literatuur

Nobelprijs voor de rock-‘n-roll

Bob Dylan eind of midden jaren 60Bob Dylan de Nobelprijs voor Literatuur. Natuurlijk! Gaaf! Eindelijk! dacht ik. Dat heb je met fans. Het was voor mij wel het nieuws van de week. Maar hoe natuurlijk is het eigenlijk? Daarover kun je van mening verschillen. Schrijver Harry Mulisch, jarenlang aangeduid als Nobelkandidaat, vond in de jaren 90 in elk geval dat de prijs sterk zou devalueren als de Amerikaanse bard hem zou winnen.

Bob Dylan jaren 90

Of je Dylan nu als literator dan wel songwriter ziet, het bijzondere van deze toekenning is dat de literatuur ermee terugkeert naar zijn oorsprong. Tegenwoordig zijn we eraan gewend dat de schone letteren tot ons komen in de vorm van romans – of eventueel gedichten, toneelstukken of essays -, maar de oudste literatuur bestond uit toegankelijke verhalende poëzie, al of niet op muziek gezet. Het werk van Homerus, Vergilius en de middeleeuwse troubadours vormt de blauwdruk voor een groot deel van de schrijfkunst in de westerse wereld, inclusief die dikke boeken die we romans noemen.

220px-Gustave_dore_crusades_troubadours_singing_the_glories_of_the_crusadesDe liedjes van de nu 75-jarige singer-songwriter uit Minnesota, zijn hele persona eigenlijk, vormen een echo van die traditie. De troubadour verhaalde op meeslepende manier van tijdloze geschiedenissen die de kern van ons bestaan uitvergroten. Maar Dylan maakt die verhalen ook modern, persoonlijk. Zijn liefdesliedjes hebben geen hoofse clichés, maar regels als ‘I hate myself for loving you, and the weakness that it shows’ (‘Dirge’, van Planet Waves). Hoewel je de ‘ik’ in zijn liedjes niet gelijk kunt stellen met Robert Zimmerman, zijn zijn nummers stuk voor stuk krachtige persoonlijke statements.

alfred-nobelAl met al redenen genoeg voor Dylans uitverkiezing, dunkt me. Toch denk ik dat zijn teksten vooral zo krachtig zijn omdat je de sterke muziek erbij hoort als je ze leest. Luister maar eens naar deze. Of deze. En nu ik er iets langer bij stilsta: het zou ook zomaar kunnen dat de jury dit jaar voor Dylan koos omdat Alfred Nobel gewoon vergat een prijs voor de Rock & Roll in het leven te roepen.

Het web is af

Pieter Steinz2Deze week staat Goeie Nummers in mineur, vanwege het overlijden van schrijver Pieter Steinz. Hoewel het nieuws afgelopen dinsdag niet als een verrassing kwam – Steinz was in 2013 gediagnosticeerd met de onbehandelbare ziekte ALS -, werd ik er toch door getroffen. Hetzelfde bouwjaar (1963), ook als jongetje voorgoed de literatuur ingezogen door Het Sleutelkruid van Paul Biegel, en een groot popliefhebber bovendien.

Made in EuropeBovenal was en is Steinz voor dit blog een immense inspiratiebron. De voormalige ‘chef boeken’ van NRC Handelsblad paarde een grote belezenheid aan een frisse, open geest. Grenzen tussen ‘hoge’ en ‘lage’ cultuur waren er om te doorbreken; zijn boek Made in Europe (2014) behandelt net zo gemakkelijk Kuifje en Lego als Ovidius’ Metamorphoses en James Joyce’ Ulysses. En uit zijn zeer leesbare artikelen over boeken, films, beeldende kunst en muziek spreekt vooral bewondering en enthousiasme, naast de wens om andere mensen daarin te laten delen.

J.C. BloemDe culturele omnivoor, zoals NRC hem in zijn necrologie noemt, had daarbij een bijzonder vermogen om onverwachte dwarsverbanden tussen uiteenlopende werelden te zien. Zo schonk Steinz ons de prachtige vergelijking tussen de Zutphense dichter J.C. Bloem en de oude bluesmannen uit de Mississippidelta. En die tussen literair personage Oblomov en ‘Sunny Afternoon’ van The Kinks. In zijn blog Lezen met ALS verbond hij dit soort observaties ook nog eens op even ontroerende als geestige wijze met zijn eigen situatie.

