Check ‘em out

Kippenvel – Body and Soul

hoes Compositions van Anita BakerVanaf midden jaren 80 was de Amerikaanse soulzangeres Anita Baker the next big thing, de vrouw die de soul zou doen herleven. Ze won zes Grammy’s, was bij een breed publiek geliefd én bij popscribenten gewaardeerd om haar soepele stem, smaakvolle jazzy soulsongs, en iets wat je niet anders kunt aanduiden dan met het woord klasse. Slechts een paar jaar later was ze een oningeloste belofte geworden, een artiest die voor de een te glad en commercieel was en voor de ander te moeilijk of gewoon niet nieuw genoeg meer.

Anita Baker body & soulBizar. In mijn platenkast staan vier van haar cd’s: The Songstress (1983), Rapture (1986), Compositions (1990) en Rhythm of Love (1994). Vol met ijzersterke, fraai gespeelde en gezongen songs, die in vergelijking met de R&B van tegenwoordig verbazingwekkend puur klinken. Op Rhythm of Love, destijds door recensenten veelal als ‘te weinig avontuurlijk’ bestempeld, staat ook kippenvelnummer Body and Soul. (meer…)

Gewoon wat goeie(nieuwe)muziektips

Vandaag op Goeie Nummers geen diepzinnige bespiegelingen over de verbazingwekkende wereld van de popmuziek, maar gewoon een paar tips: goeie muziek – nieuw en oud – om te (her)ontdekken.

The DelinesThe Delines, afkomstig uit Portland, Oregon, maken een fraaie mix van country en soul. Tot nu toe brachten The Delines, met song- en romanschrijver Willy Vlautin op gitaar en achtergrondzang, twee sterke albums uit vol verhalen over tragische mensenlevens, sober gearrangeerd om alle ruimte te geven aan de unieke stem van frontvrouw Amy Boone. Luister naar Let’s Be Us Again, afkomstig van het recente Delines-album The Imperial. Wil je meer? Hier vind je een integraal optreden van een halfuurtje in de radiostudio van KEXP in Seattle. (meer…)

Een plek voor god in de rock-‘n-roll

god scrabbleDe ene god is de andere niet. Zeker in de popmuziek. In soul en zwarte gospelmuziek wordt hij volop aangeroepen, in de rest van de popmuziek schittert hij door afwezigheid of leidt hij een bestaan in de marge. De modale popliefhebber en -journalist lijkt knap selectief in zijn acceptatie van het religieuze element in de muziek.

Stevie Wonder middenGa maar eens bij jezelf na: stoort het je wanneer Stevie Wonder, Al Green of Mavis Staples het opperwezen om bijstand smeekt? Wanneer genade, een gebed of verlossing de hoofdrol opeisen in de nummers van Aretha Franklin, Marvin Gaye of Prince? Ik denk het niet. Deze omgang met god bevindt zich in het hart de popmuziek, wordt heel normaal gevonden.

slow train comingHoe anders is dat bij blanke popartiesten die getuigen van hun geloof. Ze zijn verbannen naar een klein hoekje van de popwereld met het opschrift ‘reli-pop’, waarin ze optreden voor eigen kring op gelegenheden als het Flevo Festival (tegenwoordig Graceland Festival). Een hoekje waar de meeste popliefhebbers met een grote boog omheen lopen. Of denk terug aan de hoon waarmee Bob Dylan in 1979 werd overladen na verschijning van zijn gospelalbum Slow Train Coming.

blauwe ogenWaarom we de ene god zo anders benaderen dan de andere, kan ik niet zo gauw zeggen. Het lijkt in elk geval onlogisch dat het om puur muzikale redenen gaat. Eerder, zo schijnt het me toe, komt het voort uit een ongeschreven regel die bepaalt dat we de ene god gastvrijer moeten ontvangen dan de andere, hoewel ze in naam naar een en dezelfde metafysische kracht verwijzen. Gelukkig word ik in die opvatting gesteund door de uitzonderingen op die regel: blauwogige artiesten die het religieuze en het wereldse in hun werk op een volkomen vanzelfsprekende manier laten samensmelten.

