blog

The Band – broederschap en plankenkoorts

Vorige week zag ik in de bioscoop de nieuwe documentaire Once Were Brothers, over de opkomst en ondergang van een van de meest invloedrijke en bijzondere bands uit de popgeschiedenis: The Band. Ik ging in één keer een heel stuk terug in de tijd.

Het verhaal van The Band in zevenmijlspassen: vier Canadezen en één Amerikaan begeleiden vanaf begin jaren 60 als The Hawks de ruige rockabilly-zanger Ronnie Hawkins. In 1966 rekruteert Bob Dylan het vijftal voor de roemruchte tournee door Europa en de VS waarop hij ‘elektrisch gaat’ en meer scheldwoorden dan applaus mag incasseren.

In 1968 beginnen de vijf mannen voor zichzelf, dopen zich om tot The Band en komen met een verpletterend debuutalbum: Music From Big Pink, een plaat met ‘nieuwe muziek die klonk alsof ze er altijd al geweest was’, zoals Bob Dylan zou zeggen. Acht jaar en zes studioalbums later is het alweer voorbij als ze samen met muzikale vrienden een groots afscheidsconcert geven onder de veelzeggende titel The Last Waltz.

Het is een verhaal vol fantastische muziek en veel ellende. Van de vijf muzikanten zijn alleen gitarist-songschrijver Robbie Robertson en toetsenist Garth Hudson nog in leven. Pianist-zanger Richard Manuel pleegde in 1983 zelfmoord, bassist-zanger Rick Danko stierf op 1999 aan een hartaanval, drummer-zanger Levon Helm in 2012 na een lang ziekbed. En ondanks de sterke onderlinge banden gingen de mannen niet als vrienden uit elkaar.

Het was Robbie Robertson, de belangrijkste drijvende kracht van The Band, die in 1976 de stekker eruit trok omdat hij het drugsgebruik en bijbehorende gedrag van Manuel, Danko en Helm niet meer trok. Later volgden nog bittere verwijten, vooral van de kant van Helm, omdat songschrijver Robertson ten onrechte bijna al het geld zou opstrijken. De twee hebben nooit meer echt vrede gesloten.

De ondertitel van Once Were Brothers luidt ‘Robbie Robertson and The Band’. Want we zien en horen in feite Robertsons verhaal. Garth Hudson, inmiddels in de 80, was niet in staat om aan de film mee te werken. Levon Helm komt in een paar oude filmpjes aan het woord. Het maakt de documentaire al met al enigszins eenzijdig. Je krijgt het idee dat Robertson op zijn 77e graag zijn kant van het verhaal wilde vertellen. Toch overtuigt Once Were Brothers.

Want je voelt hoe geweldig deze vijf muzikanten elkaar aanvoelden – de documentaire toont daar prachtige staaltjes van. Ze klikten met elkaar door hun liefde voor de muziek, door onderling respect en door gewoon heel veel samen te spelen. Je gelooft dat het vijftal inderdaad een broederschap vormde – die uiteindelijk dus het toneel werd van broedertwisten en neergang. Een verhaal van muzikaal meesterschap en menselijk onvermogen.

Deze maand is het ook vijftig jaar geleden dat het derde album van The Band uitkwam: Stage Fright. Volgens muziekjournalisten begon hiermee de weg omlaag, na de twee klassiekers Music From Big Pink en opvolger The Band (1969). Maar in mijn hart heeft Stage Fright een speciaal plekje – het was mijn eerste lp van het illustere gezelschap, en ik draaide hem grijs.

Ik koester het album uit 1970 nog steeds. Vanwege de herinnering en vanwege de geweldige nummers die erop staan. Zoals het melancholische Sleeping en de rocker The Shape I’m In, beide hartverscheurend gezongen door Richard Manuel. En titeltrack Stage Fright, mogelijk geïnspireerd op Robertsons daadwerkelijke aanvallen van plankenkoorts. En mijn favoriet The Rumor, waarin Helm, Danko en Manuel afwisselend de vocalen voor hun rekening nemen.

Zet deze plaat op en je voelt dat er iets op komst is. Het is de tweede akte van een tragedie. Alles lijkt nog goed te gaan, maar er is een plottwist in de maak: iemand, iets, heeft het voorzien op deze idylle. Het noodlot, de duivel, een verboden vrucht misschien. Stage Fright is van een onheilspellende schoonheid. Check it out.

