Maand: november 2014

Namedropping: ‘Hail Hail Rock ‘n’ Roll’ van Garland Jeffreys

hail hail rock n roll hoesGarland Jeffreys (1943), in ons land vooral bekend van zijn hitsingle ‘Matador’ uit 1979, scoorde in 1992 nog een keer met Hail Hail Rock ‘n’ Roll. Het nummer is afkomstig van Jeffreys’ album Don’t Call Me Buckwheat uit 1992, dat vooral gaat over race relations.

Garland Jeffreys 3De Newyorkse singer-songwriter, met Puertoricaanse en zwarte wortels, laat in dit lied een hele stoet levende en dode r&r-legendes aan de luisteraar voorbijtrekken: naast Chuck Berry zijn dat Little Richard, Bo Diddley, Fats Domino, Elvis Presley, Gene Vincent, Buddy Holly, Jerry Lee Lewis. De hoopvolle boodschap: rock & roll kan de kloof tussen blank en zwart dichten.

The King of Inbetween - hoesNa een stilte van vele jaren verrast Jeffreys in 2011 – op zijn 63e – vriend en vijand met The King of Inbetween. De stomende mix van rock, soul, blues, reggae en ska maken het tot een van de meest opwekkende albums over sterfelijkheid die je je kunt voorstellen. Luister maar naar de levenslustig stampende boogie ‘til John Lee Hooker Calls Me:

‘I’m not getting any younger / I’m not feeling very old / But I’m not shoppin’ for my cemetery tomb soon / I’m gonna wait till John Lee Hooker makes room.’

John Lee HookerZe moeten daarboven nog maar even op hem wachten, vindt Jeffreys. En ondertussen eert hij weer zijn muzikale voorbeelden: naast John Lee Hooker zijn dat nu Louis Armstrong, Frank Sinatra, James Brown en opnieuw Fats Domino en Bo Diddley. Boodschap: rock & roll – breed opgevat – is de aangewezen remedie om het spook van de dood te verdrijven.

Met een interval van bijna twintig jaar produceerde Garland Jeffreys dus twee namedropping-nummers die niet alleen naar andere artiesten, maar ook naar elkáár verwijzen. Een beetje zoals ook te zien was bij ‘Sweet Home Alabama’ van Lynyrd Skynyrd.

twee boeken van J.D. SalingerDe werkwijze van Jeffreys doet me denken aan schrijvers die hun personages op subtiele wijze laten terugkeren in een volgend boek, bijvoorbeeld eerst als bij- en later als hoofdfiguur. Waarbij het latere een nieuw licht werpt op het eerdere. Ik heb daar nogal een zwak voor. De Amerikaanse auteur J.D. Salinger (1919-2010) deed het bijvoorbeeld met de fictieve familie Glass in Franny and Zooey, Raise High the Roof Beam, Carpenters en Seymour: An Introduction.

SpinvisIn de popmuziek moeten meer fraaie sequels zoals ‘Hail Hail’ en ‘John Lee Hooker’ te vinden zijn. Zelf kom ik nu alleen op Spinvis, met het pracht-duo ‘Ronnie gaat naar huis’ (Spinvis, 2002) en ‘Ronnie knipt zijn haar’ (Tot ziens, Justine Keller, 2011). Maar verder schiet me niets te binnen. Dus als je zo’n tip hebt, laat het me weten!

Geïnteresseerd geraakt in The King of Inbetween van Garland Jeffreys? Lees deze boeiende albumbespreking in Muddy Water Magazine.

Een literaire rockster?

Bruce 1Onlangs las ik op internet over de literaire inspiratiebronnen van Bruce Springsteen. De VPRO-gids van diezelfde week meldde dat de nieuwe plaat van Johnny Marr (ex-The Smiths) vernoemd was naar Homo ludens van historicus Johan Huizinga. En als je zo even verder zoekt, kom je op talloze plekken de leesvoorkeuren van popsterren tegen.

