Maand: juni 2019

The Kinks: godfathers van de Brexit?

The Kinks2Eind 1965 zit frontman Ray Davies van The Kinks met een groot probleem. Na een Amerikaanse tournee vol trammelant – ‘bad management, bad luck & bad behaviour’ zou de songschrijver het later noemen – mag de Britse band vier jaar lang niet meer optreden in de VS, in potentie hun grootste afzetmarkt, waar concurrenten Beatles, Rolling Stones en Who grote successen vieren.

Village GreenDavies, van nature een observator en commentator, zoekt de oplossing dicht bij huis. Hij draait Amerika de rug toe en richt de blik naar binnen, dat wil zeggen: op het eigen land. Deze nieuwe Kinks-koers wordt ingezet met de albums Face to Face (1966) en Something Else by The Kinks (1967) en culmineert in 1968 in het conceptalbum The Kinks Are The Village Green Preservation Society.

EngelsheidMet deze ‘ode aan een ongerept en onbedorven Engeland’ gaan The Kinks volledig tegen de tijdgeest in. Terwijl andere Britten – net als de rest van West-Europa – na WOII massaal naar het land van de onbegrensde mogelijkheden kijken, zingt Ray Davies op Village Green met weemoed over Engeland, over verdwijnende tradities als ‘strawberry jam, Tudor houses, antique tables and billiards’. De tegenstelling met hippies, flower power en anti-establishment-sentimenten kan niet groter zijn.

better in the ninetiesVanwege zijn excentriciteit verkoopt Village Green bij verschijning slecht, en ook in de volgende decennia, als The Kinks wel eindelijk succes hebben in de VS, blijft het een goeddeels vergeten album. Tot de jaren 90, een periode die cruciaal is voor de nalatenschap van The Kinks en voor de Britse popmuziek als geheel.

399px-Blur_(Logo)In reactie op de overmacht van ‘duistere’ Amerikaanse grungebands als Nirvana en Pearl Jam ontstaat midden jaren 90 in het Verenigd Koninkrijk een muziekstroming die nadrukkelijk teruggrijpt op de opgewekte catchy muziek van artiesten uit eigen land: Britpop. Een zelfbewuste stroming met bands als Blur, Pulp en Oasis voor wie de muziek van The Kinks, ‘the most quintessential English band’, de grote inspiratiebron is.

Vote Leave T-shirtDe Britpop-beweging is ook een uiting van de bredere opleving van het zelfvertrouwen in het Verenigd Koninkrijk, dat twintig jaar eerder nog de oplossing voor de eigen economische en maatschappelijke malaise had gezocht in toetreding tot de EEG, de voorloper van de EU. Historici claimen dat dit hernieuwde Britse zelfbewustzijn vanaf de jaren 90 aan de basis staat van de politieke leave-beweging, die zou uitmonden in het aanstaande vertrek van de Britten uit de EU.

The Kinks op BankjeWie door zijn oogharen naar deze ontwikkelingen kijkt, kan een rechte lijn ontwaren tussen The Kinks en de Brexiteers. In beide gevallen zien we een beweging naar het exclusief Britse, in reactie op het handelen van een te dominant geacht ander continent. Met zijn wending zaaide Ray Davies in 1965 de kiem voor een nationaal zelfbewustzijn dat via de Britpop uitkwam bij de Brexit. Of ga ik nu te kort door de bocht?

Ray Davies 2Volgens Ray Davies zelf waarschijnlijk wel. Hoewel de zanger publiekelijk geen standpunt voor of tegen Brexit inneemt, toont hij zich in interviews zeer bezorgd over de radicale stappen die zijn land nu zet. Bovendien moet ik toegeven dat Davies’ subtiele en vaak ironische liedjes weinig overeenkomsten vertonen met het zelfingenomen gebral van een Nigel Farage of Boris Johnson.

