de Volkskrant

Bewonderen met een hoofdletter B

voeten wassen glas in loodBewonderen is een belangrijke vaardigheid. Je zou het op school moeten leren. Het is moeilijker dan bekritiseren, want als bewonderaar moet je je nederig opstellen. Maar er staat tegenover dat het je veel kan opleveren: iets van de kwaliteiten van de held zullen vast op je afstralen, gaan misschien zelfs op je over. Dit idee – of bijgeloof – ligt vermoedelijk aan de basis van het tribute-album, een klein en fijn genre in de popmuziek.

Dinah sings Bessie SmithTribute-albums van één artiest, geheel gewijd aan een andere artiest, zijn in de jaren 50 en 60 behoorlijk populair. Bijvoorbeeld Dinah Washingtons Dinah sings Bessie Smith uit 1958 of Stevie Wonders Tribute to Uncle Ray (voor Ray Charles) uit 1962, naast de talloze albums met Beatle-nummers in de meest uiteenlopende uitvoeringen, van barok en new age tot metal en reggae.

Lean On Me van José JamesIn de jaren daarna boet het genre aan populariteit in, zonder ooit helemaal te verdwijnen. Vanaf de jaren 80 lijkt het zelfs bezig aan een comeback. Jennifer Warnes ‘deed’ Leonard Cohen met Famous Blue Raincoat, 1987), BB King bewees eer aan Louis Jordan (Let the Good Times Roll, 1999), net als en Dr John aan Louis Armstrong (Ske-Dat-De-Dat: The Spirit of Satch, 2014), en vorig jaar presenteerde Gregory Porter Nat King Cole & Me. De nieuwste loot aan deze stam komt van souljazzzanger José James. Ter ere van de tachtigste verjaardag van Bill Withers maakte hij Lean on Me, geheel gevuld met covers van de soullegende.

Jose James 2008José James (1978) startte zijn carrière rond 2008, kreeg een contract bij het vermaarde jazzlabel Blue Note en beklom daarna gestaag de succesladder. In 2016 besloot hij zijn sound te vernieuwen. Hij ruilde zijn akoestische instrumentarium in voor elektronische. Met desastreuze gevolgen. Het publiek liep weg, tijdens concerten zelfs letterlijk.

Bill Withers met gitaarTijd voor bezinning dus, zoals blijkt uit een recent interview in de Volkskrant. Tijd om terug te keren naar de muzikale bron. En daar bij de bron trof James zijn oude held Bill Withers, de man van klassieke 70’s en 80’s hits als Ain’t No Sunshine, Use Me en Just The Two Of Us – en dat bleek de uitweg uit de impasse.

Nate SmithOp Lean On Me blijft James vrij dicht bij Withers’ oorspronkelijke uitvoeringen maar brengt ook subtiele wijzigingen aan, die goed uitpakken. Use Me heeft de oude vertrouwde groove, maar ook een fantastische sax-solo. Grandma’s Hands, met verlaagd tempo, klinkt nog indringender dan het origineel. Better Off Dead profiteert geweldig van de klasse van drummer Nate Smith en Lovely Day is een duet geworden – een fijne vondst. Daarbij is James’ stem geknipt voor dit werk: soepel, warm, precies, en zijn timbre ligt dicht genoeg bij dat van Withers om je af en toe even te laten denken dat je de oude meester hoort.

sportpodiumLean On Me is bewonderen met een grote B: er ontstaat een driehoeksrelatie tussen artiest, geëerde artiest en luisteraar. Met gunstige effecten voor alle drie. James lijkt zich in eerste instantie te ‘verlagen’ door een andere artiest boven zich te stellen, maar stapt daarna triomfantelijk samen met zijn held op de hoogste trede van het podium. En wij, het publiek? Wij genieten van de aangename (hernieuwde) kennismaking met het klassieke soulwerk, applaudisseren en kijken bewonderend naar de twee artiesten op. En iets van hen straalt af op ons.

