reggae

Albumverjaardag – Paul Simon

Het titelloze debuutalbum van Paul Simon is niet wat het lijkt. Wie er nu, een halve eeuw na verschijning naar luistert, hoort misschien een goede maar typische jaren-70 singer-songwriterplaat met melodieuze liedjes en intelligente teksten. Voor de artiest zelf was het destijds vooral een duik in het diepe, en voor het poppubliek was het album in verschillende opzichten behoorlijk verrassend.

Net zoals de breuk met zijn maat Art Garfunkel anderhalf jaar eerder was geweest. Weinig mensen begrepen waarom het tweetal op het hoogtepunt van hun succes, kort na hun meesterwerk Bridge over Troubled Water, uit elkaar ging. En net als bij The Beatles werd er door fans en journalisten volop gespeculeerd over de redenen.

Volgens biograaf Robert Hilburn (Paul Simon. The Life, 2018) was het einde van Simon & Garfunkel onafwendbaar. De chemie, de balans en het vertrouwen tussen de twee jeugdvrienden was weg. Beiden hadden de behoefte om nieuwe paden in te slaan. Garfunkel ambieerde een filmcarrière en speelde onder andere met Jack Nicolson in Carnal Knowledge van regisseur Mike Nichols. Liedjesschrijver Simon wilde de vrijheid om andere muzikale wegen te verkennen.

Simon was weliswaar degene die de breuk in 1970 had geforceerd, maar hij voelde zich allesbehalve zelfverzekerd in de nieuwe situatie. Voor het eerst zou hij het moeten doen zonder de hulp van Arts stem, die zijn liedjes altijd iets extra’s had gegeven en waaraan de fans verknocht waren. En naar zijn idee had de platenmaatschappij geen vertrouwen in hem en zag men Art eerder als de grote ster van het tweetal. Een serieus writers block was het resultaat.

Maar net zoals later in zijn carrière was het muziek uit verre streken die Simon op gang hielp. Jimmy Cliffs ska-hit Vietnam uit 1969 was een dansbaar liedje met een zware tekst, over een moeder die bericht krijgt dat haar zoon is gesneuveld. Geïnspireerd door onder andere dit nummer reisde Simon met producer Roy Halee naar Kingston, Jamaica, om met de muzikanten van Toots & the Maytals een ska-track op te nemen.

Ter plekke in de studio vertelden de muzikanten hem dat ze in Jamaica inmiddels helemaal geen ska meer speelden, maar reggae. “Oké, speel dan maar reggae” luidde Simons reactie. En net zoals hij in de jaren 80 zou doen voor Graceland en The Rhythm of the Saints zong hij in de studio eerst betekenisloze zinnetjes over de muziek heen, om er pas later een echte tekst op te maken. Het resultaat is een van de eerste reggaenummers van een Westerse popartiest en een zeldzaam opwekkende classic in Simons oeuvre: Mother and Child Reunion, de eerste track op Paul Simon.

De rest van de liedjes volgde daarna snel, zoals Me and Julio Down by the Schoolyard, dat zou uitgroeien tot een van Simons populairste nummers, en het verhalende Duncan, dat doet denken aan The Boxer. Tijdens de opnames werkte Simon gerenommeerde muzikanten van buiten de wereld van pop en folk, zoals bassist Ron Carter en violist Stephane Grappelli (jazz), percussionist Airto Moreira en gitarist Stefan Grossman (blues). Het zelfvertrouwen van de Newyorker groeide.

Na de release in 1972 werd het album meteen positief onthaald door de twee meest invloedrijke Amerikaanse recensenten van die tijd, Jon Landau (latere manager van Bruce Springsteen) en ‘pop-paus’ Robert Christgau. Ook de platenmaatschappij was tevreden met één miljoen verkochte exemplaren en drie singles in de hitparade. Het was voor iedereen duidelijk: Simon had zich bewezen als soloartiest.

Hoe moeten we het debuutalbum van Paul Simon zien, met de kennis van nu? Naar mijn idee niet als zijn grootste werk – daarbij denk ik eerder aan Still Crazy All These Years (1975) of de onderschatte albums The Rhythm of the Saints (1990) en Surprise (2006) –  maar wel als een moedige duik in het diepe voor de perfectionistische en ambitieuze Newyorker. En als een fraaie blauwdruk voor zijn latere werk, waarin pop, jazz en wereldmuziek een bijzondere fusie met elkaar aangaan in liedjes die even persoonlijk als politiek zijn. Paul Simon staat voor zijn maker.

Een Wereldster

omslag Roger Steffens Bob MarleyEen tijdje terug schreef ik hier op Goeie Nummers over reggaelegende Bob Marley als goedheiligman, omdat hij op 5 december 1975 zijn prachtplaat Live! uitbracht en me zo liet kennismaken met de reggae. Toch heb ik me sindsdien nooit echt in de beroemde Jamaicaanse zanger en bandleider verdiept. Vorige week kwam daar verandering in door een nieuwe biografie, eenvoudigweg getiteld Bob Marley, van de hand van de Amerikaanse reggae-expert Roger Steffens.

