Check ‘em out

De verzinsels van Bruce Springsteen

walter kerr theatre springsteenTussen oktober 2017 en december 2018 trad Bruce Springsteen in totaal 236 keer op in een theater aan Broadway in New York, met een mix van persoonlijke verhalen en akoestische liedjes. Op internet las ik opvallend wisselende reacties. Daar moest ik meer van weten. Gelukkig kon ik de registratie van de voorstelling deze week op Netflix met eigen ogen bekijken.

srpingsteen akoestisch nog een keerHet bleek een boeiend schouwspel. Springsteen houdt er duidelijk van zijn publiek op speelse wijze te prikkelen. Ik heb nooit een gewone baan gehad, bekent hij meteen aan de fans, met een grijns op zijn gezicht. Nooit in een fabriek aan de lopende band gestaan. Nooit vijf dagen per week van 9 tot 5 gewerkt. Ik ben belachelijk succesvol geworden met liedjes over ervaringen die ik zelf nooit heb gehad. Ik heb het allemaal verzonnen. Niet slecht, hè?

bruce springsteen 1Het publiek lacht er wat aarzelend om. Springsteen schopt hiermee dan ook tegen een (vaak onuitgesproken) regel in de popmuziek: dat de liedjes die we horen ‘echt’ zijn. Dat de bezongen gebeurtenissen en emoties uit het leven van de artiest gegrepen zijn. Dat de zanger(es) alles precies zo heeft meegemaakt, precies zo heeft gevoeld – en nog steeds zo voelt. Alsof we bang dat we er anders geen geloof aan mogen hechten.

waargebeurdIk heb het idee dat dit dogma – dat waargebeurd ‘echter’ is dan verzonnen – steeds verder om zich heen grijpt. Terwijl er drie misvattingen aan ten grondslag liggen. De eerste: dat we de werkelijkheid in absolute zin kunnen kennen. Ten tweede: dat een goed verhaal of lied een getrouwe weergave is van die werkelijkheid. En als derde dat mensen alleen in staat zijn over iets te vertellen dat ze zelf aan den lijve hebben ondervonden.

bruce springsteen 2Ik denk dat een goed lied iets heel anders is. Geen getrouwe weergave van eigen ervaringen, maar een constructie. Iets dat gemaakt is door een liedjesschrijver die zich zó in iemand en in een situatie heeft verplaatst dat hij jou als luisteraar verleidt om helemaal in de huid van die persoon te kruipen, je er een voorstelling bij te maken, er als het ware zelf bij te zijn. Daarvoor kan de artiest misschien uit eigen herinneringen putten, maar het hoeft helemaal niet. Dat blijkt alleen al uit het succes van Springsteens liedjes over ploeterende arbeiders en hun geplaagde levens.

wende snijdersIk vind dat besef ook hoopgevend. Ik wil daar graag in geloven. Het betekent dat het mogelijk is om ons in een ander te verplaatsen, dat we in staat zijn om niet-beleefde ervaringen te ervaren, via muziek, literatuur en andere kunstvormen. En dat die kunstvormen ons naar emoties kunnen leiden waar we moeilijk bij kunnen komen. De artiest is de toegang naar de eigen emoties van het publiek, zoals Wende Snijders het onlangs mooi verwoordde.

bruce springsteen met steve

Het zijn de woorden, de melodie, het ritme – en het samenspel daartussen – én natuurlijk de manier waarop het gebracht wordt, die maken of iets ‘echt’ is of niet. Niet het feit dat de artiest de bezongen situatie zelf van nabij heeft meegemaakt. Iets is echt als jij het als luisteraar kunt voelen.

Nog meer woorden of bewijzen nodig? Vast niet. Laten we maar gewoon gaan luisteren. Naar het echte bewijs. Het ware verzinsel van The River.

 

 

 

Eindejaarslijstjes, werelderfgoed en nog zo wat

master-header-logoIs het alweer zover? Ja, het is alweer zover. December is nog niet begonnen, en de eerste eindejaarslijstjes duiken alweer op uit alle holten en spelonken op internet. Zoals dat van Paste Magazine, het Amerikaanse cultuurmagazine dat sinds een paar jaar alleen nog maar online verschijnt. Leuk lijstje trouwens.

r.e.m. kleurGoeie Nummers is sinds vorig jaar opgehouden met eindejaarslijstjes. Niet omdat ik zo weinig goeie nieuwe muziek hoor, maar gewoon omdat ik te weinig overzicht heb om met enig recht van spreken de krenten uit de pap te kunnen halen. En dat komt vast weer deels doordat ik me liever een tijdlang onderdompel in één artiest dan van de een naar de ander te skippen.

