popmuziek

Met welke popster deel jij je verjaardag?

Wist je dat je in een groep van twintig mensen een kans van 41,1% hebt dat er minstens twee mensen dezelfde verjaardag hebben? En in een groep van dertig mensen zelfs 70,1%? Meer dan je dacht waarschijnlijk. Dit geinige weetje haalde ik uit de column van Ionica Smeets in de Volkskrant van afgelopen zaterdag. Altijd leuk voor op feestjes als we die ooit weer gaan hebben, en ik moest ook denken aan een dik boek over ‘de geheime taal van verjaardagen’ dat ik lang geleden onder ogen kreeg.

The Secret Language of Birthdays beschrijft 366 persoonlijkheidsprofielen op basis van een mix van astrologie, numerologie, intuïtie en tarot. Ik geloof natuurlijk totaal niet in die dingen, maar natuurlijk toch meteen naar mijn eigen geboortedag: 2 oktober. En daar viel mijn oog, tussen enkele zeer herkenbare inzichten over de sterke en zwakke kanten van mijn karakter, op een lijstje beroemdheden met dezelfde geboortedag.

Het lijstje bevatte diverse historische figuren die iets hadden betekend in de wereld, zoals Mahatma Ghandi, Koning Richard III van Engeland en Groucho Marx. En ook: Sting. Omdat popartiesten mijn speciale belangstelling hebben, ging op de pakkend getitelde site I Hope To Die Before I Get Old op zoek naar artiesten die op diezelfde dag geboren zijn. Wie ik daar vond: Don McLean. Gillian Welch. Brittany Howard. En Sting natuurlijk. Alle vier klasse-artiesten, en net als ik bij het 2-oktoberclubje. Jee.

Ik werd een beetje stil bij de gedachte dat Don, Sting, Brittany en Gillian en ik alle vijf jaarlijks op 1 oktober moeilijk de slaap kunnen vatten en de dag erna alle vijf tegelijk bezig zijn met kaarsjes uitblazen. Nu ik dit weet voel ik meer een connectie met hen. Ik zie ook de overeenkomsten tussen ons opeens veel beter. De voorkeur voor melodieuze of juist meer monotone zanglijnen, de snellere of juist tragere ritmes, de balans tussen traditie en vernieuwing. Alle puzzelstukjes lijken op de een of andere manier eindelijk in elkaar te passen.

Eerst waren het gewoon vier gave artiesten, maar ik voelde toch altijd een bepaalde afstand. Nu zie ik Don, Gor (Sting heet eigenlijk Gordon), Britt en Gill als een soort vrienden, mensen die ik met meer dan gewone belangstelling volg bij alles wat ze voortaan in hun leven doen. Misschien kan ik ook een keer op de gastenlijst komen, af en toe een appje met een leuk kattenfilmpje.

Het mooist lijkt me als we een keer samen onze gemeenschappelijke verjaardag kunnen vieren, met al onze eigen vrienden erbij. Een beetje groot, in een tuin bij een van Stings landhuizen. Leuk. En dat we dan een gelegenheidscombo formeren met de heer des huizes natuurlijk op bas, de rest zang en gitaar, en dat ik dan de koebel voor mijn rekening neem. Ik weet zeker dat we elkaar goed aanvoelen, niet voor niets allemaal Weegschalen, dus uitgebalanceerd en goed kunnende luisteren. In gedachten hoor ik de fenomenale muziek van de 2Octobers al uit de speakers komen, staande ovaties … extra buiging voor de fans…

Ho. Ik ging een beetje te veel op in mijn fantasie, geloof ik. Sorry. Hoe kwam ik ook alweer op dit onderwerp? O ja, die column van Ionica Smeets. Waarin ze vertelt hoe verrassend groot de kans is dat je iemand treft die op dezelfde dag… O. Ja. Die kansberekening is wel een dompertje. De 2-oktoberclub is vast minder select dan ik dacht. Nou ja, het geeft ook niet. Al met al was het een boeiend uitstapje waarin ik mijn band met een paar bijzondere artiesten heb versterkt en nieuwe verbanden ben gaan zien.

