New Orleans

Afrikaanse goden in je platenkast

VoodooWaar denk je aan bij het woord voodoo? Waarschijnlijk aan duistere rituelen en enge poppetjes met naalden. Dat is het beeld dat films en andere populaire media bij ons op het netvlies hebben gebrand. In werkelijkheid bevindt voodoo zich in je eigen platenkast.

boek VoudouDeze verrassende les is te vinden in het vorig jaar verschenen boek Voudou van Leendert van der Valk. De muziekjournalist maakte eerder al indruk met Duivelsmuziek, waarin hij verslag deed van zijn fietstocht van Memphis naar New Orleans, door de bakermat van de popmuziek. In Voudou volgen we met Van der Valk het spoor nog verder terug: vanuit Mississippi en New Orleans oostwaarts. Eerst naar Haïti, Curaçao en Suriname, en via een verrassende omweg over Rotterdam en Zaanstad ten slotte naar de oerbronnen in West-Afrika.

schepen op zeeDe eerste ontdekking is dat het niet puur om muziek gaat maar om een religie. Maar dan een die onlosmakelijk verbonden is met muziek: voodoo. Voodoo – knoop het in je oren – is niets meer of minder dan de meergoden-religie die van de 16e tot in 19e eeuw vanuit Afrika meereisde in de slavenschepen naar Noord- en Zuid-Amerika en het Caribisch gebied. Een religie waarin de dansende gelovigen via liedjes en complexe drumritmes in contact komen met het hogere.

Jazzband met veel koperIn het nieuwe land fungeerde voodoo voor de slaven als het onzichtbare cement dat hen met elkaar en hun land van herkomst verbond. Het geloof werd meestal door de christelijke machthebbers verboden, maar ondergronds leefde het voort. En in de 20e eeuw kwam het naar boven: in de jazz en in de eerste vormen van wat tegenwoordig valt onder de noemer popmuziek – of blues, rock-‘n-roll, soul, gospel, r&b, salsa, latin, funk, kaseko, reggae of rock.

zwarte kerkdienstIn gospelmuziek zit het vraag-en-antwoordpatroon van de voodoorituelen, en het klappen vervangt de oorspronkelijke trommels. In de blues van Robert Johnson is de Afrikaanse bemiddelende god Legba veranderd in de christelijke duivel. En in de rock-‘n-roll herken je de clave – de kenmerkende vijf basisaccenten van West-Afrikaanse ritmes. Wat een injectie is dat geweest. Tot dan toe was populaire muziek een behoorlijk duffe bedoening die vooral hoofd en hart aansprak. Met de groove van voodoo mochten ook lichaam en ziel eindelijk meedoen.

draaikolkVoudou is een rijk boek, vol informatie en – soms duizelingwekkende – ervaringen. Te veel om hier even samen te vatten, maar één citaat kan ook veel zeggen: ‘Soms lijkt het alsof de Atlantische Oceaan een gigantische draaikolk is die ritmische wrakstukken van de stranden oppikt en ze op andere continenten laat aanspoelen, om ze eeuwen later weer terug te slingeren.’ Wow. Wat een prachtig beeld. De beïnvloeding gaat dus niet alleen van oost naar west, maar maakt een cirkelbeweging die nog steeds doorgaat: James Brown putte in de jaren 50 uit Afrikaanse bronnen voor zijn opzwepende funk; Nigeriaan Fela Kuti haalde de inspiratie voor zijn seventies afrobeat op zijn beurt bij Mr. Dynamite. En zo gaat het door.

Bij Voudou hoort ook een uitgebreide afspeellijst op de immense platenkast van Spotify. Van Screamin’ Jay Hawkins’ ‘I Put a Spell On You’ (1956) en Dr. Johns ‘I Been Hoodood’ (1973) tot Cindi Laupers versie van ‘Iko Iko’ (1986) en D’Angelo’s ‘The Root’ (2000). Zet hem op als je contact wil krijgen met de goden.

 

 

Fietsen naar de stad van de zonde

Leendert van der ValkWie de bakermat van de popmuziek wil bezoeken kan de legendarische Route 66 nemen: de snelweg van Memphis (rock-‘n-roll), door de Mississippi Delta (blues) naar de ‘City of Sin’ New Orleans (jazz). Vele muziekpelgrims legden deze tocht al af. De Nederlandse muziekjournalist Leendert van der Valk besloot het anders te doen. Samen met zijn vriendin Winnie ging hij – Hollandser kan bijna niet – op de fiets.