Luisteren etcetera jaren 70Steinz was verknocht aan lijstjes, schema’s en overzichten. Dingen die orde scheppen in de onmetelijkheid van onze cultuuruitingen en de chaos van het leven. Dat deed hij bijvoorbeeld, samen met Bertram Mourits, in Luisteren &cetera. Het web van de popmuziek in de jaren zeventig (2011). De auteurs beschrijven daarin 25 bepalende albums van dat decennium, en leiden de lezer daarbij uiterst informatief en met veel geestdrift naar verwante artiesten, albums en liedjes. Een even aanstekelijk deel over de jaren 80 en 90 volgde, een deel over de jaren 50 en 60 verschijnt binnenkort, waarmee een fraai web is geconstrueerd van een halve eeuw popmuziek.

Paul Simon GracelandEn dan. Wat kan ik nog zeggen. Een liedje om af te sluiten dan maar. Vanaf het begin van dit blog heb ik me tenslotte voorgenomen om – als het maar even mogelijk is – elke post op een optimistische noot te laten eindigen. De door Steinz bewonderde Nick Cave met Death Is Not the End? Toch maar niet. Een andere van zijn favorieten past toch beter: Paul Simons Graceland, met de onuitwisbare regels ‘I have reason to believe / We all will be received / In Graceland’.

Een literaire rockster?

Bruce 1Onlangs las ik op internet over de literaire inspiratiebronnen van Bruce Springsteen. De VPRO-gids van diezelfde week meldde dat de nieuwe plaat van Johnny Marr (ex-The Smiths) vernoemd was naar Homo ludens van historicus Johan Huizinga. En als je zo even verder zoekt, kom je op talloze plekken de leesvoorkeuren van popsterren tegen.

J Kessels The NovelMaar andersom? Kun jij één auteur noemen die de wereld graag laat weten welke popmuziek hij of zij op de iPod heeft staan? Ik niet. Klassieke muziek speelt soms nog wel een rol, zoals bij Maarten ’t Hart en Anna Enquist, maar popmuziek? Er zijn een paar uitzonderingen, zoals countryfan P.F. Thomèse (J. Kessels: The Novel) en (post)punker Jonathan Franzen (Vrijheid). Maar verder schittert de popmuziek in de literaire wereld vooral door afwezigheid.

Ik vraag me af hoe dat komt. Leven schrijvers in een stiltegebied? Luisteren ze alleen naar klassiek of jazz? Nauwelijks voorstelbaar, zeker niet bij de huidige generatie. Biedt popmuziek dan een te beperkte inspiratiebron voor een hele roman? Misschien. Een gemiddeld liedje duurt maar een paar minuten en telt hoogstens twintig regels tekst. Toch is dat ook geen logische verklaring: goeie nummers wekken in dat korte bestek een complete wereld of een diep-tragische geschiedenis tot leven. Genoeg basisstof voor een vuistdikke roman.

Nick CaveIk vrees dat het uiteindelijk toch om maatschappelijke status gaat. Ja, status. Zelfs anno 2014. Want ook na al die eeuwen vooruitgang geldt literatuur nog steeds als hoge kunst, en popmuziek als lage. Schrijvers halen zichzelf omlaag als ze laten zien popmuziek serieus te nemen. Het aanzien van ‘oppervlakkige’ popmuzikanten stijgt juist als ze af en toe een (goed) boek blijken te lezen. Sommige popartiesten zetten dan ook nog een stapje omhoog: ze gaan zelf schrijven. Denk aan Huub van der Lubbe (De Dijk) en Thé Lau (The Scene) en in het buitenland aan muzikale wildeman Nick Cave.

Karl Ove KnausgardMaar ho – de schone letteren reiken ook naar de rock & roll. Jawel. Want schrijvers snakken diep in hun hart naar de populariteit en de coole uitstraling van popartiesten. Dat blijkt vooral bij de man die op jaloersmakende wijze het beste van twee werelden heeft: Karl Ove Knausgård, de schrijver van de zesdelige autobiografie Mijn strijd.

