popmuziek

Alleen kunnen zijn

hugIn deze coronatijd moeten we vanwege de ‘intelligente lockdown’ heel wat moeilijke dingen leren: gepaste afstand houden, hulp vragen – en alleen zijn. Vooral voor alleenstaanden kan dat laatste zwaar zijn. Een hug, een schouderklopje, samen eten, drinken, smoezen of bingewatchen – een groot deel van de dingen die het leven normaal kleur geven zijn nu onmogelijk.

stilteIn de krant las ik gisteren een artikel dat betoogt dat we deze periode goed zouden kunnen gebruiken voor persoonlijke groei. We hebben nu een uitgelezen kans om te leren alleen te zijn. Want alleen in de stilte van het alleen-zijn, als je loskomt van de oordelen van anderen, kom je te weten wie je echt bent. Best interessant, vind ik, maar nu even niet, want de opdracht voor Goeie Nummers is op dit moment om uit te zoeken wat het geluid van de popmuziek kan bijdragen.

Eerder zagen we dat popliedjes ons maar heel beperkt kunnen helpen bij het bewaren van gepaste sociale afstand, maar gelukkig des te meer bij hulp vragen. Hoe is dat bij alleen thuis zitten? Hebben we genoeg liedjes die afleiding, troost, bemoediging of relativering van de eenzaamheid kunnen bieden?

flessenpostHet eerste antwoord is een dikke JA. Want elk liedje is goedbeschouwd een boodschap van een roepende in de woestijn, op goed geluk en met veel hoop de wereld in geslingerd. Wie die boodschap weet op te vangen is meteen op intieme wijze met de afzender verbonden –  en indirect met een uitgebreid gezelschap van gelijkgestemde muziekliefhebbers.

Dr. John met schedel op pianoMaar er moeten ook liedjes zijn die specifiek iets kunnen betekenen voor wie nu in zijn eentje thuis moet zitten. Bijvoorbeeld vanuit het motto ‘gedeelde smart is halve smart’. De eerste kandidaat is wat mij betreft toch wel Locked Down van Dr. John, over de ervaringen die de zanger-pianist in de jaren 60 zelf in de gevangenis van Fort Worth opdeed. Lekkere groove ook.

Richard MarxMaar het kunnen ook liedjes zijn die de eenzaamheid juist door relativering draaglijk maken. Door je het vertrouwen te geven dat je je dierbaren na de lange afzondering weer gewoon in de armen kunt sluiten, zoals in Richard Marx’ Right Here Waiting. Of door humor in te zetten. Denk aan Loudon Wainwright III, die in Living Alone opsomt met welke doelloze handelingen we zoal de verveling proberen te verdrijven als we de hele dag alleen thuis zijn. Heel herkenbaar.

Joan Armatrading Me Myself IEr zijn ten slotte ook artiesten die het probleem een totaal andere draai geven. Volgens hen ís er namelijk helemaal geen probleem. In Me Myself I zingt Joan Armatrading de lof van het alleen-zijn, net als Klein Orkest in Laat mij maar alleen. Gezelschap is ook niet alles, willen ze maar zeggen. Dat is misschien ook iets om te denken als je het moeilijk hebt.

Pas goed op jezelf en op elkaar, en fijn weekend!

 

 

Hulp vragen

In reactie op de coronaperikelen schieten overal in Nederland en de rest van de wereld de hulpinitiatieven als paddenstoelen uit de grond. Dat is heel mooi om te zien, en tegelijkertijd valt op dat het aanbod tot nu toe de vraag ruimschoots overstijgt. Hoe zou dat komen? Zijn er echt zo weinig mensen die hulp kunnen gebruiken?

Volgens psychologen is de oorzaak van de mismatch waarschijnlijk een andere: hulp geven is vele malen gemakkelijker dan het vragen of hulp aannemen. Want hulp vragen wordt toch vaak als een nederlaag ervaren of levert het knagende gevoel op dat je een ander met jouw sores belast. Dat is zonde, te meer omdat het desastreus is om te lang te wachten, want dan wordt het steeds moeilijker om uit de shit te komen. Zouden er geen popliedjes zijn die mensen helpen om de moeilijke taak om hulp te vragen?