 

Het raadsel van Spinvis

avatars-000472544898-5pm7us-originalBegin deze week stuitte ik op de podcast ‘Met Groenteman in de kast’, waarin journalist Gijs Groenteman elke week in gesprek gaat met iemand die hem op de een of andere manier heeft verwonderd of is opgevallen. Ditmaal sprak hij met Erik de Jong, beter bekend onder zijn artiestennaam Spinvis.

spinvis 6Onderwerp van gesprek: de tien liedjes die Spinvis als muzikant gevormd hebben. Duizend of tienduizend hadden het er kunnen worden, maar hij moest zich tot tien beperken. Een verrassend lijstje werd het. Voor mij tenminste wel. Spinvis opent met het mij onbekende Jesamine van The Casuals (een prachtige ‘eendagsvlinder’ uit 1968), en komt dan via de progrock van Genesis (de ‘oude’ Genesis natuurlijk, met Peter Gabriel) uit bij crooner Frank Sinatra. Wie had dat gedacht.

captain BeefheartOp deze fijnzinnige orkestrale popmuziek volgt de georganiseerde chaos van artiesten als Captain Beefheart, de ‘design-punk’ The Gang of Four, de vernuftige lofi-hiphop van OutKast en de weirde collage-funk van Krautrocklegende Holger Czukay. Om daarna zonder blikken of blozen af te sluiten met de droompop van Beach House en de moderne chansons van Barbagallo.

acda en de munnikTussen de liedjes door betoont Gijs Groenteman (zoon van journaliste en tv-presentator Hanneke, bovendien Man van columniste Aaf Brandt Corstius, maar dit geheel terzijde) zich een vaardig en geïnteresseerd interviewer, die De Jong interessante uitspraken ontlokt. Bijvoorbeeld dat De Jongs metamorfose tot Spinvis begon met Acda en De Munnik (eind jaren 90 hoorde hij als postsorteerder ’s nachts hun liedjes op Sky Radio en dacht: ‘dat kan ik toch beter’). Of dat de zanger-gitarist ‘eigenlijk’ drummer is en pas op zijn veertigste ging zingen (‘er scheurde iets in me open’). En nog veel meer, te veel om hier samen te vatten – ga luisteren, zou ik zeggen.

Spinvis 2Gaandeweg de podcast begon het kwartje bij mij te vallen. Het verrassende lijstje bleek een logisch lijstje. Het raadsel van Spinvis werd een klein beetje verklaard. De fraaie romantische harmonieën, de merkwaardige geluidjes, de tegendraadse energie – ja, het zit er allemaal in. Je hoort het pas als je het doorhebt, zeg maar. Luister maar naar Van de bruid en de zee, naar Astronaut of naar kindje van god.

hoesje SpinvisMaar hoe Spinvis deze afwijkende genres dan samenbrengt in de unieke stijl waarmee het Nederlandse poplandschap sinds 2002 is verrijkt, dat blijft gelukkig een raadsel. Luister nog maar eens naar Ronnie gaat naar huis. Raadselachtig mooi.

Sorry

BoefGoed sorry zeggen is een kunst. Boef kan erover meepraten. De rapper betitelde enkele  vrouwen van wie hij op Nieuwjaarsnacht een lift kreeg op Twitter als ‘kechs’ (hoeren) en kreeg vervolgens wekenlang het halve land over zich heen. Met een geslaagde ‘knievalrap’  (de Volkskrant) op de recente editie van Eurosonic/Noorderslag wist hij de plooien echter weer  glad te strijken. Knap.

Mea CulpaPsychologen en andere deskundigen stellen dat excuses maken buitengewoon belangrijk is voor het herstellen van persoonlijke, professionele en maatschappelijke relaties. Maar het luistert wel nauw. Met een ondeugdelijke mea culpa maak je de zaak eerder erger dan beter. Communicatie-experts adviseren dan ook om 1) tijdig (niet te vroeg maar zéker niet te laat) en 2) oprecht (niet halfhartig) 3) spijt te betuigen voor wat je gedaan hebt (en niet voor het feit dat een ander zich gekrenkt voelt) en 4) daarvoor geen verzachtende omstandigheden aan te voeren (geen ‘maar’s dus).

SorryDe popmuziek kent heel wat boetekleed-liedjes – denk aan alle songtitels met ‘sorry’, ‘blame’, ‘forgive’ en ‘wrong’ erin. Popartiesten zijn kennelijk ook maar mensen. Maar welke muzikale spijtbetuiging is overtuigend? Wanneer ga je geloven dat de excuses oprecht zijn? Laten we die vier communicatietips eens als meetlat gebruiken voor een paar van zulke liedjes.

