Paul Simon

Het gewicht van een luchtbel

hoes Scratch My Back van Peter GabrielEen cover heeft altijd een altruïstische en een egoïstische kant. Enerzijds is het een eerbetoon aan de oorspronkelijke maker, anderzijds wordt er ook goede sier gemaakt met andermans werk. De titel van Peter Gabriels cover-album Scratch my back uit 2010 maakt een spelletje van die tweeslachtigheid.

So van Peter GabrielPeter Gabriel (Woking, VK, 1950) werd bekend als de extravagante frontman van progrockband Genesis in de jaren 70 (toen dat genre nog gewoon symfonische rock heette). Solo scoorde hij in de jaren daarna grote hits als ‘Solsbury Hill’, Sledgehammer en ‘Don’t Give Up’: zelfgeschreven, meestal nogal sombere rocknummers met afro- en funkinvloeden.

hoes and I'll Scratch YoursOp Scratch My Back slaat de eigenzinnige Brit voor het eerst aan het coveren. Het album bevat een selectie van het werk van oudere en jongere artiesten – van David Bowie, Neil Young, Lou Reed en Randy Newman tot Elbow, Bon Iver, Arcade Fire en Radiohead. Gezien de albumtitel kon een antwoord niet uitblijven. In 2013 kwam and I’ll scratch yours uit, een album waarop de gecoverde artiesten op hun beurt elk een nummer van Gabriel onder handen nemen.

single The Boy in the Bubble van Paul SimonMet Scratch My Back geeft Gabriel zijn collega’s stuk voor stuk een aai over de bol door hun nummers door zijn eigen persoonlijke wasstraat te halen: zijn licht-hese, klaaglijke stemgeluid staat centraal, begeleid door sobere modern-klassieke orkestratie. Een mooi voorbeeld is zijn behandeling van Paul Simons The Boy in the Bubble, de openingstrack van diens succesalbum Graceland uit 1986.

Paul Simon elektrische gitaarVan Simon is bekend dat hij zijn diepgravende teksten vaak op bedrieglijk luchtige muziekjes plaatst, zoals bij You Can Call Me Al, ook van Graceland. Peter Gabriel maakt hier slim gebruik van deze dubbele bodem: hij ontdoet ‘The Boy in the Bubble’ van zijn ogenschijnlijke lichtheid door het nummer sterk te vertragen en van heel van ballast te ontdoen: geen drums, bas, gitaren en accordeon meer; alleen zang, piano en wat minimale orkestklanken.

hoes The Boy in the Bubble van Paul SimonEn wat een effect heeft dat. Ongelooflijk. Nooit geweten dat dat nummer zo’n fraaie melodie heeft, denk je. En zo’n intrigerende tekst ook. Over een jongen in een luchtbel. Ja, zo heet het nummer natuurlijk. Wat eenzaam eigenlijk. Maar wat nog meer? Je wordt gedwongen helemaal opnieuw naar het nummer te luisteren. Of misschien wel voor het eerst echt.

woestijnEn dan blijkt het uitbundige lied onder meer te gaan over de onstuitbare technologische ontwikkelingen die ons leven op de hele planeet ingrijpend beïnvloeden: ‘These are the days of miracle and wonder’. Over de verwarring die dat oplevert. Over geweld ook, over droogte en natuurrampen, over miljonairs die de wereld regeren. En uiteindelijk over troost, als in een wiegelied: ‘Don’t cry, baby, don’t cry’.

Peter GabrielDe verdienste van Peter Gabriel is dat hij de luisteraar de zwaarte laat voelen die Simon onder de vrolijke en dansbare Afrikaanse klanken had verstopt. Hoe hard die troost nodig is, bijvoorbeeld. Dit is coveren met een hoofdletter C. Voor wie meer wil weten, op YouTube staat een docu van een paar minuten waarin Gabriel en zijn muzikale partners over de keuze voor dit nummer vertellen.

duikenEn mocht je dieper in de tekst van The Boy in the Bubble willen duiken, lees dan deze boeiende interpretatie op het blog Every Single Paul Simon Song, waarin alle liedteksten van de Amerikaanse singer-songwriter door een onderzoekende fan op intelligente wijze onder de loep worden genomen. Voor als je even uit je eigen bubbel wilt komen.