Americana Ray DaviesIk denk dat het Engels-zijn van Davies uiteindelijk weinig met chauvinisme te maken heeft. De Brit is geen demagoog en ook geen xenofoob, maar vooral een onverbeterlijke homo nostalgicus. Toen de zanger na een jarenlang verblijf in de VS een paar jaar geleden weer in Londen ging wonen, maakte hij prompt twee nieuwe albums, getiteld Americana en Our Country (Americana act II), gevuld met weemoedig-satirische liedjes over het uitgestrekte land aan de overkant van de plas.

Het zou me niets verbazen als Ray Davies – ook al is hij inmiddels 75 – straks na de Brexit weer met een plaat op de proppen komt, en ik durf zelfs te wedden over welk continent die dan zal gaan.

Dr. John

Dr. John roosHij was een legende, een beetje larger than life. In werkelijkheid heette hij Mac Rebennack – of eigenlijk Malcolm John Rebennack Jr. – maar hij tooide zich in de jaren 60 met de naam Dr. John, The Night Tripper, daarna afgekort tot Dr. John. Die aliassen passen perfect bij zijn geboortestad en woonplaats New Orleans. Want in de raadselachtige smeltkroes New Orleans, ook wel The Crescent City, The City of Sin, NOLA of N’Awlinz genoemd, is één naam nooit genoeg.

gumbo3Vorige week donderdag overleed Dr. John, 77 jaar oud, aan de gevolgen van een hartaanval. Ik zag hem in de loop der tijd twee keer optreden, de begaafde pianist met de gruizige, knauwende en toch verrassend lenige stem. Zijn muziek is moeilijk te definiëren, maar laat zich het beste vergelijken met gumbo, die typisch Louisiaanse stoofpot zonder vast recept waarin de meest uiteenlopende ingrediënten een plek kunnen krijgen.

Dr. John aan pianoDr. John was en beetje een musician’s musician: een artiest die bij collega’s in hoog aanzien staat maar geen bijster groot publiek heeft. Vreemd is dat niet, want voor Mac Rebennack was de muziek altijd belangrijker dan hijzelf. Bovendien is zijn stijl weliswaar samengesteld uit bekende genres (blues, boogie-woogie, jazz, rock en funk), maar die genres zijn in zijn gumbo tegelijk bijna onherkenbaar geworden.

in the right placeIn dat opzicht doet hij een beetje denken aan de betreurde JJ Cale, ook een eclectische muzikant die ondanks zijn impact op de popgeschiedenis bij zijn overlijden relatief weinig aandacht kreeg. In de necrologieën van de afgelopen week kwam vooral Dr. Johns muziek vanaf begin jaren 90, toen hij definitief was afgekickt van de heroïne, er mijns inziens wat bekaaid vanaf. Die platen zijn misschien niet allemaal zo sterk als die uit zijn hoogtijdagen (Gris-Gris (1968), Dr. John’s Gumbo (1972) en In the Right Place (1973), maar er zit wel veel moois tussen:

♦ The City that Care Forgot (2008): een gedreven album over de verwoesting van New Orleans door de orkaan Katrina. Bewijs: het groovende Time For A Change.

♦ Tribal (2010): fraai gearrangeerde en fantastisch gespeelde NO-stukken, zoals het funky Big Gap, geschreven door Allen Toussaint, die andere New Orleans-grootheid die ons niet zo lang geleden ontviel.

♦ Locked Down (2012): direct en fris geproduceerd door Dan Auerbach van The Black Keys. Laat je meevoeren door de voodoo-sfeer van de titeltrack.

hoes The very best of Dr. JohnBij sommige artiesten voel je een persoonlijke band (ook al wordt dat gevoel van verwantschap door zender en ontvanger totáál anders geuit), maar zoiets had ik bij de Dokter niet. Dr. John was bovenal de personificatie, de ambassadeur en de ongekroonde muziekkoning van New Orleans. Bovendien: muziek uit New Orleans gaat, net als funk, eigenlijk alleen over zichzelf. New Orleans is muziek, en New Orleans-muziek gaat alleen over New Orleans, of anders over New Orleans-muziek. Daar kom je niet tussen. Je kunt je er wel aan overgeven, en als je dat doet kan de beloning groot zijn: je ziel wordt geheeld en gereinigd.