Eerherstel voor de jaren 80

Een tijdje geleden heb ik me hier op Goeie Nummers – en ook in mijn boek Diepe groeven – enigszins laatdunkend uitgelaten over een tijdvak waaraan sommige popliefhebbers buitengewoon goede herinneringen blijken te koesteren: de jaren 80. Van verschillende kanten kreeg ik daar wat commentaar op – heel beschaafd hoor, bedreigingen zaten daar niet of nauwelijks bij – maar zoiets zet je toch aan het denken.

In eerste instantie was ik verwonderd over die reacties. Ze troffen me als hernieuwd bewijs van het wetenschappelijk vastgestelde feit dat muziek uit het ‘eigen’ tijdvak, dat wil zeggen de muziek die mensen ongeveer tussen hun 12e en 25e horen, altijd een bijzonder plekje in hun hart blijft innemen. Zelfs als het gaat om liedjes met de steriele synthesizerklanken en het overdreven galmende drum- en zanggeluid van de jaren 80, gespeeld door muzikanten met bizar groot en doorgeföhnd haar.

In tweede instantie kwam er een ander soort verwondering bij, namelijk over mezelf. Hoe kwam het eigenlijk dat ik, doorgaans toch de nuance zelve, zo generaliserend en negatief over een heel muzikaal tijdvak sprak? Had ik misschien om een of andere reden van de eighties in mijn hoofd een karikatuur gemaakt, bijvoorbeeld omdat ik op mijn beurt vasthield aan de stijl van de jaren 70 (‘mijn tijd’) en daarom de daaropvolgende nieuwe stromingen zonder meer had afgewezen? Had ik de sterke punten van de jaren 80 gewoon over het hoofd gezien? Zulke blinde vlekken kun je niet uitsluiten, zelfs niet bij lieden die van zichzelf beweren dat ze ‘altijd een open oor hebben voor nieuwe muziek’ .

Ik had een frisse blik op die jaren 80 nodig. Feitelijk, onafhankelijk, onbevooroordeeld, objectief: welke artiesten waren baanbrekend, wat waren de kwaliteiten van die muziek, hoe zag het poplandschap er over de hele breedte uit? Als toetssteen fungeerde de onvolprezen serie Luisteren &Cetera van Pieter Steinz en Bertram Mourits, en dan dus het deel over de jaren 80. Welke hoogtepunten ontwaarden Steinz en Mourits in die periode, waar ik geneigd was om alleen dieptepunten te zien?

Het boek grijpt me meteen bij de oren: Joy Division – Closer (1980). Inderdaad, tijdloze en gepassioneerde doemrock die de popmuziek blijvend heeft beïnvloed. Twee jaar later: Michael Jackson – Thriller. De plaat die de vonken tussen soul, funk, rock en pop definitief heeft doen overslaan – denk Beat It. 1983: Tom Waits introduceert exotische klanken die niet van een ander werelddeel maar rechtstreeks uit het onderaardse lijken te komen (Swordfishtrombones).

1986: The Smiths (The Queen Is Dead) voegen een scheut Britse humor én melodrama aan de popmuziek toe en Paul Simon (Graceland) doet hetzelfde met Afrikaanse stijlen. Folk vindt zichzelf opnieuw uit met de folkpunk van the Pogues (If I Should Fall From Grace, 1988). Prince’ produceert in dit decennium negen (!) steengoeie albums, waaronder Sign O’ the Times (1987). Hoe kon ik het vergeten? Dit gebeurde dus allemaal in die tien jaar waaraan ik zo’n hekel zei te hebben.

Maar het ging nog verder. Onlangs sprak ik iemand die helemaal verslingerd is aan de elektronische muziek van de jaren 80 en de artiesten die daar nu op voortborduren. Ik luisterde opnieuw naar The Human League, Orchestral Manoeuvres in the Dark, Spandau Ballet, Ultravox enzovoort, en realiseerde me opeens iets. In hun muziek – inclusief synthesizers, galm en onheilszwangere melodieën – sloop een nieuw, theatraal element de rock-‘n-roll binnen, iets Europees, iets donkers. Een verrijking waarvan je echo’s aantreft bij hedendaagse bands als Arcade Fire en Tame Impala. Holy moly.

In 1988 stond singer-songwriter Tracey Chapman ter ere van Nelson Mandela’s 70e verjaardag voor een volgepakt Wembley Stadium, gewapend met alleen haar stem en een akoestische gitaar. Ze zong haar prachtsong Fast Car, en dat was voor mij toen een eerste lichtstraaltje na bijna tien donkere muziekjaren. Zo was het.