Van Morrison met veel schaduwBij oudgediende Van Morrison werden de vaste rhythm-and-bluesonderwerpen al heel vroeg afgewisseld met religieuze thema’s. Denk aan nummers als It Stoned Me en Into The Mystic van prachtalbum Moondance uit 1972. En aan zijn latere albums Saint Dominic’s Preview, Into The Music en Common One, die voor een groot deel in het teken staan van een mystiek verlangen.

hiss golden messengerEen andere, jongere artiest past ook goed in het rijtje uitzonderingen: Hiss Golden Messenger, nom de plume van de Amerikaanse singer-songwriter M.C. Taylor. In de liedjes van Hiss Golden Messenger is het godsbesef nadrukkelijk en tegelijk ongrijpbaar aanwezig. Op Haw (2013) en Bad Debt (2014) spreken de songtitels boekdelen (Devotion, The Serpent Is Kind (Compared To Man), No Lord is Free, Oh Little Light), maar de teksten zelf zijn nooit eenduidig – de worsteling lijkt voor Taylor minstens zo urgent als het geloof zelf.

hallelujah anyhowOp zijn sterke album Heart Like a Levee (2016) zijn de teksten wereldser, maar zijn het de muzikale gospelinvloeden die zijn folk- en countrynummers naar een hogere intensiteit brengen. Taylors voorlaatste werkstuk, Hallelujah Anyhow (2017), wordt door de critici bijvoorbeeld getypeerd met de woorden ‘liefde wint het van duisternis’. Ergens tussen vrees en hoop, tussen geloof en twijfel, daar waar het onderscheid tussen etnische groepen geen rol speelt, daar demonstreert Hiss Golden Messenger zijn aanhankelijkheid aan het hogere. Check him out.

Goeie popcasts

podcastIn de media las ik dat podcasts helemaal hip, hot en happening zijn. Deze zorgvuldig gemaakte radioprogramma’s zouden vaak de diepgang bieden die elders ontbreekt. Ik vond het heel aanlokkelijk klinken, maar er was één probleem: wanneer moest ik in hemelsnaam naar zo’n podcast luisteren?

koptelefoon 2Als ik zit te lezen leidt het gesproken woord me te veel af. Autorijden en joggen doe ik bijna nooit en wandelen doe ik altijd samen met iemand anders. Het duurde een hele tijd, maar toen vond ik de oplossing – sinds kort kan men mij, getooid met draadloze koptelefoon (uitvinding van de eeuw!), op de maat van onhoorbare muziek in de keuken zien zwaaien met potten, pannen, pollepels en preistengels.

podcast imagesOp mijn telefoon staan de gratis apps Stitcher en RadioPublic, die toegang bieden tot een heleboel Engelstalige podcasts, onder meer over het belangwekkende onderwerp popmuziek. Vanwege de keuzestress beperk ik mij voorlopig tot twee ‘popcasts’: SwitchedOnPop en Song Exploder. Beide series wisselen gesproken woord en muziek op een prettige manier met elkaar af en combineren diepgang met een luchtige toon.

Martha and The VandellasSwitchedOnPop (Stitcher) wordt gepresenteerd door musicoloog Nate Sloan en liedjesschrijver Charlie Harding. In elke aflevering (30-55 min.) ontleden de twee mannen met enthousiasme wat een bepaald liedje nou zo goed maakt: klassiekers als Dancing In The Street van Martha and The Vandellas en I Get Around van The Beach Boys, maar ook hedendaagse hits van Drake of Katy Perry. Af en toe legt Nate een muziekterm uit, en dat geeft helemaal niet – daar word je alleen maar wijzer van.