Een paar namen dan toch, van artiesten die mij het afgelopen jaar zijn opgevallen, sommige vrij nieuw, andere al een hele tijd actief:

tedeschi trucks 2De Tedeschi Trucks Band. Het southernrock-echtpaar Susan Tedeschi-Derek Trucks toert al jaren met een uitgebreide, steengoede formatie de wereld over. Deze mensen weten wat spelen is. Er gebeurt echt iets op het podium. Luister en kijk maar.

yearlings eveleneDe Utrechtse alt-countryformatie The Yearlings is terug van twaalf jaar weggeweest. Met de fijne plaat Skywriting: ergens tussen R.E.M., Jayhawks en Real Estate. De stilte heeft lang genoeg geduurd. Aanstaande zondag wordt het album gepresenteerd in het Utrechtse EKKO.

krantenartikel UNESCO reggae low resIets heel anders – sorry, ik spring vandaag een beetje van de hak op de tak – bijzonder nieuws in de Metro van vandaag. Op  Mauritius verklaarde de UNESCO reggae officieel tot werelderfgoed. Tot immaterieel erfgoed, wel te verstaan, naast zaken als het Nederlandse ambacht van de molenaar en de Belgische biercultuur.

Bob Marley met gitaar liveDe reden voor de uitverkiezing, zo lees ik, is de belangrijke bijdrage die reggae levert aan de internationale bewustwording over verzet tegen onrecht en onderdrukking via liefde en menselijkheid. Nou, dat klinkt goed en ik kan er ook volledig mee instemmen. Maar ze vergeten dan wel het belangrijkste te melden: de onweerstaanbare groove van de reggae, de feel, de skank of hoe je het maar moet noemen.

COP24 Katowice 2018Toch, bij nader inzien, ze hoeven dat helemaal niet op te schrijven. Je kunt die reggae-feel niet eens goed opschrijven. Je moet hem horen, je moet hem voelen. En dat hebben ze daar bij de UNESCO-bijeenkomst volgens de krant ook gedaan –  de bobo’s begonnen spontaan te dansen op Bob Marley’s One Love. Dat zouden ze bij meer officiële vergaderingen moeten doen, om te beginnen bij de aanstaande klimaattop in Polen. Sfeerverhogend, verbindend, mild-stemmend. Spliff erbij. Moet jij eens kijken hoe snel ze eruit zijn en met welk resultaat.

 

 

Bewonderen met een hoofdletter B

voeten wassen glas in loodBewonderen is een belangrijke vaardigheid. Je zou het op school moeten leren. Het is moeilijker dan bekritiseren, want als bewonderaar moet je je nederig opstellen. Maar er staat tegenover dat het je veel kan opleveren: iets van de kwaliteiten van de held zullen vast op je afstralen, gaan misschien zelfs op je over. Dit idee – of bijgeloof – ligt vermoedelijk aan de basis van het tribute-album, een klein en fijn genre in de popmuziek.

Dinah sings Bessie SmithTribute-albums van één artiest, geheel gewijd aan een andere artiest, zijn in de jaren 50 en 60 behoorlijk populair. Bijvoorbeeld Dinah Washingtons Dinah sings Bessie Smith uit 1958 of Stevie Wonders Tribute to Uncle Ray (voor Ray Charles) uit 1962, naast de talloze albums met Beatle-nummers in de meest uiteenlopende uitvoeringen, van barok en new age tot metal en reggae.

Lean On Me van José JamesIn de jaren daarna boet het genre aan populariteit in, zonder ooit helemaal te verdwijnen. Vanaf de jaren 80 lijkt het zelfs bezig aan een comeback. Jennifer Warnes ‘deed’ Leonard Cohen met Famous Blue Raincoat, 1987), BB King bewees eer aan Louis Jordan (Let the Good Times Roll, 1999), net als en Dr John aan Louis Armstrong (Ske-Dat-De-Dat: The Spirit of Satch, 2014), en vorig jaar presenteerde Gregory Porter Nat King Cole & Me. De nieuwste loot aan deze stam komt van souljazzzanger José James. Ter ere van de tachtigste verjaardag van Bill Withers maakte hij Lean on Me, geheel gevuld met covers van de soullegende.