Ben jij ook benieuwd met welke popartiesten jij je verjaardag deelt? Kijk op I Hope I Die Before I Get Old. Ik wens je veel nieuwe vrienden toe!

Kunnen mensen elkaar veranderen?

Vorig jaar las ik de roman Normal People van de Ierse schrijver Sally Rooney (1991). De roman vertelt het verhaal van twee jonge mensen van rond de twintig, Marianne en Connell, die een aantal jaren en enkele tragische misverstanden nodig hebben om de ballast van hun jeugd achter zich te laten en erachter te komen dat ze toch echt voor elkaar bestemd zijn.

Zo samengevat is het een weinig opzienbarend verhaal, maar de kracht van Normal People, verschenen in 2018, zit in de meeslepende wijze waarop de groeipijnen van en de interactie tussen de twee hoofdpersonen worden weergegeven. En ook in de subtiele manier waarop het boek de lezer laat nadenken over de invloed die mensen op elkaar kunnen uitoefenen. Aan het eind van het boek stelt auteur Rooney bij monde van Marianne dat ‘mensen elkaar echt kunnen veranderen’. Op het eerste gezicht een vreemde bewering, want we weten immers allemaal dat je een ander mens niet kunt veranderen, en dat je zoiets ook niet zou moeten willen. Toch?

Maar Rooney lijkt iets anders te bedoelen; zoiets als dat de juiste persoon op het juiste moment een ander ontvankelijk kan maken voor zijn of haar invloed, ook al snapt niemand precies hoe dat komt. Het boek zette mij aan het denken over persoonlijke ontwikkeling. Hoe veranderen we eigenlijk in de loop van ons leven? Doen we dat autonoom, of door tussenkomst van anderen, en als dat laatste zo is: hoe ontstaat die ontvankelijkheid voor die invloed van buitenaf dan? En ik vroeg me af wat popartiesten over dit existentiële onderwerp te melden hebben.

Het eerste nummer dat me te binnen schoot: Mind van Talking Heads, waarin de Newyorkse band de drang om de ander te veranderen karakteristiek obsessief onderzoekt, met een opsomming van alle dingen die er in elk geval niet voor zorgen: tijd, geld, drugs, religie, wetenschap. De conclusie: ook de zanger zal het niet lukken, hoe hard hij het ook probeert. David Byrne zat duidelijk meer op het spoor van frustratie en machteloosheid dan van ontvankelijkheid. Wel een lekker nummer, trouwens.

Dan Aretha Franklin met A Change: I wanna see a big change, big change in you, baby. Ook hier is ontvankelijkheid niet echt de focus. Dit is keihard onderhandelen vanuit macht, waarbij de sanctie zich laat raden. Of deze poging tot beïnvloeding veel kans van slagen heeft? Ik twijfel. Dan geef ik het eveneens tamelijk dwingende I Put A Spell On You (hier in de oorspronkelijke versie van Screaming Jay Hawkins) toch meer kans.

Aan de andere kant van dezelfde medaille vinden we liedjes waarin iemand zich voorneemt om te veranderen, zoals singer-songwriter Delbert McClinton in I’ll Change My Style. Maar de aanleiding is vaak een ontevreden (ex-)geliefde, dus de verandering komt ook hier niet uit de persoon zelf, zodat ik blijf twijfelen aan de houdbaarheid van dit goede voornemen.

Zijn er dan geen liedjes waarin de invloed van de een op de ander zegenrijk en min of meer onbedoeld is, zoals in Normal People, waar Mariannes onafhankelijke opstelling een lichtend voorbeeld is voor Connell, net zoals Connells beschermende liefde Marianne een positievere blik op zichzelf geeft? Toch wel. Een beetje zie je het bijvoorbeeld in Baby, Please Make a Change van acteur-muzikant Hugh Laurie en zanger Tom Jones. Jones smeekt zijn geliefde om hem en andere mensen voortaan beter te behandelen, waarbij hij niet alleen aan de voordelen voor zichzelf denkt: Baby, please make a change, I think it will do you good.

