Check ‘em out

Ondergedompeld in R.E.M.

onderdompeling eendAls eigentijdse muziekluisteraar ben je vooral een zapper. Als het huidige liedje niet bevalt ga je naar het volgende, hoppend van de ene artiest naar de andere, door de genres heen. Een uitstekende manier om je beperkte luistertijd efficiënt te besteden – maar persoonlijk dompel ik me liever voor langere tijd onder in één soort muziek. Door naar een heel album (!) te luisteren of, liever nog, me een aantal dagen achter elkaar (!!) onder te dompelen in het oeuvre van een bepaalde groep of artiest – mits dat natuurlijk sterk en interessant genoeg is.

Van Morrison met lichte hoedVaak gaat het dan om een artiest die in de loop van de tijd uit mijn playlist was verdwenen en door een of andere aanleiding weer op mijn pad komt. Zo verdiepte ik me een tijdje geleden in Van Morrisons album Keep Me Singing (2016) – om vervolgens weer dagenlang door Ierland te dwalen met Van the Man en zijn vroege meesterwerken Astral Weeks, Moondance en Veedon Fleece.

r.e.m. kleurEn zo was ik de afgelopen week bijna steeds diep into R.E.M., nu naar aanleiding van een interview dat ik hield met de Utrechtse Nederamericanaband The Yearlings (hun album Skywriting komt uit in november, lekkere muziek hoor, hou ze in de gaten), voor wie R.E.M. een grote inspiratiebron is.

R.E.M. Losing My ReligionDe duik in de wereld van Michael Stipe c.s. leverde onverwachte indrukken op. De indieband uit Georgia fungeerde in de media vooral als onderwerp van een muziekpolitieke discussie (‘is R.E.M. niet te commercieel geworden?’) of als wegbereider voor bands als Nirvana en Pearl Jam. Maar wie anno 2018 gewoon naar ze gaat luisteren, wordt getroffen door de  ontzettend sterke liedjes en het tijdloze karakter van hun eigenzinnige mix van sixties folkrock en seventies/eighties new wave.

farfisa orgelNeem bijvoorbeeld Begin The Begin, zo’n melodieus punky nummer waarop R.E.M. het patent heeft, met een gepassioneerde tekst waaruit afkeer én liefde spreekt. Of Stand, met vette rock-‘n-rollriff van Buck en een lekker Farfisa-achtig orgeltje. Of Finest Worksong, – let op dat verrassende baswerk van Mike Mills op het eind. Of het tedere Imitation of Life, met weer zo’n vage tekst om in te verdwalen. Het etiket ‘nineties alternative rock’ blijkt totaal niet meer te passen – dit zijn moderne klassiekers. Met R.E.M. eiste de combinatie Melancholie + Kracht voorgoed zijn plek op in de rock-‘n-roll.

11076831_bcdc79d83c_z R.E.M. Pinkpop 1989Tijdens mijn duiktocht dacht ik terug aan R.E.M.’s optreden op Pinkpop 1989 – hoog in mijn persoonlijke Concert-Top 10 – waar frontman Stipe fungeerde als Sjamaan, Voorganger en Martelaar ineen. Halverwege de meeslepende set scheurde hij zijn shirt kapot, en waar zoiets bij andere acts aanstellerig zou overkomen, was het daar op het podium in Landgraaf volkomen geloofwaardig. Rock-‘n-roll doet ertoe, dat was het effect. En datzelfde gevoel had ik vandaag toen ik weer uit het water kwam en mijn veren uitschudde.

Een tribute-band met impact

Her MajestyAfgelopen zaterdag was ik met mijn echtgenote in poppodium Fluor in Amersfoort, voor een optreden van Her Majesty, de Crosby, Stills, Nash & Young tribute-band van Hollandse bodem die al een paar jaar met veel succes langs de vaderlandse theaters en clubs toert. Het was een gedenkwaardige avond, in meerdere opzichten.