Jose James 2008José James (1978) startte zijn carrière rond 2008, kreeg een contract bij het vermaarde jazzlabel Blue Note en beklom daarna gestaag de succesladder. In 2016 besloot hij zijn sound te vernieuwen. Hij ruilde zijn akoestische instrumentarium in voor elektronische. Met desastreuze gevolgen. Het publiek liep weg, tijdens concerten zelfs letterlijk.

Bill Withers met gitaarTijd voor bezinning dus, zoals blijkt uit een recent interview in de Volkskrant. Tijd om terug te keren naar de muzikale bron. En daar bij de bron trof James zijn oude held Bill Withers, de man van klassieke 70’s en 80’s hits als Ain’t No Sunshine, Use Me en Just The Two Of Us – en dat bleek de uitweg uit de impasse.

Nate SmithOp Lean On Me blijft James vrij dicht bij Withers’ oorspronkelijke uitvoeringen maar brengt ook subtiele wijzigingen aan, die goed uitpakken. Use Me heeft de oude vertrouwde groove, maar ook een fantastische sax-solo. Grandma’s Hands, met verlaagd tempo, klinkt nog indringender dan het origineel. Better Off Dead profiteert geweldig van de klasse van drummer Nate Smith en Lovely Day is een duet geworden – een fijne vondst. Daarbij is James’ stem geknipt voor dit werk: soepel, warm, precies, en zijn timbre ligt dicht genoeg bij dat van Withers om je af en toe even te laten denken dat je de oude meester hoort.

sportpodiumLean On Me is bewonderen met een grote B: er ontstaat een driehoeksrelatie tussen artiest, geëerde artiest en luisteraar. Met gunstige effecten voor alle drie. James lijkt zich in eerste instantie te ‘verlagen’ door een andere artiest boven zich te stellen, maar stapt daarna triomfantelijk samen met zijn held op de hoogste trede van het podium. En wij, het publiek? Wij genieten van de aangename (hernieuwde) kennismaking met het klassieke soulwerk, applaudisseren en kijken bewonderend naar de twee artiesten op. En iets van hen straalt af op ons.

 

Ondergedompeld in R.E.M.

onderdompeling eendAls eigentijdse muziekluisteraar ben je vooral een zapper. Als het huidige liedje niet bevalt ga je naar het volgende, hoppend van de ene artiest naar de andere, door de genres heen. Een uitstekende manier om je beperkte luistertijd efficiënt te besteden – maar persoonlijk dompel ik me liever voor langere tijd onder in één soort muziek. Door naar een heel album (!) te luisteren of, liever nog, me een aantal dagen achter elkaar (!!) onder te dompelen in het oeuvre van een bepaalde groep of artiest – mits dat natuurlijk sterk en interessant genoeg is.

Van Morrison met lichte hoedVaak gaat het dan om een artiest die in de loop van de tijd uit mijn playlist was verdwenen en door een of andere aanleiding weer op mijn pad komt. Zo verdiepte ik me een tijdje geleden in Van Morrisons album Keep Me Singing (2016) – om vervolgens weer dagenlang door Ierland te dwalen met Van the Man en zijn vroege meesterwerken Astral Weeks, Moondance en Veedon Fleece.

r.e.m. kleurEn zo was ik de afgelopen week bijna steeds diep into R.E.M., nu naar aanleiding van een interview dat ik hield met de Utrechtse Nederamericanaband The Yearlings (hun album Skywriting komt uit in november, lekkere muziek hoor, hou ze in de gaten), voor wie R.E.M. een grote inspiratiebron is.