Jon Dee Grahams The Change is ook een goede kandidaat, al lijkt dit verhaal minder te gaan over groei dan over berusting. De eigenzinnige Amerikaan met de fijne gromstem daalt diep af in zijn eigen psyche om de grote impact van een niet nader aangeduide ander op hemzelf te duiden: The old ways are now left behind / You are weighin’ on my mind (…) Do you see the change in me?

De Britse americana-crooner Nick Lowe (1949) lijkt daarentegen meer een aanhanger van de autonome visie. In zijn lied People Change (At My Age, 2007) is de mogelijke invloed van de ene persoon op de andere verwaarloosbaar. Verandering komt alleen vanbinnen en is onvermijdelijk, houdt hij ons laconiek voor, verzet je er maar niet tegen. Het is de ervaring die hier spreekt, meen ik basis van Lowe’s biografie te kunnen zeggen.

Maar Lowe zou Lowe niet zijn als hij deze opvatting op hetzelfde album niet ook weer onderuit zou halen. In openingstrack A Better Man tapt hij uit een heel ander vaatje. Hij zingt vanuit het perspectief van een man die door toedoen van zijn geliefde eindelijk diverse donkere bladzijden kan omslaan: I can’t go on living this way / and that’s a fact I know you understand / I don’t know much, but one thing’s for certain / you make want to be a better man. En zo kunnen Lowe en Rooney elkaar ondanks het leeftijdsverschil de hand schudden.

3 x Engeland

Toen ze nog bij de EU hoorden konden we ze vaak wel schieten, die eigenwijze Britten. Toen ze aan de Brexit gingen doen nog meer. Maar nu ze zich in overdrachtelijke zin zeker 200 mijl van ons verwijderd hebben, beginnen we die excentrieke eilanders toch wel een beetje te missen. Het is misschien ook daarom dat ik de laatste weken behoorlijk verslingerd ben geraakt aan drie vrij recente acts uit het VK: Snowpoet, Sault en Arlo Parks.

Snowpoet laat zich moeilijk in een hokje stoppen. De pers maakt wel vergelijkingen met Björk, maar wat mij betreft is de IJslandse zangeres een stuk minder aards dan dit Londense duo. Hun recente album Wait For Me bevat folkachtige popsongs met sterke melodische hooks, ingebed in subtiele elektronica. Er zit iets mysterieus in, iets dat sluimert maar ook kan opflakkeren en misschien zelfs uitbarsten. Grootste troef van Snowpoet is zangeres Lauren Kinsella, die afwisselend intiem, ontwapenend, afstandelijk en groots klinkt. Ze houdt je als luisteraar als het ware aan een touwtje, zodat je aandacht steeds opnieuw naar haar toe wordt getrokken. Luister bijvoorbeeld naar Roots.

Het anonieme Britse collectief Sault was de revelatie van vorig jaar, met maar liefst twee goedgevuld albums die soul, afrobeat en pop sensueel met elkaar laten dansen. De Volkskrant ondernam vorig jaar een vergeefse zoektocht naar de identiteit van ‘de Banksy van de muziekwereld’; we doen het dus maar met de muziek.  De twee albums, respectievelijk getiteld Untitled (Black Is) en Untitled (Rise), bieden samen ruim anderhalf uur van al het goede van oude en nieuwe soul, met indringende teksten die lijken te refereren aan de Black Lives Matter-beweging. Dat ik You Know It Ain’t ontzettend irritant vind, is waarschijnlijk precies de bedoeling. Mooi voorbeeld: Uncomfortable.

