. John was bovenal de personificatie, de ambassadeur en de ongekroonde muziekkoning van New Orleans. Bovendien: muziek uit New Orleans gaat, net als funk, eigenlijk alleen over zichzelf. New Orleans is muziek, en New Orleans-muziek gaat alleen over New Orleans, of anders over New Orleans-muziek. Daar kom je niet tussen. Je kunt je er wel aan overgeven, en als je dat doet kan de beloning groot zijn: je ziel wordt geheeld en gereinigd.

R.I.P. Dr. John, The Nighttripper, Mac Rebennack of hoe ik je maar mag noemen.

 

 

Gewoon wat goeie(nieuwe)muziektips

Vandaag op Goeie Nummers geen diepzinnige bespiegelingen over de verbazingwekkende wereld van de popmuziek, maar gewoon een paar tips: goeie muziek – nieuw en oud – om te (her)ontdekken.

The DelinesThe Delines, afkomstig uit Portland, Oregon, maken een fraaie mix van country en soul. Tot nu toe brachten The Delines, met song- en romanschrijver Willy Vlautin op gitaar en achtergrondzang, twee sterke albums uit vol verhalen over tragische mensenlevens, sober gearrangeerd om alle ruimte te geven aan de unieke stem van frontvrouw Amy Boone. Luister naar Let’s Be Us Again, afkomstig van het recente Delines-album The Imperial. Wil je meer? Hier vind je een integraal optreden van een halfuurtje in de radiostudio van KEXP in Seattle.

Bruce HornsbyToetsenist-zanger Bruce Hornsby ken je vast nog van The Way It Is, zijn megahit uit 1986. Hornsby (1954) is sindsdien steeds actief gebleven, maar daar had ik niet heel veel van meegekregen. Zijn nieuwe album Absolute Zero is in elk geval zeer de moeite waard. De Amerikaan weeft als vanouds prachtige harmonieën door zijn relaxte Westcoast-sound maar schuwt ook het avontuur niet, onder andere door samenwerkingen met jazz-drummer Jack DeJohnette, zanger Justin Vernon (Bon Iver) en het klassieke sextet yMusic. Begin met het uptempo Voyager One, doe daarna Cast-Off en dan Meds (mijn persoonlijke favoriet). Of luister naar het hele album op Spotify. Bij elke draaibeurt beter.

330px-Cate_Le_Bon_in_2012Dat laatste geldt ook voor Cate Le Bon. De singer-songwriter uit Wales, bouwjaar 1983, produceerde sinds haar debuut in 2008 al vijf soloalbums en drie EP’s vol ongrijpbare popliedjes die enorm onvermijdelijk onder je huid kruipen. Le Bon schreef de nummers voor haar recente veelgeprezen album Reward in de eenzaamheid van een vakantiehuisje in het Engelse Lake District. Dat geeft al een idee, maar waar je haar muziek verder precies moet plaatsen? John Cale (ook Welsh) wordt als referentie genoemd, net als Roxy Music. Jeff Tweedy van alt-countryband Wilco is een bewonderaar. Zelf luistert ze graag naar artiesten als David Bowie, Kate Bush, Pharoah Sanders en Prince. Kun je daar wijs uit worden? Luister maar gewoon naar Daylight Matters. Of naar Home To You.

This Is NiecyTot slot een nummer om nooit te vergeten, uit 1976: Free van Deniece Williams, het goudkeeltje dat ons ook verblijdde met Let’s Hear It For the Boy en Too Much, Too Little, Too Late (met Johnny Matthis). Vanaf eind jaren 80 richtte Williams (1950) zich vooral op gospelmuziek en verdween ze min of meer uit de popwereld. Wat niets afdoet aan haar tijdloze klasse. En dan laat ze zich op Free ook nog eens begeleiden door de klasbakken van Earth, Wind & Fire. Die mellow funky groove, kom daar tegenwoordig nog maar eens om. Wil je de lange studioversie, of liever live, uit de Britse tv-show UK Gold? Maakt niet uit, het is allemaal goed.