R.E.M. Losing My ReligionDe duik in de wereld van Michael Stipe c.s. leverde onverwachte indrukken op. De indieband uit Georgia fungeerde in de media vooral als onderwerp van een muziekpolitieke discussie (‘is R.E.M. niet te commercieel geworden?’) of als wegbereider voor bands als Nirvana en Pearl Jam. Maar wie anno 2018 gewoon naar ze gaat luisteren, wordt getroffen door de  ontzettend sterke liedjes en het tijdloze karakter van hun eigenzinnige mix van sixties folkrock en seventies/eighties new wave.

farfisa orgelNeem bijvoorbeeld Begin The Begin, zo’n melodieus punky nummer waarop R.E.M. het patent heeft, met een gepassioneerde tekst waaruit afkeer én liefde spreekt. Of Stand, met vette rock-‘n-rollriff van Buck en een lekker Farfisa-achtig orgeltje. Of Finest Worksong, – let op dat verrassende baswerk van Mike Mills op het eind. Of het tedere Imitation of Life, met weer zo’n vage tekst om in te verdwalen. Het etiket ‘nineties alternative rock’ blijkt totaal niet meer te passen – dit zijn moderne klassiekers. Met R.E.M. eiste de combinatie Melancholie + Kracht voorgoed zijn plek op in de rock-‘n-roll.

11076831_bcdc79d83c_z R.E.M. Pinkpop 1989Tijdens mijn duiktocht dacht ik terug aan R.E.M.’s optreden op Pinkpop 1989 – hoog in mijn persoonlijke Concert-Top 10 – waar frontman Stipe fungeerde als Sjamaan, Voorganger en Martelaar ineen. Halverwege de meeslepende set scheurde hij zijn shirt kapot, en waar zoiets bij andere acts aanstellerig zou overkomen, was het daar op het podium in Landgraaf volkomen geloofwaardig. Rock-‘n-roll doet ertoe, dat was het effect. En datzelfde gevoel had ik vandaag toen ik weer uit het water kwam en mijn veren uitschudde.

Een tribute-band met impact

Her MajestyAfgelopen zaterdag was ik met mijn echtgenote in poppodium Fluor in Amersfoort, voor een optreden van Her Majesty, de Crosby, Stills, Nash & Young tribute-band van Hollandse bodem die al een paar jaar met veel succes langs de vaderlandse theaters en clubs toert. Het was een gedenkwaardige avond, in meerdere opzichten.

Deja VuMeestal ben ik niet zo te porren voor tribute-bands, en CSNY is mijn vroegste en kwetsbaarste popliefde, maar op internet zag ik het vocale en instrumentale vakmanschap van Her Majesty (zoals deze), alsmede haar overduidelijke liefde voor de muziek van het illustere Amerikaans-Brits-Canadese viertal. En live in Fluor, voor een publiek van vooral vijftigers en zestigers en een stuk of wat twintigers, maakte het vijftal die belofte vanaf de eerste minuut waar.

kortsluitingDe line-up van de band is dan ook perfect. Jelle Paulusma en Diederik Nomden (beiden ex-Daryll-Ann) klinken bedrieglijk echt als respectievelijk Neil Young en Stephen Stills, net als zanger-gitarist Bertolf Lentink en drummer Bauke Bakker, die elkaar afwisselden als Crosby en Nash. Maar – dat is het gekke met een tribute-band – ondertussen zijn ze het niet, en daarom treedt er af en toe een soort kortsluiting op tussen je ogen en je oren.

radiocassetterecorderZo’n tribute-band werkt als een tijdmachine. De reeks songs van Crosby, Stills, Nash en Young brachten me terug naar mijn wereld van vier decennia terug, naar mijn oude slaapkamertje, als dertienjarige zittend naast de radiocassetterecorder, vingers op de opnameknoppen om zoveel mogelijk van die opwindende exotische klanken vast te leggen. Ik weet niet of ik veel van de muziek begreep, maar de aantrekkingskracht, de belofte, van nummers als Déjà Vu, Helpless en Our House was ongelooflijk, dat weet ik nog wel. En afgelopen zaterdag was ik ruim anderhalf uur lang weer die dertienjarige.

protest VietnamHer Majesty liet me ook met nieuwe oren luisteren naar dat bekende werk, bijna een halve eeuw oud, dat me na al die jaren misschien wat al te vertrouwd was geworden. Het viel me nu plotseling op hoe politiek en spraakmakend de nummers van CSNY vaak waren: Almost Cut My Hair, Ohio, Chicago, Alabama, Woodstock, ze kwamen allemaal voorbij. En hoe de popmuziek, ondanks haar alomtegenwoordigheid in ons leven, inmiddels veel van haar maatschappelijk engagement en belang heeft verloren.