De Jeugd van TegenwoordigEerst De Jeugd van Tegenwoordig, met Sorry uit 2008. Zo’n titel schreeuwt om een beoordeling. Het begint veelbelovend: ‘Sorry / Ik heb spijt van me gedrag’. Prima, jongens. Maar het duurt niet lang of daar komen ze al: de loze beloftes (‘volgende keer betaal ik mee’), de verzachtende omstandigheden (‘Het spijt me van die brandplek op het plafond / Ik dacht dat het ging, ik dacht dat het kon’) en het afschuiven van verantwoordelijkheid (‘Ik wist niet wat ik deed / Je moet me niet laten drinken gast)’. En daarna wordt het alleen maar erger. Nee Jeugd, hoe plezant jullie ook over de top gaan, qua vergeven en vergeten gaat dit hem niet worden.

BlinkingLightsDan Eels, met I’m Going To Stop Pretending I Didn’t Break Your Heart van het album Blinking Lights & Other Revelations uit 2005. Dit is serieuzere kost: gebroken hart, dodenmars-achtig tempo, klagende stem. Zanger E, de artiestennaam van Mark Oliver Everett (1963), gaat diep door het stof: ‘I’m going to stop pretending that I didn’t break your heart’, en de laatste regels luiden ‘I didn’t know what I was doing / But I know what I’ve done.’ Dit is geen spijt, dit is berouw. Met een grote B.

Mark_Oliver_Everett_at_The_Palace_of_Fine_Arts_in_San_FranciscoDesondanks heeft ook E een verzachtertje nodig: hij dacht destijds zo negatief over zichzelf dat hij zich niet kon voorstellen dat iemand anders hem de moeite waard kon vinden. Tja, wat moeten we hiervan vinden? Het voordeel van de twijfel, zou ik zeggen. Het werk van de Amerikaanse singer-songwriter verschaft hem geloofwaardigheid of het punt van oprechte zelfverachting. Bovendien weet E in al deze treurnis nog een sprankje humor te brengen: ‘I’m a little too late, by three or four years’. Zo iemand vergeef je veel.

Elton John achter de pianoWaarmee nog maar eens is bewezen hoe moeilijk het is om goed sorry te zeggen is, ook in een lied. Of ben ik nu te vergevingsgezind? Sorry. Laten we luisteren naar de wijze inzichten van Elton John en tekstdichter Bernie Taupin.

Ken je een ander fraai en overtuigend sorry-lied? Of een dat heerlijk mislukt is? Laat het weten bij de reactiemogelijkheid hieronder!

 

De comeback van de cassette

cassettebandjesVoor wie het nieuws nog niet had meegekregen: na de lp (‘vinyl’) lijkt ook het cassettebandje een revival te beleven, aldus de Volkskrant in een recent artikel. (Een cassettebandje, voor de jeugdigere lezers, was een muziekdrager – zie afbeelding – die je afspeelde in een cassetterecorder, cassettedeck of walkman; vanaf de jaren 70 voor opgroeiende muziekliefhebbers bijna even onmisbaar als een smartphone nu, maar geleidelijk gedecimeerd – in het Westen tenminste – met de opkomst van de digitale afspeelapparatuur.)

marcel proustOf de cassette 2.0 een blijvertje is, moet nog blijken; het antieke plastic doosje met magneettape zou tot dusver vooral een hebbedingetje zijn. Bij mij bracht het artikel in elk geval een golf van herinneringen op gang (en een zoektocht, waarover een volgende keer meer), een beetje zoals bij Marcel Proust gebeurde toen hij een madeleine at.

radiocassetterecorderIk zie mezelf weer zitten op mijn kamer, luisterend naar de Top 40 of ander radioprogramma, twee wijsvingers in de aanslag, als een sprinter in het startblok, om precies op tijd de record- en playknop van mijn primitieve cassetterecorder in te drukken. Strak synchroon en met flink wat kracht. Want je wilde het nummer natuurlijk zo schoon mogelijk, zonder dj-gezwets, op tape krijgen. Elke gelukte opname was een trofee, een overwinning, een kleinood voor in de schatkist.