Fleetwood MacIn Song Exploder (RadioPublic) onthult een artiest in 15-20 minuten stapsgewijs de ontstaansgeschiedenis van een bijzonder liedje uit zijn of haar repertoire, onder meer met demo-versies en afgekeurde opnames. Vaak zijn het nummers van nu, maar soms duikt men de geschiedenis in. Zo doet Lindsay Buckingham van Fleetwood Mac de oorsprong van Go Your Own Way (Rumours, 1977) uit de doeken, inclusief de bijbehorende relatieperikelen tussen hemzelf en Stevie Nicks. Het bijzondere van Song Exploder is dat je een lied als het ware onder je oren hoort ontstaan – best verslavend.

Jan RotGelukkig zijn popcasts geen louter Engelstalige aangelegenheid. In de serie Met Groenteman in de kast interviewt journalist Gijs Groenteman wekelijks iemand die hem onlangs in het nieuws is opgevallen, en dat zijn geregeld popartiesten, zoals singer-songwriters Yorick van Norden, Spinvis en Jan Rot. Groenteman gaat echt de diepte in – deze podcasts duren ongeveer een uur.

Kok Keuken HandenMijn conclusie: de positieve verhalen over podcasts zijn niet overdreven. Je moet er alleen even wat tijd voor vrijmaken en een goede gelegenheid vinden om ernaar te luisteren. Maar hoe moeilijk kan dat zijn?

Vreemd volk

The Byrds hoesFolkmuziek, zowel de Britse als de Amerikaanse variant, kent een bijzondere flexibiliteit. Hoe diep de wortels van het genre ook reiken, het zuigt even gemakkelijk invloeden uit rock, country en pop in zich op (Dylan, Byrds, Fairport Convention) als uit jazz (Van Morrison, Joni Mitchell, John Martyn en, recenter, Ryley Walker). En bij de folkartiesten van nu valt vooral de bloeiende samenwerking met moderne elektronica op.

Alice in Wonderland titelMaar het allerleukste aan folk vind ik het weirde dat je er vaak in aantreft: als luisteraar ben je als Alice die door een spiegel in een wonderwereld stapt: klein is daar groot, groot is klein, sprookjesfiguren lopen naast gewone mensen, een servies is een drumstel, de tijd stroomt trager. Even is het raar, maar al snel vind je het zo logisch als wat. Vandaag presenteert Goeie Nummers vier van die vreemde moderne folkies, drie van eigen bodem en eentje uit de VS.

Andrew Bird1De Amerikaan Andrew Bird (1973) timmert al een tijdje aan de weg. Sinds zijn solodebuut Weather Systems (2003) bracht de klassiek geschoolde multi-instrumentalist tien platen vol muzikale verrassingen uit. Bird is beïnvloed door Ierse en Schotse folk, klassieke muziek en jazz, maar werkt ook met repeterende loops. Zijn album Break It Yourself (2012) geeft een goed beeld van zijn fraaie melodieën en eigenzinnige gevoel voor humor.

Eerie Wanda2Eerie Wanda is het geesteskind van de Nederlands-Kroatische Marina Tadic. Na debuutalbum Hum (2016) verscheen onlangs opvolger Pet Towns. Centraal staan akoestische gitaar en dromerige zanglijnen, daarachter doemt af en toe een gek retro-orgeltje op, wat suggestieve percussie, flarden Beach Boys, Jefferson Airplane, Beach House, een elektrische gitaar. De liedjes lijken eenvoudig, maar suggereren steeds een dubbele bodem. Check out de nieuwe single Moon.

Eefje de VisserEefje de Visser (1986) is de enige neofolkie in dit rijtje die in het Nederlands zingt. De Utrechtse won in 2009 de Grote Prijs van Nederland in de categorie singer-songwriter en maakte tot nu toe drie goed ontvangen albums vol ingenieuze en poëtische liedjes. De zangeres-gitariste werkt steeds nadrukkelijker met elektronica en laat zich live soms louter door loops en drumcomputer begeleiden. Hier is De Visser met Jong.