Eindejaarslijstje 2016

top-5Het is weer lijstjestijd, en Goeie Nummers kan en wil niet achterblijven. Bedenk wel dat ik maar een fractie van het totale aanbod van 2016 beluisterde. En dat nog eens teruggebracht tot een top-5, voor mij nog steeds de ideale lengte van een lijstje.

net-nietEen paar bijzondere platen misten de eindselectie op een haar, zoals Take Me To the Alley (Gregory Porter), 22, A Million (Bon Iver), Like An Arrow (Blackberry Smoke), Malibu (Anderson.Paak) en At Swim (Lisa Hannigan). En helaas zitten er geen Nederlanders bij. Wel veel oude namen. Mannen – ja, allemaal mannen, het zij zo – die laten horen dat ze nog steeds relevant zijn, plus nog een paar relatieve nieuwelingen:

hoes-stranger-to-stranger-van-paul-simonPaul SimonStranger to Stranger. Dat iemand zichzelf in een muziekcarrière van ruim vijftig jaar zo kan blijven vernieuwen, van Simon & Garfunkels Wednesday morning, 3 A.M. naar deze ritmische wereldmuziek. En steeds op zo’n hoog niveau. Om nog maar niet te spreken over zijn fantastische optreden in de Ziggo Dome afgelopen oktober. Voorbeelden: Wristband en het titelnummer.

hoes-keep-me-singing-van-van-morrisonVan MorrisonKeep Me Singing. Fijn groeiplaatje van de Belfast Cowboy. In tegenstelling tot Simon blijft Morrison op zijn 33e studioalbum dicht bij zijn vertrouwde mix van folk, blues en soul, maar sinds zijn Duets uit 2015 klinkt de Ierse knorrepot verrassend vitaal en gedreven. Laat hem maar zingen. Voorbeeld: Everytime I See A River.

hoes-golden-sings-that-have-been-sung-van-ryley-walkerRyley WalkerGolden Sings That Have Been Sung. Kruis Morrison uit de tijd van Astral Weeks met Tim Buckley en doe er een schepje 21e eeuw bij, dan heb je Ryley Walker. Verschil is dat de jonge Amerikaanse folkjazz-zanger ook een prettig gestoord gevoel voor humor heeft. Voorbeeld: The Roundabout.

hoes-heart-like-a-levee-van-hiss-golden-messengerHiss Golden MessengerHeart Like a Levee. Deze eenmansgroep uit North Carolina viel voorgaande jaren net buiten de top-5. Ditmaal natuurlijk niet. Er blijkt niet alleen country en gospel door de aderen van M.C. Taylor te stromen, een verse injectie soul doet wonderen voor zijn meeslepende songs. Voorbeeld: Heart Like a Levee.

hoes-here-van-teenage-fanclubTeenage FanclubHere. Na een radiostilte van zes jaar nam het Schotse vijftal, dat in 1991 doorbrak met Bandwagonesque, hun tiende plaat op. Het resultaat: twaalf gitaarpoppareltjes met messcherpe samenzang en melodieën die ongeveer na tweeënhalf keer luisteren met volle kracht toeslaan. Voorbeeld: I’m In Love.

Ik wens alle muziekliefhebbers een fijne jaarwisseling en een goed 2017, met hopelijk weer veel mooie (nieuwe) popmuziek!

Het web is af

Pieter Steinz2Deze week staat Goeie Nummers in mineur, vanwege het overlijden van schrijver Pieter Steinz. Hoewel het nieuws afgelopen dinsdag niet als een verrassing kwam – Steinz was in 2013 gediagnosticeerd met de onbehandelbare ziekte ALS -, werd ik er toch door getroffen. Hetzelfde bouwjaar (1963), ook als jongetje voorgoed de literatuur ingezogen door Het Sleutelkruid van Paul Biegel, en een groot popliefhebber bovendien.