DuivelsmuziekWant alleen zo, over kleine weggetjes, dicht op het land, dacht Van der Valk, kun je echt in contact komen met het hete, lege en vaak zompige land in het zuiden van de VS dat de rock-‘n-roll, blues, jazz en rythm-and-blues voortbracht. Het resultaat van die soms hachelijke fietstocht is Duivelsmuziek: een zeer leesbaar en informatief boek voor wie zich (verder) wil verdiepen in de wortels van de hedendaagse popmuziek.

hoes They Call Me Muddy WatersIn Duivelsmuziek, dat de shortlist van de Bob den Uyl-prijs voor reisverhalen haalde, reis je mee in de slipstream van het Nederlandse tweetal: naar een gevangenis die functioneert als katoenplantage en radiostation. Naar Howlin’ Wolf en Muddy Waters, naar voodoofunk, gospel en Caribische straatjazz in New Orleans.

Robert Johnson met tekstIn een van de mooiste scènes, waarin hilariteit en huiver met elkaar wedijveren, begeven Leendert en Winnie zich rond middernacht te voet naar de crossroads: het kruispunt waar bluesicoon Robert Johnson volgens de legende rond 1930 zijn ziel aan de duivel verkocht in ruil voor zijn onnavolgbare gitaarspel. De duivel ontmoeten ze er niet, en de geest van Johnson evenmin. Maar Van der Valk grijpt het verhaal aan om duidelijk te maken welke rol het voodoo-geloof speelde in de oervormen van de popmuziek – voor mij een eye-opener.

hoes The very best of Dr. JohnDe duivel van Johnson, zo blijkt, was naar alle waarschijnlijkheid een omvorming van Papa Legba, een voodoo-god die vaak bemiddelt tussen mensen en andere goden. Voodoo wordt vaak versimpeld tot een griezelig bijgeloof met naalden en poppetjes. In werkelijkheid hielp het vanuit Afrika meegenomen geloof de slaven om in het verborgene, buiten het zicht van plantagehouders, de spirituele banden met het vaderland te behouden. Om dan uiteindelijk in een andere vorm in de blues en New Orleans jazzfunk terecht te komen: zie Hoochie Coochie Man van Muddy Waters of later in I Walk on Guilded Splinters van Dr. John.

VoudouHet beste nieuws is dat Van der Valk zijn journalistieke zoektocht naar voodoo – ditmaal vermoedelijk niet per fiets – heeft voortgezet vanaf New Orleans naar de Cariben, West-Afrika en verder, tot en met een oer-Hollandse gymzaal in Zaandam. Zijn boek Voudou, begeleid door een cd met salsa, jazz, kaseko, blues en funk, is net uit. Op VPRO’s Vrije Geluiden vind je ook een interview met Van der Valk en enkele video’s van zijn voodoo-reizen. Check it out.

Hooray for the Fat Man

Fats Domino 1Ben jij een geheime Fats Domino-fan? Of zelfs een openlijke? Dan kunnen we elkaar de hand schudden. En als je het nog niet bent – kom er gerust bij. Want de lijvige zanger-pianist uit New Orleans heeft weliswaar geen gevarieerd oeuvre, en veel vernieuwing is er de laatste jaren – lees halve eeuw – ook niet in te ontdekken. Maar wat is zijn muziek tijdloos goed en wat krijg je er een goeie zin van!

Fats Domino 2Hier meteen dan ook maar even de bewijzen. Eerst I’m Walking, dat in 1957 de hitparade bestormde. Stoomt dat of stoomt dat? Met die unieke New Orleans-roffeldrums, die rollende piano, die vette sax. En dan duurt het ook nog maar iets meer dan twee minuten. En dan bewijsstuk nummer twee:  Sick and Tired. Lekkerrrrrrrrrrr!

hoes Fats Domino swingsEn dan – driemaal is scheepsrecht – het onvergetelijke My Girl Josephine, ook wel bekend als ‘Hello Josephine’. Ditmaal een wiegende cadans waarbij je zelfs in je Berend Boudewijn tv-stoel niet stil kunt blijven zitten. Wat een swag, wat een onschuld ook. En je begrijpt meteen waarom sommige mensen denken dat reggae is ontstaan toen Jamaicanen Fats Domino probeerden te imiteren.

standbeeld Fats DominoDeze muziek was al oud – en hopeloos uit de tijd – toen ik nog jong was. Je was niet helemaal goed bij je hoofd als je ervan hield. Het is niet voor niets dat Fats Ain’t That a Shame zingt. Ja, doe die ook nog maar. Let vooral op dat blazershuppeltje in het refrein, en dan natuurlijk die solo, au! De man verdient een standbeeld, en niet alleen vanwege de miljoenen platen die hij verkocht of de grote invloed die hij had op bands als The Beatles.