J Kessels The NovelMaar andersom? Kun jij één auteur noemen die de wereld graag laat weten welke popmuziek hij of zij op de iPod heeft staan? Ik niet. Klassieke muziek speelt soms nog wel een rol, zoals bij Maarten ’t Hart en Anna Enquist, maar popmuziek? Er zijn een paar uitzonderingen, zoals countryfan P.F. Thomèse (J. Kessels: The Novel) en (post)punker Jonathan Franzen (Vrijheid). Maar verder schittert de popmuziek in de literaire wereld vooral door afwezigheid.

Ik vraag me af hoe dat komt. Leven schrijvers in een stiltegebied? Luisteren ze alleen naar klassiek of jazz? Nauwelijks voorstelbaar, zeker niet bij de huidige generatie. Biedt popmuziek dan een te beperkte inspiratiebron voor een hele roman? Misschien. Een gemiddeld liedje duurt maar een paar minuten en telt hoogstens twintig regels tekst. Toch is dat ook geen logische verklaring: goeie nummers wekken in dat korte bestek een complete wereld of een diep-tragische geschiedenis tot leven. Genoeg basisstof voor een vuistdikke roman.

Nick CaveIk vrees dat het uiteindelijk toch om maatschappelijke status gaat. Ja, status. Zelfs anno 2014. Want ook na al die eeuwen vooruitgang geldt literatuur nog steeds als hoge kunst, en popmuziek als lage. Schrijvers halen zichzelf omlaag als ze laten zien popmuziek serieus te nemen. Het aanzien van ‘oppervlakkige’ popmuzikanten stijgt juist als ze af en toe een (goed) boek blijken te lezen. Sommige popartiesten zetten dan ook nog een stapje omhoog: ze gaan zelf schrijven. Denk aan Huub van der Lubbe (De Dijk) en Thé Lau (The Scene) en in het buitenland aan muzikale wildeman Nick Cave.

Karl Ove KnausgardMaar ho – de schone letteren reiken ook naar de rock & roll. Jawel. Want schrijvers snakken diep in hun hart naar de populariteit en de coole uitstraling van popartiesten. Dat blijkt vooral bij de man die op jaloersmakende wijze het beste van twee werelden heeft: Karl Ove Knausgård, de schrijver van de zesdelige autobiografie Mijn strijd.

Vader van Karl Ove KnausgardKnausgård krijgt niet alleen uitstekende recensies. De Noor verkoopt ook miljoenen boeken en heeft met zijn onaangepaste karakter en ruige looks de bohemien-uitstraling waar de meeste van zijn collega’s alleen maar van dromen. De media geven hem al het vaste voorvoegsel ‘literaire rockster’ – de mooiste titel die een kunstenaar tegenwoordig lijkt te kunnen krijgen. Maar wat mij betreft is dat toch net iets te veel eer. Hoe meeslepend en verslavend Mijn strijd ook mag zijn, Knausgård is geen popster. Mocht-ie willen. Hij is gewoon een vet rockende schrijver.

Kippenvel: ‘Beauty Way’ van Eliza Gilkyson

Eliza Gilkyson‘My father made a pretty damned good living / Playing music on the Beauty Way / He’s gonna die with some money in his pocket / Wish I could do the same today, little darling / Wish I could do the same today’.

Zo begint ‘Beauty Way’, de openingstrack van het album Hard Times in Babylon (2000) van Eliza Gilkyson. Zet hem maar op (Spotify). Dat is wat je noemt met de deur in huis vallen. En met die details, je voelt dat dit uit het leven gegrepen moet zijn.

DSC_0523Na het wrang-humoristische openingsvers duikt de Amerikaanse singer-songwriter terug in de tijd. Vertelt hoe ze vanaf haar tienertijd de lokroep van de muziek volgde. Geen gemakkelijk leven, zingt ze, want al heb je soms succes, ‘you’re never hot enough’. En hoe hard je ook werkt, in de muziekbusiness regeren de dagkoersen: ‘It’s not something you control’.