Maar nu, zovele jaren later, is wat mij betreft een mea culpa, een diepe buiging, kortom eerherstel voor die eighties wel op zijn plaats, ook voor de synthesizers en de galm. En nee, ik zwicht hiermee niet voor de intimidatie en druk vanuit de sociale media: dit is puur voortschrijdend inzicht, dit komt recht uit mijn hart. Tears For Fears’ Everybody Wants To Rule The World (1985) is hierbij waarschijnlijk wel het mooist denkbare commentaar.

P.S. Wie gewend is om op Goeie Nummers ook afbeeldingen te zien, die mogelijkheid lijkt met de laatste versie van deze websoftware verdwenen te zijn., behalve voor wie flink wil betalen. Je mag de beelden er dus helemaal zelf bij bedenken!

Klanken van oorsprong

The Blue DiamondsAfgelopen maandagavond zag ik op NPO2 de documentaire Klanken van Oorsprong van Hetty Naaijkens-Retel Helmrich. Aan de hand van belangrijke hoofdrolspelers wordt hierin het verhaal verteld van de Indische Nederlanders die tussen 1946 en 1960 naar ons land kwamen en hier een muzikale carrière opbouwden. Van vroege rock-‘n-rollhelden als de Tielman Brothers en The Javelins tot The Blue Diamonds, Sandra Reemer en Doe Maar-toetsenist Ernst Jansz.

affiche docu Klanken van oorsprongIk zag de documentaire nu voor de tweede keer, de eerste keer was bij de bioscoop-release in 2018. In de zaal destijds vooral Indische Nederlanders, herinner ik me. Af en toe hoorde ik iemand zachtjes grinniken bij een smakelijke anekdote die de muzikanten, inmiddels flink op leeftijd, opdisten over hun gloriedagen. Soms werd het ook stil in de zaal, als lang verzwegen pijn naar boven kwam, bijvoorbeeld over het onbegrip waarop de Indische Nederlanders destijds in ons land stuitten. (meer…)

Waar zijn de rocksterren?

Karl Ove KnausgardAls je tegenwoordig het woord rockster tegenkomt, lijkt het steeds te gaan over mensen buiten de popmuziek. Thomas Piketty wordt ‘rockster-econoom’ genoemd, schrijver Karl Ove Knausgård ‘literaire rockster’, de alternatief boerende Joel Salatin is de ‘rockster van de landbouw’, Suzanne Schulting ‘de popster in de Nederlandse shorttrackwereld’. Popartiesten zelf worden nauwelijks nog zo aangeduid, dus de vraag rijst: waar zijn de echte rocksterren gebleven?

Uncommon PeopleEen welsprekend antwoord op die vraag wordt geleverd door David Hepworth in zijn boek Uncommon People. The Rise and Fall of the Rock Stars (2017). Volgens de Britse muziekjournalist is de rockster te vergelijken met de cowboy. Ooit werkten er in Amerikaanse Westen echte koeienherders, inmiddels is de cowboy iets van vroeger, een archetype, een benaming voor bijvoorbeeld een ondernemer die zich niks aantrekt van de regels in zijn branche. (meer…)

Een wijk vol popartiesten

muziekwijk AlmereBegin jaren 90 kreeg ook Almere-Stad zijn eigen muziekwijk. Een wijk voor zo’n twintigduizend inwoners, met straten die werden vernoemd naar beroemde componisten en musici. Daarbij bleef men, zoals een stad op nieuw land betaamt, niet in het verleden hangen. Usual suspects Bach, Mozart en Beethoven liggen hier broederlijk naast nieuwlichters als Schönberg en Andriessen, en jazzcats als Louis Armstrong en Duke Ellington worden geflankeerd door hun jongere verwanten: de popartiesten.