Dan Arlo Parks. Haar album Collapsed In Sunbeams heb ik twee dagen achter elkaar op repeat gehad. Betoverend is bijvoorbeeld Black Dog, een lied vol mededogen voor wie geplaagd wordt door gevoelens van depressie – met een akoestische gitaartje dat zó gaaf net achter de beat aanslentert dat het de zwarte hond bijna zou kunnen wegjagen. Hope heeft hetzelfde thema, maar dan op een fijne jazzy groove. Als tegenwicht tegen de donkere thema’s heeft Collapsed In Sunbeams een warm en open geluid en biedt het album gelukkig voldoende opwekkende licht-funky pop om je een hele goede vrijdagavond te geven. Daarbij is Arlo niet alleen gezegend met een mooi relaxed stemgeluid, maar ook met fantastische begeleiders die minstens de hele Motown-catalogus van buiten kennen!

Aan het begin van dit stukje bedacht ik dat mijn interesse in deze drie Britse acts te maken kon hebben met weemoed die voortkomt uit de Brexit. Maar misschien heeft het minder met mij en meer met de artiesten zelf te maken. Deze acts uit het VK klinken buitengewoon geïnspireerd en zelfbewust. Alsof ze een nieuwe bladzijde in de popgeschiedenis willen omslaan. Is vergezocht om te denken dit nieuwe elan te maken heeft met het gevoel van urgentie van een natie die zojuist weer op eigen benen is gaan staan? Als dat zo is, staat ons nog veel moois te wachten. Een geluk bij een ongeluk.

Het mooiste vogellied

Het is de tijd waarin we elke ochtend weer vogels horen, als aankondiging van de lente. Gisteren liep ik in een bos, mijn oren gespitst op het geluid van onder meer vinken en spechten, en ik moest denken aan alle bijzondere en vreemde vogels in de popmuziek. Aan bands genoemd naar vogelsoorten, zoals The Eagles, The Black Crows, Old Crow Medicine Show, The Byrds en Noel Gallagher’s High Flying Birds, om er een paar te noemen. En aan de liedjes die aan onze gevederde vrienden zijn gewijd.

Net zoals dichters van oudsher veel vogels in hun werk opvoeren, moeten de overeenkomsten tussen deze twee zingende diersoorten ook voor veel liedschrijvers te groot zijn om te negeren. Mannetjesvogels zingen onder meer om hun territorium af te bakenen en vrouwtjes te lokken. Ik ben vast niet de enige die hierin iets van het type rockzanger herkent. In elk geval zijn er flink wat vogelliedjes in de rock-‘n-roll te spotten – en er zitten hele mooie tussen.

Sommige artiesten lijken echt iets met vogels te hebben. The Beatles zongen niet alleen het beroemde Blackbird, maar ook And Your Bird Can Sing, Free As a Bird, Blue Jay Way en Norwegian Wood (This Bird Has Flown). Neil Young liet Birds, Danger Bird en Expecting to Fly los in de wereld. Ook de Zeeuwse singer-songwriter broeder Dieleman heeft verschillende vogelnummers op zijn naam staan.

Misschien roepen zangvogels wel de meeste identificatie op met deze menselijke zangvogels: zie bijvoorbeeld de vele nachtegalen die in popsongs optreden. ik denk als eerste aan On The Wings Of A Nightingale (The Everly Brothers, maar geschreven door Paul McCartney). Zowel Howling Bells, Norah Jones en Low namen drie verschillende liedjes met de titel Nightingale op, waarvan vooral de laatste met de prachtige samenzang van goudkeeltjes Alan Sparhawk and Mimi Parker uitnodigt om het luchtruim te kiezen.

In sommige vogelliedjes is de stemming wat minder harmonieus. In Joni Mitchells Black Crow (I’m like a black crow flying, in a blue sky,) en Leonard Cohens Bird on a Wire zijn de vogels eenzame zielen, gedoemd door hun eigen vrijheidsdrang. Bij singer-songwriters Brigitte Demeyer (Bird) en Carter Sampson (Wild Bird) zijn het vooral wezens die je zullen verlaten omdat ze zich nou eenmaal niet in een kooitje laten stoppen.

Dat wezenlijke verschil tussen vogels en mensen vormt toch het vaakst de kern van het vogelliedje. Zij kunnen vliegen, wij niet. Zij kunnen weggaan wanneer ze willen, wij niet. Zij kunnen afstand nemen van het geploeter op de grond, wij niet. In I Like Birds van Eels (Daisies of the Galaxy, 2000) tilt zanger E ons op zijn vertrouwde droogkomisch-tragische manier op naar een hooggelegen uitkijkpunt om alle dagelijkse shit te relativeren.