Deja VuMeestal ben ik niet zo te porren voor tribute-bands, en CSNY is mijn vroegste en kwetsbaarste popliefde, maar op internet zag ik het vocale en instrumentale vakmanschap van Her Majesty (zoals deze), alsmede haar overduidelijke liefde voor de muziek van het illustere Amerikaans-Brits-Canadese viertal. En live in Fluor, voor een publiek van vooral vijftigers en zestigers en een stuk of wat twintigers, maakte het vijftal die belofte vanaf de eerste minuut waar.

kortsluitingDe line-up van de band is dan ook perfect. Jelle Paulusma en Diederik Nomden (beiden ex-Daryll-Ann) klinken bedrieglijk echt als respectievelijk Neil Young en Stephen Stills, net als zanger-gitarist Bertolf Lentink en drummer Bauke Bakker, die elkaar afwisselden als Crosby en Nash. Maar – dat is het gekke met een tribute-band – ondertussen zijn ze het niet, en daarom treedt er af en toe een soort kortsluiting op tussen je ogen en je oren.

radiocassetterecorderZo’n tribute-band werkt als een tijdmachine. De reeks songs van Crosby, Stills, Nash en Young brachten me terug naar mijn wereld van vier decennia terug, naar mijn oude slaapkamertje, als dertienjarige zittend naast de radiocassetterecorder, vingers op de opnameknoppen om zoveel mogelijk van die opwindende exotische klanken vast te leggen. Ik weet niet of ik veel van de muziek begreep, maar de aantrekkingskracht, de belofte, van nummers als Déjà Vu, Helpless en Our House was ongelooflijk, dat weet ik nog wel. En afgelopen zaterdag was ik ruim anderhalf uur lang weer die dertienjarige.

protest VietnamHer Majesty liet me ook met nieuwe oren luisteren naar dat bekende werk, bijna een halve eeuw oud, dat me na al die jaren misschien wat al te vertrouwd was geworden. Het viel me nu plotseling op hoe politiek en spraakmakend de nummers van CSNY vaak waren: Almost Cut My Hair, Ohio, Chicago, Alabama, Woodstock, ze kwamen allemaal voorbij. En hoe de popmuziek, ondanks haar alomtegenwoordigheid in ons leven, inmiddels veel van haar maatschappelijk engagement en belang heeft verloren.

StonehengeNa afloop van het concert kwam van achter uit de zaal een jonge vrouw, twenty-something, glimlachend naar mijn echtgenote toe. Ze wilde ons graag laten weten hoe zij en haar gezelschap van ons tweeën hadden genoten, van de manier waarop wij het optreden hadden beleefd. Best grappig. Ik stelde me voor dat ze ons enthousiasme had opgemerkt, misschien ook onze vervoering of onze verbondenheid, onze reis door de tijd. Maar zo word je wel ruw teruggebracht naar het heden. Dat kan een tribute-band als Her Majesty dus ook teweegbrengen.

 

 

Luisteren met voorkennis

Death Cab for CutieEen tijdje geleden had ik het hier op Goeie Nummers over de geneugten van het Pure Luisteren. Zomaar random iets uit je digitale muziekverzameling kiezen, zonder voorkennis over de artiest, en dan gewoon de oren de kost geven: wat hoor ik, welke beelden komen naar boven? Een interessante ervaring, waarvoor ik de band Death Cab for Cutie als proefkonijn gebruikte.

Death Cab for Cutie2Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan: ik begon me daarna natuurlijk te verdiepen in dat bandje. En het bleek een behoorlijk intrigerend gezelschap te zijn. Want hoe komen de indierockers uit het noordwesten van de VS bijvoorbeeld aan die merkwaardige naam? Waarom klinkt elk van de acht albums die de band sinds 1997 maakte zo anders dan het voorgaande? En waar halen ze de inspiratie voor hun bijzondere songs en teksten vandaan?