De toon is bitter, wereldwijs. Een scheurende slide-solo zet haar klaagzang kracht bij. En het wordt nog erger. In het volgende couplet identificeert ze zich zelfs met coyotes die vuilnishopen afstruinen. Hoe diep kun je zinken. Maar in het laatste couplet vindt ze op de een of andere manier vanuit het diepe dal toch weer de weg omhoog:

‘Sometimes I wish I could unplug this cord / And my soul or my money I could save / Oh but every time I say I’m gonna quit the Beauty Way / I hear my bones just turning in their grave, little darling / Bones turning in their grave’.

Er is geen ontkomen aan: stoppen is zichzelf verloochenen. De Beauty Way, de rituele helende weg van de Najavos, is voor Gilkyson blijkbaar ook de veelbezongen ‘road’ van de moderne Amerikaanse troubadours. En het is de enige weg die ze kan gaan.

De Gilkysons in de studio

De jonge Gilkysons (Eliza in het midden) vergezellen hun vader Terry in de studio, circa 1956.

Wat het precies is met dit nummer? Is het zo interessant om te luisteren naar een artiest die zich beklaagt over gebrek aan succes? Blijkbaar wel. ‘Beauty Way’ is een publieksfavoriet bij Gilkysons concerten. En bij mij. Misschien komt het doordat er in het nummer heel wat op het spel staat. Niet voor niets komt de dood tweemaal om de hoek kijken. Bovendien gaat het, onder de letterlijke betekenis van de tekst, over iets universeel menselijks: de worsteling om het bestaan, de zoektocht naar je eigen bestemming. Over ploeteren en vooruitkomen. Twee stappen vooruit, één achteruit. Of andersom. En toch doorgaan op je pad. Want dat is jouw pad.

Maar bovenal: zo rauw en doorleefd hoor je niet vaak iemand over zijn of haar leven zingen. Ook al weet je niets over de achtergrond van Gilkyson (Hollywood, 1951, dochter van een succesvol filmcomponist), je voelt gewoon dat ‘Beauty Way’ waarachtig is. Het resultaat is – in elk geval bij mij – kippenvel.

Meer weten over Eliza Gilkyson? Klik hier.

De tragiek van de fan

140826_basementtapesAfgelopen dinsdag verscheen in de serie officiële bootlegs van Bob Dylan het 11e deel: The Basement Tapes Complete. Diverse media pakten uit over deze in dubbel opzicht historische release. In de Volkskrant verscheen daarover onder meer een scherpzinnige persoonlijke bijdrage van romanschrijver Daan Heerma van Voss.

Daan_Heerma_van_Voss-1Heerma van Voss (1986) is Dylan-fan van de tweede generatie. Met enige schroom komt hij er nu publiekelijk voor uit. Niet omdat het niet cool zou zijn om van Dylan te houden, maar omdat hij eerder altijd bang was de intimiteit met Dylans stem te verliezen. ‘Een fan is verwikkeld in een permanent gevecht’, schrijft hij. ‘Hij wil zijn liefde afwisselend prediken en afschermen. En uiteindelijk wil hij uniek zijn, wat per definitie onmogelijk is, vandaar de waas van tragiek die altijd om hem heen hangt.’

Van MorrisonDe tragiek van de fan. Herkenbaar? Voor mij wel. Het prediken hebben de lezers van dit blog al ruimschoots kunnen ervaren, maar de andere kant ken ik ook. Ik herinner me nog hoe verrast maar tegelijk ontgoocheld ik was toen mijn leraar biologie op de middelbare school een doorgewinterde Van Morrison-fan bleek te zijn, terwijl ik Van the Man zojuist had ontdekt! Ik was er nog lang niet aan toe die verborgen schat zo met anderen te delen. En als dat dan toch moest, dan wilde ik degene zijn die een ander in dat geheim inwijdde. En niet andersom! (Ik kreeg overigens wel meteen 10 lp’s van die toffe leraar te leen, die buitenkans liet ik me niet ontgaan.)