Maar wat is nu het mooiste vogellied? Bij mij verandert dat per dag, afhankelijk van mijn stemming. Soms heb ik gewoon zin in gitaren en ga ik voor Lynyrd Skynyrds Free Bird. Op andere dagen is Fleewood Macs Songbird mijn favoriet. Vandaag stijg ik graag op met Calexico. Hun album Feast of Wire uit 2003 bevat het pareltje Woven Birds.

Het begint somber, dit walsje. Een in puin geschoten dorp waar de kerkklokken zwijgen en het stinkt naar rotting en verval. Bloesems zijn verpletterd onder het puin, zelfs de zwaluwen zijn verdwenen, een paar roofvogels loeren op prooi. Haat en angst regeren onder de overgeblevenen tussen de ruïnes van gebroken beloftes.

Maar te midden van dat alles branden de mensen toch een kaarsje voor de gevallenen en houden ze hun rituelen in leven. En terwijl een accordeon en strijkers zich onnadrukkelijk in de gemeenschap mengen, vatten sommige mensen moed. Ze beginnen het puin op te ruimen en stenen op elkaar te metselen. Uit hoeken en gaten komen nieuwsgierigen te voorschijn. Dan horen ze opeens een vreemd geluid. Iedereen kijkt op: wat is dat? Een zwerm vogels scheert over hun hoofden. Het zijn de zwaluwen die terugkeren. Deze lente wel.

Een liedje over hoop en veerkracht. Dat doet mij goed na meer dan een jaar van corona.

Meer mooie vogelliedjes horen? Op de Spotify-playlist van Goeie Nummers vind je een selectie van de genoemde liedjes bij elkaar.

Geluk of mensenrecht?

In de Volkskrant van afgelopen woensdag stond een opvallend nieuwsbericht over een ‘zangrel’: voorvechters van vrouwenrechten in Afghanistan waren in opstand gekomen tegen een aangekondigd verbod op zingen in het openbaar voor meisjes boven de twaalf jaar. Onder de hashtag #IAmMySong gingen al snel vele filmpjes van zingende meisjes rond op de sociale media.

Het bericht trof me. Hoe zou het zijn wanneer de machthebbers mij vanwege mijn sekse zouden verbieden om in het openbaar te zingen. Moeilijk om me zoiets voor te stellen, omdat zingen in onze westerse samenleving niet geassocieerd wordt met zonde en ook omdat algemene beperkingen voor mannen hier ondenkbaar zijn.

Maar ook omdat ik me mijn leven niet goed kan voorstellen zonder zang. Vanaf mijn veertiende sta ik af en toe op een podium als zanger in een band, en ooit zat ik in een kamerkoor. Ik zong weleens mee tijdens een demonstratie, een kerkdienst, en vaak tijdens popconcerten. Waar zouden we zijn als daar straffen op stonden?

Een tijdje geleden las ik het boek Zingen is geluk van Barber van de Pol. Niet het doorwrochte samenhangende betoog waar ik op gehoopt had, wel een verrassende associatieve duik in een zee van persoonlijke, anekdotische, wetenschappelijke en filosofische kennis over het fenomeen zang. Van der Pol strooit met fraaie citaten, vertelt onder meer over haar oude moeder, die alleen tijdens het zingen weer ‘geborgen leek in haar oorsprong, een wonder dat iedereen herkent’. Ik herkende dat zeker.

Het boek riep ook als vanzelf allerlei associaties bij me op. Bijvoorbeeld dat zang zo’n mysterieus fenomeen is. Zangers en zangeressen lijken zich namelijk altijd enigszins los te zingen van hun gewone dagelijkse persoonlijkheid. Introverten geven zich bloot (Prince), stotteraars krijgen geoliede stembanden (B.B. King), stukken chagrijn ontdooien (Van Morrison). En er is nog iets: wat ze zingen lijkt nooit in een rechte lijn van de stembanden naar de oren van de luisteraars te gaan, maar hangt eerder in een wolkje tussen publiek en zanger in, zodat ze allebei iets boven zichzelf uit moeten stijgen om elkaar daar in dat wolkje te ontmoeten.