 

Chris WallaOp die naam komen we nog terug – eerst over die sound. De eerste zeven albums van Death Cab For Cutie, door de volgers meestal verkort tot Death Cab of DCFC, zijn geproduceerd door gitarist Chris Walla en klinken allemaal behoorlijk verschillend. Een constante is de zuivere en lichte stem van frontman Ben Gibbard (Washington, 1976) en de manier waarop harmonieuze zang-, gitaar- en pianopartijen contrasteren met de bijna ruw gemonteerde drums en subtiele noise-effecten. DCFC’s laatste album, Kintsugi, werd geproduceerd door Rick Cosey (Muse, Interpol, Rage Against The Machine) en dat hoor je terug in het strakkere geluid. Ook weer heel anders dan daarvoor.

KintsugiVerhaal Meer een band van albums dan van losse liedjes, zeggen ze zelf. Bij elke plaat starten de mannen met zo’n dertig ruwe songs van Gibbard, waaruit ze samen geleidelijk een verhaal destilleren. Zo is Kintsugi genoemd naar een Japanse methode om gebroken keramiek te repareren: in plaats van de scherven onzichtbaar aan elkaar te lijmen wordt er goud aan de lijm toegevoegd om het voorwerp een compleet nieuw leven te geven. Wat voor Gibbard een mooie metafoor was voor hoe hij zijn gestrande huwelijk probeerde om te zetten in elf elegante liedjes.

Teenage Fanclub BandwagonesqueInspiratie Dit jaar coverde Ben Gibbard solo het hele album Bandwagonesque, waarmee Teenage Fanclub in 1991 doorbrak. De Schotse band, hoog op mijn favorietenlijstje, is kennelijk een van zijn inspiratiebronnen. Net als een aantal andere namen die rond de band cirkelen, zoals die van Big Star, Freedy Johnston en Sun Kil Moon. En zo vallen allerlei puzzelstukjes op hun plaats. Luister maar eens naar het betoverende Transatlanticism, of naar I Will Possess Your Heart met zijn gedurfd lange intro van meer dan vierenhalve minuut.

Neil InnesTot slot dan die naam. ‘Death Cab for Cutie’ is een nummer van de Britse artrockgroep Bonzo Dog Doo-Dah Band, bekend geworden door de Beatles-film Magical Mystery Tour uit 1967. Songschrijver Neil Innes – die daarna onder meer met Monty Python werkte – ontleende die songtitel weer aan een Amerikaans pulp-fiction crime magazine. Zo is het cirkeltje mooi rond, maar hoe dit absurdistische doowop-achtige nummer zich verhoudt tot de muziek van Death Cab For Cutie is voor mij vooralsnog een raadsel. En dat is eigenlijk ook wel zo leuk. Check ‘em out.

Vergeten album – Manassas

hoes ManassasDe band bestond maar twee jaar, en maakte niet meer dan twee platen, waarvan de laatste schijnbaar zonder al te veel inspiratie. Maar die eerste, daar draait het om. Het titelloze debuut-dubbelalbum van Manassas uit 1972 blijft een wonderlijk en wonderschoon album. En wonderlijk veronachtzaamd, dat ook.

Manassas1972Een jaar eerder had zanger-gitarist Stephen Stills (Buffalo Springfield, Crosby, Stills, Nash & Young) een toevallige ontmoeting met zanger/multi-instrumentalist Chris Hillman (Byrds, Flying Burrito Brothers). Na toevoeging van pedal-steelgitarist hors categorie Al Perkins, het ervaren ritmetandem Dallas Taylor en Calvin Samuels, aangevuld met percussionist Joe Lala en toetsenist Paul Harris was Manassas compleet.