LuwtenDe muziek van Luwten, de band van Tessa Douwstra, wordt wel knisper-folktronic genoemd, geen gekke benaming. Op het titelloze debuutalbum uit 2017 werkt Douwstra samen met geluidskunstenaar-percussionist Frank Wienk (aka Brinkbeats). Rondom Douwstra’s hypnotiserende zang, die soms doet denken aan Suzanne Vega, bouwt Wienk een minimalistisch geluidsdecor dat toch warm aanvoelt. Bekijk hier In Over My Head II, live met 14-koppige bezetting.

Alice in WonderlandBijzonder hoe deze artiesten de oude traditie koppelen aan een 21e-eeuws levensgevoel, met soundscapes die toegang bieden tot een parallelle werkelijkheid, ver weg van de moderne wereld van sociale media, drukte en sociale druk. Check gerust in, zou ik zeggen.

Nog niet verzadigd met moderne folk? Check out de fijne YouTube-playlist Wanderlust.

 

Eindejaarslijstjes, werelderfgoed en nog zo wat

master-header-logoIs het alweer zover? Ja, het is alweer zover. December is nog niet begonnen, en de eerste eindejaarslijstjes duiken alweer op uit alle holten en spelonken op internet. Zoals dat van Paste Magazine, het Amerikaanse cultuurmagazine dat sinds een paar jaar alleen nog maar online verschijnt. Leuk lijstje trouwens.

r.e.m. kleurGoeie Nummers is sinds vorig jaar opgehouden met eindejaarslijstjes. Niet omdat ik zo weinig goeie nieuwe muziek hoor, maar gewoon omdat ik te weinig overzicht heb om met enig recht van spreken de krenten uit de pap te kunnen halen. En dat komt vast weer deels doordat ik me liever een tijdlang onderdompel in één artiest dan van de een naar de ander te skippen.

Een paar namen dan toch, van artiesten die mij het afgelopen jaar zijn opgevallen, sommige vrij nieuw, andere al een hele tijd actief:

tedeschi trucks 2De Tedeschi Trucks Band. Het southernrock-echtpaar Susan Tedeschi-Derek Trucks toert al jaren met een uitgebreide, steengoede formatie de wereld over. Deze mensen weten wat spelen is. Er gebeurt echt iets op het podium. Luister en kijk maar.

yearlings eveleneDe Utrechtse alt-countryformatie The Yearlings is terug van twaalf jaar weggeweest. Met de fijne plaat Skywriting: ergens tussen R.E.M., Jayhawks en Real Estate. De stilte heeft lang genoeg geduurd. Aanstaande zondag wordt het album gepresenteerd in het Utrechtse EKKO.

krantenartikel UNESCO reggae low resIets heel anders – sorry, ik spring vandaag een beetje van de hak op de tak – bijzonder nieuws in de Metro van vandaag. Op  Mauritius verklaarde de UNESCO reggae officieel tot werelderfgoed. Tot immaterieel erfgoed, wel te verstaan, naast zaken als het Nederlandse ambacht van de molenaar en de Belgische biercultuur.

Bob Marley met gitaar liveDe reden voor de uitverkiezing, zo lees ik, is de belangrijke bijdrage die reggae levert aan de internationale bewustwording over verzet tegen onrecht en onderdrukking via liefde en menselijkheid. Nou, dat klinkt goed en ik kan er ook volledig mee instemmen. Maar ze vergeten dan wel het belangrijkste te melden: de onweerstaanbare groove van de reggae, de feel, de skank of hoe je het maar moet noemen.