De eerste die me te binnen schiet, is Billy Swann. Hij had begin jaren 70 een dijk van een hit met I Can Help. Het lekker deinende nummer, met dat vrolijk zeurende orgeltje, laat mij voelen hoe heerlijk het moet zijn om degene te zijn die zijn diensten kan aanbieden. Knoop dit in je oren als je assistentie zoekt – je doet er iemand een ongelooflijk plezier mee als je zijn of haar hulp aanneemt.

hoes Help!Beatle John Lennon zag al vroeg in dat hij het in zijn eentje niet kon redden. In 1965 schreef hij Help!, misschien wel de eerste popsong over de fundamentele onzekerheid van de naoorlogse generatie. Een paar jaar later deed de Beatle het nog eens dunnetjes over met With A Little Help From My Friends. De boodschap: iedereen heeft soms een helpende hand nodig, je hoeft het niet allemaal altijd alleen te doen of te kunnen.

Dat je je niet altijd bescheiden hoeft op te stellen, liet Van Morrison in 1974 horen in Help Me, een cover van Sonny Boy Williamson. ‘Bring me my night shirt, put on your morning gown / If you don’t help me I’m gonna find me someone else’. Gebiedende wijs, ultimatums, dat werk. Het moet je liggen, maar de aanpak is best verfrissend.

Mick Hucknall van Simply Red hield in Money’s Too Tight To Mention (1985) eerst zijn hand op bij de bank, toen bij zijn broer en zijn vader. Overal nul op het rekest. Want dat hoort ook bij hulp vragen – accepteren dat je verzoek niet altijd wordt ingewilligd. Maar wat het nummer vooral toont, is hoe gewoon hulp vragen is.

De frontman van Simply Red verzon dit natuurlijk niet helemaal zelf, hij borduurde voort op Sam Cooke’s oer-hulpnummer A Change Is Gonna Come, hier in de onovertroffen versie van Aretha Franklin. De ik-figuur in deze soulklassieker is bijna aan het eind van haar Latijn. ‘Then I go to my brother, and I asked him Brother, could you help me please’ / he said Good Sister, I’d like to but I’m not able, / And when I looked around I was right back down on my bended knees.’ Ondanks de tegenslagen blijft de grondtoon optimistisch: ‘A change is gonna come’. Aan de trotse en waardige houding kun je je ook vasthouden. Goed weekend, pas goed op jezelf en elkaar!

Sociale afstand

Het buzz-woord van de afgelopen week was ongetwijfeld ‘social distancing’, het bewaren van gepaste sociale afstand. Er wordt veel heil van verwacht. Het coronavirus zelf, de informatiestroom en de maatregelen grijpen diep in ons leven in. Er is soms paniek of angst, maar vaker zien we nieuwe uitingen van saamhorigheid, al of niet digitaal. Zoals in Italië, waar buurtgenoten vanaf hun balkon met elkaar musiceren.

Zijn er popliedjes die ons nu kunnen helpen? Het eerste antwoord is: een volmondig ja. We hoeven niet zoals in de 19e eeuw samen te komen om muziek te kunnen beleven – er staat ons een gigantische bibliotheek van liedjes ter beschikking die we op elk moment en op elke plek kunnen afspelen. Maar zijn er liedjes die specifiek raad of steun bieden bij social distancing? (meer…)

Albumverjaardag – Déjà Vu van CSN&Y

Goeie Nummers heeft de pretentie voorbij te gaan aan de waan van de dag. Daarom vandaag niets over virussen, epidemieën of vreemdelingenangst. Wel iets over de waan van de dag van toen. Afgelopen woensdag precies 50 jaar geleden kwam Déjà Vu van Crosby, Stills, Nash & Young uit. Een album dat, om in moderne termen te blijven, flink gehypet werd. Of was de euforie over Déjà Vu achteraf niet meer dan terecht?