StonehengeNa afloop van het concert kwam van achter uit de zaal een jonge vrouw, twenty-something, glimlachend naar mijn echtgenote toe. Ze wilde ons graag laten weten hoe zij en haar gezelschap van ons tweeën hadden genoten, van de manier waarop wij het optreden hadden beleefd. Best grappig. Ik stelde me voor dat ze ons enthousiasme had opgemerkt, misschien ook onze vervoering of onze verbondenheid, onze reis door de tijd. Maar zo word je wel ruw teruggebracht naar het heden. Dat kan een tribute-band als Her Majesty dus ook teweegbrengen.

 

 

Uit m’n bubbel – jazz

luchtbelAls je de tijdgeest mag geloven zijn weinig dingen slechter voor je gezondheid dan in je eigen bubbel blijven. De comfort zone is zogezegd het nieuwe roken. Daarom verliet ik een tijdje geleden mijn met alt.country en oude soul gevulde luchtbel voor een duik in de dance (EDM) – om daarna weer heel snel in m’n bubbel terug te keren. Ditmaal was de jazz aan de beurt.

New Orleans Jazz & Heritage FestivalEr zijn genoeg redenen om me in jazz te verdiepen. De allerbelangrijkste is wel dat het genre ontstond in de City of Sin, ook wel The Big Easy, The Crescent City of gewoon New Orleans genoemd, en wat daar aan funky en groovy klanken uit te voorschijn komt vind ik vaak simpelweg het einde. Bovendien staat jazz aan de basis van de rock-‘n-roll en dus van zo’n beetje alles dat de moeite waard is in het leven.

ErasmusbrugDe rock-‘n-roll en de jazz verloren elkaar gek genoeg al vrij vroeg en ook vrij langdurig uit het oog. De eerste werd almaar commerciëler, de tweede steeds ingewikkelder. Gelukkig zijn de twee tegenwoordig weer min of meer on speaking terms, zodat mij als bubbel-verlater diverse bruggetjes te beschikking staan. Ik heb het dan overigens niet over de folkjazz van Astral Weeks (Van Morrison) of Mingus (Joni Mitchell) en ook niet over de latin-jazz of salsa van Tito Puente en Eddie Palmieri. Hoe fantastisch ook, die muziek zit al in mijn bubbel: het gaat me nu om de instrumentale geïmproviseerde muziek die vanuit de jazz naar de popmuziek reikt.

399px-Miles_Davis_22Zoals veel van het werk van Miles Davis (1926-1991). De trompettist-componist was in de jaren 40 en 50 niet alleen Mr. Cool 3.0, maar in 1959 produceerde hij ook het uiterst toegankelijke Kind of Blue, het best verkochte jazzalbum uit de geschiedenis. Miles houdt me niet op het puntje van mijn stoel door de noten die hij speelt maar door wat hij weglaat.

John ScofieldIemand die in de jaren 80 met Miles speelde en tot op de dag van vandaag actief is op de podia en in de studio, is gitarist John Scofield (1951). Scofield kan heel veel op zijn instrument, maar hij hoeft het allemaal niet zo nodig te showen. Ik laat zijn melodieuze licks graag net zolang om mijn oren buitelen tot ik een grote dikke vette grijns op m’n gezicht heb.

Benjamin HermanIn eigen land is saxofonist-bandleider Benjamin Herman (1968) zo’n stijlvolle bruggenbouwer. De in Londen geboren Amsterdammer swingt en groeft al 25 jaar op eclectische wijze met zijn New Cool Collective, en ter ere van zijn vijftigste verjaardag kwam hij recentelijk met maar liefst drie gloednieuwe albums tegelijk. Met Project S produceert hij een soort loungemuziek waarbij je kunt relaxen zonder in slaap te vallen. Een beetje als yoga maar dan anders.

Eric VloeimansEric Vloeimans (1963) is ook niet vies van een potje genrevervaging. Zijn formatie Gatecrash klinkt een stuk aangenamer dan je op grond van de naam zou verwachten. Doe je ogen dicht bij de klanken van de klassiek geschoolde trompettist en hele films spelen zich op je innerlijke doek af. Bij jou misschien romcoms of thrillers, bij mij vooral roadmovies met louterende ontmoetingen.