Stevie Wonder middenMeer dan lp’s begeleidden cassettes mijn ontdekkingsreizen in popland – en het leven. Soms tapete ik hele programma’s (‘specials’, concerten) die ik later keer op keer afdraaide. (Jeugdigen: je had toen nog geen internet en kon dus geen programma’s terugluisteren – jemig wat moet ik toch veel uitleggen). Zo ontdekte ik Van Morrison, The Band, Jackson Browne, James Taylor,  Stevie Wonder, Crosby, Stills, Nash & Young. Later soulartiesten als Johnny Taylor, Rufus en Carla Thomas, Arthur Conley, Otis Redding, Stevie Wonder en Marvin Gaye. En natuurlijk de eigentijdse groten Graham Parker, Joe Jackson en Elvis Costello, Herman Brood, Raymond van het Groenewoud, Jan Rot. Allemaal artiesten die me nooit meer hebben verlaten.

mixtape real and raunchyWaar de cassette ook handig voor was: een mixtape maken, met bijvoorbeeld de allermooiste autonummers in de ideale volgorde voor op vakantie. Of een extra kopietje van een lp maken voor anderen. Omdat je fan en zendeling tegelijk was. Omdat je wilde pronken met je vondsten. Of omdat je iemand op subtiele wijze iets duidelijk wilde maken.

eigen foto cassette met losse tape en potlood low resJe kunt me een onverbeterlijke nostalgicus noemen, met dit gezwijmel over vroeger. Dat zou ook volkomen terecht zijn. Het is alleen niet zo dat ik vind dat vroeger alles beter was. Ook cassettes hadden nadelen. Het waren in feite ondingen. Zoeken naar een specifiek nummer was een crime. Sommige bandjes liepen vast, dan zat je daarna een eeuwigheid met een potlood dat rottige tapeje terug te frutten. Of het geluid werd dof omdat de koppen volliepen met roodbruin ijzervijlsel. Om nog maar te zwijgen van de onafscheidelijke ruis…

smileyAl die ellende is nu voorbij met streamingdiensten als Spotify. Je hebt zo’n beetje alles tot je beschikking,  altijd en overal. Zonder opnamestress, beurse wijsvingers, gekmakende ruis of dj’s die door de muziek heen kletsen. Wat een weelde. Maar het exclusieve geluk als jij iets bijzonders en nieuws en unieks net op tijd hebt weten vast te leggen en aan je verzameling hebt toegevoegd – dat ben je daarmee ook kwijtgeraakt. Alleen al daarom stemt de mogelijke comeback van de cassette mij buitengewoon gelukkig. Jou ook?

Ongepaste toe-eigening

Dana SchutzIn de Angelsaksische kunstwereld woedt momenteel een rel rondom het schilderij Open Casket van kunstenaar Dana Schutz. Het doek richt de aandacht op de onderdrukking van Afro-Amerikanen in de jaren 50 en heden ten dage. Probleem is dat Schutz wit is. Zwarte schrijvers en kunstenaars beschuldigen haar van ‘inappropiate appropriation’. In goed Nederlands, zonder de mooie klankverdubbeling: ongepaste toe-eigening. De witte kunstenaar had niet het recht dit ‘zwarte’ onderwerp te ‘kapen’.

Elena Ferrante de geniale vriendinDe terugkerende, tamelijk felle discussie treedt ook op in andere disciplines. Eind vorig jaar zou de identiteit van de zeer populaire Italiaanse auteur Elena Ferrante (een pseudoniem) eindelijk zijn onthuld. Wat bleek: Ferrantes boeken, over twee vriendinnen die opgroeien in een arme Napolitaanse wijk, zouden geschreven zijn door iemand die afkomstig was uit gegoede kringen. Dit feit deed volgens velen afbreuk aan de geloofwaardigheid van het werk – want hoe kon zo’n bevoorrecht persoon zich nu inleven in de wereld van de verschoppelingen?

Chris MartinOok de popmuziek komt af en toe aan de beurt. Was het Paul Simon die in 1986 als een koloniaal de Afrikaanse muziekschatkist zou hebben geplunderd voor zijn comeback-album Graceland, vorig jaar stonden de witte Chris Martin (Coldplay) en de zwarte Beyonce in de schijnwerpers. Met het nummer ‘Hymn For The Weekend’ en de bijbehorende video, met beelden van het hindoeïstische Holi-feest, had het tweetal zich volgens criticasters vergrepen aan de Indiase cultuur. Na protesten werd de lofzang op het weekeinde snel van YouTube gehaald.