Het enthousiasme rond CSN&Y had in elk geval een basis in de realiteit. De vier twintigers hadden in 1969 al een behoorlijke staat van dienst toen ze bij elkaar kwamen: David Crosby bij The Byrds, Graham Nash bij The Hollies, Stephen Stills en Neil Young bij Buffalo Springfield. En op de beste momenten vulden hun talenten en temperamenten elkaar ook fantastisch aan: de vier stemmen die wonderschoon samenvloeiden; het Britse popgevoel van Nash dat iets extra’s aan de Amerikaanse folk en rock gaf; de rauwe emotionaliteit van Canadees Young die net de nodige bite toevoegde.

Maar die diversiteit was ook de zwakte van CSN&Y. De ego’s waren zeker zo groot als de talenten. De verhalen over de onderlinge botsingen, aangewakkerd door chronisch cocaïnegebruik, zijn legendarisch. De boel klapte al snel. Er volgden nog wel hele en halve reünies, maar nooit haalde het viertal het oude niveau. Zo werd de band door de jaren heen steeds meer een mythe. Een mythe die je kunt samenvatten met de letters SRW: Supergroep, Rocksterren en Woodstock. Allemaal fenomenen die meer tijdgebonden bleken dan destijds werd gedacht.

Het begrip Supergroep kwam eind jaren 60 in zwang als aanduiding voor een band met artiesten die elders al naam hadden gemaakt, zoals Cream en Blind Faith. Het idee was dat zoveel opgestapeld poptalent een band moest opleveren die alle andere zou overtreffen. De term zou in de popjournalistiek nog lang worden gebruikt, maar steeds vaker tussen aanhalingstekens.

Het begrip Rockster werd in CSN&Y het best belichaamd door David Crosby, wiens levensstijl werd gekenmerkt door de aloude combinatie seks, drugs en rock-‘n-roll – op zijn 33e moest hij vanwege een geperforeerd neustussenschot al overstappen op het freebasen van coke. En de Woodstock-idealen van liefde en engagement? Ook die bleken niet bestand tegen de realiteit van mens en maatschappij. De vraag rijst: zijn Déjà Vu en CSN&Y niets meer een schim, is er niets van de magie overgebleven?

Allesbehalve. In de eerste plaats voor mijzelf. In 1976 – CSN&Y was inmiddels al uiteengevallen in solo- en duocarrières – zat ik in de eerste klas van de middelbare school. Niet de makkelijkste levensfase. Zoals veel pubers worstelde ik met mijn plek in de klas en in het grote geheel der dingen. Op dat moment verschenen Crosby, Stills, Nash & Young als reddende engelen, die mij onherroepelijk de fascinerende draaikolk van de popmuziek in trokken. Ik ben ze er nog steeds dankbaar voor.

Maar hun invloed gaat natuurlijk veel verder. CSN&Y hebben de meerstemmigheid, voorheen vooral iets voor ‘oubollige’ genres als barbershop en serieuze meezingkoren, de rock-‘n-roll in gebracht. Groepen als Eagles, Venice en Fleet Foxes doen er nog steeds hun voordeel mee. Ook hun eclectisch omgang met diverse Amerikaanse muziektradities en de combinatie van akoestische en elektrische nummers heeft navolging gekregen in acts als Wilco en Ryan Adams.

Maar het belangrijkste ervaar je als je Déjà Vu gewoon weer eens opzet. Spannende, rijke muziek, dat is het. Nog steeds. Tijdloos. Mijn persoonlijke smaak bleek in de afgelopen 45 jaar een beetje veranderd. Mijn favorieten nu zijn nummers die ik destijds te gekunsteld vond: Country Girl en de jazzy titeltrack. Maar mijn topnummer is in al zijn eenvoud gewoon het topnummer gebleven dat het altijd al was: 4 + 20.