vonkenIn de studio in Los Angeles ging het snel. Binnen een paar weken had het zevental genoeg nummers voor een dubbelalbum: Manassas. Het mooie is: je hoort gewoon de bijzondere chemie. Muziekmoleculen die op elkaar reageren. Vonken die overspatten. Een brandlucht af en toe. Veelzijdig ook: blues, folk, country, latin en rock – het is er allemaal, soms zelfs in verrassende combinaties. Luister maar eens naar Johnny’s Garden of It Doesn’t Matter.

hoes Layla and other assorted love songsBij al dit moois vraag je je af waarom het album en de band niet een veel grotere status hebben. Manassas is zeker zo goed als het legendarische Layla And Other Assorted Love Songs van Derek & The Dominoes (Eric Clapton) uit dezelfde periode. En live schijnt de band ongeëvenaard te zijn geweest – kijk en luister maar even naar Bound to Fall of Song of Love.

Hillman1972Misschien ging het allemaal iets te haastig bij Manassas. De samenstelling van het album is niet perfect. Een prijsnummer als Colorado zit weggestopt als tweede bandje op kantje drie. Bovendien werd er van verschillende kanten aan de bandleden getrokken vanwege lucratieve tournees en invalbeurten, dat helpt ook niet mee.

Vincent van Gogh3Belangrijker is waarschijnlijk dat Manassas gewoon te kort heeft bestaan om geschiedenis te schrijven. Daar heb je net een paar jaar meer voor nodig. Maar inmiddels zijn we 45 jaar verder, en dan denk je: wat doet het ertoe. Goede wijn moet rijpen. Genieën krijgen meestal pas na hun dood erkenning. Check ‘em out.

Het Pure Luisteren

hoes Death Cab for CutieSoms is het fijn om niets te weten. Om alleen maar te luisteren naar een artiest of groep die op de een of andere manier op je pad is gekomen. Want kennis en muziek zijn niet altijd vrienden. Hoe Death Cab for Cutie bij mij terechtkwam, weet ik niet meer. Een paar jaar geleden zal ik een album via eMusic hebben gedownload, een paar keer hebben beluisterd en in een denkbeeldig laatje hebben gestopt met ‘niet slecht, later terugluisteren’ erop. Zoiets.

hoes Atlanticism van Death Cab for CutieToen ik onlangs even genoeg had van rootsy singer-songwriters en (new) soulartiesten, kwam Death Cab for Cutie opnieuw in beeld. Ik downloadde zeven andere albums van de band. Ook nu kan ik me de aanleiding niet herinneren, misschien koos mijn hand voor mij. Maar ditmaal werd ik definitief gegrepen door hun muziek. En normaal ga ik dan op zoek naar info. Nu niet. Wie de groepsleden zijn, waar ze vandaan komen, wat ze over zichzelf kwijt willen, wat anderen over hen zeggen – geen idee. Ik liet me terugvallen op het Pure Luisteren.

hoes Something About Airplanes van Death Cab for CutieWat je krijgt als je zo puur naar Death Cab for Cutie luistert: liedjes om in te verdwalen, met fraaie zangmelodieën tegen een achtergrond van piano, gitaar, synthesizer, bas en drums. Referenties: Beatles, Arcade Fire, Crowded House, Spoon, af en toe een vleugje Simple Minds. Bijna klassieke pop, maar wel modern en ‘met een randje’; door het glasheldere, open geluid, met hier en daar gruizige of ongewone achtergrondgeluiden, blijft het spannend. Elk liedje klinkt als een onverwacht fragment uit het bestaan dat voor jou met fraaie sprekende details wordt uitgelicht en uitgediept.

hoes The Sound of Settling van Death Cab for CutieHet Pure Luisteren bracht als vanzelf ook de fantasie op gang: de zanger van Death Cab for Cutie is een slungelige figuur met halflanghaar; hij, de centrale liedjesschrijver, is enig kind van twee leraren en is literair angehaucht (vandaar die bandnaam). Om onduidelijke redenen heeft hij een bloedhekel aan hipsters. De groepsleden kennen elkaar van een college in Boston (of daar in de buurt, pin me er niet op vast). Toetsenist studeerde natuurkunde, bassist klust graag aan het bandbusje. Ze zouden beledigd zijn met de referentie-artiesten die ik hierboven noem. Ze deinzen ervoor terug om 40 te worden, willen niet weten wat dat betekent. Hun volgende album, 30 (werktitel), gaat daar ook over en verschijnt in het najaar, op 11 oktober.

koptelefoon ogen dichtNu ga ik de band toch echt googelen. Ik ben benieuwd wat ik ga vinden. Maar nog beter is om eerst gewoon te gaan luisteren – dus check ‘em out.