Made in EuropeBovenal was en is Steinz voor dit blog een immense inspiratiebron. De voormalige ‘chef boeken’ van NRC Handelsblad paarde een grote belezenheid aan een frisse, open geest. Grenzen tussen ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur waren er om te doorbreken; zijn boek Made in Europe (2014) behandelt net zo gemakkelijk Kuifje en Lego als Ovidius’ Metamorphoses en James Joyce’ Ulysses. En uit zijn zeer leesbare artikelen over boeken, films, beeldende kunst en muziek spreekt vooral bewondering en enthousiasme, naast de wens om andere mensen daarin te laten delen.

J.C. BloemDe culturele omnivoor, zoals NRC hem in zijn necrologie noemt, had daarbij een bijzonder vermogen om onverwachte dwarsverbanden tussen uiteenlopende werelden te zien. Zo schonk Steinz ons de prachtige vergelijking tussen de Zutphense dichter J.C. Bloem en de oude bluesmannen uit de Mississippidelta. En die tussen literair personage Oblomov en ‘Sunny Afternoon’ van The Kinks. In zijn blog Lezen met ALS verbond hij dit soort observaties ook nog eens op even ontroerende als geestige wijze met zijn eigen situatie.

Luisteren etcetera jaren 70Steinz was verknocht aan lijstjes, schema’s en overzichten. Dingen die orde scheppen in de onmetelijkheid van onze cultuuruitingen en de chaos van het leven. Dat deed hij bijvoorbeeld, samen met Bertram Mourits, in Luisteren &cetera. Het web van de popmuziek in de jaren zeventig (2011). De auteurs beschrijven daarin 25 bepalende albums van dat decennium, en leiden de lezer daarbij uiterst informatief en met veel geestdrift naar verwante artiesten, albums en liedjes. Een even aanstekelijk deel over de jaren 80 en 90 volgde, een deel over de jaren 50 en 60 verschijnt binnenkort, waarmee een fraai web is geconstrueerd van een halve eeuw popmuziek.

Paul Simon GracelandEn dan. Wat kan ik nog zeggen. Een liedje om af te sluiten dan maar. Vanaf het begin van dit blog heb ik me tenslotte voorgenomen om – als het maar even mogelijk is – elke post op een optimistische noot te laten eindigen. De door Steinz bewonderde Nick Cave met Death Is Not the End? Toch maar niet. Een andere van zijn favorieten past toch beter: Paul Simons Graceland, met de onuitwisbare regels ‘I have reason to believe / We all will be received / In Graceland’.

Kippenvel – ‘I Don’t Believe’ van Paul Simon

hoes Surprise van Paul SimonIn 2006 maakte Paul Simon samen met geluidstovenaar Brian Eno het album Surprise, waarop folk en elektronica een verrassend verbond aangaan. De plaat bevat zo’n nummer waarvan je nauwelijks begrijpt hoe het er kan zijn: I Don’t Believe. Twee contrasterende muzikale thema’s – het ene quasi-lieflijk, het andere ronduit verontrustend – wisselen elkaar onnavolgbaar af. En in de tekst neemt Simon ons mee op een emotionele achtbaanrit, met beklemmende scènes en wrange humor.

Hans en GrietjeHet nummer begint sprookjesachtig en hoopvol: ‘acts of kindness … lead us past dangers’. Maar bijna meteen meldt de zanger dat hij daar niet in gelooft. Net als de broodkruimels van Hans en Grietje bieden die daden van medemenselijkheid uiteindelijk geen bescherming. Wat stellen die immers voor, tegenover de oerkrachten die ons universum beheersen?

Paul Simon geel shirtWe weten dat Paul Simon (New Jersey, 1941) graag existentiële vragen in zijn popsongs stopt, maar dit is wel erg ingewikkeld. Gelukkig geeft hij dan de aanleiding prijs: ‘I got a call from my broker / The broker informed me I’m broke / I was dealing my last hand of poker / My cards were useless as smoke.’ De zanger blijkt volkomen blut te zijn. En terwijl zijn geliefde en zijn kinderen van een prachtige zomeravond genieten, zich niet bewust van het onheil, voelt hij zich verraden en verloren.