COP24 Katowice 2018Toch, bij nader inzien, ze hoeven dat helemaal niet op te schrijven. Je kunt die reggae-feel niet eens goed opschrijven. Je moet hem horen, je moet hem voelen. En dat hebben ze daar bij de UNESCO-bijeenkomst volgens de krant ook gedaan –  de bobo’s begonnen spontaan te dansen op Bob Marley’s One Love. Dat zouden ze bij meer officiële vergaderingen moeten doen, om te beginnen bij de aanstaande klimaattop in Polen. Sfeerverhogend, verbindend, mild-stemmend. Spliff erbij. Moet jij eens kijken hoe snel ze eruit zijn en met welk resultaat.

 

 

Bewonderen met een hoofdletter B

voeten wassen glas in loodBewonderen is een belangrijke vaardigheid. Je zou het op school moeten leren. Het is moeilijker dan bekritiseren, want als bewonderaar moet je je nederig opstellen. Maar er staat tegenover dat het je veel kan opleveren: iets van de kwaliteiten van de held zullen vast op je afstralen, gaan misschien zelfs op je over. Dit idee – of bijgeloof – ligt vermoedelijk aan de basis van het tribute-album, een klein en fijn genre in de popmuziek.

Dinah sings Bessie SmithTribute-albums van één artiest, geheel gewijd aan een andere artiest, zijn in de jaren 50 en 60 behoorlijk populair. Bijvoorbeeld Dinah Washingtons Dinah sings Bessie Smith uit 1958 of Stevie Wonders Tribute to Uncle Ray (voor Ray Charles) uit 1962, naast de talloze albums met Beatle-nummers in de meest uiteenlopende uitvoeringen, van barok en new age tot metal en reggae.

Lean On Me van José JamesIn de jaren daarna boet het genre aan populariteit in, zonder ooit helemaal te verdwijnen. Vanaf de jaren 80 lijkt het zelfs bezig aan een comeback. Jennifer Warnes ‘deed’ Leonard Cohen met Famous Blue Raincoat, 1987), BB King bewees eer aan Louis Jordan (Let the Good Times Roll, 1999), net als en Dr John aan Louis Armstrong (Ske-Dat-De-Dat: The Spirit of Satch, 2014), en vorig jaar presenteerde Gregory Porter Nat King Cole & Me. De nieuwste loot aan deze stam komt van souljazzzanger José James. Ter ere van de tachtigste verjaardag van Bill Withers maakte hij Lean on Me, geheel gevuld met covers van de soullegende.

Jose James 2008José James (1978) startte zijn carrière rond 2008, kreeg een contract bij het vermaarde jazzlabel Blue Note en beklom daarna gestaag de succesladder. In 2016 besloot hij zijn sound te vernieuwen. Hij ruilde zijn akoestische instrumentarium in voor elektronische. Met desastreuze gevolgen. Het publiek liep weg, tijdens concerten zelfs letterlijk.

Bill Withers met gitaarTijd voor bezinning dus, zoals blijkt uit een recent interview in de Volkskrant. Tijd om terug te keren naar de muzikale bron. En daar bij de bron trof James zijn oude held Bill Withers, de man van klassieke 70’s en 80’s hits als Ain’t No Sunshine, Use Me en Just The Two Of Us – en dat bleek de uitweg uit de impasse.

Nate SmithOp Lean On Me blijft James vrij dicht bij Withers’ oorspronkelijke uitvoeringen maar brengt ook subtiele wijzigingen aan, die goed uitpakken. Use Me heeft de oude vertrouwde groove, maar ook een fantastische sax-solo. Grandma’s Hands, met verlaagd tempo, klinkt nog indringender dan het origineel. Better Off Dead profiteert geweldig van de klasse van drummer Nate Smith en Lovely Day is een duet geworden – een fijne vondst. Daarbij is James’ stem geknipt voor dit werk: soepel, warm, precies, en zijn timbre ligt dicht genoeg bij dat van Withers om je af en toe even te laten denken dat je de oude meester hoort.

sportpodiumLean On Me is bewonderen met een grote B: er ontstaat een driehoeksrelatie tussen artiest, geëerde artiest en luisteraar. Met gunstige effecten voor alle drie. James lijkt zich in eerste instantie te ‘verlagen’ door een andere artiest boven zich te stellen, maar stapt daarna triomfantelijk samen met zijn held op de hoogste trede van het podium. En wij, het publiek? Wij genieten van de aangename (hernieuwde) kennismaking met het klassieke soulwerk, applaudisseren en kijken bewonderend naar de twee artiesten op. En iets van hen straalt af op ons.