R.I.P. Dr. John, The Nighttripper, Mac Rebennack of hoe ik je maar mag noemen.

 

 

Gewoon wat goeie(nieuwe)muziektips

Vandaag op Goeie Nummers geen diepzinnige bespiegelingen over de verbazingwekkende wereld van de popmuziek, maar gewoon een paar tips: goeie muziek – nieuw en oud – om te (her)ontdekken.

The DelinesThe Delines, afkomstig uit Portland, Oregon, maken een fraaie mix van country en soul. Tot nu toe brachten The Delines, met song- en romanschrijver Willy Vlautin op gitaar en achtergrondzang, twee sterke albums uit vol verhalen over tragische mensenlevens, sober gearrangeerd om alle ruimte te geven aan de unieke stem van frontvrouw Amy Boone. Luister naar Let’s Be Us Again, afkomstig van het recente Delines-album The Imperial. Wil je meer? Hier vind je een integraal optreden van een halfuurtje in de radiostudio van KEXP in Seattle.

Bruce HornsbyToetsenist-zanger Bruce Hornsby ken je vast nog van The Way It Is, zijn megahit uit 1986. Hornsby (1954) is sindsdien steeds actief gebleven, maar daar had ik niet heel veel van meegekregen. Zijn nieuwe album Absolute Zero is in elk geval zeer de moeite waard. De Amerikaan weeft als vanouds prachtige harmonieën door zijn relaxte Westcoast-sound maar schuwt ook het avontuur niet, onder andere door samenwerkingen met jazz-drummer Jack DeJohnette, zanger Justin Vernon (Bon Iver) en het klassieke sextet yMusic. Begin met het uptempo Voyager One, doe daarna Cast-Off en dan Meds (mijn persoonlijke favoriet). Of luister naar het hele album op Spotify. Bij elke draaibeurt beter.

330px-Cate_Le_Bon_in_2012Dat laatste geldt ook voor Cate Le Bon. De singer-songwriter uit Wales, bouwjaar 1983, produceerde sinds haar debuut in 2008 al vijf soloalbums en drie EP’s vol ongrijpbare popliedjes die enorm onvermijdelijk onder je huid kruipen. Le Bon schreef de nummers voor haar recente veelgeprezen album Reward in de eenzaamheid van een vakantiehuisje in het Engelse Lake District. Dat geeft al een idee, maar waar je haar muziek verder precies moet plaatsen? John Cale (ook Welsh) wordt als referentie genoemd, net als Roxy Music. Jeff Tweedy van alt-countryband Wilco is een bewonderaar. Zelf luistert ze graag naar artiesten als David Bowie, Kate Bush, Pharoah Sanders en Prince. Kun je daar wijs uit worden? Luister maar gewoon naar Daylight Matters. Of naar Home To You.

This Is NiecyTot slot een nummer om nooit te vergeten, uit 1976: Free van Deniece Williams, het goudkeeltje dat ons ook verblijdde met Let’s Hear It For the Boy en Too Much, Too Little, Too Late (met Johnny Matthis). Vanaf eind jaren 80 richtte Williams (1950) zich vooral op gospelmuziek en verdween ze min of meer uit de popwereld. Wat niets afdoet aan haar tijdloze klasse. En dan laat ze zich op Free ook nog eens begeleiden door de klasbakken van Earth, Wind & Fire. Die mellow funky groove, kom daar tegenwoordig nog maar eens om. Wil je de lange studioversie, of liever live, uit de Britse tv-show UK Gold? Maakt niet uit, het is allemaal goed.

Goed weekend!