Wailer Marley en ToshSteffens wekt de wereld van de hoofdpersoon tot leven alsof je er zelf bij bent.  Hij laat Marleys levensverhaal grotendeels vertellen door een lange stoet vrienden, bandleden en andere betrokkenen, vanaf Marleys jongensjaren tot zijn vroegtijdige dood aan kanker in 1981. Zo krijgen we onder meer een levendig beeld van de jeugdige zanger in de Jamaicaanse hoofdstad Kingston, waar hij in de jaren 60 met muzikale kompanen Peter Tosh en Bunny Wailer eindeloos oefent op meerstemmige zangpartijen, geïnspireerd door de Amerikaanse popsoul van Curtis Mayfield en diens groep The Impressions.

kaart Caribisch gebiedNog interessanter wordt zo’n levensbeschrijving als die je de ogen opent voor iets wat je tot dusver over het hoofd hebt gezien. Het is misschien wat naïef, maar ik beschouwde Bob Marley en zijn Wailers onbewust altijd als een soort Amerikaanse artiesten. Jamaica lag in de Cariben, dus vanuit hier gezien dicht bij de VS. En ze zongen in het Engels – een ongebruikelijk Engels weliswaar, maar niet moeilijker te verstaan dan dat van Otis Redding of Bob Dylan.

Bob Marley 2 - kopieDoor Steffens boek besefte ik dat ik het al die tijd verkeerd zag. Marley was een artiest uit de Derde Wereld, niet uit Amerika. Het Jamaica van Marleys tijd was een voormalige Britse kolonie die pas in 1962 onafhankelijk werd. Een witte bovenlaag maakte er nog steeds de dienst uit. De zwarte bevolking was veelal straatarm. Jamaica deed dus in veel opzichten meer denken aan Zimbabwe of Zuid-Afrika dan aan de VS.

Bob Marley naast Che Guevara op muurAls aanhanger van het Rastafari-geloof was Marley ook sterk gericht op Afrika, met Ethiopië als het beloofde land waar zijn volk in vrede zou kunnen leven. Meer dan wie ook gaf hij een stem aan de onderdrukte zwarte bevolking in Afrika en de diaspora. En het Afro-Amerikaanse publiek dat Marley heel graag wilde bereiken haakte pas een stuk later aan, toen hij na zijn dood echt een Wereldster werd en sommigen hem zelfs als een profeet gingen beschouwen.

Tosh Marley WailerDoor deze biografie, die gelukkig niet meedoet aan die heiligenverering, ging ik ook opnieuw naar Marleys werk luisteren. Naar Rat Race. Naar Lively Up Yourself. Naar Concrete Jungle (uit 1973, nog met Tosh en Wailer). Onveranderd mooi en opwindend, en toch anders dan voorheen.

 

 

 

 

Bob Marley als goedheiligman

Bob Marley Live!Op 5 december 1975, vandaag precies 42 jaar geleden, gaven Robert Nesta “Bob” Marley (1945-1981) en zijn Wailers de wereld het mooiste cadeau denkbaar: het album Live! In mijn geval overigens niet echt een presentje: het was de eerste elpee die ik als veertienjarige kocht. Na lang wikken en wegen en twee keer luisteren bij de platenzaak, want zo’n elpee was een rib uit je lijf.

Bob Marley met gitaar liveMaar man, wat een plaat. Ook nu nog. Het uitroepteken in de titel is niet overdreven: het is één brok leven en opwinding wat tot je komt vanuit The Lyceum Ballroom in Londen, waar Live! op 18 juli 1975 werd opgenomen. Die aankondiging van de spreekstalmeester alleen al: ‘All the way from Trenchtown, Jamaica: Bob Marley & the Wailers. Come on!’ En als de band dan Trenchtown Rock inzet, ben je verkocht. Marley trakteert je meteen op een van de fraaiste statements uit de rock-‘n-rollgeschiedenis : ‘One good thing about music, when it hits you feel no pain’. Je haalt me de woorden uit de mond.

rastafari-vlagNiet dat alle tracks op Live! zo opgewekt zijn. Het Jamaicaanse Rastafari-geloof dat Marley met zijn muziek uitdroeg – een levensbeschouwing die deels teruggaat op het boek Openbaringen uit de Bijbel – staat voor een groot deel in het teken van lijden. Dat hoor je in tracks als Burnin’ And Lootin’ en ‘No Woman, No Cry’. Maar altijd is er die unieke reggae-beat die alle zorgen als bij toverslag wegneemt – in elk geval voor zolang de muziek duurt.

t-shirt Get Up, Stand UpEn het gaat in de reggae natuurlijk niet alleen over pijn, maar ook en vooral over solidariteit en liefde, over verzet en verlossing. Zoals in Lively Up Yourself, aan de eind van de eerste plaathelft. En even verderop in Get Up, Stand Up (mijn persoonlijke Marley-favoriet). Fraaie protestsongs, die anders dan bij die andere Bob ook nog eens waanzinnig dansbaar zijn. En uitermate geschikt om een menigte mee op te zwepen.

Bob Marley 2 - kopieLive! was mijn kennismaking met Bob Marley. Sindsdien ben ik verslingerd aan de muziek van de man die tot een legende zou uitgroeien. In zijn korte leven bracht hij maar liefst vijftien albums uit, solo of samen met The Wailers. De meeste daarvan, zoals Rastaman Vibration, Kaya en Survivor, zijn sowieso topplaten. Maar Live! heeft een speciaal plekje in mijn hart. Geweldig dat er zulke onverwoestbare sinterklaascadeaus bestaan.