In het volgende couplet herpakt hij zich enigszins: het kan toch niet dat een mensenleven niets voorstelt? Een hart zo gevuld met liefde en schoonheid kan toch niet zomaar verdwijnen, alsof er nooit iets is geweest? Twijfel is op dat moment voor hem nog de beste remedie: ‘Maybe’s the exit that I’m looking for’.

Dan een nieuwe wending: de effectenmakelaar belt weer. Het was allemaal loos alarm, het geld is er nog. ‘He hopes that my faith isn’t shaken’. Een prachtig alledaags zinnetje – de man moest eens weten.

kudde schapenDe opluchting is natuurlijk groot. Maar belangrijker nog, de crisis lijkt de aartstwijfelaar te hebben wakker geschud: ‘I don’t believe we were born to be sheep in a flock / To pantomime prayers with the hands of a clock.’ Met andere woorden: ‘We zijn geen kudde makke schapen die zwijgend de wijzers van de klok rondduwen, wachtend op hulp van boven, maar ieder mens doet ertoe.’

Paul Simon rood shirtIn iets meer dan 4 minuten laat de singer-songwriter ons eerst voelen hoe het is om in dat duistere oord van wanhoop te verkeren, om ons dan als een tovenaar mee terug te voeren naar de uitgang. Kippenvel.

Voor wie meer wil, hier vind je mooie besprekingen door ‘Another Paul’ van vrijwel alle liedjes van Paul Simon.

You Can Call Me Al – Paul Simon

hoes single You Can Call Me Al‘You Can Call Me Al’. Hitsingle van Paul Simon uit 1986. Afkomstig van zijn succesalbum Graceland. Koddig videoclipje met Chevy Chase. En natuurlijk dat catchy riffje: Páá PaPa Pá, Páá PaPa Padá. Onlangs hoorde ik het nummer voorbijkomen op de radio, en ik vroeg me af of dit luchtige deuntje misschien een dubbele bodem bevat. Paul Simon (Newark, New Jersey, 1941) verstopt in zijn bedrieglijk opgewekte muziek immers wel vaker ingewikkelde of sombere hersenspinsels.

‘You Can Call Me Al’ geeft daarvoor inderdaad wel een paar aanwijzingen. In het eerstes couplet zien we een man die kennelijk in een midlife-crisis zit: ‘A man walks down the street / He says, Why am I soft in the middle now? / The rest of my life is so hard!’ Hij voelt zich eenzaam en verloren: ‘My nights are so long! / Where’s my wife and family? / What if I die here?’ Existentiële vragen zonder antwoord, maar het blijft verteerbaar door de nonchalante praat-zang en de absurde woordkeuze: ‘Don’t want to end up a cartoon, in a cartoon graveyard’.

Dan komt het  refrein: ‘If you’ll be my bodyguard, / I can be your long lost pal! / I can call you Betty, / And Betty, when you call me, / You can call me Al!’ Dit raadselachtige toneelstukje lijkt een oplossing te bieden. Maar wat betekenen die nieuwe namen, die lijfwacht en die verloren kameraad voor de problemen van de man?

Paul Simon (ca. 2010)Een tipje van de sluier wordt opgelicht door een anekdote uit Paul Simons persoonlijke leven. De zanger en zijn toenmalige echtgenote Peggy verschenen eens op een feestje waar de gastheer hen per abuis aanzag voor het echtpaar ‘Al’ en ‘Betty’. Simon tilt dit alledaagse voorval in ‘You Can Call Me Al’ naar een ander niveau: als de gast en de gastheer/vrouw afspreken hun bestaande naam en identiteit te vergeten, kunnen ze allebei nieuwe rollen aannemen. De verrassende deal geeft ruimte: we kunnen helemaal opnieuw beginnen, zonder de ballast van het verleden. Geen gekke oplossing voor iemand in een mid-life crisis.