 

De Dodo en de Banaan

dodoDe Dodo. Een andere naam konden we niet voor hem bedenken. Samen met de drummer van de latinrockband waar ik eind jaren 80 in speelde was ik de apparatuur in ons oefenhok aan het opstellen, toen hij in de gang voorbijkwam met een stapel elpees in zijn armen. Een magere brildragende jongeman van eind twintig. Kalend van voren, met lang haar achter, gekleed in spijkerbroek en bruin nepleren jasje.

dj-mengtafelWe hadden deze actieve vrijwilliger in het Leidse bandjesoefencomplex wel vaker gezien, maar nooit gesproken. Op opgewonden toon vertelde hij ons nu dat hij later die avond als DJ zijn favoriete muziek ging draaien op het podium van het complex. ‘Daar hoort natuurlijk ook de banaan bij,’ sprak hij.

velvet_underground_and_nicoToen wij hem niet-begrijpend aankeken, schonk hij ons een even opgetogen als misprijzende blik en toonde hij de met banaan-illustratie van Andy Warhol getooide hoes van The Velvet Underground & Nico. Om ons vervolgens achter te laten met de woorden ‘je moet wel weten wat goeie muziek is’.

Ietwat verbouwereerd herhaalden we dat zinnetje. En daarna nog een keer, en nog een keer, net zolang tot het een catchphrase werd, te gebruiken wanneer een situatie of individu daar maar om vroeg. En elke keer als we ‘je moet wel weten wat goede muziek is’ zeiden, dachten we aan de Dodo, de jongeman van de Banaan, wiens echte naam nooit meer tot ons zou doordringen.

velvet-underground2En nog steeds denk ik aan hem als ik mensen tegenkom die me iets te graag willen vertellen wat Goeie Muziek is. En ook als ik zelf andere mensen vertel naar welke Goeie Nummers ze zouden moeten luisteren. De Dodo wijst me mijn plaats, en daar ben ik hem dankbaar voor. En wat er nog bijkomt: hij leidt mijn gedachten terug naar die bijzondere avantgardeband met Lou Reed en John Cale en hun legendarische debuutalbum.

Bij verschijning in 1967 oogstte het experimentele en taboedoorbrekende  The Velvet Underground & Nico weinig applaus, maar tegenwoordig wordt het tot een van de meest invloedrijke rockalbums uit de popgeschiedenis gerekend. In rockmagazine Rolling Stone’s 500 Greatest Albums of All Time staat het op de dertiende plaats.

velvet-undergroundInmiddels is Lou Reed al ruim drie jaar niet meer onder ons, en zangeres Nico en gitarist Sterling Morrison gingen hem al voor. Gelukkig zijn hun voortbrengselen er nog wel. Luister maar eens naar Femme Fatale, Sunday Morning of Heroin. Dan weet je weer wat goeie muziek is.