Amersfoort JazzAl met al valt de boze buitenwereld van de jazz dus best  mee. Komend weekend blijf ik er nog even in vertoeven tijdens Amersfoort Jazz. Op het driedaagse festival is genoeg te vinden voor de popfan die wel eens wat anders wil. Check it out!

 

 

Luisteren met voorkennis

Death Cab for CutieEen tijdje geleden had ik het hier op Goeie Nummers over de geneugten van het Pure Luisteren. Zomaar random iets uit je digitale muziekverzameling kiezen, zonder voorkennis over de artiest, en dan gewoon de oren de kost geven: wat hoor ik, welke beelden komen naar boven? Een interessante ervaring, waarvoor ik de band Death Cab for Cutie als proefkonijn gebruikte.

Death Cab for Cutie2Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan: ik begon me daarna natuurlijk te verdiepen in dat bandje. En het bleek een behoorlijk intrigerend gezelschap te zijn. Want hoe komen de indierockers uit het noordwesten van de VS bijvoorbeeld aan die merkwaardige naam? Waarom klinkt elk van de acht albums die de band sinds 1997 maakte zo anders dan het voorgaande? En waar halen ze de inspiratie voor hun bijzondere songs en teksten vandaan?

 

Chris WallaOp die naam komen we nog terug – eerst over die sound. De eerste zeven albums van Death Cab For Cutie, door de volgers meestal verkort tot Death Cab of DCFC, zijn geproduceerd door gitarist Chris Walla en klinken allemaal behoorlijk verschillend. Een constante is de zuivere en lichte stem van frontman Ben Gibbard (Washington, 1976) en de manier waarop harmonieuze zang-, gitaar- en pianopartijen contrasteren met de bijna ruw gemonteerde drums en subtiele noise-effecten. DCFC’s laatste album, Kintsugi, werd geproduceerd door Rick Cosey (Muse, Interpol, Rage Against The Machine) en dat hoor je terug in het strakkere geluid. Ook weer heel anders dan daarvoor.

KintsugiVerhaal Meer een band van albums dan van losse liedjes, zeggen ze zelf. Bij elke plaat starten de mannen met zo’n dertig ruwe songs van Gibbard, waaruit ze samen geleidelijk een verhaal destilleren. Zo is Kintsugi genoemd naar een Japanse methode om gebroken keramiek te repareren: in plaats van de scherven onzichtbaar aan elkaar te lijmen wordt er goud aan de lijm toegevoegd om het voorwerp een compleet nieuw leven te geven. Wat voor Gibbard een mooie metafoor was voor hoe hij zijn gestrande huwelijk probeerde om te zetten in elf elegante liedjes.

Teenage Fanclub BandwagonesqueInspiratie Dit jaar coverde Ben Gibbard solo het hele album Bandwagonesque, waarmee Teenage Fanclub in 1991 doorbrak. De Schotse band, hoog op mijn favorietenlijstje, is kennelijk een van zijn inspiratiebronnen. Net als een aantal andere namen die rond de band cirkelen, zoals die van Big Star, Freedy Johnston en Sun Kil Moon. En zo vallen allerlei puzzelstukjes op hun plaats. Luister maar eens naar het betoverende Transatlanticism, of naar I Will Possess Your Heart met zijn gedurfd lange intro van meer dan vierenhalve minuut.

Neil InnesTot slot dan die naam. ‘Death Cab for Cutie’ is een nummer van de Britse artrockgroep Bonzo Dog Doo-Dah Band, bekend geworden door de Beatles-film Magical Mystery Tour uit 1967. Songschrijver Neil Innes – die daarna onder meer met Monty Python werkte – ontleende die songtitel weer aan een Amerikaans pulp-fiction crime magazine. Zo is het cirkeltje mooi rond, maar hoe dit absurdistische doowop-achtige nummer zich verhoudt tot de muziek van Death Cab For Cutie is voor mij vooralsnog een raadsel. En dat is eigenlijk ook wel zo leuk. Check ‘em out.