 

Ondergedompeld in R.E.M.

onderdompeling eendAls eigentijdse muziekluisteraar ben je vooral een zapper. Als het huidige liedje niet bevalt ga je naar het volgende, hoppend van de ene artiest naar de andere, door de genres heen. Een uitstekende manier om je beperkte luistertijd efficiënt te besteden – maar persoonlijk dompel ik me liever voor langere tijd onder in één soort muziek. Door naar een heel album (!) te luisteren of, liever nog, me een aantal dagen achter elkaar (!!) onder te dompelen in het oeuvre van een bepaalde groep of artiest – mits dat natuurlijk sterk en interessant genoeg is.

Van Morrison met lichte hoedVaak gaat het dan om een artiest die in de loop van de tijd uit mijn playlist was verdwenen en door een of andere aanleiding weer op mijn pad komt. Zo verdiepte ik me een tijdje geleden in Van Morrisons album Keep Me Singing (2016) – om vervolgens weer dagenlang door Ierland te dwalen met Van the Man en zijn vroege meesterwerken Astral Weeks, Moondance en Veedon Fleece.

r.e.m. kleurEn zo was ik de afgelopen week bijna steeds diep into R.E.M., nu naar aanleiding van een interview dat ik hield met de Utrechtse Nederamericanaband The Yearlings (hun album Skywriting komt uit in november, lekkere muziek hoor, hou ze in de gaten), voor wie R.E.M. een grote inspiratiebron is.

R.E.M. Losing My ReligionDe duik in de wereld van Michael Stipe c.s. leverde onverwachte indrukken op. De indieband uit Georgia fungeerde in de media vooral als onderwerp van een muziekpolitieke discussie (‘is R.E.M. niet te commercieel geworden?’) of als wegbereider voor bands als Nirvana en Pearl Jam. Maar wie anno 2018 gewoon naar ze gaat luisteren, wordt getroffen door de  ontzettend sterke liedjes en het tijdloze karakter van hun eigenzinnige mix van sixties folkrock en seventies/eighties new wave.

farfisa orgelNeem bijvoorbeeld Begin The Begin, zo’n melodieus punky nummer waarop R.E.M. het patent heeft, met een gepassioneerde tekst waaruit afkeer én liefde spreekt. Of Stand, met vette rock-‘n-rollriff van Buck en een lekker Farfisa-achtig orgeltje. Of Finest Worksong, – let op dat verrassende baswerk van Mike Mills op het eind. Of het tedere Imitation of Life, met weer zo’n vage tekst om in te verdwalen. Het etiket ‘nineties alternative rock’ blijkt totaal niet meer te passen – dit zijn moderne klassiekers. Met R.E.M. eiste de combinatie Melancholie + Kracht voorgoed zijn plek op in de rock-‘n-roll.

11076831_bcdc79d83c_z R.E.M. Pinkpop 1989Tijdens mijn duiktocht dacht ik terug aan R.E.M.’s optreden op Pinkpop 1989 – hoog in mijn persoonlijke Concert-Top 10 – waar frontman Stipe fungeerde als Sjamaan, Voorganger en Martelaar ineen. Halverwege de meeslepende set scheurde hij zijn shirt kapot, en waar zoiets bij andere acts aanstellerig zou overkomen, was het daar op het podium in Landgraaf volkomen geloofwaardig. Rock-‘n-roll doet ertoe, dat was het effect. En datzelfde gevoel had ik vandaag toen ik weer uit het water kwam en mijn veren uitschudde.