 

Eindejaarslijstje 2016

top-5Het is weer lijstjestijd, en Goeie Nummers kan en wil niet achterblijven. Bedenk wel dat ik maar een fractie van het totale aanbod van 2016 beluisterde. En dat nog eens teruggebracht tot een top-5, voor mij nog steeds de ideale lengte van een lijstje.

net-nietEen paar bijzondere platen misten de eindselectie op een haar, zoals Take Me To the Alley (Gregory Porter), 22, A Million (Bon Iver), Like An Arrow (Blackberry Smoke), Malibu (Anderson.Paak) en At Swim (Lisa Hannigan). En helaas zitten er geen Nederlanders bij. Wel veel oude namen. Mannen – ja, allemaal mannen, het zij zo – die laten horen dat ze nog steeds relevant zijn, plus nog een paar relatieve nieuwelingen:

hoes-stranger-to-stranger-van-paul-simonPaul SimonStranger to Stranger. Dat iemand zichzelf in een muziekcarrière van ruim vijftig jaar zo kan blijven vernieuwen, van Simon & Garfunkels Wednesday morning, 3 A.M. naar deze ritmische wereldmuziek. En steeds op zo’n hoog niveau. Om nog maar niet te spreken over zijn fantastische optreden in de Ziggo Dome afgelopen oktober. Voorbeelden: Wristband en het titelnummer.

hoes-keep-me-singing-van-van-morrisonVan MorrisonKeep Me Singing. Fijn groeiplaatje van de Belfast Cowboy. In tegenstelling tot Simon blijft Morrison op zijn 33e studioalbum dicht bij zijn vertrouwde mix van folk, blues en soul, maar sinds zijn Duets uit 2015 klinkt de Ierse knorrepot verrassend vitaal en gedreven. Laat hem maar zingen. Voorbeeld: Everytime I See A River.

hoes-golden-sings-that-have-been-sung-van-ryley-walkerRyley WalkerGolden Sings That Have Been Sung. Kruis Morrison uit de tijd van Astral Weeks met Tim Buckley en doe er een schepje 21e eeuw bij, dan heb je Ryley Walker. Verschil is dat de jonge Amerikaanse folkjazz-zanger ook een prettig gestoord gevoel voor humor heeft. Voorbeeld: The Roundabout.

hoes-heart-like-a-levee-van-hiss-golden-messengerHiss Golden MessengerHeart Like a Levee. Deze eenmansgroep uit North Carolina viel voorgaande jaren net buiten de top-5. Ditmaal natuurlijk niet. Er blijkt niet alleen country en gospel door de aderen van M.C. Taylor te stromen, een verse injectie soul doet wonderen voor zijn meeslepende songs. Voorbeeld: Heart Like a Levee.

hoes-here-van-teenage-fanclubTeenage FanclubHere. Na een radiostilte van zes jaar nam het Schotse vijftal, dat in 1991 doorbrak met Bandwagonesque, hun tiende plaat op. Het resultaat: twaalf gitaarpoppareltjes met messcherpe samenzang en melodieën die ongeveer na tweeënhalf keer luisteren met volle kracht toeslaan. Voorbeeld: I’m In Love.

Ik wens alle muziekliefhebbers een fijne jaarwisseling en een goed 2017, met hopelijk weer veel mooie (nieuwe) popmuziek!

Coveren uit weemoed

bachWe zijn zo gewend geraakt aan popartiesten die hun eigen liedjes zingen, dat we bijna vergeten dat dat in de muziek allesbehalve gewoon is. In de klassieke muziek worden veel oude stukken steeds opnieuw uitgevoerd door steeds weer nieuwe musici, steeds net even anders. En in de jazz is het gemeengoed om standards van decennia geleden tot leven te wekken door ze al improviserend binnenstebuiten te keren of ondersteboven te houden.