In het derde couplet komt er nog iets anders bij. De man bevindt zich hier in een vreemd land, wellicht in de Derde Wereld. Hij is onthand omdat hij de taal niet spreekt, geen ruilmiddel tot zijn beschikking heeft. In deze onzekere situatie gaan de ogen van de man weer open. In die onbekende wereld, met zijn nieuwe beelden, klanken en geuren krijgen de dingen om hem heen plotseling weer betekenis. Hij ontwaart ‘angels in the architecture’. Sterker nog, deze nieuwe wereld brengt hem verlossing: ‘Amen, Hallejulah’.

Als je dan het refrein er weer bij betrekt, lijkt de zanger in dit ogenschijnlijk luchtige liedje zelfs een voorstel te doen voor een nieuwe verhouding tussen Noord en Zuid, rijk en arm, blank en zwart: de rijke landen beschermen de arme met hun macht en geld (bodyguard), en in ruil daarvoor wordt de ontheemde westerse blanke weer opgenomen in de mensengemeenschap (long lost pal). Dan kunnen ze allebei weer met een schone lei beginnen. Of zie ik er nu te veel in?

hoes GracelandDat is mogelijk, maar ik denk het niet. Paul Simon heeft de grote maatschappelijke en existentiële thema’s nooit geschuwd. Bovendien was hijzelf ten tijde van Graceland  het middelpunt van een felle controverse over de omgang met de apartheid in Zuid-Afrika. Nee, ik ben ervan overtuigd dat ‘You Can Call Me Al’ gewoon gaat over de menselijke existentie, wedergeboorte, verlossing en een nieuwe wereldorde. Páá PaPa Pá, Páá PaPa Padá.

 

Help Assen en Tilburg over de brug

WNew Orleans parasollen en muziekat je van ver haalt, is lekker. Lekkerder dan wat je al kent. Iets onbekends heeft kennelijk exotische toverkracht. Ook in de popmuziek. Want ook wij, muziekliefhebbers van de Lage Landen, vinden muziek van ver weg doorgaans aantrekkelijker dan Hollandse kost. Zeker als het uit de VS komt.

Ik doe daar zelf lustig aan mee, maar het is natuurlijk niet helemaal eerlijk. We lopen weg met een Amerikaan die Californië als het Beloofde Land ziet of met iemand die diepzinnige gedachten krijgt door een bezoek aan Graceland in Memphis, Tennessee. Maar waarom kan dat wel, terwijl een Nederlander die zingt over Assen of Tilburg kan rekenen op louter hoon of medelijden? Wat hebben Assen en Tilburg ons misdaan dat er geen gloedvol lied over ze wordt geschreven?

Ik heb er wel een verklaring voor. Wij popliefhebbers vinden de combinatie geloofwaardig en exotisch gewoon het fijnste. Een geloofwaardige illusie, waarachter een diepere waarheid schemert. In het Engels is daar een mooie uitdrukking voor: suspension of disbelief. Een liedje werkt wanneer je je ongeloof even kunt uitstellen, wanneer je je er zolang het duurt aan kunt overgeven. En daar wringt het met die Nederlandse steden – denk ik. Het loflied op Assen of Tilburg botst gewoon te snel met de realiteit. Door een bezoekje of herinnering aan een van die twee steden. Het lukt je niet om je ongeloof uit te stellen.

Maar er is meer. Om een stad als New Orleans zijn allerlei mythes heen gebouwd. Het is de bakermat van blues en jazz, smeltkroes van invloeden uit alle windstreken. The Big Easy ademt en wasemt muziek, zwarte magie en erotiek uit al z’n poriën. Maar ook in Assen en Tilburg en al die andere buitengewone Nederlandse provinciesteden zijn ongetwijfeld mysteries en onontdekte schoonheid te vinden. We hoeven die alleen maar naar boven te halen. Zo kunnen die Nederlandse steden een verdiende plek in onze verbeelding krijgen. Ik wil me daar hard voor gaan maken. De lezers van dit blog komen vast en zeker uit alle uithoeken van Nederland. Wie helpt me om die mythes rondom Nederlandse steden te verzamelen?