Month: november 2021

Niet kunnen loslaten

Vorige week leerde ik een nieuw woord, in een NPR-artikel over het nieuwe album van Adele: melisme. Melisme is een muziekterm die staat voor het zingen van één lettergreep op een reeks verschillende noten. Of andersom, verschillende noten gebruiken om één lettergreep te laten klinken. Een notentros wordt het ook wel genoemd – mooi woord, je ziet het zo voor je. Luister ter illustratie naar het genoemde nummer van Adele, My Little Love, en let daarbij steeds op het laatste woord van een tekstregel.

De oorsprong van melismatisch zingen ligt waarschijnlijk in de religieuze muziek van de Oudheid. De christelijke, joodse en Arabische godsdiensten gebruiken de melodische wendingen in om de gelovigen in een hypnotische trance brengen. Maar ook in meer wereldse muziek als flamenco, fado, balkan en Ierse folk komen we de zangtechniek tegen.

Hoe anders is dat in de rock, pop, punk, blues of country. Nauwelijks notentrossen te vinden, merkte ik toen ik erop ging letten. In deze genres lijken noot en lettergreep bijna altijd één op één op elkaar gelijmd. Een beetje streng, alsof een lettergreep niet mag denken dat hij meer dan één noot verdient. Of andersom, alsof de noten het niet te gezellig mogen maken door samen op één syllabe te gaan hangen.

Toch zijn er wel uitzonderingen op die regel. Let bijvoorbeeld op wat bluesfolkartieste Bonnie Raitt doet in Dimming of the Day, waar ik het toevallig twee weken geleden over had. Of naar Southern Rocker Lowell George, de te jong overleden frontman van Little Feat. Ook hij jongleerde graag met lettergrepen, zoals te horen in On Your Way Down.

Maar de grote notentrosmeesters vinden we toch in de soul – een genre dat vast niet toevallig zijn oorsprong heeft in de kerk. Een paar voorbeelden: Stevie Wonders Don’t You Worry ‘Bout a Thing, Mariah Carey’s Visions of Love, Whitney Houstons versie van Dolly Partons I Will Always Love You. Vaak beginnen ze een liedje nog vrij sober, om aan het eind steeds meer uit te pakken.

Het woord lettergreep sluit wonderwel aan bij deze aanpak. De soulartiesten nemen een greep uit het aanbod van de kleinste taaleenheden die we hebben: de letter. Naar believen plukken ze een zo klein mogelijk trosje letters uit de lucht, samengehouden door een of meer medeklinkers met in het midden iets waar ze lekker hun adem doorheen kunnen sturen: een klinker. Want die klinkers, daar gaat het om, die geven hen de ruimte om te doen wat ze nodig achten.

De koningin van de notentros is voor mij Deniece Williams. De Amerikaanse soulzangeres veroverde in 1984 veler harten met haar vocale acrobatiek in Let’s Hear It for the Boy. Williams moet in de loop van haar leven een langdurige crush op de klinker hebben ontwikkeld. Luister hoe ze hem proeft, uitdaagt, verleidt, streelt en omhelst in Free. Het is bijna mystiek, ze ziet de kosmos weerspiegeld in het allerkleinste. Ze wil alle mogelijkheden ontdekken, hem oneerbiedig gezegd helemaal uitmelken. Ze kan hem bijna niet loslaten – en zo houdt ze ook ons in haar greep en worden we langzaam in trance gebracht. Melisme.

Muziek als medicijn – Slapeloosheid

‘Denkend aan de dood kan ik niet slapen / En niet slapend denk ik aan de dood’ schreef J.C. Bloem in zijn klassieke gedicht Insomnia. Zo angstwekkend als Bloem het in 1951 verwoordde, hoeft het niet voor iedereen te zijn, maar slapeloosheid is wel een heel vervelende aandoening. De tijd sleept zich stervenslangzaam voort, piekergedachten drukken je steeds dieper in je matras en je vraagt je af hoe je de dag van morgen moet doorkomen.

De gevolgen van slaapgebrek liegen er ook niet om. Onderzoek toont aan dat het een negatieve invloed heeft op concentratie, informatieverwerking en coördinatie. Chronische slaapproblemen verhogen bovendien het risico op hartkwalen, hoge bloeddruk, beroerte, diabetes type 2 en depressie. En zelf wist je allang dat chagrijn en irritatie volgen op een slechte nachtrust. Genoeg redenen dus om er iets aan te doen.

(meer…)

Zangstemmen en spinazie

Waarschijnlijk ben jij voor je favoriete popartiesten gevallen vanwege hun stem. Niet omdat hun gitaarsound zo fantastisch was, hun teksten, melodieën of akkoordenschema’s zo wonderbaarlijk. Voor mij werkt het in elk geval wel zo. Ik ben niet bestand tegen de strot van Sandy Denny, James Taylor, Sam Cooke of Gregory Porter. Al zouden ze Poesie Mauw of Op een Grote Paddenstoel zingen, ik ga voor de bijl.

Andersom zijn er artiesten met een stem die tegenstaat, dat kennen de meeste mensen ook wel. Zelf ben ik licht allergisch voor zangers en zangeressen met veel vibrato, zoals Chris DeBurgh en Ane Brun. Maar andere mensen, zo weet ik, krijgen de kriebels bij Bob Dylan, Neil Young, Randy Newman of Richard Thompson – om een paar niet helemaal willekeurige namen te noemen.

(meer…)