Arm en RijkEr zijn vele kanttekeningen en nuances te plaatsen bij dit debat, maar de centrale vraag is: kan een lid van een bevoorrechte groep zich inleven in (een lid van) een minder bevoorrechte bevolkingsgroep? En vervolgens: mag zo iemand wel over zo’n onderwerp schrijven? De communis opinio lijkt in beide gevallen steeds meer te neigen naar ‘nee’ als antwoord. Naar mijn stellige overtuiging ten onrechte.

empathieAllereerst geloof ik dat het de goede zaak niet verder helpt als je kunstenaars op basis van afkomst uitsluit van bepaalde onderwerpen.  Belangrijker is dat dat ‘nee’ zo ontzettend onaantrekkelijk is. Het lijkt het einde van het geloof in elke mogelijkheid van empathie te impliceren. En vooral een legitimatie te zijn om je collectief op te sluiten in de eigen groep en het eigen gelijk.

BeatlesMaar het allerbelangrijkste voor mij is misschien toch wel dit: zonder de toe-eigening van de blues – die trouwens aardig wat Europese volksmuziek in zich had opgezogen – hadden we Elvis, Beatles en Stones moeten missen – en alle artiesten die zich vervolgens weer aan hun en ander ‘vreemd’ materiaal mochten vergrijpen. Daar moet je toch niet aan denken.

 

 

Waar is de protestsong

hoes-a-girl-like-you-van-edwyn-collins‘Too many protest singers, not enough protest songs’ zong Edwyn Collins in het onweerstaanbare A Girl Like You. Dat was in 1994. Wie vandaag de dag om zich heen kijkt, zal zich waarschijnlijk nog sterker afvragen waar het engagement in de popmuziek gebleven is. Terwijl popmuzikanten in de jaren 60 en 70 vooropliepen in de strijd tegen de gevestigde orde, is het nu oorverdovend stil. En dat veroorzaakt ongemak. Want op een of andere manier horen popmuziek en een rebelse houding bij elkaar.

foto-van-volkskrant-7-dec-2016De Volkskrant van afgelopen woensdag kwam wel met een verklaring voor het fenomeen. Naar aanleiding van het ongeloof en rouwbeklag van Amerikaanse sterren over de verkiezingszege van Donald Trump stelt Robert van Gijssel dat popartiesten geen invloed meer hebben op verontruste kiezers omdat ze zelf te zeer onderdeel van het establishment zijn geworden.

retromaniaDat laatste heeft zeker een kern van waarheid. De Britse popjournalist Simon Reynolds maakte in zijn boek Retromania aannemelijk dat de rock-‘n-roll in feite steeds meer onderdeel is geworden van de wereldwijde bedrijfstak die we de entertainmentbusiness noemen. Een tegencultuur die grotendeels door de mainstreamcultuur is opgeslokt. Maar met hetzelfde recht kun je dus ook stellen dat wij vooral uit nostalgie en tegen beter weten in nog steeds een rebelse houding van popartiesten verlangen.

aafke-romeijnHet verhaal van Van Gijssel – net als eerdere vaderlandse pleidooien voor meer engagement, van muzikanten als Aafke Romeijn en Lucky Fonz III – riep bij mij vooral de vraag op of politieke betrokkenheid van artiesten of andere kunstenaars wel altijd anti-establishment moet zijn. Waarom zouden popartiesten zich niet positief betrokken mogen uiten over  de bestaande orde of over hoe die zich ontwikkelt? Of vloek ik nu in de kerk? Vast wel. Maar in dat geval kom ik daar graag tegen in opstand. Van ganser harte. En met voorbeelden:

James Taylor 4In 1985 schreef James Taylor het subtiele Only A Dream In Rio, naar aanleiding van de democratische verkiezingen in Brazilië die destijds afrekenden met twee decennia militaire dictatuur. Op een relaxte latin-groove doet de Amerikaanse singer-songwriter een subtiele poging de cynici te overtuigen van de mogelijkheid van een betere toekomst, voor de Brazilianen en en passant voor hemzelf en de rest van de planeet.

hoes-october-road-van-james-taylorMet het folky Belfast to Boston van zijn album October Road (2002) stak Taylor bijna twee decennia later het fragiele Noord-Ierse vredesproces zo mogelijk nog fraaier een hart onder de riem:

‘There are rifles buried in the countryside for the rising of the moon / May they lie there long forgotten till they rust away into the ground.’

Niet anti-establishment. Wel betrokken. En buitengewoon overtuigend.