BeatlesTot de jaren 60 was het ook in de popmuziek eerder regel dan uitzondering om stukken van anderen te zingen. Bing Crosby, Frank Sinatra, Elvis Presley, ze werkten allemaal zo. Maar in het decennium van Beatles, Stones en Beach Boys werd popmuziek langzaam serieus. Het werd kunst. En daar hoorde authenticiteit bij. Serieus te nemen artiesten schreven hun eigen liedjes. Wie alleen uitvoerend bezig was, kwam lager op de ladder te staan. En dat is best gek. Want artiesten die in staat zijn om de (verborgen) schoonheid van een liedje volledig naar boven te halen, zijn bijzonder waardevol – en behoorlijk schaars.

bonnie-raitt-3Joe Cocker is zo iemand. Hij trok onder meer ‘With A Little Help From My Friends’ (The Beatles) en ‘Ruby Lee’ (Bill Withers) overtuigend naar zich toe. Bonnie Raitt kan het ook. Met haar soepele, licht-hese alt maakte ze prachtige liedjes als ‘You Can’t Fail Me Now’ (Loudon Wainwright III) en Dimming of the Day (Richard Thompson) nog mooier dan ze al waren.

sweet-en-hoffsEen nummer coveren kan iets hebben van ‘dat kan ik ook’, of ‘dat kan ik beter’, maar het is tegelijk altijd een eerbetoon. Dat horen we ook bij het onverwachte koppel Matthew Sweet en Susanna Hoffs. De voormalige powerpop-prins en de ex-Bangle hebben het coveren zo’n beetje tot hun handelsmerk gemaakt. Op drie albums, getiteld Under the Covers Vol. 1, Vol. 2 en Vol. 3 (uit 2007, 2009 en 2013) laten ze hun niet geringe talenten los op hun favoriete nummers uit de jaren 60, 70 en 80.

hoes-under-the-covers-vol-2Het cover-duo kiest vooral voor melodieuze nummers met licht-gruizig, fraai gitaarwerk. Nummers van Dylan, Young, Beatles, Velvet Underground, Bowie, Fleetwood Mac, The Faces, R.E.M., Tom Petty en The Smiths. Vol. 3, gericht op het decennium waarin beide artiesten zelf hun carrière begonnen, bevat ook wat minder bekende tracks.

hoes-under-the-covers-vol-3Met hun afwijkende, maar fraai bij elkaar passende stemmen blijven Sweet en Hoffs dicht bij de oorspronkelijke versies. Ze zoomen in op wat die liedjes zo tijdloos en geliefd maakt. Luister maar eens naar hun live-versie van Neil Youngs Cinnamon Girl. Of naar Roxy Musics More Than This, waarbij de toetsen en galm van het origineel gelukkig wel wat zijn ingetoomd. Alles aan deze drie albums ademt oprechte liefde voor de liedjes – en weemoed om een tijdperk dat voorbij is. Ik ben benieuwd wanneer Vol. 4 uitkomt, en of ze deze lijn kunnen doortreken naar de jaren 90. Check ‘em out.

Southern Rock leeft!

Blackberry Smoke1Een paar weken geleden, tijdens het Roots in the Park-festival in Utrecht, werd ik overdonderd door Blackberry Smoke. Deze band uit Atlanta, Georgia, timmert al zo’n twintig jaar aan de weg en sinds kort ook met behoorlijk wat succes. En terecht, want de leden van deze southern-rockband, stuk voor stuk getooid met karakteristieke lange haren en baarden, speelden in het Julianapark de duiven uit de bomen.

Allman Brothers BandHet mooie van het succes van Blackberry Smoke is dat het een uiting lijkt te zijn van een heuse Southern Rock-revival. Belangrijke vertegenwoordigers van dat jaren 70-genre waren bands als Lynyrd Skynyrd, Allman Brothers Band, Atlanta Rythm Section en The Marshall Tucker Band. Allemaal afkomstig uit zuidelijke Amerikaanse staten en meestal spelend in een stevige bezetting met zang, bas, toetsen, minstens eenmaal drums en minstens tweemaal gitaar, soms nog aangevuld met percussie.

OutlawsSouthern Rock sloeg een vernieuwende elektrische brug tussen twee oevers die voordien gescheiden waren, die van de blues en de country. En wat een genot was het: ritmisch interessanter dan doorsnee rock, melodieuzer dan blues, een stuk ruiger dan country. Met vaak die uitdagende luie zang die diepe gronden suggereert. De zuidelijke bands gaven gloedvol uiting aan iets wat je ‘streektrots’ zou kunnen noemen. Een outlaw-houding, rebellerend tegen de Beschaving (lees: mensen uit het ‘arrogante’ noorden van de VS) was er een vast onderdeel van.