De beste 200 sixties-albums

logo PitchforkDe scribenten van het invloedrijke Amerikaanse muziekblog Pitchfork hebben de reputatie nogal eigenzinnig zijn. Een tijdje geleden kregen ze het in hun hoofd om weer eens een nieuw lijstje samen te stellen. Ditmaal van de beste tweehonderd albums uit de jaren 60. Waarom? Omdat de sixties volgens de samenstellers ontegenzeggelijk de belangrijkste periode uit de popmuziek zijn. En omdat je om de zoveel tijd opnieuw naar zo’n periode moet kijken, om te zien of de canon wel echt de canon is. En omdat ze gewoon van lijstjes houden, waarschijnlijk.

kussensloop met 'banaan'Nou, het is inderdaad een eigenzinnige selectie geworden. Niet vanwege het ontbreken van klassieke albums als Revolver, Electric Ladyland, Pet Sounds, Velvet Underground & Nico of Live at the Apollo. Want die staan er allemaal gewoon in. Maar vooral omdat de keuzedames en -heren lak hebben gehad aan de bestaande grenzen tussen genres en niet bang zijn geweest om onbekende namen op te nemen.

jacques brelZo bevat de lijst onder meer vroege elektronische muziek van Harry Partch en Terry Riley en is de niet-Engelstalige wereld ook enigszins vertegenwoordigd: een behoorlijk aantal Zuid- en Middenamerikanen (Eddie Palmieri, Ray Barretto, Tom Zé, Caetano Veloso), en zelfs een paar Europeanen (Jacques Brel, Serge Gainsbourg).

John ColtraneMaar het meest in het oog springend: de Pitchfork-top 200 bevat een karrenvracht jazznamen. Van Mingus tot Cannonball Adderley, van Miles Davis tot John Contrane, van Eric Dolphy tot Ornette Coleman. Waarmee een duidelijk statement wordt afgegeven: we moeten pop en jazz zien als twee loten aan dezelfde stam. Twee genres die zich in de jaren 60 allebei nadrukkelijk afzetten tegen kitscherige musicals en de zoete populaire muziek van Bing Crosby en soortgenoten.

miles davisHet is een heel verleidelijk lijstje, dat ook nog eens vergezeld gaat van interessante videootjes en achtergrondinfo, bijvoorbeeld over Miles Davis’ obsessie met Prince of over nog onontdekte bootlegs van Bob Dylan. Volgens de makers sluit hun keuze aan bij de manier waarop mensen nu naar muziek luisteren: niet vanuit de eigen genre-bubbles van vroeger, maar nieuwsgierig en ongehinderd door tijd en plaats vanwege het streamen uit de onmetelijke muziekcatalogi boven ons in de Wolk.

I Love the 70sDe lijst maakte me ook nieuwsgierig naar Pitchforks top-200 voor de jaren 70, het decennium dat ik van mezelf ‘mijn tijd’ mag noemen. Wanneer zou dat komen? Tot die tijd moeten we het doen met deze vernieuwende selectie van oude muziek. Maar dat is geen straf. Check it out!

 

Vergeten album – Manassas

hoes ManassasDe band bestond maar twee jaar, en maakte niet meer dan twee platen, waarvan de laatste schijnbaar zonder al te veel inspiratie. Maar die eerste, daar draait het om. Het titelloze debuut-dubbelalbum van Manassas uit 1972 blijft een wonderlijk en wonderschoon album. En wonderlijk veronachtzaamd, dat ook.

Manassas1972Een jaar eerder had zanger-gitarist Stephen Stills (Buffalo Springfield, Crosby, Stills, Nash & Young) een toevallige ontmoeting met zanger/multi-instrumentalist Chris Hillman (Byrds, Flying Burrito Brothers). Na toevoeging van pedal-steelgitarist hors categorie Al Perkins, het ervaren ritmetandem Dallas Taylor en Calvin Samuels, aangevuld met percussionist Joe Lala en toetsenist Paul Harris was Manassas compleet.

vonkenIn de studio in Los Angeles ging het snel. Binnen een paar weken had het zevental genoeg nummers voor een dubbelalbum: Manassas. Het mooie is: je hoort gewoon de bijzondere chemie. Muziekmoleculen die op elkaar reageren. Vonken die overspatten. Een brandlucht af en toe. Veelzijdig ook: blues, folk, country, latin en rock – het is er allemaal, soms zelfs in verrassende combinaties. Luister maar eens naar Johnny’s Garden of It Doesn’t Matter.

hoes Layla and other assorted love songsBij al dit moois vraag je je af waarom het album en de band niet een veel grotere status hebben. Manassas is zeker zo goed als het legendarische Layla And Other Assorted Love Songs van Derek & The Dominoes (Eric Clapton) uit dezelfde periode. En live schijnt de band ongeëvenaard te zijn geweest – kijk en luister maar even naar Bound to Fall of Song of Love.

