Curtis Mayfield

Beste Curtis,

Curtis Mayfield 2Allereerst: sorry dat ik je nu pas schrijf in plaats van twee weken geleden, op 27 december 1999, precies 25 jaar na je vertrek naar de pophemel. Een moeilijk afscheid was het, negen jaar na het bizarre ongeluk in New York toen een lichtbalk precies op je nek terechtkwam en je bijna totaal verlamd raakte. Laten we het daar niet meer over hebben.

Traveling SoulNiet dat alle moeilijke dingen nu van tafel zijn. Ik ben nog een beetje in shock na het lezen van jouw levensverhaal, zoals opgetekend door je zoon Todd in Traveling Soul. The Life of Curtis Mayfield. Mijn beeld van jou is gekanteld en nog niet tot stilstand gekomen. Ik realiseer me dat ik je minder goed kende dan ik dacht, en dat je anders was dan ik dacht. En niet per se beter.

Mijn oude beeld was dat van een strijdlustige en wijze soulman. En deels klopte dat beeld ook wel: als zanger, gitarist en liedjesschrijver was je een moedige artiest die recht deed aan de positie van zwarte Amerikanen. Iemand die in zijn subtiele funk- en soulliedjes steeds de verbinding zocht. Maar achter de schermen, privé en zakelijk, zag ik nu een wispelturige, gesloten en overheersende figuur die het vertrouwen van de mensen die het dichtst bij hem stonden  vaak beschaamde. Een vreemde tegenstelling.

curtis op een veldJe zoon vertelt het allemaal, het goede en het minder goede, gesteund door jouw eigen adagium ‘telling it like it is’ – dus daar kun je moeilijk bezwaar tegen maken. Het minder goede: je egoïstische gedrag ten opzichte van vrienden en familie, je ontrouw, je koppigheid en je blinde vlekken. Het goede: je verantwoordelijkheidsgevoel voor je drie gezinnen en tien kinderen, en vooral de karrenvracht prachtige songs die je op 57-jarige leeftijd achterliet, met een hoopvolle boodschap die ook vandaag de dag nog steun geeft.

tweelingenTodd verklaart de tegenstrijdigheden deels uit je sterrenbeeld (Tweelingen), je karakter (eenzelvig, net als je moeder) en je straatarme jeugd in het zwarte getto van Chicago, op school ook nog eens gepest met je donkere huidskleur, geringe lengte en grote vooruitstekende tanden. Toch blijft het confronterend om te lezen hoe de gevierde zanger van liedjes als We Gotta Have Peace en We’re A Winner achter de schermen helemaal niet zo vredelievend was. Ik kan het moeilijk rijmen allemaal.

450px-USA_Map_1864_including_Civil_War_DivisionsOké, ik heb gemakkelijk praten. De druk zal vaak enorm zijn geweest. Door je eigen demonen, je prestatiedrang, de omstandigheden ook. Toen je in 1969 het nummer Choice of Colors uitbracht vonden zwarte militante activisten het nummer te lief, te onderdanig. Maar This Is My Country, waarin je stelde dat jouw land evenzeer aan afro-amerikanen als euro-amerikanen toebehoort, kon je in het Zuiden niet eens live spelen. In zo’n samenleving, waarin de belangrijkste politici en zwarte leiders werden vermoord, kun je het eigenlijk niet goed doen. En toch bleef je dat proberen. Omdat een echte artiest zichzelf niet kan verloochenen.

amenDe enige plek waarin je helemaal thuis was, was in je liedjes. Liefst alleen, met je gitaar op schoot, notitieblok bij de hand. Of anders in de kloosterachtige omgeving van een opnamestudio. Het beste van jou zit in je muziek. Misschien is bij alle grote artiesten zo, de liedjes zijn de beste versie van henzelf. Van People Get Ready en I’m So Proud, dat je met je maten van The Impressions maakte, tot Move On Up en Freddy’s Dead uit de jaren 70. Nummers die tot op de dag van vandaag rondzingen, bij hiphop-artiesten en soulliefhebbers wereldwijd. Amen.

 

Een Wereldster

omslag Roger Steffens Bob MarleyEen tijdje terug schreef ik hier op Goeie Nummers over reggaelegende Bob Marley als goedheiligman, omdat hij op 5 december 1975 zijn prachtplaat Live! uitbracht en me zo liet kennismaken met de reggae. Toch heb ik me sindsdien nooit echt in de beroemde Jamaicaanse zanger en bandleider verdiept. Vorige week kwam daar verandering in door een nieuwe biografie, eenvoudigweg getiteld Bob Marley, van de hand van de Amerikaanse reggae-expert Roger Steffens.

Wailer Marley en ToshSteffens wekt de wereld van de hoofdpersoon tot leven alsof je er zelf bij bent.  Hij laat Marleys levensverhaal grotendeels vertellen door een lange stoet vrienden, bandleden en andere betrokkenen, vanaf Marleys jongensjaren tot zijn vroegtijdige dood aan kanker in 1981. Zo krijgen we onder meer een levendig beeld van de jeugdige zanger in de Jamaicaanse hoofdstad Kingston, waar hij in de jaren 60 met muzikale kompanen Peter Tosh en Bunny Wailer eindeloos oefent op meerstemmige zangpartijen, geïnspireerd door de Amerikaanse popsoul van Curtis Mayfield en diens groep The Impressions.

kaart Caribisch gebiedNog interessanter wordt zo’n levensbeschrijving als die je de ogen opent voor iets wat je tot dusver over het hoofd hebt gezien. Het is misschien wat naïef, maar ik beschouwde Bob Marley en zijn Wailers onbewust altijd als een soort Amerikaanse artiesten. Jamaica lag in de Cariben, dus vanuit hier gezien dicht bij de VS. En ze zongen in het Engels – een ongebruikelijk Engels weliswaar, maar niet moeilijker te verstaan dan dat van Otis Redding of Bob Dylan.

Bob Marley 2 - kopieDoor Steffens boek besefte ik dat ik het al die tijd verkeerd zag. Marley was een artiest uit de Derde Wereld, niet uit Amerika. Het Jamaica van Marleys tijd was een voormalige Britse kolonie die pas in 1962 onafhankelijk werd. Een witte bovenlaag maakte er nog steeds de dienst uit. De zwarte bevolking was veelal straatarm. Jamaica deed dus in veel opzichten meer denken aan Zimbabwe of Zuid-Afrika dan aan de VS.

Bob Marley naast Che Guevara op muurAls aanhanger van het Rastafari-geloof was Marley ook sterk gericht op Afrika, met Ethiopië als het beloofde land waar zijn volk in vrede zou kunnen leven. Meer dan wie ook gaf hij een stem aan de onderdrukte zwarte bevolking in Afrika en de diaspora. En het Afro-Amerikaanse publiek dat Marley heel graag wilde bereiken haakte pas een stuk later aan, toen hij na zijn dood echt een Wereldster werd en sommigen hem zelfs als een profeet gingen beschouwen.

Tosh Marley WailerDoor deze biografie, die gelukkig niet meedoet aan die heiligenverering, ging ik ook opnieuw naar Marleys werk luisteren. Naar Rat Race. Naar Lively Up Yourself. Naar Concrete Jungle (uit 1973, nog met Tosh en Wailer). Onveranderd mooi en opwindend, en toch anders dan voorheen.