ballon doorprikkenOok ik wilde graag volhouden dat ik de enige was die de muziek van een bepaalde artiest echt begreep – maar uiteindelijk is dat geloof heel kwetsbaar, en dat weet je. Het kan zomaar doorgeprikt worden. Bijvoorbeeld wanneer anderen een plaat van je idool bezitten die jij nog niet hebt, of als ze een onverstaanbare tekstregel ontcijferd blijken te hebben. Daarom hou je je de artiest graag een beetje voor jezelf. Terwijl je weet dat dat niet kan…

aarde plus planetenVolop tragiek dus. Maar daarnaast zie ik ook het komische. Want een artiest is immers iemand die ervoor heeft gekozen zijn of haar muziek naar buiten te brengen. Muziek die – als het goed is – invoelbaar is voor allerlei onbekenden, bij voorkeur zoveel mogelijk. De ultieme fan ziet die andere bewonderaars het liefste juist allemaal naar een andere planeet vertrekken. Zo is de grootste fan dus een vijand van zijn idool. Kan het absurder?

Ik ben eigenlijk wel heel erg benieuwd naar de in stilte gekoesterde idolen van de lezers van dit blog. Welke Geheimtipp ben jij bereid eindelijk met de wereld te delen?

Concertetiquette 2 – Hou die smartphone maar op zak

smartphone concerten 1Kortgeleden besteedde Goeie Nummers aandacht aan de merkwaardige neiging van mensen om tijdens popconcerten luid door de muziek heen te praten. Een bekende pubquizmaestro uit de hoofdstad attendeerde me daarna op ander, zeker zo dubieus gedrag: de groeiende gewoonte van concertgangers om halve optredens met hun smartphone vast te leggen.

smartphone concerten 3Op de lijst van concertzonden scoren die minicamera’s  inderdaad hoog. Allereerst natuurlijk doordat de lichtgevende apparaten andere bezoekers en de optredende artiesten ontzettend afleiden. Ook worden ze doorgaans met schuin gestrekte arm in de lucht gehouden, en die houding is op zichzelf al geen fijn gezicht, maar erger is dat de mensen erachter door het woud van schermpjes geen zicht meer hebben op het podium.

Valerie June

Valerie June in Paradiso, juli 2014, uit eigen archief

Maar wat het nog belachelijker maakt: die foto’s en filmpjes worden uiteindelijk altijd voor niets gemaakt. Abominabel van kwaliteit, met vervormd geluid, onscherp en schokkerig. Echt niemand gaat dat spul voor z’n plezier bekijken. Ik kan het weten, want ik moet toegeven, ook ik heb me er wel eens schuldig aan gemaakt. (Maar ik filmde echt niet vaak en ook niet superlang en alleen bij artiesten die dat niet erg vinden, en soms ook gewoon per ongeluk, dus, ja, oké?)

Maar de belangrijkste reden dat de boosdoeners – zeker als ze echt lang filmen of bij een artiest die dat niet wil – eigenlijk een concertverbod voor minstens een jaar verdienen, is een andere.

smartphone concerten 2Een liedje op mp3 of cd kun je duizendmaal in een identieke versie beluisteren, maar tijdens een concert komt het tot leven zoals het ‘nog nooit vertoond’ is. In een eenmalige uitvoering van de artiest. Van stem naar oor. Van hart tot hart. Nooit is dat nummer gespeeld zoals daar, op die plek en op dat moment, voor jouw oren en ogen. Om dat te kunnen beleven moet je je er aan overgeven, je op dat hier en nu concentreren. En dat kan niet als je op dat moment bezig bent iets te delen met andere mensen, die elders zijn.

Dus, wie het goed voorheeft met de mensen in zijn omgeving, de wereld in zijn geheel en – last but not least – met zichzelf, laat de sociale media niet tussen hem/haar en echte ervaringen komen. Die houdt de smartphone tijdens concerten rustig op zak.