Gerechtigheid

Af en toe ontwaakt in mij een koene ridder die onversaagd en onbaatzuchtig opkomt voor de verdrukten der aarde. Meestal gaat het dan om ondergewaardeerde artiesten of platen. Daarbij bevind ik mij als 21e-eeuwse Robin Hood in goed gezelschap: in de popjournalistiek zijn zulke rechtvaardigheidscampagnes een genre op zichzelf geworden.

Zo heb je om te beginnen het fenomeen van het Vergeten Meesterwerk: een plaat dat om onbegrijpelijke redenen uit beeld is geraakt. Denk aan Tunnel of Love van Bruce Springsteen of Who Are You van The Who – doen ze een belletje rinkelen? Daarnaast zijn er de Icoon-Rehabilitatie-acties: een artiest die ooit door de hele popwereld werd omarmd maar daarna zo werd verguisd dat dit beeld inmiddels weer rechtgezet moet worden. Denk Sting, Mark Knopfler of Phil Collins.

De derde vorm draait om een artiest die tot dusver ten onrechte te onbekend en te onbemind is gebleven en voor wie de popscribent ‘een lans breekt’. Voorbeelden daarvan zijn ex-Byrds Gene Clark (1944-1991) en singer-songwriter Laura Nyro (1947-1997), die postuum meer erkenning kregen dan bij leven.

Maar als de artiest nog leeft kan zo’n campagne natuurlijk een stuk meer impact hebben, zoals bij de Amerikaanse singer-songwriter en multi-instrumentalist Emitt Rhodes (Decatur, Illinois, 1950). Begin jaren 70 bracht Rhodes vier albums uit met inventieve melodieuze folkrock, maar na Farewell to Paradise (1973) leek Rhodes voor altijd afscheid te hebben genomen van de muziekbusiness.

Het lot beschikte anders. In 2001 gebruikte filmregisseur Wes Anderson (Moonrise Kingdom, The Grand Budapest Hotel) een track van Rhodes voor zijn film The Royal Tenenbaums. Acht jaar later maakte de Italiaanse filmmaker Cosimo Messeri een veelgeprezen documentaire over de lotgevallen van de onfortuinlijke singer-songwriter, onder de titel The One Man Beatles. Een jaar later gevolgd door het album Long Time, No See – A Tribute to Emitt Rhodes, waarop verschillende artiesten zijn nummers coveren.

Al die aandacht moet effect hebben gesorteerd, want in 2016 verscheen na een paar single-releases in 2015 eindelijk Rhodes’ eerste volwaardige album in 43 jaar: Rainbow Ends. De verwachtingen van critici en publiek waren door vier decennia radiostilte flink opgeschroefd – en de plaat loste ze nog in ook.

Rainbow Ends klinkt totaal niet hip en had in feite gewoon in de jaren 70 gemaakt kunnen worden, de tijd dat Rhodes optrad in The Troubadour in Los Angeles, de vaste hang-out van de Californische folkrockscene. Maar gek genoeg klinkt de plaat niet ouderwets – dit soort singer-songwriterpop is in de tussentijd kennelijk tijdloos geworden.

Rainbow Ends is een gevarieerde plaat met gevoelige ballads, melodieuze rockers en bluesy popsongs. Rhodes’ stem klinkt verrassend jong voor zijn 65 jaar, de melodieën wedijveren met die van Paul McCartney, zijn teksten zijn direct en persoonlijk. Het is zo’n topplaat waarvan je niet precies kunt zeggen wat hem zo goed maakt, maar die je graag telkens weer opzet.

Ik ben heel blij dat Wes Anderson en Cosimo Messeri begin deze eeuw de koene ridder in zichzelf hebben opgetrommeld. Want vóór 2016 had ik nog nooit van Emitt Rhodes gehoord, en nu kan ik op mijn beurt voor gerechtigheid voor deze onderschatte artiest pleiten: het is werkelijk ónbegrijpelijk dat deze artiest tot dusver zo weinig erkenning heeft gekregen – dus check him out!