Goed weekend!

 

 

Wat zegt een naam?

Romeo & JulietIn het beroemde toneelstuk van William Shakespeare stelt Juliet de retorische vraag What’s in a name? Ze wil ermee zeggen dat Romeo’s achternaam voor haar niet telt – het gaat om wie hij is. Met andere woorden: vergeet de naam, die betekent niets, dat is een toevalligheid, loze ballast, buitenkant. Wat er toe doet, dat is de binnenkant van de naamdrager, hoe die zijn of haar leven invult. Het klinkt als een uitspraak waar je niets tegenin kunt brengen – maar is het ook waar?

George BakerVoor popmuzikanten ligt het toch iets anders. Solo-artiesten kunnen natuurlijk wel gewoon ‘als zichzelf’ opereren, maar hun eigennaam is ook een merk: de artiestennaam moet lekker bekken, niet al te gewoon zijn, een tijdlang meegaan en ook de juiste uitstraling hebben. Als je Hans Bouwens heet, verwacht je dat mensen George Baker waarschijnlijk toch wat exotischer vinden, en als je bij de burgerlijke stand Stefani Joanne Angelina Germanotta heet, kort je dat misschien liever af tot Lady Gaga.

Elvis Costello2Er zijn ook artiesten die via hun pseudoniem hun inspiratiebronnen tonen. Bob Dylan, geboren als Robert Allen Zimmerman, ontleende zijn artiestennaam aan de door hem bewonderde Welshe dichter Dylan Thomas. Elvis Costello (Declan McManus) deed hetzelfde met Elvis Presley, en in ons eigen land vernoemde Jett Rebel (Jelte Steven Tuinstra) zich naar het nummer Rebel Rebel van rolmodel David Bowie. Zo’n naam zegt dus echt wel iets.

The Kinks2In tegenstelling tot solo-artiesten moeten bands sowieso een naam kiezen. Bovendien moeten de bandleden het onderling eens worden – ga er maar aan staan. Veel beginnende bandjes breken zich dan ook het hoofd over een geschikte naam. Zo gingen de Britse broers Davies en hun medemuzikanten door het leven als The Ray Davies Quartet, The Pete Quaife Quartet, The Ramrods, The Bo-Weevils en The Ravens voordat ze uiteindelijk The Kinks werden.

muddy waters2Om hun eigen merk te ‘laden’ vernoemen sommige bands zich naar een songtitel van hun favoriete artiest. Het Schotse Deacon Blue toonde zich schatplichtig aan Steely Dan (Deacon Blues), Radiohead aan Talking Heads (Radio Head) en The Sisters of Mercy aan Leonard Cohen (The Sisters of Mercy). De lijst van zulke ‘inspiratie-bandnamen’ is lang, met als beroemdste voorbeeld natuurlijk The Rolling Stones. De jonge Britten waren begin jaren 60 zo wild van de Amerikaanse blues dat ze Muddy Waters’ tekstregel ‘I’m a rollin’ stone’ (uit Mannish Boy) gewoon letterlijk namen.

Zangeres zonder NaamAl met al zit Juliet er dus behoorlijk naast als het over de popwereld gaat: de naam is allesbehalve onbelangrijk. Maar we moeten het ook niet overdrijven. Want de woordbetekenis van de band- of artiestennaam, de betekenis die zich bij eerste kennismaking aan je opdringt, verdwijnt op den duur steeds meer naar de achtergrond. Net zolang tot de naam synoniem is geworden met de bijbehorende muziek en muzikanten.

Doe Maar2Ga maar na: het woordkoppel Doe Maar is nauwelijks nog herkenbaar als veelgebruikte idiomatische uitdrukking – het staat in de eerste plaats voor De Band die de Nederlandstalige Popmuziek Volwassen Maakte. De eerste indruk van The Beatles, een wat flauwe woordspeling, werd al snel volledig overvleugeld door hun fenomenale nummers en hun frisse optreden. Deze transformatie was Romeo en Juliet helaas niet gegeven; hun naam bleef aan hen kleven, met alle ellende van dien. Voorzichtige conclusie: in de popmuziek heerst meer rechtvaardigheid dan in de liefde.