Het nieuwe album van Spinvis (2)

spinvis 3Bijna een jaar geleden schreef ik hier over het nieuwe album van Spinvis, nom de plume van muzikant Erik de Jong. Of eigenlijk over het gemis aan dat nieuwe album. Want de opvolger van tot ziens, Justine Keller uit 2011 liet nogal op zich wachten. Zozeer dat ik wat koortsig begon te dromen over het onverwachte verschijnen van een spiksplinternieuw Spinvis-album.

spinvis 5Inmiddels zijn we bijna een jaar verder. Nog steeds niets. Nergens ook maar een spoor van nieuwe liedjes van de voormalige postbode uit Nieuwegein. En wat doe je als je geen grip kunt krijgen, dan ga je zoeken naar verborgen tekens. Nou ja, verborgen? Een zoektocht op internet brengt me bij Volkskrant-journalist Fabian de Bont die, mogelijk geteisterd door eenzelfde onrust, begin juni met De Jong sprak voor de rubriek ‘Waar is … mee bezig?’

plantjesEn wat bleek? Spinvis was in juni voornamelijk ‘in zijn binnenwereld’ bezig. En die binnenwereld wil bij hem zeggen: de studio in het souterrain van zijn huis! Elke dag was hij daar korte tijd aan het opnemen, helemaal in zijn eentje!! Afstand nemend en twijfelend, zei hij, zoals bij een groeiend veld met plantjes!!! Voor een album dat hij in december af wilde hebben!!!!

hoesje SpinvisOMG, december, dat is nu al bijna. Waarom heb ik dit niet zien aankomen? De tekenen waren achteraf toch overduidelijk. Spinvis hanteert gewoon een algoritme. In 2002 verscheen zijn titelloze debuutalbum, dat direct door het plafond van de Nederlandstalige popmuziek schoot, in 2005 kwam Dagen Van Stro, Dagen Van Gras, in 2011 gevolgd door tot ziens, Justine Keller.

fokke-en-sukke-algoritmeOp al die schijfjes koppelt hij alledaags-poëtische zinnetjes aan originele muziekjes die akelig verslavend zijn. Dat blijft elke keer hetzelfde. Maar het interval tussen opeenvolgende albums verandert steeds: eerst 3, toen 6 en nu dus 5 jaar! Logisch. De plaat hierna zal dus in 2020 verschijnen, die daarna in 2022, dan 2029 enzovoort. Als je het eenmaal ziet, is het zo simpel.

heel-goed-nieuws-lyrics-spinvisEen beetje luisteraar had deze boodschap mogelijk al uit Spinvis’ werk afgeleid, verstopt in nummers als Voor Ik Vergeet, Ik Wil Alleen Maar Zwemmen of Heel Goed Nieuws, als je de muziek deels achterstevoren afspeelt. Maar goed, die nieuwe plaat komt dus volgende maand. En dat is echt heel goed nieuws. Zelfs als die onverhoopt komende maand nog níet zou verschijnen, maar ietsje later. Het komt goed. Zo belangrijk is zo’n algoritme nou ook weer niet.

spinvis met bandBovendien kunnen we ons in dat geval troosten met de oudejaarsshow die Spinvis en een aantal Utrechtse vrienden op 28 december a.s. geven in TivoliVredenburg, onder de titel We Vieren Het Toch. Alles Verandert! Laat je vooral niet gek maken door die lange radiostiltes. Doe ik ook niet.

Muzikale doping?

CherDe wereld maakte in 1998 kennis met het verschijnsel Auto-Tune via de mega-hit Believe van Cher. Deze correctiesoftware, die valse zangnoten zuiver maakt, is anno 2016 gemeengoed geworden in de hits op de radio en YouTube. Zelfs bij live-optredens schijnt het al in zwang te zijn, zoals we onlangs in een mooi Volkskrant-artikel konden lezen.

Adele2En tegelijk wordt er flink op dat Auto-Tune afgegeven. Wat dat betreft lijkt het middel sterk op Botox – niemand komt er graag voor uit dat hij gebruikt. Zangeres Adele schoot onlangs fors uit haar slof toen de beroemde platenproducer Tony Visconti (68) beweerde dat ook zij waarschijnlijk van de gewraakte software gebruikmaakt.