Het mooiste Valentijnslied

Aan het eind van de Middeleeuwen begonnen we de sterfdatum van een 3e- of 4e-eeuwse bisschop, de heilige Valentinus, te koppelen aan de liefde. Anno 2020 spelen winkeliers en online retailers volop in op deze oude christelijke traditie. En of je het nou leuk vindt of niet, popmuzikanten blazen ook op dit gebied hun partijtje mee. Logisch, de halve popmuziek draait tenslotte om de liefde. Maar hoe vind je te midden van al die liefdesliedjes het mooiste Valentijnslied?

Je moet je in elk geval niet laten leiden door songtitels. Zowel David Bowie (op Brand New Day uit 2013) als James Taylor (op Never Die Young uit 1988) maakte een nummer met de titel Valentine’s Day – en beiden gaan over moord en doodslag! Misschien kunnen we beter eerst even teruggaan naar de bron, de legende van Sint-Valentijn.

Volgens de overlevering kreeg bisschop Valentinus op een dag bezoek van een jong paar, een heidense soldaat en een christelijke vrouw, met het verzoek om hen te huwen. De wet verbood destijds zo’n verbintenis, maar omdat de bisschop de liefde zwaarder vond wegen dan de wetten van de keizer in Rome, voldeed hij aan hun verzoek. Met voorspelbare en voor hem rampzalige gevolgen.

Voor mij is het mooiste Valentijnslied dan ook niet per se de meest romantische popsong, maar een lied waarin het draait om moed, om het doorbreken van maatschappelijke scheidslijnen omwille van de eeuwigdurende liefde. Welke popsong steekt er in dit opzicht bovenuit?

Mijn gedachten gingen eerst naar het ultieme onmogelijke-liefdeslied Somewhere uit West Side Story: twee geliefden die de vijandschap tussen hun beider clans trotseren om bij elkaar te kunnen zijn. Maar deze musicalsong, met melodieën ontleend aan Tsjaikovski en Beethoven, is mij toch net iets te ver van mijn rock-‘n-rollbed.

Mijn mooiste Valentijnslied is heel wat minder theatraal: het ontsproot aan de schrijvershand van outlaw-countryster Merle Haggard (1937-2016): Irma Jackson. Dit nummer over interraciale liefde verscheen op zijn album Let Me Tell You About a Song uit 1972, maar was al een paar jaar klaar. De reden: platenlabel Capitol achtte het onderwerp te controversieel om het uit te brengen.

De verteller in Irma Jackson verhaalt hoe hij en Irma als kinderen altijd probleemloos met elkaar omgingen, maar hoe de houding van de buitenwereld veranderde toen er liefde in het spel kwam:  ‘we grew up too quickly in a world that draws a line / Where they say Irma Jackson can’t be mine’.

Hoewel het karakteristieke country-huppeltje anders doet vermoeden, is dit een Valentijnslied met een donker randje. Voor de twee geliefden loopt het niet goed af. De omstandigheden dwingen Irma te vertrekken. Maar de zanger beseft dat hij altijd van haar zal blijven houden. Zo is is Irma Jackson het perfecte lied voor 14 februari: een levensechte liefdestragedie in iets meer dan twee minuten, waarin de liefde op de een of andere manier toch zegeviert. En onderhuids heeft het lied voor ons 21e-eeuwers misschien nóg een hoopvolle boodschap: dat het nu niet meer geschreven zou worden.

Wie overigens niet van Valentijnsdag maar wel van goeie muziek houdt, heeft misschien iets aan dit lijstje fraaie anti-liefdesliedjes. Goed weekend!