Dave Bartholomew2Nou had Fats Domino het grote geluk dat hij kon samenwerken met de legendarische trompettist en bandleider Dave Bartholomew. Iemand die wist hoe je een vijfkoppige blazerssectie precies als 2,98 man kunt laten klinken, en hoe je die precies het juiste aantal milliseconden voor of na de tel moest laten invallen.

New Orleans collageBeide mannen, inmiddels (hoog)bejaard, bleven de smeltkroes van New Orleans als muzikant en als inwoner altijd trouw. Top op de dag van vandaag. Naar verluidt was Fats Domino zelfs zo honkvast dat hij ten tijde van de orkaan Katrina in 2005, ondanks evacuatie-oproepen van de autoriteiten, weigerde zijn huis te verlaten.

Fats Domino 3Voor wie nog niet genoeg heeft van deze oer-rock ’n roller – luister en kijk naar een sterk optreden van bijna vijftig minuten in Austin, Texas, in 1986. Check him out.

Een rokerige nachtclub in de jaren ’30

ML&TLBHJe stapt over de drempel van een nachtclub in de jaren dertig. Achter in het etablissement, door de rookslierten heen, ontwaar je op het krappe podium een swingende ragtime-band. Al snel raak je in de ban van de stoere, sexy zangeres achter de microfoon. Dit is ongeveer wat je overkomt als je luistert naar Meschiya Lake & The Little Big Horns.

Meschiya Lake live.jpgEen paar jaar geleden hoorde en zag ik de neo-traditionele band uit New Orleans voor het eerst, op het festival Take Root in Groningen. Met een retestrakke tuba in plaats van de contrabas of basgitaar brachten de vijf mannen en een vrouw het oude jazz-, ragtime- en bluesmateriaal volkomen overtuigend naar de 21e eeuw. Zangeres Meschiyah (spreek uit: Mà-sjie-ja) Lake maakte zowel indruk door haar verschijning als haar stem. Met haar rijkelijk getatoeëerde armen en torso past ze helemaal in het beeld van de vrouw die haar carrière begon als vuurspuwer en glaseter in een circus.

meschiyalakeandthelittle2De band debuteerde in 2012 met Lucky Devil, een jaar later gevolgd door Foolers Gold. Na deze twee albums volgde een uitgebreide tournee over de wereld, en nu is er een nieuw album, Bad Kids Club: misschien een tikkeltje moderner en gevarieerder dan de voorgangers, maar verder is er weinig veranderd. En dat is maar goed ook.

ML&TLBH picknickLekker smerig klinkt Lake’s stem in Brand New Funk. Weemoedig als Billie Holliday in Hey Marry Wanna en Woman Seeking Man. Uitdagend in het aloude ‘Lectric Chair Blues van Blind Lemon Jefferson. En de trombones, saxofoons, klarinetten en trompetten buitelen ouderwets als jonge honden over elkaar heen.

ML&TLBH tuba.pngDe drie albums zijn, vooral als je je versterker een beetje opendraait, heerlijke opwarmers voor de plek waar mevrouw Lake & De Kleine Grote Hoorns volledig tot hun recht komen: op het podium. En dat komt goed uit. Tussen 5 en 13 mei kun je op diverse plekken in ons land, bijvoorbeeld in TivoliVredenburg en Paradiso, een tijdreis maken naar een rokerige jazzclub in The Big Easy. Check ‘em out.

Put some stank on it!

logo NPO radio 6Het is hoog tijd om iets te nuanceren. Een tijdje terug wees Goeie Nummers op de treffende gelijkenis tussen Funk en Hermetische Poëzie: dezelfde voor buitenstaanders bijna ontoegankelijke wereld, die vooral eindeloos naar zichzelf lijkt te verwijzen. Onlangs kwam ik erachter dat funk nog wel iets meer is dan dat. Want op de site van NPO Radio6 kun je een mooi verhaal vinden over de etymologie van ‘funk’.