Uit m’n bubbel – jazz

luchtbelAls je de tijdgeest mag geloven zijn weinig dingen slechter voor je gezondheid dan in je eigen bubbel blijven. De comfort zone is zogezegd het nieuwe roken. Daarom verliet ik een tijdje geleden mijn met alt.country en oude soul gevulde luchtbel voor een duik in de dance (EDM) – om daarna weer heel snel in m’n bubbel terug te keren. Ditmaal was de jazz aan de beurt.

New Orleans Jazz & Heritage FestivalEr zijn genoeg redenen om me in jazz te verdiepen. De allerbelangrijkste is wel dat het genre ontstond in de City of Sin, ook wel The Big Easy, The Crescent City of gewoon New Orleans genoemd, en wat daar aan funky en groovy klanken uit te voorschijn komt vind ik vaak simpelweg het einde. Bovendien staat jazz aan de basis van de rock-‘n-roll en dus van zo’n beetje alles dat de moeite waard is in het leven.

ErasmusbrugDe rock-‘n-roll en de jazz verloren elkaar gek genoeg al vrij vroeg en ook vrij langdurig uit het oog. De eerste werd almaar commerciëler, de tweede steeds ingewikkelder. Gelukkig zijn de twee tegenwoordig weer min of meer on speaking terms, zodat mij als bubbel-verlater diverse bruggetjes te beschikking staan. Ik heb het dan overigens niet over de folkjazz van Astral Weeks (Van Morrison) of Mingus (Joni Mitchell) en ook niet over de latin-jazz of salsa van Tito Puente en Eddie Palmieri. Hoe fantastisch ook, die muziek zit al in mijn bubbel: het gaat me nu om de instrumentale geïmproviseerde muziek die vanuit de jazz naar de popmuziek reikt.

399px-Miles_Davis_22Zoals veel van het werk van Miles Davis (1926-1991). De trompettist-componist was in de jaren 40 en 50 niet alleen Mr. Cool 3.0, maar in 1959 produceerde hij ook het uiterst toegankelijke Kind of Blue, het best verkochte jazzalbum uit de geschiedenis. Miles houdt me niet op het puntje van mijn stoel door de noten die hij speelt maar door wat hij weglaat.

John ScofieldIemand die in de jaren 80 met Miles speelde en tot op de dag van vandaag actief is op de podia en in de studio, is gitarist John Scofield (1951). Scofield kan heel veel op zijn instrument, maar hij hoeft het allemaal niet zo nodig te showen. Ik laat zijn melodieuze licks graag net zolang om mijn oren buitelen tot ik een grote dikke vette grijns op m’n gezicht heb.

Benjamin HermanIn eigen land is saxofonist-bandleider Benjamin Herman (1968) zo’n stijlvolle bruggenbouwer. De in Londen geboren Amsterdammer swingt en groeft al 25 jaar op eclectische wijze met zijn New Cool Collective, en ter ere van zijn vijftigste verjaardag kwam hij recentelijk met maar liefst drie gloednieuwe albums tegelijk. Met Project S produceert hij een soort loungemuziek waarbij je kunt relaxen zonder in slaap te vallen. Een beetje als yoga maar dan anders.

Eric VloeimansEric Vloeimans (1963) is ook niet vies van een potje genrevervaging. Zijn formatie Gatecrash klinkt een stuk aangenamer dan je op grond van de naam zou verwachten. Doe je ogen dicht bij de klanken van de klassiek geschoolde trompettist en hele films spelen zich op je innerlijke doek af. Bij jou misschien romcoms of thrillers, bij mij vooral roadmovies met louterende ontmoetingen.

Amersfoort JazzAl met al valt de boze buitenwereld van de jazz dus best  mee. Komend weekend blijf ik er nog even in vertoeven tijdens Amersfoort Jazz. Op het driedaagse festival is genoeg te vinden voor de popfan die wel eens wat anders wil. Check it out!