Ghosteen van Nick Cave: draak of meesterwerk?

ben ik nou gekSoms hoor je een plaat waar recensenten dolenthousiast over zijn, maar die jou niets doet. Je vraagt je af of het aan jou ligt, of je misschien nog een keer moet luisteren, op een beter tijdstip – en soms is dat ook zo – maar soms krijg je geleidelijk het vermoeden dat je misschien een van de weinigen bent die ziet dat de keizer geen kleren aanheeft.

mIchael kiwanukaIk had dat bijvoorbeeld bij Morning Phase van Beck, prominent aanwezig in de albumlijstjes van 2014: suffe prut van de voormalige ‘wonderboy’. En Michael Kiwanuka’s bejubelde Love & Hate uit 2016, dat mij in tegenstelling tot zijn eersteling volkomen koud liet. Vorig najaar kwam er een album uit dat zo’n zelfde discussie opriep, niet zozeer bij mij, maar tussen popjournalisten en fans: Ghosteen van Nick Cave. (meer…)

Duel tussen twee classic albums

duelDeze week stormt het in mijn hoofd. Twee klassieke popalbums, allebei een halve eeuw oud, strijden om mijn aandacht: Bridge Over Troubled Water van Simon & Garfunkel (26 januari 1970) en Moondance van Van Morrison, dat welgeteld één dag later uitkwam. Beiden maken aanspraak op de hoogste eer, willen dat ik partij kies. We laten ze netjes na elkaar pleiten, in volgorde van anciënniteit.

bridge over troubled waterBridge Over Troubled Water: de zwanenzang van Paul Simon en Art Garfunkel als duo balt hun werk van vijftien jaar samen. Twee stemmen die zo lang onafscheidelijk leken en samen evergreens als The Sound of Silence, Mrs. Robinson, Scarborough Fair en Homeward Bound tot grote hoogten zongen, nemen hier afscheid van elkaar en van ons. Op de toppen van hun kunnen, dat maakt het extra tragisch. Luister naar The Boxer en de tijdloze titeltrack, in 1971 grandioos gecoverd door soul- en gospelkoningin Aretha Franklin. (meer…)

Wat zegt een bijnaam?

Ruud GullitEen goeie bijnaam doet veel. Ruud Gullit werd ‘De Zwarte Tulp’ genoemd, Eddy Merckx ‘De Kannibaal’. Jan Marijnissen was ‘Het Orakel uit Oss’, Margaret Thatcher ‘The Iron Lady’ en Angela Merkel was eerst ‘Das Mädchen’ en daarna ‘Mutti’. Allemaal aanduidingen die de publieke figuren nog wat extra boven andere stervelingen doen uitstijgen en tegelijkertijd de emotionele afstand tussen volk en icoon verkleinen.

Bruce SpringsteenPopartiesten kunnen hier natuurlijk niet bij achterblijven – denk aan ‘The Fab Four’ (The Beatles), ‘Your Majesty’ (Mick Jagger), ‘The Boss’ (Bruce Springsteen) en ‘The Queen of Soul’ (Aretha Franklin). Veelzeggende bijnamen, maar net als bij moppen en broodjeaapverhalen is de herkomst vaak in nevelen gehuld. Niemand kan of wil precies vertellen wie de naam heeft verzonnen, wanneer en waarom. (meer…)

Beste Curtis,

Curtis Mayfield 2Allereerst: sorry dat ik je nu pas schrijf in plaats van twee weken geleden, op 27 december 1999, precies 25 jaar na je vertrek naar de pophemel. Een moeilijk afscheid was het, negen jaar na het bizarre ongeluk in New York toen een lichtbalk precies op je nek terechtkwam en je bijna totaal verlamd raakte. Laten we het daar niet meer over hebben.

Traveling SoulNiet dat alle moeilijke dingen nu van tafel zijn. Ik ben nog een beetje in shock na het lezen van jouw levensverhaal, zoals opgetekend door je zoon Todd in Traveling Soul. The Life of Curtis Mayfield. Mijn beeld van jou is gekanteld en nog niet tot stilstand gekomen. Ik realiseer me dat ik je minder goed kende dan ik dacht, en dat je anders was dan ik dacht. En niet per se beter. (meer…)