Het is misschien ook daarom dat er live bij het einde van een liedje altijd een kort, licht ongemakkelijk gevoel is, dat we het liefst snel opvullen met applaus. Vooral bij een abrupt einde heb je dat: muzikant en publiek vallen met een schok in plaats van met een zachte landing in zichzelf terug. Het duurt een halve seconde voordat ze weer in hun oude zelf passen. Is dit misschien de reden waarom veel muzikanten tijdens een optreden tussen de liedjes zo weinig tegen hun publiek praten?

Het omgekeerde fenomeen ervaar ik soms bij musicals, op de momenten dat de acteur of actrice die ik tot dan toe bijna voor een reëel bestand mens heb aangezien, van spreken opeens overstapt op zang. Ken je dat korte verwarrende gevoel? Het is alsof het personage je opeens ontglipt, minder reëel en geloofwaardig wordt. Je dreigt als kijker je suspension of disbelief te verliezen en kunt je moeilijker inleven in het verhaal. Misschien is dit wel waarom sommige mensen musicals zo haten.

Zingen is geluk deed me ook nadenken over de relatie tussen levens- en zanglust. Want die twee lijken voor mij altijd onlosmakelijk verbonden: ik zing als ik zin heb in het leven, als ik zin hebt in het leven zing ik – al is het maar een vaag geneurie of een zinnetje dat door mijn hoofd speelt. Ik denk dat ik in mijn leven slechts een paar korte, episodes heb gekend waarin de lust tot zingen me verging. Gelukkig maar.

In Afghanistan ondertussen kiest Ahmad Sarmast, oprichter van het Afghaanse Nationale Instituut voor Muziek en initiator van de #IAmMySong-protestactie, een andere benadering om het belang van zang te onderstrepen. Volgens hem schendt het nieuwe decreet van de Afghaanse overheid ‘de muzikale rechten van Afghaanse meisjes en berooft hen van de helende kracht van muziek’, zoals hij in het Britse dagblad The Guardian zegt. ‘Het schendt ook (…) de internationale conventie voor de rechten van het kind’. Hier is de VN-verklaring voor de Universele Rechten van de Mens als grote kapstok gebruikt, maar ik denk dat het in feite gewoon een andere manier is om te zeggen wat Barber van de Pol ook zegt: dat zingen geluk is.

Een paar mooie liedjes over zingen ter afsluiting: I Am Singing (Stevie Wonder), Song Sung Blue (Neil Diamond), Sing A Song (Earth, Wind & Fire), Nowadays Clancy Can’t Even Sing (Buffalo Springfield) en Today I Sing The Blues (Aretha Franklin). Op de Goeie Nummers-playlist op Spotify is dit rijtje nog wat uitgebreid. Ik wens je een zangvol weekend!

Het mooiste lied over de wind

De meteorologie en de popmuziek zijn vrienden voor het leven. Tenminste, dat valt af te afleiden uit de frequentie waarin verschijnselen als storm, sneeuw, kou, hitte, regen en zonneschijn in liedjes voorkomen. Maar toen ik naar aanleiding van het weer van de afgelopen dagen op zoek ging naar de mooiste popsong over de wind, had ik toch niet verwacht dat de oogst zo groot zou zijn – en zo rijk.

Wind blijkt als popthema nog populairder dan regen: de harde schijf van mijn de pc roept al meer dan honderd titels op. En dan heb ik de liedjes waarin het stormt nog buiten beschouwing gelaten. En wat een sterke liedjes zijn het ook vaak. Alsof de wind de liedjesschrijvers extra inspiratie heeft ingeblazen.