Vader van Karl Ove KnausgardKnausgård krijgt niet alleen uitstekende recensies. De Noor verkoopt ook miljoenen boeken en heeft met zijn onaangepaste karakter en ruige looks de bohemien-uitstraling waar de meeste van zijn collega’s alleen maar van dromen. De media geven hem al het vaste voorvoegsel ‘literaire rockster’ – de mooiste titel die een kunstenaar tegenwoordig lijkt te kunnen krijgen. Maar wat mij betreft is dat toch net iets te veel eer. Hoe meeslepend en verslavend Mijn strijd ook mag zijn, Knausgård is geen popster. Mocht-ie willen. Hij is gewoon een vet rockende schrijver.

Funk en hermetische poëzie

IMAG0235

Concertrecensie Bootsy Collins tijdens North Sea Jazz 2014 (De Volkskrant 12/7/14)

Funk. Ik vind het een heel bijzondere muzieksoort. Funk doet me sterk denken aan een literair genre dat ik tijdens mijn studie Nederlands in de jaren tachtig leerde kennen: de ‘hermetische poëzie’, van dichters als Gerrit Kouwenaar (1923), Hans Faverey (1934-1990) en Stéphane Mallarmé (1842-1898). Hermetische poëzie, dat zijn bijna onbegrijpelijke gedichten die niet naar de werkelijkheid om ons heen verwijzen maar alleen naar zichzelf. Uitsluitend toegankelijk voor de uitzonderlijke mensen die de duistere code van het gedicht weten te kraken: de poëzie-diehards.

Ook funk is bestemd voor een select clubje echte funkomaniacs. Want funk is alleen funk als het echte, pure, onversneden funk is. Met zo’n vette groove. En consumeer jij je funk liever met een scheutje pop, jazz of rock erin? Dan hou jij dus niet van funk. En disco dan? Disco, volgens de funkofiel, is iets dat zich ten onrechte uitgeeft voor funk. Want funk is alleen funk als het die loodzware nadruk op de eerste tel van de maat heeft. Boooommmm.

hoes funkadelicDe songtitels in de funk spreken ook boekdelen – ik doe even een greep: ‘Master Funk’ (Johnny Guitar Watson), ‘Funkin’ for Jamaica’ (Tom Brown), ‘One Nation Under A Groove’ (Funkadelic), ‘Groove Me’ (King Floyd), ‘One of Those Funky Thangs’, ‘Dr. Funkenstein’, ‘Funkin’ For Fun’ (Parliament). En zo kunnen we nog wel een tijdje doorgaan. Funk gaat net als hermetische poëzie vooral over zichzelf, over funk – of over de groove, dat is hetzelfde. De rest van de wereld doet er niet toe.

george clintonHo, ho, hoor ik een oprechte funkoseksueel protesteren: funk kan heus wel over iets anders gaan. Bijvoorbeeld over ruimteschepen. En over aliens. George Clinton (Parliament, Funkadelic) heeft daarover een hele theorie ontworpen. Clinton, hogepriester van de zogeheten P–Funk (pure funk), beweert dat een ruimteschip met een goddelijk buitenaards wezen ooit de mensheid verrijkte met de bron van alle creativiteit, energie en alle leven. Je hebt misschien al een idee wat die bron is: inderdaad, de Funk, met een hoofdletter F. Dus ja, oké, funk gaat niet alleen over de groove of de funk. Soms gaat het over ruimteschepen volgeladen met funk. Kijk maar eens naar dit filmpje.

james brown 2Er is toch ook een belangrijk verschil tussen hermetische poëzie en funk. Want funk kan wel probéren zichzelf exclusief te maken, het lukt nooit. Britse wetenschappers ontdekten namelijk onlangs dat een echte groove onweerstaanbaar is. Voor iedereen, ongeacht je cultuur of je muzikale achtergrond. Bij zo’n groove kun je gewoon niet stil blijven zitten. Je moet wel dansen, of je het wilt of niet. Je lichaam kent de code al. Luister maar eens naar Funky Drummer van James Brown. Get in the groove.