Wat is voor jou de gaafste bandnaam ooit – en waarom? Laat het weten bij reageer-optie hieronder!

Wie trekt er aan de touwtjes?

roze bril pianoBen ik te lang te naïef geweest? Heb ik altijd door een roze bril naar de popmuziek gekeken? Vanaf mijn jeugd zag ik de popmuziek namelijk als de uiting van een bijzondere zielsverwantschap tussen artiesten en hun publiek, die door onzichtbare muziekdraden met elkaar verbonden waren. Ik was er ook van overtuigd dat het puur de creativiteit van geniale artiesten was die de koers van de popgeschiedenis uitzette.

Dutch Mountains low resTot voor kort dus. Want ik las een boek dat mij een veel ‘genuanceerdere’ kijk op de zaak gaf: Dutch Mountains, van Peter Voskuil. Met de ondertitel van deze fraai geïllustreerde turf (730 blz.), ‘Het ultieme standaardwerk over de Nederlandse platenindustrie’, is geen woord te veel gezegd, want het relaas beslaat zo’n beetje de hele twintigste eeuw, tot het moment dat de muziekbusiness begin deze eeuw door internet ingrijpend veranderde.

Doe Maar2Dutch Mountains gaat natuurlijk over de pieken en dalen in de carrières van artiesten als Rob de Nijs, The Golden Earring, De Zangeres Zonder Naam, Doe Maar, Marco Borsato, Bløf en vele anderen, gelardeerd met fraaie anekdotes. Maar je komt vooral veel te weten over de werking van de platenbusiness: contracten, pluggers, radio-formats, dj’s, studiobazen, distributiedeals, importconstructies, licenties, imagocampagnes en nog veel meer. Een doorwrochte blik achter de schermen dus.

ouderwetse radioEn daarmee werden mij tamelijk wreed de ogen geopend: alle muziek waar we in Nederland vanaf de jaren 60 naar hebben geluisterd, blijkt voor een aanzienlijk deel te zijn bepaald door platenbonzen en marketeers, en niet door artiesten. Wat er op de radio gedraaid werd, wat aandacht kreeg in de media, wat er überhaupt wel en niet op de markt verscheen, hoeveel we ervoor moesten betalen, welk imago een artiest had – de industrie zat erachter. Artistieke kwaliteit speelde bij dit alles echt geen doorslaggevende rol – de verwachte rendementen wel.

orchestral manoeuvres in the darkHet boek laat zelfs zien welke impact grote economische bewegingen op de muziek kunnen hebben. Zo blijkt de artistieke stilstand in de jaren 80-pop – je weet wel, die fatale combi van synthesizers, galmende drumcomputers en vals pathos – samen te hangen met de sterke concentratie van marktpartijen in de muziekindustrie in dat tijdvak. Belangrijk, zo’n verklaring – want af en toe heb je iets nodig dat het onbegrijpelijke begrijpelijk maakt.

Sandie ShawMaar al met al, dat is duidelijk, keerde ik beroofd van enkele illusies terug uit de Dutch Mountains. Sadder and wiser. Maar hé, een echte fan kan wel een beetje waarheid aan. Verbeelding is tenslotte belangrijker dan feiten. Ik denk dat het in werkelijkheid heel anders zit, namelijk dat niet de popliefhebbers, maar de platenbazen naïef waren. Zij dachten wel dat ze aan de touwtjes trokken, maar in feite waren zij de poppetjes, die via onzichtbare draadjes werden aangestuurd door de artiesten én de fans – met als doel die bijzondere band tussen hen tot stand te brengen. En dat hebben die platenbazen dan ook keurig gedaan.