 

 

Luisteren met voorkennis

Death Cab for CutieEen tijdje geleden had ik het hier op Goeie Nummers over de geneugten van het Pure Luisteren. Zomaar random iets uit je digitale muziekverzameling kiezen, zonder voorkennis over de artiest, en dan gewoon de oren de kost geven: wat hoor ik, welke beelden komen naar boven? Een interessante ervaring, waarvoor ik de band Death Cab for Cutie als proefkonijn gebruikte.

Death Cab for Cutie2Maar het bloed kruipt waar het niet gaan kan: ik begon me daarna natuurlijk te verdiepen in dat bandje. En het bleek een behoorlijk intrigerend gezelschap te zijn. Want hoe komen de indierockers uit het noordwesten van de VS bijvoorbeeld aan die merkwaardige naam? Waarom klinkt elk van de acht albums die de band sinds 1997 maakte zo anders dan het voorgaande? En waar halen ze de inspiratie voor hun bijzondere songs en teksten vandaan?

 

Chris WallaOp die naam komen we nog terug – eerst over die sound. De eerste zeven albums van Death Cab For Cutie, door de volgers meestal verkort tot Death Cab of DCFC, zijn geproduceerd door gitarist Chris Walla en klinken allemaal behoorlijk verschillend. Een constante is de zuivere en lichte stem van frontman Ben Gibbard (Washington, 1976) en de manier waarop harmonieuze zang-, gitaar- en pianopartijen contrasteren met de bijna ruw gemonteerde drums en subtiele noise-effecten. DCFC’s laatste album, Kintsugi, werd geproduceerd door Rick Cosey (Muse, Interpol, Rage Against The Machine) en dat hoor je terug in het strakkere geluid. Ook weer heel anders dan daarvoor.

KintsugiVerhaal Meer een band van albums dan van losse liedjes, zeggen ze zelf. Bij elke plaat starten de mannen met zo’n dertig ruwe songs van Gibbard, waaruit ze samen geleidelijk een verhaal destilleren. Zo is Kintsugi genoemd naar een Japanse methode om gebroken keramiek te repareren: in plaats van de scherven onzichtbaar aan elkaar te lijmen wordt er goud aan de lijm toegevoegd om het voorwerp een compleet nieuw leven te geven. Wat voor Gibbard een mooie metafoor was voor hoe hij zijn gestrande huwelijk probeerde om te zetten in elf elegante liedjes.

Teenage Fanclub BandwagonesqueInspiratie Dit jaar coverde Ben Gibbard solo het hele album Bandwagonesque, waarmee Teenage Fanclub in 1991 doorbrak. De Schotse band, hoog op mijn favorietenlijstje, is kennelijk een van zijn inspiratiebronnen. Net als een aantal andere namen die rond de band cirkelen, zoals die van Big Star, Freedy Johnston en Sun Kil Moon. En zo vallen allerlei puzzelstukjes op hun plaats. Luister maar eens naar het betoverende Transatlanticism, of naar I Will Possess Your Heart met zijn gedurfd lange intro van meer dan vierenhalve minuut.

Neil InnesTot slot dan die naam. ‘Death Cab for Cutie’ is een nummer van de Britse artrockgroep Bonzo Dog Doo-Dah Band, bekend geworden door de Beatles-film Magical Mystery Tour uit 1967. Songschrijver Neil Innes – die daarna onder meer met Monty Python werkte – ontleende die songtitel weer aan een Amerikaans pulp-fiction crime magazine. Zo is het cirkeltje mooi rond, maar hoe dit absurdistische doowop-achtige nummer zich verhoudt tot de muziek van Death Cab For Cutie is voor mij vooralsnog een raadsel. En dat is eigenlijk ook wel zo leuk. Check ‘em out.