(meer…)

Je bent veertien

Onlangs liep ik met een volgeladen winkelkarretje in de plaatselijke Plus-supermarkt, mijn ogen gericht op de schappen met vuilniszakken. Opeens hoorde ik, net boven het winkelgeroezemoes uit, de uit duizenden herkenbare klanken van On the Border van Al Stewart: ´The fishing boats go out across the evening water’. Dat exotische beeld mengde zich instant met jaren 70-behang, een langwerpige jongenskamer, een pick-up, het gevoel dat er een leven voor me lag waarin alles kon gebeuren, in Spanje of andere exotische plaatsen. De boodschappen waren even helemaal vergeten.

Ik moest terugdenken aan een mooi artikel in The Times waarop een vriend me een tijdje geleden attendeerde. De Britse popjournaliste Caitlin Moran (1975) beschrijft hierin hoe ze in een doe-het-zelfzaak plotseling volschiet bij het horen van Tracy Chapmans hit Fast Car uit 1988. Een Proustiaanse stroom herinneringen aan haar tienertijd welt op, vooral aan de vlucht-fantasieën van de getroebleerde puber die ze was. Verborgen achter haar mondkapje zingt ze de tekst nu met beverige stem mee.

(meer…)

Het mooiste Valentijnslied

Aan het eind van de Middeleeuwen begonnen we de sterfdatum van een 3e- of 4e-eeuwse bisschop, de heilige Valentinus, te koppelen aan de liefde. Anno 2020 spelen winkeliers en online retailers volop in op deze oude christelijke traditie. En of je het nou leuk vindt of niet, popmuzikanten blazen ook op dit gebied hun partijtje mee. Logisch, de halve popmuziek draait tenslotte om de liefde. Maar hoe vind je te midden van al die liefdesliedjes het mooiste Valentijnslied?

Je moet je in elk geval niet laten leiden door songtitels. Zowel David Bowie (op Brand New Day uit 2013) als James Taylor (op Never Die Young uit 1988) maakte een nummer met de titel Valentine’s Day – en beide liedjes blijken bij nadere beluistering over moord en doodslag te gaan! Misschien kunnen we beter eerst even teruggaan naar de bron, de legende van Sint-Valentijn. (meer…)

Kwetsbaarheid

Minister Bruno Bruins persconferentie maart 2020. Fotocredit: Phil Nijhuis

Op 18 maart 2020 zakte minister van Medische zorg Bruno Bruins in de Tweede Kamer voor het oog van de camera’s in elkaar tijdens het beantwoorden van kritische vragen van het parlement. Een dag later trad hij af vanwege oververmoeidheid. Hij was in zekere zin het eerste bekende slachtoffer van de corona-epidemie.

Nu, bijna een jaar later, kijk ik naar een foto van Bruins tijdens een persconferentie over het coronavirus. De foto moet niet lang voor zijn afscheid zijn genomen. Hier stond de minister nog rechter, maar het is moeilijk om naar deze foto te kijken zonder de kennis over het vervolg erbij te gebruiken.

(meer…)

Het mooiste sneeuwlied

In een popsong kan regen veel verschillende dingen betekenen: somberheid en tegenslag maar ook vrijheid en ontlading. Wind wijst vaak op veranderlijkheid maar ook op verkoeling. Van de meteorologische verschijnselen in liedjes is sneeuw misschien wel het meest eenduidige én het meest positieve: het staat voor plezier en schoonheid. Maar bij mijn zoektocht naar het mooiste sneeuwlied merkte ik dat artiesten toch verschillende aspecten van de fraaie sneeuwkristallen bezingen.

Denk je aan sneeuwliedjes, dan denk je waarschijnlijk in eerste instantie aan populaire kerstkrakers als Jingle Bells of White Christmas. In deze nummers staat sneeuw voor pret, jolijt, gezelligheid en saamhorigheid. We glijden op een arrenslee door een wit landschap, werpen een blik vanuit het warme knusse huis op kinderen die buiten een sneeuwpop maken of sneeuwballen gooien. Deze positieve clichés leveren echter niet gauw een lied van bijzondere kwaliteit op.

(meer…)