Tedeshi Trucks BandDe Southern Rock leidde in de jaren 80 en 90 een sluimerend bestaan, ternauwernood in leven gehouden door bands als The Black Crowes. Gelukkig is er de afgelopen jaren sprake van een opleving. Bands die het erfgoed met verve de nieuwe eeuw in spelen. Check deze groepen maar eens uit: de Tedeshi Trucks Band (misschien klinkt het voor sommigen als vloeken in de kerk, maar Derek Trucks is écht net zo goed als Duane Allman), Drive-By Truckers, Gov’t Mule en North Mississippi Allstars.

hoes Dixie Chicken van Little FeatHet leuke van die revival is dat je ook terug gaat luisteren. Naar Idlewild South van de Allmans bijvoorbeeld, naar Dixie Chicken van Little Feat, naar het titelloze debuutalbum van Lynyrd Skynyrd. Veel te mooi om te vergeten. En daarna gewoon weer naar het heden van Blackberry Smoke.

Zomerrooster parasolDan nog even een praktisch puntje: komende weken gaat Goeie Nummers over op de tweewekelijkse Zomerfrequentie. Vanaf eind augustus verschijnt – als het even meezit – weer elke vrijdag een aflevering.

Een rokerige nachtclub in de jaren ’30

ML&TLBHJe stapt over de drempel van een nachtclub in de jaren dertig. Achter in het etablissement, door de rookslierten heen, ontwaar je op het krappe podium een swingende ragtime-band. Al snel raak je in de ban van de stoere, sexy zangeres achter de microfoon. Dit is ongeveer wat je overkomt als je luistert naar Meschiya Lake & The Little Big Horns.

Meschiya Lake live.jpgEen paar jaar geleden hoorde en zag ik de neo-traditionele band uit New Orleans voor het eerst, op het festival Take Root in Groningen. Met een retestrakke tuba in plaats van de contrabas of basgitaar brachten de vijf mannen en een vrouw het oude jazz-, ragtime- en bluesmateriaal volkomen overtuigend naar de 21e eeuw. Zangeres Meschiyah (spreek uit: Mà-sjie-ja) Lake maakte zowel indruk door haar verschijning als haar stem. Met haar rijkelijk getatoeëerde armen en torso past ze helemaal in het beeld van de vrouw die haar carrière begon als vuurspuwer en glaseter in een circus.

meschiyalakeandthelittle2De band debuteerde in 2012 met Lucky Devil, een jaar later gevolgd door Foolers Gold. Na deze twee albums volgde een uitgebreide tournee over de wereld, en nu is er een nieuw album, Bad Kids Club: misschien een tikkeltje moderner en gevarieerder dan de voorgangers, maar verder is er weinig veranderd. En dat is maar goed ook.

ML&TLBH picknickLekker smerig klinkt Lake’s stem in Brand New Funk. Weemoedig als Billie Holliday in Hey Marry Wanna en Woman Seeking Man. Uitdagend in het aloude ‘Lectric Chair Blues van Blind Lemon Jefferson. En de trombones, saxofoons, klarinetten en trompetten buitelen ouderwets als jonge honden over elkaar heen.

ML&TLBH tuba.pngDe drie albums zijn, vooral als je je versterker een beetje opendraait, heerlijke opwarmers voor de plek waar mevrouw Lake & De Kleine Grote Hoorns volledig tot hun recht komen: op het podium. En dat komt goed uit. Tussen 5 en 13 mei kun je op diverse plekken in ons land, bijvoorbeeld in TivoliVredenburg en Paradiso, een tijdreis maken naar een rokerige jazzclub in The Big Easy. Check ‘em out.