engagement

Een tribute-band met impact

Her MajestyAfgelopen zaterdag was ik met mijn echtgenote in poppodium Fluor in Amersfoort, voor een optreden van Her Majesty, de Crosby, Stills, Nash & Young tribute-band van Hollandse bodem die al een paar jaar met veel succes langs de vaderlandse theaters en clubs toert. Het was een gedenkwaardige avond, in meerdere opzichten.

Deja VuMeestal ben ik niet zo te porren voor tribute-bands, en CSNY is mijn vroegste en kwetsbaarste popliefde, maar op internet zag ik het vocale en instrumentale vakmanschap van Her Majesty (zoals deze), alsmede haar overduidelijke liefde voor de muziek van het illustere Amerikaans-Brits-Canadese viertal. En live in Fluor, voor een publiek van vooral vijftigers en zestigers en een stuk of wat twintigers, maakte het vijftal die belofte vanaf de eerste minuut waar.

kortsluitingDe line-up van de band is dan ook perfect. Jelle Paulusma en Diederik Nomden (beiden ex-Daryll-Ann) klinken bedrieglijk echt als respectievelijk Neil Young en Stephen Stills, net als zanger-gitarist Bertolf Lentink en drummer Bauke Bakker, die elkaar afwisselden als Crosby en Nash. Maar – dat is het gekke met een tribute-band – ondertussen zijn ze het niet, en daarom treedt er af en toe een soort kortsluiting op tussen je ogen en je oren.

radiocassetterecorderZo’n tribute-band werkt als een tijdmachine. De reeks songs van Crosby, Stills, Nash en Young brachten me terug naar mijn wereld van vier decennia terug, naar mijn oude slaapkamertje, als dertienjarige zittend naast de radiocassetterecorder, vingers op de opnameknoppen om zoveel mogelijk van die opwindende exotische klanken vast te leggen. Ik weet niet of ik veel van de muziek begreep, maar de aantrekkingskracht, de belofte, van nummers als Déjà Vu, Helpless en Our House was ongelooflijk, dat weet ik nog wel. En afgelopen zaterdag was ik ruim anderhalf uur lang weer die dertienjarige.

protest VietnamHer Majesty liet me ook met nieuwe oren luisteren naar dat bekende werk, bijna een halve eeuw oud, dat me na al die jaren misschien wat al te vertrouwd was geworden. Het viel me nu plotseling op hoe politiek en spraakmakend de nummers van CSNY vaak waren: Almost Cut My Hair, Ohio, Chicago, Alabama, Woodstock, ze kwamen allemaal voorbij. En hoe de popmuziek, ondanks haar alomtegenwoordigheid in ons leven, inmiddels veel van haar maatschappelijk engagement en belang heeft verloren.

StonehengeNa afloop van het concert kwam van achter uit de zaal een jonge vrouw, twenty-something, glimlachend naar mijn echtgenote toe. Ze wilde ons graag laten weten hoe zij en haar gezelschap van ons tweeën hadden genoten, van de manier waarop wij het optreden hadden beleefd. Best grappig. Ik stelde me voor dat ze ons enthousiasme had opgemerkt, misschien ook onze vervoering of onze verbondenheid, onze reis door de tijd. Maar zo word je wel ruw teruggebracht naar het heden. Dat kan een tribute-band als Her Majesty dus ook teweegbrengen.

 

 

Daar is de protestsong

hillary-clinton-plus-artiesteVorige week ging het in Goeie Nummers over de vermeende geringe maatschappelijke betrokkenheid bij de huidige generatie popmuzikanten. En over de tanende invloed van artiesten óp de publieke debat. Bij zo’n belangwekkend onderwerp mag in mijn ogen de nuance niet ontbreken. Daarom vandaag twee kanttekeningen.

spandoekenDe eerste gaat over de vraag waar het protest tegen de machthebbers dan gebleven is, als het niet meer te vinden is in de rock-’n-roll. Op straat is het in elk geval niet, want spandoekfabrikanten maken moeilijke tijden door. Nee, het huidige sentiment tegen de gevestigde orde (meestal ‘elite’ genoemd) lijkt vooral een uitlaatklep te krijgen op internetfora en social media. En daar heb je nou eenmaal geen spreekbuizen of rolmodellen bij nodig.

lucky-fonz-iiiNiet voor niets zegt Lucky Fonz III in een interessant artikel op VPRO’s 3voor12: ‘Zangers hebben niet meer de invloed die ze in de jaren 60 hadden. Toentertijd nam de rockster de plek in van de dominee. Mensen als Bob Marley en John Lennon […] realiseerden zich dat ze hun culturele positie konden gebruiken voor hun ideeën. En zoals zij hun macht beseften… zo beseffen wij onze onmacht.’ En zo houdt het een het ander in stand.

kendrick-lamarHet tweede punt is dat ik met mijn generalisatie over de slappe houding van popartiesten een complete muziekstroming over het hoofd zag: hiphop. Zo plaatst Kendrick Lamar, die volgens velen met How to Pimp a Butterfly het beste album van 2015 maakte, kapitale vraagtekens bij de manier waarop blank Amerika omgaat met de Afro-Amerikaanse gemeenschap, net als zijn collega’s Kanye West en Vince Staples.