Wat zien we hier allemaal: parallel aan de Elvis Presleystraat lopen de Jimi Hendrix- en Bob Marleystraat. Alle drie kruisen ze de doorlopende Rolling Stonesstraat, waarop ook de Beatlesweg en de Supremes- en Golden Earringstraat uitkomen. Geinig popwijkje, ingebed tussen muzikale buurten met chansons, jazz, kleinkunst en klassiek. Ik ben benieuwd hoe het hier zou klinken als deze muziek allemaal tegelijkertijd op orkeststerkte zou worden afgespeeld. (meer…)

Muziek als medicijn: spijt

senecaSpijt is een indringer die zich doorgaans moeilijk laat verdrijven. Filosofen van de stoïcijnse levenskunst beweren dat dergelijke nare gevoelens het gevolg zijn van denkfouten en dat je zo’n fout door logisch redeneren kunt rechtzetten. Maar zonder me met Seneca c.s. te willen meten, vraag ik me af of muziek in dit geval niet veel meer uithaalt dan de ratio.

jackson-browne-nuLuister maar naar These Days van Jackson Browne, van zijn album For Everyman uit 1973. De Amerikaanse singer-songwriter, tegenwoordig een montere 68-jarige die oogt alsof de tijd hem al twee decennia met rust heeft gelaten, was destijds nog een vroegoude jongeling die vaak met de handen in het haar zat. Gelukkig voor ons. (meer…)

Het weekend kan beginnen

sterrenhemelDeze week op Goeie Nummers geen diepzinnige bespiegelingen over het wezen van de popmuziek of voorspellingen hoe het daarmee verder zal gaan. Wel even de spotlight op gewoon een paar associatief gekozen goeie nummers. Van oude bekenden en nieuwe sterren aan het firmament.

London BridgeOp vrijdagmiddag ben ik toe aan wat rustgevende of juist opwekkende tracks. Jij ook? En dan komt Westerman (voluit Will Westerman) goed van pas. De 28-jarige singer-songwriter uit Londen heeft net zijn eerste album Your Hero Is Not Dead uitgebracht. De Volkskrant noemt hem vanwege zijn troostrijke popliedjes ‘de juiste man op het juiste moment’. Dit is zijn single Confirmation uit 2018. (meer…)

Topsport op rijpere leeftijd

399px-Hans_VandenburgEen van de eerste Nederpopbands die ik als tiener in mijn hart sloot was Gruppo Sportivo, in 1978 goed voor hits als Hey Girl en Disco Really Made It. Maar ik had al een hele tijd niet meer aan de Haagse band van frontman Hans Vandenburg gedacht – tot ik eerder deze week mijn versie van de KINK Album Top 1000 ging samenstellen.

Kink betere uitsnedeDaar in die lange KINK-groslijst trof ik de eerste twee, inmiddels klassiek geworden, Gruppo Sportivo-albums aan: 10 Mistakes en Back to 78. Platen om nooit te vergeten. Supermeezingbare liedjes die ook nog eens razendknap in elkaar zitten. Draai Beep Beep Love, Bernadette en Tokyo nog maar eens als het nodig is het geheugen op te frissen. (meer…)

Het mooiste lied voor vader

vaderdagOvermorgen is het Vaderdag. Daarom is Goeie Nummers deze week op zoek gegaan naar een passende popsong om af te spelen als je hem zondagochtend, zeg maar, ontbijt op bed brengt. En hoewel er flink wat goeie vader-nummers bestaan, bleek het geen eenvoudige opgave om een echt goed vaderdaglied te vinden.

loudon wainwright met een gitaarSinger-songwriter Loudon Wainwright III heeft waarschijnlijk meer dan welke artiest ook over gezinsrelaties geschreven, onder meer over zijn vader. Maar in liedjes als Older Than My Old Man Now en Surviving Twin slaat hij de spijker zo nauwkeurig op de kop dat de gezelligheid er enigszins onder lijdt. En wat ook niet echt stemmingsverhogend werkt – de zanger zingt over een vader die er niet meer is. (meer…)

Kippenvel – Banks of the Nile

Fotheringay2Vandaag op Goeie Nummers voor de verandering een liedje dat echt oud is, misschien wel twee eeuwen, maar dan in een versie van slechts een halve eeuw geleden: Banks of the Nile, van de Britse folkrockgroep Fotheringay.

Richard_Redgrave_-_The_Emigrants'_Last_Sight_of_HomeFotheringay behoorde tot de lichting Britse bands die zich eind jaren 60 afwendden van de Amerikaanse stadse popmuziek van die tijd. In plaats daarvan richtten bands als The Watersons, Pentangle en Fairport Convention zich op het eigen land. Ze zochten naar oude volksliederen die op het Britse en Ierse platteland van generatie op generatie werden doorgegeven, om daar vervolgens een eigenwijze moderne draai aan te geven. (meer…)