New OrleansHet f-woord blijkt afgeleid van het Latijnse ‘fumigare’ (roken) en werd al in 1620 als ‘funk’ in het Engels opgenomen. Bijna drie eeuwen later snakt men in jazz-bakermat New Orleans naar meer smerigheid en nadruk in de muziek. Met de kreet ‘Put some stank on it’ worden muzikanten tijdens jamsessies rond 1900 opgezweept om niet te netjes te spelen en de grenzen van het welvoeglijke op te zoeken. Volgens sommigen weerspiegelt de kreet trouwens ook de atmosfeer in de jazzcafés van The Big Easy. Uiteindelijk wint het woord ‘funk’ het van ‘stank’, waarschijnlijk ongeveer zoals ‘gaaf’ bij ons ‘mieters’ heeft overvleugeld.

Earl_PalmerNa de Tweede Wereldoorlog krijgt muzikale smeltkroes New Orleans een nieuwe impuls met sterren als Fats Domino en Little Richard. Drummer Earl Palmer (1924-2008) speelt mee op veel van hun r&b-klassiekers, zoals I’m Walkin’ en Tutti Frutti. Volgens de overlevering is Palmer de eerste die het woord ‘funky’ gebruikt om zijn collega-muzikanten ertoe aan te zetten een nummer dansbaarder en meer syncopisch te spelen. De basisvorm van de dansbare funk zoals wij die nu kennen is daarmee geboren. Met nog steeds dat randje smerigheid dat Echte Funk kenmerkt.

Remco CampertDe parallel met een ander fenomeen uit de jaren ’50 dringt zich op. Want dat zijn in Nederland ook goede jaren voor de Hermetische Poëzie. Het zijn De Vijftigers (o.a. Lucebert, Remco Campert) die, vaak door jazz geïnspireerd, de gereguleerde wereld van de dichtkunst in dat decennium ‘openbraken’. Hun werk deelt de subversiviteit met de funk. Maar ik moet mijn eerdere conclusie dus wel nuanceren. Funk is Smerige Hermetische Poëzie of, zo je wilt, Hermetisch Stinkende Poëzie.

Help Assen en Tilburg over de brug

WNew Orleans parasollen en muziekat je van ver haalt, is lekker. Lekkerder dan wat je al kent. Iets onbekends heeft kennelijk exotische toverkracht. Ook in de popmuziek. Want ook wij, muziekliefhebbers van de Lage Landen, vinden muziek van ver weg doorgaans aantrekkelijker dan Hollandse kost. Zeker als het uit de VS komt.

Ik doe daar zelf lustig aan mee, maar het is natuurlijk niet helemaal eerlijk. We lopen weg met een Amerikaan die Californië als het Beloofde Land ziet of met iemand die diepzinnige gedachten krijgt door een bezoek aan Graceland in Memphis, Tennessee. Maar waarom kan dat wel, terwijl een Nederlander die zingt over Assen of Tilburg kan rekenen op louter hoon of medelijden? Wat hebben Assen en Tilburg ons misdaan dat er geen gloedvol lied over ze wordt geschreven?

Ik heb er wel een verklaring voor. Wij popliefhebbers vinden de combinatie geloofwaardig en exotisch gewoon het fijnste. Een geloofwaardige illusie, waarachter een diepere waarheid schemert. In het Engels is daar een mooie uitdrukking voor: suspension of disbelief. Een liedje werkt wanneer je je ongeloof even kunt uitstellen, wanneer je je er zolang het duurt aan kunt overgeven. En daar wringt het met die Nederlandse steden – denk ik. Het loflied op Assen of Tilburg botst gewoon te snel met de realiteit. Door een bezoekje of herinnering aan een van die twee steden. Het lukt je niet om je ongeloof uit te stellen.

Maar er is meer. Om een stad als New Orleans zijn allerlei mythes heen gebouwd. Het is de bakermat van blues en jazz, smeltkroes van invloeden uit alle windstreken. The Big Easy ademt en wasemt muziek, zwarte magie en erotiek uit al z’n poriën. Maar ook in Assen en Tilburg en al die andere buitengewone Nederlandse provinciesteden zijn ongetwijfeld mysteries en onontdekte schoonheid te vinden. We hoeven die alleen maar naar boven te halen. Zo kunnen die Nederlandse steden een verdiende plek in onze verbeelding krijgen. Ik wil me daar hard voor gaan maken. De lezers van dit blog komen vast en zeker uit alle uithoeken van Nederland. Wie helpt me om die mythes rondom Nederlandse steden te verzamelen?