freskuIn Nederland genereerde de Eindhovense rapper Fresku vorig jaar met Zo Doe Je Dat op gelijksoortige manier een debat over de ‘witte’ Nederlandse radio. Rapper-zanger Typhoon toonde in een liedje als Hemel valt op een heel andere manier zijn betrokkenheid bij de veelkleurige Nederlandse samenleving. Dus ja, als het engagement ergens zit, dan moet het wel in de hiphop zijn.

logo-3voor12-vproOf toch niet? Zelfs in hiphopkringen lijkt maatschappelijke betrokkenheid alweer op z’n retour. Een recent overzichtsartikel, eveneens op VPRO’s onvolprezen pop-portal 3voor 12, laat zien dat de 25 meest beluisterde Nederlandse hiphopnummers van 2016 gaan over vrouwen (‘meisjes’, ‘chicks’, ‘bitches’), geld (‘saaf’) of over de eigen vriendengroep (‘fam’). Niet één ervan heeft een politiek karakter, terwijl een deel van de hiphopscene daar in het huidige klimaat toch voldoende aanleiding voor zou moeten hebben. Gaat het genre in dit opzicht al dezelfde kant op als eerder de mainstream pop?

ragsnbone-manLaten we niet te snel conclusies trekken. En de artiesten vooral hun ding laten doen. Zoals Rag’n’Bone Man, die met Human waarschijnlijk dé protestsong van 2016 maakte. Nou ja, protestsong? De jonge Britse artiest predikt vooral mededogen en een besef van de eigen beperkingen – en laat het aan de luisteraar om te bepalen waartegen hij daarmee ageert. Misschien is dat het pop-engagement van dit moment.

 

Waar is de protestsong

hoes-a-girl-like-you-van-edwyn-collins‘Too many protest singers, not enough protest songs’ zong Edwyn Collins in het onweerstaanbare A Girl Like You. Dat was in 1994. Wie vandaag de dag om zich heen kijkt, zal zich waarschijnlijk nog sterker afvragen waar het engagement in de popmuziek gebleven is. Terwijl popmuzikanten in de jaren 60 en 70 vooropliepen in de strijd tegen de gevestigde orde, is het nu oorverdovend stil. En dat veroorzaakt ongemak. Want op een of andere manier horen popmuziek en een rebelse houding bij elkaar.

foto-van-volkskrant-7-dec-2016De Volkskrant van afgelopen woensdag kwam wel met een verklaring voor het fenomeen. Naar aanleiding van het ongeloof en rouwbeklag van Amerikaanse sterren over de verkiezingszege van Donald Trump stelt Robert van Gijssel dat popartiesten geen invloed meer hebben op verontruste kiezers omdat ze zelf te zeer onderdeel van het establishment zijn geworden.

retromaniaDat laatste heeft zeker een kern van waarheid. De Britse popjournalist Simon Reynolds maakte in zijn boek Retromania aannemelijk dat de rock-‘n-roll in feite steeds meer onderdeel is geworden van de wereldwijde bedrijfstak die we de entertainmentbusiness noemen. Een tegencultuur die grotendeels door de mainstreamcultuur is opgeslokt. Maar met hetzelfde recht kun je dus ook stellen dat wij vooral uit nostalgie en tegen beter weten in nog steeds een rebelse houding van popartiesten verlangen.

aafke-romeijnHet verhaal van Van Gijssel – net als eerdere vaderlandse pleidooien voor meer engagement, van muzikanten als Aafke Romeijn en Lucky Fonz III – riep bij mij vooral de vraag op of politieke betrokkenheid van artiesten of andere kunstenaars wel altijd anti-establishment moet zijn. Waarom zouden popartiesten zich niet positief betrokken mogen uiten over  de bestaande orde of over hoe die zich ontwikkelt? Of vloek ik nu in de kerk? Vast wel. Maar in dat geval kom ik daar graag tegen in opstand. Van ganser harte. En met voorbeelden:

James Taylor 4In 1985 schreef James Taylor het subtiele Only A Dream In Rio, naar aanleiding van de democratische verkiezingen in Brazilië die destijds afrekenden met twee decennia militaire dictatuur. Op een relaxte latin-groove doet de Amerikaanse singer-songwriter een subtiele poging de cynici te overtuigen van de mogelijkheid van een betere toekomst, voor de Brazilianen en en passant voor hemzelf en de rest van de planeet.

hoes-october-road-van-james-taylorMet het folky Belfast to Boston van zijn album October Road (2002) stak Taylor bijna twee decennia later het fragiele Noord-Ierse vredesproces zo mogelijk nog fraaier een hart onder de riem:

‘There are rifles buried in the countryside for the rising of the moon / May they lie there long forgotten till they rust away into the ground.’

Niet anti-establishment. Wel betrokken. En buitengewoon overtuigend.