Usain BoltAuto-Tune kan mij maar matig bekoren. Ik wil een artiest graag ongestoord kunnen bewonderen om zijn of haar zangkunst. En de Zelf-Stemmer, die talent en oefening opeens waardeloos lijkt te maken, werkt juist als een soort muzikale doping die alles vlaktrekt. Alsof je Usain Bolt en andere topatleten tegen een trits gezette huisvaders laat sprinten terwijl tevoren al vaststaat dat ze gelijk zullen finishen. Zo gaat de lol er aardig vanaf.

Mengpaneel 2Ter relativering betogen sommige mensen dat er in de popmuziek al heel lang heel veel wordt ‘opgeleukt’. Zij hebben wel een punt. De opnametechnologie in de studio heeft zich vanaf de jaren ’60 ongelooflijk ontwikkeld. Met behulp van filters, digitale echo en andere technologie kunnen studiotechnici iets in elkaar zetten dat geweldig klinkt maar nauwelijks nog op de oorspronkelijke klanken van stem en muziekinstrumenten lijkt. Zo bezien is Auto-Tune is slechts een voortzetting van de gangbare praktijk.

Meghan TrainorMijn probleem met de Auto-Tune is vooral dat alles zo op elkaar gaat lijken. Luister naar jonge sterren als Ariana Grande, Katy Perry, Meghan Trainor (best leuke nummers, trouwens) of Taylor Swift – deze ‘gelifte’ zangstemmen zijn bijna inwisselbaar. En dat terwijl we bij een artiest doorgaans juist voor zijn of haar karakteristieke stem vallen (of er juist op afknappen). Het is toch ondenkbaar dat we ooit van Bob Dylan, Mick Jagger of Aretha Franklin waren gaan houden als ze met Auto-Tune hadden gezongen? Probeer het je maar eens voor te stellen.

robot.pngDe discussie raakt ook aan de diepere kwestie van de authenticiteit. We willen immers dat popmuziek en popartiesten ‘echt’ zijn. En waar is die authenticiteit te vinden als hun stemmen op uniforme wijze vervormd tot ons komen, als een soort robots? Of is het nog erger, en moeten we concluderen dat onpersoonlijke muziek met onpersoonlijke stemmen de rock-‘n-roll van de toekomst is? Ik weiger vooralsnog me daarvan een voorstelling te maken.

amy winehouse 4 optreden

Om deze somberheid niet te lang te laten voortduren geef ik graag het woord aan de dame die ons – als we haar op haar woord mogen geloven – geheel op eigen kracht kippenvel kan bezorgen. En daarna nog even aan die andere Britse van wie het onvoorstelbaar is dat ze ondanks haar hang naar externe middelen ooit aan de stemmen-Botox zou zijn gegaan.

 

Als je held je op de proef stelt

Erik van BruggenElke fan is een beetje tragisch, dat is bekend. De liefde is nooit gelijkwaardig. Een fan wil zijn artiest delen en tegelijk voor zichzelf houden. En soms heeft hij ook nog eens te maken met helden die zich niet erg heldachtig gedragen. Afgelopen zaterdag stond daarover een mooi persoonlijk artikel van Erik van Bruggen in de Volkskrant.

U2 in vier portrettenVan Bruggen (1968, Texel) mede-oprichter van de politieke vernieuwingsbeweging Niet Nix, is U2-fan van het eerste uur. Het was liefde op het eerste gezicht, schrijft hij. En het mooie was: de Ierse band, die deze week vier keer in een uitverkochte Ziggo Dome staat, ontwikkelde zich tegelijk met hemzelf van radicaal tot gematigd idealistisch.

hoes All you can't leave behind van U2En zo ging het lang goed tussen Van Bruggen en U2. Maar na de eeuwwisseling werden de albums minder avontuurlijk en de shows juist megalomaner, met ruimteschepen en al. Bovendien merkte Van Bruggen dat de jongere generatie U2 alleen nog maar zag als ‘schijnheilige wereldverbeteraars’, die preekten over een betere wereld maar ondertussen in Nederland de belastingen ontdoken. En toen sloot de band onlangs ook nog eens een bedenkelijke monsterdeal met multinational Apple.

imagesafbeelding Petrus verloochent JezusTja, daar sta je dan, als echte fan, met helden die jou door hun gedrag danig op de proef stellen. Hoeveel loyaliteit mag er van jou gevraagd worden als je omgeving steeds minder begrijpt waarom jij nog fan bent? Hoe lang kan het duren voordat je je idolen verloochent? Petrus had het na Jezus’ kruisiging waarschijnlijk niet veel moeilijker dan jij.