Hillman1972Misschien ging het allemaal iets te haastig bij Manassas. De samenstelling van het album is niet perfect. Een prijsnummer als Colorado zit weggestopt als tweede bandje op kantje drie. Bovendien werd er van verschillende kanten aan de bandleden getrokken vanwege lucratieve tournees en invalbeurten, dat helpt ook niet mee.

Vincent van Gogh3Belangrijker is waarschijnlijk dat Manassas gewoon te kort heeft bestaan om geschiedenis te schrijven. Daar heb je net een paar jaar meer voor nodig. Maar inmiddels zijn we 45 jaar verder, en dan denk je: wat doet het ertoe. Goede wijn moet rijpen. Genieën krijgen meestal pas na hun dood erkenning. Check ‘em out.

Het Pure Luisteren

hoes Death Cab for CutieSoms is het fijn om niets te weten. Om alleen maar te luisteren naar een artiest of groep die op de een of andere manier op je pad is gekomen. Want kennis en muziek zijn niet altijd vrienden. Hoe Death Cab for Cutie bij mij terechtkwam, weet ik niet meer. Een paar jaar geleden zal ik een album via eMusic hebben gedownload, een paar keer hebben beluisterd en in een denkbeeldig laatje hebben gestopt met ‘niet slecht, later terugluisteren’ erop. Zoiets.

hoes Atlanticism van Death Cab for CutieToen ik onlangs even genoeg had van rootsy singer-songwriters en (new) soulartiesten, kwam Death Cab for Cutie opnieuw in beeld. Ik downloadde zeven andere albums van de band. Ook nu kan ik me de aanleiding niet herinneren, misschien koos mijn hand voor mij. Maar ditmaal werd ik definitief gegrepen door hun muziek. En normaal ga ik dan op zoek naar info. Nu niet. Wie de groepsleden zijn, waar ze vandaan komen, wat ze over zichzelf kwijt willen, wat anderen over hen zeggen – geen idee. Ik liet me terugvallen op het Pure Luisteren.

hoes Something About Airplanes van Death Cab for CutieWat je krijgt als je zo puur naar Death Cab for Cutie luistert: liedjes om in te verdwalen, met fraaie zangmelodieën tegen een achtergrond van piano, gitaar, synthesizer, bas en drums. Referenties: Beatles, Arcade Fire, Crowded House, Spoon, af en toe een vleugje Simple Minds. Bijna klassieke pop, maar wel modern en ‘met een randje’; door het glasheldere, open geluid, met hier en daar gruizige of ongewone achtergrondgeluiden, blijft het spannend. Elk liedje klinkt als een onverwacht fragment uit het bestaan dat voor jou met fraaie sprekende details wordt uitgelicht en uitgediept.

hoes The Sound of Settling van Death Cab for CutieHet Pure Luisteren bracht als vanzelf ook de fantasie op gang: de zanger van Death Cab for Cutie is een slungelige figuur met halflanghaar; hij, de centrale liedjesschrijver, is enig kind van twee leraren en is literair angehaucht (vandaar die bandnaam). Om onduidelijke redenen heeft hij een bloedhekel aan hipsters. De groepsleden kennen elkaar van een college in Boston (of daar in de buurt, pin me er niet op vast). Toetsenist studeerde natuurkunde, bassist klust graag aan het bandbusje. Ze zouden beledigd zijn met de referentie-artiesten die ik hierboven noem. Ze deinzen ervoor terug om 40 te worden, willen niet weten wat dat betekent. Hun volgende album, 30 (werktitel), gaat daar ook over en verschijnt in het najaar, op 11 oktober.

koptelefoon ogen dichtNu ga ik de band toch echt googelen. Ik ben benieuwd wat ik ga vinden. Maar nog beter is om eerst gewoon te gaan luisteren – dus check ‘em out.