trouwe hondVan Bruggen gaat ver in zijn trouw. Hij twijfelt, maar neemt het toch voor U2 op. Niemand is immers brandschoon. We sluiten allemaal compromissen. Bono c.s. zijn ook maar mensen. En bovenal heeft de band hem en vele anderen in al die jaren zo veel moois gegeven dat hij het uiteindelijk weer zeker weet: U2 is en blijft zijn band. En ik weet: Erik van Bruggen is een echte fan. Zo iemand die trouw blijft in voor- en tegenspoed, in ziekte en gezondheid enzovoorts.

plaquette Trou moet BlyckenNa lezing van het artikel vroeg ik me af: voor welke popartiesten zou ik zo veel loyaliteit kunnen opbrengen? En het antwoord: ik weet het niet. Ik houd mijn oor en oog vooral gericht op hun muziek, verder wil ik liever niet te veel weten. Mijn helden zouden zomaar mensen kunnen blijken te zijn.

Eindejaarslijstjes

oliebollenWat is december toch een heerlijke maand. Niet alleen vanwege de feestelijkheden, de oliebollen en de drankjes, maar zeker ook vanwege de eindejaarslijstjes: de overzichten van de beste albums van het afgelopen jaar. Een immense muziekoogst teruggebracht tot iets hanteerbaars waarin kaf van koren is gescheiden. Heel prettig. De afgelopen weken heb ik al een flink aantal eindejaarslijstjes geturfd. Ik licht er drie uit.

de Volkskrant - logoDe Volkskrant gooide ditmaal alle genres (klassiek, jazz, pop, wereld) door elkaar in een lijst met de 50 beste albums van 2014, samengesteld in een overleg tussen alle recensenten. Ik was daar graag bij geweest, als een vlieg op de muur. Om te zien hoe dat communiceert, die klassiek geschoolden, jazz-cats en popjongens en -meisjes.

IMAG0428Popmagazine Heaven zette de individuele lijstjes van de recensenten net als vorige jaren zonder commentaar naast elkaar. Zo worden de liefhebbers van ‘kleine’ genres, zoals wereld en progrock, ook bediend. Jammer dat je daardoor als lezer niet tussen de regels door kunt speculeren over het wapengekletter op de redactie.

American Songwriter logoHet Engelstalige American Songwriter maakte een top 50 van louter Americana, mijn favoriete genre. Met fijne, puntige beschrijvingen van wat elk album zo bijzonder maakt.

Ik word altijd tamelijk opgewonden van die eindejaarslijstjes, waarschijnlijk omdat ze ook veel over mezelf zeggen. Hoeveel van de genoemde albums en artiesten ken ik? Niet onbelangrijk voor het ego van de popfanaat. Gelukkig: The War on Drugs en Old Crow Medicine Show waren me niet ontgaan. En John Fullbright had ik zelfs al hier in Goeie Nummers. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat ik blijkbaar ook allemachtig veel heb gemist. Herkenbaar?

Hiss Golden Messenger - latenessofdancersDe lijstjes geven ook altijd aanleiding tot wat prettige morele verontwaardiging. Waarom is Lucinda Williams’ Down Where the Spirit Meets the Bone nergens te bekennen? Wat doet Morning Phase van Beck zo belachelijk hoog? En hoe onbegrijpelijk is het dat Lateness of Dancers van Hiss Golden Messenger niet gewoon op 1 staat? Van die dingen.

Typhoon hoes Lobi Da BasiMaar het meest enerverende aan dit jaarlijkse achteromkijken is voor mij het vooruitzicht. Voorpret over onbekende, niet te missen muziek waaraan ik vast nog veel plezier ga beleven. Zoals: nieuwkomer Robert Ellis (25) die in alle drie de lijstjes voorkomt met The Lights From The Chemical Plant.  En Croz, het nieuwe solo-album van David Crosby (73) – zo hoog geëindigd in Heaven, toch maar eens beluisteren. En natuurlijk Lobi Da Basi van de Zwolse rapper Typhoon, waarvoor de Volkskrant superlatieven te kort kwam. 2015 begint fantastisch, met dank aan de eindejaarslijstjes van 2014…